<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR28607_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Aansluitverordening riolering gemeente Hattem</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hattem huis aan huis, 05-02-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Aansluitverordening riolering gemeente Hattem 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 229, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-03-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-03-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Aansluitverordening riolering gemeente Hattem</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>No.: 20 </al><al>Onderwerp:</al><al>Aansluitverordering riolering</al><al>-----------------------------------</al><al/><al>De raad der gemeente Hattem;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college d.d. 4 maart 2005, no. 20;</al><al/><al>gelet op de artikelen 149 en 229 lid 1 van de Gemeentewet;</al><al/><al>gelet op artikel 10.33 van de Wet milieubeheer;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><lijst><li nr="1"><al>vast te stellen de hierna te noemen “Aansluitverordening riolering
                                gemeente Hattem”;</al></li><li nr="2"><al>de vaststelling van de tarievenlijst als bedoeld in artikel 1 sub m
                                aan burgemeester en wethouders te delegeren.</al></li></lijst><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente Hattem,
                        gehouden op 14 maart 2005.</al><al/><al>De raad voornoemd,</al><al/><al> , voorzitter.</al><al/><al> , griffier.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Aansluitverordening riolering gemeente Hattem</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr/><titel>I: Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><lijst><li nr="a"><al>Aansluitleiding: het particulier riool, het aansluitpunt en
                                        de perceelaansluitleiding tezamen.</al></li><li nr="b"><al>Aansluitpunt:</al><lijst><li nr="1"><al>bij gemengde en gescheiden rioolstelsels het punt,
                                                gelegen op of binnen 0,5 meter afstand van de
                                                kadastrale eigendomsgrens van het aan te sluiten
                                                perceel, waar het particulier riool op de
                                                perceelaansluitleiding wordt aangesloten.</al></li><li nr="2"><al>bij een drukriool het punt waar het particulier
                                                riool wordt aangesloten op de pompput. Als
                                                aansluitpunt wordt ook wel het controleputje
                                                gebruikt.</al></li></lijst></li><li nr="c"><al>Aanvraagformulier: het bij deze verordening behorende door
                                        het college van burgemeester en wethouders vast te stellen
                                        aanvraagformulier voor de goedkeuring voor een aansluiting
                                        op het openbaar riool of de wijziging van een
                                        aansluitleiding.</al></li><li nr="d"><al>Afvalwater: al het water afkomstig van een perceel, met
                                        uitzondering van zuiver hemelwater en drainagewater.</al></li><li nr="e"><al>Bronneringswater: grondwater, onttrokken ten behoeve van
                                        tijdelijke verlaging van de grondwaterstand.</al></li><li nr="f"><al>Drainagewater: grondwater, ingezameld door een ingegraven
                                        doorlatend buizensysteem.</al></li><li nr="g"><al>Drainagestelsel: gemeentelijk leidingstelsel, bestemd voor
                                        de afvoer van overtollig grondwater, met uitzondering van de
                                        aansluitleidingen.</al></li><li nr="h"><al>Drukriool: het openbaar riool, voor de afvoer van
                                        afvalwater, exclusief hemelwater, waarbij het transport door
                                        het riool plaats vindt door middel van met pompinstallaties
                                        veroorzaakte druk.</al></li><li nr="i"><al>Gebruiker: de perceeleigenaar, de zakelijk gerechtigde van
                                        het perceel of de huurder die gebruik maakt van de
                                        aansluiting op het openbaar riool</al></li><li nr="j"><al>Gemeente: de gemeente Hattem.</al></li><li nr="k"><al>Gemengd stelsel: het openbaar riool voor de afvoer van
                                        afvalwater, inclusief hemelwater.</al></li><li nr="l"><al>Gescheiden stelsel: het openbaar riool met een buizenstelsel
                                        voor de afvoer van hemelwater en een buizenstelsel voor de
                                        afvoer van het afvalwater.</al></li><li nr="m"><al>Openbaar riool: het gedeelte van de riolering dat bij de
                                        gemeente in eigendom en beheer is voor inzameling en
                                        transport van afvalwater, hemelwater en drainagewater, met
                                        inbegrip van de daartoe behorende rioolgemalen,
                                        persleidingen en werken en installaties van overeenkomstige
                                        aard, met uitzondering van de aansluitleidingen.</al></li><li nr="n"><al>Particulier riool: de binnen de kadastrale eigendomsgrenzen
                                        van het aan te sluiten perceel gelegen binnen, buiten- of
                                        terreinrioolleidingen tot aan het aansluitpunt. Het
                                        particulier riool wordt ook “de particuliere afvoerleiding”
                                        genoemd.</al></li><li nr="o"><al>Perceelaansluitleiding: de rioolleiding en voorzieningen die
                                        deel uit maken van deze leiding, tussen het openbaar riool
                                        en het aansluitpunt in beheer bij de gemeente, ook wel
                                        uitlegger genoemd.</al></li><li nr="p"><al>Rechthebbende:</al><lijst><li nr="1"><al>de eigenaar of zakelijk gerechtigde van het perceel
                                                ten behoeve waarvan de aansluiting op het openbaar
                                                riool wordt gerealiseerd en in stand gehouden.</al></li><li nr="2"><al>de rechtverkrijgende onder algemene of bijzondere
                                                titel van de onder “1.” bedoelde personen.</al></li></lijst></li><li nr="q"><al>Tarievenlijst: Door de raad bij deze verordening vast te
                                        stellen lijst met de aanlegkosten per eenheid van een
                                        aansluitleiding.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>De vergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het is verboden zonder een daartoe verleende
                                        aansluitvergunning een aansluiting van een particulier riool
                                        op het openbaar riool tot stand te brengen of te
                                        wijzigen.</al></li><li nr="2"><al>Burgemeester en wethouders verlenen een aansluitvergunning
                                        alleen voor het tot stand brengen en in stand houden van een
                                        aansluiting tussen het particulier riool en de
                                        perceelaansluiting:</al><lijst><li nr="a"><al>voor de afvoer van afvalwater inclusief hemelwater
                                                indien ter plaatse een gemengd stelsel aanwezig
                                                is;</al></li><li nr="b"><al>voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater naar
                                                het daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter
