<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR28616_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad Sliedrecht 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sliedrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sliedrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kompas 11 februari 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad Sliedrecht 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 16</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-01-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de vergaderingen en
            andere werkzaamheden van de gemeenteraad
            Sliedrecht 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Versie geldig vanaf 1 maart 2010</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Sliedrecht;</al><al>besluit vast te stellen:</al><al><vet><cursief>Het ‘Reglement van orde voor de vergaderingen en andere
                        werkzaamheden van de gemeenteraad Sliedrecht
                        2010’</cursief></vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt bedoeld met:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="b."><al>lid: een lid van de gemeenteraad van Sliedrecht;</al></li><li nr="c."><al>griffie: ambtelijke organisatie ter ondersteuning van de
                                    gemeenteraad onder leiding van een raadsgriffier;</al></li><li nr="d."><al>griffier: de raadsgriffier van de gemeente Sliedrecht;</al></li><li nr="e."><al>geloofsbrieven: de schriftelijke bewijsstukken die een nieuw
                                    benoemd lid van de raad moet overleggen om te bewijzen dat hij
                                    op wettige wijze is gekozen en dat er tegen zijn verkiezing geen
                                    bezwaren bestaan;</al></li><li nr="f."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of
                                    ontwerpbeslissing,</al><al> naar de vorm geschikt om daarin direct te worden
                                    opgenomen;</al></li><li nr="g."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement,
                                    waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="h."><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                    waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="i."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="j."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een
                                    ander voorstel;</al></li><li nr="k."><al>interpellatie: het vragen van inlichtingen over een onderwerp
                                    als bedoeld in artikel 169, lid 2 en 180 lid 2 van de Gemeentewet;</al></li><li nr="l."><al>onderzoek: een onderzoek als bedoeld in artikel 155a, eerste lid
                                    Gemeentewet naar het door het college of burgemeester gevoerde bestuur;</al></li><li nr="m."><al>opiniërende bijeenkomst: een vergadering, gebaseerd op artikel
                                    82 van de Gemeentewet, die gelijk staat aan een raadscommissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De burgemeester is voorzitter van de raad.</al><al>De raad belast één van zijn leden met de waarneming van het
                            voorzitterschap van de raad in geval van verhindering of afwezigheid van
                            de voorzitter. Deze waarneming geldt ook het ambt van burgemeester bij
                            verhindering of afwezigheid van de burgemeester en alle wethouders.</al><lijst><li nr="3."><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van het reglement van orde;</al></li><li nr="d."><al>wat de Gemeentewet of dit reglement hem verder
                                            opdraagt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De griffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen
                                door een door de raad daartoe aangewezen plaatsvervanger.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij kan, als hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan
                                de besprekingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De gemeentesecretaris</titel></kop><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering
                            aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de besprekingen als
                            bedoeld in dit reglement.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Het presidium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad heeft een presidium.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium bestaat uit de voorzitter van de raad en de
                                fractievoorzitters.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het
                                presidium aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan voorstellen de gemeentesecretaris uit te nodigen
                                voor het presidium.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad aan, die hem bij
                                zijn afwezigheid in het presidium vervangt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Elke fractievoorzitter heeft één stem in het presidium.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De voorzitter roept het presidium bij elkaar wanneer hem dit
                                wenselijk lijkt of als tenminste twee fractievoorzitters hierom
                                verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De vergaderingen van het presidium zijn in beginsel niet
                                openbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Het klein presidium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad heeft een klein presidium.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het klein presidium bestaat uit de voorzitter en vice-voorzitter van
                                de raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het klein
                                presidium aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter roept het klein presidium bijeen voor het vaststellen
                                van de raadsagenda op het tijdstip dat dit hem wenselijk
                                voorkomt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergaderingen van het klein presidium zijn in beginsel niet
                                openbaar.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>TOELATING VAN NIEUWE LEDEN; FRACTIES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                                commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                                onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken
                                van nieuw benoemde leden en de processen-verbaal van de
                                stembureaus.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven
                                schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel
                                voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                minderheidsstandpunt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van
                                de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                                samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                                waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed
                                of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Fractie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden van de raad, die door het centraal stembureau op
                                    dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij
                                    aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een
                                    lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een
                                    afzonderlijke fractie beschouwd.</al></li><li nr="2."><al>Als boven de kandidatenlijst een naam was geplaatst, voert de
                                    fractie in de raad deze naam als naam. Als geen naam boven de
                                    kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste
                                    vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze
                                    fractie in de raad wil voeren.</al></li><li nr="3."><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als
                                    diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk
                                    doorgegeven aan de voorzitter.</al></li><li nr="4."><al/><lijst><li nr="a."><al>Als:</al><al>één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan
                            optreden;</al><al>twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;</al><al>één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere
                            fractie; </al><al>wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de
                            voorzitter.</al></li><li nr="b."><al>Met de onder a. beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden
                            met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling
                            daarvan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>VERGADERINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de raad vinden in beginsel plaats op
                                    maandag, beginnen om 19.30 uur en worden gehouden in het
                                    Raadhuis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen worden zo veel mogelijk om 23.00 uur beëindigd.
