<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>285896_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening gemeente Dalfsen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dalfsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-04-25</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">KernPUNTEN, 01-05-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening gemeente Dalfsen
                2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005537&amp;artikel=4:23">Algemene
                wet bestuursrecht, artikel 4:23 </dcterms:source><dcterms:subject>algemeen</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued>2013-04-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-05-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-09-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>12-03-2013, nummer 36</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg &amp; welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><lijst><li nr="·"><al>Beleidsregels eerste hulp bij ongevallen </al></li><li nr="·"><al>Beleidsregels hulp aan slachtoffers </al></li><li nr="·"><al>Beleidsregels jeugdsportsubsidie </al></li><li nr="·"><al>Beleidsregels ouderenbonden </al></li><li nr="·"><al>Beleidsregels sportsubsidie voor verenigingen en instellingen die zich
                            bezighouden met het bevorderen en ondersteunen van sportactiviteiten
                            voor mensen met een beperking </al></li><li nr="·"><al>Beleidsregels van het product behartiging plaatselijk belang </al></li><li nr="·"><al>Beleidsregels van het product emancipatie </al></li><li nr="·"><al>Beleidsregels van het product professioneel sociaal-cultureel werk en
                            opbouwwerk Beleidsregels van het product sociaal-cultureel werk
                            gehandicapten </al></li><li nr="·"><al>Beleidsregels van het product speel-o-theek voor kinderen met een
                            ontwikkelingsachterstand </al></li><li nr="·"><al>Beleidsregels van het product vrijwillig jeugd- en jongerenwerk </al></li></lijst></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><officiele-inhoudsopgave><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><inhoud-groep><inhoud><titel>Hoofdstuk 1 Inleiding </titel></inhoud><inhoud-groep><inhoud><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen </titel></inhoud></inhoud-groep><inhoud><titel>Hoofdstuk 2 Reikwijdte en bevoegdheden </titel></inhoud><inhoud-groep><inhoud><titel>Artikel 2 Reikwijdte van de verordening </titel></inhoud><inhoud><titel>Artikel 3 Subsidieplafond </titel></inhoud><inhoud><titel>Artikel 4 Taken van het college </titel></inhoud><inhoud><titel>Artikel 5 Weigeringsgronden </titel></inhoud></inhoud-groep><inhoud><titel>Hoofdstuk 3 Algemene verplichtingen </titel></inhoud><inhoud-groep><inhoud><titel>Artikel 6 Informatieplicht </titel></inhoud><inhoud><titel>Artikel 7 Verantwoording door de subsidieontvanger </titel></inhoud><inhoud><titel>Artikel 8 Verzekering </titel></inhoud><inhoud><titel>Artikel 9 Overige verplichtingen </titel></inhoud></inhoud-groep><inhoud><titel>Hoofdstuk 4 Budgetsubsidie </titel></inhoud><inhoud-groep><inhoud><titel>Artikel 10 Budgetsubsidie </titel></inhoud><inhoud><titel>Artikel 11 Aanvraag budgetsubsidie </titel></inhoud><inhoud><titel>Artikel 12 Verlening budgetsubsidie </titel></inhoud><inhoud><titel>Artikel 13 Uitvoeringsovereenkomst </titel></inhoud><inhoud><titel>Artikel 14 Vaststelling budgetsubsidie </titel></inhoud></inhoud-groep><inhoud><titel>Hoofdstuk 5 activiteiten- en projectsubsidie </titel></inhoud><inhoud-groep><inhoud><titel>Artikel 15 Activiteitensubsidie </titel></inhoud><inhoud><titel>Artikel 16 Projectsubsidie </titel></inhoud><inhoud><titel>Artikel 17 Aanvraag activiteiten- of projectsubsidie </titel></inhoud><inhoud><titel>Artikel 18 Verlening en vaststelling activiteiten- of
                                projectsubsidie </titel></inhoud></inhoud-groep><inhoud><titel>Hoofdstuk 6 Algemene bepalingen </titel></inhoud><inhoud-groep><inhoud><titel>Artikel 19 Voorschot </titel></inhoud><inhoud><titel>Artikel 20 Onbedoeld voordeel door subsidieverstrekking </titel></inhoud></inhoud-groep><inhoud><titel>Hoofdstuk 7 Overgangs- en slotbepalingen </titel></inhoud><inhoud-groep><inhoud><titel>Artikel 21 Overgangsrecht </titel></inhoud><inhoud><titel>Artikel 22 Algemene hardheidsclausule </titel></inhoud><inhoud><titel>Artikel 23 Slotbepaling </titel></inhoud></inhoud-groep></inhoud-groep></officiele-inhoudsopgave><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Dalfsen;</al><al>gelezen het voorstel van d.d. 12 maart 2013, nummer 36;</al><al>overwegende dat er in het kader van juridische kwaliteitszorg behoefte is
                        aan een aanpassing van de algemene subsidieverordening;</al><al>gelet op de bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht;</al><al>b e s l u i t:</al><al>vast te stellen <vet>“Algemene subsidieverordening gemeente Dalfsen
                            2013”</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al>aanvrager</al></entry><entry><al>een rechtspersoon met volledige of beperkte
                                                rechtsbevoegdheid of één of meer natuurlijke
                                                personen, die activiteiten zonder winstoogmerk
                                                verricht(en) in de gemeente Dalfsen of die
                                                activiteiten verricht(en) die zijn gericht op
                                                inwoners uit de gemeente Dalfsen.</al></entry></row><row><entry><al>accountantsverklaring</al></entry><entry><al>verklaring met een redelijke mate van zekerheid van
                                                een register accountant dan wel van een accountant
                                                administratie consulent over juistheid van de
                                                financiële verantwoording. </al></entry></row><row><entry><al>activiteiten</al></entry><entry><al>met de gebruikmaking van de subsidie te leveren
                                                producten, diensten of prestaties.</al></entry></row><row><entry><al>activiteitensubsidie</al></entry><entry><al>jaarlijkse subsidie tot € 15.000 voor activiteiten. </al><al>balans een overzicht van de bezittingen, de schulden
                                                en het eigen vermogen van de aanvrager en/of
                                                subsidieontvanger op een bepaald moment.</al></entry></row><row><entry><al>balans</al></entry><entry><al>een overzicht van de bezittingen, de schulden en het
                                                eigen vermogen van de aanvrager en/of
                                                subsidieontvanger op een bepaald moment.</al></entry></row><row><entry><al>balanstotaal</al></entry><entry><al>de som van alle activa op de balans. </al></entry></row><row><entry><al>beoordelingsverklaring</al></entry><entry><al>verklaring met een beperkte mate van zekerheid van
                                                een registeraccountant dan wel van een accountant
                                                administratie consulent over de financiële
                                                verantwoording.</al></entry></row><row><entry><al>boekjaar</al></entry><entry><al>kalenderjaar</al></entry></row><row><entry><al>budgetsubsidie</al></entry><entry><al>jaarlijkse subsidie vanaf € 15.000 voor activiteiten
                                                waarbij de gemeente het recht op subsidie
                                                afhankelijk stelt van inhoudelijke eisen waaraan de
                                                activiteiten moeten voldoen.</al></entry></row><row><entry><al>college</al></entry><entry><al>het college van burgemeester en wethouders van de
                                                gemeente Dalfsen.</al></entry></row><row><entry><al>jaarrekening</al></entry><entry><al>een jaarlijkse financiële verantwoording van de
