<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR28617_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de opiniërende bijeenkomsten Sliedrecht 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sliedrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sliedrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kompas, 11 februari 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de opiniërende bijeenkomsten Sliedrecht 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-01-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de vergaderingen en
            andere werkzaamheden van de opiniërende
            bijeenkomsten Sliedrecht 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Versie geldig vanaf 1 maart 2010</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Sliedrecht;</al><al>besluit vast te stellen:</al><al><vet><cursief>Het ‘Reglement van orde voor de vergaderingen en andere
                        werkzaamheden van de opiniërende bijeenkomsten Sliedrecht
                        2010’</cursief></vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt bedoeld met:</al><lijst><li nr="a."><al>lid: lid van een opiniërende bijeenkomst;</al></li><li nr="b."><al>voorzitter: voorzitter van een opiniërende bijeenkomst of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="c."><al>griffie: ambtelijke organisatie ter ondersteuning aan de
                                    gemeenteraad </al><al> onder leiding van een raadsgriffier;</al></li><li nr="d."><al>griffier: secretaris van een opiniërende bijeenkomst of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="e."><al>opiniërende bijeenkomst: een vergadering, gebaseerd op artikel
                                    82 van de Gemeentewet, die gelijk staat aan een raadscommissie en waarop dit Reglement
                                    van Orde van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling opiniërende bijeenkomsten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad wordt bij het uitoefenen van taken bijgestaan door
                                opiniërende bijeenkomsten zoals bedoeld in artikel 82 van de
                                Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenteraad bepaalt het werkgebied van de opiniërende
                                bijeenkomst, gebaseerd op artikel 82 van de Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taak opiniërende bijeenkomsten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De opiniërende bijeenkomsten hebben de taak om de raad te adviseren
                                over voorgelegde voorstellen, om de besluitvorming van de raad voor
                                te bereiden en te overleggen met het college van burgemeester en
                                wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het uitbrengen van een advies aan de raad uit eigener beweging.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>SAMENSTELLING EN INRICHTING VAN DE OPINIERENDE BIJEENKOMSTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een opiniërende bijeenkomst bestaat uit raadsleden en
                                niet-raadsleden, zoals verwoord in artikel 6.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van
                                dezelfde toepassing op een lid van een opiniërende bijeenkomst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en zijn plaatsvervanger is een raadslid of een
                                niet-raadslid, zoals verwoord in artikel 6 eerste lid</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn
                                midden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is geen lid van de opiniërende bijeenkomst.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van dit reglement;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen dit reglement hem verder opdraagt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Niet-raadsleden (burgerraadsleden)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan mensen van buiten de raad benoemen tot
                                (plaatsvervangend) lid van de opiniërende bijeenkomst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke fractie mag maximaal twee niet-raadsleden voordragen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De niet-raadsleden als bedoeld in het eerste lid dienen, woonachtig
                                te zijn in de gemeente Sliedrecht en mogen geen functies vervullen
                                die met het lidmaatschap van de raad onverenigbaar zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het onderzoek naar de bescheiden, waaruit moet blijken of een
                                niet-raadslid aan de benoemingseisen voldoet, gebeurt met dezelfde
                                toepassing van het bepaalde in de Gemeentewet en het Reglement van
                                Orde voor de gemeenteraad. Ten behoeve van het onderzoek legt de
                                kandidaat de nodige bescheiden over aan de gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rechten, plichten en verboden die gelden voor de raadsleden als
                                vermeld in hoofdstuk II van de Gemeentewet zijn van dezelfde
                                toepassing op de benoemde niet-raadsleden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van een lid en van de voorzitter eindigt in elk
                                geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid houdt op lid van een opiniërende bijeenkomst te zijn als hij
                                niet meer voldoet aan de in artikel 4 lid 2 gestelde eisen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens
                                voordracht het lid is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te alle tijden
                                ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijke mededeling aan de
                                raadsvoorzitter. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke
                                mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Als door ontslag of om een andere reden een vacature ontstaat,
                                beslist de raad zo spoedig mogelijk over de invulling daarvan met
                                inachtneming van de artikelen 3, 4 en 5.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Als een fractie volgens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van de
                                fractie is benoemd, van rechtswege.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Secretaris opiniërende bijeenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadsgriffier treedt op als secretaris van de opiniërende
                                bijeenkomst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen
                                door een door de raad daartoe aangewezen plaatsvervanger.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raadsgriffier ondertekent met de voorzitter alle stukken die van
                                een opiniërende bijeenkomst uitgaan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>AANWEZIGHEID COLLEGE, BURGEMEESTER EN GEMEENTESECRETARIS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Burgemeester en wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders wonen, voor zover de te behandelen
                                onderwerpen geheel of in hoofdzaak tot hun portefeuille behoren, de