                                    Zo nodig beslist hierna de voorzitter in overleg met de raad of
                                    de vergadering meteen of op een dan te bepalen andere avond, bij
                                    voorkeur de daarop volgende dag, wordt voortgezet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                    begintijd bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                    voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende
                                    situatie, overleg in het klein presidium.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt, spoedeisende
                                    gevallenuitgezonderd, uiterlijk 10 dagen voor een
                                    vergadering de leden van de raad een oproep onder vermelding van
                                    dag, tijdstip en plaats van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproep
                                    aan de leden van de raad verzonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                    artikel 11, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor
                                    begin van de vergadering aan de leden van de raad gezonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De oproep en voorlopige agenda worden ter kennisneming aan de
                                    leden van het college van burgemeester en wethouders
                                    gezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat de oproep wordt verzonden, stelt het klein presidium de
                                    voorlopige agenda van de vergadering vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de oproep uiterlijk op vrijdag vóór 12.00 uur voorafgaand aan de
                                    maandag van de vergadering een aanvullende agenda
                                    opstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op
                                    voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad
                                    bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda
                                    toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                    bespreking vindt voorbereid, kan hij het onderwerp verwijzen
                                    naar een opiniërende bijeenkomst of aan het college nadere
                                    inlichtingen of advies vragen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de
                                    raad de volgorde van behandeling van de agendapunten
                                    wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De wethouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouders worden uitgenodigd om in de vergadering van de
                                    raad aanwezig te zijn maar nemen niet aan de besprekingen
                                    deel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een wethouder aan de besprekingen wil deelnemen, doet hij
                                    hiertoe voor opening van de vergadering een verzoek aan de
                                    voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het vaststellen van de agenda beslist de raad op het
                                    verzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep voor een elk in het raadhuis en het
                                    gemeentekantoor ter inzage gelegd. De voorzitter maakt van het
                                    ter inzage leggen melding in de openbare bekendmaking bedoeld in
                                    artikel 14. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep
                                    stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling
                                    gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare
                                    bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het raadhuis dan wel het gemeentekantoor gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als over stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid,
                                    van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier de leden van de raad
                                    inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbare bekendmaking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt door aankondiging in één of meer dag-,
                                    nieuws-, of huis-aan-huis bladen of op de voor afkondigingen in
                                    de gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op de
                                    internetsite van de gemeente ter openbare kennis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare bekendmaking vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, begintijd en plaats van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een elk de voorlopige
                                            agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht
                                            als bedoeld in artikel 18.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde van de vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent elk lid van de raad
                                    onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke
                                    vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier
                                    door ondertekening vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid dat verhinderd is de vergadering bij te wonen geeft
                                    daarvan voor aanvang van de vergadering kennis aan de
                                    griffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, de leden van de raad, de griffier en de
                                    wethouders hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na
                                    overleg in het presidium bij begin van elke nieuwe
                                    zittingsperiode van de raad aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                    herzien na overleg in het presidium .</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter zorgt voor een zitplaats voor de overige mensen,
                                    die voor de vergadering zijn uitgenodigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde tijdstip,
                                    als het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad
                                    volgens de presentielijst aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na het
                                    voorlezen van de namen van de afwezige leden, dag en uur van de
                                    volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
                                    Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na de opening van de vergadering kunnen aanwezige burgers
                                    gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren
                                    over geagendeerde onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden:</al><lijst><li nr="a."><al>over een besluit van het gemeentebestuur waartegen
                                            bezwaar of beroep loopt of waarover in bezwaar of beroep
                                            een uitspraak is gedaan;</al></li><li nr="b."><al>over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen
                                            van mensen;</al></li><li nr="c."><al>als een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet
                                            bestuursrecht kan of kon worden ingediend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
                                    uiterlijk vóór 12 uur op de dag van de raadsvergadering aan de
                                    griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en
                                    telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil
                                    voeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                    voorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang
                                    is van de orde van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De
                                    voorzitter verdeelt de spreektijd gelijk over de sprekers als er
                                    meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in
                                    bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de
                                    spreektijd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bespreking tussen hen die van het spreekrecht gebruik maken en
                                    de leden van de raad is niet toegestaan. De leden hebben wel het
                                    recht ter verduidelijking van wat door de sprekers naar voren is
                                    gebracht enige vragen te stellen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                    verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel
                                    voor de behandeling van de inbreng van de burger.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De voorzitter kan iemand het spreekrecht weigeren als:</al><lijst><li nr="a."><al>hij vreest dat de belangen van derden zonder enig
                                            redelijk doel worden geschaad;</al></li><li nr="b."><al>degene die zich aangemeld heeft om van het spreekrecht
                                            gebruik te maken al eerder de orde van de vergadering
                                            ernstig heeft verstoord en de vrees bestaat dat hij zich
                                            opnieuw hieraan schuldig zal maken.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Geluid en beeldregistraties</titel></kop><al>Van de raadsvergadering vindt een geluidsregistratie plaats die via
                                de internetsite te beluisteren valt. Voor overige geluid- en
                                beeldregistraties dient vooraf toestemming van de voorzitter te
                                worden gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Primus bij hoofdelijke stemming</titel></kop><al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt
                                de voorzitter mee, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming
                                zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de
                                presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de
                                hoofdelijke stemming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Notulen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ontwerpnotulen van de voorgaande vergadering worden aan de
                                    leden van de raad toegezonden gelijk met de schriftelijke oproep
                                    voor de daarop volgende vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het begin van de vergadering worden de notulen van de vorige
                                    vergadering vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden, de voorzitter, de griffier en degenen die hebben
                                    deelgenomen aan de besprekingenhebben het recht, een
                                    voorstel tot verandering aan de raad te doen, als de notulen
                                    onjuistheden bevatten of niet duidelijk weergeven wat gezegd of
                                    besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor het
                                    vaststellen van de notulen bij de griffier te worden
                                    ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De notulen moeten inhouden:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders
                                            en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de
                                            leden die afwezig waren en overige mensen die het woord
                                            gevoerd hebben;</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                            geweest;</al></li><li nr="c."><al>een verslag van het gesprokene met vermelding van de
                                            namen van de fracties en andere aanwezigen die het woord
                                            voerden;</al></li><li nr="d."><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met
                                            vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de
                                            leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van
                                            de namen van de leden die zich overeenkomstig de
                                            Gemeentewet van stemming hebben onthouden;</al></li><li nr="e."><al>de tekst van de ter vergadering ingediende
                                            initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties,
                                            amendementen en subamendementen;</al></li><li nr="f."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                            hoedanigheid van die mensen aan wie het op grond van het
                                            bepaalde in artikel 30 door de raad is toegestaan deel
                                            te nemen aan de besprekingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De notulen worden opgesteld onder de zorg van de griffier.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier
                                    ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                    mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst
                                    geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad toegezonden
                                    en ter inzage gelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan op verzoek van een of meer leden wijzigingen
                                    aanbrengen in de op de lijst voorgestelde wijze van afhandeling.