                                                exploitatie (baten en lasten) over een kalenderjaar
                                                die correspondeert met de begroting voor dat
                                                betreffende kalenderjaar.</al></entry></row><row><entry><al>jaarverslag</al></entry><entry><al>een door de aanvrager en/of subsidieontvanger te
                                                maken overzicht van gerealiseerde activiteiten over
                                                een bepaald kalenderjaar.</al></entry></row><row><entry><al>projectsubsidie</al></entry><entry><al>incidentele subsidie voor een eenmalige activiteit
                                                of een samenhangend geheel van activiteiten, die
                                                gedurende een bepaalde tijd worden uitgevoerd om een
                                                nader omschreven doel te bereiken.</al></entry></row><row><entry><al>raad</al></entry><entry><al>de gemeenteraad van de gemeente Dalfsen.</al></entry></row><row><entry><al>subsidieontvanger</al></entry><entry><al>elke aanvrager aan wie subsidie wordt
                                                verstrekt.</al></entry></row><row><entry><al>subsidieplafond</al></entry><entry><al>het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten
                                                hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van
                                                subsidies krachtens een bepaald wettelijk
                                                voorschrift.</al></entry></row><row><entry><al>tendersysteem</al></entry><entry><al>verdeelsystematiek waarbij de aanvragen die voor een
                                                bepaalde datum zijn ingediend worden beoordeeld op
                                                hun kwaliteit wat resulteert in een rangorde. </al></entry></row><row><entry><al>uitvoeringsovereenkomst</al></entry><entry><al>een overeenkomst die door de instelling en het
                                                college wordt gesloten ter uitwerking van een
                                                beschikking voor budgetsubsidie.</al></entry></row><row><entry><al>voorschot</al></entry><entry><al>de betaling van (een deel van) de subsidie
                                                voorafgaand aan de subsidievaststelling.</al></entry></row><row><entry><al>wet</al></entry><entry><al>Algemene wet bestuursrecht</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte en bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte van de verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op alle door het college te
                                verstrekken subsidies voor zover deze niet in een specifieke
                                verordening geregeld worden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van lid 1 is deze verordening niet van toepassing op
                                subsidies die in het kader van provinciale, landelijke of Europese
                                subsidieregelingen verstrekt worden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan, al dan niet gelijktijdig bij de vaststelling van de
                                gemeentebegroting, subsidieplafonds vaststellen voor het toekennen
                                van subsidies voor het komende jaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Wanneer de raad overeenkomstig artikel 3 lid 1
                                        subsidieplafonds vaststelt, worden subsidies verdeeld op
                                        basis van het tendersysteem. </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>De raad stelt vast hoe het tendersysteem wordt toegepast op
                                        de betreffende subsidieplafonds.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Artikel 3 lid 2 is niet van toepassing op activiteitensubsidies die
                                per deelnemer of lid wordt verstrekt. Wordt het subsidieplafond voor
                                deze subsidies overschreden, dan wordt het beschikbare budget naar
                                rato verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt het vastgestelde subsidieplafond en de wijze van
                                verdeling bekend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Taken van het college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan subsidie verstrekken voor activiteiten die passen
                                binnen het gemeentelijk beleid en/of de beleidsregels op het gebied
                                van:</al><lijst><li nr="-"><al>inburgering en integratie </al></li><li nr="-"><al>integrale veiligheid </al></li><li nr="-"><al>jeugd </al></li><li nr="-"><al>peuterspeelzaalwerk en voorschoolse educatie</al></li><li nr="-"><al>kunst en cultuur</al></li><li nr="-"><al>leefbaarheid en participatie </al></li><li nr="-"><al>lokaal gezondheidsbeleid </al></li><li nr="-"><al>maatschappelijke opvang en begeleiding </al></li><li nr="-"><al>mantelzorgondersteuning en vrijwillige thuiszorg</al></li><li nr="-"><al>ouderen</al></li><li nr="-"><al>recreatie en toerisme </al></li><li nr="-"><al>samenlevingsopbouw</al></li><li nr="-"><al>schuldhulpverlening </al></li><li nr="-"><al>sport </al></li><li nr="-"><al>verkeersveiligheid</al></li><li nr="-"><al>vrijwillige inzet</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college brengt tenminste eenmaal in de vier jaar verslag uit
                                over de doeltreffendheid en de effecten van de verleende
                                subsidies.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan beleidsregels vaststellen over de wijze waarop en de
                                voorwaarde waaronder subsidies op de in lid 1 genoemde gebieden
                                verstrekt worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De subsidie kan door het college worden geweigerd indien:</al><lijst><li nr="1."><al>niet wordt voldaan aan de bepalingen in deze verordening, </al></li><li nr="2."><al>het subsidieplafond zoals door de raad is vastgesteld wordt
                                    overschreden (art. 4:25 van de wet), </al></li><li nr="3."><al>een situatie bedoeld in artikel 4:35 van de wet
                                    (weigeringsgronden) zich voordoet.</al></li><li nr="4."><al>de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de
                                    gemeente Dalfsen of inwoners van de gemeente Dalfsen en/of dat
                                    er te weinig inwoners van de gemeente Dalfsen bij gebaat
                                    zijn,</al></li><li nr="5."><al>de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor
                                    het doel waarvoor een subsidie beschikbaar wordt gesteld,</al></li><li nr="6."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                    ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of
                                    de openbare orde,</al></li><li nr="7."><al>de subsidieverstrekking niet past binnen het gevoerde beleid
                                    en/of de beleidsregels van de gemeente Dalfsen op het
                                    betreffende beleidsterrein dan wel dat de betreffende
                                    activiteiten in dat kader onvoldoende prioriteit hebben,</al></li><li nr="8."><al>er in geval van regionale of landelijke initiatieven sprake is
                                    van doublures in activiteiten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Algemene verplichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien sprake is van veranderingen bij de aanvrager en/of
                                subsidieontvanger die van invloed kunnen zijn op het recht op
                                subsidie, is de aanvrager of subsidieontvanger verplicht deze zo
                                spoedig mogelijk schriftelijk aan het college te melden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvrager is verplicht op verzoek van het college alle