                                vergadering van de opiniërende bijeenkomst bij. Zij worden in de
                                gelegenheid gesteld het standpunt van het college nader toe te
                                lichten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de burgemeester of een wethouder aan de besprekingen wil
                                deelnemen, doet hij hiertoe een verzoek aan de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Gemeentesecretaris en anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De opiniërende bijeenkomst kan het college verzoeken de
                                gemeentesecretaris aanwezig te laten zijn in de vergadering en deel
                                te laten nemen aan de besprekingen als bedoeld in dit
                                reglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Medewerkers van de ambtelijke organisatie en, zonodig, externe
                                deskundigen wonen de vergaderingen van de opiniërende bijeenkomst
                                bij ter ondersteuning van het college van burgemeester en wethouders
                                en de opiniërende bijeenkomst.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>VERGADERINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de regel vinden de vergaderingen van de opiniërende
                                    bijeenkomst tweemaal in de acht weken plaats volgens een door
                                    het klein presidium voorgesteld vergaderschema. De vergaderingen
                                    van de opiniërende bijeenkomst beginnen om 19.30 uur en vinden
                                    plaats in het Raadhuis op het Dr. Langeveldplein.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een opiniërende bijeenkomst vergadert verder als de
                                    raadsvoorzitter het nodig oordeelt of twee leden van de
                                    opiniërende bijeenkomst met opgaaf van redenen daarom
                                    verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raadsvoorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                    begintijd bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                    voert hierover overleg met de griffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt tenminste 10 dagen voor een vergadering de
                                    leden een oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de
                                    plaats van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijk met de oproep op
                                    internet geplaatst en ter inzage gelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                    artikel 12 tweede lid worden deze agenda en bijbehorende stukken
                                    zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor begin van de
                                    vergadering aan de leden verzonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met uitzondering van bijzondere spoedeisende zaken en van zaken
                                    van bijzonder eenvoudige aard, worden in een vergadering geen
                                    zaken behandeld, waarvan de leden van de
                                    opiniërendebijeenkomst niet vooraf hebben kunnen kennis
                                    nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de
                                    voorzitter in overleg met de griffier de voorlopige agenda
                                    vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de oproep tot uiterlijk 48 uur voor het begin van een
                                    vergadering een aanvullende agenda opstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij begin van de vergadering stellen de leden van de opiniërende
                                    bijeenkomst de agenda vast. Op voorstel van een lid of van de
                                    voorzitter kunnen leden van de opiniërende bijeenkomst bij de
                                    vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen
                                    of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of van de voorzitter kan de opiniërende
                                    bijeenkomst de volgorde van behandeling van de agendapunten
                                    wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Elk lid heeft het recht voorstellen aan de opiniërende
                                    bijeenkomst te doen. Deze voorstellen dienen uiterlijk twee
                                    weken voor de vergadering bij de voorzitter van de opiniërende
                                    bijeenkomst te worden ingediend zodat deze op de agenda van de
                                    eerstvolgende opiniërende bijeenkomst kunnen worden
                                    geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Wanneer de opiniërende bijeenkomst een onderwerp of voorstel
                                    onvoldoende voor de besprekingen voorbereid acht, kan zij aan
                                    het college nadere inlichtingen of advies vragen. De opiniërende
                                    bijeenkomst bepaalt in welke vergadering het onderwerp of
                                    voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden samen met het verzenden van de
                                    oproep voor een elk in het Raadhuis en het gemeentekantoor ter
                                    inzage gelegd. De voorzitter maakt van het ter inzage leggen
                                    melding in de openbare bekendmaking. Als na het verzenden van de
                                    oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan
                                    mededeling gedaan aan de leden van de opiniërende bijeenkomst en
                                    zo mogelijk in een openbare bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het Raadhuis dan wel het gemeentekantoor gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als over stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid,
                                    van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier de leden van de raad
                                    inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Openbare bekendmaking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt door aankondiging in Het Kompas en door
                                    plaatsing op de internetsite van de gemeente ter openbare kennis
                                    gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare bekendmaking vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, begintijd en plaats van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een elk de agenda en
                                            de daarbij behorende stukken in kan zien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht
                                            als bedoeld in artikel 17.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde van de vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde tijdstip
                                    als meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                                    aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder
