<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR28754_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Dijkpoorter, 15-03-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 33, lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-02-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-03-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011/nr. 09</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>No. : 09</al><al><vet>Onderwerp:</vet></al><al>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning
                        2011     </al><al/><al>De raad van de gemeente Hattem,</al><al/><al>gelezen het voorstel van het presidium, d.d. 14 februari 2011;</al><al/><al>gelet op artikel 33, derde lid van de Gemeentewet;</al><al/><al>overwegende dat de huidige verordening op de ambtelijke bijstand en de
                        fractieondersteuning op enkele punten aanpassing behoeft, met name op het
                        gebied van de hoogte, de inzet en het beheer van de financiële bijdrage ter
                        tegemoetkoming van de kosten voor het functioneren van de fractie;</al><al/><al>b e s l u i t : </al><al/><al>vast te stellen de onderstaande ‘Verordening op de ambtelijke bijstand en de
                        fractieondersteuning 2011’</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Verzoek om informatie</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier of een ambtenaar met een
                                    verzoek om: </al><lijst><li nr="• a."><al> feitelijke informatie van geringe omvang; </al></li><li nr="• b."><al> inzage in of afschrift van documenten. </al></li></lijst></li><li nr="2"><al>De informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt zo spoedig
                                    mogelijk verstrekt. </al></li><li nr="3"><al>Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                    informatie bedoeld in het eerste lid, stelt hij de secretaris
                                    daarvan in kennis. De secretaris beslist na overleg met de
                                    griffier. </al></li><li nr="4"><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om
                                    bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en
                                    moties of andere bijstand. </al></li><li nr="5"><al>De bijstand, bedoeld in het vierde lid, wordt verleend door de
                                    griffier. Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier kan
                                    worden verleend kan deze de secretaris verzoeken, één of meer
                                    ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig
                                    mogelijk verlenen. </al></li><li nr="6"><al>Indien de ambtelijke bijstand naar het oordeel van het college
                                    niet inpasbaar is in de werklast van de organisatie, kan het aan
                                    de raad om middelen voor een personele voorziening vragen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verlenen van ambtelijke bijstand</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of een
                                    raadslid ambtelijke bijstand tenzij: </al><lijst><li nr="a"><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de
                                            bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de
                                            raad; </al></li><li nr="b"><al>dit het belang van de gemeente kan schaden. </al></li></lijst></li><li nr="2"><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                                    eerste lid geweigerd wordt. </al></li><li nr="3"><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd
                                    deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier
                                    en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend. </al></li><li nr="4"><al>De secretaris verstrekt de betreffende portefeuillehouder in het
                                    college desgewenst een afschrift van het verzoek.</al></li><li nr="5"><al>Indien (leden van) het college informatie wensen over een
                                    verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven
                                    advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken
                                    raadslid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Weigering verzoek ambtelijke bijstand</titel></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                            wordt geweigerd, kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek
                            voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig
                            mogelijk over het verzoek. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Geschil over ambtelijke bijstand</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar
                                    verleende bijstand, doet hij via de griffier hiervan mededeling
                                    aan de secretaris. </al></li><li nr="2."><al>Indien overleg tussen de secretaris en de griffier niet leidt
                                    tot een voor beide partijen bevredigende oplossing leggen zij de
                                    zaak voor aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo
                                    spoedig mogelijk over de zaak. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Recht op financiële vergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De fracties, zoals bedoeld in artikel 7 van het reglement van
