<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR286403_7</dcterms:identifier><dcterms:title>Uitvoeringsregeling subsidie natuur- en landschapsbeheer Noord-Holland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Holland</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Holland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal blad, 2016, 32</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Uitvoeringsregeling subsidie natuur- en landschapsbeheer Noord-Holland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.1:CVDR114219_1">Algemene subsidieverordening Noord-Hollanld 2011, art. 2 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-02-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-03-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1.7, art. 1.10, art. 3.1.7, art. 3.1.8, Bijlage 7</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>585532-724364</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>natuur, landschapsbeheer, agrarisch</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>art. 1, onderdeel A werkt terug tot 7 november 2013</al><al>art. 1, onderdeel B werkt terug tot 1 januart 2014</al><al>art. 1, onderdeel E werkt terug tot 1 januari 2010.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Uitvoeringsregeling subsidie natuur- en landschapsbeheer Noord-Holland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Gedeputeerde Staten van Noord-Holland;</vet></al><al/><al><vet>Besluiten vast te stellen:</vet></al><al/><al><vet>Uitvoeringsregeling subsidie natuur- en landschapsbeheer
                            Noord-Holland</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>(begripsbepalingen)</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>agrarisch beheerpakket: in bijlage 3, onderdeel B.1, beschreven
                                    pakket, zoals nader beschreven in de Index Natuur en Landschap,
                                    alsmede in bijlage 3, onderdeel B.2, beschreven pakket zoals
                                    nader omschreven in dat onderdeel;</al></li><li nr="b."><al>agrarisch beheertype: in bijlage 3, onderdeel A, tweede kolom,
                                    opgenomen beschrijving van een groep agrarische beheerpakketten
                                    die eenzelfde doel hebben;</al></li><li nr="c."><al>agrarische natuurvereniging: rechtspersoon die zich krachtens
                                    haar statuten richt op de ondersteuning en stimulering van
                                    agrarisch natuurbeheer;</al></li><li nr="d."><al>begunstigde: potentiële subsidieontvanger;</al></li><li nr="e."><al>beheereenheid: aaneengesloten oppervlakte landbouwgrond waarop
                                    een agrarisch beheerpakket wordt of gaat worden uitgevoerd;</al></li><li nr="f."><al>beheerjaar: periode van 365 dagen, dan wel van 366 dagen indien
                                    binnen die periode de datum 29 februari valt;</al></li><li nr="g."><al>beheerpakket landschap: in bijlage 6, onderdeel B.1, tweede
                                    kolom, beschreven pakket zoals nader beschreven in de Index
                                    Natuur en Landschap, alsmede in bijlage 6, onderdeel B.2, tweede
                                    kolom beschreven pakket zoals nader beschreven in dat onderdeel,
                                    welke niet worden uitgevoerd op een natuurterrein;</al></li><li nr="h."><al>collectief agrarisch natuurbeheer: agrarisch natuurbeheer
                                    waarover op grond van artikel 2.1, vierde lid, in het
                                    natuurbeheerplan nadere voorschriften zijn opgenomen;</al></li><li nr="i."><al>collectief beheerplan: plan inzake de coördinatie en afstemming
                                    van collectief agrarisch natuurbeheer of collectief
                                    landschapsbeheer, opgesteld door een gebiedscoördinator;</al></li><li nr="j."><al>collectief landschapbeheer: landschapbeheer buiten
                                    natuurterreinen waarover op grond van artikel 2.1, vierde lid,
                                    in het natuurbeheerplan nadere voorschriften zijn
                                    opgenomen;</al></li><li nr="k."><al>gebiedscoördinator: rechtspersoon die collectief agrarisch
                                    natuurbeheer coördineert en beschikt over een geldig certificaat
                                    coördinatie agrarisch natuurbeheer, afgegeven overeenkomstig
                                    paragraaf 8.1;</al></li><li nr="l."><al>gecertificeerde begunstigde: begunstigde als bedoeld in de
                                    artikelen 3.1.3, eerste lid, of 5.1.2.1, eerste lid, die
                                    beschikt over een overeenkomstig paragraaf 8.1 afgegeven geldig
                                    certificaat natuurbeheer of certificaat samenwerkingsverband
                                    natuurbeheer;</al></li><li nr="m."><al>landbouwactiviteit: activiteit als bedoeld in artikel 2,
                                    onderdeel c, van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad van de
                                    Europese Unie van 19 januari 2009 tot vaststelling van
                                    gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake
                                    rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van
                                    het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van
                                    bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van
                                    Verordeningen (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr.
                                    378/2007 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1782/2003
                                    (PbEU L 30);</al></li><li nr="n."><al>landbouwer: natuurlijke persoon of rechtspersoon die, dan wel
                                    een samenwerkingsverband van natuurlijke personen of
                                    rechtspersonen dat, een landbouwactiviteit uitoefent;</al></li><li nr="o."><al>landbouwgrond: binnen de provincie gelegen stuk grond waarop een
                                    landbouwactiviteit wordt uitgevoerd, niet zijnde gronden als
                                    bedoeld in onderdeel t, andere gronden met als hoofdfunctie
                                    natuur of gronden als bedoeld in artikel 5a van de Beleidsregels
                                    Regeling GLB-inkomenssteun 2006 van de minister van Economische
                                    Zaken, Landbouw en Innovatie;</al></li><li nr="p."><al>landschapsbeheertype: in de eerste kolom van de onderdelen A.1
                                    en B.1 van bijlage 6 opgenomen soort landschap zoals nader
                                    beschreven in de Index Natuur en Landschap, alsmede in de eerste
                                    kolom van de onderdelen A.2 en B.2 van bijlage 6 opgenomen soort
                                    landschap zoals nader omschreven in die onderdelen;</al></li><li nr="q."><al>landschapselement: in bijlage 6, onderdeel A.1, tweede kolom
                                    beschreven element zoals nader beschreven in de Index Natuur en
                                    Landschap, alsmede in bijlage 6, onderdeel A.2, tweede kolom
                                    beschreven element zoals nader beschreven in dat onderdeel,
                                    welke in stand gehouden wordt op een natuurterrein;</al></li><li nr="r."><al>minister: de minister van Economische Zaken;</al></li><li nr="s."><al>monitoringsprogramma: een door gedeputeerde staten vastgesteld
                                    meerjarig programma waarin gedeputeerde staten beschrijven hoe
                                    in de informatievoorziening voor het natuurdomein wordt
                                    voorzien;</al></li><li nr="t."><al>natuurbeheerplan: plan als bedoeld in artikel 2.1;</al></li><li nr="u."><al>natuurbeheertype: in bijlage 1, tweede kolom, opgenomen soort
                                    natuur zoals nader beschreven in de Index Natuur en
                                    Landschap;</al></li><li nr="v."><al>natuurterrein: binnen de provincie gelegen grond met als
                                    hoofdfunctie natuur, die ingevolge artikel 2.1, tweede lid,
                                    onderdeel a, is begrensd, alsmede gronden waarvoor een subsidie
                                    functieverandering is verstrekt als bedoeld in de
                                    Uitvoeringsregeling subsidie kwaliteitsimpuls natuur en
                                    landschap Noord-Holland;</al></li><li nr="w"><al>peildatum: 15 mei;</al></li><li nr="x"><al>plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013: Nederlands
                                    plattelandsontwikkelingsprogramma als bedoeld in artikel 15 van
                                    Verordening (EG) nr. 1698/2005;</al></li><li nr="y"><al>probleemgebied: gebied met een natuurlijke handicap als bedoeld
                                    in artikel 36, onderdeel a, onder ii, van Verordening (EG) nr.
                                    1698/2005, dat als zodanig is aangemerkt in het
                                    plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013;</al></li><li nr="z."><al>probleemgebiedensubsidie: subsidie voor de uitoefening van
                                    landbouwactiviteiten op landbouwgrond in een
                                    probleemgebied;</al></li><li nr="aa"><al>recreatiepakket: in bijlage 2 beschreven pakket bestaande uit
                                    verplichtingen inzake het mogelijk maken van recreatief gebruik
                                    van natuurterreinen;</al></li><li nr="bb"><al>subsidie agrarisch natuurbeheer: subsidie voor het uitvoeren van
                                    een agrarisch beheerpakket op landbouwgrond;</al></li><li nr="cc."><al>subsidie landschapsbeheer: subsidie als bedoeld in artikel
                                    5.1.1.1, eerste lid; </al></li><li nr="dd."><al>subsidie natuurbeheer: subsidie voor het instandhouden van een
                                    op een natuurterrein aanwezig natuurbeheertype;</al></li><li nr="ee."><al>subsidie organisatiekosten: subsidie voor de organisatie van
                                    activiteiten die zijn gericht op de ondersteuning en stimulering
                                    van agrarisch natuurbeheer<vet>;</vet></al></li><li nr="ff."><al>Verordening (EG) nr. 1698/2005: Verordening (EG) nr. 1698/2005
                                    van de Raad van de Europese Unie van 20 september 2005 inzake
                                    steun voor plattelandsontwikkeling in het Europees Landbouwfonds
                                    voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PbEU L 277);</al></li><li nr="gg."><al>Verordening (EG) nr. 1974/2006: Verordening (EG) nr. 1974/2006
                                    van de Europese Commissie van 15 december 2006 tot vaststelling
                                    van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van
                                    de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het
                                    Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)
                                    (PbEU L 368);</al></li><li nr="hh."><al>Verordening (EG) nr. 1975/2006: Verordening (EG) nr. 1975/2006
                                    van de Europese Commissie van 7 december 2006 houdende
                                    uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de
                                    Raad met betrekking tot de toepassing van controleprocedures en
                                    van de randvoorwaarden in het kader van de steunmaatregelen voor
                                    plattelandsontwikkeling (PbEU L 368).</al></li><li nr="ii."><al>Verordening (EG) nr. 1122/2009: Verordening (EG) nr. 1122/2009
                                    van de Europese Commissie van 30 november 2009 tot vaststelling
                                    van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 73/2009
                                    van de Raad wat betreft de randvoorwaarden, de modulatie en het
                                    geïntegreerd beheers- en controlesysteem in het kader van de bij
                                    die verordening ingestelde regelingen inzake rechtstreekse
                                    steunverlening aan landbouwers en ter uitvoering van Verordening
                                    (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat betreft de randvoorwaarden in
                                    het kader van de steunregeling voor de wijnsector.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>(subsidieplafond en openstelling)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op grond van deze regeling kan uitsluitend subsidie worden verstrekt
                                als gedeputeerde staten de mogelijkheid tot het doen van een
                                aanvraag hebben opengesteld door vaststelling van een
                                subsidieplafond en van een openstellingsperiode voor de indiening
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen verschillende subsidieplafonds
                                vaststellen voor de verschillende subsidies, toeslagen,
                                natuurbeheertypen, agrarische beheertypen, landschapsbeheertypen,
                                agrarische beheerpakketten, beheerpakketten landschap, categorieën
                                van begunstigden of gebieden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het tweede lid stellen gedeputeerde staten in elk geval
                                een afzonderlijk subsidieplafond vast ten behoeve van aanvragen tot
                                verlening van:</al><lijst><li nr="a."><al>een subsidie agrarisch natuurbeheer in het kader van
                                        collectief agrarisch natuurbeheer, én</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>een subsidie landschapbeheer in het kader van collectief
                                        landschapbeheer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gedeputeerde staten maken uiterlijk zes weken voor aanvang van de
                                openstellingsperiode een besluit als bedoeld in dit artikel bekend
                                in het Provinciaal Blad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Kosten voor aanvragen als bedoeld in het eerste en tweede lid zijn
                                slechts subsidiabel indien zij zijn gemaakt nadat de aanvraag om
                                subsidie is ingediend</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor aanvragen als bedoeld in het eerste en tweede lid die zijn
                                ingediend na 30 juni 014 gelden de Richtsnoeren van de Europese Unie
                                voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in
                                plattelandsgebieden 2014-2020 (PbEU 2014/C 204/01).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>(rangschikking: volgorde van ontvangst)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten rangschikken aanvragen tot subsidieverlening die
                                in eenzelfde openstellingsperiode zijn ingediend per subsidieplafond
                                in volgorde van ontvangst, waarbij aanvragen met dezelfde
                                ontvangstdatum worden gerangschikt door loting voor zover op die
                                datum het subsidieplafond wordt overschreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Volgens de rangschikking, bedoeld in het eerste lid, komt de hoogst
                                gerangschikte aanvraag het eerst voor subsidie in aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een aanvraag naar het oordeel van gedeputeerde staten onvolledig
                                is, wordt de aanvraag voor de toepassing van het eerste lid geacht
                                te zijn ontvangen op de datum die wordt bepaald door de datum waarop
                                de onvolledige aanvraag is ingediend te vermeerderen met de periode,
                                gelegen tussen de dag dat de begunstigde op grond van artikel 4:5
                                van de Algemene wet bestuursrecht op de hoogte is gesteld van de
                                onvolledigheid van de aanvraag en de dag waarop gedeputeerde staten
                                de ontbrekende gegevens en bescheiden hebben ontvangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>(indiening aanvraag)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanvragen tot subsidieverlening, wijziging of intrekking van een
                                subsidieverlening, subsidievaststelling, ontheffing van
                                subsidieverplichtingen, voorschotverlening of goedkeuring worden
                                ingediend met gebruikmaking van een daartoe door of vanwege
                                gedeputeerde staten vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Door of namens gedeputeerde staten kan een aanvraagformulier worden
                                vastgesteld ten behoeve van aanvragen tot certificering als bedoeld
                                in artikel 8.1.1, eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere eisen stellen aan de elektronische indiening van een
                                        aanvraag als bedoeld in het eerste lid;</al></li><li nr="b."><al>nadere technische specificaties vaststellen waaraan de
                                        kaarten moeten voldoen die overeenkomstig de onderhavige
                                        verordening bij de aanvraag gevoegd dienen te worden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als een aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde, gaat de
                                aanvraag vergezeld van een bewijs van machtiging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>(beslistermijn)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten beslissen binnen tien weken op een aanvraag. De
                                beslissing kan éénmaal met ten hoogste tien weken worden
                                verdaagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid beslissen gedeputeerde staten:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen tien weken na afloop van een kalender-
                                        onderscheidenlijk beheerjaar op aanvragen als bedoeld in de
                                        artikelen 4.1.1.6, tweede lid, 4.1.2.4, 4.2.4, 5.1.3.3,
                                        tweede lid, en 7.3, waarbij de beslissing éénmaal met ten
                                        hoogste tien weken kan worden verdaagd;</al></li><li nr="b."><al>uiterlijk op 15 maart op aanvragen als bedoeld in artikel
                                        9.1;</al></li><li nr="c."><al>op aanvragen als bedoeld in artikel 8.1.1 binnen tien weken,
                                        volgend op de dag waarop de begunstigde voldoet aan de
                                        voorwaarden, bedoeld in artikel 8.1.3, waarbij de beslissing
                                        éénmaal met ten hoogste tien weken kan worden verdaagd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>(bewaren subsidiedocumenten)</titel></kop><al>Een ontvanger van een subsidie bewaart alle documenten inzake een door
                            hem op grond van deze verordening verstrekte subsidie gedurende een
                            periode van ten minste vijf jaar nadat de betreffende subsidie geheel is
                            vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>(minimale hoogte subsidie)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Geen subsidie wordt toegekend als het voorschot dat op grond van de
                                betreffende aanvraag over het eerste kalender- onderscheidenlijk
                                beheerjaar zou kunnen worden verstrekt minder dan € 200,-
                                bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een probleemgebiedensubsidie wordt niet verstrekt indien het bedrag
                                dat op grond van de betreffende aanvraag zou kunnen worden verstrekt
                                minder dan € 200,- bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen subsidie wordt verstrekt als de aanvraag over de gehele
                                looptijd van de subsidieperiode een subsidie van minder dan €
                                5.000,- betreft.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het derde lid is niet van toepassing indien:</al><lijst><li nr="a."><al> de ontvanger van de subsidie natuur- en landschapsbeheer
                                        verzocht heeft de verleende subsidie te beëindigen om de
                                        gesubsidieerde beheersactiviteit voort te zetten via een
                                        agrarisch collectief, welk beheer gesubsidieerd wordt op
                                        grond van de Uitvoeringsregeling natuur- en landschapsbeheer
                                        Noord-Holland 2016-2021 (SVNL 2016-2021);</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>aan de ontvanger van de subsidie natuur- en landschapsbeheer
                                        verzocht is de gesubsidieerde activiteit met ingang van 2016
                                        zodanig in omvang terug te brengen dat de subsidie daardoor
                                        minder dan € 5.000,- is. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>(uitsluitingen begunstigden)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidie ingevolge deze verordening wordt niet verstrekt
                                aan:</al><lijst><li nr="a."><al>publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van
                                        Staatsbosbeheer; </al></li><li nr="b."><al>rechtspersonen die waterwinning als doelstelling
                                        hebben;</al></li><li nr="c."><al>privaatrechtelijke rechtspersonen die kennelijk zijn
                                        opgericht ten behoeve van het beheer van grond of water,
                                        waarvan de eigendom geheel of gedeeltelijk berust bij de
                                        rechtspersonen, bedoeld in de onderdelen a en b;</al></li><li nr="d."><al>begunstigden ter voldoening aan verplichtingen die op grond
                                        van enig ander wettelijk voorschrift zijn
                                        voorgeschreven,</al></li><li nr="e."><al>begunstigden die zijn aan te merken als een bedrijf in
                                        moeilijkheden als bedoeld in de Communautaire richtsnoeren
                                        inzake staatssteun voor reddings-en herstructureringssteun
                                        aan ondernemingen in moeilijkheden (PbEU 2004/C 244/02</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidie natuurbeheer ingevolge deze verordening wordt niet
                                verstrekt aan begunstigden die het natuurterrein, anders dan als
                                gevolg van een inrichtingsplan als bedoeld in de Wet inrichting
                                landelijk gebied, hebben verkregen van een gemeente, een
                                samenwerkingsverband als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke
                                regelingen waaraan in meerderheid gemeenten deelnemen, het
                                Rijksvastgoed- en ontwikkelbedrijf van het ministerie van Financiën,
                                een waterschap of een waterleidingsmaatschappij.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste en tweede lid, en behoudens het bepaalde
                                in het vierde en vijfde lid, kan een subsidie natuurbeheer ingevolge
                                deze verordening worden verstrekt aan gemeenten,
                                samenwerkingsverbanden als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke
                                regelingen waaraan in meerderheid gemeenten deelnemen, of
                                begunstigden als bedoeld in het tweede lid, voor zover dit in
                                overeenstemming is met de kaart, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid,
                                en de toepasselijke bepalingen van de onderhavige verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gemeenten en samenwerkingsverbanden als bedoeld in de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen waaraan in meerderheid gemeenten
                                deelnemen komen slechts in aanmerking voor een subsidie natuurbeheer
                                voor zover dezen voor het natuurterrein waarvoor subsidie wordt
                                aangevraagd:</al><lijst><li nr="a."><al>subsidie ontvangen op basis van de Subsidieregeling
                                        natuurbeheer 2000 van de minister of de Subsidieregeling
                                        natuurbeheer Noord-Holland, waarbij</al></li><li nr="b."><al>de periode waarvoor de in onderdeel a bedoelde subsidie
                                        wordt verstrekt op of na 31 december 2010 eindigt, én</al></li><li nr="c."><al>de subsidie natuurbeheer die op grond van de onderhavige
                                        verordening kan worden verstrekt niet later ingaat dan 1
                                        januari van het kalenderjaar, volgend op het jaar waarin de
                                        in onderdeel a bedoelde subsidie eindigt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een subsidie natuurbeheer die aan begunstigden als bedoeld in het
                                vierde lid wordt verstrekt kan niet vermeerderd worden met de in
                                artikel 3.1.1, tweede lid, bedoelde vergoeding voor de
                                instandhouding van het recreatiepakket.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.9</nr><titel>(anti-cumulatie)</titel></kop><al>Als voor de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd subsidie is
                            verstrekt door gedeputeerde staten op grond van een andere regeling of
                            door andere overheden, waardoor het totaal aan subsidie voor de
                            betreffende activiteit meer bedraagt dan:</al><lijst><li nr="a."><al>de werkelijke kosten die de activiteiten met zich brengen; </al></li><li nr="b."><al>de maximale vergoeding die op grond van Europese voorschriften
                                    mag worden gegeven, of </al></li><li nr="c."><al>de maximale vergoeding die op grond van het
                                    plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 mag worden gegeven,
                                    wordt de subsidie op grond van deze verordening zoveel lager
                                    verstrekt als noodzakelijk is om betaling boven de werkelijke
                                    kosten dan wel de hiervoor bedoelde maxima te voorkomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.10</nr><titel>(communautaire richtsnoeren en staatssteun)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies als bedoeld in:</al><lijst><li nr="a."><al>hoofdstuk 3, voor zover de subsidie wordt verstrekt voor de
                                        instandhouding van één of meerder natuurbeheertypen met de
                                        aanduidingen N14.01 tot en met N17.04, als bedoeld in
                                        bijlage 1, tweede kolom;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>paragraaf 4.1, voor zover de subsidie wordt verstrekt voor
                                        de uitvoering van één of meerdere agrarische beheerpakketten
                                        als bedoeld in bijlage 3, onderdeel B.2, en</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>hoofdstuk 6, worden slechts verstrekt voor zover die
                                        verstrekking geschiedt in overeenstemming met de beschikking
                                        van de Europese Commissie van 31 januari 2011 met kenmerk
                                        C(2011)581.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidies als bedoeld in:</al><lijst><li nr="a."><al>hoofdstuk 3, voor zover de subsidie wordt verstrekt voor de
                                        instandhouding van één of meer natuurbeheertypen met de
                                        aanduidingen N01.01 tot en met N13.02, als bedoeld in
                                        bijlage 1, tweede kolom, en</al></li><li nr="b."><al>afdeling 5.1.2, worden slechts verstrekt voor zover die
                                        verstrekking geschiedt in overeenstemming met de beschikking
                                        van de Europese Commissie van 20 april 2011 met kenmerk
                                        C(2011)2631.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanvragen voor subsidies als bedoeld in het eerste lid kunnen niet
                                worden ingediend na 31 oktober 2017.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aanvragen voor subsidies als bedoeld in het tweede lid kunnen niet
                                worden ingediend na 31 oktober 2017.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Kosten voor aanvragen als bedoeld in het eerste en tweede lid zijn
                                subsidiabel voor zover zij zijn gemaakt nadat de aanvraag om
                                subsidie is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Voor aanvragen als bedoeld in het eerste en tweede lid die zijn
                                ingediend na 30 juni 2014 gelden de Richtsnoeren van de Europese
                                Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in
                                plattelandsgebieden 2014-2020 (PbEU 2014/C 204/01).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.11</nr><titel>(toepassing slotenmarge)</titel></kop><lijst><li nr=""><al>vervallen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Natuurbeheerplan</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>(natuurbeheerplan)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten stellen een natuurbeheerplan vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als onderdeel van het natuurbeheerplan stellen gedeputeerde staten
                                in elk geval een elektronische kaart met een topografische
                                ondergrond vast, waarop is aangeduid:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welke natuurterreinen een subsidie natuurbeheer kan
                                        worden verstrekt en welk natuurbeheertype op deze
                                        natuurterreinen in stand kan worden gehouden;</al></li><li nr="b."><al>voor welke landbouwgronden een subsidie agrarisch
                                        natuurbeheer kan worden verstrekt en tot welke agrarische
                                        beheertypen het op die landbouwgrond uit te voeren
                                        agrarische beheerpakket dient te behoren;</al></li><li nr="c."><al>voor welke landschapsbeheertypen, landschapselementen of
                                        beheerpakketten landschap op welke locatie een subsidie
                                        landschapsbeheer kan worden verstrekt, met dien verstande
                                        dat ten aanzien van beheerpakketten landschap ook gebieden
                                        aangeduid kunnen worden waarbinnen een subsidie
                                        landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1., eerste
                                        lid, onderdeel b, kan worden verstrekt;</al></li><li nr="d."><al>voor welke landbouwgronden een probleemgebiedensubsidie kan
                                        worden verstrekt;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het natuurbeheerplan kan tevens worden bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welke natuurterreinen, aangewezen overeenkomstig het
                                        tweede lid, onderdeel a, subsidieontvangers om de in artikel
                                        3.1.6, derde lid, onderdeel a, genoemde reden zijn
                                        vrijgesteld van de verplichting, bedoeld in artikel 3.1.6,
                                        eerste lid, onderdeel e;</al></li><li nr="b."><al>voor welke natuurterreinen de toeslagen, bedoeld in artikel
                                        3.1.8, kunnen worden verstrekt; </al></li><li nr="c."><al>voor welke landbouwgronden of andere gronden met het oog op
                                        natuurontwikkeling verwerving als bedoeld in paragraaf 2.3
                                        van de Regeling inrichting landelijk gebied van de
                                        minister:</al><lijst><li nr="i."><al>uitsluitend wordt nagestreefd ten behoeve van
                                                Staatsbosbeheer of instellingen als bedoeld in
                                                artikel 3, eerste lid, van de Regeling subsidies
                                                particuliere terreinbeherende
                                                natuurbeschermingsorganisaties van de minister,
                                                zoals dat artikel tot 1 januari 2008 luidde;</al></li><li nr="ii."><al>uitsluitend of mede wordt nagestreefd ten behoeve
                                                van anderen dan de instellingen of organisaties,
                                                bedoeld onder i.</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>voor welke landbouwgronden een probleemgebiedensubsidie als
                                        bedoeld in artikel 4.2.10 kan worden verstrekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het natuurbeheerplan kan in het kader van collectief agrarisch
                                natuurbeheer of collectief landschapsbeheer tevens worden
                                bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>dat voor het uitvoeren van één of meerdere agrarische
                                        beheerpakketten of beheerpaketten landschap binnen een in
                                        het natuurbeheerplan begrensd gebied alleen subsidie kan
                                        worden verstrekt als binnen dat gebied voor ten minste een
                                        bepaald aantal hectares subsidie voor die agrarische
                                        beheerpakketten of beheerpaketten landschap wordt
                                        verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>welke agrarische beheerpakketten of beheerpaketten landschap
                                        binnen het op grond van onderdeel a vastgestelde gebied
                                        moeten voorkomen en in welke verhouding die verschillende
                                        agrarische beheerpakketten of beheerpaketten landschap
                                        aanwezig moeten zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In gebieden die door gedeputeerde staten op basis van het vierde lid
                                zijn begrensd kunnen geen aanvragen worden ingediend voor het
                                uitvoeren van de overeenkomstig dat lid aangewezen agrarische
                                beheerpakketten of beheerpaketten landschap voor zover deze niet
                                zijn opgenomen in de aanvraag, bedoeld in artikel 9.1.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Natuurbeheer</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.1</nr><label>Algemene bepalingen inzake subsidie natuurbeheer</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.1</nr><titel>(grondslag subsidie)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag een subsidie natuurbeheer
                                    verstrekken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen een subsidie natuurbeheer verhogen
                                    met een vergoeding voor de instandhouding van het
                                    recreatiepakket op een natuurterrein.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.2</nr><titel>(duur subsidie)</titel></kop><al>Een subsidie natuurbeheer wordt verstrekt voor een periode van zes
                                aaneengesloten kalenderjaren, of zoveel langer als op grond van
                                artikel 12.4 vereist is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.3</nr><titel>(begunstigden)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidie natuurbeheer kan worden verstrekt aan:</al><lijst><li nr="a."><al>een natuurlijke persoon of rechtspersoon die bij aanvang
                                            van de periode waarvoor subsidie wordt verstrekt
                                            zeggenschap heeft over het te voeren beheer van het
                                            natuurterrein waarvoor subsidie wordt aangevraagd,
                                            krachtens: </al><lijst><li nr="i."><al>eigendom;</al></li><li nr="ii."><al>erfpacht;</al></li><li nr="iii."><al>recht van beklemming;</al></li><li nr="iv."><al>artikel 45 van de Wet inrichting landelijk
                                                  gebied, of </al></li><li nr="v."><al>een plan van tijdelijk gebruik als bedoeld in
                                                  artikel 189 van de Landinrichtingswet zoals die
                                                  wet tot 1 januari 2007 gold, en voorts gedurende
                                                  de zes aaneengesloten kalenderjaren waarvoor de
                                                  subsidie wordt verleend ten minste op de peildatum
                                                  van ieder kalenderjaar die zeggenschap heeft;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> rechtspersoonlijkheid bezittende samenwerkingsverbanden
                                            van natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld
                                            in onderdeel a.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een in het eerste lid, onderdeel a, onder i. tot en met v.