                                                plaatse een gescheiden stelsel aanwezig is;</al></li><li nr="c"><al>voor de afvoer van hemelwater naar het daarvoor
                                                bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een
                                                gescheiden stelsel aanwezig is;</al></li><li nr="d"><al>voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater
                                                indien ter plaatse riolering onder over- en/of
                                                onderdruk aanwezig is;</al></li><li nr="e"><al>voor de afvoer van grondwater indien ter plaatse een
                                                drainagestelsel of een gemengd stelsel aanwezig
                                                is.</al></li></lijst></li><li nr="3"><al>Indien meer dan één aansluiting van een particulier riool op
                                        het openbaar riool tot stand dient te worden gebracht,
                                        alsmede wanneer meer dan één aansluiting dient te worden
                                        gewijzigd, is het eerste lid voor iedere aansluiting of
                                        wijziging afzonderlijk van toepassing.</al></li><li nr="4"><al>In de vergunning kunnen voorschriften worden opgenomen met
                                        betrekking tot:</al><lijst><li nr="a"><al>het tot stand brengen van de aansluiting;</al></li><li nr="b"><al>het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de
                                                aansluitleiding;</al></li><li nr="c"><al>sloopwerkzaamheden op het perceel van de
                                                rechthebbende;</al></li><li nr="d"><al>de periode waarvoor de vergunning wordt verleend
                                                indien de aansluiting is bedoeld voor de afvoer van
                                                bronneringswater indien het een tijdelijke
                                                aansluiting betreft.</al></li></lijst></li><li nr="5"><al>Indien de rechthebbende binnen een jaar na verlening van de
                                        aansluitvergunning geen verzoek heeft gedaan de aansluiting
                                        of wijziging van de aansluiting waarop die
                                        aansluitingvergunning betrekking heeft, uit te voeren,
                                        kunnen burgemeester en wethouders de aansluitvergunning
                                        intrekken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De vergunningaanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De aanvraag van een aansluitvergunning wordt schriftelijk
                                        met behulp van een daartoe bestemd formulier, bij
                                        burgemeester en wethouders ingediend door de rechthebbende
                                        van het aan te sluiten perceel.</al></li><li nr="2"><al>Bij de aanvraag van een aansluitvergunning dienen de
                                        volgende gegevens door de rechthebbende te worden
                                        verstrekt:</al><lijst><li nr="a"><al>de naam en het adres van de rechthebbende;</al></li><li nr="b"><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c"><al>de aanduiding dat het een verzoek om een
                                                aansluitvergunning betreft;</al></li><li nr="d"><al>de ligging van het aan te sluiten perceel:</al><lijst><li nr="1"><al>aan de hand van straat en huisnummer of,
                                                  indien nog geen huisnummer is toegekend, aan de
                                                  hand van het kadastraal nummer van het betreffende
                                                  perceel, en </al></li><li nr="2"><al>aangegeven op een situatieschets 1:1000 of
                                                  grotere schaal;</al></li></lijst></li><li nr="e"><al>voor zover het lozing van bedrijfsafvalwater
                                                betreft, de aard en de hoeveelheid van de af te
                                                voeren vloeistoffen, waarbij dient te worden
                                                aangegeven of niet verontreinigd water, zoals regen-
                                                of koelwater, en/of verontreinigd water, zoals
                                                huishoudelijk of industrieel afvalwater, zal worden
                                                afgevoerd;</al></li><li nr="f"><al>voor zover het enkel lozing van huishoudelijk
                                                afvalwater betreft, of er daarnaast hemelwater zal
                                                worden afgevoerd;</al></li><li nr="g"><al>van het aan te sluiten of te wijzigen particulier
                                                riool ten minste de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="1"><al>het leidingverloop en de dimensionering;</al></li><li nr="2"><al>de hoogteligging en het materiaal ter plaatse
                                                  van het aansluitpunt;</al></li><li nr="3"><al>een duidelijk verschil in kleur of symbolen
                                                  tussen de droogweer- en
                                                  hemelwaterafvoerleidingen;</al></li><li nr="4"><al>de wijze waarop de functies van de
                                                  verschillende leidingen van het particulier riool
                                                  ter plaatse van het aansluitpunt zullen worden
                                                  gemarkeerd.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="3"><al>Indien de gegevens bedoeld in het tweede lid, reeds zijn
                                        vastgelegd in de voor het perceel afgegeven bouwvergunning
                                        of een vergunning op grond van de Wet milieubeheer, kan bij
                                        de aanvraag van een aansluitvergunning voor dit perceel
                                        worden volstaan met het overleggen van een kopie van de
                                        gegevens uit deze vergunning.</al></li><li nr="4"><al>De aanvraag van een aansluitvergunning wordt slechts in
                                        behandeling genomen nadat bij de aanvraag alle in het tweede
                                        lid vermelde gegevens zijn verstrekt. Bij het ontbreken van
                                        gegevens wordt de rechthebbende daarover geïnformeerd en in
                                        de gelegenheid gesteld deze gegevens binnen vier weken na
                                        kennisgeving daarvan alsnog aan te vullen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Weigering van de aansluitvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Een aansluitvergunning kan slechts worden geweigerd indien
                                        aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool
                                        of wijziging van die aansluiting vanwege technische,
                                        juridische of milieuhygiënische redenen bezwaarlijk is.</al></li><li nr="2"><al>Aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool
                                        of wijziging van die aansluiting is in ieder geval
                                        bezwaarlijk indien:</al><lijst><li nr="a"><al>de hoogteligging van het aansluitpunt
                                                (binnenonderkant buis) lager ligt dan de bovenzijde
                                                van het openbaar riool, vermeerderd met 200 mm plus
                                                de benodigde hoogte voor het afschot van de
                                                aansluitleiding;</al></li><li nr="b"><al>de bovenzijde van een lozingtoestel lager is gelegen