                                    verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen van de
                                    afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een
                                    tijdstip dat tenminste 24 uur na het doen van de oproep is
                                    gelegen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing. De opiniërende bijeenkomst kan echter over
                                    andere aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten als meer
                                    dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Mensen op de publieke tribune hebben het recht, nadat de
                                    voorzitter hen daartoe in de gelegenheid stelt, het woord te
                                    voeren per agendapunt en over elk willekeurig onderwerp dat tot
                                    het taakveld van de opiniërende bijeenkomst behoort. Zij dienen
                                    hiervoor voorafgaand aan de vergadering aan de voorzitter
                                    toestemming te vragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken en hiervoor
                                    van de voorzitter de gelegenheid heeft gekregen, vermeldt zijn
                                    naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het
                                    woord wil voeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord, met dien
                                    verstande dat de totale spreektijd van de burgers maximaal 30
                                    minuten bedraagt. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig
                                    over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De
                                    voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de
                                    maximale lengte van de spreektijd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep
                                    loopt of waarover in bezwaar of beroep een uitspraak is
                                    gedaan;</al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                    mensen;</al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene
                                    wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De besluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt bij het
                                    begin van de vergadering vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden, de voorzitter en het college van Burgemeester en
                                    Wethouders hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de
                                    opiniërende bijeenkomst te doen, als de besluitenlijst
                                    onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft wat gezegd
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De besluitenlijst houdt in elk geval in:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de ter vergadering aanwezige leden, de voorzitter,
                                    de griffier, burgemeester en wethouders en overige mensen die
                                    het woord gevoerd hebben. Afzonderlijk wordt vermeld welke leden
                                    afwezig waren;</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;</al></li><li nr="c."><al>de adviezen en besluiten;</al></li><li nr="d."><al>een actiepuntenlijst.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De besluitenlijst wordt opgesteld onder de zorg van de
                                    griffier.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De griffier draagt er zorg voor dat de (concept) besluitenlijst
                                    zo spoedig mogelijk aan de raad en het college van Burgemeester
                                    en Wethouders wordt toegezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Volgorde sprekers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid, de burgemeester of een wethouder voert het woord na het
                                    aan de voorzitter gevraagd en van hem gekregen te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgorde van de sprekers kan worden gewijzigd wanneer het
                                    woord wordt gevraagd over de orde van de vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bespreking over een voorstel of de behandeling van
                                    een onderwerp gebeurt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de
                                    opiniërende bijeenkomst anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en elk lid kunnen tijdens de vergadering mondeling
                                    een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de opiniërende bijeenkomst
                                    meteen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord tenzij de
                                    voorzitter het nodig vindt hem aan het opvolgen van de
                                    verordening te herinneren of een lid hem interrumpeert. De
                                    voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere
                                    interrupties zijn betoog afrondt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een spreker zich beledigend of onbetamelijk uitlaat, afwijkt
                                    van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker
                                    herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde
                                    verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen.
                                    Als de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem
                                    gedurende de vergadering, waarin dit plaatsheeft, over het
                                    aanhangig onderwerp het woord ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en – als na heropening de
                                    orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan de opiniërende bijeenkomst voorstellen een
                                    lid, dat door zijn gedragingen de orde verstoort, het verdere
                                    verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt
                                    niet beraadslaagd. Nadat het voorstel is aangenomen verlaat het
                                    lid de vergadering onmiddellijk, zo nodig laat de voorzitter hem
                                    verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid voor ten
                                    hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden
                                    geweigerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Bespreking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De opiniërende bijeenkomst kan op voorstel van de voorzitter of
                                    een lid beslissen één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel te bespreken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de opiniërende
                                    bijeenkomst beslissen de bespreking te schorsen om het college
                                    of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader overleg.