                                    Als een lid verzoekt om bespreking van het ingekomen stuk in een
                                    opiniërende bijeenkomst geeft het lid aan welke aanleiding voor
                                    bespreking van het stuk bestaat en met welk doel agendering
                                    wordt verzocht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na het vaststellen van de notulen stelt de raad op voorstel van
                                    de voorzitter de wijze van afdoening van de ingekomen stukken
                                    vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><al>De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats
                                of van een door de voorzitter aangewezen plaats en richten zich tot
                                de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Volgorde sprekers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter
                                    gevraagd en van hem verkregen te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgorde van de sprekers gebeurt volgens de volgorde van de
                                    presentielijst beginnend bij het lid dat volgens artikel 20 door
                                    loting is aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid
                                    van de raad het woord vraagt over de orde van de
                                    vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bespreking over een onderwerp of voorstel gebeurt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. Het stellen van een
                                    informatieve vraag over een onderwerp dat in behandeling is,
                                    zonder dat daarbij enige toelichting wordt gegeven, wordt niet
                                    als het voeren van het woord aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het derde lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>het lid van het college van burgemeester en wethouders
                                            dat is belast met het in behandeling zijnde
                                            onderwerp;</al></li><li nr="b."><al>de rapporteur van een commissie;</al></li><li nr="c."><al>het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                            initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat
                                            amendement, die motie of dat voorstel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Interruptie</titel></kop><al>De voorzitter kan een interruptie uitdrukkelijk of stilzwijgend
                                toelaten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Zo nodig doet het klein presidium een voorstel over de spreektijd
                                van de leden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen
                                            van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat
                                            de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                            afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen
                                    veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp,
                                    een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel
                                    anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot
                                    de orde geroepen. Als de betreffende spreker, hieraan geen
                                    gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering,
                                    waarin dat plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord
                                    ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en - als na de heropening
                                    de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Bespreking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                    voorzitter kan de raad besluiten de bespreking voor een door hem
                                    te bepalen tijd te schorsen om het college of de leden de
                                    gelegenheid te geven tot nader beraad. De besprekingen worden
                                    hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Deelname aan de bespreking door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan bepalen dat anderen dan in de vergadering aanwezige
                                    leden van de raad, de wethouder, de griffier en de voorzitter
                                    deelnemen aan de bespreking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daarover wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    één van de leden van de raad genomen voordat met de bespreking
                                    ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een begin
                                    wordt gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op degene die op grond van dit artikel is toegelaten deel te
                                    nemen aan de bespreking zijn de bepalingen van dit reglement van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de bespreking en voordat de raad tot stemming
                                overgaat, heeft elk lid het recht zijn uit te brengen stem kort te
                                motiveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de bespreking, tenzij de raad
                                    anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de bespreking is gesloten, vindt na een stemming over
                                    eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel,
                                    zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt
                                    gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                    plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te
                                    nemen eindbeslissing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Als geen
                                    stemming wordt gevraagd stelt de voorzitter vast dat het
                                    voorstel met algemene stemmenis aangenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
                                    notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben
                                    tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer wel stemming wordt gevraagd wordt onmiddellijk bij
                                    hoofdelijke oproeping gestemd tenzij de raad op voorstel van de
                                    voorzitter instemt met stemming bij handopsteken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Elk lid dat ter vergadering aanwezig is en zich niet van
                                    deelneming aan de stemming moet onthouden is verplicht zijn stem
                                    uit te brengen door het woord “voor” of “tegen” uit te spreken,
                                    zonder enige toevoeging.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter roept de leden van de raad bij naam op hun stem
                                    uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor in
                                    overeenstemming met artikel 20 is aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
                                    kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
                                    gestemd heeft of, wanneer hij het laatst opgeroepen lid is,
                                    voordat met het tellen van de stemmen is begonnen. Bemerkt het
                                    lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter
                                    de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening
                                    vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming
                                    brengt dit echter geen verandering.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
                                    met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
                                    stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
                                    besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als op een aanhangig voorstel een amendement is ingediend, wordt
                                    eerst over het amendement gestemd en vervolgens over het
                                    voorstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                    eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                    amendement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                    wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de
                                    motie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als op of aangaande een aanhangig voorstel twee of meer
                                    amendementen of moties zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de
                                    volgorde waarin hierover wordt gestemd. Daarbij geldt de regel,
                                    dat het meest verstrekkende amendement of motie het eerst in
                                    stemming wordt gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Stemming over mensen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer een stemming over mensen voor het doen van een
                                    voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling
                                    moet plaatshebben, benoemt de voorzitter 3 leden tot
                                        stembureau<cursief>.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elk ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                                    Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een
                                    stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te
                                    zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er mensen zijn te
                                    benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
                                    voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                    worden samengevat op één briefje.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                    gelijk is aan het aantal leden dat als gevolg van het tweede lid
                                    verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen
                                    niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze
                                    te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                    artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
                                    uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben
                                    ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een blanco ingevuld stembriefje;</al></li><li nr="b."><al>een ondertekend stembriefje;</al></li><li nr="c."><al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld,
                                            tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;</al></li><li nr="d."><al>een stembriefje waarbij, als het een benoeming op
                                            voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die
                                            niet is voorgedragen;</al></li><li nr="e."><al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt
                                            gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist
                                    de raad, op voorstel van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