                                                dan 150 mm boven de kruin van de straat, tenzij via
                                                een pompinstallatie voorzien van terugslagklep wordt
                                                aangesloten;</al></li><li nr="c"><al>de gevraagde aansluiting een samengevoegde
                                                voorziening betreft, terwijl een gescheiden openbaar
                                                riool aanwezig is;</al></li><li nr="d"><al>de gevraagde aansluiting een lozing voor afvalwater
                                                en/of bronneringswater betreft, waarvoor krachtens
                                                de geldende milieuwetgeving een vergunning benodigd
                                                is, maar niet is verleend, of niet aan de geldende
                                                algemene regels is voldaan;</al></li><li nr="e"><al>het openbaar riool ter plaatse van de
                                                aansluitleiding niet over voldoende capaciteit
                                                beschikt om de hoeveelheid te lozen vloeistoffen te
                                                kunnen afvoeren;</al></li><li nr="f"><al>het lozing van niet verontreinigd drainagewater
                                                betreft;</al></li><li nr="g"><al>de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet
                                                verontreinigd bronneringswater betreft, die zonder
                                                bezwaar op het oppervlaktewater kan worden
                                                aangesloten of middels retourbemaling kan worden
                                                afgevoerd;</al></li><li nr="h"><al>een bouwvergunning of een vergunning op grond van de
                                                Wet milieubeheer voor het aan te sluiten perceel is
                                                geweigerd.</al></li></lijst></li><li nr="3"><al>Een weigering van een aansluitvergunning is met redenen
                                        omkleed, waarbij burgemeester en wethouders de nadere eisen
                                        aangeven waaraan het particulier riool dient te voldoen om
                                        voor vergunningverlening in aanmerking te komen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verlening van de aansluitvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Burgemeester en wethouders besluiten binnen 8 weken na
                                        ontvangst op de aanvraag.</al></li><li nr="2"><al>In afwijking van het eerste lid houden burgemeester en
                                        wethouders de beslissing omtrent een aanvraag van een
                                        aansluitvergunning aan indien er geen reden is de vergunning
                                        te weigeren:</al><lijst><li nr="a"><al>terwijl voor het aan te sluiten perceel nog een
                                                aanvraag moet worden gedaan of in behandeling is
                                                voor een bouwvergunning krachtens artikel 40
                                                Woningwet.</al></li><li nr="b"><al>terwijl er voor het aan te sluiten perceel nog een
                                                aanvraag moet worden gedaan of in behandeling is
                                                voor een vergunning krachtens artikel 8.1 Wet
                                                milieubeheer.</al></li></lijst></li><li nr="3"><al>Rechthebbende wordt zo spoedig mogelijk van de aanhouding op
                                        de hoogte gesteld.</al></li><li nr="4"><al>Na verlening van de in lid 2 sub a en b bedoelde
                                        vergunningen, nemen burgemeester en wethouders alsnog binnen
                                        8 weken een besluit op de aanvraag.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>De aansluiting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Uitvoering aanleg of wijziging van de
                                    perceelaansluitleiding</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De uitvoering van de aanleg van een perceelaansluitleiding,
                                        inclusief de aansluiting op het openbaar riool, vindt niet
                                        plaats anders dan door of namens de gemeente.</al></li><li nr="2"><al>In afwijking van lid 1, kunnen burgemeester en wethouders na
                                        overleg met de rechthebbende besluiten dat de rechthebbende
                                        zelf de aansluiting uitvoert. Dit wordt aan de rechthebbende
                                        schriftelijk medegedeeld. De rechthebbende meldt het
                                        tijdstip van uitvoering minimaal 1 werkdag van te voren aan
                                        de gemeente.</al></li><li nr="3"><al>De aansluiting van de perceelaansluitleiding op de
                                        perceelleiding vindt slechts plaats, als de perceelleiding
                                        voldoet aan de daaraan op grond van het Bouwbesluit of de
                                        Bouwverordening gemeente Hattem te stellen eisen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Kosten van de aansluiting</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Burgemeester en wethouders stellen de kosten van de aanleg
                                        van de perceelaansluitleiding vast, aan de hand van de bij
                                        deze verordening vastgestelde tarievenlijst.</al></li><li nr="2"><al>De gemeente kan in ieder geval niet worden gehouden tot
                                        feitelijke aanleg van de perceelaansluitleiding over te
                                        gaan, voordat de rechthebbende zich schriftelijk akkoord
                                        heeft verklaard met de kosten van de aanleg van de
                                        perceelaansluitleiding die zijn begroot aan de hand van de
                                        in het eerste lid genoemde tarievenlijst, en de over die
                                        kosten verschuldigde omzetbelasting.</al></li><li nr="3"><al>De kosten voor de aanleg van de perceelaansluitleiding,
                                        zoals bedoeld in het tweede lid, kunnen niet meer in
                                        rekening worden gebracht indien deze reeds op andere wijze
                                        op de rechthebbende worden/zijn verhaald.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Beheer en Onderhoud</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Beheer, Onderhoud, renovatie en vervanging</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het beheer en onderhoud, de renovatie dan wel de vervanging
                                        van de perceelaansluitleiding wordt uitgevoerd door of
                                        namens de gemeente en voor rekening van de gemeente, tenzij
                                        de betreffende werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd ten
                                        gevolge van een onjuist gebruik van het particulier riool,
                                        in welk geval de kosten voor rekening van de rechthebbende
                                        of veroorzaker komen.</al></li><li nr="2"><al>Onder onjuist gebruik wordt in ieder geval begrepen:</al><lijst><li nr="a"><al>het via deze aansluiting lozen van stoffen die,
                                                vanwege hun aard en samenstelling, verstoppingen in
                                                de aansluitleiding of het openbaar riool
                                                veroorzaken;</al></li><li nr="b"><al>het via deze aansluiting lozen van stoffen die, door