                                    bedoelde titel is belast met of is afgeleid van een ander recht,
                                    kan slechts subsidie worden verstrekt voor zover dat andere
                                    recht geen afbreuk doet aan de zeggenschap over het te voeren
                                    beheer van het natuurterrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, en behoudens het
                                    bepaalde in artikel 3.2.3, vierde lid, kan aan Staatsbosbeheer
                                    een subsidie natuurbeheer worden verstrekt voor natuurterreinen
                                    waarvan zij nog geen eigenaar of erfpachter is, indien dit
                                    natuurterrein op het moment van aanvragen in Rijksbezit is én
                                    Staatsbosbeheer dit natuurterrein vóór 15 augustus 2009 reeds
                                    feitelijk in beheer had.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als een in het eerste lid bedoelde begunstigde een aanvraag doet
                                    voor een oppervlakte van 75 hectare of meer, kan slechts een
                                    subsidie natuurbeheer worden verstrekt voor zover de begunstigde
                                    een gecertificeerde begunstigde is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de bepaling of sprake is van een aanvraag voor een
                                    oppervlakte van 75 hectare of meer als bedoeld in het vierde
                                    lid, worden alle aanvragen voor een subsidie natuurbeheer en
                                    subsidie landschapbeheer van de begunstigde binnen 1
                                    openstellingsperiode bij elkaar opgeteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.4</nr><titel>(aanvraag subsidie)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag tot verlening van een subsidie natuurbeheer gaat
                                    vergezeld van één of meerdere kaarten met een topografische
                                    ondergrond, waarop per natuurbeheertype:</al><lijst><li nr="a."><al>de grenzen van de natuurterreinen waarvoor subsidie
                                            wordt aangevraagd zijn aangegeven, én</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> die natuurterreinen zijn genummerd, waarbij met één
                                            nummer één aaneengesloten natuurterrein wordt
                                            aangeduid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een aanvraag tot verlening van een subsidie natuurbeheer
                                    tevens een aanvraag tot subsidieverlening ten behoeve van de
                                    uitvoering van het recreatiepakket omvat, en de begrenzing van
                                    het natuurterrein waarop dat pakket wordt uitgevoerd afwijkt van
                                    de begrenzing van het natuurterrein waarvoor ingevolge het
                                    eerste lid subsidie wordt aangevraagd, zijn op de in het eerste
                                    lid bedoelde kaart tevens deze afwijkende grenzen
                                    aangegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.5</nr><titel>(voorwaarden voor deelname)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidie natuurbeheer kan worden verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>als het natuurbeheerplan, zoals dat zes weken voor de
                                            openstelling van de betreffende subsidie gold, voorziet
                                            in de verstrekking van de betreffende subsidie voor het
                                            betreffende natuurterrein;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>voor zover de begunstigde in het jaar voorafgaande aan
                                            de aanvraag tot subsidieverlening niet met opzet:</al><lijst><li nr="i."><al>een onjuiste aanvraag op grond van de
                                                  onderhavige verordening heeft ingediend ter
                                                  verkrijging van een subsidie natuurbeheer of een
                                                  subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel
                                                  5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a;</al></li><li nr="ii."><al>een onjuiste aanvraag heeft ingediend ter
                                                  verkrijging van een subsidie op grond van de
                                                  Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Holland of de
                                                  equivalente Subsidieregeling natuurbeheer van een
                                                  andere provincie, óf</al></li><li nr="iii."><al>de subsidieverplichtingen heeft geschonden die
                                                  zijn verbonden aan de onder i. en ii. bedoelde
                                                  subsidies, én</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>voor zover het in stand te houden natuurbeheertype een
                                            aaneengesloten oppervlakte van ten minste 0,01 ha
                                            betreft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidie natuurbeheer wordt niet verstrekt voor een op een
                                    natuurterrein aanwezig natuurbeheertype als ten aanzien van dat
                                    natuurterrein nog verplichtingen van toepassing zijn op grond
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>de Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Holland;</al></li><li nr="b."><al>de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de
                                            minister;</al></li><li nr="c."><al>de Regeling stimulering bosuitbreiding op
                                            landbouwgronden, of</al></li><li nr="d."><al>de Beschikking ter zake van het uit productie nemen van
                                            bouwland.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.6</nr><titel>(subsidieverplichtingen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ontvanger van een subsidie natuurbeheer:</al><lijst><li nr="a."><al>draagt er zorg voor dat alle beheeractiviteiten worden
                                            verricht die noodzakelijk zijn voor de instandhouding
                                            van het op het natuurterrein aanwezige natuurbeheertype,
                                            en dat geen handelingen worden verricht of gedoogd die
                                            afbreuk doen aan de instandhouding daarvan; </al></li><li nr="b."><al>draagt er zorg voor dat, voorzover voor het
                                            natuurterrein of deel daarvan subsidie wordt verstrekt
                                            voor de uitvoering van het recreatiepakket, wordt
                                            voldaan aan bijlage 2;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>draagt er zorg voor dat, voor zover de toeslag, bedoeld
                                            in artikel 3.1.8, tweede lid, onderdeel b, wordt
                                            verstrekt, wordt voldaan aan bijlage 7, onderdeel
                                            A;</al></li><li nr="d."><al>draagt er zorg voor dat door of vanwege gedeputeerde
                                            staten monitoringswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd
                                            op het natuurterrein waarvoor subsidie wordt verstrekt,
                                            tenzij de subsidieontvanger een vergoeding ontvangt als
                                            bedoeld in artikel 3.2.1;</al></li><li nr="e."><al>draagt er zorg voor dat het natuurterrein ten minste 358
                                            dagen per jaar kosteloos wordt opengesteld en
                                            toegankelijk blijft; </al></li><li nr="f."><al>draagt er zorg voor dat op verzoek van gedeputeerde
                                            staten inzage wordt gegeven in het uitgevoerde dan wel
                                            uit te voeren beheer ten behoeve van de instandhouding
                                            van het op het natuurterrein aanwezige
                                            natuurbeheertype;</al></li><li nr="g."><al>meldt aan gedeputeerde staten de omstandigheden als
                                            gevolg waarvan hij redelijkerwijs niet kan voldoen aan
                                            één of meerdere subsidieverplichtingen, en doet dit
                                            binnen tien werkdagen nadat hij redelijkerwijs op de
                                            hoogte kan zijn van die omstandigheden;</al></li><li nr="h."><al>meldt aan gedeputeerde staten de datum waarop weer aan
                                            de subsidieverplichtingen kan worden voldaan, en doet
                                            dit binnen tien werkdagen na de betreffende datum,
                                            én</al></li><li nr="i."><al>draagt er zorg voor dat een toezichthouder als bedoeld
                                            in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht niet
                                            wordt verhinderd toezicht te houden op de naleving van
                                            de subsidieverplichtingen.</al></li><li nr="j."><al>plaatst het logo of de naam van de provincie op alle
                                            publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de
                                            gesubsidieerde activiteit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 3.1.3, eerste
                                    lid, onderdeel b, dat het beheer laat uitvoeren door één of
                                    meerdere natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in
                                    artikel 3.1.3, eerste lid, onderdeel a, komt gedurende de zes
                                    kalenderjaren met elk van deze natuurlijke personen of
                                    rechtspersonen, voor zover deze op de peildatum van één of
                                    meerdere van die kalenderjaren de zeggenschap hebben over het
                                    beheer, schriftelijk overeen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurlijke persoon of rechtspersoon de
                                            verplichtingen naleeft als bedoeld in het eerste lid,
                                            onderdelen a tot en met f en i;</al></li><li nr="b."><al>de subsidieontvanger aan de natuurlijke persoon of
                                            rechtspersoon een vergoeding betaalt voor de door hem of
                                            haar nageleefde verplichtingen als bedoeld in het eerste
                                            lid, onderdelen a tot en met c en e;</al></li><li nr="c."><al>de natuurlijke persoon of rechtspersoon garant staat
                                            voor het terugbetalen van de in onderdeel b bedoelde
                                            vergoeding, als gedeputeerde staten de subsidie lager
                                            vaststellen of geheel of gedeeltelijk wijzigen dan wel
                                            intrekken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als:</al><lijst><li nr="a."><al>gehele of gedeeltelijke sluiting van het natuurterrein
                                            noodzakelijk is ter voldoening aan de bij of krachtens
                                            de Flora- en faunawet gestelde regels voor
                                            soortenbescherming of de krachtens de artikelen 10, 10a,
                                            19, 19a en 21 van de Natuurbeschermingswet 1998 voor
                                            beschermde natuurmonumenten of Natura-2000-gebieden
                                            vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen en
                                            toegangsbeperkingen;</al></li><li nr="b."><al>het natuurterrein door buiten de macht van de
                                            subsidieontvanger gelegen oorzaken blijvend geheel of
                                            gedeeltelijk niet bereikbaar of naar zijn aard niet
                                            begaanbaar is, óf</al></li><li nr="c."><al>sluiting van ten hoogste één hectare van het
                                            natuurterrein wenselijk is vanwege de bescherming van de
                                            persoonlijke levenssfeer, dan is de ontvanger van een
                                            subsidie natuurbeheer voor dat betreffende gedeelte van
                                            het natuurterrein vrijgesteld van de verplichting,
                                            bedoeld in het eerste lid, onderdeel e.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een ontvanger van een subsidie natuurbeheer, niet zijnde een
                                    subsidieontvanger die tevens gecertificeerde begunstigde is,
                                    stelt gedeputeerde staten binnen tien werkdagen na een sluiting
                                    op grond van het derde lid daarvan op de hoogte. Deze
                                    verplichting geldt niet voor zover het een natuurterrein betreft
                                    dat in het natuurbeheerplan is aangewezen overeenkomstig artikel
                                    2.1, derde lid, onderdeel a.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een ontvanger van een subsidie natuurbeheer kan een aanvraag
                                    indienen tot ontheffing van de verplichting, bedoeld in het
                                    eerste lid, onderdeel e, als hij daarvan om andere redenen dan
                                    genoemd in het derde lid wenst te worden ontheven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een melding als bedoeld in het vierde lid en een aanvraag als
                                    bedoeld in het vijfde lid gaat vergezeld van een kaart met een
                                    topografische ondergrond waarop het niet-opengestelde deel van
                                    het natuurterrein is aangegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.7</nr><titel>(hoogte subsidie)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidie natuurbeheer bestaat uit de som van zes
                                    jaarvergoedingen, elk behorend bij één van de zes kalenderjaren
                                    waarvoor de subsidie wordt verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een jaarvergoeding is het product van het tarief zoals dat voor
                                    het eerste kalenderjaar van de in artikel 3.1.2 bedoelde periode
                                    op grond van artikel 3.1.8, eerste lid, onderdeel a, voor het
                                    desbetreffende natuurbeheertype is vastgesteld, en het aantal
                                    hectares waarvoor voor dat betreffende natuurbeheertype subsidie
                                    wordt verstrekt, eventueel vermeerderd met:</al><lijst><li nr="a."><al>het product van het tarief zoals dat voor het eerste
                                            kalenderjaar van de in artikel 3.1.2 bedoelde periode op
                                            grond van artikel 3.1.8, eerste lid, onderdeel b, voor
                                            het recreatiepakket is vastgesteld, en het aantal
                                            hectares waarop dat pakket wordt uitgevoerd; </al></li><li nr="b."><al>het product van het tarief, bedoeld in artikel 3.1.8,
                                            eerste lid, onderdeel c, en het aantal hectares waarop
                                            in het kader van de subsidie natuurbeheer
                                            monitoringswerkzaamheden worden uitgevoerd, én</al></li><li nr="c."><al>het product van het tarief, bedoeld in artikel 3.1.8,
                                            eerste lid, onderdeel d, en het aantal hectares waarvoor
                                            de toeslagen, bedoeld in artikel 3.1.8, tweede lid,
                                            onderdelen a en b, worden verstrekt;</al></li><li nr="d."><al>een opslag voor loon- en prijsontwikkeling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na afloop van elk van de eerste vijf kalenderjaren:</al><lijst><li nr="a."><al>beslissen gedeputeerde staten binnen tien weken
                                            ambtshalve omtrent de hoogte van de jaarvergoeding die
                                            bij het betreffende kalenderjaar behoort, waarbij die
                                            beslissing éénmaal met ten hoogste tien weken verdaagd
                                            kan worden, én</al></li><li nr="b."><al>keren zij de aldus bepaalde jaarvergoeding, binnen zes
                                            weken nadat de in onderdeel a bedoelde beslissing op de
                                            voorgeschreven wijze bekend is gemaakt, als voorschot
                                            uit aan:</al><lijst><li nr="i."><al>de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op
                                                  de peildatum van het kalenderjaar waarop de
                                                  jaarvergoeding betrekking heeft, beschikt over een
                                                  in artikel 3.1.3, eerste lid, onder i. tot en met
                                                  v. bedoelde titel, een en ander gelezen in
                                                  samenhang met de artikelen 3.1.3, tweede lid, en
                                                  7.3, eerste lid, óf</al></li><li nr="ii."><al>het in artikel 3.1.3, eerste lid, onderdeel b,
                                                  bedoelde samenwerkingsverband, indien de aanvraag
                                                  tot subsidieverlening door dat
                                                  samenwerkingsverband is ingediend.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In bijzondere gevallen kan na afloop van elk kwartaal een
                                    voorschot worden uitbetaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.8</nr><titel>(hoogte tarief per kalenderjaar)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten stellen jaarlijks voor het komende
                                    kalenderjaar de te verlenen subsidies natuurbeheer vast:</al><lijst><li nr="a."><al>de tarieven voor de verschillende natuurbeheertypen,
                                            uitgedrukt in een bedrag per hectare;</al></li><li nr="b."><al>het tarief voor het recreatiepakket, uitgedrukt in een
                                            bedrag per hectare;</al></li><li nr="c."><al>de tarieven voor de monitoring van de kwaliteit van de
                                            verschillende natuurbeheertypen, zoals bedoeld in
                                            artikel 3.2.1, uitgedrukt in een bedrag per hectare, én
                                        </al></li><li nr="d."><al>de tarieven voor de toeslagen, bedoeld in het tweede
                                            lid, onderdelen a en b, uitgedrukt in een bedrag per
                                            hectare , waarbij gedeputeerde staten al naar gelang het
                                            op het betreffende natuurterrein in stand gehouden
                                            natuurbeheertype verschillende tarieven kunnen
                                            vaststellen voor de toeslag, bedoeld in het tweede lid,
                                            onderdeel b.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen een subsidie natuurbeheer met ingang
                                    van elk kalenderjaar van de in artikel 3.1.2 bedoelde
                                    periode:</al><lijst><li nr="a."><al>verhogen met een toeslag voor de instandhouding van een
                                            natuurbeheertype op een natuurterrein dat enkel varend
                                            kan worden bereikt, voor zover dat qua schaalgrootte,
                                            bedrijfsvoering en intensiteit van het beheer
                                            noodzakelijk is;</al></li><li nr="b."><al>op aanvraag en voor de resterende duur van die periode
                                            verhogen met een toeslag als ten behoeve van de
                                            instandhouding van een op een natuurterrein aanwezig
                                            natuurbeheertype gebruik wordt gemaakt van
                                            schaapskuddes.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toeslagen, bedoeld in het tweede lid, kunnen slechts worden
                                    verstrekt voor zover gedeputeerde staten dit overeenkomstig
                                    artikel 2.1, derde lid, onderdeel b, in het natuurbeheerplan
                                    hebben bepaald;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De subsidie natuurbeheer wordt voor het betreffende kalenderjaar
                                    niet verhoogd met de toeslag, bedoeld in het tweede lid,
                                    onderdeel a, indien voor dat kalenderjaar voor het betreffende
                                    natuurterrein een vaarvergoeding als bedoeld in artikel 38f van
                                    de Regeling GLB-inkomststeun 2006 van de minister wordt
                                    verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk
                                    zes weken voorafgaande aan de openstellingsperiode mededeling
                                    gedaan door plaatsing in het Provinciaal Blad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.9</nr><titel>(beschikking tot subsidieverlening)</titel></kop><al>Een beschikking tot verlening van een subsidie natuurbeheer vermeldt
                                in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het natuurbeheertype waarvoor subsidie wordt verleend;</al></li><li nr="b."><al>de hoogte van de subsidie;</al></li><li nr="c."><al>dat gedeputeerde staten gedurende de periode waarvoor de
                                        subsidie wordt verstrekt een nadere uitwerking kunnen geven
                                        van de in artikel 3.1.6, eerste lid, onderdeel a, bedoelde
                                        beheeractiviteiten die noodzakelijk zijn voor de
                                        instandhouding van het natuurbeheertype, en in voorkomend
                                        geval</al></li><li nr="d."><al>of een toeslag wordt verstrekt als bedoeld in artikel 3.1.8,
                                        tweede lid, onderdelen a en b.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.10</nr><titel>(ambtshalve vaststellen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten stellen binnen tien weken na afloop van de
                                    zes aaneengesloten kalenderjaren waarvoor de subsidie
                                    natuurbeheer is verstrekt, die subsidie ambtshalve vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vaststelling, bedoeld in het eerste lid, kan éénmaal met ten
                                    hoogste tien weken worden verdaagd.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.2</nr><titel>Bijzondere bepalingen inzake subsidie natuurbeheer aan
                                gecertificeerde begunstigden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.1</nr><titel>(grondslag subsidie)</titel></kop><al>Gedeputeerde staten kunnen een subsidie natuurbeheer voor een
                                gecertificeerde begunstigde verhogen met een vergoeding voor de
                                monitoring van de kwaliteit van het op een natuurterrein aanwezige
                                natuurbeheertype.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.2</nr><titel>(aanvraag subsidie)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 3.1.4, het eerste en tweede lid gaat
                                    een aanvraag tot verlening van een subsidie natuurbeheer van een
                                    gecertificeerde begunstigde vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al> een lijst van oppervlaktes per natuurbeheertype
                                            waarvoor de subsidie wordt aangevraaagd;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> de totale oppervlakte waarvoor de gecertificeerde
                                            begunstigde een vergoeding wil ontvangen voor de
                                            uitvoering van het recreatiepakket;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al> een lijst van oppervlaktes per natuurbeheertype
                                            waarvoor de gecertificeerde begunstigde een vergoeding
                                            wil ontvangen voor het verrichten van activiteiten op
                                            het gebied van monitoring van de kwaliteit van het op
                                            dat natuurterrein aanwezige natuurbeheertype, én</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al> één of meerdere elektronische kaarten met een
                                            topografische ondergrond, met daarop de buitengrenzen
                                            van de natuurterreinen waarvoor in het kader van de
                                            subsidie natuurbeheer een vergoeding wordt aangevraagd
                                            ten behoeve van:</al><al>i. de instandhouding van één of meerdere
                                            natuurbeheertypen, én</al><al>ii. het uitvoeren van het recreatiepakke.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De oppervlaktes, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c,
                                    kunnen niet groter zijn dan de som van de oppervlaktes, bedoeld
                                    in het eerste lid, onderdeel a.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.3</nr><titel>(subsidieverplichtingen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger die tevens gecertificeerde begunstigde is,
                                    draagt er zorg voor dat, voor zover subsidie wordt verstrekt
                                    voor de monitoring van de kwaliteit van een op een natuurterrein
                                    aanwezig natuurbeheertype, deze monitoring wordt verricht
                                    overeenkomstig het door gedeputeerde staten vastgestelde
                                    monitoringsprogramma.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 3.1.6, eerste lid, onderdelen g en h
                                    kan een subsidieontvanger die tevens gecertificeerde begunstigde
                                    is, éénmaal per kalenderjaar maar uiterlijk op 31 oktober bij
                                    gedeputeerde staten melden ten aanzien van welke natuurterreinen
                                    en landschapselementen niet voldaan wordt aan één of meerdere
                                    subsidieverplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervallen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien aan Staatsbosbeheer subsidie wordt verleend op grond van
                                    artikel 3.1.3, derde lid, heeft Staatsbosbeheer de verplichting
                                    dit natuurterrein alsnog in eigendom te verwerven of in erfpacht
                                    te verkrijgen voor 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een subsidie wordt verstrekt door toepassing van artikel
                                    12.5, eerste lid, heeft de subsidieontvanger de verplichting
                                    voor 1 januari 2015 alsnog het certificaat natuurbeheer te
                                    verkrijgen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.4</nr><titel>(hoogte subsidie)</titel></kop><al>Als de in artikel 3.2.1 bedoelde vergoeding voor monitoring van de
                                kwaliteit van een op een natuurterrein aanwezig natuurbeheertype
                                wordt verstrekt, wordt de jaarvergoeding als bedoeld in artikel
                                3.1.7, tweede lid, vermeerderd met het product van het tarief zoals
                                dat voor het betreffende beheerjaar op grond van artikel 3.1.8,
                                eerste lid, onderdeel c is vastgesteld, en het aantal hectares
                                waarop in het kader van de subsidie natuurbeheer
                                monitoringswerkzaamheden worden uitgevoerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.5</nr><titel>(subsidievaststelling)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen besluiten dat bij tussentijdse
                                    wijzigingen geen toepassing wordt gegeven aan hoofdstuk 7.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij toepassing van het eerste lid:</al><lijst><li nr="a."><al> is artikel 3.1.10 niet van toepassing en dient de
                                            gecertificeerde begunstigde binnen tien weken na afloop
                                            van de zes aaneengesloten kalenderjaren waarvoor de
                                            subsidie natuurbeheer is verstrekt, een verzoek tot
                                            vaststelling in; </al></li><li nr="b."><al> maken gedeputeerde staten en de gecertificeerde
                                            begunstigde in de overeenkomst als bedoeld in artikel
                                            5.1.2a.3, derde lid nadere afspraken over de wijze
                                            waarop wijzigingen in areaal gedurende de looptijd
                                            worden bijgehouden, zodanig dat het inzicht als bedoeld
                                            in het derde lid verschaft kan worden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het uiteindelijke beheer van de oppervlaktes per
                                    natuurbeheertype afwijkt van de opgave die bij de
                                    subsidieaanvraag is gedaan, bevat het verzoek om vaststelling in
                                    ieder geval de wijzigingen die in die oppervlaktes per
                                    natuurbeheertype hebben plaatsgevonden en de datum waarop die
                                    wijzigingen plaatsvonden. </al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.6</nr><titel>(toepasselijkheid afdeling 3.1)</titel></kop><al>De bepalingen van afdeling 3.1 zijn van overeenkomstige toepassing
                                voor zover uit de bepalingen van de onderhavige afdeling niet anders
                                voortvloeit.</al><al/></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Agrarisch natuurbeheer</titel></kop><afdeling><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.1</nr><titel>Subsidie agrarisch natuurbeheer</titel></kop><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>4.1.1</nr><titel>Algemene bepalingen inzake subsidie agrarisch
                                    natuurbeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.1.1</nr><titel>(grondslag subsidie)</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag een subsidie agrarisch
                                    natuurbeheer verstrekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.1.2</nr><titel>(duur subsidie)</titel></kop><al>Een subsidie agrarisch natuurbeheer wordt verstrekt voor een
                                    periode van zes aaneengesloten beheerjaren, of zoveel langer als
                                    op grond van artikel 12.4 vereist is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.1.3</nr><titel>(begunstigden)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidie agrarisch natuurbeheer kan worden verstrekt aan
                                        een landbouwer die delandbouwgrond waarvoor subsidie wordt
                                        aangevraagd bij aanvang van de subsidie beheert krachtens
                                        een zakelijk recht of een persoonlijk recht, en voorts
                                        gedurende de zes aaneengesloten beheerjaren waarvoor de
                                        subsidie wordt verleend ten minste op de peildatum van ieder
                                        beheerjaar die landbouwgrond beheert krachtens een zakelijk
                                        of persoonlijk recht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een in het eerste lid bedoeld zakelijk of persoonlijk
                                        recht is belast met of is afgeleid van een ander recht, kan
                                        slechts subsidie worden verstrekt voor zover dat andere
                                        recht geen afbreuk doet aan de mogelijkheid het beheer uit
                                        te voeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.1.4</nr><titel>(aanvraag subsidie)</titel></kop><al>Een aanvraag tot verlening van een subsidie agrarisch
                                    natuurbeheer gaat vergezeld van een kaart met een topografische
                                    ondergrond waarop de grenzen van de beheereenheden waarvoor
                                    subsidie wordt aangevraagd én een nummering van die
                                    beheereenheden zijn aangegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.1.5</nr><titel>(voorwaarden voor deelname)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidie agrarisch natuurbeheer kan worden
                                        verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>als het natuurbeheerplan, zoals dat zes weken voor
                                                de openstelling van de mogelijkheid tot het doen van
                                                een aanvraag voor de betreffende subsidie gold,
                                                voorziet in de verstrekking van de betreffende
                                                subsidie voor de betreffende landbouwgrond;</al></li><li nr="b."><al>als is voldaan aan de instapeisen die gelden voor
                                                het agrarisch beheerpakket waarvoor de subsidie
                                                wordt aangevraagd, én</al></li><li nr="c."><al>voor zover door de begunstigde in het jaar
                                                voorafgaande aan de aanvraag tot subsidieverlening
                                                niet met opzet:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>een onjuiste aanvraag op grond van de onderhavige
                                        verordening heeft ingediend ter verkrijging van een subsidie
                                        agrarisch natuurbeheer of een subsidie landschapsbeheer als
                                        bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel b;</al></lid><lid><lidnr>ii.</lidnr><al>een onjuiste aanvraag heeft ingediend ter verkrijging van
                                        een subsidie op grond van de Subsidieregeling agrarisch
                                        natuurbeheer Noord-Holland of de equivalente
                                        Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van een andere
                                        provincie, óf</al></lid><lid><lidnr>iii.</lidnr><al>de subsidieverplichtingen heeft geschonden die zijn
                                        verbonden aan de onder i. en ii. bedoelde subsidies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidie natuurbeheer wordt niet verstrekt voor
                                        landbouwgrond waarop nog verplichtingen van toepassing zijn
                                        op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer
                                                Noord-Holland;</al></li><li nr="b."><al>de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de
                                                minister;</al></li><li nr="c."><al>de Regeling de Regeling stimulering bosuitbreiding
                                                op landbouwgronden, of</al></li><li nr="d."><al>de Beschikking ter zake van het uit productie nemen
                                                van bouwland.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid, onderdeel a, kan een
                                        subsidie agrarisch natuurbeheer worden verstrekt voor de
                                        uitvoering van een agrarisch beheerpakket, opgenomen in
                                        bijlage 3, onderdeel B.1, onder de aanduiding:</al><lijst><li nr="a."><al>A01.01.01 tot en met A01.01.06, indien op de
                                                betreffende beheereenheid reeds een beheerpakket in
                                                stand wordt gehouden als bedoeld in:</al><lijst><li nr="i."><al>de bijlage 28c van de Subsidieregeling
                                                  agrarisch natuurbeheer Noord-Holland, zoals die
                                                  bijlagen tot 1 januari 2008 luidden, of</al></li><li nr="ii."><al>type A van bijlage 28c van de Subsidieregeling
                                                  agrarisch natuurbeheer Noord-Holland, zoals die
                                                  bijlage tussen 1 januari 2008 en 1 januari 2010
                                                  luidde;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>A01.03.01, indien op de betreffende beheereenheid
                                                reeds een beheerpakket in stand wordt gehouden als
                                                bedoeld in de bijlagen 16 tot en met 18 van de
                                                Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer
                                                Noord-Holland, zoals die bijlagen tot 1 januari 2010
                                                luidden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.1.6</nr><titel>(subsidieverplichtingen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ontvanger van een subsidie agrarisch natuurbeheer:</al><lijst><li nr="a."><al>draagt er zorg voor dat wordt voldaan aan de
                                                voorwaarden en verplichtingen die behoren bij het
                                                agrarische beheerpakket waarvoor subsidie wordt
                                                verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>draagt er zorg voor dat op de landbouwgrond waarvoor
                                                subsidie wordt verstrekt en op zijn gehele bedrijf
                                                wordt voldaan aan de voorschriften, opgenomen
                                                in:</al><lijst><li nr="i."><al>artikel 3 van en de bijlagen 1 en 2 bij de
                                                  Regeling GLB-inkomenssteun 2006, én</al></li></lijst><lijst><li nr="ii."><al>bijlage 2 van de Beleidsregels verlagen
                                                  subsidie POP2;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>draagt er zorg voor dat door of vanwege gedeputeerde
                                                staten monitoringswerkzaamheden kunnen worden
                                                uitgevoerd op de landbouwgrond waarvoor subsidie
                                                wordt verstrekt;</al></li><li nr="d."><al>meldt aan gedeputeerde staten de omstandigheden als
                                                gevolg waarvan hij redelijkerwijs niet kan voldoen
                                                aan één of meerdere subsidieverplichtingen, en doet
                                                dit binnen tien werkdagen nadat hij redelijkerwijs
                                                op de hoogte kan zijn van die omstandigheden;</al></li><li nr="e."><al>meldt aan gedeputeerde staten de datum waarop weer
                                                aan de subsidieverplichtingen kan worden voldaan, en
                                                doet dit binnen tien werkdagen na de betreffende
                                                datum, én</al><al>draagt er zorg voor dat een toezichthouder als
                                                bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet
