<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR28586_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Hattem 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP, 08-07-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Hattem 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het primair onderwijs, art. 102</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het voortgezet onderwijs, art. 76m</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling (en intrekking oude verordening) naam oude verordening: Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Hattem 2009</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/nr.87</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-48891</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Hattem 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>No.: 87</al><al><vet>Onderwerp:</vet></al><al>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Hattem 2015</al><al>-------------------------------------------------------------------------------------------------</al><al/><al>De raad van de gemeente Hattem;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het College, no.201409548, d.d. 2 december
                        2014,</al><al/><al>gelet op artikel 102 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 76m van
                        de Wet op het voortgezet onderwijs.;</al><al/><al>overwegende dat het gevoerde op overeenstemming gerichte overleg met de
                        vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen heeft plaatsgevonden;
                        ;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de <vet>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs
                            gemeente Hattem 2015.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al><extref doc="http://www.modelverordeningen.nl/mo/verordeningen/xmlord/ord004/ordtrans1/#T1#T1"/><extref doc="http://www.modelverordeningen.nl/mo/verordeningen/xmlord/ord004/ordtrans1/#T1#T1"/>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>aanvraag: verzoek om het bekostigen van een voorziening;</al></li><li nr="b."><al>aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag indient;</al></li><li nr="c."><al>advies Onderwijsraad: advies van de Onderwijsraad als bedoeld in
                                    artikel 95, negende lid, van de Wet op het primair
                                    onderwijs,artikel 76f, negende lid, van de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="d."><al>bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het
                                    primair onderwijs de Wet op het voortgezet
                                    onderwijsbekostigde openbare of bijzondere school die
                                    geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich
                                    bevindt op het grondgebied van de gemeente;</al></li><li nr="e."><al>lokaal bewegingsonderwijs: ruimte die geschikt is voor het
                                    bewegingsonderwijs;</al></li><li nr="f."><al>minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;</al></li><li nr="g."><al>nevenvestiging: deel van een school dat door de minister op
                                    grond van artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs,
                                    artikel16, tweede en derde lid, van de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs voor bekostiging in aanmerking is gebracht;</al></li><li nr="h."><al>overzicht als bedoeld in artikel 96 Wet op het primair onderwijs
                                    en artikel 76g van de Wet op het voortgezet onderwijs</al></li><li nr="i."><al>permanent gebouw: ruimte die door de keuze van het ontwerp en de
                                    aard van de constructie en materialen ten minste 60 jaar als
                                    volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan
                                    functioneren;</al></li><li nr="j."><al>programma als bedoeld in artikel 95 Wet op het primair onderwijs
                                    en artikel 76f van de Wet op het voortgezet onderwijs</al></li><li nr="k."><al>school: 1°. school voor basisonderwijs: basisschool als bedoeld
                                    in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;</al><al>2°. school voor voortgezet onderwijs: school of
                                    scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk
                                    onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet
                                    onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor
                                    praktijkonderwijs als bedoeld in de artikelen 1, 2 en 5 van de
                                    Wet op het voortgezet onderwijs<cursief>;</cursief></al></li><li nr="l."><al>tijdelijk gebouw: al dan niet verplaatsbare ruimte die door de
                                    keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en
                                    materialen minstens 15 jaar als volwaardige huisvesting voor het
                                    onderwijs kan functioneren;</al></li><li nr="m."><al>verhuur: gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet
                                    zijnde onderwijsgebruik of gebruik voor culturele,
                                    maatschappelijke of recreatieve doeleinden;</al></li><li nr="n."><al>voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening die
                                    volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II
                                    minimaal 15 jaar noodzakelijk is;</al></li><li nr="o."><al>voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening die
                                    volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II
                                    maximaal 15 jaar noodzakelijk is;</al></li><li nr="p."><al>voorziening: voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in
                                    artikel 2.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Omschrijving voorzieningen in de huisvesting</titel></kop><al>Bij het toepassen van deze verordening worden de volgende voorzieningen
                            onderscheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen,
                                    bestaande uit:</al><lijst><li nr="1."><al>nieuwbouw voor een school die voor het eerst door het rijk voor
                                    bekostiging in aanmerking is gebracht, of nieuwbouw om een
                                    gebouw waarin een school is gehuisvest geheel of gedeeltelijk te
                                    vervangen, al dan niet op dezelfde locatie;</al></li><li nr="2."><al>uitbreiding van een gebouw waarin een school is gehuisvest;</al></li><li nr="3."><al>het geheel of gedeeltelijk in gebruik nemen van een bestaand
                                    gebouw voor het huis-vesten van een school;</al></li><li nr="4."><al>verplaatsing van een of meer bestaande tijdelijke gebouwen voor
                                    het huisvesten van een school; </al></li><li nr="5."><al>terrein voor zover nodig voor het realiseren van een voorziening
                                    als bedoeld in 1° tot en met 4°;</al></li><li nr="6."><al>inrichting met onderwijsleerpakket voor zover deze nog niet
                                    eerder door het rijk of de gemeente is bekostigd;</al></li><li nr="7."><al>inrichting met meubilair voor zover dit nog niet eerder door het
                                    rijk of de gemeente is bekostigd;</al></li><li nr="8."><al>medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een gebouw dat
                                    al bij een andere school in gebruik is of van een lokaal
                                    bewegingsonderwijs.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>herstel van constructiefouten bestaande uit schade aan een
                                    gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, evenals
                                    uit kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet zichtbare