                                inlichtingen te verstrekken die nodig zijn om het recht op subsidie
                                te kunnen onderzoeken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verantwoording door de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een subsidiebedrag van € 50.000 tot € 350.000 per boekjaar moet
                                de jaarrekening (bij budgetsubsidies) of de financiële
                                verantwoording (bij projectsubsidies) voorzien zijn van een
                                beoordelingsverklaring.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een subsidiebedrag van € 350.000 per boekjaar of meer moet de
                                jaarrekening (bij budgetsubsidies) of de financiële verantwoording
                                (bij projectsubsidies) voorzien zijn van een
                                accountantsverklaring.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verzekering</titel></kop><al>Een subsidieontvanger is verplicht zich te verzekeren tegen
                            aansprakelijkheid en ongevallen voor zover dit niet gemeentelijk
                            geregeld is voor vrijwilligersorganisaties. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Overige verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht om mee te werken aan door het
                                college in te stellen of ondersteunde onderzoeken die zijn gericht
                                op het verkrijgen van gegevens voor het beleid van de gemeente, de
                                provincie of het rijk op de gebieden zoals genoemd in artikel 4 lid
                                1. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de subsidieontvanger andere verplichtingen (zoals
                                bedoeld in artikel 4:38 van de wet) opleggen door deze op te nemen
                                in een beschikking tot subsidieverstrekking, een
                                subsidieovereenkomst of in beleidsregels. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Budgetsubsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Budgetsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een budgetsubsidie wordt door het college verleend voor een tijdvak
                                van maximaal vier boekjaren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Budgetsubsidies worden jaarlijks voorafgaand aan het kalenderjaar
                                geïndexeerd. De indexering van de loonkosten is gebaseerd op de
                                laatst vastgestelde en bekende CAO voor de betreffende sector op het
                                moment van indexering. De overige kosten worden geïndexeerd met het
                                indexpercentage dat bij de vaststelling van de gemeentebegroting
                                voor prijscompensatie wordt opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan besluiten dat voor bepaalde subsidies afgeweken
                                wordt van de wijze van indexeren zoals bepaald in lid 2. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanvraag budgetsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvrager dient de subsidieaanvraag uiterlijk 1 november,
                                voorafgaand aan het eerste boekjaar van het tijdvak waarvoor
                                subsidie wordt aangevraagd, in bij het college. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvrager die de subsidieaanvraag niet volledig voor de datum
                                genoemd in lid 1 heeft ingediend, wordt verzocht om de benodigde
                                gegevens alsnog binnen vier weken toe te sturen. Is de aanvraag na
                                deze termijn nog niet compleet, dan wordt de aanvraag niet in
                                behandeling genomen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de aanvraag worden de volgende stukken ingeleverd (voor zover
                                deze nog niet in het bezit van het college zijn):</al><lijst><li nr="a."><al>de laatst vastgestelde jaarrekening, tenzij de aanvrager
                                        minder dan een jaar werkzaam is. </al></li><li nr="b."><al>een activiteitenplan voor het tijdvak waarvoor subsidie
                                        wordt aangevraagd.</al></li><li nr="c."><al>een begroting voor het tijdvak waarvoor subsidie wordt
                                        aangevraagd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een aanvrager, zijnde een rechtspersoon, die voor het eerst een
                                aanvraag bij het college indient, voegt bij de aanvraag de laatst
                                vastgestelde statuten en een bewijs van inschrijving bij de Kamer
                                van Koophandel. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als een aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven ook subsidie heeft
                                aangevraagd of gaat aanvragen bij een ander bestuursorgaan, wordt
                                dit bij de aanvraag aangegeven. Een kopie van de aanvraag wordt
                                toegevoegd, dan wel zo spoedig mogelijk nagezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Verlening budgetsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college maakt de beschikking tot verlening of weigering van de
                                subsidie binnen acht weken na vaststelling van de gemeentebegroting
                                bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de termijn, genoemd in lid 1, met ten hoogste acht
                                weken verlengen. Zij stelt de aanvrager, voor afloop van de in lid 1
                                bedoelde termijn, hiervan schriftelijk in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Uitvoeringsovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter uitwerking van de beschikking tot verlening van budgetsubsidie
                                kan het college een uitvoeringsovereenkomst met de subsidieontvanger
                                sluiten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een uitvoeringsovereenkomst kunnen onder andere afspraken gemaakt
                                worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>de relatie tussen de activiteiten en het
                                        subsidiebedrag;</al></li><li nr="b."><al>de gevolgen van het niet tot stand brengen van activiteiten
                                        en/of resultaten;</al></li><li nr="c."><al>tussenrapportage over afgesproken activiteiten en behaalde
                                        resultaten met een prognose over de voortgang;</al></li><li nr="d."><al>de contributie van leden of bijdragen van deelnemers aan
                                        activiteiten;</al></li><li nr="e."><al>de duur van de uitvoeringsovereenkomst.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vaststelling budgetsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de vaststelling van budgetsubsidie van het afgelopen boekjaar
                                dient de subsidieontvanger vóór 1 november van het daaropvolgende
                                boekjaar de volgende stukken bij het college in:</al><lijst><li nr="a."><al>de jaarrekening over het afgelopen boekjaar, aansluitend op
                                        de ingediende begroting, inclusief de balans.</al></li><li nr="b."><al>het jaarverslag van het afgelopen boekjaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de budgetsubsidie vast binnen acht weken na
                                ontvangst van de stukken als bedoeld in lid 1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de subsidieontvanger niet binnen de in lid 1 bedoelde
                                indieningtermijn de jaarrekening en het jaarverslag heeft ingediend,
                                wordt verzocht om de stukken alsnog binnen vier weken in te dienen.