                                    De besprekingen worden hervat nadat de schorsingsperiode
                                    verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Deelname aan de bespreking door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De opiniërende bijeenkomst kan bepalen dat anderen mogen
                                    deelnemen aan de bespreking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daarover wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    een lid genomen vóór met de bespreking ten aanzien van het aan
                                    de orde zijnde agendapunt wordt begonnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is besproken, sluit hij de bespreking tenzij de
                                    opiniërende bijeenkomst anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de bespreking is gesloten beslist de opiniërende
                                    bijeenkomst of er een advies aan de raad wordt uitgebracht.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de opiniërende bijeenkomst een advies aan de raad uitbrengt
                                    beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud
                                    van het advies.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het advies worden de standpunten van alle fracties
                                    opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Wanneer het voorstel voor besluitvorming naar de raad gaat,
                                    wordt in het advies van de opiniërende bijeenkomst opgenomen of
                                    het voorstel als bespreekpunt of hamerstuk met of zonder
                                    stemverklaring voor de raadsvergadering wordt geagendeerd.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>BESLOTEN VERGADERING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            orde van dezelfde toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig
                            zijn met het besloten karakter van de vergadering.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De besluitenlijst van een besloten vergadering wordt niet
                                rondgedeeld maar ligt uitsluitend voor de leden op de griffie ter
                                inzage.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering
                                neemt de opiniërende bijeenkomst een beslissing over het al dan niet
                                openbaar maken van de besluitenlijst. De vastgestelde besluitenlijst
                                wordt door de voorzitter en griffier getekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de opiniërende
                            bijeenkomst in overeenstemming met artikel 86, eerste lid, van de
                            Gemeentewet of over de inhoud van de stukken en het besprokene
                            geheimhouding zal gelden. De opiniërende bijeenkomst kan besluiten de
                            geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Als de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                            Gemeentewet van plan is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                            als de opiniërende bijeenkomst die de geheimhouding heeft opgelegd
                            daarom vraagt, in een besloten vergadering met de opiniërende
                            bijeenkomst overleg gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>TOEHOORDERS EN MEDIA</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Toehoorders en media</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de media kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op welke manier dan ook de
                                orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders
                                die bij herhaling de orde van de vergadering verstoren kan hij voor
                                ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering
                                ontzeggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die tijdens de vergadering geluid- dan wel beeldregistraties
                            willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich
                            naar zijn aanwijzingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, en het stand-by houden van mobiele telefoons of
                            andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de
                            vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Uitleg reglement van orde</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement van orde niet voorziet of bij
                            twijfel over de toepassing van het reglement, beslist de opiniërende
                            bijeenkomst op voorstel van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit reglement treedt in werking op 1 maart 2010.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de vergaderingen
                                van de raadscommissies zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 25
                                april 2005</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit reglement kan worden aangehaald als: “Reglement van orde voor de
                                vergaderingen en andere werkzaamheden van de opiniërende bijeenkomst
                                Sliedrecht 2010”</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                    Sliedrecht op 25 januari 2010,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>A.Overbeek M.C. Boevée</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>TOELICHTING OP HET REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE
                    WERKZAAMHEDEN VAN DE OPINIERENDE BIJEENKOMSTEN 2010</tussenkop><tussenkop>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al> Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in het reglement
                    van orde moeten worden herhaald, zijn in deze bepaling een aantal begrippen