                                                hun aard of concentratie, de constructie van de
                                                aansluitleiding aantasten.</al></li></lijst></li><li nr="3"><al>De kosten voor het onderhoud van het particulier riool komen
                                        voor rekening van de rechthebbende, tenzij vaststaat dat de
                                        noodzaak tot onderhoud is veroorzaakt door inspoeling vanuit
                                        het openbaar riool.</al></li><li nr="4"><al>Onder renovatie wordt tevens begrepen het aanpassen van de
                                        perceelaansluitleiding ten gevolge van een wijziging van het
                                        openbaar riool.</al></li><li nr="5"><al>Bij wijziging door de gemeente van de hoogteligging van het
                                        aansluitpunt dient de rechthebbende ervoor te zorgen dat het
                                        particulier riool hierop kan worden aangesloten op een
                                        zodanig wijze dat de afvoer vanuit het perceel ongehinderd
                                        kan plaatsvinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Calamiteiten</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Bij een verstopping of een andere storing in het particulier
                                        riool onderzoekt de rechthebbende of het een verstopping of
                                        een storing betreft in het particulier riool of in de
                                        perceelaansluitleiding.</al></li><li nr="2"><al>Indien na het in lid 1 bedoelde onderzoek wordt vermoed dat
                                        sprake is van een verstopping of storing in de
                                        perceelaansluitleiding of van een verstopping of storing als
                                        gevolg van inspoeling vanuit het openbaar riool, neemt de
                                        rechthebbende of de gebruiker contact op met de gemeente
                                        voor het verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden.</al></li><li nr="3"><al>Indien na het in lid 1 bedoelde onderzoek blijkt dat er
                                        sprake is van een verstopping of storing in het particulier
                                        riool dient de rechthebbende deze verstopping of storing
                                        zelf te verhelpen.</al></li><li nr="4"><al>Bij het door de gemeente verrichten van de in lid 2 bedoelde
                                        werkzaamheden dient de rechthebbende of gebruiker, voordat
                                        met de werkzaamheden wordt gestart, tevoren schriftelijk
                                        akkoord te gaan met de voorwaarde dat de kosten van de
                                        werkzaamheden aan hem in rekening worden gebracht, indien
                                        blijkt dat deze kosten voor zijn rekening zijn.</al></li><li nr="5"><al>Indien na het vrijgraven van het aansluitpunt blijkt dat de
                                        verstopping in de perceelaansluitleiding (uitlegger) zit,
                                        wordt een vergoeding van € 100,= gegeven. Als blijkt dat de
                                        gemeente opgeroepen is, terwijl de verstopping in de
                                        aansluitleiding zit, wordt eveneens het vaste bedrag (€
                                        100,=) in rekening gebracht.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Verwijdering aansluiting, sloop</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Zorgplicht</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden op een op het
                                        openbaar riool aangesloten perceel, moeten door de
                                        rechthebbende zodanige voorzieningen aan het particulier
                                        riool worden getroffen dat (bijvoorbeeld) verzanding van het
                                        openbare riool en de perceelaansluitleiding wordt
                                        voorkomen.</al></li><li nr="2"><al>Indien de rechthebbende bij sloopwerkzaamheden niet voldoet
                                        aan de in het eerste lid omschreven zorgplicht, heeft de
                                        gemeente de bevoegdheid de aansluiting op het openbaar riool
                                        af te sluiten en de hieraan verbonden kosten te verhalen op
                                        de rechthebbende.</al></li><li nr="3"><al>Indien het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt
                                        beëindigd is de rechthebbende verplicht de gemeente hiervan
                                        in kennis te stellen.</al></li><li nr="4"><al>Indien het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt
                                        beëindigd, wordt de aansluitleiding op kosten van de
                                        rechthebbende door de gemeente verwijderd.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>VI</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en Wethouders kunnen van de bepalingen in deze
                                verordening afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat
                                deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid
                                van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De aanvragen tot aansluiting of wijziging van een
                                        aansluiting die voor de datum van inwerkingtreding van deze
                                        verordening zijn ingediend vallen onder de bepalingen van
                                        deze verordening.</al></li><li nr="2"><al>Op aansluitingen die op het moment van de inwerkingtreding
                                        van deze verordening krachtens de tot dan geldende wetgeving
                                        en voorschriften tot stand zijn gebracht, zijn de bepalingen
                                        van afdeling IV en afdeling V van deze verordening
                                        rechtstreeks van toepassing.</al></li><li nr="3"><al>Bij strijd van deze verordening met bepalingen in
                                        overeenkomsten gesloten tussen de gemeente en de
                                        rechthebbende, prevaleert het bepaalde in deze
                                        overeenkomsten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag volgend op die
                                van haar bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Aansluitverordening
                                riolering Gemeente Hattem 2004.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al/><tussenkop>1. Opzet van de verordening</tussenkop><al>Uitgangspunt van deze verordening is dat voor een nieuwe aansluiting op het
                    riool of een wijziging van de bestaande aansluiting, een vergunning is vereist.
                    In de vergunning worden voorwaarden gesteld waaraan de aansluiting moet voldoen.
                    Deze voorwaarden betreffen allereerst de technische eisen waaraan de aansluiting
                    moet voldoen. De technische eisen betreffen het leidingverloop en de
                    dimensionering, de hoogteligging van de aansluitleiding en het materiaal ter
                    plaatse van het aansluitpunt. Ook worden nadere voorwaarden gesteld voor het
                    geval er een gescheiden rioolstelsel is. Dat wil zeggen dat er dan een aparte
                    aansluiting voor een hemelwaterriool en een aparte aansluiting voor een
                    vuilwaterriool worden aangelegd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met
                    de in het Bouwbesluit en Bouwverordening opgenomen bouwtechnische eisen.