                                    onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Herstemming over mensen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                    heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                    meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen
                                    twee mensen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen hebben
                                    gekregen. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over
                                    meer dan twee mensen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming
                                    uitgemaakt tussen welke twee mensen de derde stemming zal
                                    plaatshebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                    staken, beslist meteen het lot.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen
                                    wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                    afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                    gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                    gedeponeerd en omgeschud.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                    stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                    gekozen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>RECHTEN VAN LEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk lid van de raad kan tot het sluiten van de besprekingen
                                amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om
                                een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen,
                                waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen
                                beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door
                                leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de
                                vergadering aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elk lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                stellen (subamendement).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen
                                te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend,
                                tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van
                                het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan
                                worden volstaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is
                                mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk lid van de raad kan tijdens de vergadering een motie
                                indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                schriftelijk en ondertekend bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                voorstel vindt tegelijk met de bespreking over dat onderwerp of
                                voorstel plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                onderwerpen zijn behandeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en elk lid van de raad kunnen tijdens de vergadering
                                mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raad meteen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter plaatst het voorstel, voorzien van een
                                    behandelingsvoorstel<cursief>,</cursief> op de agenda van de
                                eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor
                                al verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de
                                agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het behandelingsvoorstel zoals bedoeld in het tweede lid houdt in
                                elk geval in het vragen van een advies aan het college en de
                                behandeling in de opiniërende bijeenkomst.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De opiniërende bijeenkomst bespreekt het voorstel, voorzien van een
                                advies van het college, en voorziet het voorstel van een advies om
                                het aan te nemen, te verwerpen dan wel te wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Na behandeling in de opiniërende bijeenkomst wordt het voorstel voor
                                besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van
                                een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het
                                college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de
                                raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van
                                de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden,
                                bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een lid van oordeel is dat het college van burgemeester en
                                wethouders over een onderwerp dat niet op de agenda voorkomt aan de
                                gemeenteraad inlichtingen dient te verstrekken over het door hem
                                gevoerde bestuur vraagt deze bij de voorzitter een interpellatie
                                aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                                burgemeester voor het door hem als bestuursorgaan van de gemeente
                                gevoerde bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                                naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, uiterlijk
                                op vrijdag vóór 12 uur voorafgaand aan de maandag van de
                                raadsvergadering via de griffierschriftelijk bij de
                                voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving
                                van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd en de te
                                stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de
                                behandeling van de ingekomen stukken van de eerstvolgende
                                vergadering na het indienen van het verzoek wordt het verzoek in
                                stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de
                                vergadering de interpellatie zal worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                                leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan
                                eenmaal, tenzij de raad hen hier toestemming voor geeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk lid kan buiten de vergadering aan de burgemeester of aan
                                burgemeester en wethouders schriftelijk vragen stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                vragen kunnen van een toelichting worden voorzien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vragen worden via de griffier bij de voorzitter van de raad
                                ingediend. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig
                                mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college
                                worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in elk
                                geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Als
                                beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het
                                college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de
                                termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden.
                                Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vragen en antwoorden worden aan de leden van de raad toegezonden
                                en geplaatst op de lijst van ingekomen stukken van de raad.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                eerstvolgende raadsvergadering, na de behandeling van de op de
                                agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen over het
                                door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de
                                raad anders beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Mondelinge vragen (vragenuur)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het begin van elke vergadering van de raad kan een lid mondeling
                                vragen stellen aan burgemeester en wethouders over het door (een lid
                                van) het college gevoerde bestuur met betrekking tot een actueel
                                onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lid dat mondelinge vragen wil stellen meldt dit onder naam van
                                het onderwerp schriftelijk via de griffier bij de voorzitter aan
                                uiterlijk op vrijdag vóór 12.00 uur voorafgaand aan de maandag van
                                de raadsvergadering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan
                                de orde te stellen als hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig
                                omschreven acht, in het onderwerp naar zijn inzicht de actualiteit
                                ontbreekt of als het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde
                                dag aan de orde komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld waarbij het
                                tijdstip van aanmelding doorslaggevend is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
                                of meer vragen aan het college te stellen en een toelichting daarop
                                te geven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Na de beantwoording door het college krijgt de vragensteller
                                desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord
                                verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college
                                vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden
                                geen interrupties toegelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld
                                in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de
                                Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe via de
                                griffierschriftelijk ingediend bij de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een kopie van dit verzoek wordt door de griffier toegezonden aan de
                                raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                daarop volgende vergadering gegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>BEGROTING EN REKENING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Behandeling begroting en rekening</titel></kop><al>De behandeling van de begroting en van de rekening vindt plaats volgens
                            een procedure die het klein presidium voorstelt onverminderd het
                            bepaalde in de Gemeentewet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>LIDMAATSCHAP VAN ANDERE ORGANISATIES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Verslag; verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                                secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het
                                algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
                                gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht verslag te doen over
                                zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Hij
                                meldt dit voor de vergadering aan de voorzitter<cursief>.