                                    orde, ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als
                                    tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de
                                    fractie. </al></li><li nr="2."><al>Deze bijdrage bestaat uit een vast deel van € 375,= voor elke
                                    fractie. Daarnaast ontvangt elke fractie een bedrag van € 250,=
                                    per raadszetel. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Besteding financiële vergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende,
                                    kaderstellende en controlerende rol te versterken. </al></li><li nr="2."><al>De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van: </al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en
                                            overige regelingen; </al></li><li nr="b."><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke
                                            partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen
                                            anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of
                                            goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis
                                            van een gespecificeerde, reële declaratie;</al></li><li nr="c."><al>giften; </al></li><li nr="d."><al>uitgaven welke bestreden dienen te worden uit
                                            vergoedingen die de leden ingevolge het
                                            rechtspositiebesluit raads- en commissieleden toekomen;
                                        </al></li><li nr="e."><al>algemene opleidingen voor raads- en commissieleden
                                            tenzij deze inhoudelijk gerelateerd zijn aan de
                                            politieke uitgangspunten van de deelnemers.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beheer fractiebudgetten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bijdragen voor fractieondersteuning worden beheerd door de
                                    griffier. </al></li><li nr="2."><al>Nota´s die ten laste van het fractiebudget kunnen worden
                                    gebracht, dienen binnen een jaar te worden ingediend bij de
                                    griffier. Op aangeven van de griffier draagt de gemeentelijke
                                    organisatie vervolgens zorg voor het overmaken van de gelden op
                                    de aangegeven rekening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijziging bijdrage ten gevolge van verkiezingen of splitsing van
                                een fractie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het zeteltal van een fractie ten gevolge van verkiezingen
                                    verandert, wijzigt de bijdrage </al><lijst><li nr="a."><al>bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van
                                            de maand na de maand waarin de eerste vergadering van de
                                            nieuw gekozen raad plaatsvindt. </al></li><li nr="b."><al>bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag na
                                            de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw
                                            gekozen raad plaatsvindt. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij splitsing van een fractie wordt het deel van de op grond van
                                    artikel 5, tweede lid, vastgestelde bijdrage dat betrekking
                                    heeft op de periode vanaf de splitsing, voor de oorspronkelijke
                                    fractie verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid
                                    van het aantal bij de splitsing betrokken leden. </al></li><li nr="3."><al>Bij splitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke
                                    fractie verstrekte voorschot verrekend overeenkomstig de
                                    verdeling die volgt uit het tweede lid. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Reserveringen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van
                                    de bijdrage toekomend aan een fractie ter besteding door die
                                    fractie in volgende jaren. </al></li><li nr="2."><al>De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de fractie
                                    in het voorgaande kalenderjaar toekwam ingevolge artikel 5 en
                                    wordt bijgehouden door de griffier </al></li><li nr="3."><al>De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie
                                    die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die
                                    naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan
                                    worden beschouwd. </al></li><li nr="4."><al>Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou
                                    worden dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht op
                                    dat meerdere. </al></li><li nr="5."><al>Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld over de
                                    betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de