                                Als de stukken na het verstrijken van deze termijn niet of niet
                                volledig zijn ontvangen stelt het college de subsidie ambtshalve
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de beschikking zoals bedoeld in artikel 12 kan, in afwijking van
                                lid 1, worden vastgelegd dat een meerjarige budgetsubsidie na afloop
                                van de gehele subsidieperiode wordt vastgesteld. De
                                subsidieontvanger dient de financiële en inhoudelijke verantwoording
                                van de afgelopen subsidieperiode vóór 1 oktober van het
                                daaropvolgende boekjaar in bij het college.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>activiteiten- en projectsubsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Activiteitensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een activiteitensubsidie wordt door het college verleend voor een
                                tijdvak van maximaal vier boekjaren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Activiteitensubsidies worden jaarlijks geïndexeerd. Daarbij geldt
                                het indexpercentage dat bij de vaststelling van de gemeentebegroting
                                voor prijscompensatie wordt opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Projectsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een projectsubsidie wordt eenmalig verleend voor een tijdvak van
                                maximaal vier jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan besluiten een projectsubsidie met maximaal vier jaar
                                te verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Aanvraag activiteiten- of projectsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij in beleidsregels als bedoeld in artikel 4 lid 3 anders is
                                aangegeven, heeft de aanvrager twee momenten voor indiening van de
                                subsidieaanvraag bij het college: </al><lijst><li nr="a."><al>uiterlijk 1 november voorafgaand aan het eerste boekjaar van
                                        het tijdvak waarvoor subsidie wordt aangevraagd.</al></li><li nr="b."><al>na 1 november voorafgaand aan het boekjaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvrager die de subsidieaanvraag niet volledig binnen de
                                termijn genoemd in lid 1 heeft ingediend, wordt verzocht om de
                                benodigde gegevens alsnog binnen vier weken toe te sturen. Is de
                                aanvraag na deze termijn nog niet compleet, dan wordt de aanvraag
                                niet in behandeling genomen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanvragen die worden ingediend na 1 november worden alleen
                                inhoudelijk behandeld als het subsidieplafond nog niet bereikt is.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Tenzij in beleidsregels als bedoeld in artikel 4 lid 3 anders is
                                aangegeven, wordt bij de aanvraag een activiteitenplan en begroting
                                van inkomsten en uitgaven voor de betreffende activiteit(en)
                                gevoegd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als een aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven ook subsidie heeft
                                aangevraagd of gaat aanvragen bij een ander bestuursorgaan, wordt
                                dit bij de aanvraag aangegeven. Een kopie van de aanvraag wordt
                                bijgevoegd, dan wel zo spoedig mogelijk nagezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verlening en vaststelling activiteiten- of
                                projectsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college maakt de beschikking tot verlening en vaststelling óf
                                tot weigering van de subsidie binnen acht weken na ontvangst van de
                                aanvraag bekend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de gemeentebegroting voor het boekjaar waarvoor subsidie wordt
                                aangevraagd nog niet is vastgesteld, wordt de beschikking, in
                                afwijking van lid 1, binnen acht weken na vaststelling van de
                                gemeentebegroting bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de termijn, genoemd in lid 1, met ten hoogste acht
                                weken verlengen. Zij stelt de subsidieaanvrager, voor afloop van de
                                in lid 1 bedoelde termijn, hiervan schriftelijk in kennis.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Project- of activiteitensubsidie kan in afwijking van lid 1 na
                                afloop van het subsidietijdvak worden vastgesteld. Voor de
                                vaststelling geldt in dat geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de subsidieontvanger stuurt het college binnen zes maanden
                                        na afloop van het subsidietijdvak een inhoudelijke en
                                        financiële verantwoording van de activiteiten, tenzij in de
                                        beschikking anders is bepaald. </al></li><li nr="b."><al>het college stelt de subsidie vast binnen acht weken nadat
                                        de verantwoording bedoeld in lid 4a. is ontvangen.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Voorschot</titel></kop><al>Verleende subsidies kunnen als voorschot worden uitbetaald, in maximaal
                                <cursief>twaalf gelijke</cursief> termijnen per jaar. De
                            betalingstermijnen worden opgenomen in de beschikking tot
                            subsidieverlening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Onbedoeld voordeel door subsidieverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid van de wet, is de
                                subsidieontvanger aan het college een vergoeding van de
                                vermogenswaarden verschuldigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de vergoeding wordt vastgesteld door het college, na
                                de subsidieontvanger gehoord te hebben. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van
                                de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het
                                tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt. In geval van
                                ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van
                                zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door
                                de subsidieontvanger wordt ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij onroerende zaken wordt de waarde door een onafhankelijke
                                deskundige bepaald.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op subsidies die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn
                                aangevraagd en/of verleend, blijft het recht zoals dat gold ten
                                tijde van de aanvraag en/of subsidieverlening van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op subsidies, waarbij vóór de inwerkingtreding van deze
                                subsidieverordening in een meerjarige uitvoeringsovereenkomst
                                afspraken zijn gemaakt die afwijken van de bepalingen in deze
                                verordening, blijven deze afspraken van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Algemene hardheidsclausule</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of toepassing van deze
                            verordening leidt tot onbillijkheid of tot situaties waarmee geen
                            aanwijsbaar belang is gediend, kan het college van het bepaalde in deze
                            verordening afwijken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Algemene
                                    subsidieverordening gemeente Dalfsen 2013’.</al></li><li nr="2."><al>De ‘Algemene subsidieverordening gemeente Dalfsen 2009’ wordt
                                    bij de inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken.</al></li><li nr="3."><al>Daar waar in beleid, beleidsregels of verordeningen wordt
                                    verwezen naar de ‘Subsidieverordening welzijn 2009’, wordt nu