                    Tenslotte zijn er voorwaarden opgenomen over onderhoud, renovatie en vervanging
                    van de aansluiting en beëindiging</al><al>van het gebruik van de aansluiting.</al><al/><al>Het gemeentelijk rioolstelsel wordt op een drietal plaatsen begrensd: het punt
                    waar afvalwater of overtollige neerslag wordt overgenomen van de producent
                    (doorgaans daar waar het particulier riool overgaat in gemeentelijk eigendom),
                    het punt waar afvalwater of de overtollige neerslag wordt overgedragen aan de
                    beheerder van de zuiveringstechnische werken en het punt waar overstortingen op
                    het oppervlaktewater plaats vinden.</al><al>Deze verordening heeft alleen betrekking op de begrenzing van het eerst genoemde
                    punt. Deze begrenzing, de plaats waar het particulier riool is aangesloten op de
                    perceelaansluitleiding (de uitlegger), wordt het aansluitpunt genoemd. Het
                    aansluitpunt wordt in de verordening gesitueerd op de kadastrale eigendomsgrens
                    van het aan te sluiten perceel of niet meer dan een halve meter daar
                    vandaan.</al><al>Deze definitie van het aansluitpunt kan aangepast worden aan de plaatselijke
                    situatie.</al><al>De aansluitleiding bestaat dus vanaf het hoofdriool achtereenvolgens uit de
                    perceelaansluitleiding, het aansluitpunt en het particuliere riool (ook wel
                    particuliere afvoerleiding genoemd).</al><al/><al>In het systeem van de verordening is een keuze gemaakt voor een verdeling van
                    het beheer van de aansluitleiding. Dit betekent dat de gemeente en de eigenaar
                    elk verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van een deel van de
                    aansluitleiding. Het deel van de aansluitleiding vanaf het aansluitpunt naar het
                    hoofdriool van het gemeentelijk rioolstelsel (de perceelaansluitleiding), wordt
                    beheerd door de gemeente. Dit deel van de aansluiting ligt onder de openbare
                    weg.</al><al>Als er nu bijvoorbeeld een verstopping is ontstaan in het particuliere riool,
                    dan moet de rechthebbende zelf en voor eigen rekening zorgdragen voor het
                    verhelpen van het probleem. Dit kan bijvoorbeeld door het inschakelen van een
                    installateur. Is er een verstopping ontstaan in de perceelaansluitleiding,
                    bijvoorbeeld door ingroeiende boomwortels of door verzakking, dan draagt de
                    gemeente zorg voor de reparatie. De kosten van onderhoud, renovatie en
                    vervanging van de perceelsaansluitleiding zijn voor de gemeente. Hierop is
                    echter wel een uit-zondering gemaakt. Als het aannemelijk is dat de betreffende
                    onderhouds- of herstelwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd als gevolg van een
                    onjuist gebruik van het riool, dan zijn de kosten voor rekening van de
                    rechthebbende of de veroorzaker van de schade.</al><al/><al>De aanleg van de perceelaansluitleiding geschiedt door de gemeente of door een
                    namens de gemeente in te schakelen aannemer. Deze legt de perceelaansluitleiding
                    aan voor rekening van de eigenaar. De kosten die de eigenaar moet betalen zijn
                    in beginsel de daadwerkelijke kosten van de aanleg. De tarieven worden
                    vastgelegd in een bij de verordening vastgestelde tarievenlijst.</al><al>De tarieven zijn genotretributies op grond van artikel 229 lid 1 Gemeentewet en
                    worden volgens het tweede lid van artikel 229 Gemeentewet aangemerkt als
                    gemeentelijke belastingen. In artikel 229b, eerste lid van de Gemeentewet is
                    bepaald, dat de tarieven zodanig moeten zijn vastgesteld, dat de geraamde baten
                    van de rechten niet uitgaan boven de geraamde kosten ter zake.</al><al>De verlening van de vergunning kan door de gemeente worden geweigerd indien
                    aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging van die
                    aansluiting vanwege technische, juridische of milieuhygiënische redenen
                    bezwaarlijk is. In de verordening is geen uitputtende regeling opgenomen met
                    betrekking tot weigeringsgronden voor het verlenen van de vergunning. Wel zijn
                    situaties opgenomen die in ieder geval worden aangemerkt als bezwaarlijk voor
                    het verlenen van een vergunning voor de aansluiting. Een van deze
                    weigeringsgronden is de aansluiting van drainagewater hetgeen in de lijn ligt
                    van het beleid van de vierde Nota waterhuishouding. Het Gemeentelijk
                    Rioleringsplan biedt de basis voor het weigeren van dit type lozingen.