                    eenmalig gedefinieerd.</al><tussenkop>Artikel 2 Instelling opiniërende bijeenkomsten</tussenkop><al> Voor het commissiestelsel, gebaseerd op artikel 82 Gemeentewet, zijn allerlei
                    modellen denkbaar. In Sliedrecht is gekozen voor een soort raadscommissie; de
                    opiniërende bijeenkomst.</al><tussenkop>Artikel 3 Taak opiniërende bijeenkomsten</tussenkop><al> De taak van de opiniërende bijeenkomst is vastgelegd in artikel 82, eerste lid,
                    van de Gemeentewet. De opiniërende bijeenkomsten bereiden de besluitvorming van
                    de raad voor en overleggen met het college (of de burgemeester).</al><al>De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking
                    in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De opiniërende
                    bijeenkomst kan ook advies aan de raad uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding
                    zijn voor besluitvorming in de raad. De taak van de opiniërende bijeenkomst is
                    in essentie dezelfde als die van de raad, die van kaderstellend, controlerend en
                    volksvertegenwoordigend orgaan. De opiniërende bijeenkomst bepaalt evenals de
                    raad zijn eigen agenda. Dit betekent dat niet het college maar (de voorzitter
                    van) de opiniërende bijeenkomst bepaalt of een voorstel aan de opiniërende
                    bijeenkomst wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt besproken.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 2 SAMENSTELLING EN INRICHTING VAN DE OPINIERENDE</tussenkop><tussenkop>BIJEENKOMST</tussenkop><tussenkop>Artikel 4 Samenstelling</tussenkop><al> De raad bepaalt de samenstelling van de opiniërende bijeenkomst. Wel schrijft
                    artikel 82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor een
                    evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke
                    groeperingen.</al><al>Op grond van het tweede lid moeten de (plaatsvervangende) leden van een
                    opiniërende bijeenkomst voldoen aan wat is bepaald in de artikelen 10, 11, 12,
                    13 en 15 van de Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 5 Voorzitter</tussenkop><al> Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een opiniërende bijeenkomst raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5,
                    eerste lid, dat de raad de voorzitters en hun plaatsvervangers “uit zijn midden”
                    benoemt.</al><al>Op basis van het tweede lid, is de voorzitter geen lid van de opiniërende
                    bijeenkomst. Op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn taak als
                    (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het bewaken van de
                    positie van de opiniërende bijeenkomst. Hij hoeft zich niet te bekommeren om de
                    inbreng van zijn fractie in de opiniërende bijeenkomst.</al><tussenkop>Artikel 6 Niet-raadsleden (burgerraadsleden)</tussenkop><al>Zoals ook uit artikel 4 eerste lid blijkt, hoeven de leden van een opiniërende
                    bijeenkomst geen raadslid te zijn.</al><al>Lid 3 stelt eisen aan de benoeming van niet-raadsleden. De eis dat
                    niet-raadsleden op de kandidatenlijst van een fractie moet hebben gestaan hoeft
                    niet te worden gesteld, de beslissing hierover is aan de raad. Er is in dit
                    reglement vanuit gegaan dat de fracties de in het eerste lid bedoelde leden
                    voordragen.</al><al>Op grond van het vierde en vijfde lid moeten de niet-raadsleden voldoen aan wat
                    is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet. Dit betekent
                    onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel
                    moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen functie als
                    bedoeld in artikel 13 van de Gemeentewet mogen vervullen en niet in strijd mogen
                    handelen met artikel 15 van de Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al><vet>Zittingsduur en vacatures</vet> De zittingsperiode van de leden, de
                    voorzitters en hun plaatsvervangers is even lang als de zittingsperiode van de
                    raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt daarom van
                    rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan. Op grond van het tweede lid
                    eindigt het lidmaatschap van een opiniërende bijeenkomst eveneens van rechtswege
                    als een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4, vijfde lid, gestelde eisen en
                    als een lid is benoemd op voordracht van een fractie die volgens een
                    schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet meer
                    vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid). De raad kan een lid van een
                    opiniërende bijeenkomst op voorstel van de fractie die het lid heeft
                    voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van een
                    splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op
                    grond van artikel 4, eerste lid, recht op een eigen lid. Er is in deze bepaling
                    niet voorzien in een ontslagregeling voor niet-raadsleden, deze hebben in
                    principe 4 jaar zitting, tenzij zij niet meer voldoen aan de in artikel 6 (lid
                    3, 4 en 5), gestelde eisen. Het vijfde en zesde lid voorzien in de situatie van
                    tussentijdse vacature.</al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al><vet>Secretaris opiniërende bijeenkomst</vet> Elke opiniërende bijeenkomst wordt
                    ondersteund door een secretaris in casu de griffier. De griffier is altijd bij
                    de vergaderingen van de opiniërende bijeenkomst aanwezig. In principe neemt hij
                    geen deel aan de besprekingen, zij het dat de opiniërende bijeenkomst op grond