                                                bestuursrecht niet wordt verhinderd toezicht te
                                                houden op de naleving van de
                                                subsidieverplichtingen.</al></li><li nr="g."><al>plaatst het logo of de naam van de provincie op alle
                                                publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de
                                                gesubsidieerde activiteit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ontvanger van een subsidie agrarisch natuurbeheer dient
                                        uiterlijk op de peildatum van ieder beheerjaar, middels een
                                        ter uitvoering van artikel 8, eerste lid, van Verordening
                                        (EG) nr. 1975/2006 vastgesteld aanvraagformulier, bij
                                        gedeputeerde staten een aanvraag in tot betaling van de
                                        jaarvergoeding voor dat beheerjaar, waarbij de artikelen 7
                                        en 8 van verordening (EG) nr. 1975/2006:</al><lijst><li nr="a."><al>van toepassing zijn voor zover subsidie wordt
                                                verstrekt voor de agrarische beheerpakketten,
                                                opgenomen in bijlage 3, onderdeel B.1, en</al></li><li nr="b."><al>van overeenkomstige toepassing zijn voor zover
                                                subsidie wordt verstrekt voor de agrarische
                                                beheerpakketten, opgenomen in bijlage 3, onderdeel
                                                B.2.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een geval als bedoeld in artikel 7.3, tweede lid, rust de
                                        in het tweede lid van het onderhavige artikel bedoelde
                                        verplichting op die derde voor zover deze het beheer heeft
                                        overgenomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het tweede lid bedoelde aanvraag maakt deel uit van de
                                        verzamelaanvraag, bedoeld in artikel 55 van de Regeling
                                        GLB-inkomenssteun 2006 van de minister.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.1.7</nr><titel>(hoogte subsidie)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidie agrarisch natuurbeheer bestaat uit de som van
                                        zes jaarvergoedingen, elk behorend bij één van de zes
                                        beheerjaren waarvoor de subsidie wordt verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een jaarvergoeding is het product van het op grond van
                                        artikel 4.1.1.8, eerste lid, voor het desbetreffende
                                        beheerjaar en agrarisch beheerpakket vastgestelde tarief, en
                                        het aantal hectares waarvoor voor het betreffende agrarische
                                        beheerpakket subsidie wordt verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na afloop van elk van de eerste vijf beheerjaren:</al><lijst><li nr="a."><al>beslissen gedeputeerde staten binnen de in artikel
                                                1.6, tweede lid, onderdeel a, genoemde termijn
                                                omtrent de hoogte van de jaarvergoeding die bij het
                                                betreffende beheerjaar behoort, én</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>keren zij de aldus bepaalde jaarvergoeding, binnen
                                                zes weken nadat de in onderdeel a bedoelde
                                                beslissing op de voorgeschreven wijze bekend is
                                                gemaakt, als voorschot uit aan de landbouwer die op
                                                de peildatum van het beheerjaar waarop de
                                                jaarvergoeding betrekking heeft, beschikt over het
                                                in artikel 4.1.1.3 bedoelde zakelijk of persoonlijk
                                                recht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.1.8</nr><titel>(hoogte tarief per beheerjaar)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten stellen jaarlijks voor reeds verleende
                                        of voor met ingang van het komende beheerjaar te verlenen
                                        subsidies agrarisch natuurbeheer de tarieven voor de
                                        verschillende agrarische beheerpakketten of varianten
                                        daarvan vast, uitgedrukt in een bedrag per hectare;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt
                                        uiterlijk zes weken voorafgaande aan de openstellingsperiode
                                        of een nieuw beheerjaar mededeling gedaan door plaatsing in
                                        het Provinciaal Blad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.1.9</nr><titel>(beschikking tot subsidieverlening)</titel></kop><al>Een beschikking tot verlening van een subsidie agrarisch
                                    natuurbeheer vermeldt in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het agrarische beheerpakket waarvoor subsidie wordt
                                            verleend;</al></li><li nr="b."><al>de hoogte van de jaarvergoeding die behoort bij het
                                            eerste beheerjaar;</al></li><li nr="c."><al>of een subsidie wordt verstrekt in het kader van de
                                            uitvoering van het Plattelandsontwikkelingsprogramma en
                                            of die subsidie gedeeltelijk wordt gefinancierd met
                                            Europese middelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.1.10</nr><titel>(ambtshalve vaststelling)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten stellen binnen tien weken na afloop van
                                        de zes aaneengesloten beheerjaren waarvoor de subsidie
                                        agrarisch natuurbeheer is verstrekt, die subsidie ambtshalve
                                        vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vaststelling, bedoeld in het eerste lid, kan éénmaal met
                                        ten hoogste tien weken worden verdaagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vaststelling, bedoeld in het eerste lid, omvat tevens de
                                        beslissing op de aanvraag, bedoeld in artikel 4.1.1.6,
                                        tweede lid, voor zover die aanvraag betrekking heeft op het
                                        zesde en laatste beheerjaar.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>4.1.2</nr><titel>Bijzondere bepalingen inzake collectief agrarisch
                                    natuurbeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.2.1</nr><titel>(subsidieaanvraag collectief agrarisch
                                        natuurbeheer)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een begunstigde die een aanvraag tot verlening van een
                                        subsidie agrarisch natuurbeheer in het kader van collectief
                                        agrarisch natuurbeheer indient, geeft in die aanvraag per
                                        gebied, bedoeld in artikel 2.1, vierde lid, onderdeel a,
                                        waar hij wenst deel te nemen aan collectief agrarisch
                                        natuurbeheer, aan:</al><al>a.de minimum- onderscheidenlijk maximumoppervlakte waarop
                                        hij gedurende de periode, bedoeld in artikel 4.1.1.2,
                                        voornemens is één of meerdere agrarische beheerpakketten in
                                        het kader van collectief agrarisch natuurbeheer uit te
                                        voeren, waarbij:</al><lijst><li nr="i."><al>de minimumoppervlakte niet kleiner kan zijn dan de
                                                minimumoppervlakte van het betreffende agrarische
                                                beheerpakket, én</al></li><li nr="ii."><al>de maximumoppervlakte niet groter kan zijn dan de
                                                totale oppervlakte van de landbouwgronden die tot
                                                zijn bedrijf behoren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid hoeft niet te
                                        worden ingediend indien de begunstigde in hetzelfde
                                        collectief gebied reeds deelneemt aan collectief
                                        landschapbeheer en:</al><lijst><li nr="a."><al>de totale oppervlakte waarmee de begunstigde in het
                                                kader van collectief agrarisch natuurbeheer én
                                                collectief landschapbeheer wenst deel te nemen
                                                kleiner of gelijk is aan de maximale oppervlakte,
                                                bedoeld in artikel 5.1.4.4, onderdeel a, óf</al></li><li nr="b."><al>de totale oppervlakte waarmee de begunstigde in het
                                                kader van collectief agrarisch natuurbeheer én
                                                collectief landschapbeheer wenst deel te nemen
                                                groter is dan de maximale oppervlakte, bedoeld in
                                                artikel 5.1.4.4, onderdeel a, maar de begunstigde
                                                overeenkomstig artikel 7.5, eerste en zevende lid,
                                                een aanvraag indient tot verhoging van die maximale
                                                oppervlakte.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de gevallen, bedoeld in het tweede lid, wordt de
                                        beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel
                                        5.1.4.4, met ingang van het beheerjaar waarin de begunstigde
                                        voor het eerst in het betreffende collectief gebied
                                        deelneemt aan collectief agrarisch natuurbeheer en voor de
                                        resterende duur van de in artikel 5.1.1.2 bedoelde periode,
                                        aangemerkt als de goedkeuring om in dat gebied tevens deel
                                        te nemen aan collectief agrarisch natuurbeheer, en als
                                        zodanig ambtshalve door Gedeputeerde Staten aangepast. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Artikel 4.1.1.4 is niet van toepassing op een aanvraag als
                                        bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.2.1a</nr><titel>(ecologische overbrugbaarheid)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een begunstigde in het kader van collectief agrarisch
                                        natuurbeheer één of meerdere agrarische beheerpakketten met
                                        de aanduiding A01.01.01 tot en met A01.03.01 uitvoert,
                                        gelden de instapeisen met betrekking tot de minimumomvang
                                        van de beheereenheid niet voor zover er sprake is van
                                        ecologische overbrugbaarheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van ecologische overbrugbaarheid als bedoeld in het eerste
                                        lid is sprake indien voldaan wordt aan de volgende
                                        voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al> de zelfstandig te kleine beheereenheid ligt op
                                                maximaal 10 meter van een andere beheereenheid
                                                waarop hetzelfde agrarisch beheertype wordt
                                                uitgevoerd, waarbij:</al><lijst><li nr="i."><al> de gezamenlijke oppervlakte groter of gelijk
                                                  is aan de minimumoppervlakte die behoort bij het
                                                  agrarisch beheerpakket dat op de zelfstandig te
                                                  kleine beheereenheid wordt uitgevoerd, én</al></li></lijst><lijst><li nr="ii."><al> de andere beheereenheid is gelegen binnen
                                                  hetzelfde collectief gebied als de zelfstandig te
                                                  kleine beheereenheid;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al> de afstand tussen beide beheereenheden is voor de
                                                weidevogels, akkervogels, ganzen of hamsters, en in
                                                het bijzonder de jongen van de genoemde diersoorten
                                                te overbruggen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.2.2</nr><titel>(aanvullende subsidieverplichting)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 4.1.1.6 is een ontvanger van een
                                        subsidie agrarisch natuurbeheer in het kader van collectief
                                        agrarisch natuurbeheer gehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>elk beheerjaar het beheer uit te voeren
                                                overeenkomstig het door gedeputeerde staten
                                                vastgestelde collectief beheerplan zoals dat 14
                                                dagen vóór de datum waarop in het desbetreffende
                                                beheerjaar de in artikel 4.1.1.6, tweede lid,
                                                bedoelde aanvraag op zijn vroegst kan worden
                                                ingediend, luidt;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de gebiedscoördinator tijdig op de hoogte te stellen
                                                van wijzigingen en intrekkingen als bedoeld in de
                                                artikelen 7.1 tot en met 7.6 en 7.8, tweede lid,
                                                voor zover deze relevant zijn voor het collectief
                                                beheerplan;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>vanaf het moment dat hij een agrarisch beheerpakket
                                                of variant daarvan uitvoert met de aanduiding
                                                A01.01.05, A01.02.01 of A02.01.01 tot en met
                                                A02.02.03, dat agrarisch beheerpakket gedurende elk
                                                beheerjaar van de dan nog resterende periode,
                                                bedoeld in artikel 4.1.1.2, op dezelfde locatie en
                                                met dezelfde omvang uit te blijven voeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c,
                                        geldt niet indien de varianten c en d van het agrarisch
                                        beheerpakket met de aanduiding A01.02.01 voor het derde of
                                        vierde jaar wordt uitgevoerd en roulatie op grond van de aan
                                        dat agrarische beheerpakket verbonden voorwaarden is
                                        toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.2.3</nr><titel>(beschikking tot subsidieverlening)</titel></kop><al>Een beschikking tot verlening van een subsidie agrarisch
                                    natuurbeheer in het kader van collectief agrarisch natuurbeheer
                                    vermeldt in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>per gebied, bedoeld in artikel 2.1, vierde lid,
                                            onderdeel a, de minimale en maximale oppervlakte
                                            waarvoor subsidie wordt respectievelijk kan worden
                                            verleend;</al></li><li nr="b."><al>dat de subsidieontvanger elk beheerjaar gehouden is het
                                            beheer uit te voeren overeenkomstig het in artikel 9.2
                                            bedoelde collectief beheerplan zoals dat 14 dagen vóór
                                            de datum waarop in het desbetreffende beheerjaar de in
                                            artikel 4.1.1.6, tweede lid, bedoelde aanvraag op zijn
                                            vroegst kan worden ingediend, luidt;</al></li><li nr="c."><al>of een subsidie wordt verstrekt in het kader van de
                                            uitvoering van het Plattelandsontwikkelingsprogramma en
                                            of die subsidie gedeeltelijk wordt gefinancierd met
                                            Europese middelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.2.4</nr><titel>(aanvullende toeslag collectief agrarisch
                                        natuurbeheer)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen in een beheerjaar op aanvraag een
                                        aanvullende toeslag als bedoeld in de onderscheiden
                                        subonderdelen van bijlage 7, onderdeel C verlenen aan
                                        landbouwers die in het betreffende beheerjaar deelnemen aan
                                        collectief agrarisch natuurbeheer voor zover voldaan wordt
                                        aan de in het betreffende subonderdeel van die bijlage
                                        opgenomen voorschriften;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen als bedoeld in het eerste lid worden namens de
                                        betreffende landbouwer ingediend door de in het gebied
                                        waarin de betreffende beheereenheid is gelegen werkzame
                                        gebiedscoördinator, en gaan vergezeld van een door hem
                                        opgesteld advies met betrekking tot de noodzaak tot het
                                        verstrekken van de toeslag en de hoogte daarvan, waarbij
                                        tevens door de gebiedscoördinator wordt verklaard dat hij,
                                        in elk geval op het moment van indienen van de betreffende
                                        aanvraag, heeft vastgesteld dat de landbouwer voldoet aan de
                                        aan de toeslag verbonden eisen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op aanvragen als bedoeld in het eerste lid is artikel 1.3,
                                        eerste lid, niet van toepassing voor zover dat artikel
                                        bepaalt dat aanvragen slechts kunnen worden ingediend als
                                        gedeputeerde staten een openstellingsperiode hebben
                                        vastgesteld voor de indiening van aanvragen, met dien
                                        verstande dat een in het eerste lid van het onderhavige
                                        artikel bedoelde aanvraag die betrekking heeft op:</al><lijst><li nr="a."><al>de toeslagen, bedoeld in bijlage 7, onderdeel C,
                                                subonderdelen 1 en 2, niet eerder kan worden
                                                ingediend dan na afloop van de periode waarin in dat
                                                beheerjaar aan de aan het betreffende agrarische
                                                beheerpakket verbonden beheereisen dient te worden
                                                voldaan indien niet om de toeslag zou zijn
                                                verzocht;</al></li><li nr="b."><al>de toeslag, bedoeld in bijlage 7, onderdeel C,
                                                subonderdeel 3, wordt ingediend als onderdeel van
                                                het collectief beheerplan, bedoeld in artikel
                                                9.1;</al></li><li nr="c."><al>de toeslag, bedoeld in bijlage 7, onderdeel C,
                                                subonderdeel 4, niet eerder kan worden ingediend dan
                                                1 oktober van het beheerjaar waarin de ruige
                                                stalmest is uitgereden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Artikel 1.6, tweede lid, onderdeel a, is van toepassing en
                                        de artikelen 1.4 en 1.5, met uitzondering van het tweede lid
                                        van dat artikel, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen verschillende tarieven
                                        vaststellen voor de toeslag, bedoeld in bijlage 7, onderdeel
                                        C, subonderdeel 4, al naar gelang het uitrijden van de ruige
                                        stalmest geschiedt op landbouwgronden die enkel varend
                                        bereikt kunnen worden of op andere landbouwgronden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Gedeputeerde staten keren de toeslag overeenkomstig artikel
                                        4.1.1.7, derde lid, onderdeel b, tegelijkertijd uit met de
                                        in dat onderdeel bedoelde jaarvergoeding. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.2.5</nr><titel>(toepasselijkheid afdeling 4.1.1)</titel></kop><al>De bepalingen van afdeling 4.1.1 zijn van overeenkomstige
                                    toepassing voor zover uit de bepalingen van de onderhavige
                                    afdeling niet anders voortvloeit.</al></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.2</nr><titel>Probleemgebiedensubsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.1</nr><titel>(grondslag subsidie)</titel></kop><al>Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag een probleemgebiedensubsidie
                                verstrekken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.2</nr><titel>(duur subsidie)</titel></kop><al>Een probleemgebiedensubsidie wordt verstrekt voor een
                                kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3</nr><titel>(begunstigde)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een probleemgebiedensubsidie kan worden verstrekt aan een
                                    landbouwer die de landbouwgrond waarvoor subsidie wordt
                                    aangevraagd op de peildatum van een kalenderjaar beheert
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een in het eerste lid bedoeld zakelijk of persoonlijk recht
                                    is belast met of is afgeleid van een ander recht, kan slechts
                                    subsidie worden verstrekt voor zover dat andere recht geen
                                    afbreuk doet aan de mogelijkheid het beheer uit te voeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.4</nr><titel>(aanvraag subsidie)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag tot vaststelling en tevens uitbetaling van een
                                    probleemgebiedensubsidie wordt uiterlijk op de peildatum van het
                                    betreffende kalenderjaar ingediend middels een ter uitvoering
                                    van artikel 8, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1975/2006
                                    vastgesteld aanvraagformulier, waarbij de artikelen 7 en 8 van
                                    Verordening (EG) nr. 1975/2006 van toepassing zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde aanvraag maakt deel uit van de
                                    verzamelaanvraag, bedoeld in artikel 55 van de Regeling
                                    GLB-inkomenssteun 2006 van de minister.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.5</nr><titel>(voorwaarden voor deelname)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een probleemgebiedensubsidie kan worden verstrekt: </al><lijst><li nr="a."><al>als het natuurbeheerplan zoals dat zes weken voor de
                                            openstelling van de mogelijkheid tot het doen van een
                                            aanvraag voor de betreffende subsidie gold, voorziet in
                                            de verstrekking van de probleemgebiedensubsidie op de
                                            betreffende landbouwgrond;</al></li><li nr="b."><al>voor zover de begunstigde voor de landbouwgrond waarvoor
                                            een probleemgebiedensubsidie is aangevraagd, op de
                                            peildatum tevens een subsidie agrarisch natuurbeheer op
                                            grond van de onderhavige verordening, of een subsidie
                                            voor de instandhouding van een beheerspakket, bedoeld in
                                            de bijlagen 6 tot en met 28f van de Subsidieregeling
                                            agrarisch natuurbeheer Noord-Holland, ontvangt, én</al></li><li nr="c."><al>voor zover de begunstigde in het jaar voorafgaande aan
                                            de aanvraag tot subsidieverstrekking niet met
                                            opzet:</al><lijst><li nr="i."><al>een onjuiste aanvraag heeft ingediend ter
                                                  verkrijging van een probleemgebiedensubsidie op
                                                  grond van de onderhavige verordening, de
                                                  Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer
                                                  Noord-Holland of de equivalente Subsidieregeling
                                                  agrarisch natuurbeheer van een andere provincie,
                                                  óf</al></li><li nr="ii."><al>de subsidieverplichtingen heeft geschonden die
                                                  zijn verbonden aan de onder i. bedoelde
                                                  subsidies.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een probleemgebiedensubsidie wordt niet verstrekt voor
                                    landbouwgrond waarvoor een vergelijkbare subsidie wordt
                                    ontvangen op grond van de Subsidieregeling agrarisch
                                    natuurbeheer van de minister zoals die regeling tot 1 januari
                                    2007 gold.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een probleemgebiedensubsidie wordt niet verstrekt voor
                                    landbouwgrond waarvoor een vergelijkbare subsidie wordt
                                    ontvangen op grond van de Subsidieregeling agrarisch
                                    natuurbeheer van de minister zoals die regeling tot 1 januari
                                    2007 gold.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.6</nr><titel>(subsidieverplichtingen)</titel></kop><al>Een ontvanger van een probleemgebiedensubsidie:</al><lijst><li nr="a."><al>draagt er zorg voor dat gedurende het gehele kalenderjaar op
                                        de landbouwgrond waarvoor de subsidie wordt verstrekt en op
                                        zijn gehele bedrijf wordt voldaan aan de voorschriften,
                                        opgenomen in artikel 3 van en de bijlagen 1 en 2 bij de
                                        Regeling GLB-inkomenssteun 2006;</al></li><li nr="b."><al>zet zijn landbouwactiviteiten gedurende ten minste vijf jaar
                                        voort, te rekenen vanaf de eerste betaling die hij ontvangt
                                        in het kader van het Plattelandsontwikkelingsprogramma
                                        2007-2013 voor het uitoefenen van een landbouwactiviteit in
                                        een probleemgebied; </al></li><li nr="c."><al>draagt er zorg voor dat geen werkzaamheden worden verricht
                                        die een wijziging tot gevolg hebben van de topografische
                                        kavel- en perceelsstructuur, het microreliëf, de
                                        bodemstructuur of het bodemprofiel;</al></li><li nr="d."><al>draagt er zorg voor dat geen werkzaamheden worden verricht
                                        die een wijziging tot gevolg hebben van de begreppeling of
                                        de detailontwatering, of leiden tot verlaging van de
                                        grondwaterstand dan wel slootwaterpeilen;</al></li><li nr="e."><al>meldt aan gedeputeerde staten de omstandigheden als gevolg
                                        waarvan redelijkerwijs niet kan worden voldaan aan één of
                                        meerdere subsidieverplichtingen, en doet dit binnen tien
                                        werkdagen nadat hij redelijkerwijs op de hoogte kan zijn van
                                        die omstandigheden;</al></li><li nr="f."><al>meldt aan gedeputeerde staten de datum waarop weer aan de
                                        subsidieverplichtingen kan worden voldaan, en doet dit
                                        binnen tien werkdagen na de betreffende datum, én</al></li><li nr="g."><al>draagt er zorg voor dat een toezichthouder als bedoeld in
                                        artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht niet wordt
                                        verhinderd toezicht te houden op de naleving van de
                                        subsidieverplichtingen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.7</nr><titel>(hoogte subsidie)</titel></kop><al>Een probleemgebiedensubsidie bestaat uit het product van het op
                                grond van artikel 4.2.8, eerste lid, voor het desbetreffende
                                kalenderjaar vastgestelde tarief, en het aantal hectares waarvoor de
                                subsidie wordt verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.8</nr><titel>(hoogte tarief per kalenderjaar)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten stellen jaarlijks voor met ingang van het
                                    komende kalenderjaar te verstrekken probleemgebiedensubsidies
                                    het tarief per hectare vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk
                                    zes weken voorafgaande aan de openstellingsperiode mededeling
                                    gedaan door plaatsing in het Provinciaal Blad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.9</nr><titel>(subsidievaststelling)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten stellen binnen tien weken na afloop van het
                                    kalenderjaar de probleemgebiedensubsidie vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vaststelling, bedoeld in het eerste lid, kan éénmaal met ten
                                    hoogste tien weken worden verdaagd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.10</nr><titel>(ontkoppelde probleemgebiedensubsidie)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag een
                                    probleemgebiedensubsidie verstrekken voorlandbouwgronden die
                                    overeenkomstig artikel 2.1, derde lid, onderdeel d, zijn
                                    begrensd, waarbij het, in afwijking van artikel 4.2.5, eerste
                                    lid, onderdeel b, niet vereist is dat de begunstigde voor die
                                    landbouwgrond tevens een subsidie agrarisch natuurbeheer of een
                                    subsidie voor de instandhouding van een beheerspakket als
                                    bedoeld in die bepaling ontvangt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bepalingen van deze paragraaf zijn, met uitzondering van
                                    artikel 4.2.5, eerste lid, onderdeel b, van overeenkomstige
                                    toepassing op een probleemgebiedensubsidie als bedoeld in het
                                    eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen nadere voorwaarden verbinden aan een
                                    probleemgebiedensubsidie als bedoeld in het eerste
                                    lid.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Landschapsbeheer</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.1.1</nr><titel>Algemene bepalingen inzake subsidies landschapsbeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.1.1</nr><titel>(grondslag subsidie)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag een subsidie
                                    landschapsbeheer verstrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>voor de instandhouding van een landschapselement door
                                            begunstigden als bedoeld in artikel 5.1.2.1;</al></li><li nr="b."><al>voor de uitvoering van een beheerpakket landschap door
                                            begunstigden als bedoeld in artikel 5.1.3.1.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kunnen
                                    gedeputeerde staten bepalen dat een subsidie landschapsbeheer
                                    als bedoeld in dat onderdeel, voor bepaalde, in bijlage 6,
                                    onderdelen A.1 of A.2, opgenomen landschapselementen slechts
                                    verstrekt kan worden aan gecertificeerde begunstigden, of juist
                                    niet verstrekt kunnen worden aan dergelijke begunstigden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.1.2</nr><titel>(duur subsidie)</titel></kop><al>Een subsidie landschapsbeheer wordt verstrekt voor de duur van zes
                                aaneengesloten kalenderjaren, of zoveel langer als op grond van
                                artikel 12.4 vereist is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.1.3</nr><titel>(voorwaarden voor deelname)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidie landschapsbeheer kan worden verstrekt als het
                                    natuurbeheerplan, zoals dat zes weken voor de openstelling van
                                    de mogelijkheid tot doen van een aanvraag voor de betreffende
                                    gold, voorziet in de verstrekking van de betreffende
                                    subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidie landschapsbeheer wordt niet verstrekt als de in
                                    artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a onderscheidenlijk
                                    onderdeel b, bedoelde begunstigde in het jaar voorafgaande aan
                                    de aanvraag tot subsidieverlening met opzet:</al><lijst><li nr="a."><al>een onjuiste aanvraag op grond van de onderhavige
                                            verordening heeft ingediend ter verkrijging van een
                                            subsidie natuurbeheer, een subsidie agrarisch
                                            natuurbeheer of een subsidie landschapsbeheer;</al></li><li nr="b."><al>een onjuiste aanvraag heeft ingediend ter verkrijging
                                            van een subsidie op grond van de Subsidieregeling
                                            natuurbeheer Noord-Holland of de equivalente
                                            Subsidieregeling natuurbeheer van een andere
                                            provincie;</al></li><li nr="c."><al>een onjuiste aanvraag heeft ingediend ter verkrijging
                                            van een subsidie op grond van de Subsidieregeling
                                            agrarisch natuurbeheer Noord-Holland of de equivalente
                                            Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van een andere
                                            provincie, óf</al></li><li nr="d."><al>de subsidieverplichtingen heeft geschonden die zijn
                                            verbonden aan de in de onderdelen a tot en met c
                                            bedoelde subsidies.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een subsidie landschapsbeheer wordt evenmin verstrekt voor de
                                    instandhouding van een landschapselement of voor het uitvoeren
                                    van een beheerpakket landschap:</al><lijst><li nr="a."><al>waarop nog verplichtingen van toepassing zijn op grond
                                            van:</al><lijst><li nr="i."><al>de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer
                                                  Noord-Holland;</al></li><li nr="ii."><al>de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van
                                                  de minister;</al></li><li nr="iii."><al>de Subsidieregeling natuurbeheer
                                                  Noord-Holland;</al></li><li nr="iv."><al>de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de
                                                  minister;</al></li><li nr="v."><al>de Regeling stimulering bosuitbreiding op
                                                  landbouwgronden, of</al></li><li nr="vi."><al>de Beschikking terzake het uit productie nemen
                                                  van bouwland.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>voor zover dat is gelegen op een erf.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.1.4</nr><titel>(subsidieverplichtingen die de subsidieperiode
                                    overschrijden)</titel></kop><al>Als ten behoeve van de instandhouding van een landschapselement of
                                voor het uitvoeren van een beheerpakket landschap verplichtingen
                                zijn opgenomen met betrekking tot de cyclus van knippen, scheren,
                                snoeien dan wel af- of terugzetten, behoren die verplichtingen
                                slechts tot de subsidieverplichtingen indien dat knippen, scheren,
                                snoeien dan wel af- of terugzetten op basis van de betreffende
                                cyclus valt binnen de periode waarvoor die subsidie wordt
                                verstrekt.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.1.2</nr><titel>Algemen bepalingen inzake subsidie landschapsbeheer binnen
                                natuurterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2.1</nr><titel>(begunstigden)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1,
                                    eerste lid, onderdeel a, kan worden verstrekt aan:</al><lijst><li nr="a."><al>een natuurlijke persoon of rechtspersoon die bij aanvang
                                            van de periode waarvoor subsidie wordt verstrekt
                                            zeggenschap heeft over het te voeren beheer van een op
                                            een natuurterrein gelegen landschapselement waarvoor
                                            subsidie wordt aangevraagd, krachtens: </al><lijst><li nr="i."><al>eigendom;</al></li><li nr="ii."><al>erfpacht;</al></li><li nr="iii."><al>recht van beklemming;</al></li><li nr="iv."><al>artikel 45 van de Wet inrichting landelijk
                                                  gebied, of </al></li><li nr="v."><al>een plan van tijdelijk gebruik als bedoeld in
                                                  artikel 189 van de Landinrichtingswet zoals die
                                                  wet tot 1 januari 2007 gold, en voorts gedurende
                                                  de zes aaneengesloten kalenderjaren waarvoor de
                                                  subsidie wordt verleend ten minste op de peildatum
                                                  van ieder kalenderjaar die zeggenschap heeft;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>rechtspersoonlijkheid bezittende samenwerkingsverbanden
                                            van natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld
                                            in onderdeel a.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een in het eerste lid, onderdeel a, onder i. tot en met v.