                                </cursief>Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de
                                voorzitter verwijzen naar de opiniërende bijeenkomst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elk lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van
                                schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 44, zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van
                                functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
                                De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel
                                46, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
                                of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft
                                benoemd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>BESLOTEN VERGADERING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Notulen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De notulen van een besloten vergadering worden niet rondgedeeld,
                                maar liggen uitsluitend voor de leden ter inzage bij de
                                griffie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze notulen worden in een besloten vergadering ter vaststelling
                                aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over
                                het al dan niet openbaar maken van deze notulen. De vastgestelde
                                notulen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad in
                            overeenstemming met artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of over
                            de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Als de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                            Gemeentewet van plan is de geheimhouding op te heffen wordt, als daarom
                            wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een
                            besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>TOEHOORDERS EN MEDIA</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Toehoorders en media</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de mediakunnen
                                uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan
                            wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de
                            voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, en het stand-by houden van mobiele telefoons of
                            andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de
                            vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>56</nr><titel>Maatregelen van orde</titel></kop><al>Als de voorzitter dit nodig acht kan hij de vergadering voor een door
                            hem te bepalen tijd schorsen om de orde op de publieke tribune te
                            handhaven.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>57</nr><titel>Uitleg reglement van orde</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de
                            toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>58</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit reglement treedt in werking op 1 maart 2010.</al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de
                                    vergaderingen van de raad van de gemeente Sliedrecht zoals
                                    vastgesteld bij raadsbesluit van 25 april 2005.</al></li><li nr="3."><al>Dit reglement kan worden aangehaald als: “Reglement van orde
                                    voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de
                                    gemeenteraad Sliedrecht 2010”.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente
                        Sliedrecht op 25 januari 2010, </ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A.Overbeek M.C. Boevée</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>TOELICHTING OP HET REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE
                    WERKZAAMHEDEN VAN DE GEMEENTERAAD 2010</tussenkop><tussenkop>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al> Onder ‘aanhangig’ wordt bedoeld aan de orde/in behandeling zijnd.</al><tussenkop>Artikel 2 De voorzitter</tussenkop><al> De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de
                    Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. In het
                    gewijzigde artikel 77, eerste lid, is bepaald dat het oudste raadslid in
                    anciënniteit het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of afwezigheid
                    van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudst
                    in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad
                    altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. Overigens geldt
                    dezelfde regeling in het geval dat alle wethouders afwezig zijn voor de
                    waarneming van het ambt van de burgemeester. Voor de inwerkingtreding van de Wet
                    dualisering gemeentebestuur nam een wethouder de taken van de burgemeester als
                    voorzitter van de raad waar.</al><al>De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de
                    vergadering aan de bespreking deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder
                    andere voor de handhaving van de orde in de vergadering.</al><tussenkop>Artikel 3 De griffier</tussenkop><al> De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel
                    107d, eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In
                    verband met artikel 22 Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het derde lid een
                    bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de
                    bespreking. Rechtspositionele bepalingen over de beëdiging, woonplaats enz. zijn
                    niet in dit reglement opgenomen, aangezien dat geregeld is in de ambtsinstructie
                    voor de griffier, die de raad vaststelt.</al><tussenkop>Artikel 4 De gemeentesecretaris</tussenkop><al> De gemeentesecretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning van
                    het college en het leiden van de ambtelijke organisatie. In het kader van die
                    twee taken kan het ook wenselijk zijn dat de secretaris deelneemt aan de
                    besprekingen van de raad. De gemeentesecretaris wordt echter benoemd en
                    ontslagen door het college. Dit houdt in dat de raad de secretaris niet kan
                    dwingen om in de raad aanwezig te zijn. Formeel zal de raad het college moeten
                    verzoeken of het college de gemeentesecretaris opdraagt in de vergadering
                    aanwezig te zijn om aan de besprekingen deel te nemen. Op deze manier kan de
                    raad onder meer een beroep doen op kennis en informatie, die de
                    gemeentesecretaris bezit of kan de gemeentesecretaris bijvoorbeeld deelnemen aan
                    een discussie over het functioneren van de gemeentelijke organisatie.</al><tussenkop>Artikel 5 Het presidium</tussenkop><al>Voor de wijziging van dit reglement van orde bestond het presidium uit de
                    voorzitters van de verschillende opiniërende bijeenkomsten, de vice-voorzitter
                    en voorzitter van de raad. Het presidium stelde het concept van de raadsagenda
                    vast maar besprak ook zaken van praktische aard. In dit reglement van orde is
                    het presidium bestaande uit de fractievoorzitters (seniorenconvent) en de
                    voorzitter van de raad opgenomen om formeel de mogelijkheid te hebben
                    (periodiek) over strategische, vertrouwelijke dan wel praktische onderwerpen te
                    spreken die de gehele raad aangaan.</al><tussenkop>Artikel 6 Het klein presidium</tussenkop><al>Het klein presidium bestaat uit de voorzitter en vice-voorzitter van de raad
                    ondersteund door de griffier. Het klein presidium stelt de concept agenda van de
                    raadsvergadering op en bespreekt praktische zaken over het traject van
                    besluitvorming of anders.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 2 TOELATING VAN NIEUWE LEDEN; FRACTIES</tussenkop><tussenkop>Artikel 7 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging</tussenkop><al> Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de
                    benoemde kennis van zijn benoeming. Bij deze brief moeten enkele in de Kieswet
                    vereiste stukken worden gevoegd, waaruit blijkt, dat de benoemde voldoet aan de
                    eisen om als lid van de raad toegelaten te kunnen worden. Het onderzoek van de
                    geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Als gevolg van artikel
                    V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is
                    er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij
                    de vervulling van een tussentijdse vacature. De tekst van de eed of verklaring
                    en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet
                    afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet vastgelegd.</al><al>De mogelijkheid van beroep bij de Raad van State tegen de beslissing tot
                    toelating als lid van de raad is vervallen door inwerking treden van de Wet
                    dualisering gemeentebestuur.</al><tussenkop>Artikel 8 Fracties</tussenkop><al> In een aantal gevallen blijkt behoefte te bestaan aan een regeling van wat
                    onder een fractie moet worden verstaan. De Gemeentewet kent een dergelijk begrip
                    niet maar gaat onder andere in artikel 33, tweede lid, wel uit van het bestaan
                    van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractieondersteuning).
                    In Sliedrecht bestaan regelingen ten aanzien van vergoedingen aan fracties,
                    faciliteiten voor fracties, fractieassistentie, etc. In deze nadere regelingen
                    kan nu worden aangesloten bij het in het RvO opgenomen fractiebegrip.</al><al>Na het vaststellen van de uitslag van de verkiezingen vindt de eerste zitting
                    van de raad plaats. Bij de begin van deze zitting worden de leden die op
                    dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt in
                    de vergadering van de raad de naam die zij boven de kandidatenlijst had staan.
                    Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de
                    kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een
                    fractie geen naam boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval
                    deelt de fractie in de eerste vergadering de naam mee. In de loop van een
                    zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. Het beëindigen van
                    de zitting in de raad kan verschillende oorzaken hebben. Raadsleden kunnen
                    verhuizen, een conflict met hun fractie hebben, te weinig tijd hebben voor het
                    raadswerk en zo zijn er nog vele redenen denkbaar. In een dergelijk geval vindt
                    er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval
                    is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 3 VERGADERINGEN</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 9 Vergaderfrequentie</tussenkop><al> Als gevolg van artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij
                    daartoe heeft besloten en verder als de burgemeester het nodig vindt of als
                    tenminste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave
                    van redenen daarom vraagt.</al><tussenkop>Artikel 10 Oproep</tussenkop><al> Raadsleden horen op tijd op de hoogte te worden gebracht van dag, tijdstip en
                    plaats van de vergadering. Tegelijkertijd worden ook de voorlopige agenda en de
                    stukken op internet geplaatst.</al><tussenkop>Artikel 11 Agenda</tussenkop><al> Het klein presidium bepaalt in zijn overleg hoe de agenda eruit komt te zien.