                                    verwezen naar de ‘Algemene subsidieverordening gemeente Dalfsen
                                    2013’. </al></li><li nr="4."><al>De subsidieverordening treedt in werking acht dagen na
                                    publicatie. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door de raad van de gemeente Dalfsen in zijn openbare
                        vergadering van 22 april 2013.</al><al></al><al>De raad voornoemd,</al><al>de voorzitter, de griffier, </al><al>drs. H.C.P. Noten N.A. IJnema Msc</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij de algemene subsidieverordening Dalfsen</titel></kop><tussenkop>Algemene opmerkingen</tussenkop><al>Deze subsidieverordening vervangt de subsidieverordening Welzijn 2009.</al><al>De aanpassing is nodig, omdat de gemeente invulling wil geven aan het stellen
                    van subsidieplafonds. Daarvoor zijn er voor activiteiten- en projectsubsidies
                    twee indientermijnen nodig, zodat alle aanvragen die voor of op 1 november
                    binnen zijn gekomen, op een gelijke manier beoordeeld kunnen worden. Aanvragen
                    die daarna binnenkomen, worden alleen inhoudelijk in behandeling genomen als het
                    subsidieplafond nog niet bereikt is. </al><al>Subsidieplafonds worden met het vaststellen van de begroting bepaald en
                    bekendgemaakt. De methode van verdeling moet gebaseerd zijn op een wettelijk
                    voorschrift, zoals deze verordening. </al><al>Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om de indientermijnen van aanvragen aan
                    te passen. Voor veel organisaties was het toch lastig om aanvragen op tijd (voor
                    1 oktober) in te dienen. Voor het college betekent dat problemen met de
                    rechtmatigheidstoets. Aanvragers kunnen tegemoet worden gekomen door de termijn
                    op 1 november voorafgaand aan het subsidiejaar te stellen. Daarnaast worden
                    aanvragers waarvan wij het e-mailadres hebben 2 keer op de indientermijn
                    gewezen. Dit naast de algemene publicatie op onze website en onze
                    voorlichtingspagina.</al><al>Deze verordening regelt alle subsidies, die niet in een specifieke verordening
                    zijn geregeld (zoals de subsidieverordening voor monumenten of voor
                    godsdienstonderwijs). Voor organisaties die subsidie aanvragen is duidelijk aan
                    welke voorwaarden een subsidieaanvraag moet voldoen en hoe de procedures lopen. </al><tussenkop></tussenkop><tussenkop>Hoe wordt uw subsidieaanvraag beoordeeld?</tussenkop><al>Een subsidieaanvraag wordt inhoudelijk en procedureel getoetst.</al><al><cursief>Inhoudelijke toetsing</cursief></al><al>De gemeente kan subsidies verstrekken die passen binnen het beleid of
                    beleidsregels die zijn vastgesteld. In de kadernota’s (bijv. kadernota Wmo) zijn
                    hoofdlijnen van het beleid aangegeven. Dit kan verder uitgewerkt zijn in
                    beleidsnotities op deelterreinen. Ook zijn er voor sommige velden beleidsregels
                    vastgesteld, waarin concrete subsidiecriteria worden vermeld. Een voorbeeld
                    hiervan is bijvoorbeeld een bepaling, dat jeugdactiviteiten gericht moeten zijn
                    op preventie en/of participatie en dat de activiteiten worden georganiseerd met
                    behulp van vrijwilligers.</al><al><cursief>Procedurele toetsing</cursief></al><al>Naast een inhoudelijke toets, wordt bij een subsidieaanvraag ook getoetst of de
                    aanvraag voldoet aan enkele procedurele eisen. Zo moet een aanvraag binnen een
                    bepaalde periode worden ingediend en zijn er sommige stukken nodig om de
                    aanvraag te kunnen beoordelen. Deze bepalingen staan in de verordening. Op basis
                    van het beleid en/of de vastgestelde beleidsregels en de verordening, worden
                    aanvragen toegekend dan wel afgewezen. In deze toelichting wordt verder ingegaan
                    op de verordening en dus de procedurele kant van de subsidietoekenning. </al><tussenkop>Algemene wet bestuursrecht</tussenkop><al>In de verordening wordt verwezen naar bepaalde artikelen van de Algemene wet
                    bestuursrecht (Awb). </al><al>In deze toelichting zullen de artikelen van de Awb waar naar verwezen wordt,
                    worden beschreven. Op het moment van vaststelling van de verordening is de
                    geciteerde tekst van de Awb actueel. Maar vervolgens wordt van de aanvragers
                    verwacht, dat zij ook zelf actief nagaan of er nadien wellicht wetswijzigingen
                    zijn geweest. De gemeente heeft ook een duidelijke voorlichtende rol op dit
                    punt. </al><tussenkop>Soorten subsidies </tussenkop><al>Ten aanzien van de soorten subsidies is de volgende indeling gemaakt:</al><al><cursief>Budgetsubsidie</cursief></al><al>Budgetsubsidie is subsidie voor activiteiten, waarbij de gemeente het recht op
                    subsidie afhankelijk stelt van inhoudelijke eisen waaraan de activiteiten moeten
                    voldoen. De coördinatie, productontwikkeling en uitvoering van deze activiteiten
                    is in handen van een instelling.</al><al>Budgetsubsidies worden verleend vanaf een bedrag van € 15.000 per jaar en kunnen
                    voor een periode van maximaal vier jaar worden toegekend. </al><al>Bij het toekennen van een budgetsubsidie kan een uitvoeringsovereenkomst worden
                    opgesteld. Hierin worden de afspraken opgenomen, die met de instelling zijn
                    gemaakt over de omvang en uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                    ontvangen.</al><al><cursief>Acitiviteitensubsidie</cursief></al><al>Activiteitensubsidie is een jaarlijkse subsidie voor activiteiten van een
                    instelling, die voor maximaal vier jaar kan worden vastgesteld. Dit betreft het
                    gros van de subsidietoekenningen. Het zijn de jaarlijkse bedragen die worden
                    toegekend aan bijvoorbeeld zangkoren, scouting, EHBO-verenigingen en
                    ouderenbonden. Voor veel activiteitensubsidies zijn beleidsregels opgesteld,
                    waarin wordt aangegeven op basis van welke criteria de subsidie wordt toegekend.
                    Activiteitensubsidies worden verstrekt tot een bedrag van € 15.000. </al><al><cursief>Projectsubsidie</cursief></al><al>Projectsubsidie is een subsidie voor een samenhangend geheel van activiteiten,
                    die gedurende een bepaalde tijd worden uitgevoerd om een nader omschreven doel
                    te bereiken. Hierbij wordt met name gedacht aan beleidsintensiverende of
                    vernieuwende activiteiten. </al><al>Bij een projectsubsidie gaat het om een bepaalde activiteit of project waarvoor
                    eenmalig subsidie wordt gegeven. Een voorbeeld hiervan is een
                    taalstimuleringsproject op een peuterspeelzaal. </al><al>Het is mogelijk, dat de activiteiten in een project bij goede resultaten
                    structureel worden voortgezet. Mocht daar blijvend subsidie voor nodig zijn, dan
                    kan dit worden aangevraagd in de vorm van budgetsubsidie, dan wel een
                    activiteitensubsidie.</al><tussenkop>Subsidieplafond</tussenkop><al>Voor subsidies kan een plafond worden ingesteld. Dat betekent, dat de raad
                    vooraf aangeeft hoeveel subsidie er maximaal aan bepaalde activiteiten kan
                    worden verstrekt. Dit kan belangrijk zijn wanneer er meer subsidie wordt
                    aangevraagd dan dat er aan budget beschikbaar is. Door het instellen van
                    subsidieplafonds kan de gemeente haar budgetten goed bewaken. </al><tussenkop></tussenkop><tussenkop>Subsidie verlenen en vaststellen</tussenkop><al>In de verordening is de indeling van de Algemene wet bestuursrecht aangehouden
                    voor wat betreft het subsidietraject van het verlenen van subsidie en het
                    vaststellen daarvan. </al><al>Het <onderstreept>verlenen van subsidie</onderstreept> gebeurt voorafgaand aan
                    het subsidietijdvak. De subsidie wordt toegekend voor een bepaalde activiteit.
                    De aanvrager krijgt hiermee aanspraak op financiële middelen, indien hij
                    daadwerkelijk de activiteiten verricht en zich daarbij houdt aan de afgesproken
                    verplichtingen. De omvang van het bedrag kan nog afhangen van onzekere factoren.