                                    bedoelde titel is belast met of is afgeleid van een ander recht,
                                    kan slechts een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel
                                    5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a, worden verstrekt voor zover
                                    dat andere recht geen afbreuk doet aan de zeggenschap over het
                                    te voeren beheer van het landschapselement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, en behoudens het
                                    bepaalde in artikel 5.1.2a.3, vierde lid, kan aan
                                    Staatsbosbeheer een subsidie landschapbeheer als bedoeld in
                                    artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a worden verstrekt voor
                                    een op een natuurterrein gelegen landschapselement waarvan zij
                                    nog geen eigenaar of erfpachter is indien dit natuurterrein op
                                    het moment van aanvragen in rijksbezit is en Staatsbosbeheer dit
                                    op een natuurterrein gelegen landschapselement voor 15 augustus
                                    2009 reeds feitelijk in beheer had.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als een in het eerste lid bedoelde begunstigde een aanvraag doet
                                    voor een oppervlakte van 75 hectare of meer, kan slechts een
                                    subsidie landschapbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste
                                    lid, onderdeel a, worden verstrekt voor zover de begunstigde een
                                    gecertificeerde begunstigde is. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de bepaling of sprake is van een aanvraag voor een
                                    oppervlakte van 75 hectare of meer als bedoeld in het vierde
                                    lid, worden alle aanvragen voor een subsidie natuurbeheer en
                                    subsidie landschapbeheer van de begunstigde binnen een
                                    openstellingsperiode bij elkaar opgeteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2.2</nr><titel>(aanvraag subsidie)</titel></kop><al>Een aanvraag tot verlening van een subsidie landschapbeheer als
                                bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a, gaat vergezeld
                                van een kaart met een topografische ondergrond, waarop de
                                landschapselementen waarvoor subsidie wordt gevraagd en een
                                nummering van die landschapselementen zijn aangegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2.3</nr><titel>(subsidieverplichtingen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ontvanger van een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in
                                    artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a:</al><lijst><li nr="a."><al>draagt er zorg voor dat het alle beheeractiviteiten
                                            worden verricht die noodzakelijk zijn voor de
                                            instandhouding van het landschapselement, en dat geen
                                            handelingen worden verricht en gedoogd die daaraan
                                            afbreuk doen;</al></li><li nr="b."><al>draagt er zorg voor dat door of vanwege gedeputeerde
                                            staten monitoringswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd
                                            met betrekking tot de landschapselementen waarvoor de
                                            subsidie wordt verstrekt, tenzij de subsidieontvanger
                                            een vergoeding ontvangt als bedoeld in artikel
                                            5.1.2a.1;</al></li><li nr="c."><al>draagt er zorg voor dat op verzoek van gedeputeerde
                                            staten inzage wordt gegeven in het uitgevoerde dan wel
                                            uit te voeren beheer ten behoeve van de
                                            landschapselementen;</al></li><li nr="d."><al>meldt aan gedeputeerde staten de omstandigheden als
                                            gevolg waarvan hij redelijkerwijs niet kan voldoen aan
                                            één of meerdere subsidieverplichtingen, en doet dit
                                            binnen tien werkdagen nadat hij redelijkerwijs op de
                                            hoogte kan zijn van die omstandigheden;</al></li><li nr="e."><al>meldt aan gedeputeerde staten de datum waarop weer aan
                                            de subsidieverplichtingen kan worden voldaan, en doet
                                            dit binnen tien werkdagen na de betreffende datum,
                                            én</al></li><li nr="f."><al>draagt er zorg voor dat een toezichthouder als bedoeld
                                            in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht niet
                                            wordt verhinderd toezicht te houden op de naleving van
                                            de subsidieverplichtingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 5.1.2.1, eerste
                                    lid, onderdeel b, dat het beheer laat uitvoeren door één of
                                    meerdere natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in
                                    artikel 5.1.2.1, eerste lid, onderdeel a, komt gedurende de zes
                                    kalenderjaren met elk van deze natuurlijke personen of
                                    rechtspersonen, voor zover deze op de peildatum van één of
                                    meerdere van die kalenderjaren de zeggenschap hebben over het
                                    beheer, schriftelijk overeen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurlijke persoon of rechtspersoon de
                                            verplichtingen naleeft, bedoeld inhet eerste lid,
                                            onderdelen a tot en met c en f;</al></li><li nr="b."><al>de subsidieontvanger aan de natuurlijke persoon of
                                            rechtspersoon een vergoeding betaalt voor de door hem of
                                            haar nageleefde verplichtingen, bedoeld inhet eerste
                                            lid, onderdeel a;</al></li><li nr="c."><al>de natuurlijke persoon of rechtspersoon garant staat
                                            voor het terugbetalen van de in onderdeel b bedoelde
                                            vergoeding, als gedeputeerde staten de subsidie lager
                                            vaststellen of geheel of gedeeltelijk wijzigen dan wel
                                            intrekken.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2.4</nr><titel>(hoogte subsidie)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1,
                                    eerste lid, onderdeel a, bedraagt de som van zes
                                    jaarvergoedingen, elk behorend bij één van de zes kalenderjaren
                                    waarvoor de subsidie wordt verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een jaarvergoeding is het product van het tarief zoals dat voor
                                    het desbetreffende kalenderjaar op grond van artikel 5.1.2.5,
                                    eerste lid, onderdeel a, voor het desbetreffende
                                    landschapselement is vastgesteld, en het aantal hectares, meters
                                    of stuks waarvoor voor dat betreffende landschapselement
                                    subsidie wordt verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na afloop van elk van de eerste vijf kalenderjaren:</al><lijst><li nr="a."><al>beslissen gedeputeerde staten binnen tien weken
                                            ambtshalve omtrent de hoogte van de jaarvergoeding die
                                            bij het betreffende kalenderjaar behoort, waarbij die
                                            beslissing éénmaal met ten hoogste tien weken verdaagd
                                            kan worden, én</al></li><li nr="b."><al>keren zij de aldus bepaalde jaarvergoeding, binnen zes
                                            weken nadat de in onderdeel a bedoelde beslissing op de
                                            voorgeschreven wijze bekend is gemaakt, als voorschot
                                            uit aan:</al><lijst><li nr="i."><al>de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op
                                                  de peildatum van het kalenderjaar waarop de
                                                  jaarvergoeding betrekking heeft, beschikt over een
                                                  in artikel 5.1.2.1, eerste lid, onder i. tot en
                                                  met v. bedoelde titel, een en ander gelezen in
                                                  samenhang met de artikelen 5.1.2.1, tweede lid, en
                                                  7.3, eerste lid, óf</al></li><li nr="ii."><al>het in artikel 5.1.2.1, eerste lid, onderdeel b,
                                                  bedoelde samenwerkingsverband, indien de aanvraag
                                                  tot subsidieverlening door dat
                                                  samenwerkingsverband is ingediend.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2.5</nr><titel>(hoogte tarief per kalenderjaar)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>.Gedeputeerde staten stellen jaarlijks voor met ingang van het
                                    komende kalenderjaar te verlenen subsidies landschapsbeheer als
                                    bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a, vast:</al><lijst><li nr="a."><al>de tarieven voor de verschillende landschapselementen,
                                            uitgedrukt in een bedrag per hectare, meter of
                                            stuks;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de tarieven voor de monitoring van de kwaliteit van de
                                            verschillende landschapselementen als bedoeld in artikel
                                            5.1.21.1, uitgedrukt in een bedrag per hectare, meter of
                                            stuks.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk
                                    zes weken voorafgaande aan de openstellingsperiode mededeling
                                    gedaan door plaatsing in het Provinciaal Blad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2.6</nr><titel>(beschikking tot subsidieverlening)</titel></kop><al>Een beschikking tot verlening van een subsidie landschapsbeheer als
                                bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a, vermeldt in elk
                                geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het landschapselement waarvoor subsidie wordt verleend;
                                    </al></li><li nr="b."><al>de hoogte van de subsidie, én</al></li><li nr="c."><al>dat gedeputeerde staten gedurende de periode waarvoor de
                                        subsidie wordt verstrekt een nadere uitwerking kunnen geven
                                        van de in artikel 5.1.2.3 bedoelde beheeractiviteiten die
                                        noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het
                                        landschapselement.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2.7</nr><titel>(ambtshalve vaststellen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten stellen binnen tien weken na afloop van de
                                    zes aaneengesloten kalenderjaren waarvoor de subsidie
                                    landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid,
                                    onderdeel a, is verstrekt, die subsidie ambtshalve vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vaststelling, bedoeld in het eerste lid, kan éénmaal met ten
                                    hoogste tien weken worden verdaagd.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.1.2a</nr><titel>Bijzondere bepalingen inzake subsidie landschapsbeheer binnen
                                natuurterreinen voor gecertificeerde begunstigden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2a.1</nr><titel>(grondslag subsidie)</titel></kop><al>Gedeputeerde staten kunnen een subsidie landschapsbeheer voor de
                                instandhouding van een landschapselement voor een gecertificeerde
                                begunstigde verhogen met een vergoeding voor de monitoring van de
                                kwaliteit van landschapselementen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2a.2</nr><titel>(aanvraag subsidie)</titel></kop><al>In afwijking van artikel 5.1.1.1, eerste lid gaat een aanvraag van
                                een gecertificeerde begunstigde tot verlening van een subsidie
                                landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid,
                                onderdeel a, vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al>een lijst van oppervlaktes, meters of aantallen per soort
                                        landschapselement waarvoor de subsidie wordt
                                        aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al> één of meerdere elektronische kaarten met een topografische
                                        ondergrond, met daarop de buitengrenzen van de
                                        natuurterreinen waarop de landschapselementen zijn gelegen
                                        waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, én</al></li><li nr="c."><al> een lijst van oppervlaktes, onderscheidenlijk meters of
                                        stuks, per landschapselement waarvoor de gecertificeerde
                                        begunstigde een vergoeding wil ontvangen voor het verrichten
                                        van activiteiten op het gebied van monitoring van de
                                        kwaliteit van landschapseleme</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2a.3</nr><titel>(subsidieverplichtingen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie ontvanger die teven gecertificeerde begunstigde is
                                    draagt er zorg voor dat, voor zover subsidie wordt verstrekt
                                    voor de monitoring van de kwaliteit van landschapselementen,
                                    deze monitoring wordt verricht overeenkomstig het door
                                    gedeputeerde staten vastgestelde monitoringsprogramma.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 5.1.2.3, eerste lid, onderdelen d en e,
                                    kan een ontvanger van een subsidie landschapsbeheer als bedoeld
                                    in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a, die tevens
                                    gecertificeerde begunstigde is, éénmaal per kalenderjaar maar
                                    uiterlijk op 31 oktober bij gedeputeerde staten melden ten
                                    aanzien van welke landschapselementen niet voldaan wordt aan één
                                    of meerdere subsidieverplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien sprake is van een begunstigde als bedoeld in artikel
                                    5.1.2.1 vierde lid wordt de subsidie verleend onder de
                                    voorwaarde dat binnen een termijn van één maand na de datum van
                                    bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening de bij de
                                    subsidieverlening behorende uitvoeringsovereenkomst, zoals
                                    bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht en die
                                    onderdeel uitmaakt van deze beschikking, wordt gesloten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien aan Staatsbosbeheer subsidie wordt verleend op grond van
                                    artikel 5.1.2.1, derde lid, heeft Staatsbosbeheer de
                                    verplichting dit natuurterrein alsnog in eigendom te verwerven
                                    of in erfpacht te verkrijgen voor 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een subsidie wordt verstrekt door toepassing van artikel
                                    12.5, eerste lid, wordt de subsidie verleend onder de voorwaarde
                                    dat voor 1 januari 2015 de subsidieontvanger alsnog het
                                    certificaat natuurbeheer verkrijgt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2a.4</nr><titel>(hoogte subsidie)</titel></kop><al>Als de in artikel 5.1.2a.1 bedoelde vergoeding voor de monitoring
                                van de kwaliteit van landschapselementen wordt verstrekt, wordt de
                                jaarvergoeding als bedoeld in artikel 5.1.2.4, tweede lid,
                                vermeerderd met het product van het tarief zoals dat voor het
                                betreffende beheerjaar op grond van artikel 5.1.2.5, eerste lid,
                                onderdeel b is vastgesteld, en het aantal hectares, meters of stuks
                                waarop in het kader van de subsidie landschapsbeheer
                                monitoringswerkzaamheden worden uitgevoerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2a.5</nr><titel>(subsidievaststelling)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>gedeputeerde staten kunnen besluiten dat bij tussentijdse
                                        wijzigingen geen toepassing wordt gegeven aan hoofdstuk
                                        7.</al></li><li nr="2."><al>Bij toepassing van het eerste lid:</al><lijst><li nr="a."><al>is artikel 5.1.2.7 niet van toepassing en dient de
                                                gecertificeerde begunstigde binnen tien weken na
                                                afloop van de zes aaneengesloten kalenderjaren
                                                waarvoor de subsidie landschapsbeheer als bedoeld in
                                                artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a, is
                                                verstrekt, een verzoek tot vaststelling in;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>maken gedeputeerde staten in de overeenkomst als
                                                bedoeld in artikel 5.1.2a.3, derde lid nadere
                                                afspraken over de wijze waarop wijzigingen in areaal
                                                gedurende de looptijd worden bijgehouden, zodanig
                                                dat het inzicht als bedoeld in het derde lid
                                                verschaft kan worden. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien het uiteindelijke beheer van de oppervlaktes,
                                        onderscheidenlijk meters of stuks, per soort
                                        landschapselement afwijkt van de opgave die bij de
                                        subsidieaanvraag is gedaan, bevat het verzoek om
                                        vaststelling in ieder geval de wijzigingen die in die
                                        oppervlaktes, onderscheidenlijk meters of stuks per soort
                                        landschapselement hebben plaatsgevonden en de datum waarop
                                        die wijzigingen plaatsvonden. </al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2a.6</nr><titel>(toepasselijkheid afdeling 5.1.1 en 5.1.2)</titel></kop><al>De bepalingen van de afdelingen 5.1.1 en 5.1.2 zijn van
                                overeenkomstige toepassing voor zover uit de bepalingen van de
                                onderhavige afdeling niet anders voortvloeit.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.1.3</nr><titel>Algemene bepalingenm inzake subsidie landschapsbeheer buiten
                                natuurterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.3.1</nr><titel>(begunstigden)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1,
                                    eerste lid, onderdeel b, kan worden verstrekt aan een landbouwer
                                    die de grond waarop hij het beheerpakket landschap uitvoert of
                                    zal uitvoeren bij aanvang van de subsidie beheert krachtens een
                                    zakelijk recht of een persoonlijk recht, en voorts gedurende de
                                    zes aaneengesloten kalenderjaren waarvoor de subsidie wordt
                                    verleend ten minste op de peildatum van ieder kalenderjaar die
                                    grond beheert krachtens een zakelijk of persoonlijk recht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een in het eerste lid bedoeld zakelijk of persoonlijk recht
                                    is belast met of is afgeleid van een ander recht, kan slechts
                                    een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1,
                                    eerste lid, onderdeel b, worden verstrekt voor zover dat andere
                                    recht geen afbreuk doet aan de mogelijkheid het beheer uit te
                                    voeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.3.2</nr><titel>(aanvraag subsidie)</titel></kop><al>Een aanvraag tot verlening van een subsidie landschapsbeheer als
                                bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel b, gaat vergezeld
                                van een kaart met een topografische ondergrond, waarop de grond
                                waarop het beheerpakket landschap wordt uitgevoerd en een nummering
                                van die gronden zijn aangegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.3.2a</nr><titel>(aanvullende voorwaarde voor deelname)</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 5.1.1.3 kan een subsidie
                                landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid,
                                onderdeel b, slechts worden verstrekt indien is voldaan aan de
                                instapeisen die behoren bij het betreffende beheerpakket
                                landschap.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.3.3</nr><titel>(subsidieverplichtingen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ontvanger van een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in
                                    artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel b:</al><lijst><li nr="a."><al>draagt er zorg voor dat wordt voldaan aan de beheereisen
                                            die behoren bij het beheerpakket landschap waarvoor de
                                            subsidie wordt verstrekt, en dat geen handelingen worden
                                            verricht of gedoogd die daaraan afbreuk doen;</al></li><li nr="b."><al>draagt er zorg voor dat ten aanzien van de grond waarop
                                            het beheerpakket landschap wordt uitgevoerd en op zijn
                                            gehele bedrijf wordt voldaan aan de voorschriften,
                                            opgenomen in:</al><lijst><li nr="i."><al>artikel 3 van en de bijlagen 1 en 2 bij de
                                                  Regeling GLB-inkomenssteun 2006, én</al></li><li nr="ii."><al>bijlage 2 van de Beleidsregels verlagen subsidie
                                                  POP2;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>draagt er zorg voor dat door of vanwege gedeputeerde
                                            staten monitoringswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd
                                            met betrekking tot de grond waarop het beheerpakket
                                            landschap wordt uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>meldt aan gedeputeerde staten de omstandigheden als
                                            gevolg waarvan hij redelijkerwijs niet kan voldoen aan
                                            één of meerdere subsidieverplichtingen, en doet dit
                                            binnen tien werkdagen nadat hij redelijkerwijs op de
                                            hoogte kan zijn van die omstandigheden;</al></li><li nr="e."><al>meldt aan gedeputeerde staten de datum waarop weer aan
                                            de subsidieverplichtingen kan worden voldaan, en doet
                                            dit binnen tien werkdagen na de betreffende datum,
                                            én</al></li><li nr="f."><al>draagt er zorg voor dat een toezichthouder als bedoeld
                                            in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht niet
                                            wordt verhinderd toezicht te houden op de naleving van
                                            de subsidieverplichtingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ontvanger van een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in
                                    artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel b, dient uiterlijk op de
                                    peildatum van ieder kalenderjaar, middels een ter uitvoering van
                                    artikel 8, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1975/2006
                                    vastgesteld aanvraagformulier, bij gedeputeerde staten een
                                    aanvraag in tot betaling van de jaarvergoeding voor dat
                                    kalenderjaar, waarbij de artikelen 7 en 8 van verordening (EG)
                                    nr. 1975/2006 van overeenkomstige toepassing zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een geval als bedoeld in artikel 7.3, tweede lid, rust de in
                                    het tweede lid van het onderhavige artikel bedoelde verplichting
                                    op die derde voor zover deze het beheer heeft overgenomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het tweede lid bedoelde aanvraag maakt deel uit van de
                                    verzamelaanvraag, bedoeld in artikel 55 van de Regeling
                                    GLB-inkomenssteun 2006 van de minister.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.3.4</nr><titel>(hoogte subsidie)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1,
                                    eerste lid, onderdeel b, bedraagt de som van zes
                                    jaarvergoedingen, elk behorend bij één van de zes kalenderjaren
                                    waarvoor de subsidie wordt verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een jaarvergoeding is het product van het tarief zoals dat voor
                                    het eerste kalenderjaar van de in artikel 5.1.1.2 bedoelde
                                    periode op grond van artikel 5.1.3.5, eerste lid, voor het
                                    desbetreffende beheerpakket landschap is vastgesteld, en het
                                    aantal hectares, meters of stuks waarvoor voor dat betreffende
                                    beheerpakket landschap subsidie wordt verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na afloop van elk van de eerste vijf kalenderjaren:</al><lijst><li nr="a."><al>beslissen gedeputeerde staten binnen de in artikel 1.6,
                                            tweede lid, onderdeel a, genoemde termijn omtrent de
                                            hoogte van de jaarvergoeding die bij het betreffende
                                            kalenderjaar behoort, én</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>keren zij de aldus bepaalde jaarvergoeding, binnen zes
                                            weken nadat de in onderdeel a bedoelde beslissing op de
                                            voorgeschreven wijze bekend is gemaakt, als voorschot
                                            uit aan de landbouwer die op de peildatum van het
                                            kalenderjaar waarop de jaarvergoeding betrekking heeft,
                                            beschikt over het in artikel 5.1.3.1 bedoelde zakelijk
                                            of persoonlijk recht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.3.5</nr><titel>(hoogte tarief per kalenderjaar)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten stellen jaarlijks voor met ingang van het
                                    komende kalenderjaar te verlenen subsidies landschapsbeheer als
                                    bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel b, de tarieven
                                    voor de verschillende beheerpakketten landschap vast, uitgedrukt
                                    in een bedrag per hectare, meter of stuk. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk
                                    zes weken voorafgaande aan de openstellingsperiode mededeling
                                    gedaan door plaatsing in het Provinciaal Blad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.3.6</nr><titel>(beschikking tot subsidieverlening)</titel></kop><al>Een beschikking tot verlening van een subsidie landschapsbeheer als
                                bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel b, vermeldt in elk
                                geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het beheerpakket landschap waarvoor subsidie wordt verleend,
                                        én</al></li><li nr="b."><al>de hoogte van de subsidie. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.3.7</nr><titel>(ambtshalve vaststelling)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten stellen binnen tien weken na afloop van de
                                    zes aaneengesloten kalenderjaren waarvoor de subsidie
                                    landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid,
                                    onderdeel b, is verstrekt, die subsidie ambtshalve vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vaststelling, bedoeld in het eerste lid, kan éénmaal met ten
                                    hoogste tien weken worden verdaagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vaststelling, bedoeld in het eerste lid, omvat ook de
                                    beslissing op de aanvraag, bedoeld in artikel 5.1.3.3, tweede
                                    lid, voor zover die aanvraag betrekking heeft op het zesde en
                                    laatste kalenderjaar.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.1.4</nr><titel>Bijzondere bepalingen inzake collectief landschapsbeheer </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.4.1.</nr><titel>(toepasselijkheid afdeling)</titel></kop><al>De onderhavige afdeling is niet van toepassing op subsidies
                                landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid,
                                onderdeel a.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.4.2 </nr><titel>(subsidieaanvraag collectief landschapsbeheer)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een begunstigde die een aanvraag tot verlening van een subsidie
                                    landschapsbeheer in het kader van collectief landschapsbeheer
                                    indient, geeft in die aanvraag per gebied, bedoeld in artikel
                                    2.1, vierde lid, onderdeel a, waar hij wenst deel te nemen aan
                                    collectief landschapbeheer, aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de minimum- onderscheidenlijk maximumoppervlakte waarop
                                            hij gedurende de periode, bedoeld in artikel 5.1.1.2,
                                            voornemens is één of meerdere beheerpakketten landschap
                                            in het kader van collectief landschapbeheer uit te
                                            voeren, waarbij:</al><lijst><li nr="i."><al>de minimumoppervlakte niet kleiner kan zijn dan
                                                  de minimumoppervlakte van het betreffende
                                                  beheerpakket landschap, én</al></li><li nr="ii."><al> de maximumoppervlakte niet groter kan zijn dan
                                                  de totale oppervlakte van de beheerpakketten
                                                  landschap die tot zijn bedrijf behoren.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>binnen welk gebied de in onderdeel a bedoelde
                                            oppervlaktes zijn gelegen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid hoeft niet te worden
                                    ingediend indien de begunstigde in hetzelfde collectief gebied
                                    reeds deelneemt aan collectief agrarisch natuurbeheer en:</al><lijst><li nr="a."><al>de totale oppervlakte waarmee de begunstigde in het
                                            kader van collectief agrarisch natuurbeheer én
                                            collectief landschapsbeheer wenst deel te nemen kleiner
                                            of gelijk is aan de maximale oppervlakte, bedoeld in
                                            artikel 4.1.2.3, onderdeel a, óf</al></li><li nr="b."><al>de totale oppervlakte waarmee de begunstigde in het
                                            kader van collectief agrarisch natuurbeheer én
                                            collectief landschapsbeheer wenst deel te nemen groter
                                            is dan de maximale oppervlakte, bedoeld in artikel
                                            4.1.2.3, onderdeel a, maar de begunstigde overeenkomstig
                                            artikel 7.5, eerste en zesde lid, een aanvraag indient
                                            tot verhoging van die maximale oppervlakte.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de gevallen, bedoeld in het tweede lid, wordt de beschikking
                                    tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 4.1.2.3, met ingang
                                    van het kalenderjaar waarin de begunstigde voor het eerst
                                    deelneemt aan collectief landschapsbeheer en voor de resterende
                                    duur van de in artikel 4.1.1.2 bedoelde periode, aangemerkt als
                                    de goedkeuring om in dat gebied tevens deel te nemen aan
                                    collectief landschapsbeheer, en als zodanig ambtshalve door
                                    gedeputeerde staten aangepast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Artikel 5.1.3.2 is niet van toepassing op een aanvraag als
                                    bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.4.3</nr><titel>(aanvullende subsidieverplichting)</titel></kop><al>Onverminderd artikel 5.1.3.3 is een ontvanger van een subsidie
                                landschapsbeheer in het kader van collectief landschapsbeheer
                                gehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>elk beheerjaar het beheer uit te voeren overeenkomstig het
                                        door gedeputeerde staten vastgestelde collectief beheerplan
                                        zoals dat 14 dagen vóór de datum waarop in het
                                        desbetreffende beheerjaar de in artikel 5.1.3.3, tweede lid,
                                        bedoelde aanvraag op zijn vroegst kan worden ingediend,
                                        luidt;</al></li><li nr="b."><al>de gebiedscoördinator tijdig op de hoogte te stellen van
                                        wijzigingen en intrekkingen als bedoeld in de artikelen 7.1
                                        tot en met 7.6 en 7.8, tweede lid, voor zover deze relevant
                                        zijn voor het collectief beheerplan;</al></li><li nr="c."><al>vanaf het moment dat hij een beheerpakket landschap of
                                        variant daarvan uitvoert, dat beheerpakket landschap
                                        gedurende elk beheerjaar van de dan nog resterende periode,
                                        bedoeld in artikel 5.1.1.2, op dezelfde locatie en met
                                        dezelfde omvang uit te blijven voeren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.4.4</nr><titel>(beschikking tot subsidieverlening)</titel></kop><al>Een beschikking tot verlening van een subsidie landschapsbeheer in
                                het kader van collectief landschapsbeheer vermeldt in elk
                                geval:</al><lijst><li nr="a."><al>per gebied, bedoeld in artikel 2.1, vierde lid, onderdeel a,
                                        de minimale en maximale oppervlakte waarvoor subsidie wordt
                                        respectievelijk kan worden verleend;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop de tarieven worden berekend;</al></li><li nr="c."><al>dat de subsidieontvanger elk beheerjaar gehouden is het
                                        beheer uit te voeren overeenkomstig het in artikel 9.2
                                        bedoelde collectief beheerplan zoals dat 14 dagen vóór de
                                        datum waarop in het desbetreffende beheerjaar de in artikel
                                        5.1.3.3, tweede lid, bedoelde aanvraag op zijn vroegst kan
                                        worden ingediend, luidt;</al></li><li nr="d."><al>of een subsidie wordt verstrekt in het kader van de
                                        uitvoering van het Plattelandsontwikkelingsprogramma en of
                                        die subsidie gedeeltelijk wordt gefinancierd met Europese
                                        middelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.4.5</nr><titel>(toepasselijkheid afdeling 5.1.1 en 5.1.3)</titel></kop><al>De bepalingen van de afdelingen 5.1.1 en 5.1.3 zijn van
                                overeenkomstige toepassing voor zover uit de bepalingen van de
                                onderhavige afdeling niet anders voortvloeit.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Subsidie organisatiekosten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>(grondslag subsidie)</titel></kop><al>Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag een subsidie organisatiekosten
                            verstrekken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>(duur subsidie)</titel></kop><al>Een subsidie organisatiekosten wordt verstrekt voor een periode van
                            maximaal zes aaneengesloten kalenderjaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>(begunstigden)</titel></kop><al><vet>Een subsidie organisatiekosten kan worden verstrekt aan een
                                agrarische natuurvereniging. </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel>(aanvraag subsidie)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend uiterlijk 31
                                oktober direct voorafgaand aan het eerste kalenderjaar waarop de
                                aanvraag betrekking heeft. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van het gebied waar de agrarische
                                        natuurvereniging agrarisch natuurbeheer ondersteunt en
                                        stimuleert;</al></li><li nr="b."><al>een activiteitenplan, gericht op het ondersteunen en
                                        stimuleren van agrarisch natuurbeheer, waarin ten minste
                                        voor de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd per
                                        kalenderjaar staat beschreven voor welke activiteiten
                                        subsidie wordt aangevraagd, én</al></li><li nr="c."><al>een begroting, waarin uitgesplitst per kalenderjaar de
                                        verwachte uitgaven en inkomsten staan beschreven.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5</nr><titel>(subsidieverplichtingen)</titel></kop><al>De ontvanger van een subsidie organisatiekostenvoert de
                            activiteiten ten behoeve waarvan subsidie wordt verstrekt uit conform
                            het activiteitenplan en de daarbij behorende begroting, bedoeld in
                            artikel 6.4, tweede lid, onderdelen b en c, voor zover deze door
                            gedeputeerde staten zijn goedgekeurd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6</nr><titel>(subsidiabele kosten)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als subsidiabele kosten komen in aanmerking de noodzakelijke kosten
                                voor de organisatie van activiteiten, gericht op:</al><lijst><li nr="a."><al>kennisbevordering, kwaliteitsborging en professionalisering
                                        van agrarisch natuurbeheer;</al></li><li nr="b."><al>werving en aanvraagbegeleiding van landbouwers;</al></li><li nr="c."><al>promotie, draagvlak en samenwerking in een gebied;</al></li><li nr="d."><al>monitoring en toezicht ten behoeve van de ecologische
                                        sturing in het gebied.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidie wordt niet verstrekt voor activiteiten waarvoor reeds een
                                subsidie wordt verstrekt op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>hoofdstuk 8 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer
                                        Noord-Holland, of</al></li><li nr="b."><al>hoofdstuk 8 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer
                                        van de minister.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen nadere regels vaststellen met betrekking
                                tot de kosten en activiteiten, bedoeld in het eerste lid, die voor
                                vergoeding in aanmerking komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.7</nr><titel>(hoogte subsidie)</titel></kop><al>Een subsidie organisatiekosten bedraagt hetzij:</al><lijst><li nr="a."><al>ten hoogste 100 procent van de werkelijk gemaakte subsidiabele
                                    kosten, hetzij</al></li><li nr="b."><al>een door gedeputeerde staten te bepalen maximumbedrag, waarbij
                                    de genoten inkomsten op de aldus bepaalde bedragen in mindering
                                    worden gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.8</nr><titel>(aanvraag tot voorschotverlening)</titel></kop><al>Gedeputeerde staten kunnen ten hoogste éénmaal per kalenderjaar op
                            aanvraag een voorschot verlenen, waarbij dat voorschot ten hoogste 80%
                            bedraagt van de subsidiabele kosten zoals die voor dat kalenderjaar in
                            de door gedeputeerde staten goedgekeurde begroting zijn opgenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.9</nr><titel>(beschikking tot subsidieverlening)</titel></kop><al>Een beschikking tot verlening van een subsidie organisatiekosten
                            vermeldt in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;</al></li><li nr="b."><al>de periode waarvoor subsidie wordt verleend, én</al></li><li nr="c."><al>de maximale hoogte van de subsidie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.10</nr><titel>(aanvraag tot subsidievaststelling)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag de subsidie organisatiekosten
                                jaarlijks vaststellen voor dat gedeelte dat ziet op de in het
                                voorgaande kalenderjaar gemaakte subsidiabele kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag tot subsidievaststelling als bedoeld in het eerste lid
                                wordt uiterlijk acht weken na afloop van het in dat lid bedoelde
                                kalenderjaar ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een subsidieontvanger geen of slechts gedeeltelijk aanvragen als
                                bedoeld in het eerste lid heeft ingediend, wordt door hem uiterlijk
                                acht weken na afloop van de periode waarvoor de subsidie is verleend
                                een aanvraag tot subsidievaststelling ingediend voor de periode
                                waarover nog geen subsidievaststelling heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>en aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een
                                overzicht van de gemaakte subsidiabele kosten, de betalingsbewijzen
                                daarvan, de daadwerkelijk genoten inkomsten en een verslag van de
                                uitgevoerde activiteiten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Wijziging en intrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr><titel>(overmacht)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ontvanger van een subsidie natuurbeheer of een subsidie
                                landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid,
                                onderdeel a, kan, indien sprake is van overmacht of uitzonderlijke
                                omstandigheden, een aanvraag indienen tot wijziging of intrekking
                                van de betreffende beschikking tot subsidieverlening vanaf het
                                moment dat de overmacht zich voordoet of de uitzonderlijke
                                omstandigheden zich voordoen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ontvanger van een subsidie agrarisch natuurbeheer,
                                probleemgebiedensubsidie of subsidie landschapsbeheer als bedoeld in
                                artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel b, kan, als sprake is van
                                overmacht of uitzonderlijke omstandigheden als bedoeld in artikel
                                47, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1974/2006, een aanvraag
                                indienen tot wijziging of intrekking van de betreffende beschikking
                                tot subsidieverlening vanaf het moment dat de overmacht zich
                                voordoet of de uitzonderlijke omstandigheden zich voordoen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen een aanvraag als bedoeld in het eerste en
                                tweede lid honoreren en de betreffende subsidie naar evenredigheid
                                vaststellen, als de overmacht of uitzonderlijke omstandigheden van
                                dien aard is, respectievelijk zijn, dat het doel van de betreffende
                                subsidie niet of niet meer kan worden behaald.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het derde lid kunnen gedeputeerde staten een
                                aanvraag als bedoeld in het eerste en tweede lid afwijzen en de
                                betreffende subsidie ongewijzigd voortzetten als de overmacht of
                                uitzonderlijke omstandigheden van dien aard is, respectievelijk
                                zijn, dat het doel van de betreffende subsidie alsnog kan worden
                                behaald en de ontvanger van de betreffende subsidie zich ertoe
                                bereid heeft verklaard de subsidieverplichtingen weer na te zullen
                                leven zodra de overmacht is, respectievelijk de uitzonderlijke
                                omstandigheden zijn, geëindigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>(overlijden subsidieontvanger)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een ontvanger van een subsidie natuurbeheer, een subsidie
                                agrarisch natuurbeheer of een subsidie landschapsbeheer overlijdt,
                                kan diens rechtsopvolger onder algemene titel binnen 24 weken na het
                                overlijden een aanvraag indienen tot wijziging van de betreffende
                                beschikking tot subsidieverlening, inhoudende de overname van de
                                rechten en verplichtingen die zijn verbonden aan de desbetreffende
                                subsidie voor de resterende periode waarvoor zij wordt
                                verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedeputeerde staten trekken de beschikking tot subsidieverlening met
                                ingang van de datum van het overlijden in en stellen de subsidie
                                ambtshalve naar evenredigheid vast als er binnen de in het eerste
                                lid genoemde termijn geen aanvraag als bedoeld in dat lid is
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen een beschikking tot subsidieverlening
                                overeenkomstig het eerste lid wijzigen als de rechtsopvolger
                                aangemerkt kan worden als begunstigde voor de betreffende subsidie,
                                tenzij de oorspronkelijke subsidieontvanger een gecertificeerde
                                begunstigde was en de rechtsopvolger dit niet is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen, in afwijking van de artikelen 3.1.7,
                                3.1.10, 4.1.1.7, 4.1.1.10, 4.1.2.4, 4.2.9, 5.1.2.4, 5.1.2.7, 5.1.3.4
                                en 5.1.3.7, de verstrekking dan wel betaling van een jaarvergoeding
                                of de vaststelling van een subsidie opschorten tot vier weken na de
                                dag waarop de termijn, genoemd in het eerste lid, is verstreken.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3</nr><titel>(overdracht aan andere beheerder)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een ontvanger van een subsidie natuurbeheer of subsidie
                                landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid,
                                onderdeel a, de zeggenschap over het beheer overdraagt aan een
                                derde, waardoor hij op de peildatum van een kalenderjaar niet kan
                                worden aangemerkt als begunstigde, dan kan hij tezamen met die derde
                                een aanvraag indienen tot wijziging van de betreffende beschikking
                                tot subsidieverlening, inhoudende de gehele of gedeeltelijke
                                overname door die derde van de rechten en verplichtingen die zijn
                                verbonden aan de desbetreffende subsidie voor de resterende periode
                                waarvoor zij wordt verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een ontvanger van een subsidie agrarisch natuurbeheer of een
                                subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste
                                lid, onderdeel b, het beheer overdraagt aan een derde, waardoor hij
                                op de peildatum van een beheerjaar respectievelijk kalenderjaar niet
                                kan worden aangemerkt als begunstigde, dan kan hij tezamen met die
                                derde een aanvraag indienen tot wijziging van de betreffende
                                beschikking tot subsidieverlening, inhoudende de gehele of
                                gedeeltelijke overname door die derde van de rechten en
                                verplichtingen die zijn verbonden aan de desbetreffende subsidie
                                voor de resterende periode waarvoor zij wordt verstrekt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk 15
                                augustus van het betreffende kalenderjaar gedaan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid wordt uiterlijk op de
                                peildatum van het betreffende beheerjaar respectievelijk
                                kalenderjaar gedaan. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Gedeputeerde Staten kunnen een beschikking tot subsidieverlening
                                overeenkomstig het eerste of tweede lid wijzigen als de derde
                                aangemerkt kan worden als begunstigde voor de betreffende subsidie.