                    Dit is echter een voorlopige vaststelling van de agenda. In de dagelijkse
                    praktijk zal het niet altijd mogelijk zijn om 10 dagen voor de vergadering een
                    agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de ‘waan’ van de dag. In een
                    dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke
                    oproep zo nodig een aanvullende agenda vaststellen. Dit kan echter niet tot op
                    het laatste moment, maar tot vrijdag vóór 12.00 uur voorafgaand aan de maandag
                    van de vergadering. Het derde lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te
                    geven in het opstellen van de raadsagenda. Individuele raadsleden kunnen via het
                    klein presidium onderwerpen voor de agenda voordragen. Zij kunnen echter ook bij
                    begin van de raadsvergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe
                    te voegen of van de agenda af te voeren. Daarmee kan het individuele raadslid in
                    ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de
                    agenda. Het vierde lid vloeit voort uit de verplichting van het college om de
                    raad van voldoende informatie te voorzien. Als de raad niet voldoende op de
                    hoogte is van de inhoud en strekking van een onderwerp dan is het niet
                    verantwoord dat de raad zich op hoofdlijnen over dit onderwerp uitspreekt. In
                    een dergelijk geval heeft de raad de mogelijkheid, dat de raad het onderwerp
                    naar een opiniërende bijeenkomst verwijst of aan het college nadere inlichtingen
                    of advies vraagt. Het laatste lid regelt dat op verzoek van een lid of op
                    voorstel van de voorzitter de raad de volgorde van behandeling van de
                    agendapunten kan wijzigen.</al><tussenkop>Artikel 12 De wethouder</tussenkop><al> Dit artikel is een nadere uitwerking van artikel 21, tweede lid, van de
                    Gemeentewet. Dit artikel voorziet in de mogelijkheid dat wethouders door de raad
                    worden uitgenodigd om bij de vergadering aanwezig te zijn.</al><tussenkop>Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken</tussenkop><al> In dit artikel gaat het om de zogenaamde ‘achterliggende’ stukken waarvan in de
                    raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende
                    nota's, etc.).</al><tussenkop>Artikel 14 Openbare bekendmaking</tussenkop><al> Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19,
                    tweede lid, van de Gemeentewet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is
                    aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Ook is de
                    mogelijkheid van plaatsing op het internet toegevoegd.</al><tussenkop>Paragraaf 2 Orde van de vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 15 Presentielijst</tussenkop><al> De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen,
                    dat het vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum
                    vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 16 Zitplaatsen</tussenkop><al> Dit artikel behoeft geen toelichting, het geeft invulling aan de huidige
                    praktijk.</al><tussenkop>Artikel 17 Opening vergadering; quorum</tussenkop><al> De vergadering kan beginnen, als meer dan de helft van het aantal zitting
                    hebbende raadsleden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend. Artikel 20
                    van de Gemeentewet voorziet in een procedure voor een tweede vergadering als het
                    vereiste aantal leden niet op komt dagen.</al><tussenkop>Artikel 18 Spreekrecht burgers</tussenkop><al> Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 19 Geluid- en beeldregistraties</tussenkop><al> Van de vergadering vindt een geluidsregistratie op CD-rom plaats. Deze
                    geluidsfragmenten zijn via de gemeentelijke site voor iedereen te
                    beluisteren.</al><tussenkop>Artikel 20 Primus bij hoofdelijke stemming</tussenkop><al> Praktisch gezien verdient het aanbeveling de volgorde van stemmen te bepalen
                    aan het begin van de vergadering; deze volgorde geldt dan voor de gehele
                    vergadering, ook na een eventuele schorsing. </al><tussenkop>Artikel 21 Notulen</tussenkop><al> Het recht om aanpassing voor te stellen (derde lid) komt ook toe aan het
                    raadslid en de wethouder, dat bij de desbetreffende vergadering niet aanwezig
                    was. Het is aan de raad om te beslissen of een voorgestelde wijziging of
                    aanvulling geaccepteerd wordt. Een afwijzing van een dergelijk voorstel is niet
                    vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State).</al><tussenkop>Artikel 22 Ingekomen stukken</tussenkop><al> Over de (aan de raad gerichte) ingekomen stukken worden alleen voorstellen
                    gedaan en besluiten genomen van procedurele aard. Inhoudelijke discussie over de
                    stukken kan de voorzitter buiten de orde verklaren. Wanneer een ingekomen stuk
                    leidt tot inhoudelijke discussie en besluitvorming, dient dit op de
                    gebruikelijke wijze (ambtelijk) te worden voorbereid.</al><tussenkop>Artikel 23 Spreekregels</tussenkop><al> Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 24 Volgorde sprekers</tussenkop><al> Het gaat hierbij niet om interrupties (zie artikel 28).</al><tussenkop>Artikel 25 Spreektermijnen</tussenkop><al> Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte
                    reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. Als de raad van mening
                    is, dat na de tweede termijn verdere bespreking nodig is, kan hij daartoe
                    uitdrukkelijk besluiten. De bespreking over een motie vindt niet plaats in
                    afzonderlijke termijnen, maar samen met de bespreking over het betreffende, aan
                    de orde zijnde onderwerp.</al><tussenkop>Artikel 26 Interruptie</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 27 Spreektijd</tussenkop><al> In sommige gemeenten is de spreektijd afhankelijk van de grootte van de
                    fractie. In Sliedrecht is daar niet voor gekozen maar in bijzondere gevallen
                    zoals bij de behandeling van de begroting kan daar toch noodzaak toe zijn.</al><tussenkop>Artikel 28 Handhaving orde; schorsing</tussenkop><al> De bevoegdheid die in het tweede lid aan de voorzitter wordt gegeven om een
                    spreker over een aanhangig onderwerp het woord te ontzeggen, gaat minder ver dan
                    de mogelijkheid die artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet biedt om aan dat
                    lid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, de toegang
                    tot de vergadering te ontzeggen. De laatstgenoemde bevoegdheid van de voorzitter
                    blijft echter onverlet. Artikel 28 is slechts een aanvulling op de Gemeentewet.