                    Budgetsubsidies worden eerst verleend en na afloop van het tijdvak
                    vastgesteld.</al><al>Bij het <onderstreept>vaststellen van subsidie</onderstreept> wordt definitief
                    beslist, dat de subsidieaanvrager een subsidie krijgt en wordt de hoogte van het
                    subsidiebedrag bepaald. Bij subsidies die niet worden afgerekend op activiteiten
                    of die bestaan uit een vast bedrag, kan de verlening van subsidie achterwege
                    blijven en kan het subsidiebedrag meteen definitief worden vastgesteld. Dit is
                    bij activiteitensubsidies meestal het geval. Projectsubsidie kan eerst worden
                    verleend en na afloop worden vastgesteld, dan wel direct worden verleend en
                    vastgesteld.</al><al>Als gesproken wordt over het <onderstreept>verstrekken van
                        subsidie,</onderstreept> wordt daaronder zowel het verlenen van subsidie als
                    het vaststellen van subsidie bedoeld.</al><al></al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting.</tussenkop><al>Hierna wordt per artikel een nadere toelichting gegeven, voor zover de tekst van
                    het artikel dat nodig maakt. Hierbij wordt ook ingegaan op de in de verordening
                    genoemde artikelen van de Algemene wet bestuursrecht. </al><al></al><tussenkop>Hoofdstuk 1 Inleiding</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijving</tussenkop><al>Bepaalde begrippen zijn niet in dit artikel opgenomen, omdat de Awb daarvoor
                    zelf een definitie geeft.</al><al>Onder <onderstreept>beleidsregel</onderstreept> verstaat de Awb: een bij besluit
                    vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift,
                    omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van
                    wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een
                    bestuursorgaan. </al><al>Onder <onderstreept>subsidie</onderstreept> verstaat de Awb (art. 4:21): de
                    aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog
                    op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het
                    bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.</al><al></al><tussenkop>Hoofdstuk 2 Reikwijdte en bevoegdheden</tussenkop><tussenkop>Artikel 2 Reikwijdte van de verordening</tussenkop><al>Er zijn specifieke verordeningen op het gebied van sportaccommodaties,
                    godsdienstonderwijs, voorzieningen onderwijshuisvesting, monumenten en
                    afkoppeling hemelwater. Op deze subsidies is de algemene subsidieverordening dus
                    niet van toepassing. </al><al>Er zijn Europese, landelijke of provinciale subsidieregelingen waarin de
                    voorwaarden en criteria voor de subsidie al worden bepaald en daarom vallen deze
                    subsidies niet onder de algemene subsidieverordening van de gemeente Dalfsen. </al><tussenkop>Artikel 3 Subsidieplafond</tussenkop><al>Het subsidieplafond treedt pas in werking nadat het is bekendgemaakt. Dit moet
                    in ieder geval op de website gebeuren. Ook een publicatie in KernPunten is
                    gebruikelijk. </al><al>Het tendersysteem houdt in dat aanvragen op inhoud worden beoordeeld en in een
                    rangorde worden gezet. Welke aanvragen passen het beste binnen het vastgestelde
                    beleid en hebben de beste kwaliteit? Ook vernieuwing vinden wij belangrijk. </al><al>Wanneer we subsidie verlenen per lid of deelnemer, zoals nu bij de
                    jeugdsportsubsidies het geval is, is er geen rangorde op basis van kwaliteit
                    mogelijk en wordt de subsidie naar rato verdeeld. Dat betekent dat wanneer het
                    subsidieplafond overschreden wordt, de gemeente de subsidie verdeelt over de
                    aanvragen die voldoen aan de verordening en de beleidsregels en die uiterlijk 1
                    november zijn binnengekomen. Het bedrag per deelnemer wordt dan dus lager
                    vastgesteld. </al><al>Aanvragen die na 1 november ontvangen worden, worden op volgorde van binnenkomst
                    behandeld indien er nog budget over is. Is dat niet het geval, dan wordt
                    subsidie geweigerd zonder inhoudelijke behandeling van de aanvraag.</al><tussenkop>Artikel 4 Taken van het college </tussenkop><al>De Awb vereist, dat in de verordening wordt aangegeven voor welke activiteiten
                    er subsidie kan worden verstrekt. Aan deze bepaling is voldaan met het vermelden
                    van de beleidsterreinen waarvoor de verordening van toepassing is (art. 4:23
                    Awb). </al><al>In de Awb staat in artikel 4:24 dat tenminste eenmaal in de vijf jaar verslag
                    moet worden gedaan over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de
                    praktijk. Vanwege de verkiezingen om de vier jaar, is gekozen voor een verslag
                    eens in de vier jaar. De vorm en inhoud van het verslag zijn vrij. Mogelijke
                    vormen zijn een apart verslag of een rapportage bij de begrotingstoelichting. </al><tussenkop>Artikel 5 Weigeringsgronden</tussenkop><al>In dit artikel zijn de weigeringsgronden opgenomen. De meeste spreken voor zich,
                    maar door opneming hiervan in de verordening is een duidelijke rechtsgrond
                    opgenomen voor afwijzing van de subsidie. Ten eerste kan de subsidie worden
                    geweigerd als er niet wordt voldaan aan de bepalingen van de verordening. Daarna
                    wordt in het artikel verwezen naar twee weigeringsgronden uit de Awb. De eerste
                    betreft het subsidieplafond. Als er een subsidieplafond is vastgesteld en deze
                    is door eerdere toekenningen bereikt, dan wordt de volgende aanvraag afgewezen
                    op grond van het bereiken van het subsidieplafond. </al><al>In de Awb (art. 4:35) zijn verder de volgende gronden opgenomen om subsidie te
                    weigeren:</al><lijst><li nr="·"><al>als de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="·"><al>de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden
                            verplichtingen;</al></li><li nr="·"><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording
                            zal afleggen over de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden
                            uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de
                            subsidie van belang zijn; </al></li><li nr="·"><al>als de aanvrager bij de aanvraag onjuiste gegevens heeft verstrekt en de
                            verstrekking van de gegevens tot een onjuiste beschikking zou hebben
                            geleid;</al></li><li nr="·"><al>als de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling
                            is verleend.</al></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 3 Algemene verplichtingen</tussenkop><al></al><tussenkop>Artikel 6 Informatieplicht</tussenkop><al>Alle veranderingen die van invloed kunnen zijn op het recht op subsidie meldt de
                    aanvrager of subsidieontvanger schriftelijk bij de gemeente. Het kan dan
                    bijvoorbeeld gaan om activiteiten die niet doorgaan, een vereniging die wordt
                    opgeheven of instellingen die fusieplannen hebben. Als de gemeente tijdig op de
                    hoogte is gesteld, kan in overleg met de aanvrager of subsidieontvanger worden
                    bepaald welke gevolgen deze veranderingen voor de subsidiëring heeft. </al><tussenkop>Artikel 7 Verantwoording door de subsidieontvanger </tussenkop><al>Zie voor de omschrijvingen van de twee verklaringen de definities in artikel 1.