                                Indien de oorspronkelijke subsidieontvanger een gecertificeerde
                                begunstigde was en de derde dit niet is, is een wijziging als
                                bedoeld in de eerste volzin slechts mogelijk indien die derde
                                schriftelijk verklaart met ingang van de datum van overdracht de
                                subsidieverplichtingen te zullen naleven op basis van de rechten en
                                plichten die gelden voor een niet-gecertificeerde begunstigde.</al><al/><al/></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Onverminderd het vijfde lid honoreren gedeputeerde staten een
                                aanvraag als bedoeld in het eerste lid niet met betrekking tot het
                                gedeelte van een subsidie natuurbeheer dat ziet op de toeslag,
                                bedoeld in artikel 3.1.8, tweede lid, onderdeel b, voor zover de
                                derde niet in staat is de aan die toeslag verbonden verplichtingen
                                na te leven, maar stellen zij ambtshalve het betreffende deel van de
                                subsidie naar evenredigheid vast.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Onverminderd het vijfde lid honoreren gedeputeerde staten, indien er
                                sprake is van een gedeeltelijke overdracht van een natuurterrein,
                                een landschapselement, een beheereenheid of een beheerpakket
                                landschap, een aanvraag als bedoeld in het eerste of tweede lid
                                slechts indien zowel het overgedragen deel als het resterende deel
                                voldoen aan de eisen van het desbetreffende natuurbeheertype of
                                landschapselement, onderscheidenlijk de instapeisen van het
                                desbetreffende agrarisch beheerpakket of beheerpakket
                                landschap.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Een wijziging van een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld
                                in het vijfde lid treedt in werking met ingang van het kalenderjaar
                                respectievelijk beheerjaar waarin de derde op de peildatum als
                                begunstigde aangemerkt kan worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3a</nr><titel>(aanvullende voorwaarden overdracht collectief beheer)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen een aanvraag als bedoeld in artikel 7.3,
                                tweede lid, die betrekking heeft op een subsidie agrarisch
                                natuurbeheer in het kader van collectief agrarisch natuurbeheer of
                                een subsidie landschapsbeheer in het kader van collectief
                                landschapsbeheer, slechts in behandeling nemen indien deze vergezeld
                                gaat van:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanvraag als bedoeld in artikel 4.1.2.1, eerste lid,
                                        onderscheidenlijk artikel 5.1.4.2, eerste lid, indien de
                                        derde, als bedoeld in artikel 7.3, in het betreffende
                                        collectief gebied nog niet deelneemt aan collectief
                                        agrarisch natuurbeheer onderscheidenlijk collectief
                                        landschapsbeheer, tenzij het de gehele overdracht betreft
                                        van al het collectief agrarisch natuurbeheer en collectief
                                        landschapsbeheer dat de subsidieontvanger in het betreffende
                                        beheerjaar in het betreffende collectief gebied dient uit te
                                        voeren;</al></li><li nr="b."><al>een aanvraag tot verhoging van de maximale oppervlakte als
                                        bedoeld in artikel 4.1.2.3, onderdeel a, onderscheidenlijk
                                        artikel 5.1.4.4, onderdeel a, indien de derde in het
                                        betreffende collectief gebied reeds deelneemt aan collectief
                                        agrarisch natuurbeheer onderscheidenlijk collectief
                                        landschapsbeheer en door de overdracht deze maximale
                                        oppervlakte wordt overschreden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In zoverre in afwijking van het bepaalde in artikel 7.3, tweede lid,
                                bestrijkt de aanvraag, bedoeld in:</al><lijst><li nr="a."><al>het eerste lid, onderdeel a, van het onderhavige artikel,
                                        een geheel nieuwe periode van zes aaneengesloten
                                        beheerjaren, waarbij die periode aanvangt met ingang van het
                                        beheerjaar waarin de derde op de peildatum als begunstigde
                                        aangemerkt kan worden;</al></li><li nr="b."><al>het eerste lid, onderdeel b, van het onderhavige artikel, de
                                        resterende periode waarvoor aan die derde subsidie is
                                        verleend op basis van de door hem voor het betreffende
                                        collectief gebied ingediende aanvraag als bedoeld in artikel
                                        4.1.2.1, eerste lid, onderscheindelijkartikel 5.1.4.2,
                                        eerste lid, waarbij die resterende periode aanvangt met
                                        ingang van het beheerjaar waarin de derde op de peildatum
                                        als begunstigde aangemerkt kan worden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, is
                                artikel 1.3, eerste lid niet van toepassing. Onverminderd de eerste
                                volzin van dit artikellid wordt een aanvraag als bedoeld in het
                                eerste lid, onderdeel a, niet gehonoreerd indien deze ná 15 mei 2015
                                is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de subsidieontvanger als gevolg van de door gedeputeerde
                                staten goedgekeurde overdracht niet langer beschikt over voldoende
                                oppervlakte om met ten minste de minimumoppervlakte, bedoeld in
                                artikel 4.1.2.3, onderdeel a, onderscheidenlijk artikel 5.1.4.4,
                                onderdeel a te blijven deelnemen aan collectief agrarisch
                                natuurbeheer onderscheidenlijk collectief landschapsbeheer, dan
                                wordt de hiervoor bedoelde minimumoppervlakte, met ingang van het
                                beheerjaar waarin de derde op de peildatum als begunstigde
                                aangemerkt kan worden, verlaagd tot de oppervlakte die wordt gevormd
                                door de goedgekeurde overgedragen oppervlakte in mindering te
                                brengen op de oppervlakte die de subsidieontvanger op grond van het
                                in artikel 4.1.2.3, onderdeel b, onderscheidenlijk artikel 5.1.4.4,
                                onderdeel c bedoelde collectief beheerplan in het betreffende
                                beheerjaar diende te beheren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.4</nr><titel>(overdracht aan Staatsbosbeheer, TBO of BBL)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ontvanger van een subsidie natuurbeheer, een subsidie agrarisch
                                natuurbeheer of een subsidie landschapsbeheer kan, als hij de
                                zeggenschap over het beheer of het beheer geheel of gedeeltelijk
                                overdraagt aan Staatsbosbeheer, het Bureau beheer landbouwgronden of
                                een instelling als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, van
                                de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende
                                natuurbeschermingsorganisaties zoals dat artikel tot 1 januari 2008
                                luidde, een aanvraag indienen tot gehele of gedeeltelijke intrekking
                                van de beschikking tot subsidieverlening en de naar evenredigheid
                                gehele of gedeeltelijke voortijdige vaststelling van die subsidie.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen een beschikking tot subsidieverlening
                                inzake agrarisch natuurbeheer of landschapsbeheer als bedoeld in
                                artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel b, naar aanleiding van een
                                aanvraag als bedoeld in het eerste lid met ingang van de datum van
                                overdracht slechts geheel of gedeeltelijk intrekken en naar
                                evenredigheid vaststellen, als voldaan is aan de voorwaarde, bedoeld
                                in artikel 44, tweede lid, onderdeel c, van Verordening (EG) nr.
                                1974/2006. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.5</nr><titel>(wijziging subsidie ivm vergroting areaal)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een ontvanger van een subsidie natuurbeheer, een subsidie
                                    agrarisch natuurbeheer of een subsidie landschapsbeheer kan
                                    éénmaal per kalenderjaar onderscheidenlijk beheerjaar een
                                    aanvraag indienen tot wijziging van de beschikking tot
                                    subsidieverlening met ingang van het volgend kalenderjaar of
                                    beheerjaar, gericht op de vergroting van het areaal waarvoor
                                    subsidie wordt verstrekt. </al></li><li nr="2."><al>Gedeputeerde staten kunnen een beschikking tot verlening van een
                                    subsidie natuurbeheer naar aanleiding van een aanvraag als
                                    bedoeld in het eerste lid wijzigen als die wijziging leidt tot
                                    een verhoging van de jaarvergoeding van ten minste €50,- per
                                    kalenderjaar. De artikelen 1.3, eerste lid, 3.1.3, 3.1.4 en
                                    3.1.5 zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Gedeputeerde staten kunnen een beschikking tot verlening van een
                                    subsidie agrarisch natuurbeheer naar aanleiding van een aanvraag
                                    als bedoeld in het eerste lid wijzigen als: </al><lijst><li nr="a."><al>de vergroting niet meer dan twee hectare bedraagt en
                                            evenmin meer dan 10% van het areaal landbouwgrond
                                            waarvoor de aanvrager al subsidie ontvangt, én</al></li><li nr="b."><al>de wijziging leidt tot een verhoging van de jaarbetaling
                                            van ten minste €50,- per beheerjaar.</al></li></lijst></li></lijst><al>De artikelen 1.3, eerste lid, 4.1.1.3, 4.1.1.4 en 4.1.1.5 zijn van
                            overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de in de agrarische
                            beheerpakketten opgenomen eis ten aanzien van de minimale oppervlakte
                            van de beheereenheid voor zover het areaal landbouwgrond waarop de
                            aanvraag tot wijziging ziet grenst aan landbouwgrond waarvoor de
                            aanvrager al subsidie ontvangt, én op de beide aldus aanééngrenzende
                            arealen eenzelfde agrarisch beheerpakket zal worden uitgevoerd.</al><lijst><li nr="4."><al>Gedeputeerde staten kunnen een beschikking tot verlening van een
                                    subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste
                                    lid, onderdeel a, naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld
                                    in het eerste lid wijzigen als die wijziging leidt tot een
                                    verhoging van de jaarvergoeding van ten minste €50,- per
                                    kalenderjaar. De artikelen 1.3, eerste lid, 5.1.1.3, 5.1.2.1, en
                                    5.1.2.2 zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="5."><al>Gedeputeerde staten kunnen een beschikking tot subsidieverlening
                                    inzake landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste
                                    lid, onderdeel b, naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld
                                    in het eerste lid wijzigen als:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergroting niet meer dan twee hectare bedraagt en
                                            evenmin meer dan 10% bedraagt van het aantal hectares,
                                            meters of stuks waarvoor de aanvrager al subsidie
                                            ontvangt, én</al></li><li nr="b."><al>de wijziging leidt tot een verhoging van de
                                            jaarvergoeding van ten minste €50,- per kalenderjaar. De
                                            artikelen 1.3, eerste lid, 5.1.1.3, 5.1.3.1 en 5.1.3.2
                                            zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering
                                            van de in de beheerpakketten landschap opgenomen eis ten
                                            aanzien van de minimale omvang, mits het beheerpakket
                                            landschap waarop de aanvraag tot wijziging ziet grenst
                                            aan een beheerpakket landschap waarvoor de aanvrager al
                                            subsidie ontvangt én de beide aldus aanééngrenzende
                                            beheerpakketten landschap identiek zijn.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Als een in het eerste lid bedoelde aanvraag betrekking heeft op
                                    het vergroten van het areaal waarvoor een subsidie agrarisch
                                    natuurbeheer in het kader van collectief agrarisch wordt
                                    verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>is het derde lid, onderdeel a, niet van toepassing en
                                            artikel 4.1.1.4 niet van overeenkomstige
                                            toepassing;</al></li><li nr="b."><al>is er slechts sprake van een aanvraag als bedoeld in het
                                            onderhavige artikel voor zover de extra oppervlakte de
                                            maximale oppervlakte, bedoeld in artikel 4.1.2.3,
                                            onderdeel a, voor het betreffende gebied
                                            overschrijdt.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Als een in het eerste lid bedoelde aanvraag betrekking heeft op
                                    het vergroten van het areaal waarvoor een subsidie
                                    landschapsbeheer in het kader van collectief landschapsbeheer
                                    wordt verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>is het vijfde lid, onderdeel a, niet van toepassing en
                                            artikel 5.1.3.2 niet van overeenkomstige
                                            toepassing;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>is er slechts sprake van een aanvraag als bedoeld in het
                                            onderhavige artikel voor zover de extra oppervlakte de
                                            maximale oppervlakte, bedoeld in artikel 5.1.4.4,
                                            onderdeel a, voor het betreffende gebied
                                            overschrijft.</al></li></lijst></li><li nr="8."><al>In afwijking van de artikelen 3.1.7, tweede lid, 5.1.2.4, tweede
                                    lid en 5.1.3.5, eerste lid wordt, indien gedeputeerde staten de
                                    beschikking tot subsidieverlening op grond van een in het eerste
                                    lid van het onderhavige artikel bedoelde aanvraag wijzigen, de
                                    uit die wijziging voortvloeiende verhoging van de subsidie en
                                    jaarvergoedingen gebaseerd op de tarieven die golden in het
                                    kalender- respectievelijk beheerjaar waarin de aanvraag is
                                    ingediend zoals die luidde vóórdat voor het eerst een aanvraag
                                    tot wijziging van de betreffende beschikking tot
                                    subsidieverlening als bedoeld in het eerste lid is
                                    ingediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.5a</nr><titel>(toetreding tot samenwerkingsverband</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>waarvoor een subsidie natuurbeheer of een subsidie landschapsbeheer
                                als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a, wordt
                                verstrekt, welke wordt ingediend door een aanvrager als bedoeld in
                                artikel 3.1.3, eerste lid, onderdeel b onderscheidenlijk artikel
                                5.1.2.1, eerste lid, onderdeel b, én vergezeld gaat van een verzoek
                                van een ontvanger van één of meer hiervoor bedoelde subsidies tot
                                intrekking van de aan hem verleende subsidies voor de terreinen
                                waarop die aanvraag betrekking heeft, wordt niet gehonoreerd
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>die aanvraag en het verzoek tot intrekking niet betrekking
                                        heeft op alle natuurterreinen en landschapselementen
                                        waarvoor aan de in de aanhef bedoelde subsidieontvanger
                                        subsidie werd verstrekt;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>die aanvraag ertoe zou leiden dat in totaal minder dan zes
                                        aaneengesloten jaren subsidie voor het desbetreffende
                                        terrein onderscheidenlijk landschapselement kan worden
                                        verleend;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>de in de aanhef bedoelde subsidieontvanger een
                                        gecertificeerde begunstigde is en de in de aanhef bedoelde
                                        aanvrager dit niet is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval van intrekking uit hoofde van het eerste lid worden alle
                                subsidies naar evenredigheid verleend en vastgesteld voor het
                                verstreken gedeelte van het tijdvak, bedoeld in artikel 3.1.2.
                                respectievelijk artikel 5.1.1.2, waarvoor de betreffende subsidies
                                zijn verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het eerste lid honoreren gedeputeerde staten een
                                aanvraag als bedoeld in het eerste lid niet met betrekking tot het
                                gedeelte van een of meer subsidies natuurbeheer dat ziet op de
                                toeslag, bedoeld in artikel 3.1.8, tweede lid, onderdeel b, voor
                                zover het samenwerkingsverband niet in staat is de aan die toeslag
                                verbonden verplichtingen na te leven, maar stellen zij ambtshalve
                                het betreffende deel van respectievelijke subsidies naar
                                evenredigheid vast voor het verstreken gedeelte van het
                                tijdvak.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een wijziging van een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld
                                in het eerste lid treedt in werking met ingang van het kalenderjaar
                                waarin het samenwerkingsverband op de peildatum als begunstigde
                                aangemerkt kan worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.6</nr><titel>(wijziging subsidie i.v.m. verkleining)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ontvanger van een subsidie natuurbeheer of een subsidie
                                landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid,
                                onderdeel a, kan een aanvraag tot gehele of gedeeltelijke intrekking
                                van de beschikking tot subsidieverlening en de naar evenredigheid
                                gehele of gedeeltelijke voortijdige vaststelling van die subsidie
                                indienen met het oog op de verkleining van het areaal waarvoor de
                                subsidie wordt verstrekt, als die verkleining het gevolg is van de
                                realisatie van een werk van algemene nutte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ontvanger van een subsidie agrarisch natuurbeheer, een
                                probleemgebiedensubsidie of een subsidie landschapsbeheer als
                                bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel b, kan een
                                aanvraag tot gehele of gedeeltelijke intrekking van de beschikking
                                tot subsidieverlening en de naar evenredigheid gehele of
                                gedeeltelijke voortijdige vaststelling van die subsidie indienen,
                                als hij als gevolg van omstandigheden als bedoeld in artikel 45,
                                vierde lid, van Verordening (EG) nr. 1974/2006 de
                                subsidieverplichtingen niet langer kan nakomen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Gedeputeerde staten trekken de desbetreffende subsidie voor het
                                betreffende deel in en stellen haar naar evenredigheid vast als
                                voldaan is aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste
                                onderscheidenlijk tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.7</nr><titel>(beëindiging subsidie natuurbeheer i.v.m. wijziging
                                natuurbeheertype)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ontvanger van een subsidie natuurbeheer kan een aanvraag
                                indienen tot gehele of gedeeltelijke intrekking van de beschikking
                                tot subsidieverlening en de naar evenredigheid gehele of
                                gedeeltelijke voortijdige vaststelling van die subsidie, als hij op
                                het natuurterrein of deel daarvan waarvoor hij de subsidie ontvangt,
                                maatregelen treft die zijn gericht op een wijziging van het op dat
                                natuurterrein in stand te houden natuurbeheertype. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen de beschikking tot subsidieverlening naar
                                aanleiding van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid intrekken
                                vanaf het moment dat de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, van
                                start gaan, en de subsidie naar evenredigheid geheel of gedeeltelijk
                                vaststellen, als: </al><lijst><li nr="a."><al>de wijziging van het natuurbeheertype op grond van het
                                        natuurbeheerplan is toegestaan; </al></li><li nr="b."><al>de wijziging van het natuurbeheertype gericht is op een
                                        versterkte bescherming van de natuur, én</al></li><li nr="c."><al>de subsidieontvanger schriftelijk verklaart ten minste zes
                                        jaar na afronding van de inrichtingsmaatregelen, bedoeld in
                                        artikel 11 van de Uitvoeringsregeling subsidie
                                        kwaliteitsimpuls natuur en landschap Noord-Holland, beheer
                                        gericht op de instandhouding van het gewijzigde
                                        natuurbeheertype te blijven voeren. Deze verplichting
                                        vervalt voor zover hij voor die gewijzigde instandhouding
                                        een subsidie natuurbeheer op grond van de onderhavige
                                        verordening heeft aangevraagd en ontvangt. De hiervóór
                                        bedoelde subsidieaanvraag wordt ingediend in de
                                        eerstvolgende openstellingsperiode na het indienen van de
                                        aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in artikel 14c
                                        van de Uitvoeringsregeling subsidie kwaliteitsimpuls natuur
                                        en landschap Noord-Holland.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een subsidieontvanger subsidie ontvangt op grond van een
                                aanvraag als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, tweede volzin,
                                en de beschikking tot subsidieverlening wordt ingetrokken omdat de
                                subsidieontvanger toerekenbaar niet voldaan heeft aan de
                                subsidieverplichtingen, dan is voor de resterende periode de in het
                                tweede lid, onderdeel c, eerste volzin, bedoelde
                                instandhoudingsplicht weer van toepassing tot de termijn van zes
                                jaar na afronding van de inrichtingsmaatregelen is verstreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.8</nr><titel>(wijziging baseline)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen een beschikking tot verlening van een
                                subsidie agrarisch natuurbeheer of een subsidie landschapsbeheer als
                                bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel b, wijzigen als
                                dit ingevolge artikel 46 van Verordening (EG) nr. 1974/2006
                                noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen een beschikking tot verlening van een
                                subsidie agrarisch natuurbeheer of een subsidie landschapsbeheer als
                                bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel b, intrekken met
                                ingang van het moment waarop zich de situatie als bedoeld in artikel
                                46 van Verordening (EG) nr. 1974/2006 voordoet en de subsidie naar
                                evenredigheid ambtshalve vaststellen als de subsidieontvanger een
                                wijziging ingevolge het eerste lid niet aanvaardt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.9</nr><titel>(wijziging activiteiten organisatiekosten )</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ontvanger van een subsidie organisatiekosten kan jaarlijks een
                                aanvraag indienen tot wijziging van de beschikking tot
                                subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag tot wijziging van een beschikking tot subsidieverlening
                                als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend uiterlijk op 31
                                oktober voorafgaande aan het kalenderjaar waarvoor de wijziging
                                wordt aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag tot wijziging van een beschikking tot subsidieverlening
                                als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al>een onderbouwing van de wijziging;</al></li><li nr="b."><al>een gewijzigd activiteitenplan, én</al></li><li nr="c."><al>een gewijzigde begroting.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.10</nr><titel>(verlagen “min”)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen ambtshalve de minimale oppervlakte,
                                bedoeld in de artikelen 4.1.2.3, onderdeel a, en 5.1.4.4, onderdeel
                                a, verlagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde verlaging gaat in met ingang van het
                                beheerjaar waarin de subsidieontvanger niet langer voldoet aan de
                                minimale oppervlakte, bedoeld in de artikelen 4.1.2.3, onderdeel a,
                                en 5.1.4.4, onderdeel a.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Gedeputeerde staten maken geen gebruik van de in het eerste lid
                                bedoelde bevoegdheid indien de verlaging ertoe zou leiden dat de
                                minimale oppervlakte kleiner wordt dan de minimumoppervlakte die
                                behoort bij het agrarische beheerpakket onderscheidenlijk
                                beheerpakket landschap met de kleinste omvang dat de
                                subsidieontvanger in het betreffende beheerjaar behoorde uit te
                                voeren.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Certificering</titel></kop><afdeling><kop><label>Paragraaf</label><nr>8.1</nr><titel>Certificering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.1</nr><titel>(bevoegdheid tot certificering)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag afgeven:</al><lijst><li nr="a."><al>een certificaat natuurbeheer;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>een certificaat samenwerkingsverband natuurbeheer;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>een certificaat coördinatie agrarisch natuurbeheer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend bij
                                    de in artikell 8.1.7 bedoelde Stichting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.2</nr><titel>(wie kunnen worden gecertificeerd)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor een certificaat natuurbeheer komen in aanmerking
                                    begunstigden als bedoeld in de artikelen 3.1.3, eerste lid,
                                    onderdeel a, en 5.1.2.1, eerste lid, onderdeel a. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd de verdere bepalingen in deze paragraaf komen
                                    begunstigden als bedoeld in het eerste lid slechts in aanmerking
                                    voor een certificaat natuurbeheer indien:</al><lijst><li nr="a."><al>zij in totaal ten minste 5 hectare natuurterrein of
                                            landschapselementen binnen natuurterrein beheren,
                                            óf</al></li><li nr="b."><al>de in artikel 8.1.2a bedoelde aanvraag vergezeld gaat
                                            van een kwaliteitshandboek volgens het model van de
                                            Federatie Particulier Grondbezit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor een certificaat samenwerkingsverband natuurbeheer komen in
                                    aanmerking begunstigden als bedoeld in de artikelen 3.1.3,
                                    eerste lid, onderdeel b, en 5.1.2.1, eerste lid, onderdeel b.
                                </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd de verdere bepalingen in deze paragraaf komen
                                    begunstigden als bedoeld in het derde lid slechts in aanmerking
                                    voor een certificaat samenwerkingsverband natuurbeheer
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de artikelen 3.1.3, eerste lid, onderdeel b, en
                                            5.1.2.1, eerste lid, onderdeel b, bedoelde natuurlijke
                                            personen of rechtspersonen in totaal ten minste 5
                                            hectare natuurterrein of landschapselementen binnen
                                            natuurterrein beheren, óf</al></li><li nr="b."><al>de in artikel 8.1.2a bedoelde aanvraag vergezeld gaat
                                            van een kwaliteitshandboek volgens het model van de
                                            Federatie Particulier Grondbezit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor een certificaat coördinatie agrarisch natuurbeheer komen in
                                    aanmerking rechtspersonen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.2a</nr><titel>(aanvraag certificering)</titel></kop><al>Een aanvraag tot verlening van een certificaat als bedoeld in
                                artikel 8.1.1 gaat vergezeld van:</al><lijst><li nr="b."><al>naam en adresgegevens van de aanvrager;</al></li><li nr="c."><al>een kwaliteitshandboek van de aanvrager, met daarin een
                                        beschrijving van de elementen uit de bedrijfsvoering zoals
                                        beschreven in het Programma van Eisen Kwaliteitshandboek
                                        Natuurbeheer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.3</nr><titel>(certificeringsvoorwaarden)</titel></kop><al>Gedeputeerde staten kunnen een in artikel 8.1.1, eerste lid, bedoeld
                                certificaat afgeven als is voldaan aan de voorwaarden, opgenomen in
                                het corresponderende onderdeel van het Programma van Eisen
                                Kwaliteitshandboek Natuurbeheer, zoals dat door gedeputeerde staten
                                is vastgesteld en gepubliceerd in het Provinciaal Blad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.4</nr><titel>(aan certificering verbonden verplichtingen)</titel></kop><al>Een houder van een in artikel 8.1.1, eerste lid, bedoeld
                                certificaat:</al><lijst><li nr="a."><al>draagt er zorg voor dat hij blijft voldoen aan de
                                        certificeringsvoorwaarden die behoren bij het aan hem
                                        afgegeven certificaat;</al></li><li nr="b."><al>draagt er zorg voor dat door of vanwege gedeputeerde staten
                                        audits kunnen worden uitgevoerd in het kader van de naleving
                                        van de certificeringsvoorwaarden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.5</nr><titel>(schorsing en intrekking certificaat)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen het certificaat voor een door hen te
                                    bepalen termijn schorsen als de houder van het certificaat niet
                                    voldoet aan één of meerdere certificeringsvoorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen het certificaat intrekken als:</al><lijst><li nr="a."><al>na afloop van de schorsingstermijn, bedoeld in het
                                            eerste lid, blijkt dat de houder van het certificaat nog
                                            steeds niet voldoet aan de betreffende
                                            certificeringsvoorwaarde;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat binnen een periode van 52 weken na afloop van
                                            de schorsingstermijn, bedoeld in het eerste lid, de
                                            houder van het certificaat opnieuw niet voldoet aan de
                                            betreffende certificeringsvoorwaarde;</al></li><li nr="c."><al>de houder van het certificaat opzettelijk een onjuiste
                                            aanvraag heeft ingediend ter verkrijging van een
                                            subsidie, bedoeld in de artikelen 3.1.1, 5.1.1.1, eerste
                                            lid, onderdeel a, of 6.1, of willens en wetens heeft
                                            meegewerkt aan het indienen van een onjuiste aanvraag
                                            ter verkrijging door een landbouwer van een in artikel
                                            4.1.2.4 bedoelde toeslag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De certificering wordt niet geschorst of ingetrokken als het
                                    niet voldoen aan de betreffende certificeringsvoorwaarde het
                                    gevolg is van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.6</nr><titel>(rechtsgevolgen intrekken certificaat)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1.Als gedeputeerde staten een certificaat natuurbeheer of een
                                    certificaat samenwerkingsverband natuurbeheer intrekken dat is
                                    afgegeven aan:</al><lijst><li nr="a."><al>een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die,
                                            respectievelijk</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>een samenwerkingsverband dat, een subsidie natuurbeheer
                                            of een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel
                                            5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a, ontvangt, wordt met
                                            ingang van de datum van intrekking van het certificaat
                                            de beschikking dan wel de beschikkingen tot verlening
                                            van die subsidie of subsidies ingetrokken, waarbij die
                                            subsidie of subsidies naar evenredigheid worden
                                            vastgesteld. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid vindt geen toepassing als de
                                    voormalig gecertificeerde begunstigde binnen acht weken na de
                                    datum van intrekking van het certificaat verzoekt de betreffende
                                    subsidieverlening met ingang van die datum te wijzigen in een
                                    subsidieverlening op basis van de rechten en plichten zoals die
                                    voor niet-gecertificeerde begunstigden gelden, mits de
                                    subsidieverlening waarop het wijzigingsverzoek ziet een
                                    oppervlakte betreft van minder dan 75 hectare.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als gedeputeerde staten een certificaat coördinatie agrarisch
                                    natuurbeheer intrekken, draagt de voormalig gebiedscoördinator
                                    zijn werkzaamheden en de daarop betrekking hebbende stukken in
                                    goede orde over aan een door gedeputeerde staten aangewezen
                                    gebiedscoördinator of ambtenaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.7</nr><titel>(mandaat Stichting)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten tot het afgeven, schorsen of intrekken van een in
                                    artikel 8.1.1, eerste lid, bedoeld certificaat worden namens
                                    gedeputeerde staten genomen door het bestuur van de Stichting
                                    Certificering Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 11.1 wordt het toezicht op de naleving
                                    van de aan het betreffende certificaat verbonden
                                    certificeringsvoorwaarden namens gedeputeerde staten uitgeoefend
                                    door het bestuur van de Stichting Certificering Subsidiestelsel
                                    Natuur- en Landschapsbeheer.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Collectief beheerplan</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.1</nr><titel>(aanvraag vaststelling collectief beheerplan of wijziging
                                daarvan)</titel></kop><al>Een gebiedscoördinator kan bij gedeputeerde staten een aanvraag indienen
                            tot vaststelling van:</al><lijst><li nr="a."><al>een collectief beheerplan;</al></li><li nr="b."><al>een wijziging van een op grond van artikel 9.2 vastgesteld
                                    collectief beheerplan. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.2</nr><titel>(goedkeuring collectief beheerplan of wijziging daarvan)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen een collectief beheerplan dan wel een
                                wijziging van een op grond van dit artikel vastgesteld collectief
                                beheerplan vaststellen als:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvraag tot vaststelling is ingediend door een
                                        gebiedscoördinator die het beheer in het betreffende gebied
                                        coördineert;</al></li><li nr="b."><al>de aanvraag tot vaststelling uiterlijk op 15 december
                                        voorafgaand aan een beheerjaar is ingediend;</al></li><li nr="c."><al>het collectief beheerplan dan wel de wijziging van een op
                                        grond van dit artikel vastgesteld collectief beheerplan past
                                        binnen het natuurbeheerplan zoals dat zes weken vóór
                                        indiening van de in artikel 9.1 bedoelde aanvraag geldt,
                                        én</al></li><li nr="d."><al>het collectief beheerplan dan wel de wijziging van een op
                                        grond van dit artikel vastgesteld collectief beheerplan
                                        voldoet aan de eisen, bedoeld in bijlage 5, onderdeel A
                                        respectievelijk onderdeel B.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan een aanvraag als
                                bedoeld in het eerste lid tot uiterlijk 1 februari van een
                                beheerjaar worden aangepast, voor zover in die aangepaste aanvraag
                                in vergelijking tot de in het eerste lid bedoelde aanvraag:</al><lijst><li nr="a."><al>geen nieuwe begunstigden zijn opgenomen, tenzij:</al><lijst><li nr="i."><al>het een geval van overdracht van een subsidie als
                                                bedoeld in artikel 7.3, tweede lid, betreft, én</al></li><li nr="ii."><al>de overgedragen subsidie werd verstrekt in het kader
                                                van collectief agrarisch natuurbeheer
                                                onderscheidenlijk collectief landschapsbeheer.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>geen vergrotingen van het areaal als bedoeld in artikel 7.5,
                                        derde lid, zijn opgenomen die de maximale oppervlakte,
                                        bedoeld in artikel 4.1.2.3, onderdeel a, overstijgen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het tweede lid dient een aanpassing als
                                bedoeld in dat lid inovereenstemming te zijn met de eisen, bedoeld
                                in bijlage 5, onderdeel A respectievelijk onderdeel B.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover gedeputeerde staten de kaarten, bedoeld in bijlage 5,
                                onderdeel A respectievelijk onderdeel B, goedkeuren, leggen zij dat
                                vast door middel van een elektronische kaart.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Gedeputeerde Staten kunnen afwijken van het bepaalde in het eerste
                                lid, onderdelen c en d, onderscheidenlijk het derde lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10</nr><titel>Verlaging jaarvergoeding en subsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.1</nr><titel>(niet-naleving subsidieverplichtingen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een ontvanger van een subsidie natuurbeheer of een subsidie
                                landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid,
                                onderdeel a, niet voldoet aan de aan de betreffende subsidie
                                verbonden verplichtingen, verlagen gedeputeerde staten de
                                jaarvergoeding, bedoeld in de artikelen 3.1.7, tweede lid en
                                5.1.2.4, tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een ontvanger van een subsidie agrarisch natuurbeheer, een
                                aanvullende toeslag als bedoeld in artikel 4.1.2.4, eerste lid, een
                                probleemgebiedensubsidie of een subsidie landschapsbeheer als
                                bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel b, niet voldoet
                                aan de aan de betreffende subsidie of toeslag verbonden
                                verplichtingen, niet zijnde de in artikel 10.2 bedoelde
                                verplichtingen, verlagen gedeputeerde staten:</al><lijst><li nr="a."><al>de jaarvergoeding, bedoeld in de artikelen 4.1.1.7, tweede
                                        lid, en 5.1.3.4, tweede lid;</al></li><li nr="b."><al>de aanvullende toeslag, bedoeld in artikel 4.1.2.4, eerste
                                        lid;</al></li><li nr="c."><al>het bedrag dat ingevolge artikel 4.2.9 wordt vastgesteld,
                                        overeenkomstig:</al><lijst><li nr="i."><al>artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1975/2006 indien
                                                de omvang van het uitgevoerde agrarisch
                                                beheerpakket, het uitgevoerde beheerpakket landschap
                                                of de oppervlakte van de landbouwgrond waarop wordt
                                                voldaan aan de voorwaarden die zijn verbonden aan
                                                een de toeslag, bedoeld in artikel 4.1.2.4, eerste
                                                lid, of een probleemgebiedensubsidie, kleiner is dan
                                                de omvang waarvoor die subsidie of toeslag is
                                                verleend;</al></li></lijst></li><li nr=""><lijst><li nr="ii."><al>artikel 18 van Verordening 1975/2006 en, voor zover
                                                ruimte resteert voor de toepassing daarvan, de
                                                Beleidsregels verlagen subsidie POP2, indien de
                                                niet-naleving een andere verplichting betreft als
                                                bedoeld onder i. of in artikel 10.2, voor zover het
                                                een in de aanhef bedoelde subsidie betreft die
                                                gedeeltelijk wordt gefinancierd met Europese
                                                middelen.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid, onder i. en ii. genoemde artikelen en
                                beleidsregels zijn van overeenkomstige toepassing op subsidies als
                                bedoeld in de aanhef van het tweede lid die niet geheel of
                                gedeeltelijk worden gefinancierd met Europese middelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.2</nr><titel>(niet-naleving randvoorwaarden)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten verlagen:</al><lijst><li nr="a."><al>de jaarvergoeding, bedoeld in de artikelen 4.1.1.7, tweede
                                        lid, en 5.1.3.4, tweede lid;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de aanvullende toeslag, bedoeld in artikel 4.1.2.4, eerste
                                        lid;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>het bedrag dat ingevolge artikel 4.2.9 wordt
                                        vastgesteld,</al><al> overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EG) nr.