                    Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor
                    wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    artikel 56 van dit reglement.</al><tussenkop>Artikel 29 Bespreking</tussenkop><al> Om de vergaderduur niet te zeer te verlengen wordt een voorstel dat in
                    onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel besproken. In
                    het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Als de schorsing als
                    bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede termijn plaatsvindt, zijn
                    er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt meteen tot stemming overgegaan of aan
                    de besprekingen wordt een derde termijn toegevoegd.</al><tussenkop>Artikel 30 Deelname aan de bespreking door anderen</tussenkop><al> Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht. Het is natuurlijk ook mogelijk dat de raad bepaalt
                    dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de bespreking mag
                    deelnemen.</al><tussenkop>Artikel 31 Stemverklaring</tussenkop><al> Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van
                    een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen
                    worden alle gegeven vóór de hoofdelijke oproep van de leden tot de stemming
                    begint.</al><tussenkop>Artikel 32 Beslissing</tussenkop><al> Deze bepaling legt vast dat ook nog een beslissing over het voorstel (als een
                    amendement is aangenomen, in zijn geamendeerde vorm) moet worden genomen.</al><tussenkop>Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 33 Algemene bepalingen over stemming</tussenkop><al> Als een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de
                    stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling
                    van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan
                    wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. De regeling in het tweede lid kan
                    toepassing krijgen, als de uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is en
                    slechts enkele leden zouden tegenstemmen. Bij wie de stemming begint, is
                    geregeld in artikel 24. Bij het staken van de stemmen is het bepaalde in artikel
                    32 van de Gemeentewet van toepassing. Als de vergadering voltallig is, wordt het
                    voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt
                    het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan
                    de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.</al><tussenkop>Artikel 34 Stemming over amendementen en moties</tussenkop><al> Voor meer informatie over een amendement of een motie wordt verwezen naar de
                    artikelen 1, 37 en 38 van dit reglement. Voor alle duidelijkheid wordt hier een
                    verschil in procedure aangegeven tussen een motie en een amendement. Een
                    amendement komt in stemming voorafgaande aan de stemming over het voorstel. Een
                    motie strekt niet tot wijziging van een voorgesteld besluit; over een motie
                    wordt een apart besluit genomen, nadat de besluitvorming over het aanhangige
                    voorstel is afgerond. </al><tussenkop>Artikel 35 Stemming over mensen</tussenkop><al> De Gemeentewet geeft aan, dat over benoemingen (niet ontslag) van mensen of het
                    opstellen van een voordracht of aanbeveling schriftelijk moet worden gestemd
                    (artikel 31 van de Gemeentewet). Een voordracht is voor de raad bindend; de raad
                    heeft slechts keus tussen degenen die op de voordracht zijn vermeld. Een
                    aanbeveling is een voorstel waarvan de raad mag afwijken. Wanneer er veel
                    benoemingen te doen zijn (bijvoorbeeld aan het begin van een nieuwe
                    zittingsperiode) kan een gecombineerd stembiljet worden ontworpen. In het vijfde
                    lid wordt aangesloten bij het bepaalde in artikel 30 van de Gemeentewet. Wat
                    onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden verstaan, is in de
                    wet niet geregeld en daarom wel in dit reglement.</al><tussenkop>Artikel 36 Herstemming over mensen</tussenkop><al> Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 37 Beslissing door het lot</tussenkop><al> Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 4 RECHTEN VAN LEDEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 38 Amendementen</tussenkop><al> Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel (van het
                    college) voorstellen, de zogenaamde amendementen. Wanneer een amendement is
                    ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn, op dit amendement
                    nog weer een wijziging voor te stellen, het subamendement. Een (sub)amendement
                    kan ingediend worden op een voorgesteld besluit, dat aanhangig is. De bespreking
                    over het (sub)amendement vindt plaats in ten hoogste twee termijnen. Als (in
                    uitzonderlijke situaties) een ingediend amendement verdere bespreking
                    noodzakelijk maakt, kan de raad besluiten tot een derde termijn (artikel 25).
                    Voor wat betreft de stemming over amendementen wordt verwezen naar artikel 34.