                    Consequentie van het weigeren van deze lozingen kan zijn dat de gemeente een
                    drainagestelsel zal moeten aanleggen. </al><al>Overigens heeft de gemeente geen wettelijk vastgestelde ontvangstplicht voor
                    drainagewater.</al><al>Als een vergunningaanvraag wordt geweigerd moet deze weigering conform artikel
                    3:46 van de Algemene wet bestuursrecht voorzien zijn van een goede
                    motivering.</al><al/><al>De verordening is opgebouwd uit 14 artikelen, die zijn ondergebracht in zes
                    afdelingen. In afdeling I worden de begripsbepalingen gegeven. Afdeling II
                    regelt de vergunning: een omschrijving van de vergunningsplicht, de aanvraag, de
                    verlening en tot slot de gronden tot weigering. Tevens worden een
                    aanhoudingsplicht en eventueel een hardheidsclausule geregeld. In afdeling III
                    komt het tot stand brengen van de aansluiting aan de orde. Hierin worden het
                    verzoek tot aanleg of wijziging, de kosten en de uitvoering geregeld. Het
                    onderhoud komt in afdeling IV aan de orde, de verwijdering en sloop van de
                    aansluiting in afdeling V. De laatste afdeling tenslotte, afdeling VI, betreft
                    de overgangs- en slotbepalingen. </al><tussenkop>2. Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al/><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In artikel 1 worden de begripsbepalingen gegeven. De begrippenlijst is nogal
                        uitgebreid om te voorkomen dat onnodige discussie kan ontstaan over de
                        betekenis van bepaalde begrippen. Voor de uitleg van de bepalingen in de
                        aansluitverordening en de voorschriften in een aansluitvergunning, gelden de
                        definities van artikel 1.</al><al>In de vorige paragraaf is al stilgestaan bij de begrippen
                        perceelaansluitleiding, particulier riool en aansluitpunt. Omdat het
                        aansluitpunt de scheidingslijn vormt tussen de beheerverantwoordelijkheid
                        van de gemeente en de beheerverantwoordelijkheid van de rechthebbende is het
                        belangrijk dat een duidelijke definitie wordt gegeven van het aansluitpunt
                        die ook goed past bij de situatie in de gemeente. In veel gemeenten liggen
                        verschillende typen rioolstelsels. In artikel 1 worden daarom twee
                        definities gegeven voor een aansluitpunt, namelijk één voor de aansluitingen
                        op de gescheiden en gemengde stelsel en één voor de aansluitingen in het
                        buitengebied op de drukriolering.</al><al>Artikel 1 geeft ook een omschrijving van bronneringswater en drainagewater
                        omdat ook verzoeken aan de gemeente voor (tijdelijke) lozingen van dit water
                        onder het regime van de aansluitverordening vallen.</al><al>De rechthebbende is degene die een aansluitvergunning kan aanvragen. Verder
                        wordt een vereniging van eigenaren als rechthebbende aangemerkt omdat bij
                        appartementsgebouwen vaak maar één aansluiting aanwezig is voor het gehele
                        gebouw. De vereniging van eigenaren wordt dan de vergunninghouder voor de
                        betreffende aansluiting en zal vervolgens met de leden moeten regelen hoe
                        binnen het gebouw met verstoppingen en storingen wordt omgegaan. Dit geldt
                        ook voor een rechthebbende die zijn eigendom verhuurt. Hij dient er zelf
                        voor te zorgen dat de huurder de voorschriften van de aansluitvergunning
                        naleeft. Dit laatste geldt ook, als de verhuurder (rechthebbende in de zin
                        van de aansluitverordening) een woningbouwvereniging is. De
                        woningbouwvereniging is degene die een aansluitvergunning kan aanvragen. Zij
                        zal dan met haar huurders onderling afspraken kunnen maken omtrent het
                        gebruik van de aansluiting, maar de woningbouwvereniging is als
                        rechthebbende het aanspreekpunt in de relatie tot de gemeente. De huurders
                        van de woningbouwvereniging</al><al>zijn gebruikers in de zin van de aansluitverordening. Als rechthebbende
                        wordt niet alleen</al><al>aangemerkt de (perceel)eigenaar maar ook de zakelijke gerechtigde van een
                        aan te sluiten perceel.</al><al>Ook de rechtsopvolgers van deze eigenaren of zakelijk gerechtigden worden
                        aangemerkt als rechthebbende, zodat de vergunning geldig blijft in geval het
                        perceel bijvoorbeeld wordt verkocht.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><al>In artikel 2 wordt bepaald dat aansluiting van een particulier riool op het
                        openbaar riool of wijziging van een dergelijke aansluiting, verboden is
                        zonder vergunning. Deze vergunningsplicht voor het verkrijgen van een
                        aansluiting op de riolering is een belangrijk uitgangspunt van de
                        aansluitverordening.</al><al>In de vergunning kunnen voorschriften worden opgenomen omtrent het
                        particulier riool zoals dat aanwezig moet zijn op het moment dat de
                        aansluiting tot stand gebracht wordt. Daarnaast is het raadzaam de voor de
                        rechthebbende geldende regels uit de verordening met betrekking tot het
                        onderhoud, de renovatie, vervanging en sloop, expliciet in de vergunning te
                        vermelden. Zolang de betreffende aansluiting bestaat, blijven deze
                        voorschriften gelden. Bij wijziging van de aansluiting moet een nieuwe
                        vergunning worden aangevraagd.</al><al>In lid 2 wordt aangegeven dat burgemeester en wethouders alleen
                        aansluitvergunningen verlenen voor aansluitingen die overeenstemmen met het
                        openbaar riool ter plaatse. Dit betekent dat er bijvoorbeeld geen vergunning
                        kan worden verkregen voor de gemengde afvoer van hemelwater en het overige
                        afvalwater als ter plaatse een gescheiden stelsel ligt. Met deze bepaling in
                        lid 2 is een duidelijke basis gelegd voor handhavend optreden. Immers,
                        iemand die bijvoorbeeld een aansluiting heeft op de drukriolering en daar
                        later een leiding voor de afvoer van hemelwater op aansluit, handelt in
                        strijd met zijn vergunning. Overigens biedt de verordening geen basis voor
                        handhavend optreden voor situaties die al bestaan op het moment dat de
                        verordening in werking treedt.</al><al/><al>Lid 3 geeft nog een toevoeging aan lid 2 door te stellen dat voor elke
                        aansluiting afzonderlijk, bijvoorbeeld bij een gemengd stelsel voor de