                                        1975/2006 en, voor zover ruimte resteert voor de toepassing
                                        daarvan, de Beleidsregels Regeling GLB-inkomenssteun 2006,
                                        als de ontvanger van een subsidie agrarisch natuurbeheer,
                                        een aanvullende toeslag als bedoeld in artikel 4.1.2.4,
                                        eerste lid, een probleemgebiedensubsidie of een subsidie
                                        landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid,
                                        onderdeel b, in dat beheerjaar of kalenderjaar niet voldoet
                                        aan de verplichtingen, bedoeld in respectievelijk artikel
                                        4.1.1.6, eerste lid, onderdeel b, de onderscheiden
                                        subonderdelen van bijlage 7, onderdeel C, artikel 4.2.6,
                                        onderdeel a, of artikel 5.1.3.3, eerste lid, onderd</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een subsidie
                                agrarisch natuurbeheer, een probleemgebiedensubsidie of een subsidie
                                landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid,
                                onderdeel b, die niet gedeeltelijk worden gefinancierd met Europese
                                middelen, voor zover niet is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld
                                in artikel 4.1.1.6, eerste lid, onderdeel c, respectievelijk artikel
                                4.2.6, onderdeel a, of artikel 5.1.3.3, eerste lid, onderdeel
                                b.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.3</nr><titel>(niet-nalevingen en overdracht)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een subsidie natuurbeheer of een subsidie landschapsbeheer als
                                bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a, overeenkomstig
                                artikel 7.3, eerste lid, is overgedragen aan een derde, wordt de
                                jaarvergoeding die wordt uitgekeerd aan die derde ook verlaagd als
                                aan de verplichting niet is voldaan door de oorspronkelijke
                                subsidieontvanger.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een subsidie agrarisch natuurbeheer of een subsidie
                                landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid,
                                onderdeel b, overeenkomstig artikel 7.3, tweede lid, is overgedragen
                                aan een derde, wordt de jaarvergoeding die wordt uitgekeerd aan die
                                derde ook verlaagd als aan de verplichting niet is voldaan door de
                                oorspronkelijke subsidieontvanger.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>.Als een ontvanger van een probleemgebiedensubsidie de landbouwgrond
                                waarvoor hij die subsidie ontvangt ná de peildatum overdraagt aan
                                een derde, worden door die derde in dat kalenderjaar begane
                                schendingen van de aan de probleemgebiedensubsidie verbonden
                                verplichtingen toegerekend aan de subsidieontvanger. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.4</nr><titel>(gevolgen niet-nalevingen voor de subsidievaststelling)</titel></kop><al>Bij de vaststelling van de subsidies, bedoeld in de artikelen 10.1 en
                            10.2, houden gedeputeerde staten rekening met verlagingen die ingevolge
                            die artikelen zijn opgelegd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>11</nr><titel>Controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.1</nr><titel>(toezicht op naleving subsidieverplichtingen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn de bij besluit van gedeputeerde staten
                                aangewezen ambtenaren belast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling
                                gedaan door plaatsing in het Provinciaal Blad.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>12</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.1</nr><titel>(uitdienen onder bestaande voorwaarden)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bestaande aanspraken en verplichtingen op grond van de
                                Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Noord-Holland en de
                                Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Holland blijven in stand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op subsidieaanvragen ingediend op grond van de regelingen, genoemd
                                in het eerste lid, blijft het recht van toepassing zoals dat gold
                                voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze regeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste en het tweede lid zijn slechts van toepassing voor zover
                                de beschikking tot subsidieverlening op grond van de in die leden
                                genoemde regelingen niet overeenkomstig artikel 12.3 is
                                gewijzigd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het tweede lid van het onderhavige
                                artikel respectievelijk artikel 34, tweede lid, van de Regeling
                                inrichting landelijk gebied van de minister, zijn artikel 1.12,
                                tweede en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing voor zover
                                subsidie wordt verstrekt voor de instandhouding van één of meerdere
                                beheerspakketten zoals opgenomen in:</al><lijst><li nr="a."><al>de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Noord-Holland,
                                        respectievelijk</al></li><li nr="b."><al>de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister,
                                        voor zover de uit die regeling voortvloeiende verplichtingen
                                        op grond van artikel 4 van de Regeling inrichting landelijk
                                        gebied van de minister door gedeputeerde staten zijn
                                        overgenomen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.2</nr><titel>(vrijwillig overstappen mogelijk)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag van een ontvanger van één of
                                meerdere subsidies op grond van de Subsidieregeling natuurbeheer
                                Noord-Holland of de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de
                                minister, die subsidies omzetten in één subsidie op basis van de
                                onderhavige verordening, mits voldaan wordt aan de volgende
                                voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvraag heeft betrekking op alle beheerseenheden die in
                                        hun geheel binnen de provincie liggen en waarvoor subsidie
                                        wordt ontvangen op grond van de in de aanhef van dit lid
                                        genoemde regelingen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>voor het basis-, plus- of landschapspakket bestaat een
                                        equivalent natuurbeheertype onderscheidenlijk
                                        landschapselement als bedoeld in de onderhavige
                                        verordening;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>de omzetting is in overeenstemming met het natuurbeheerplan
                                        en de overige voorwaarden van de onderhavige
                                        verordening;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>de aanvraag wordt ingediend in de openstellingsperiode,
                                        én</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>de omzetting geschiedt voor een geheel nieuwe periode als
                                        bedoeld in artikel 3.1.2 onderscheidenlijk artikel 5.1.1.2,
                                        waarbij die periode slechts kan ingaan op 1 januari.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien subsidie wordt verstrekt aan anderen dan beheerders zoals
                                bedoeld in de artikelen 5 en 6 van de Subsidieregeling natuurbeheer
                                2000 van de minister of artikel 5 van de Subsidieregeling
                                natuurbeheer Noord-Holland, kan de ontvanger van de subsidie slechts
                                een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indienen voor zover:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>hij aangemerkt kan worden als samenwerkingsverband als
                                        bedoeld in artikel 3.1.3, eerste lid, onderdeel b, of
                                        artikel 5.1.2.1, eerste lid, onderdeel b;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>hij dit schriftelijk is overeengekomen met de betreffende
                                        beheerder, én,</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, de aanvraag
                                        betrekking heeft op alle beheerseenheden van de in onderdeel
                                        b van het onderhavige lid bedoelde beheerder die in hun
                                        geheel binnen de provincie liggen en waarvoor subsidie wordt
                                        ontvangen op grond van de in de aanhef van het eerste lid
                                        genoemde regelingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een beheerder als bedoeld in het tweede lid kan voor de door hem
                                beheerde beheerseenheden een aanvraag als bedoeld in het eerste lid
                                indienen, mits:</al><lijst><li nr="a."><al>hij dit schriftelijk is overeengekomen met de ontvanger van
                                        de betreffende subsidie, én</al></li><li nr="b."><al>onverminderd de verdere voorwaarden in het eerste lid, de
                                        aanvraag betrekking heeft op al zijn beheerseenheden die in
                                        hun geheel binnen de provincie liggen en waarvoor subsidie
                                        wordt verleend op grond van de Subsidieregeling natuurbeheer
                                        2000 van de minister of de Subsidieregeling natuurbeheer
                                        Noord-Holland.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een subsidieontvanger als bedoeld in het eerste tot en met
                                derde lid een in het eerste lid bedoelde aanvraag indient voor een
                                in de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de minister of de
                                Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Holland opgenomen
                                landschapselement dat wordt beschermd door een raster als bedoeld in
                                bijlage 56 van die regelingen, dan dient dat raster eveneens in de
                                in het eerste lid bedoelde aanvraag te worden opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag van een ontvanger van één of
                                meerdere subsidies op grond van de Subsidieregeling agrarisch
                                natuurbeheer Noord-Holland die subsidie omzetten in één subsidie op
                                basis van de onderhavige verordening, mits voldaan wordt aan de
                                volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvraag heeft betrekking op alle beheerseenheden die in
                                        hun geheel binnen de provincie liggen en waarvoor subsidie
                                        wordt ontvangen op grond van de in de aanhef van dit lid
                                        genoemde regelingen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>voor het beheers- of landschapspakket bestaat een equivalent
                                        natuurbeheertype onderscheidenlijk landschapselement als
                                        bedoeld in de onderhavige verordening;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>de omzetting is in overeenstemming met het natuurbeheerplan
                                        en de overige voorwaarden van de onderhavige regeling;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>de aanvraag wordt ingediend in de openstellingsperiode,
                                        én</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>de omzetting geschiedt voor een geheel nieuwe periode als
                                        bedoeld in artikel 4.1.1.2 onderscheidenlijk artikel
                                        5.1.1.2, waarbij die periode slechts kan ingaan op 1
                                        januari.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien een subsidieontvanger als bedoeld in het vijfde lid een in
                                dat lid bedoelde aanvraag indient voor een in de Subsidieregeling
                                agrarisch natuurbeheer Noord-Holland opgenomen landschapselement dat
                                wordt beschermd door een raster als bedoeld in bijlage 46 van die
                                regeling, dan dient dat raster eveneens in de in het vijfde lid
                                bedoelde aanvraag te worden opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In afwijking van het eerste respectievelijk vijfde lid:</al><lijst><li nr="a."><al>kunnen beheerders als bedoeld in artikel 21 van de
                                        Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de minister, artikel
                                        18 van de Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Holland
                                        respectievelijk artikel 24 van de Subsidieregeling agrarisch
                                        natuurbeheer Noord-Holland geen aanvragen als bedoeld in het
                                        eerste respectievelijk vijfde lid indienen;</al></li><li nr="b."><al>kan, indien subsidie wordt verstrekt aan anderen dan
                                        beheerders zoals bedoeld in artikel 5 van de
                                        Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Noord-Holland, niet
                                        de ontvanger van de betreffende subsidie, maar de in die
                                        bepaling bedoelde beheerders, elk voor de door hem beheerde
                                        beheerseenheden, de in het vijfde lid van het onderhavige
                                        artikel bedoelde aanvraag indienen, mits:</al><lijst><li nr="i."><al>zij dit schriftelijk overeenkomen met de ontvanger
                                                van de betreffende subsidie, én</al></li><li nr="ii."><al>onverminderd de verdere voorwaarden in het zevende
                                                lid, de aanvraag betrekking heeft op al zijn
                                                beheerseenheden die in hun geheel binnen de
                                                provincie liggen en waarvoor subsidie wordt verleend
                                                op grond van de Subsidieregeling agrarisch
                                                natuurbeheer Noord-Holland.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Gedeputeerde staten kunnen in een besluit als bedoeld in artikel 1.3
                                opnemen dat de omzetting dan wel wijziging van de beschikking tot
                                subsidieverlening zoals bedoeld in het onderhavige artikel voor
                                bepaalde basis-, plus-, beheers- of landschapspakketten, categorieën
                                van begunstigden of gebieden is uitgesloten.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Een subsidieontvanger als bedoeld in het eerste lid die voor het
                                begrotingsjaar 2011 een aanvraag als bedoeld in dat lid heeft
                                ingediend welke slechts gedeeltelijk is goedgekeurd, kan voor het
                                begrotingsjaar 2012 nogmaals een aanvraag indienen tot uitbreiding
                                van de beschikking tot subsidieverlening op basis van de onderhavige
                                verordening met die afgewezen beheerseenheden, mits voldaan wordt
                                aan de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>de afwijzing was gebaseerd op het feit dat niet voldaan werd
                                        aan het eerste lid, onderdeel c, of het negende lid van het
                                        onderhavige artikel zoals dat lid vóór 1 september 2011
                                        luidde, dan wel het gevolg van uitputting van het
                                        subsidieplafond voor het begrotingsjaar 2011;</al></li><li nr="b."><al>de aanvraag tot uitbreiding voldoet inmiddels wél aan de
                                        voorwaarden van het eerste lid, met dien verstande dat de
                                        omzetting, in afwijking van het eerste lid, onderdeel e,
                                        geschiedt voor de resterende duur van de in artikel 3.1.2
                                        bedoelde periode, waarbij die uitbreiding slechts kan ingaan
                                        op 1 januari 2012.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.3</nr><titel>(langere subsidieperiode)</titel></kop><al>Als een begunstigde na de einddatum van een subsidie op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Noord-Holland;</al></li><li nr="b."><al>de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister;</al></li><li nr="c."><al>de Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Holland;</al></li><li nr="d."><al>de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de minister;</al></li></lijst><al>een subsidie natuurbeheer, een subsidie agrarisch natuurbeheer of een
                            subsidie landschapsbeheer wenst te ontvangen, kunnen gedeputeerde staten
                            de betreffende subsidie slechts verstrekken als:</al><lijst><li nr="i."><al>in afwijking van de artikelen 3.1.2, 4.1.1.2 en 5.1.1.2, de
                                    begunstigde zich ertoe verbindt de aan de subsidie natuurbeheer,
                                    de subsidie agrarisch natuurbeheer of de subsidie
                                    landschapsbeheer verbonden verplichtingen eveneens te zullen
                                    naleven gedurende de periode, gelegen tussen de einddatum van de
                                    subsidie op grond van de hiervoor genoemde regelingen en de
                                    datum waarop de subsidie natuurbeheer, de subsidie agrarisch
                                    natuurbeheer of de subsidie landschapsbeheer zou zijn ingegaan
                                    indien geen verlenging van die periode zou hebben
                                    plaatsgevonden;</al></li><li nr="ii."><al>het beheer dat op grond van de onderhavige verordening gevoerd
                                    wordt een voortzetting is van het beheer dat gevoerd werd op
                                    grond van de hiervoor genoemde regelingen, tenzij die regelingen
                                    geen soortgelijk beheer kennen, én</al></li><li nr="iii."><al>de aanvraag zo spoedig als op grond van de onderhavige
                                    verordening mogelijk is, wordt ingediend. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.4</nr><titel>(niet-gecertificeerden tot 1 januari 2015)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een begunstigde als bedoeld in de artikelen 3.1.3, eerste lid, of
                                5.1.2.1, eerste lid, die een aanvraag indient voor een subsidie
                                natuurbeheer of een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel
                                5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a, wordt aangemerkt als ware hij
                                gecertificeerd begunstigde, mits hij uiterlijk 15 november 2013 een
                                aanvraag tot certificering bij gedeputeerde staten heeft ingediend.
                                Het aanmerken van de begunstigde als ware hij gecertificeerd
                                begunstigde eindigt op de datum dat gedeputeerde staten hebben
                                besloten op de aanvraag tot certificering, doch uiterlijk op 1
                                januari 2015. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een rechtspersoon die een aanvraag indient tot vaststelling van een
                                collectief beheerplan wordt aangemerkt als ware hij
                                gebiedscoördinator, mits hij uiterlijk 1 januari 2011 een aanvraag
                                tot certificering bij gedeputeerde staten heeft ingediend. Het
                                aanmerken van de rechtspersoon als ware hij gebiedscoördinator
                                eindigt op de datum dat gedeputeerde staten hebben besloten op de
                                aanvraag tot certificering, doch uiterlijk op 1 januari 2013. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Artikel 8.1.6, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige
                                toepassing indien gedeputeerde staten de in het eerste lid van het
                                onderhavige artikel bedoelde aanvraag tot certificering afwijzen,
                                met dien verstande dat het in het tweede lid van artikel 8.1.6
                                bedoelde verzoek, in afwijking van de tekst van dat onderdeel,
                                uiterlijk binnen acht weken na de afwijzing van de aanvraag wordt
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Artikel 8.1.6, derde lid, is van overeenkomstige toepassing indien
                                gedeputeerde staten de in het tweede lid van het onderhavige artikel
                                bedoelde aanvraag tot certificering afwijzen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als er in een gebied geen gebiedscoördinator of een rechtspersoon
                                als bedoeld in het tweede lid beschikbaar is, kan tot en met 31
                                december 2013 een daartoe door gedeputeerde staten aangewezen
                                ambtenaar optreden als gebiedscoördinator.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.4a</nr><titel>(overgangsregime certificering SBB)</titel></kop><al>In afwijking van artikel 12.5, eerste lid, wordt Staatsbosbeheer
                            aangemerkt als gecertificeerd begunstigde, mits zij uiterlijk 1 januari
                            2013 een aanvraag tot certificering bij gedeputeerde staten heeft
                            ingediend. Het aanmerken van Staatsbosbeheer als gecertificeerd
                            begunstigde eindigt op de datum dat Gedeputeerde Staten hebben besloten
                            op de aanvraag tot certificering, doch uiterlijk op 1 januari 2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.5</nr><titel>(overgangsrecht)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op aanvragen die zijn ingediend vóór 1 september 2011 blijft artikel
                                1.1, onderdeel n, van toepassing zoals dat artikel vóór die datum
                                luidde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op aanvragen die zijn ingediend vóór 1 september 2011 blijft de
                                Index natuur en landschap van toepassing zoals die index vóór die
                                datum luidde, met uitzondering van de pakketten L01.02 en
                                A01.02.01.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op een niet-naleving van de verplichtingen, bedoeld in artikel 10.2,
                                eerste lid, die is geconstateerd vóór 1 januari 2011, blijft artikel
                                10.2, eerste lid, van toepassing zoals dat artikel vóór 1 april 2011
                                luidde.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op aanvragen voor het uitvoeren van de agrarische beheerpakketten
                                met de aanduiding A01.01.05b, A02.01.03, A01.04.01.Lb en
                                A01.04.02.Lb die zijn ingediend vóór 1 september 2012 blijft de
                                Index natuur en landschap van toepassing zoals die index vóór die
                                datum luidde.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op aanvragen voor een probleemgebiedensubsidie die vóór 1 april 2013
                                zijn ingediend blijven artikel 1.8, tweede lid, en paragraaf 4.2 van
                                toepassing zoals dat artikel, onderscheidenlijk die paragraaf, tot 1
                                september 2012 luidden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op aanvragen voor subsidies natuurbeheer, subsidies agrarisch
                                natuurbeheer en subsidies landschapsbeheer binnen of buiten
                                natuurterreinen die zijn ingediend vóór 1 september 2013 blijven de
                                bepalingen van onderscheidenlijk hoofdstuk 3, afdeling 4.1.1,
                                afdeling 5.1.2 en afdeling 5.1.3 van toepassing zoals dezen tot die
                                datum luidden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In afwijking van het zesde lid dient een ontvanger van een subsidie
                                agrarisch natuurbeheer die in aanmerking wenst te komen voor de
                                toeslag ruige stalmest, bedoeld in artikel 4.1.1.8, tweede lid,
                                zoals die bepaling tot 1 september 2013 luidde, daartoe met ingang
                                van 1 januari 2014 te voldoen aan de voorwaarden, opgenomen in
                                bijlage 7, onderdeel C, subonderdeel 4.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op aanvragen voor het uitvoeren van het agrarisch beheerpakket met
                                de aanduiding A01.01.03 die zijn ingediend voor 1 september 2014
                                blijft de Index natuur en landschap van toepassing zoals die Index
                                vóór die datum luidde.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Op aanvragen voor het uitvoeren van de agrarische beheerpakketten
                                met de aanduiding A01.02.01 en A01.02.02 die zijn ingediend voor 1
                                september 2014 blijft de Index natuur en landschap van toepassing
                                zoals die Index vóór die datum luidde. </al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Op aanvragen voor het uitvoeren van het landschapspakket L01.04 die
                                zijn ingediend voor 1 september 2014 blijft de Index natuur en
                                landschap van toepassing zoals die Index vóór die datum luidde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.6</nr><titel>(goedkeuring Europese Commissie)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies of voorschotten daarop worden verstrekt onder het
                                voorbehoud van goedkeuring van de Commissie van de Europese
                                Gemeenschappen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beslissing tot verstrekking van een subsidie of een voorschot
                                daarop kan worden ingetrokken of gewijzigd ter verkrijging van de
                                goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de
                                onderhavige verordening, of wegens het uitblijven daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.7(inwerkingtreding)</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum
                                van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij is geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze regeling vervalt op 1 januari 2017.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.8</nr><titel>(citeertitel)</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling subsidie natuur-
                            en landschapsbeheer Noord-Holland.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Haarlem, 2 april 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Gedeputeerde Staten van Noord-Holland,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>J.W. Remkes, voorzitter.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>G.E.A. van Craaikamp, provinciesecretaris.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1:</nr><titel>Beheertypen natuur</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="39*"/><colspec colname="col2" colwidth="61*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Natuurtype</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Natuurbeheertype</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>N01 Grootschalige, dynamische natuur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>N01.01 Zee en wad</vet></al><al><vet>N01.02 Duin- en kwelderlandschap</vet></al><al><vet>N01.03 Rivier- en moeraslandschap</vet></al><al><vet>N01.04 Zand- en kalklandschap</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>N02 Rivieren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>N02.01 Rivier</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>N03 Beken en bronnen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>N03.01 Beek en Bron</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>N04 Stilstaande wateren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>N04.01 Kranswierwater</vet></al><al><vet>N04.02 Zoete Plas</vet></al><al><vet>N04.03 Brak water</vet></al><al>N04.04 Afgesloten zeearm</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>N05 Moerassen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>N05.01 moeras</vet></al><al>N05.02 Gemaaid rietland</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>N06 Voedselarme venen en vochtige heiden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>N06.01 Veenmosrietland en moerasheide</vet></al><al><vet>N06.02 Trilveen</vet></al><al><vet>N06.03 Hoogveen</vet></al><al><vet>N06.04 Vochtige heide</vet></al><al><vet>N06.05 Zwakgebufferd ven</vet></al><al>N06.06 Zuur ven of hoogveenven</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>N07 Droge heiden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>N07.01 Droge heide</vet></al><al>N07.02 Zandverstuiving</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>N08 Open duinen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>N08.01 Strand en embryonaal duin</vet></al><al><vet>N08.02 Open duin</vet></al><al><vet>N08.03 Vochtige duinvallei</vet></al><al>N08.04 Duinheide</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>N09 Schorren of kwelders</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>N09.01 Schor of kwelder</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>N10 Vochtige schraalgraslanden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>N10.01 Nat schraalland</vet></al><al><vet>N10.02 Vochtig schraalland</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>N11 Droge schraalgraslanden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>N11.01 Droog schraalland</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>N12 Rijke graslanden en akkers</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>N12.01 Bloemdijk</vet></al><al><vet>N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland</vet></al><al><vet>N12.03 Glanshaverhooiland</vet></al><al><vet>N12.04 Zilt- en overstromingsgrasland</vet></al><al>N12.05 Kruiden- en faunarijke akker</al><al>N12.06 Ruigteveld</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>N13 Vogelgraslanden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>N13.01 Vochtig weidevogelgrasland</vet></al><al>N13.02 Wintergastenweide</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>N14 Vochtige bossen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos</vet></al><al><vet>N14.02 Hoog- en laagveenbos</vet></al><al>N14.03 Haagbeuken- en essenbos</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>N15 Droge bossen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>N15.01 Duinbos</vet></al><al>N15.02 Dennen-, eiken-, en beukenbos</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>N16 Bossen met productiefunctie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>N16.01 Droog bos met productie</vet></al><al><vet>N16.02 Vochtig bos met productie</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>N17 Cultuurhistorische bossen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>N17.01 Vochtig hakhout en middenbos</vet></al><al><vet>N17.02 Droog hakhout</vet></al><al><vet>N17.03 Park- en stinzenbos</vet></al><al>N17.04 Eendenkooi</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2</nr><titel>Recreatiepakket</titel></kop><al>Voorschriften recreatiepakket (artikel 3.1.6, eerste lid, onderdeel b):</al><lijst><li nr="1."><al>Het natuurterrein is niet ingevolge het natuurbeheerplan of artikel
                            3.1.6, derde lid, vrijgesteld van de openstellingsplicht.</al></li><li nr="2."><al>Voor openstelling van het natuurterrein is geen ontheffing verkregen als
                            bedoeld in artikel 3.1.6, vijfde lid.</al></li><li nr="3."><al>Het natuurterrein is voldoende toegankelijk en bevat voldoende wegen,
                            vaarwegen en paden, die recreatief gebruik mogelijk maken.</al></li><li nr="4."><al>De ontvanger van de subsidie onderhoudt de onder punt 3 genoemde wegen,
                            vaarwegen en paden.</al></li><li nr="5."><al>De ontvanger van de subsidie verleent – indien van toepassing –
                            medewerking aan de aanleg, markering en het beheer van doorgaande routes
                            voor wandelen en fietsen in het kader van de lange afstandwandelpaden
                            (LAW’s) en landelijke fietsroutes (LF).</al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>3:</nr><titel>Agrarisch natuurbeheer</titel></kop><tussenkop>Onderdeel A:</tussenkop><al>Agrarisch natuurtype en bijbehorend agrarische beheertypen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="51*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Agrarisch natuurtype</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Agrarisch beheertype</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>A01 Agrarische Faunagebieden</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.01 Weidevogelgebied</al><al>A01.02 Akkerfaunagebied</al><al>A01.03 Ganzenfourageergebied</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>A02 Agrarische floragebieden</al></entry><entry colname="col2"><al>A02.01 Botanisch waardevol grasland</al><al>A02.02 Botanisch waardevol akkerland</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Onderdeel B</tussenkop><al>Onderdeel B.1. Agrarische beheertypen en bijbehorende agrarische beheerpakketten
                    die zijn toegestaan in de gebieden zoals aangewezen in het
                    plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 in het kader van maatregel 214 van
                    het plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colwidth="51*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Agrarische beheertypen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Agrarische beheerpakketten</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>A01.01 Weidevogelgebied</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>A01.01.01 Weidevogelgrasland met rustperiode</al><al>A01.01.02 Weidevogelgrasland met voorweiden</al><al>A01.01.03 Plas-dras en Greppel plas-dras</al><al>A01.01.04 Landbouwgrond met legselbeheer</al><al>A01.01.05 Kruidenrijk weidevogelgrasland</al><al>A01.01.06 Extensief beweid weidevogelgrasland</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>A01.02 Akkerfaunagebied </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>A01.02.01 Bouwland met broedende akkervogels </al><al>A01.02.02 Bouwland met doortrekkende en overwinterende
                                        akkervogels </al><al>A01.02.03 Bouwland voor hamsters</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>A01.03 Ganzenfoerageergebied </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>A01.03.01 Overwinterende ganzen</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>A02.01 Botanisch waardevol grasland</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>A02.01.01 Botanisch weiland </al><al>A02.01.02 Botanisch hooiland</al><al>A02.01.03 Botanische weide- of hooilandrand</al><al>A02.01.04 Botanisch bronbeheer</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>A02.02 Botanisch waardevol akkerland</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>A02.02.01 Akker met waardevolle flora</al><al>A02.02.02 Chemie en kunstmestvrij land</al><al>A02.02.03 Akkerflora randen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Onderdeel B.2. Agrarische beheertypen en bijbehorende regionale agrarische
                    beheerpakketten </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="51*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Agrarische beheertypen</al></entry><entry colname="col2"><al>Agrarische beheerpakketten (regionaal)</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>A01.01 Weidevogelgebied</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>A01.01.04c.Ut Legselbeheer met hoge dichtheid
                                        weidevogels</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>A01.02 Akkerfaunagebied </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>A01.03 Ganzenfoerageergebied </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>A01.03.02.Lb Opvang overzomerende Grauwe ganzen
                                        Maasplassen.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>A01.04 Insectenrijke graslanden </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>A01.04.01.Lb Insectenrijk graslandperceelsbeheer
                                        Roerdal</al><al>A01.04.02.Lb Insectenrijke graslandranden Roerdal</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>A01.05 Bever foerageergebied</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>A01.05.01.Lb Foerageerrand bever</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>A02.01 Botanisch waardevol grasland</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>A02.02 Botanisch waardevol akkerland</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Beschrijving regionale agrarische beheerpakketten</tussenkop><tussenkop>Agrarisch beheerpakket A01.01.04c.Ut: Legselbeheer met hoge dichtheid
                    weidevogels</tussenkop><al>Instapeisen:</al><lijst><li nr="3."><al>De beheereenheid is gelegen in een door Gedeputeerde Staten van Utrecht
                            in het natuurbeheerplan aangewezen gebied.</al></li><li nr="4."><al>De beheereenheid bestaat uit grasland.</al></li><li nr="5."><al>De beheereenheid is ten minste 0,5 ha groot.</al></li><li nr="6."><al>Cumulatie met alle beheerpakketten uitgesloten, uitgezonderd
                            A01.03.01</al></li></lijst><al>Beheereisen:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>De beheereenheid wordt tijdens het broedseizoen een of enkele
                                    malen afgezocht op aanwezige legsels, welke worden
                                    gemarkeerd.</al></li><li nr="2."><al>De beheereenheid wordt niet beweid.</al></li><li nr="3."><al>Indien een perceel grasland wordt gemaaid of anderszins bewerkt,
                                    wordt een enclave van tenminste 25m2 om de aanwezige nesten
                                    gevrijwaard van alle landbouwkundige werkzaamheden.</al></li><li nr="4."><al>Op de totale oppervlakte van de beheereenheden waarop in een
                                    beheerjaar het onderhavige beheerpakket wordt uitgevoerd, wordt
                                    een getrapt maaibeheer uitgevoerd volgens onderstaande
                                    voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>de eerste maaibeurt vindt niet vóór 1 mei en niet later
                                            dan 6 mei plaats, waarbij ten minste 20% van die totale
                                            oppervlakte wordt gemaaid;</al></li><li nr="b."><al>de tweede maaibeurt vindt niet vóór 8 mei en niet later
                                            dan 15 mei plaats, waarbij maximaal 60% van die totale
                                            oppervlakte wordt gemaaid;</al></li><li nr="c."><al>de derde maaibeurt vindt niet vóór 17 mei en niet later
                                            dan 23 mei plaats, waarbij ten minste 20% van die totale
                                            oppervlakte wordt gemaaid.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="3."><al>Tussen elke maaibeurt zit een periode van ten minste één week.</al></li><li nr="4."><al>Van de gevonden nesten wordt door de begunstigde een nestkaart
                            bijgehouden. Na afloop van het broedseizoen worden deze gegevens door de
                            begunstigde digitaal ter beschikking gesteld aan Gedeputeerde
                            Staten.</al></li></lijst><tussenkop>Varianten:</tussenkop><al>A01.01.04c1.Ut: Legselbeheer op grasland met 150 tot 200 broedparen per 100
                    hectare.</al><al>A01.01.04c2.Ut: Legselbeheer op grasland met 200 tot 300 broedparen per 100
                    hectare.</al><al>A01.01.04c3.Ut: Legselbeheer op grasland met meer dan 300 broedparen per 25
                    hectare.</al><tussenkop>Agrarisch beheerpakket A01.03.02.Lb: Opvang overzomerende Grauwe ganzen
                    Maasplassen.</tussenkop><tussenkop>Instapeisen:</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De beheereenheid is een perceel grond, welk minimaal 0,5 hectare groot
                            is en gelegen binnen de begrenzing van de aangegeven zoekgebieden in het
                            beheerplan voor de overzomerende Grauwe gans in Limburg. </al></li><li nr="2."><al>De beheereenheid bestaat uit bemest grasland. </al></li><li nr="3."><al>Er dient op de beheereenheid in het foerageerseizoen te allen tijde
                            aantrekkelijk gras voor ganzen aanwezig te zijn. Onder aantrekkelijk
                            gras wordt verstaan: gras met een lengte van 5 tot 15 cm. Er dient op
                            geen enkele plaats binnen het foerageergebied gras met een lengte van
                            meer dan 30 cm aanwezig te zijn, tenzij dit niet volgens de goede
                            landbouwpraktijk voorkomen kan worden. </al></li><li nr="4."><al>Op de beheereenheid mogen geen ganzen verjaagd worden. Overige dieren
                            die schade veroorzaken mogen wel ver- en bejaagd worden, mits de ganzen
                            niet verstoord worden. Het uitgangspunt is zoveel mogelijk ganzen op de
                            beheereenheid te krijgen en te behouden. </al></li></lijst><al>Beheereisen:</al><lijst><li nr="1."><al>De beheereenheid dient 3 keer per jaar gemaaid of gebloot te worden. Dit
                            dient niet volvelds te worden gedaan om altijd kwalitatief, voldoende
                            gras aan te kunnen bieden.</al></li><li nr="2."><al>Overige werkzaamheden die de graskwaliteit verbeteren, maar het
                            foerageren op korte termijn belemmeren, dienen in gedeeltes uitgevoerd
                            te worden. (vb: slepen van grasland, bemesten, bloten, oogsten). Onder
                            normale weersomstandigheden dient te allen tijde geschikt gras aanwezig
                            te zijn.</al></li><li nr="3."><al>Indien de grasgroei het toelaat kan er geweid worden. Het vee mag niet
                            langer dan 4 weken op een perceel lopen. Het totale perceel mag
                            ingedeeld worden in kleinere percelen om de dieren te laten omweiden.