                                    splitsing betrokken leden, voor zover deze reserve niet meer
                                    bedraagt dan 30% van de bijdrage die de oorspronkelijke fractie
                                    in het voorgaande kalenderjaar ontving. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al>De griffier stelt, binnen drie maanden na het einde van een
                            kalenderjaar, een overzicht op van de door de fracties uitgegeven
                            bedragen in het afgelopen jaar en indien van toepassing van de ingevolge
                            artikel 9 gereserveerde bedragen voor het nieuwe jaar. Dit overzicht
                            wordt vastgesteld in het presidium.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2003 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag, volgende op
                            die waarop zij is bekendgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ambtelijke bijstand
                            en fractieondersteuning 2011.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Hattem, gehouden op 28 februari 2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al/><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet. Dit artikel
                    is in 2002 door de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur
                    ingrijpend gewijzigd. Het legt expliciet vast dat de raad en individuele
                    raadsleden een recht op ambtelijke bijstand hebben. Voor politieke groeperingen
                    bestaat daarnaast een recht op fractieondersteuning. De uitwerking van deze
                    rechten moet bij verordening worden geregeld.</al><al/><al>In deze verordening vervult de griffier een centrale rol. Hij of zij is het
                    eerste aanspreekpunt als het gaat om ambtelijke bijstand. De griffier vervult
                    ook de rol van schakel tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke
                    organisatie.</al><al/><al>De burgemeester vervult ook een rol in het proces. Indien er een
                    conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan, zal de burgemeester een
                    bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol kunnen spelen. De positie van de
                    burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als bruggenbouwer en
                    als degene die uiteindelijk het laatste woord heeft.</al><al/><al>Gezien de duale verhoudingen ligt het voor de hand dat er ook op het punt van de
                    ambtelijke bijstand heldere scheidslijnen worden getrokken tussen werkzaamheden
                    voor de raad en voor het college. De ambtenaar mag niet onder druk komen te
                    staan doordat hij werkzaamheden voor de raad verricht. Daarom zal een collegelid
                    dat toch informatie wenst over het verzoek om ambtelijke bijstand, zich moeten
                    wenden tot het betrokken raadslid en niet tot de behandelend ambtenaar.</al><al/><al>De verordening behandelt gedetailleerd de ambtelijke bijstand. Aangezien het de
                    verhouding betreft tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie,
                    is behoefte aan duidelijke regels. De ambtenaren werken doorgaans namelijk voor
                    het college. Artikel 103 Gemeentewet laat dit scherp zien. Vóór de invoering van
                    de Wet dualisering gemeentebestuur bepaalde dit artikel dat de secretaris (en
                    daarmee de onder hem ressorterende ambtelijke organisatie) de raad en het
                    college terzijde stond. In de duale verhoudingen staat de secretaris het college
                    terzijde en wordt de raad bijgestaan door de griffier.</al><al/><al>Dat de raad beschikt over een griffier met griffie betekent niet dat er geen
                    behoefte meer zou zijn aan ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke
                    organisatie. De griffie zal, in vergelijking met de reguliere organisatie,
                    beperkt in omvang zijn. Voor specialistische hulp op het gebied van het maken
                    van amendementen, moties en met name het uitwerken van voorstellen en regelingen
                    zal een beroep op deze organisatie dan ook nodig blijven. Dit geldt ook voor
                    specifieke informatie die alleen bij de reguliere ambtelijke organisatie
                    beschikbaar is. De wetgever heeft dat onderkend en het recht op deze vorm van
                    ambtelijke ondersteuning expliciet vastgelegd. Deze verordening vormt de
                    uitwerking van dit recht.</al><al/><al>De formulering van artikel 33 van de Gemeentewet laat buiten twijfel dat
                    individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in de raad,
                    recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door alle
                    raadsleden een beroep worden gedaan.</al><al/><al>In de verordening is geen bepaling opgenomen voor die gevallen waarin de tot het
                    verlenen van hulp aangewezen ambtenaar op grond van gewetensbezwaren daartoe
                    niet bereid is. In een dergelijk geval is sprake van een rechtspositioneel
                    probleem dat binnen de ambtelijke organisatie tot een oplossing dient te worden
                    gebracht.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijs toelichting </vet></al><al>Artikel 1.</al><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                    verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om het