                    Er is gekozen voor een onderscheid in de ‘zwaarte’ van een verklaring, deze is
                    afhankelijk van de hoogte van de subsidie.</al><tussenkop>Artikel 8 Verzekering</tussenkop><al>Vrijwilligersorganisaties met een totaalbalans onder de € 500.000 worden in de
                    huidige situatie door de gemeente automatisch verzekerd tegen wettelijke
                    aansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid. Deze collectieve verzekering
                    loopt via Centraal Beheer Achmea en de voorwaarden staan op de gemeentelijke
                    website vermeld. </al><al>Vrijwilligersorganisaties met een balanstotaal hoger dan € 500.000 zijn zelf
                    verantwoordelijk voor een verzekering tegen bestuurdersaansprakelijkheid. </al><al>Professionele organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor de noodzakelijke
                    verzekeringen. </al><tussenkop>Artikel 9 Overige verplichtingen</tussenkop><al>Bij het verlenen van de subsidie kunnen volgens de Awb standaardverplichtingen
                    worden opgelegd (art. 4:37 Awb), zoals verplichtingen op het gebied van: </al><lijst><li nr="·"><al>de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;
                        </al></li><li nr="·"><al>de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en
                            inkomsten.</al></li></lijst><al>Deze verplichtingen hebben direct met het recht op subsidie te maken.</al><al>In de Awb is ook de mogelijkheid gegeven (in art. 4:38) om andere verplichtingen
                    op te leggen. Hierbij gaat het om verplichtingen die redelijkerwijs noodzakelijk
                    zijn om het doel van de subsidie te bereiken. Het betreft bijvoorbeeld de
                    verplichting, dat er bepaalde opleidingseisen worden gesteld aan mensen die
                    gesubsidieerde cursussen geven.</al><al></al><tussenkop>Hoofdstuk 4 Budgetsubsidie</tussenkop><tussenkop>Artikel 10 Budgetsubsidie</tussenkop><al>Budgetsubsidies worden bijna altijd verstrekt aan instellingen die personeel in
                    dienst hebben. In dat geval wordt het onderdeel loonkosten van de subsidie
                    jaarlijks aangepast op basis van de kostenontwikkelingen van de laatst
                    vastgestelde CAO van de betreffende sector, zoals deze op het moment van
                    indexering bekend is. Voor een aantal sectoren publiceert de VNG de
                    CAO-verplichtingen en deze houden wij aan. </al><al> Het college kan bepalen dat bij sommige subsidies een andere indexering voor de
                    loonkosten wordt toegepast. Dit kan nodig zijn wanneer in regionaal verband
                    afspraken worden gemaakt over de subsidiëring van een instelling. </al><tussenkop>Artikel 11 Aanvraag budgetsubsidie</tussenkop><al>In de subsidieverordening Welzijn 2009 was het verplicht om de subsidieaanvraag
                    vóór 1 oktober voorafgaand aan de subsidieperiode in te leveren. Deze termijn is
                    aangepast naar uiterlijk 1 november. Dit biedt instellingen meer ruimte om de
                    benodigde stukken klaar te maken. Het is wel een uiterste aanvraagdatum; geen
                    aanvraag op 1 november betekent geen subsidie. Is de aanvraag wel op tijd
                    binnen, maar niet compleet, dan geldt er een hersteltermijn van vier weken. </al><tussenkop>Artikel 12 Verlening budgetsubsidie</tussenkop><al>Volgens de Awb bevat de beschikking in ieder geval de volgende bepalingen:</al><lijst><li nr="·"><al>(globale) omschrijving van activiteiten, waarvoor subsidie wordt
                            verleend (art. 4:30 Awb);</al></li><li nr="·"><al>bedrag van de subsidie (art. 4:31 Awb);</al></li><li nr="·"><al>als de subsidie wordt verstrekt voor een bepaald tijdvak, wordt dat in
                            de beschikking vermeld (art. 4:32 Awb).</al></li></lijst><al>Het toekennen van budgetsubsidie gebeurt in twee fasen. Voorafgaand aan de
                    activiteit wordt de subsidie verleend. Na afloop van het tijdvak wordt
                    beoordeeld of de activiteiten daadwerkelijk zijn uitgevoerd en wordt de subsidie
                    definitief vastgesteld.</al><al>Bij meerjarige subsidieverstrekking kan de subsidieverlening meer dan een jaar
                    betreffen. In dat geval wordt voor de overige jaren subsidie verleend onder de
                    voorwaarde dat voldoende middelen beschikbaar worden gesteld bij vaststelling
                    van de gemeentebegroting (begrotingsvoorbehoud, artikel 4.34 van de Awb). </al><tussenkop>Artikel 13 Uitvoeringsovereenkomst</tussenkop><al>In de uitvoeringsovereenkomst worden de afspraken tussen de subsidieontvanger en
                    gemeente vastgelegd. Anders gezegd: er wordt beschreven wat de instelling gaat
                    doen voor het subsidiebedrag. Daarbij kunnen bepaalde voorwaarden worden
                    afgesproken. Bijvoorbeeld over de hoogte van de eigen bijdrage of contributie
                    van de deelnemers aan de activiteiten. In tegenstelling tot de
                    subsidiebeschikking die eenzijdig door de gemeente wordt vastgesteld, wordt de
                    uitvoeringsovereenkomst door zowel de gemeente als de subsidieontvanger
                    ondertekend. </al><tussenkop>Artikel 14 Vaststelling budgetsubsidie</tussenkop><al>Met de vaststellingsbeschikking wordt de subsidie definitief vastgesteld. Na
                    afloop van het subsidietijdvak kan worden beoordeeld of de activiteiten al dan
                    niet volgens afspraak zijn verricht.</al><al>Volgens de Awb (art. 4: 46) wordt de subsidie vastgesteld overeenkomstig de
                    subsidieverlening. De subsidie wordt lager vastgesteld indien:</al><lijst><li nr="·"><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben
                            plaatsgevonden;</al></li><li nr="·"><al>de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                            verplichtingen;</al></li><li nr="·"><al>de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en
                            de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere
                            beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid,
                            of</al></li><li nr="·"><al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit
                            wist of behoorde te weten.</al></li></lijst><al>Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de werkelijke kosten
                    van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, worden kosten die in
                    redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling
                    van de subsidie niet in aanmerking genomen (art. 4:46, lid 3 Awb).</al><al>De gemeente streeft er overigens naar om bij budgetsubsidie zoveel mogelijk
                    vooraf overeenstemming te krijgen over de kosten, om verrekening achteraf en
                    miscommunicatie te voorkomen. </al><al>Doordat de indientermijn voor aanvragen subsidie gelijk is getrokken aan de
                    indientermijn voor de stukken voor de vaststelling, kan een subsidieontvanger
                    die jaarlijks subsidie aanvraagt, in één keer alle stukken bij het college
                    indienen voor zowel de vaststelling als de nieuwe aanvraag:</al><lijst><li nr="·"><al>inhoudelijk jaarverslag ( bijvoorbeeld voor de vaststelling van het jaar
                            2012)</al></li><li nr="·"><al>jaarrekening (voor de vaststelling van het jaar 2012 en de aanvraag voor
                            het jaar 2014)</al></li><li nr="·"><al>activiteitenplan</al></li><li nr="·"><al>begroting van inkomsten en uitgaven</al><al></al></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 5 Activiteiten- en projectsubsidies </tussenkop><tussenkop>Artikel 15 Activiteitensubsidie </tussenkop><al>Zoals in de algemene opmerkingen staat vermeld, zijn de meeste subsidies die
                    worden verstrekt activiteitensubsidies. Dit zijn subsidies voor de activiteiten
                    van een instelling. In de meeste gevallen betreffen dit
                    vrijwilligersorganisaties zoals sportverenigingen, ouderenbonden en plaatselijk
                    belangen. </al><al>Activiteitensubsidies voor structurele activiteiten worden veelal voor vier jaar
                    verleend en direct vastgesteld. Bij de betaling van de subsidie wordt het bedrag
                    automatisch verhoogd met de index zoals die ook in de gemeentebegroting wordt
                    toegepast. </al><tussenkop>Artikel 16 Projectsubsidie </tussenkop><al>Projectsubsidie is bedoeld voor eenmalige activiteiten. Het kan bijvoorbeeld
                    gaan om het testen van nieuwe beleidsinitiatieven. Bij projectsubsidie is er een
                    duidelijke relatie met het beleid van de gemeente. </al><al>Subsidieaanvragen voor eenmalige activiteiten worden vooral beoordeeld op het
                    nut en effect van de activiteiten zelf en op de haalbaarheid van de beoogde
                    resultaten.</al><al>Projecten die bedoeld zijn als proef of aanjager voor nieuw structureel
                    welzijnsaanbod en die mogelijk een vervolg krijgen, worden vooral beoordeeld op
                    het vernieuwende karakter, op het lange termijn effect van de activiteiten en de
                    organisatorische inbedding. Gelet op de mogelijke structurele consequenties,
                    wordt bij deze projecten veel aandacht besteed aan de evaluatie en aan de
                    financiering op de langere termijn. Wat dat laatste betreft wordt ook gekeken
                    naar de gevolgen voor de structurele subsidie. Verhoging van de subsidie mag
                    daarbij geen automatisme zijn. In alle gevallen wordt beoordeeld of nieuwe
                    activiteiten en nieuw beleid in de plaats kunnen komen van oud/bestaand
                    beleid.</al><tussenkop>Artikel 17 Aanvraag activiteiten- of projectsubsidie </tussenkop><al>Net zoals bij budgetsubsidies, zijn de termijnen ten opzichte van de
                    subsidieverordening Welzijn 2009 verruimd. Aanvragen die uiterlijk 1 november
                    voorafgaand aan het boekjaar worden aangevraagd, worden inhoudelijk behandeld.