                            Hierbij dient de beweiding in dienst van het beheerdoel te staan. Om
                            ganzen niet te verstoren dient de beweiding van 1 juli tot en met 30
                            september plaats te vinden met maximaal 4 GVE per hectare op enig
                            moment. Dit geldt op perceelsniveau. </al></li><li nr="4."><al>Indien er een maaisnede wordt geoogst of de graasdieren omgeweid worden
                            dient het te maaien perceel of het perceel waarin het vee wordt omgeweid
                            getaxeerd te worden. De schade zal middels de grashoogtemeter opgenomen
                            worden.</al></li><li nr="5."><al>Onkruiden dienen pleksgewijs bestreden te worden. </al></li><li nr="6."><al>Het perceel wordt minimaal een keer per jaar met drijfmest bemest.</al></li><li nr="7."><al>Het perceel wordt minimaal een keer per jaar met kunstmest bemest.</al></li><li nr="8."><al>Indien er op plekken minder smakelijke grassen voorkomen of door
                            vertrapping het gras verdwenen is, dienen deze plekken doorgezaaid te
                            worden zodat er weer aantrekkelijk eiwitrijk gras ontstaat. </al></li></lijst><tussenkop>Administratieve verplichtingen: </tussenkop><al>1.Ondernemers houden op perceelsniveau een grasland logboek bij dat wordt
                    aangeleverd door de projectleider en maandelijks wordt teruggestuurd naar de
                    projectleider. </al><al>Aanvullende verplichtingen</al><lijst><li nr="1."><al>Elk jaar vindt er een evaluatie plaats of de doelen zijn gehaald en
                            kunnen de broed- en</al><al> opgroeilocaties anders ingedeeld worden.</al></li><li nr="2."><al>Op of aanmerkingen vanuit de projectleider worden opgevolgd.</al></li><li nr="3."><al>De percelen worden ter beschikking gesteld aan alle activiteiten die aan
                            het project gerelateerd zijn (bijvoorbeeld tellingen, taxaties en
                            beoordelingen).</al></li></lijst><tussenkop>Agrarisch beheerpakket A01.04.01.Lb: Insectenrijk graslandperceelsbeheer
                    Roerdal</tussenkop><tussenkop>Instapeisen:</tussenkop><al>1.De beheereenheid bestaat uit een perceel grasland van minimaal 0,2 hectare
                    groot.</al><al>Beheereisen:</al><lijst><li nr="1."><al>De graslanden worden gemaaid conform de beheereisen van de betreffende
                            variant. Buiten de aangegeven periodes is maaien niet toegestaan.</al></li><li nr="2."><al>Het grasland mag niet gescheurd, gefreesd, geploegd of heringezaaid
                            worden.</al></li><li nr="3."><al>Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan met uitzondering van
                            pleksgewijze bestrijding van jacobskruid, brandnetel, akkerdistel,
                            ridderzuring, haagwinde of kleefkruid.</al></li><li nr="4."><al>Beweiding is toegestaan in de periode 15 september tot 1 januari met
                            maximaal 2 GVE per hectare. Buiten deze periode is beweiding niet
                            toegestaan.</al></li></lijst><tussenkop>Varianten:</tussenkop><al>A01.04.01a.Lb Insectenrijk graslandperceelsbeheer Roerdal: Basis</al><lijst><li nr="1."><al>De gehele beheereenheid wordt ieder jaar in de periode van 1 mei tot 1
                            juni gemaaid, waarbij het maaisel wordt afgevoerd.</al></li><li nr="2."><al>Ieder jaar wordt 75 % van de beheereenheid in de periode van 15</al></li></lijst><al>september tot 1 januari gemaaid, waarbij het maaisel wordt afgevoerd. </al><al>3.De beheereenheid wordt niet bemest en er wordt geen bagger opgebracht.</al><al>A01.04.01b.Lb Insectenrijk graslandperceelsbeheer Roerdal: Plus</al><lijst><li nr="1."><al>Gefaseerd maaien: ieder jaar wordt 50% van het perceel gemaaid in de
                            periode van 15 september tot 1 januari, waarbij het maaisel wordt
                            afgevoerd.Het daaropvolgende jaar wordt de andere 50% van de
                            beheereenheid gemaaid in de periode 15 september tot 1 januari, waarbij
                            eveneens het maaisel wordt afgevoerd.</al></li><li nr="2."><al>Bemesting is niet toegestaan, met uitzondering van
                            instandhoudingsbemesting met kalk of ruige mest, uitgezonderd
                            kippenmest.</al></li></lijst><tussenkop>Agrarisch beheerpakket A01.04.02.Lb: Insectenrijke graslandranden
                    Roerdal</tussenkop><al>Instapeisen:</al><lijst><li nr="1."><al>De beheereenheid bestaat uit grasland en grenst aan een wegberm, een
                            watergang of aan opgaande houtachtige begroeiing.</al></li><li nr="2."><al>De beheereenheid is minimaal 50 meter lang en tussen de 5 en 10 meter
                            breed.</al></li></lijst><al>Beheereisen:</al><lijst><li nr="1."><al>Gefaseerd maaien: ieder jaar wordt 50% van het perceel gemaaid in de
                            periode van 15 september tot 1 januari, waarbij het maaisel wordt
                            afgevoerd.Het daaropvolgende jaar wordt de andere 50% van de
                            beheereenheid gemaaid in de periode 15 september tot 1 januari, waarbij
                            eveneens het maaisel wordt afgevoerd. Buiten de aangegeven periode is
                            maaien niet toegestaan.</al></li><li nr="2."><al>Het grasland mag niet gescheurd, gefreesd, geploegd of heringezaaid
                            worden.</al></li><li nr="3."><al>Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan met uitzondering van
                            pleksgewijze bestrijding van jacobskruid, brandnetel, akkerdistel,
                            ridderzuring, haagwinde of kleefkruid.</al></li><li nr="4."><al>Beweiding is niet toegestaan.</al></li><li nr="5."><al>De beheereenheid wordt niet bemest en er wordt geen bagger
                            opgebracht.</al></li></lijst><tussenkop>Agrarisch beheerpakket A01.05.01.Lb: Foerageerrand Bever </tussenkop><al>Instapeisen:</al><lijst><li nr="1."><al>De foerageerrand heeft een minimale breedte van 10 meter, en een
                            maximale breedte van 20 meter (gemeten vanaf de waterloop landinwaarts)
                            met een minimale lengte van 50 meter</al></li><li nr="2."><al>De foerageerrand grenst aan een waterloop waar recentelijk het voorkomen
                            van één of meerdere bevers is aangetoond of bestaat uit potentieel
                            leefgebied voor deze soort. Deze leefgebieden staan beschreven in het
                            Stimuleringsplan.</al></li><li nr="3."><al>De foerageerrand grenst aan gras- of akkerland.</al></li><li nr="4."><al>De foerageerrand bestaat na 6 jaar uit een ruige of moerassige
                            vegetatie. Verspreide opslag van struiken en jonge bomen is gewenst
                            omdat dit in de winter stapelvoedsel voor de bever is. </al></li></lijst><al>Beheereisen:</al><lijst><li nr="1."><al>Het tegengaan van bosvorming door eenmaal per zes jaar de grootste bomen
                            te kappen.</al></li><li nr="2."><al>Bij afsluiten van de overeenkomst ook een vrijstelling van de meldings-
                            en herplantplicht van de Boswet aanvragen bij de Dienst Regelingen.</al><al><cursief>Varianten:</cursief></al><al>A01.05.01.Lb Foerageerrand Bever</al><al><vet>Bijlage 4: Vervallen </vet></al><al><vet>Bijlage 5: Eisen collectief beheerplan</vet></al><lijst><li nr="A."><al>Een collectief beheerplan voldoet aan de volgende eisen:</al></li><li nr="a."><al>onderdeel van het collectief beheerplan maakt uit een
                                    elektronische kaart met een topografische ondergrond, waarop is
                                    aangegeven op welke landbouwgronden de deelnemende landbouwers
                                    welke agrarische beheerpakketten of varianten daarvan wensen uit
                                    te voeren, alsmede op welke locatie zij welke beheerpakketten
                                    landschap wensen uit te voeren;</al></li><li nr="b."><al>de gebiedscoördinator sluit met elk van de deelnemende
                                    landbouwers een overeenkomst waarin het beheer, bedoeld in
                                    subonderdeel a, wordt vastgelegd. De overeenkomst wordt door
                                    beide partijen ondertekend en in elk geval opgenomen in de
                                    administratie van de gebiedscoördinator;</al></li><li nr="c."><al>als onderdeel van het collectief beheerplan voegt de
                                    gebiedscoördinator een advies van de gebiedscoördinator met
                                    betrekking tot de kwaliteit van het collectief beheerplan;</al></li><li nr="d."><al>het collectief beheerplan omvat tevens een omschrijving en
                                    plaatsaanduiding van het beheer, uitgevoerd door ontvangers
                                    van:</al><lijst><li nr="i."><al>een subsidie natuurbeheer op grond van de onderhavige
                                            verordening;</al></li><li nr="ii."><al>een subsidie op grond van de Subsidieregeling agrarisch
                                            natuurbeheer Noord-Holland;</al></li><li nr="iii."><al>een subsidie op grond van de Subsidieregeling agrarisch
                                            natuurbeheer van de minister;</al></li><li nr="iv."><al>een subsidie op grond van de Subsidieregeling
                                            natuurbeheer Noord-Holland of</al></li><li nr="v."><al>een subsidie op grond van de Subsidieregeling
                                            natuurbeheer 2000 van de minister,</al></li></lijst></li></lijst><al>voor zover dit beheer samenhangt met en relevant is voor het doel van
                            het collectief agrarisch natuurbeheer waarvoor de gebiedscoördinator een
                            collectief beheerplan opstelt; </al><lijst><li nr="e."><al>de gebiedscoördinator draagt er zorg voor dat de oppervlakte die
                                    per deelnemende landbouwer is opgenomen in het collectief
                                    beheerplan, groter gelijk onderscheidenlijk kleiner gelijk is
                                    dan de minimum- onderscheidenlijk maximumoppervlakte die de
                                    betreffende landbouwer heeft aangegeven in de aanvraag, bedoeld
                                    in de artikelen 4.1.2.1 en 5.1.4.2;</al></li><li nr="f."><al>aan nadere door Gedeputeerde Staten opgestelde eisen. </al></li><li nr="B."><al>Een wijziging van een vastgesteld collectief beheerplan voldoet
                                    aan de volgende eisen:</al></li><li nr="a."><al>onderdeel van de wijziging maakt uit een elektronische kaart met
                                    een topografische ondergrond waarop de wijzigingen, bedoeld in
                                    de subonderdelen b en c, zijn aangegeven.</al></li><li nr="b."><al>op de in subonderdeel a bedoelde kaart is ten behoeve van
                                    landbouwers die reeds vóór de indiening van de aanvraag tot
                                    wijziging van het collectief beheerplan deelnamen aan collectief
                                    agrarisch natuurbeheer onderscheidenlijk collectief
                                    landschapsbeheer in het gebied waarop het collectief beheerplan
                                    ziet, en voor zover daar door die landbouwers om is verzocht,
                                    aangegeven:</al><lijst><li nr="i."><al>op welke landbouwgronden waarvoor reeds een subsidie
                                            agrarisch natuurbeheer in het kader van collectief
                                            agrarisch natuurbeheer wordt verstrekt, zij welke
                                            gewijzigde agrarische beheerpakketten of varianten
                                            daarvan wensen uit te voeren (<cursief>ander agrarisch
                                                beheerpakket op dezelfde
                                            beheereenheid</cursief>);</al></li><li nr="ii."><al>op welke gewijzigde landbouwgronden zij het agrarisch
                                            beheerpakket of variant daarvan wensen uit te gaan
                                            voeren dat vóór de indiening van de aanvraag tot
                                            wijziging van het collectief beheerplan werd uitgevoerd
                                            op de onder i. bedoelde landbouwgronden
                                                (<cursief>hetzelfde agrarische beheerpakket op
                                                andere beheereenheid</cursief>);</al></li><li nr="iii."><al>op welke gewijzigde landbouwgronden zij welke gewijzigde
                                            agrarische beheerpakketten of varianten daarvan wensen
                                            uit te voeren (<cursief>ander agrarisch beheerpakket op
                                                andere beheereenheid</cursief>);</al></li><li nr="iv."><al>welke landbouwgronden waarvoor reeds een subsidie
                                            agrarisch natuurbeheer in het kader van collectief
                                            agrarisch natuurbeheer wordt verstrekt, alsmede welke
                                            beheerpakketten landschap waarvoor reeds een subsidie
                                            landschapsbeheer in het kader van collectief
                                            landschapsbeheer wordt verstrekt zij voor de resterende
                                            periode waarvoor de subsidie wordt verstrekt, wensen te
                                            vergroten overeenkomstig artikel 7.5, eerste lid
                                                (<cursief>vergroting bestaande beheereenheid of
                                                bestaand beheerpakket landschap</cursief>);</al></li><li nr="v."><al>op welke landbouwgronden die niet vóór de indiening van
                                            de aanvraag tot wijziging van het collectief beheerplan
                                            in dat plan waren opgenomen, en die zelfstandig voldoen
                                            aan de voorwaarden van de onderhavige verordening voor
                                            de betreffende subsidie, zij overeenkomstig artikel 7.5,
                                            eerste lid, voor de resterende periode waarvoor de
                                            subsidie wordt verstrekt, welke agrarische
                                            beheerpakketten of varianten daarvan wensen uit te
                                            voeren <cursief>(nieuwe beheereenheid voor resterende
                                                subsidieperiode)</cursief>;</al></li><li nr="vi."><al>op welke landbouwgronden die niet vóór de indiening van
                                            de aanvraag tot wijziging van het collectief beheerplan
                                            in dat plan waren opgenomen, zij voor de gehele periode,
                                            bedoeld in artikel 4.1.1.2, welke agrarische
                                            beheerpakketten of varianten daarvan wensen uit te
                                            voeren (<cursief>nieuwe beheereenheid voor volledige
                                                subsidieperiode</cursief>).</al></li><li nr="vii."><al>welke beheerpakketten landschap die niet vóór de
                                            indiening van de aanvraag tot wijziging van het
                                            collectief beheerplan in dat plan waren opgenomen, en
                                            die zelfstandig voldoen aan de voorwaarden van de
                                            onderhavige verordening voor de betreffende subsidie,
                                            zij overeenkomstig artikel 7.5, eerste lid, voor de
                                            resterende periode waarvoor de subsidie wordt verstrekt
                                            wensen uit te voeren <cursief>(nieuw beheerpakket
                                                landschap voor resterende
                                            subsidieperiode)</cursief>;</al></li><li nr="viii."><al>welke beheerpakketten landschap die niet vóór de
                                            indiening van de aanvraag tot wijziging van het
                                            collectief beheerplan in dat plan waren opgenomen, zij
                                            voor de gehele periode, bedoeld in artikel 5.1.1.2,
                                            wensen uit te voeren (<cursief>nieuw beheerpakket
                                                landschap voor volledige
                                            subsidieperiode</cursief>).</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>op de in subonderdeel a bedoelde kaart is ten behoeve van
                                    landbouwers die niet reeds vóór de indiening van de aanvraag tot
                                    wijziging van het collectief beheerplan deelnamen aan collectief
                                    agrarisch natuurbeheer onderscheidenlijk collectief
                                    landschapsbeheer in het gebied waarop het collectief beheerplan
                                    ziet, op verzoek van die landbouwers, aangegeven op welke
                                    landbouwgronden zij voor de gehele periode, bedoeld in artikel
                                    4.1.1.2, welke agrarische beheerpakketten of varianten daarvan
                                    wensen uit te voeren,alsmede op welke lokatie zij voor de gehele
                                    periode, bedoeld in artikel 5.1.1.2, welke beheerpakketten
                                    landschap wensen uit te voeren (<cursief>nieuwe beheereenheid of
                                        nieuw beheerpakket landschap voor volledige
                                        subsidieperiode</cursief>).</al></li><li nr="d."><al>de gebiedscoördinator sluit met elk van de deelnemende
                                    landbouwers een overeenkomst waarin het beheer, bedoeld in
                                    subonderdeel b onderscheidenlijk subonderdeel c, wordt
                                    vastgelegd. De overeenkomst wordt door beide partijen
                                    ondertekend en in elk geval opgenomen in de administratie van de
                                    gebiedscoördinator;</al></li><li nr="e."><al>als onderdeel van de wijziging voegt de gebiedscoördinator een
                                    advies van de gebiedscoördinator met betrekking tot de kwaliteit
                                    van het collectief beheerplan in relatie tot de verzochte
                                    wijzigingen in beheer;</al></li><li nr="f."><al>de gebiedscoördinator draagt er zorg voor dat de oppervlakte die
                                    per deelnemende landbouwer is opgenomen in het collectief
                                    beheerplan, groter gelijk is aan de minimumoppervlakte die de
                                    betreffende landbouwer heeft aangegeven in de aanvraag, bedoeld
                                    in de artikelen 4.1.2.1 en 5.1.4.2;</al></li><li nr="g."><al>aan nadere door Gedeputeerde Staten opgestelde eisen. </al><lijst><li nr="·"><al>Wijzigingen als bedoeld in subonderdeel b, onder i. en
                                            iii., zijn niet toegestaan voor zover deze tot gevolg
                                            hebben dat de landbouwer een agrarisch beheerpakket gaat
                                            uitvoeren dat behoort tot een ander agrarisch
                                            beheertype;</al></li><li nr="·"><al>Wijzigingen als bedoeld in subonderdeel b, onder i. tot
                                            en met iii., zijn evenmin toegestaan voor zover zij
                                            betrekking hebben op agrarische beheerpakketten met de
                                            aanduiding A.01.01.05, A01.02.01, met uitzondering van
                                            en overeenkomstig de varianten c en d, en A02.01.01 tot
                                            en met A02.02.03.</al></li></lijst></li></lijst><al>Bijlage 6 Landschap</al><al>Onderdeel A.1 Landschapsbeheertypen en bijbehorende landschapselementen
                            waarvan de instandhouding is toegestaan binnen natuurterreinen, waarbij
                            landschapselementen waarvan de alfanumerieke aanduiding eindigt op de
                            cijfers “00” slechts door gecertificeerde begunstigden kunnen worden
                            aangevraagd.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="41*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="59*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Landschapsbeheertype </vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Landschapselement</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01 Groenblauwe Landschapselementen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.01 Poel en klein historisch water</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.01.00 Poel en klein historisch water -
                                                  gemiddeld</vet></al><al><vet>L01.01.01a Oppervlakte poel &lt; 175 m2</vet></al><al><vet>L01.01.01b Oppervlakte poel &gt; 175 m2</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.02</vet><vet> Houtwal en houtsingel</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.02.00 Houtwal en houtsingel -
                                                  gemiddeld</vet></al><al><vet>L01.02.01 Houtsingel en houtwal</vet></al><al><vet>L01.02.02 Hoge houtwal </vet></al><al><vet>L01.02.03 Holle weg en graft</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.03</vet><vet> Elzensingel</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.03.00 Elzensingel - gemiddeld</vet></al><al><vet>L01.03.01a Bedekking elzensingel 30-50%</vet></al><al><vet>L01.03.01b Bedekking elzensingel 50%-75%</vet></al><al><vet>L01.03.01c Bedekking elzensingel &gt; 75%</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.04</vet><vet> Bossingel en bosje</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.04.01 Bossingel en bosje</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.05</vet><vet> Knip- of scheerheg</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.05.00 Knip- of scheerheg - gemiddeld</vet></al><al><vet>L01.05.01a Heg jaarlijks scheren of
                                                  knippen</vet></al><al><vet>L01.05.01b Heg eenmaal per 2-3 jaar scheren of
                                                  knippen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.06</vet><vet> Struweelhaag</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.06.00 Struweelhaag - gemiddeld</vet></al><al><vet>L01.06.01a Struweelhaag snoeicyclus 5-7
                                                  jaar</vet></al><al><vet>L01.06.01b Struweelhaag snoeicyclus &gt; 12
                                                  jaar</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.07</vet><vet> Laan</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.07.00 Laan – gemiddeld</vet></al><al><vet>L01.07.01a Laan stamdiameter bomen &lt; 20
                                                  cm</vet></al><al><vet>L01.07.01b Laan stamdiameter bomen 20-60
                                                  cm</vet></al><al><vet>L01.07.01c Laan stamdiameter bomen &gt; 60
                                                  cm</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.08</vet><vet> Knotboom</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.08.00 Knotboom - gemiddeld</vet></al><al><vet>L01.08.01a Knotboom stamdiameter &lt; 20
                                                  cm</vet></al><al><vet>L01.08.01b Knotboom stamdiameter 20-60 cm</vet></al><al><vet>L01.08.01c Knotboom stamdiameter &gt; 60
                                                  cm</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.09</vet><vet> Hoogstamboomgaard</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.09.01 Hoogstamboomgaard</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>L03 Aardwerken</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L03.01</vet><vet> Aardwerk en groeve</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L03.01.00 Aardwerk en groeve</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Onderdeel A.2 Provinciale landschapsbeheertypen en bijbehorende
                                regionale landschapselementen waarvan de instandhouding is
                                toegestaan binnen natuurterreinen, waarbij landschapselementen
                                waarvan de alfanumerieke aanduiding eindigt op de cijfers “00”
                                slechts door gecertificeerde begunstigden kunnen worden
                                aangevraagd.</vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="41*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="59*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Landschapsbeheertype </vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Landschapselement (regionaal)</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01 Groenblauwe Landschapselementen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.09. Hoogstamboomgaard</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.09.02 Halfhoogstamboomgaard bij historische
                                                  boerderijen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.13. Bomenrij en solitaire boom</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.13.03 Leibomen bij historische
                                                  boerderijen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>L03 Aardwerken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>L03.01 Aardwerk en groeve</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L03.01.02 Schurvelingen en zandwallen op
                                                  Goeree</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Beschrijving regionale landschapselementen</al><al><onderstreept>Landschapselement L01.09.02: Halfhoogstamboomgaard bij
                                historische boerderijen </onderstreept></al><al>Afbakening:</al><lijst><li nr="1."><al>Halfhoogstamboomgaarden hebben een minimale stamhoogte die lager
                                    is dan 1,5m. </al></li><li nr="2."><al>Een halfhoogstamboomgaard is een verzameling van fruitbomen met
                                    een stam van minimaal 0,6 meter hoog, waarvan de onderbegroeiing
                                    bestaat uit een grazige vegetatie. </al></li><li nr="3."><al>Een halfhoogstamboomgaard bestaat uit minimaal 10 bomen en heeft
                                    een dichtheid van minimaal 75 en maximaal 150 fruitbomen per
                                    hectare. </al></li><li nr="4."><al>Maximaal 10% van de bomen bestaat uit walnootbomen. </al></li><li nr="5."><al>Een halfhoogstamboomgaard is vaak in een cluster geplant en
                                    duidelijk afgescheiden van de omgeving. </al></li><li nr="6."><al>De halfhoogstamboomgaard behoort bij een historische boerderij
                                    of ander gebouw dat vermeld staat op een locale of landelijke
                                    monumentenlijst of de boomgaard is vermeld op www.kich.nl of op
                                    een provinciale cultuurhistorische waardenkaart. </al></li></lijst><al>Algemene beheerverplichting:</al><al>Halfhoogstamfruitbomen worden periodiek gesnoeid en bij beweiding moet
                            beschadiging van de bomen door vee voorkomen worden. </al></li></lijst><tussenkop>Landschapselement L01.13.03: Leibomen bij historische boerderijen </tussenkop><al>Afbakening:</al><al>1.Uitsluitend leibomen bij historische boerderijen komen in aanmerking. Dit zijn
                    boerderijen die voorkomen op de Rijks- of gemeentelijke monumentenlijst dan wel
                    terug te vinden zijn op de MIP-lijst (Monumenten Inventarisatie Project) (zie
                    www.kich.nl).</al><al>Algemene beheerverplichting:</al><al>Het beheer is gericht op het behoud van de specifieke vorm van de leibomen.</al><tussenkop>Landschapselement L03.01.02: Schurvelingen en zandwallen op Goeree </tussenkop><al>Afbakening:</al><al>Globaal kunnen drie typen zandwallen worden onderscheiden:</al><lijst><li nr="-"><al>zandwallen volledig begroeid met kruiden en grassen;</al></li><li nr="-"><al>zandwallen met kruiden en grassen en een lichte boom- of
                            struiklaag;</al></li><li nr="-"><al>zandwallen begroeid met een zware boomlaag, braamstruweel of
                            struiklaag;</al></li></lijst><al>Uitsluitend de schurvelingen en zandwallen op de Kop van Goeree vallen onder dit
                    landschapsbeheertype.</al><al>Algemene beheerverplichting:</al><lijst><li nr="1."><al>Om verruiging te voorkomen worden de delen met grassen en kruiden
                            jaarlijks gefaseerd gemaaid. Het maaisel wordt afgevoerd. </al></li><li nr="2."><al>Maaiwerkzaamheden worden uitgevoerd in de maanden
                            augustus-december.</al></li><li nr="3."><al>Bomen en struiken moeten met regelmaat worden opgesnoeid. </al></li><li nr="4."><al>Schade door betreding door vee moet worden voorkomen met een
                            raster.</al></li><li nr="5."><al>Greppels die naast de zandwallen en schurvelingen zijn gelegen moeten
                            regelmatig worden geschoond. </al></li><li nr="6."><al>Er mag geen snoeihout worden verbrand in, of in de directe omgeving van
                            het element en als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet
                            verwerkt worden in het element.</al></li><li nr="7."><al>Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet
                            toegestaan.</al></li></lijst><tussenkop>Onderdeel B</tussenkop><al>Onderdeel B.1. Landschapsbeheertypen en bijbehorende beheerpakketten landschap
                    die zijn toegestaan in de gebieden zoals aangewezen in het
                    plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 in het kader van maatregel 214 van
                    het plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="38*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="62*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Landschapsbeheertype</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Beheerpakket landschap</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01 Groenblauwe Landschapselementen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.01 Poel en kleine historisch water</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.01.01a Oppervlakte poel &lt; 175 m2</vet></al><al><vet>L01.01.01b Oppervlakte poel &gt; 175 m2</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.02</vet><vet> Houtwal en houtsingel</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.02.01 Houtsingel en houtwal</vet></al><al><vet>L01.02.02 Hoge houtwal </vet></al><al><vet>L01.02.03 Holle weg en graft</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.03</vet><vet> Elzensingel</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.03.01a Bedekking elzensingel 30-50%</vet></al><al><vet>L01.03.01b Bedekking elzensingel 50%-75%</vet></al><al><vet>L01.03.01c Bedekking elzensingel &gt; 75%</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.04</vet><vet> Bossingel en bosje</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.04.01 Bossingel en bosje</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.05</vet><vet> Knip- of scheerheg</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.05.01a Heg jaarlijks scheren of knippen</vet></al><al><vet>L01.05.01b Heg eenmaal per 2-3 jaar scheren of