                    verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift van
                    openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de griffier die het
                    verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke
                    organisatie. Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in de betekenis
                    die het in de Wet openbaarheid van bestuur heeft. Met openbaar wordt bedoeld
                    openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Op niet-openbare
                    documenten is het bepaalde in de artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet van
                    toepassing. Deze rechten zijn uitgewerkt in het Reglement van orde voor de
                    vergaderingen van de raad, het Reglement van orde voor de vergaderingen van het
                    college en de Verordening op de brede raadscommissie.</al><al>Er is voor gekozen de griffier te benoemen als centrale functionaris. Het
                    bestaan van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de raad
                    en het college, die bij de dualisering hun beslag hebben gekregen, leiden ertoe
                    dat de ambtelijke organisatie parallel ontvlochten is. Omdat de griffier geen
                    zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal de secretaris de
                    ambtenaar die de bijstand verleent moeten aanwijzen. De ontvlechting van
                    posities leidt in dit geval dus noodzakelijkerwijs tot een verdergaande
                    formalisering van de regeling omtrent ambtelijke bijstand.</al><al>De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                    verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen
                    in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op
                    toe dat er voortgang blijft in het proces.</al><al>In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen
                    tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren
                    gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie
                    bedoeld die onder het gezag van het college vallen en dus niet onder de noemer
                    “griffiemedewerkers”. Dit neemt niet weg dat medewerkers van de griffie ook
                    ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn.</al><al>Op grond van het derde lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris
                    weggelegd. Deze zal na overleg met de griffier moeten beslissen of het een
                    verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b betreft.</al><al/><al>Artikelen 2 en 3 </al><al>Beoordeling of één van de in artikel 2 genoemde weigeringgronden zich voordoet,
                    vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als hoofd van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. In artikel 3 is aangegeven dat de
                    uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is
                    voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover overleg
                    voert met de secretaris en de griffier (en indien nodig ook het betrokken
                    raadslid). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de
                    burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180 Gemeentewet). </al><al/><al>In artikel 2, vierde lid wordt gewezen op het belang dat de betrokken
                    portefeuillehouder heeft van het op de hoogte zijn van het feit dat bijstand is
                    verleend door onder zijn verantwoordelijkheid functionerende ambtenaren. Gezien
                    de afstand tussen raad en college is het logisch dat desgewenst melding wordt
                    gemaakt van het verlenen van ambtelijke bijstand. Het college en de secretaris
                    kunnen afspreken in welke gevallen hiervan melding wordt gemaakt.</al><al>Het vijfde lid van artikel 2 voorkomt dat de betreffende ambtenaar in een
                    spagaat tussen raad en college terecht komt. Indien een raadslid om ambtelijke
                    bijstand verzoekt, moet hij ervan uit kunnen gaan dat de ambtenaar bij het
                    verrichten van die werkzaamheden onafhankelijk opereert van het college. Om te
                    verzekeren dat een ambtenaar niet door collegeleden onder druk wordt gezet om
                    toch inlichtingen te verschaffen over het verzoek van een raadslid is in het
                    vijfde lid bepaald dat wethouders of de burgemeester zich voor informatie direct
                    tot het betrokken raadslid wenden en niet tot de behandelend ambtenaar. Dit
                    biedt bovendien een extra waarborg voor de onafhankelijke behandeling van een
                    verzoek om ambtelijke bijstand.</al><al>De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeel van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot
                    de normale uitoefening van zijn taak. Indien hij dit gedeelte van zijn taak niet
                    goed uitoefent behoudt het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop
                    aan te spreken.</al><al/><al>Artikel 4</al><al>Ook indien - naar de mening van het raadslid - op onvoldoende wijze aan zijn of
                    haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere instantie
                    worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn eigenstandige positie in