                    van artikel 24 van dit reglement altijd de mogelijkheid heeft om anderen aan de
                    besprekingen deel te laten nemen.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 3 AANWEZIGHEID COLLEGE, BURGEMEESTER EN
                    GEMEENTESECRETARIS</tussenkop><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al><vet>Burgemeester en wethouders</vet> De burgemeester en de wethouders zijn
                    vanaf het moment van inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur
                    geen lid meer van de opiniërende bijeenkomst (artikel 82, tweede lid). Hun
                    aanwezigheid is daardoor niet langer vanzelfsprekend. Lid 1 geeft aan dat het
                    wenselijk is dat betreffende portefeuillehouders bij betreffende opiniërende
                    bijeenkomst aanwezig zijn. Deelnemen aan de besprekingen kunnen zij echter
                    alleen als de opiniërende bijeenkomst hiermee instemt.</al><tussenkop>Artikel 10 Gemeentesecretaris en anderen</tussenkop><al>Ook de aanwezigheid van de gemeentesecretaris is in een gedualiseerd stelsel
                    niet langer vanzelfsprekend. Als de opiniërende bijeenkomst het wenselijk acht
                    dat de gemeentesecretaris bij een vergadering van een opiniërende bijeenkomst
                    aanwezig is en/of deel wil laten nemen aan de besprekingen, zal de opiniërende
                    bijeenkomst dit aan het college moeten verzoeken. Het college is immers zijn
                    werkgever. Op basis van artikel 24 kan de raad ook andere ambtenaren aan de
                    besprekingen deel laten nemen, ook hiertoe zal een verzoek aan het college
                    moeten worden gedaan.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 4 VERGADERINGEN</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 11 Vergaderfrequentie</tussenkop><al> Meestal zullen de vergaderingen van de opiniërende bijeenkomsten plaatsvinden
                    op een vaste dag en plaats voorafgaand aan de vergaderingen van de raad. Een
                    opiniërende bijeenkomst vergadert vaker als de voorzitter het nodig oordeelt of
                    als tenminste twee fracties hierom vragen. </al><al>Als een opiniërende bijeenkomst bijvoorbeeld een hoorzitting wil houden, kan de
                    voorzitter gebruik maken van het derde lid en een andere dag, aanvangstijd of
                    plaats bepalen. Bepaald is dat de voorzitter hierover overleg voert met de
                    griffier. </al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al><vet>Oproep</vet> De leden van een opiniërende bijeenkomst ontvangen een oproep
                    inclusief de agenda voor een vergadering en de stukken tenminste 10 dagen voor
                    de vergadering. Als in spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt
                    vastgesteld bedraagt deze termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. De
                    termijn moet zodanig moeten zijn dat de leden van een opiniërende bijeenkomst in
                    staat zijn om de stukken te lezen. De stukken ten aanzien waarvan geheimhouding
                    is opgelegd worden niet toegezonden, maar kunnen bij de griffier worden
                    ingezien.</al><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al><vet>Agenda</vet> Voor het verzenden van de oproep, stelt de voorzitter van een
                    opiniërende bijeenkomst in overleg met de griffier de agenda voorlopig vast.
                    Uiteindelijk bepaalt een opiniërende bijeenkomst echter zijn eigen agenda. De
                    agenderende rol van een opiniërende bijeenkomst komt tot uitdrukking in het
                    derde, vierde, vijfde en zesde lid. Dit betekent onder andere dat een
                    opiniërende bijeenkomst kan bepalen dat een onderwerp of voorstel onvoldoende
                    voorbereid en voor inlichtingen of advies aan het college wordt gezonden. Een
                    opiniërende bijeenkomst bepaalt vervolgens in welke vergadering het onderwerp of
                    voorstel opnieuw geagendeerd wordt en niet het college. Uiteraard zal hierover
                    wel overleg gevoerd moeten worden met het college of de secretaris.</al><tussenkop>Artikel 14 Ter inzage leggen van stukken</tussenkop><al> Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken die
                    ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen voor een
                    elk ter inzage gelegd. In de openbare bekendmaking wordt vermeld waar de stukken
                    liggen. Daarnaast wordt de agenda met bijbehorende stukken op internet
                    geplaatst. Originele stukken moeten uiteraard bij de gemeente blijven berusten.
                    Stukken ten aanzien waarvan geheimhouding wordt opgelegd kunnen leden van de
                    opiniërende bijeenkomst ook bij de griffier inzien. </al><tussenkop>Artikel 15 Openbare bekendmaking</tussenkop><al> Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    een opiniërende bijeenkomst tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag,
                    het tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De
                    voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de
                    schriftelijke oproep en op een bij openbare bekendmaking aan te geven plaats ter
                    inzage gelegd. Deze bepaling geeft hier een regeling voor.</al><tussenkop>Paragraaf 2 Orde van de vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 16 Opening vergadering; quorum</tussenkop><al> Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raadscommissies (opiniërende bijeenkomst) ontbreekt een dergelijke bepaling in
                    de Gemeentewet. Artikel 16 voorziet hierin. Als meer dan de helft van het aantal
                    zitting hebbende leden aanwezig is, kan worden vergaderd. Het derde lid voorziet
                    in een regeling voor een nieuwe vergadering als het quorum niet aanwezig is,
                    anders zou de afwezigheid van leden van een opiniërende bijeenkomst de voortgang