                    Voorstel tot splitsing van een voorgestelde beslissing kan, als aangenomen,
                    meebrengen, dat één onderdeel van een besluit wel en een ander niet wordt
                    aanvaard.</al><tussenkop>Artikel 39 Moties</tussenkop><al> Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het
                    uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele aard) of het
                    uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen. Een
                    motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een
                    motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis. Daarom zijn
                    burgemeester en wethouders formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering
                    ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door het
                    college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan
                    het college dan zijn consequentie trekken. Voor wat betreft de
                    besluitvormingsprocedure over een motie wordt opgemerkt, dat over een motie een
                    apart besluit wordt genomen. Voor de bespreking over een motie over een
                    aanhangig onderwerp geldt, dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen,
                    maar samen met de bespreking over het onderwerp, waarop de motie betrekking
                    heeft. Een besluit over een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp
                    vindt aan het einde van de vergadering plaats. Dergelijke moties benaderen de in
                    artikel 41 geregelde initiatiefvoorstellen.</al><tussenkop>Artikel 40 Voorstellen van orde</tussenkop><al> De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad sprake is
                    van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt meteen, zonder
                    bespreking, besloten door de raad. Als het gaat om een niet geagendeerd
                    voorstel, dient de procedure van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden
                    (artikel 41).</al><tussenkop>Artikel 41 Initiatiefvoorstellen</tussenkop><al> Het is de taak van burgemeester en wethouders aan de raad de nodige voorstellen
                    te doen. Maar raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een
                    ontwerpverordening of ontwerpbeslissing doen. Hiervoor is het recht van
                    initiatief toegekend. Een voorstel voor een ontwerpverordening moet de raad in
                    behandeling nemen. Voor andere initiatiefvoorstellen is geen verplichte
                    behandeling voorgeschreven. Dit betekent dat de raad (aanvullende) voorwaarden
                    kan stellen aan het in behandeling nemen van een ander initiatiefvoorstel.</al><tussenkop>Artikel 42 Collegevoorstel</tussenkop><al> Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 43 Interpellatie</tussenkop><al> Dit artikel stelt nadere regels aan artikel 155 van de Gemeentewet. Het
                    interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht. Het
                    gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering over
                    een niet-geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester
                    te vragen. Daarvoor is verlof van de raad voor nodig.</al><tussenkop>Artikel 44 Schriftelijke vragen</tussenkop><al> Het schriftelijk vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht
                    informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college
                    of de burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair van
                    informatieve strekking. In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller
                    in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan
                    degene die het antwoord heeft gegeven. Als de vragensteller van mening is, dat
                    de beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij
                    het recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of
                    het voorstel op de agenda van de raad te krijgen.</al><tussenkop>Artikel 45 Mondelinge vragen (vragenuur)</tussenkop><al> Deze bepaling vormt een aanvulling op het voorgestelde artikel 155, eerste lid,
                    van de Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht. Het is dan ook een
                    facultatieve bepaling. Het is aan de raad om te bepalen of de instelling van een
                    vragen-halfuur voorafgaand aan iedere vergadering en daarmee het opnemen van een
                    dergelijke bepaling in het reglement van orde wenselijk is. Wel is bewust
                    gekozen voor een algemene regeling van het vragenuur. Meestal is de rondvraag in
                    de raadsvergadering een mogelijkheid tot het stellen van vragen, maar Sliedrecht
                    kent de rondvraag in een raadsvergadering niet. In een dualistisch stelsel is
                    het bovendien niet meer vanzelfsprekend dat de ter zake kundige wethouder
                    aanwezig is. Om die reden en omdat het de herkenbaarheid van de controlerende
                    taak van de raad ten goede komt, is hiervoor een aparte gelegenheid
                    gecreëerd.</al><tussenkop>Artikel 46 Inlichtingen</tussenkop><al> Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 5 BEGROTING EN REKENING</tussenkop><tussenkop>Artikel 47 Behandeling begroting en rekening</tussenkop><al> Dit artikel behoeft geen toelichting. </al><tussenkop>HOOFDSTUK 6 LIDMAATSCHAP VAN ANDERE ORGANISATIES</tussenkop><tussenkop>Artikel 48 Verslag; verantwoording</tussenkop><al> Leden van de raad (of in voorkomende gevallen de burgemeester, een wethouder of
                    de gemeentesecretaris), die lid zijn van een algemeen bestuur van een
                    gemeenschappelijke regeling, verrichten daar hun taak zowel als leden van dat
                    bestuur en als vertegenwoordiger van en in naam van de gemeente. Voor de wijze,
                    waarop zij in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling functioneren, zijn
                    zij verantwoording verschuldigd aan de raad, die hen heeft aangewezen. In het
                    eerste lid van dit artikel is een regeling getroffen voor mondelinge
                    verslaglegging (natuurlijk kan ook een ander moment worden gekozen). In het
                    tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke vragen
                    aangegeven, in overeenstemming met de regels, daarvoor gesteld in artikel 44.
                    Het derde lid bevat de procedure voor de ter verantwoording roeping, die
                    aansluit bij de regels voor inlichtingen. De bepalingen van dit artikel worden
                    ook van toepassing verklaard op andere organisaties, waarin de raad een of meer
                    van zijn leden heeft benoemd. Hierbij valt te denken aan privaatrechtelijke
                    rechtsmensen en vennootschappen, zoals een (raad van commissarissen van) een NV.
                    Hierin voorziet het vierde lid.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 7 BESLOTEN VERGADERING</tussenkop><tussenkop>Artikel 49 Algemeen</tussenkop><al> Een besloten vergadering van de raad is een officiële vergadering, waarbij de
                    vergaderregels van het reglement van orde in acht genomen dienen te worden,
                    voorzover de bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de
                    vergadering. In artikel 23 van de Gemeentewet zijn procedurevoorschriften
                    opgenomen voor ‘het sluiten van de deuren’ en de wijze waarop een vergadering
                    een besloten vergadering wordt.</al><tussenkop>Artikel 50 Notulen</tussenkop><al> In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, vierde lid, van de
                    Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 51 Geheimhouding</tussenkop><al> Wat besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege onder
                    de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens artikel
                    25 van de Gemeentewet nodig.</al><tussenkop>Artikel 52 Opheffing geheimhouding</tussenkop><al> In de aangehaalde artikelen wordt aan de raad de mogelijkheid geboden de
                    geheimhouding van stukken op te heffen; stukken die niet noodzakelijk aan hem
                    hoeven te zijn overgelegd. Het kan dus (zie bijvoorbeeld artikel 86, tweede lid,
                    van de Gemeentewet) gaan om de situatie dat de burgemeester geheimhouding heeft
                    opgelegd ten aanzien van stukken die hij aan de opiniërende bijeenkomst heeft
                    overgelegd. De opiniërende bijeenkomst kan dan aan de raad verzoeken de
                    geheimhouding op te heffen (als de burgemeester daar niet toe bereid is). In het
                    onderhavige artikel is nu ter zake een overlegverplichting opgenomen waardoor
                    recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 8 TOEHOORDERS EN MEDIA</tussenkop><tussenkop>Artikel 53 Toehoorders en media</tussenkop><al> Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 54 Geluid- en beeldregistraties</tussenkop><al> Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 55 Verbod gebruik mobiele telefoons</tussenkop><al> Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 56 Maatregelen van orde</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 9 SLOTBEPALINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 57 Uitleg reglement van orde</tussenkop><al> Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 58 Inwerkingtreding</tussenkop><al> Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>