                        afvoer van vuilwater en de afvoer van hemelwater een vergunning moet worden
                        aangevraagd. Bij het aansluiten van een perceel op een gemengd stelsel
                        zullen deze aansluitingen doorgaans tegelijk worden gerealiseerd zodat in
                        dat geval natuurlijk de voorwaarden voor dat perceel in één vergunning
                        kunnen worden opgenomen.</al><al>Als de vergunning is verleend kan de rechthebbende een verzoek doen aan
                        burgemeester en wethouders om de aansluiting tot stand te brengen. Om te
                        voorkomen dat de gemeente</al><al>aansluitvergunningen verleend voor percelen waar uiteindelijk geen
                        aansluiting tot stand wordt gebracht, kunnen burgemeester en wethouders
                        indien een jaar na de vergunningverlening nog geen verzoek is gedaan tot
                        aansluiting, de vergunning intrekken. Omdat net als een vergunningverlening
                        de intrekking is aan te merken als een beschikking in de zin van de Algemene
                        wet bestuursrecht, dient de rechthebbende in de gelegenheid te worden
                        gesteld toe te lichten waarom nog niet is verzocht tot aansluiting en moet
                        de intrekking worden voorzien van een deugdelijke motivering.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De vergunningaanvraag</titel></kop><al>Artikel 3 bepaalt dat de vergunning moet worden aangevraagd door de
                        rechthebbende. Om dit te vereenvoudigen, moet de aanvraag worden gedaan met
                        een daartoe bestemd formulier. </al><al>In het tweede lid is vastgelegd waaraan de aanvraag moet voldoen. Omdat het
                        mogelijk is dat de gevraagde gegevens die nodig zijn om een aansluiting goed
                        tot stand te brengen, reeds zijn vastgelegd in een bouwvergunning of een
                        vergunning op grond van de Wet milieubeheer, kan de aanvrager in dat geval
                        volstaan met een kopie van deze gegevens.</al><al>Op grond van lid 4 krijgt de aanvrager na daarover geïnformeerd te zijn nog
                        vier weken de tijd om de gegevens aan te vullen indien de overlegde gegevens
                        incompleet zijn. Als na het verstrijken van die periode de gegevens nog
                        steeds onvolledig zijn of opnieuw een onvolledige aanvraag wordt ingediend,
                        kunnen burgemeester en wethouders op basis van artikel 4:5 lid 1 van de
                        Algemene wet bestuursrecht besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Weigering van de aansluitvergunning</titel></kop><al>In artikel 4 is vastgelegd op welke gronden de vergunning geweigerd kan
                        worden. In lid 1 is aangegeven dat het moet gaan om technische, juridische
                        of milieuhygiënische weigeringsgronden. In lid 2 worden voorbeelden gegeven
                        van mogelijke weigeringsgronden. Sub a over de hoogteligging is bijvoorbeeld
                        een technische weigeringsgrond, sub f over de lozing van niet verontreinigd
                        drainagewater is bijvoorbeeld een milieuhygiënische grond en sub h over de
                        verlening van andere vergunningen een juridische grond. De in lid 2 genoemde
                        weigeringsgronden zijn niet uitputtend bedoeld en moeten worden gezien als
                        ondersteuning van de motivering om een vergunning te weigeren. Bij een
                        weigering wordt altijd aangegeven aan welke eisen moet worden voldaan om
                        alsnog voor de aansluitvergunning in aanmerking te komen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verlening van de aansluitvergunning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders moeten op grond van artikel 5 lid 1 binnen 8
                        weken beslissen op de aanvraag. Deze termijn moet voldoende zijn om een
                        aanvraag voor een aansluitvergunning af te werken, en komt overeen met de
                        termijn die in de Algemene wet bestuursrecht als redelijk wordt aangemerkt
                        in het geval er geen termijn is bepaald. In geval de rechthebbende voor het
                        betreffende perceel ook nog een aanvraag voor een bouwvergunning of een
                        vergunning op grond van de Wet milieubeheer heeft lopen, wordt de aanvraag
                        voor de aansluitvergunning aangehouden totdat deze vergunningen zijn
                        verleend. Een weigering deze vergunningen te verlenen, vormt een directe
                        weigeringsgrond voor de aansluitvergunning. Deze weigeringsgrond is
                        opgenomen in artikel 4.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Uitvoering aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding</titel></kop><al>In artikel 6 wordt bepaald dat de aanleg van de perceelaansluitleiding
                        geschiedt door of vanwege de gemeente. Omdat de gemeente er onder andere in
                        verband met het ontwijken van kabels en leidingen ook voor kan kiezen eerst
                        de perceelaansluitleiding (te doen) aan te leggen en daarna pas het
                        particulier riool te (doen) realiseren, is in lid 2 de mogelijkheid
                        opgenomen om van lid 1 af te wijken. Na overleg met de rechthebbende, kan in
                        de aansluitvergunning worden vastgelegd dat de rechthebbende de aansluiting
                        zelf uitvoert. Ook kunnen burgemeester en wethouders deze mogelijkheid
                        gebruiken om de aansluiting door de rechthebbende te laten realiseren
                        wanneer de aannemer aan wie de gemeente gewoonlijk dit werk uitbesteedt ook
                        het particulierriool aanlegt. Om toch controle van gemeentewege mogelijk te
                        houden is de meldingsplicht opgenomen.</al><al>Lid 3 geeft aan dat een aansluiting niet plaats vindt als het particulier
                        riool niet voldoet aan de</al><al>daaraan te stellen bouwtechnische eisen. Deze bepaling moet worden gezien
                        als een zogenaamde vangnet bepaling. In de meeste gevallen zal op basis van
                        de eisen die zijn gesteld in een bouwvergunning al een particulier riool
                        aanwezig zijn dat voldoet aan de eisen. Daarnaast vormt ook het feit dat een
                        particulier riool niet goed is aangelegd een grond om de aansluitvergunning
                        te weigeren.</al><al>Alleen in geval toch al een aansluitvergunning is verleend en nadien
                        bijvoorbeeld het particulier riool nog is verlegd of beschadigd, kan op
                        basis van artikel 6 lid 3 toch worden afgezien van aansluiting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Kosten van de aansluiting</titel></kop><al>Het bedrag dat de rechthebbende voor de (aanleg van de) aansluiting dient te