                    van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat op het moment dat de
                    voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet vast op welk moment de
                    schriftelijke oproep uitgaat. Als er enkele dagen tussen de twee vergaderingen
                    zit, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van tevoren een
                    schriftelijke oproep te versturen. Overigens ligt het in de rede dat de
                    voorzitter overlegt met de opiniërende bijeenkomst over de datum van een nieuwe
                    vergadering.</al><tussenkop>Artikel 17 Spreekrecht burgers</tussenkop><al> Deze bepaling biedt de grondslag voor burgers om in een opiniërende bijeenkomst
                    in te spreken. Het spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het vergroten van
                    de betrokkenheid van de burgers bij het lokaal bestuur, één van doelstellingen
                    van de vernieuwing van het lokaal bestuur.</al><al>Het spreekrecht betreft geagendeerde- en niet geagendeerde onderwerpen mits het
                    onderwerp binnen het werkgebied van de opiniërende bijeenkomst valt.</al><al>In het vierde lid zijn drie onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet
                    voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar
                    en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook
                    kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Verder zijn de benoemingen,
                    keuzen, voordrachten en aanbevelingen van mensen uitgesloten van het spreekrecht
                    van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen, voordrachten of
                    aanbevelingen van mensen - de belangen van - kandidaten al dan niet in de
                    uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers hierover geen
                    uitlatingen doen. Als laatste kunnen burgers zich ook niet uitlaten over
                    onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene wet bestuursrecht een
                    klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat voor het spreekrecht van
                    burgers.</al><tussenkop>Artikel 18 Besluitenlijst</tussenkop><al> De ontwerpbesluitenlijst wordt tegelijkertijd met de oproep verstuurd aan de
                    leden en overige mensen die het woord gevoerd hebben. De voorzitter, de leden,
                    de collegeleden hebben het recht een voorstel tot wijziging te doen. Een
                    voorstel tot wijziging kan tot het moment van vaststelling bij de griffier
                    worden ingediend. Het recht om aanpassing voor te stellen (tweede lid) komt ook
                    toe aan de voorzitter, een lid en een collegelid, dat bij de desbetreffende
                    vergadering niet aanwezig was. Het is aan de opiniërende bijeenkomst om te
                    beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt,
                    aangezien de opiniërende bijeenkomst de besluitenlijst vaststelt. Een afwijzing
                    van een dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling
                    Rechtspraak van de Raad van State). De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor
                    de besluitenlijst ligt hiervoor bij de griffier op grond van het vijfde lid. Na
                    vaststelling van de notulen ondertekenen de voorzitter en de griffier deze.</al><tussenkop>Artikel 19 Volgorde sprekers</tussenkop><al> Aangezien bij vergaderingen van de opiniërende bijeenkomsten niet met een
                    presentielijst en loting wordt gewerkt wordt de volgorde bepaald door de
                    voorzitter. Het gaat hierbij niet om interrupties.</al><tussenkop>Artikel 20 Spreektermijnen</tussenkop><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    verzoek van een lid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te
                    geven, dient de voorzitter niet te honoreren. Als de opiniërende bijeenkomst van
                    mening is, dat na de tweede termijn verdere bespreking nodig is, kan hij daartoe
                    uitdrukkelijk besluiten.</al><tussenkop>Artikel 21 Voorstellen van orde</tussenkop><al> Het eerste lid zorgt ervoor dat een lid of de voorzitter op elk gewenst moment
                    een voorstel van orde kan doen. Een voorstel van orde heeft betrekking op het
                    verloop van de vergadering. </al><tussenkop>Artikel 22 Handhaving van orde; schorsing</tussenkop><al> Het eerste lid verzekert dat leden van een opiniërende bijeenkomst vrij kunnen
                    spreken. Wel zijn interrupties toegestaan voor zover de voorzitter bij een
                    overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de vergadering
                    niet bepaalt dat een spreker zonder verdere interrupties zijn betoog afrondt. Om
                    te bevorderen dat leden van de opiniërende bijeenkomst zich niet belemmerd
                    voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                    dat leden van opiniërende bijeenkomsten niet in rechte te vervolgen, aan te
                    spreken of te verplichten zijn een getuigenis af te leggen over wat zij in de
                    vergadering zeggen of schriftelijk overleggen.</al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de
                    voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zonodig over aanhangig
                    onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering
                    schorsen en bij herhaling sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het
                    verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Als een
                    lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor
                    ten hoogste drie maanden worden ontzegd. Het vierde lid sluit aan bij artikel
                    26, derde lid, van de Gemeentewet, die een dergelijke regeling geeft t.a.v.