                    het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen instantie voor. </al><al/><al>Wel dient het betrokken raadslid via de griffier hierover eerst overleg te
                    voeren met de secretaris. </al><al/><al>Artikel 5</al><al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De hoogte
                    van het budget voor fractieondersteuning zal in de gemeentebegroting moeten
                    worden opgenomen en dus door de raad worden vastgesteld. De fractieondersteuning
                    bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste deel garandeert dat elke
                    fractie de kans krijgt zich op gelijkwaardig niveau te laten ondersteunen. Omdat
                    grote fracties meer lasten zullen hebben op facilitair gebied is het logisch dat
                    zij voor dergelijke kosten een hogere vergoeding krijgen. Bij de begroting van
                    2006 is besloten om de fractiebudgetten te halveren, de bedragen in artikel 5
                    zijn hierop aangepast.</al><al/><al>Artikel 6</al><al>De fracties wordt grotendeels de vrijheid gelaten wat betreft de inhoudelijke
                    besteding van de fractieondersteuning. Minimumvoorwaarde is wel dat de bijdrage
                    besteed wordt aan raadswerkzaamheden. Verder is een aantal doelen genoemd
                    waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden. Daarmee wordt onder andere
                    voorkomen dat met de bijdrage verkiezingscampagnes worden gefinancierd en dat
                    raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk (vastgelegd in het
                    rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, dat zijn grondslag vindt in de
                    artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet) aanvullen met de bijdrage voor
                    fractieondersteuning. Algemene opleidingen voor raads- en commissieleden die
                    meestal worden georganiseerd door de griffie(r) dienen bekostigd te worden uit
                    de gemeentelijke bedrijfsvoering en hoeven dientengevolge niet bekostigd te
                    worden uit de bijdrage voor fractieondersteuning. Deze cursussen worden veelal
                    verzorgd door politiek neutrale instituten. Politiek georiënteerde cursussen
                    zijn een aangelegenheid van de fracties en kunnen daarom bekostigd worden uit de
                    fractieondersteuning en eigen bijdragen van fractieleden.</al><al/><al>Omdat het bij uitstek om politieke ondersteuning gaat, kan deze inhoudelijk niet
                    te zeer gedetailleerd geregeld worden. Fractieondersteuning in de vorm van het
                    beschikbaar stellen van gemeenteambtenaren voor de fracties wordt niet wenselijk
                    geacht, aangezien het vaak politiek getinte ondersteuning betreft. Fracties
                    moeten daarom vrij zijn in de keuze van de personen die de fracties eventueel
                    ondersteunen. </al><al/><al>Artikel 7</al><al>In 2009 is besloten om het beheer van de fractiebudgetten te vereenvoudigen en
                    (in afwijking van het VNG model) in handen te geven van de griffier. De
                    administratieve belasting wordt hiermee voor de fracties zoveel mogelijk
                    beperkt.</al><al/><al>Artikel 8</al><al>Het spreekt vanzelf dat de bijdrage aangepast zal moeten worden aan veranderde
                    verhoudingen in de raad. De regeling heeft tot gevolg dat fracties die kleiner
                    worden (of geheel verdwijnen) nog over de gehele maand, waarin de nieuwe raad
                    voor het eerst vergadert, de bijdrage ontvangen. Voor fracties die groter worden
                    (of nieuwe fracties) gaat de bijdrage in op de eerste dag na de maand, waarin de
                    nieuwe raad voor het eerst vergadert. Dat betekent dat de totale bijdrage voor
                    fractieondersteuning in een verkiezingsjaar gelijk is aan andere jaren. </al><al/><al>Bij splitsing van een fractie zal de bijdrage, die op grond van artikel 5,
                    tweede lid, is vastgesteld, worden gesplitst voor de periode vanaf het moment
                    van splitsing van de fractie. Daarbij zullen reeds betaalde bedragen direct
                    verrekend moeten worden. </al><al/><al>Artikel 9</al><al>De reserve bestaat uit het overschot van voorgaande jaren. Dit bedrag zal niet
                    eindeloos mogen groeien. De reserve is dan ook aan een maximum gebonden. </al><al/><al>Ook met betrekking tot de reserve is het van belang dat goed wordt omgegaan met
                    de splitsing van een fractie. De regeling in het vijfde lid regelt dat de
                    reserve naar evenredigheid verdeeld wordt over de nieuw ontstane fracties.
                    Indien een splitsing kort na de verkiezingen plaatsvindt zou een conflict kunnen
                    ontstaan over de verdeling van de reserve. De regeling laat er echter geen
                    twijfel over dat ook in dat geval de reserve verdeeld moet worden. </al><al/><al>Artikel 10</al><al>Met de vereenvoudiging van het beheer van de fractiebudgetten hoeven de fracties
                    hun uitgaven niet meer middels een jaarlijks verslag te verantwoorden. Het door
                    de griffier opgestelde overzicht wordt in het presidium vastgesteld. </al><al>Artikel 11, 12 en 13</al><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>