                                            knippen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.06</vet><vet> Struweelhaag</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.06.01a Struweelhaag snoeicyclus 5-7 jaar</vet></al><al><vet>L01.06.01b Struweelhaag snoeicyclus &gt; 12 jaar</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.07</vet><vet> Laan</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.07.01a Laan stamdiameter bomen &lt; 20 cm</vet></al><al><vet>L01.07.01b Laan stamdiameter bomen 20-60 cm</vet></al><al><vet>L01.07.01c Laan stamdiameter bomen &gt; 60 cm</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.08</vet><vet> Knotboom</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.08.01a Knotboom stamdiameter &lt; 20 cm</vet></al><al><vet>L01.08.01b Knotboom stamdiameter 20-60 cm</vet></al><al><vet>L01.08.01c Knotboom stamdiameter &gt; 60 cm</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.09</vet><vet> Hoogstamboomgaard</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.09.01 Hoogstamboomgaard</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.10</vet><vet> Struweelrand</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.10.01 Struweelrand </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.11</vet><vet> Hakhoutbosje</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.11.01a Hakhoutbosje met dominantie
                                            langzaamgroeiende soorten (zomereik, wintereik, berk,
                                            haagbeuk)</vet></al><al><vet>L01.11.01b Hakhoutbosje met dominantie snelgroeiende
                                            soorten (zwarte els en/of gewone es)</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.12</vet><vet> Griendje</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.12.01 Griendje</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.13</vet><vet> Bomenrij en solitaire boom</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.13.01a Bomenrij stamdiameter &lt; 20 cm</vet></al><al><vet>L01.13.01b Bomenrij stamdiameter 20-60 cm</vet></al><al><vet>L01.13.01c Bomenrij stamdiameter &gt; 60 cm</vet></al><al>L01.13.02a Solitaire boom stamdiameter &lt; 20 cm</al><al>L01.13.02b Solitaire boom stamdiameter 20-60 cm</al><al>L01.13.02c Solitaire boom stamdiameter &gt; 60 cm</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet> L01.14 Rietzoom en klein rietperceel</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.14.01a Smalle rietzoom (&lt; 5 meter)</vet></al><al><vet>L01.14.01b Brede rietzoom (&gt; 5 meter) en klein
                                            rietperceel</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.15</vet><vet> Natuurvriendelijke oever</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.15.01 Natuurvriendelijke oever</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>L04 Recreatieve landschapselementen </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L04.01</vet><vet> Wandelpad over boerenland</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L04.01.01 Wandelpad over boerenland</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Onderdeel B.2. Provinciale landschapsbeheertypen en behorende regionale
                    beheerpakketten landschap </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="41*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="59*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Landschapsbeheertype</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Beheerpakket landschap</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01 Groenblauwe Landschapselementen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.09. Hoogstamboomgaard</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.09.02 Halfstamboomgaard bij historische
                                            boerderijen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>L01.13. Bomenrij en solitaire boom</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L01.13.03 Leibomen bij historische boerderijen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>L03 Aardwerken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>L03.01 Aardwerk en groeve</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>L03.01.02 Schurvelingen en zandwallen op Goeree</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Beheerpakket landschap L01.09.02: Halfhoogstamboomgaard bij historische
                    boerderijen </tussenkop><al>Instapeisen:</al><lijst><li nr="1."><al>Halfhoogstamboomgaarden hebben een minimale stamhoogte die lager is dan
                            1,5m. </al></li><li nr="2."><al>Een halfhoogstamboomgaard is een verzameling van fruitbomen, met een
                            stam van minimaal 0,6 meter hoog en waarvan de onderbegroeiing bestaat
                            uit een grazige vegetatie. </al></li><li nr="3."><al>Een halfhoogstamboomgaard bestaat uit minimaal 10 bomen en heeft een
                            dichtheid van minimaal 75 en maximaal 150 fruitbomen per hectare. </al></li><li nr="4."><al>Maximaal 10% van de bomen bestaat uit walnootbomen. </al></li><li nr="5."><al>Een halfhoogstamboomgaard is vaak in een cluster geplant en duidelijk
                            afgescheiden van de omgeving. </al></li><li nr="6."><al>De halfhoogstamboomgaard behoort bij een historische boerderij of ander
                            gebouw dat vermeld staat op een locale of landelijke monumentenlijst of
                            de boomgaard is vermeld op www.kich.nl of op een provinciale
                            cultuurhistorische waardenkaart. </al></li></lijst><al>Beheereisen:</al><al>1.Halfhoogstamfruitbomen worden periodiek gesnoeid en bij beweiding moet
                    beschadiging van de bomen door vee voorkomen worden. </al><tussenkop>Beheerpakket landschap L01.13.03: Leibomen bij historische boerderijen </tussenkop><al>Instapeisen:</al><al>1.Uitsluitend leibomen bij historische boerderijen komen in aanmerking. Dit zijn
                    boerderijen die voorkomen op de Rijks- of gemeentelijke monumentenlijst dan wel
                    terug te vinden zijn op de MIP-lijst (Monumenten Inventarisatie Project) (zie
                    www.kich.nl).</al><al>Beheereisen:</al><al>1.Het beheer is gericht op het behoud van de specifieke vorm van de
                    leibomen.</al><tussenkop>Landschapselement L03.01.02: Schurvelingen en zandwallen op Goeree </tussenkop><al>Instapeisen:</al><al>Globaal kunnen drie typen zandwallen worden onderscheiden:</al><lijst><li nr="-"><al>zandwallen volledig begroeid met kruiden en grassen;</al></li><li nr="-"><al>zandwallen met kruiden en grassen en een lichte boom- of
                            struiklaag;</al></li><li nr="-"><al>zandwallen begroeid met een zware boomlaag, braamstruweel of
                            struiklaag;</al></li></lijst><al>Uitsluitend de schurvelingen en zandwallen op de Kop van Goeree vallen onder dit
                    landschapselement.</al><al>Beheereisen:</al><lijst><li nr="1."><al>Om verruiging te voorkomen worden de delen met grassen en kruiden
                            jaarlijks gefaseerd gemaaid. Het maaisel wordt afgevoerd. </al></li><li nr="2."><al>Maaiwerkzaamheden worden uitgevoerd in de maanden
                            augustus-december.</al></li><li nr="3."><al>Bomen en struiken moeten met regelmaat worden opgesnoeid. </al></li><li nr="4."><al>Schade door betreding door vee moet worden voorkomen met een
                            raster.</al></li><li nr="5."><al>Greppels die naast de zandwallen en schurvelingen zijn gelegen moeten
                            regelmatig worden geschoond. </al></li><li nr="6."><al>Er mag geen snoeihout worden verbrand in, of in de directe omgeving van
                            het element en als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet
                            verwerkt worden in het element.</al></li><li nr="7."><al>Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet
                            toegestaan.</al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>7</nr><titel>Voorwaarden toeslagen</titel></kop><al>Onderdeel A:</al><al>Voorschriften toeslag schapenbeheer (artikel 3.1.6, eerste lid, onderdeel
                    b)</al><lijst><li nr="1."><al><vet>Gedurende elk kalenderjaar van de periode, bedoeld in artikel
                                3.1.2, waarvoor de toeslag wordt verstrekt, wordt gebruik gemaakt
                                van één of meerdere door een herder geleide schaapskuddes bij het in
                                stand houden van het op het natuurterrein aanwezige
                                natuurbeheertype.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het gebruik van één of meerdere door een herder geleide
                                schaapskuddes strekt zich gedurende elk kalenderjaar van de in het
                                vorige punt bedoelde periode uit over de gehele oppervlakte waarvoor
                                de toeslag door Gedeputeerde Staten wordt verstrekt.</vet></al><al>Laag tarief: schaapskudde wordt ingezet op natuurterreinen waarop een
                            natuurbeheertype met de aanduiding N06.03, N09.01, N11.01 of N12.01 in
                            stand wordt gehouden;</al><al>Hoog tarief: schaapskudde wordt ingezet op natuurterreinen waarop een
                            natuurbeheertype met de aanduiding N06.04, N07.01, N07.02, N08.02 of
                            N08.04 in stand wordt gehouden.</al><al/></li></lijst><al>Onderdeel C:</al><lijst><li nr=""><tussenkop>Voorschriften aanvullende toeslag collectief agrarisch
                            natuurbeheer (artikel 4.1.2.4 eerste lid)</tussenkop></li></lijst><al>Subonderdeel 1 <vet> (</vet><vet><cursief>verlengen
                        rustperiode</cursief></vet><vet>)</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Op de beheereenheid wordt in het betreffende beheerjaar een
                                agrarisch beheerpakket uitgevoerd dat in bijlage 3, onderdeel B.1,
                                is opgenomen onder de aanduiding A01.01.01, A01.01.02, A01.01.04voor
                                zover dat beheerpakket op grasland wordt uitgevoerd, of
                                A01.01.06.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De in artikel 4.1.2.4, eerste lid, bedoelde landbouwer blijft, na
                                afloop van de periode waarin in dat beheerjaar aan de aan het
                                betreffende agrarische beheerpakket verbonden beheereisen dient te
                                worden voldaan indien niet om de toeslag zou zijn verzocht, net
                                zolang voldoen aan die beheereisen als de aanwezigheid en
                                bescherming van de op de betreffende beheereenheid aanwezige
                                weidevogels in het betreffende beheerjaar vereisen. </vet></al></li></lijst><al>Subonderdeel 2 <vet>
                        (</vet><vet><cursief>kuikenvelden</cursief></vet><vet>)</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Op de beheereenheid wordt in het betreffende beheerjaar een agrarisch
                            beheerpakket uitgevoerd dat in bijlage 3, onderdeel B.1, is opgenomen
                            onder de aanduiding A01.01.01, A01.01.02, A01.01.04 voor zover dat
                            beheerpakket op grasland wordt uitgevoerd, of A01.01.06.</al></li><li nr="2."><al>De in artikel 4.1.2.4, eerste lid, bedoelde landbouwer legt op de
                            beheereenheid stroken of blokken aan met een breedte van minimaal 6, en
                            maait deze stroken in elk geval niet eerder dan twee weken na de rest
                            van de beheereenheid.</al></li><li nr="3."><al>De in punt 2 bedoelde stroken worden:</al><lijst><li nr="a."><al>zodanig aangelegd dat de op de betreffende beheereenheid
                                    aanwezige weidevogels te allen tijde een vluchtmogelijkheid
                                    hebben, indien nodig naar een aangrenzend perceel waar voldoende
                                    bescherming gewaarborgd is;</al></li><li nr="b."><al>net zolang in stand gehouden als de aanwezigheid en bescherming
                                    van de op de betreffende beheereenheid aanwezige weidevogels in
                                    het betreffende beheerjaarvereisen. </al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><tussenkop>Subonderdeel 3 (nestgelegenheid voor de Zwarte stern)</tussenkop></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>De beheereenheid ligt in een door Gedeputeerde Staten van Utrecht in het
                            natuurbeheerplan aangewezen gebied.</al></li><li nr="2."><al>De beheereenheid bestaat uit twee randen van ten minste 250 meter
                            lengte, gelegen aan weerszijden van een sloot, waarop door één en
                            dezelfde begunstigde het agrarische beheerpakket met de aanduiding
                            A01.01.05b wordt uitgevoerd.</al></li><li nr="3."><al>Aanvullend op, dan wel afwijkend van, de instap- en beheereisen van het
                            agrarische beheerpakket met de aanduiding A01.01.05b worden de eisen in
                            de onderstaande punten in acht genomen.</al></li><li nr="4."><al>Per rand wordt, gerekend vanaf de slootzijde, een aaneengesloten strook
                            van 2 meter breedte en 250 meter lengte tussen 1 april en 1 augustus
                            niet gemaaid, gerold, gesleept of bemest, en is het gebruik van
                            chemische bestrijdingsmiddelen in die periode niet toegestaan. Bovendien
                            wordt die strook tussen 15 juni en 1 augustus niet beweid.</al></li><li nr="5."><al>Indien het overige deel van de beheereenheid of het belendende perceel
                            beweid wordt, dient vóór 15 juni een (tijdelijk) raster te worden
                            geplaatst op een afstand van ten minste 0,5 meter van de in punt 4
                            bedoelde strook, bezien vanuit de zijde van het overige deel van de
                            beheereenheid dan wel het belendende perceel.</al></li></lijst><al>In dat geval kunnen Gedeputeerde Staten, op basis van het in artikel 4.1.2.4,
                    tweede lid, bedoelde advies van de gebiedscoördinator en met inachtneming van
                    het bepaalde in artikel 1.3, tweede tot en met vierde lid, de toeslag verhogen
                    met een tegemoetkoming voor de tijd die de begunstigde heeft besteed aan het
                    plaatsen van het raster. </al><lijst><li nr="6."><al>Halverwege de in punt 4 bedoelde strook worden, op een onderlinge
                            afstand van ten minste 4 tot 5 meter en uiterlijk op 1 mei, minimaal 5
                            en maximaal 10 vlotjes in de sloot uitgelegd als nestgelegenheid voor de
                            Zwarte stern. De vlotjes voldoen aan de eisen zoals geformuleerd door de
                            werkgroep van de Agrarische Natuurvereniging “De Utrechtse Venen.</al></li><li nr="7."><al>De vlotjes worden, voor zover zij niet langer door de Zwarte stern
                            gebruikt worden, uiterlijk op 1 september uit het water gehaald,
                            schoongemaakt, gedroogd en opgeslagen.</al></li><li nr="8."><al>De begunstigde houdt bij op hoeveel vlotjes gebroed wordt en hoeveel
                            jongen er uit komen. Deze gegevens worden door de begunstigde na afloop
                            van het broedseizoen ter beschikking gesteld aan de werkgroep, bedoeld
                            in punt 6.</al></li></lijst><al>Subonderdeel 4 (ruige stalmest)</al><lijst><li nr="1."><al>Op de beheereenheid wordt een agrarisch beheerpakket uitgevoerd dat in
                            bijlage 3, onderdeel B.1, is opgenomen onder de aanduiding A01.01.01,
                            A01.01.02, of A01.01.05.</al></li><li nr="2."><al>Op de beheereenheid wordt in een kalenderjaar ten minste 10 en maximaal
                            20 ton ruige stalmest per hectare uitgereden. </al></li><li nr="3."><al>De ruige stalmest wordt in één keer in één van de onderstaande periodes
                            op een beheereenheid uitgereden:</al><lijst><li nr="a."><al>tussen 1 februari en de begindatum van de rustperiode van het
                                    betreffende agrarische beheerpakket, óf</al></li><li nr="b."><al>vanaf de dag volgend op de einddatum van de rustperiode van het
                                    betreffende agrarische beheerpakket tot 1 september;</al><al>waarbij per beheerjaar slechts één melding als bedoeld in punt 5
                                    gedaan mag worden.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>In afwijking van punt 3, onderdeel b, mag gedurende de tijd dat de
                            rustperiode overeenkomstig onderdeel C, subonderdeel 1, van de
                            onderhavige bijlage is verlengd, geen ruige stalmest uitgereden
                            worden.</al></li><li nr="6."><al>Van het uitrijden van de ruige stalmest wordt binnen twee weken na dat
                            uitrijden melding gedaan bij de gebiedscoördinator. De melding gaat
                            vergezeld van een kaart met een topografische ondergrond waarop de
                            beheereenheid is, dan wel beheereenheden zijn, aangegeven waarop de
                            ruige stalmest is uitgereden.</al></li><li nr="7."><al>In afwijking van punt 5, eerste volzin, dient een subsidieontvanger die
                            niet in het kader van collectief agrarisch natuurbeheer een in punt 1
                            bedoeld agrarisch beheerpakket uitvoert, de in punt 5 bedoelde melding
                            in bij gedeputeerde staten met gebruikmaking van een daartoe door of
                            namens gedeputeerde staten vastgesteld formulier.</al></li></lijst><al>Subonderdeel 5 (Toeslag hoogwaterpeil)</al><lijst><li nr="1."><al>Op de beheereenheid wordt een agrarisch beheerpakket uitgevoerd dat in
                            bijlage 3, onderdeel B.1, is opgenomen onder de aanduiding A01.01.01,
                            A01.01.02, A01.01.05 of A01.01.06.</al></li><li nr="2."><al> De beheereenheid bestaat uit gsland.</al></li><li nr="3."><al> De beheereenheid is ten minste 0,5 ha groot.</al></li><li nr="4."><al> Onder hoog waterpeil wordt verstaan het slootpeil ten opzichte van de
                            gemiddelde maaiveldhoogte, waarbij. het vastgelegde peilniveau in de
                            vergunning/ontheffing van een waterschap leidend is.</al></li><li nr="5."><al> De toeslag is van toepassing indien:</al><lijst><li nr="a."><al> op de beheereenheid in de periode 1 februari tot 15 juni een
                                    hoog waterpeil aanwezig is dat maximaal 40 cm onder het
                                    gemiddelde maaiveld, doch niet hoger dan 20 cm onder het
                                    gemiddelde maaiveld ligt, of</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> op de beheereenheid in de periode 1 februari tot minimaal 15
                                    juni een hoog waterpeil aanwezig is dat maximaal 20 cm onder het
                                    gemiddelde maaiveld ligt.</al></li></lijst></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>8</nr><titel>Overstaptabel SAN Noord-Holland</titel></kop><al>De beheers- en landschapspakketten van de Subsidieregeling agrarisch
                    natuurbeheer Noord-Holland, opgenomen in de linkerkolom van de onderstaande
                    tabel, kunnen op grond van artikel 12.3, vijfde lid, van de onderhavige
                    verordening worden gewijzigd in de agrarische beheerpakketten onderscheidenlijk
                    beheerpakketten landschap, opgenomen in de rechterkolom van de onderstaande
                    tabel:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="51*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="49*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer</vet></al><al><vet>Noord-Holland</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Uitvoeringsregeling natuur- en landschapsbeheer </vet><vet>Noord-Holland</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Beheerspakket (bijlagenummer/pakketnaam)</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Agrarisch beheerpakket
                                            (aanduiding/pakketnaam)</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6: Ontwikkeling kruidenrijk grasland</al></entry><entry colname="col2"><al>A02.01.02: Botanisch hooiland</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7: Instandhouding kruidenrijk grasland</al></entry><entry colname="col2"><al>A02.01.02: Botanisch hooiland</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8: Bont hooiland</al></entry><entry colname="col2"><al>A02.01.02: Botanisch hooiland</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9: Bonte hooiweide</al></entry><entry colname="col2"><al>A02.01.02: Botanisch hooiland</al><al>A01.01.05: Kruidenrijk weidevogelgrasland</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10: Kruidenrijk weiland</al></entry><entry colname="col2"><al>A02.01.01: Botanisch weiland</al><al>A01.01.05: Kruidenrijk weidevogelgrasland</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11: Bont weiland</al></entry><entry colname="col2"><al>A02.01.01: Botanisch weiland</al><al>A01.01.05: Kruidenrijk weidevogelgrasland</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12: Bonte weiderand</al></entry><entry colname="col2"><al>A02.01.03a: Botanische weiderand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13: Bonte hooirand</al></entry><entry colname="col2"><al>A02.01.03b: Botanische hooirand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>14: Kruidenrijke zomen</al></entry><entry colname="col2"><al>A02.01.03b: Botanische hooirand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>15: Landschappelijk waardevol grasland</al></entry><entry colname="col2"><al>A02.01.01: Botanisch weiland</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>16: Weidevogelgrasland met een rustperiode van 1 april tot 1
                                        juni</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.01.01a: Weidevogelgrasland met een rustperiode van 1
                                        april tot 1 juni</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>16: Weidevogelgrasland met een rustperiode van 1 april tot 8
                                        juni</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.01.01b: Weidevogelgrasland met een rustperiode van 1
                                        april tot 8 juni</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>16: Weidevogelgrasland met een rustperiode van 1 april tot
                                        15 juni</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.01.01c: Weidevogelgrasland met een rustperiode van 1
                                        april tot 15 juni</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>16: Weidevogelgrasland met een rustperiode van 1 april tot
                                        22 juni</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.01.01d: Weidevogelgrasland met een rustperiode van 1
                                        april tot 22 juni</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>17: Vluchtheuvels voor weidevogels</al></entry><entry colname="col2"><al>Bijlage 7, onderdeel C, subonderdeel b: Toeslag
                                        kuikenstroken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>18: Plas-dras met een inundatieperiode van 15 februari tot
                                        15 april</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.01.03a: Plas-dras met een inundatieperiode van 15
                                        februari tot 15 april</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>18: Plas-dras met een inundatieperiode van 15 februari tot
                                        15 mei</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.01.03b: Plas-dras met een inundatieperiode van 15
                                        februari tot 15 mei</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>23a: Faunarand algemeen op kleigrond</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.02.01a t/m d: Bouwland met broedende akkervogels</al><al>A01.02.02a: Bouwland met doortrekkende en overwinterende
                                        akkervogels op kleigrond</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>23a: Faunarand algemeen op zandgrond</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.02.01a t/m d: Bouwland met broedende akkervogels</al><al>A01.02.02b: Bouwland met doortrekkende en overwinterende
                                        akkervogels op zandgrond</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>23b: Patrijzenrand op kleigrond</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.02.01a t/m d: Bouwland met broedende akkervogels</al><al>A01.02.02a: Bouwland met doortrekkende en overwinterende
                                        akkervogels op kleigrond</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>23b: Patrijzenrand op zandgrond</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.02.01a t/m d: Bouwland met broedende akkervogels</al><al>A01.02.02b: Bouwland met doortrekkende en overwinterende
                                        akkervogels op zandgrond</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>23c: Grauwe kiekenrand op kleigrond</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.02.01a t/m d: Bouwland met broedende akkervogels</al><al>A01.02.02a: Bouwland met doortrekkende en overwinterende
                                        akkervogels op kleigrond</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>23c: Grauwe kiekenrand op zandgrond</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.02.01a t/m d: Bouwland met broedende akkervogels</al><al>A01.02.02b: Bouwland met doortrekkende en overwinterende
                                        akkervogels op zandgrond</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>24a: Akkerrijke flora I </al></entry><entry colname="col2"><al>A02.02.01a t/m c: Akker met waardevolle flora</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>26a: Akkerrijke flora II</al></entry><entry colname="col2"><al>A02.02.01a t/m c: Akker met waardevolle flora</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28: Akkerflora randen</al></entry><entry colname="col2"><al>A02.02.03: Akkerflora randen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28a: Hamsterpakket</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.02.03a: Bouwland voor hamsters</al><al>A01.02.03b: Opvangstrook voor hamsters</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28c: Grasland t.b.v. overwinterende ganzen (pakket
                                        2007)</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.03.01a: Ganzen op grasland</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28c: Ganzenfoerageergebied, variant A: Grasland (pakket
                                        2008)</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.03.01a: Ganzen op grasland</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28c: Ganzenfoerageergebied, variant B: Bouwland (pakket
                                        2008)</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.03.01b: Ganzen op bouwland</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28c: Ganzenfoerageergebied, variant C: Vroege groenbemester
                                        (pakket 2008)</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.03.01c: Ganzen op vroege groenbemester</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28c: Ganzenfoerageergebied, variant D: Late groenbemester
                                        (pakket 2008)</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.03.01d: Ganzen op late groenbemester</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28d: Bouwland t.b.v. overwinterende ganzen (pakket
                                        2007)</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.03.01b: Ganzen op bouwland</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28e: Grasgroenbemester t.b.v. overwinterende ganzen (pakket
                                        2007)</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.03.01c: Ganzen op vroege groenbemester</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28f: Grasgroenbemester maïsland t.b.v. overwinterende ganzen
                                        (pakket 2007)</al></entry><entry colname="col2"><al>A01.03.01d: Ganzen op late groenbemester</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Landschapspakket
                                            (bijlagenummer/pakketnaam)</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Beheerpakket landschap
                                            (aanduiding/pakketnaam)</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>32: Houtkade, houtwal, haag en singel</al></entry><entry colname="col2"><al>L01.02.01: Houtwal en singel</al><al>L01.06.01a: Struweelhaag snoeicyclus 5-7 jaar*</al><al>L01.06.01b: Struweelhaag snoeicyclus &gt; 12 jaar*</al><al>* Alleen als voldaan wordt aan instapeisen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>33: Bomenrij</al></entry><entry colname="col2"><al>L01.07.01a: Laan stamdiameter &lt; 20 cm*</al><al>L01.07.01b: Laan stamdiameter 20-60 cm*</al><al>L01.07.01c: Laan stamdiameter &gt; 60 cm*</al><al>L01.13.01a: Bomenrij stamdiameter &lt; 20 cm</al><al>L01.13.01b: Bomenrij stamdiameter 20-60 cm</al><al>L01.13.01c: Bomenrij stamdiameter &gt; 60 cm</al><al>* Alleen als voldaan wordt aan instapeisen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>36: Elzensingel</al></entry><entry colname="col2"><al>L01.03.01c: Elzensingel bedekkingsgraad &gt; 75%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>37: Geriefhoutbosje</al></entry><entry colname="col2"><al>L01.11.01a: Hakhoutbosje met dominantie van
                                        langzaamgroeiende boomsoorten (zomereik, wintereik, berk,
                                        haagbeuk)</al><al>L01.11.01b: Hakhoutbosje met dominantie van snelgroeiende
                                        boomsoorten (zwarte els, gewone es)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>38: Knip- en scheerheg</al></entry><entry colname="col2"><al>L01.05.01a: Knip- en scheerheg jaarlijkse cyclus</al><al>L01.05.01b: Knip- en scheerheg 2-3 jaarlijkse cyclus</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>40: Knotbomen(rij)</al></entry><entry colname="col2"><al>L01.08.01a: Knotboom stamdiameter &lt; 20 cm</al><al>L01.08.01b: Knotboom stamdiameter 20-60 cm</al><al>L01.08.01c: Knotboom stamdiameter &gt; 60 cm</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>41: Grubbe en holle weg</al></entry><entry colname="col2"><al>L01.02.03: Holle weg en graft</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>42: Hoogstamboomgaard</al></entry><entry colname="col2"><al>L01.09.01: Hoogstamboomgaard</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>44: Poel &lt; 75m²</al></entry><entry colname="col2"><al>L01.01.01a: Poel en klein historisch water &lt; 175m²</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>44: Poel 75-175m²</al></entry><entry colname="col2"><al>L01.01.01a: Poel en klein historisch water &lt; 175m²</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>44: Poel &gt; 175m²</al></entry><entry colname="col2"><al>L01.01.01b: Poel en klein historisch water &gt; 175m²</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>45: Rietzoom en klein rietperceel (rijland)</al></entry><entry colname="col2"><al>L01.14.01a: Smalle rietzoom (2-5m)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>45: Rietzoom en klein rietperceel (vaarland)</al></entry><entry colname="col2"><al>L01.14.01b: Brede rietzoom (&gt; 5m) en klein
                                        rietperceel</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>46: Raster</al></entry><entry colname="col2"><al>Subsidie zit verdisconteerd in de verschillende
                                        beheerpakketten landschap</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>9.</nr><titel>Index Natuur en Landschap</titel></kop><al><vet>Ligt ter inzage op het provinciehuis en bij de Dienst Regelingen en is te
                        vinden op
                    </vet>http://www.portaalnatuurenlandschap.nl/snl/index-natuur/</al></bijlage><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>