                    raadsleden.</al><tussenkop>Artikel 23 Bespreking</tussenkop><al> Om de duur van vergaderingen niet te beperken wordt een voorstel dat in
                    onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel besproken. In
                    het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Zowel de voorzitter
                    als de leden hebben het recht om voor te stellen een voorstel gesplitst te
                    behandelen. Het eerste lid brengt daarmee tot uitdrukking dat een opiniërende
                    bijeenkomst zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht wordt aan elk individueel
                    raadslid toegekend. Dit past in het streven naar dualisering, aangezien
                    dualisering versterking van de vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol
                    van een opiniërende bijeenkomst veronderstelt. Hiertoe dienen ook individuele
                    raadsleden en kleine fracties over adequate instrumenten te beschikken.</al><al>Als de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede
                    termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot
                    stemming overgegaan of aan de besprekingen wordt een derde termijn
                    toegevoegd.</al><tussenkop>Artikel 24 Deelname aan de bespreking door anderen</tussenkop><al> Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                    van dezelfde toepassing wordt verklaard op leden van opiniërende bijeenkomsten
                    en andere mensen die aan de besprekingen deelnemen. Uiteraard hebben deze andere
                    sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer
                    geen recht om een voorstel te doen tot wijziging van de notulen, een voorstel
                    over de spreektijd of over de orde van de vergadering.</al><tussenkop>Artikel 25 Advies</tussenkop><al> De voorzitter kan de bespreking sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij een opiniërende bijeenkomst anders beslist. Een
                    opiniërende bijeenkomst neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming
                    in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een
                    opiniërende bijeenkomst gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De
                    leden beslissen over het advies. Ten behoeve van het debat in de raad en om
                    recht te doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten,
                    wordt de standpunten van alle fracties opgenomen. Het ligt voor de hand dat als
                    een lid het niet eens is met het fractiestandpunt, dat hier afzonderlijk melding
                    van wordt gemaakt in het advies aan de raad.</al><al>Ten behoeve van de agenda van de raadsvergadering kan de opiniërende bijeenkomst
                    drie verschillende behandelingswijzen voor de raadvergadering adviseren:
                    “hamerstukken”, “hamerstukken met stemverklaring”en “bespreekpunten”. De
                    behandelwijze wordt afgesproken in de opiniërende bijeenkomst en wordt aldus
                    gecategoriseerd op de concept raadsagenda. </al><tussenkop>HOOFDSTUK 5 BESLOTEN VERGADERING</tussenkop><tussenkop>Artikel 26 Algemeen</tussenkop><al> Bij bepalingen die van dezelfde toepassing zijn kan onder meer gedacht worden
                    aan de bepalingen over het op tijd verzenden van stukken, het vergaderquorum en
                    voorstellen van orde. De bepalingen van dit reglement zijn echter niet van
                    toepassing, voorzover de toepassing van die bepalingen strijdig is met het
                    besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en
                    geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van
                    de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde
                    zal een opiniërende bijeenkomst moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in
                    artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><tussenkop>Artikel 27 Besluitenlijst</tussenkop><al> Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                    dezelfde toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet schrijft
                    voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt opgemaakt,
                    dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus een opiniërende
                    bijeenkomst anders beslist. In aanvulling hierop geldt dat de besluitenlijst van
                    een besloten vergadering ter inzage ligt bij de griffier. De opiniërende
                    bijeenkomst beslist over het openbaar maken van de besluitenlijst.</al><tussenkop>Artikel 28 Geheimhouding</tussenkop><al> Wat besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege onder
                    de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens artikel
                    86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een opiniërende bijeenkomst kan
                    geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een opiniërende bijeenkomst, het
                    college en de burgemeester kunnen geheimhouding aan een opiniërende bijeenkomst
                    opleggen. Overigens kan een opiniërende bijeenkomst ook geheimhouding opleggen
                    aan de raad of het college ten aanzien van stukken die zij aan de raad of het
                    college overlegt (artikel 25, tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de
                    Gemeentewet). De geheimhouding geldt ten aanzien van een elk die aanwezig is bij
                    een besloten vergadering of die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan
                    geheimhouding geldt. De geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de
                    geheimhouding heeft opgelegd of de raad, haar opheft.</al><tussenkop>Artikel 29 Opheffing geheimhouding</tussenkop><al> Zoals uit de toelichting op artikel 28 blijkt kan de raad de geheimhouding die
                    een opiniërende bijeenkomst aan de raad oplegt, opheffen. In deze bepaling is
                    een overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe
                    van hoor en wederhoor.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 6 TOEHOORDERS EN MEDIA</tussenkop><tussenkop>Artikel 30 Toehoorders en media</tussenkop><al> Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor opiniërende
                    bijeenkomsten ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid
                    van artikel 30 voorziet hierin.</al><tussenkop>Artikel 31 Geluid en beeldregistraties</tussenkop><al> Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 32 Verbod gebruik mobiele telefoons</tussenkop><al> Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 7 SLOTBEPALINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 33 Uitleg reglement van orde</tussenkop><al> Dit artikel behoeft geen toelichting</al><tussenkop>Artikel 34 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>