                        betalen, moet worden aangemerkt als een recht dat wordt geheven ter zake van
                        het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten
                        (artikel 229 lid 1 sub b Gemeentewet). Dit betekent dat het in rekening
                        gebrachte bedrag niet hoger mag zijn dan de kosten die de gemeente in
                        werkelijkheid moet maken. </al><al>In lid 2 is de bepaling vastgelegd dat burgemeester en wethouders niet zijn
                        gehouden tot feitelijke uitvoering als de kosten voor de aanleg niet zijn
                        voldaan èn als de leges voor het behandelen van de vergunningaanvraag niet
                        is voldaan. </al><al>De kosten die op basis van de tarievenlijst worden doorberekend, zijn de
                        kosten voor het realiseren van de aansluiting, de zogenaamde
                        rioolaansluitrechten. Deze kunnen worden verhaald op de eigenaar of
                        gebruiker van een zaak die is aangesloten op de riolering. Het totaal van de
                        geraamde opbrengsten mag niet hoger zijn dan het totaal van de geraamde
                        kosten. Wat die kosten zijn, kan worden vastgelegd in de tarievenlijst. Ook
                        is het mogelijk dat de kosten reeds zijn verhaald bij de bouw van de woning,
                        bijvoorbeeld door de exploitatieverordening. Dan is het niet meer mogelijk
                        de kosten via de aansluitverordening te verhalen. Om aan dit laatste uiting
                        te geven, is in artikel 7 van de verordening een derde lid toegevoegd,
                        waarin is aangegeven dat de kosten voor de aanleg van de
                        perceelaansluitleiding niet meer in rekening kunnen worden gebracht indien
                        deze reeds op andere wijze op de rechthebbende zijn of worden verhaald.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Beheer, onderhoud, renovatie en vervanging</titel></kop><al>Artikel 8 geeft nadere regels over het beheer en onderhoud, de renovatie en
                        vervanging. Deze worden door en voor rekening van de gemeente uitgevoerd tot
                        het aansluitpunt, gerekend vanaf het openbaar riool, tenzij het aannemelijk
                        is dat de betreffende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd ten gevolge van
                        een onjuist gebruik van het particulier riool. In dat geval komen de kosten
                        voor rekening van de rechthebbende. De rechthebbende moet zorgen dat de door
                        hem gebruikte aansluiting vrij blijft van aanslag, slib, en dergelijke,
                        waardoor op den duur de leiding verstopt kan raken. De rechthebbende is zelf
                        verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het particulier riool,
                        tenzij aannemelijk is dat de noodzaak tot onderhoud is veroorzaakt door
                        terugstroming van afvalwater uit het openbaar riool.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Calamiteiten</titel></kop><al>In artikel 9 is een calamiteitenregeling opgenomen om te voorkomen dat voor
                        elk probleem de gemeente erbij wordt geroepen. Om te voorkomen dat de
                        rechthebbende of de gebruiker voor elke storing of verstopping meteen de
                        gemeente belt, is in lid 1 de regel opgenomen dat in geval van storing of
                        verstopping de rechthebbende eerst moet vaststellen waar de storing zich in
                        de aansluitleiding bevindt. Als hij geconstateerd heeft, dat de storing in
                        de perceelaansluitleiding zit, kan hij de gemeente laten komen om de storing
                        of verstopping op te heffen.</al><al>In lid 3 wordt nadrukkelijk gesteld dat de rechthebbende zelf
                        verantwoordelijk is voor het verhelpen van verstoppingen in het particulier
                        riool. Dit betekent dat de rechthebbende, indien hij het pand bijvoorbeeld
                        verhuurt, bij calamiteitenvoor de gebruiker het van het particuliere riool
                        het aanspreekpunt is.</al><al>Verder geeft het artikel een regeling voor het geval toch de hulp wordt
                        ingeroepen van de gemeente, omdat wordt vermoed dat het een storing betreft
                        waarvoor de gemeente verantwoordelijk is.</al><al>Leidraad R</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Zorgplicht</titel></kop><al>In artikel 10 zijn bepalingen opgenomen over de zorg die betracht moet
                        worden bij werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan het openbaar
                        riool. In lid 3 en lid 4 is vastgelegd dat bij definitieve beëindiging van
                        het gebruik van een aansluitleiding, de aansluitvergunning wordt ingetrokken
                        en de leiding wordt verwijderd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Om te voorkomen dat toepassing van de bepalingen van deze verordening in een
                        concreet geval zou leiden tot een beslissing in strijd met de redelijkheid
                        en billijkheid, is in artikel 11 een hardheidsclausule opgenomen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Omdat met het van kracht worden van de aansluitverordening juridisch een
                        nieuwe situatie ontstaat, zijn in artikel 12 een aantal overgangsbepalingen
                        opgenomen. </al><al>Aanvragen tot aansluiting of wijziging van een aansluiting die na de
                        inwerkingtreding van de</al><al>verordening nog in behandeling moeten worden genomen, worden behandeld
                        volgens de regeling in de verordening. In lid 2 zijn op alle reeds bestaande
                        aansluitingen de bepalingen met betrekking tot het beheer en onderhoud en de
                        zorgplicht bij verwijdering en sloop van toepassing verklaard. Uiteraard mag
                        deze toepassing geen strijd opleveren met de algemene beginselen van
                        behoorlijk bestuur. Bij wijziging van een bestaande aansluiting bestaat
                        uiteraard de plicht om daarvoor een aansluitvergunning aan te vragen.</al><al>Omdat het denkbaar is dat voor het tot stand brengen van rioolaansluitingen
                        in het verleden met perceeleigenaren overeenkomsten zijn gesloten waarin
                        afspraken zijn gemaakt die strijd opleveren met de aansluitverordening, is
                        in lid 3 vastgelegd dat in dergelijke situaties de bepalingen van de
                        overeenkomst prevaleren. Het zou immers in strijd zijn met het
                        rechtszekerheidsbeginsel als deze afspraken zomaar opzij worden gezet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>en 14</titel></kop><al>Artikel 13 en 14, over de inwerkingtreding en de citeertitel spreken voor
                        zich.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>