                    Wanneer er voor een bepaald beleidsveld meer subsidie wordt aangevraagd dan
                    beschikbaar is volgens het subsidieplafond, dan wordt de aanvraag meegenomen in
                    de verdeelsystematiek die van toepassing is (zie artikel 3). </al><al>Een aanvraag die na 1 november wordt ingediend, wordt alleen inhoudelijk
                    behandeld als het subsidieplafond nog niet bereikt is. Maar ook dan is het sterk
                    aan te raden om de subsidieaanvraag minimaal acht weken voor de start van de
                    activiteiten in te dienen, zodat u op tijd weet of de subsidie verleend wordt of
                    niet. </al><al>Een activiteitenplan beschrijft het geheel van activiteiten waarvoor subsidie
                    wordt aangevraagd. Dat kan in de vorm van een jaar(werk)plan zijn, maar kan ook
                    in een andere vorm worden aangeboden. Uit het activiteitenplan moet in ieder
                    geval duidelijk worden welke activiteiten met behulp van de subsidie worden
                    uitgevoerd. </al><tussenkop>Artikel 18 Verlening en vaststelling activiteiten- of
                    projectsubsidies</tussenkop><al>Wanneer een instelling een aanvraag voor het lopende jaar indient, is de
                    gemeentebegroting vastgesteld en zijn de beschikbare budgetten voor subsidies
                    bekend. Een subsidie wordt bijvoorbeeld in juni 2013 aangevraagd voor een
                    project dat in november 2013 start. Het college kan dan binnen acht weken na
                    ontvangst van de aanvraag een beslissing nemen op de aanvraag. </al><al>Een ander voorbeeld is wanneer een instelling in augustus 2013 subsidie
                    aanvraagt voor activiteiten die het hele jaar 2014 doorlopen. De
                    gemeentebegroting voor 2014 is dan nog niet door de raad vastgesteld; dit
                    gebeurt pas in november 2013. Het college maakt de beschikking dan binnen acht
                    weken na vaststellen van de gemeentebegroting bekend. </al><al>De subsidieverlening kan meer dan een jaar betreffen. In dat geval wordt voor de
                    overige jaren subsidie verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen
                    beschikbaar worden gesteld bij vaststelling van de gemeentebegroting
                    (begrotingsvoorbehoud, artikel 4.34 van de Awb). </al><al>Projectsubsidies kunnen direct bij de verlening worden vastgesteld, of achteraf.
                    Als het gaat om een fors subsidiebedrag of om een experimenteel project waarbij
                    niet geheel zeker is of alle activiteiten plaats zullen vinden, zal de subsidie
                    achteraf pas worden vastgesteld. Zowel bij vaststelling vooraf als achteraf kan
                    de gemeente de subsidieontvanger verplichten een verantwoording van het project
                    in te dienen. Dit wordt dan in de subsidiebeschikking vermeld. </al><al></al><tussenkop>Hoofdstuk 6 Algemene bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 19 Voorschot</tussenkop><al>Subsidies kunnen in maximaal twaalf termijnen als voorschot (voorafgaand aan de
                    activiteiten) worden uitbetaald. Activiteitensubsidies worden meestal in één
                    keer uitbetaald. De grotere budgetsubsidies worden meestal per maand uitbetaald.
                    Wanneer de subsidie wordt uitbetaald staat in de beschikking vermeld. </al><tussenkop>Artikel 20 Onbedoeld voordeel bij subsidieverstrekking</tussenkop><al>Dit artikel gaat over de situatie waarin de instelling onbedoeld subsidiegeld
                    overhoudt. Hiermee is uitdrukkelijk niet de situatie bedoeld waarin de
                    instelling de activiteiten uitvoert, maar door een goede bedrijfsvoering daar
                    een klein bedrag aan overhoudt.</al><al>De gevallen die in de Awb worden genoemd zijn (art. 4:41, lid 2):</al><lijst><li nr="·"><al>de subsidieontvanger voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of
                            bestemde goederen vervreemdt of bezwaart of de bestemming daarvan
                            wijzigt;</al></li><li nr="·"><al>de subsidieontvanger een schadevergoeding ontvangt of voor verlies of
                            beschadiging van voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of
                            bestemde goederen;</al></li><li nr="·"><al>de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden
                            beëindigd;</al></li><li nr="·"><al>de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of de
                            subsidie wordt beëindigd, of</al></li><li nr="·"><al>de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden.</al></li></lijst><al>Een dergelijke schadevergoeding moet binnen een jaar worden vastgesteld, nadat
                    de gemeente wist of behoorde te weten, dat er mogelijk een onbedoeld voordeel
                    was ontstaan, maar in ieder geval binnen 5 jaar na de subsidievaststelling (art.
                    4:41 Awb).</al><al></al><tussenkop>Hoofdstuk 7 Overgangs- en slotbepalingen </tussenkop><tussenkop>Artikel 21 Overgangsrecht</tussenkop><al>Voor subsidies die voor de inwerkingtreding van deze verordening voor meerdere
                    jaren zijn aangevraagd en verleend, gelden de verplichtingen zoals deze in de
                    beschikking of uitvoeringsovereenkomst zijn vermeld. Bij het opstellen van een
                    nieuwe overeenkomst moet wel aan de bepalingen uit deze verordening worden
                    voldaan. </al><tussenkop>Artikel 22 Algemene hardheidsclausule </tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al></al><tussenkop>April 2013</tussenkop></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>