                                    materiële schade onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten,
                                    uitvoeringsfouten of wanprestatie;</al></li><li nr="c."><al>herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw,
                                    onderwijsleerpakket, of meubilair ingeval van bijzondere
                                    omstandigheden;</al></li><li nr="d."><al>huur van een sportterrein, dat niet in eigendom is van een
                                    bevoegd gezag, voor een school voor voortgezet onderwijs voor
                                    het onderwijs in lichamelijke oefening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Vaststellen vergoeding voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt
                                    de vergoeding vastgesteld overeenkomstig de in bijlage IV
                                    opgenomen normbedragen.</al></li><li nr="2."><al>Voor andere voorzieningen dan bedoeld in het eerste lid wordt de
                                    vergoeding vastgesteld op de feitelijke kosten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><al>Het bevoegd gezag verstrekt aan het college de gegevens die noodzakelijk
                            zijn voor het uitvoeren van het bepaalde in deze verordening. Hierbij
                            wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld
                            formulier.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Programma en overzicht</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Aanvragen programma</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Indienen aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag om opname van een voorziening op het programma
                                    wordt door het bevoegd gezag bij het college ingediend en moet
                                    uiterlijk <vet>1 februari van het jaar</vet> waarin het
                                    betreffende programma wordt vastgesteld zijn ontvangen. Hierbij
                                    wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld
                                    formulier.</al></li><li nr="2."><al>Aanvragen die na deze datum worden ontvangen neemt het college
                                    niet in behandeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet
                                behandelen onvolledige aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag vermeldt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de school en, als dit van toepassing is, het gebouw
                                    waarvoor de voorziening is bestemd;</al></li><li nr="d."><al>de voorziening die wordt aangevraagd;</al></li><li nr="e."><al>de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de gewenste
                                    voorziening, bestaande uit:</al><lijst><li nr="1."><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de
                                    school voor basisonderwijsof de school voor voortgezet
                                    onderwijs, als het betreft een aanvraag voor een voorziening als
                                    bedoeld in artikel 2, onderdeel a, <vet>(</vet>bijvoorbeeld
                                    onder 1°, 2°, 3°, 6°, 7° of 8°), onder de voorwaarde dat de
                                    prognose overeenkomstig bijlage II is vastgesteld, tenzij door
                                    het college, al dan niet in samenwerking met de bevoegde
                                    gezagsorganen van een school voor basisonderwijs, een actuele
                                    prognose is opgesteld, welke door het bevoegd gezag wordt
                                    onderschreven;</al></li><li nr="2."><al>als de aanvraag betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk
                                    bekostigen van vervangende nieuwbouw van een gebouw als bedoeld
                                    in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, of herstel van een
                                    constructiefout als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, een
                                    bouwkundige rapportage die voldoet aan de eisen NEN 2767, zodat
                                    de noodzaak van de gevraagde voorziening kan worden
                                    vastgesteld;</al></li><li nr="3."><al>als de aanvraag betrekking heeft op het bekostigen van een
                                    voorziening waarvoor de vergoeding wordt vastgesteld op de
                                    feitelijke kosten, een begroting van de noodzakelijke kosten
                                    voor het bekostigen van de voorziening.</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de voorziening,
                                    en</al></li><li nr="g."><al>als het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2,
                                    onderdeel a, onder 1° tot en met 5°, de aanduiding van de
                                    gewenste plaats waar de voorziening moet worden
                                    gerealiseerd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college stelt de aanvrager voor <vet>15 februari</vet>
                                    schriftelijk op de hoogte als gegevens als bedoeld in het eerste
                                    of tweede lid ontbreken. De aanvrager heeft tot <vet>15
                                        maart</vet> (de hersteldatum) de gelegenheid de ontbrekende
                                    gegevens aan te vullen. Als dit niet gebeurt, neemt het college
                                    de aanvraag niet in behandeling.</al></li><li nr="3."><al>Als een door het college in behandeling genomen aanvraag mede is
                                    gebaseerd op het aantal leerlingen van de betrokken school op 1
                                    oktober van het jaar waarin het programma wordt vastgesteld, is
                                    de aanvrager verplicht dat aantal <vet>voor 15 oktober</vet> te
                                    registreren in de Basisregistratie Onderwijs bij de Dienst
                                    Uitvoering Onderwijs. Heeft aanvrager de registratie niet binnen
                                    de gestelde termijn gerealiseerd, dan deelt het college dit
                                    schriftelijk mede aan de aanvrager en heeft de aanvrager de
                                    gelegenheid dit alsnog te doen binnen drie dagen na de datum van
                                    ontvangst van de mededeling. Als de registratie niet alsnog
                                    binnen drie dagen is verstrekt, neemt het college de aanvraag
                                    niet in behandeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Opgave ingediende aanvragen</titel></kop><al>Het college verstrekt aan de bevoegde gezagsorganen
                                voor<vet>15 mei</vet>een opgave van de aanvragen
                            die overeenkomstig artikel 6 zijn ingediend en geeft daarbij aan welke
                            niet in behandeling worden genomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Overleg voorafgaand aan vaststellen programma en
                                overzicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Toelichting aanvraag; overleg over ingediende begroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college of een aanvrager kan verzoeken een aanvraag nader
                                    toe te lichten. Dit overleg vindt plaats binnen <vet>2
                                        maanden</vet> na de hersteldatum, bedoeld in artikel 6
                                    tweedelid.</al></li><li nr="2."><al>Het college treedt in overleg met de aanvrager als de aanvraag
                                    betrekking heeft op een voorziening waarvoor de vergoeding wordt
                                    vastgesteld op de feitelijke kosten en het college van oordeel
                                    is dat de door de aanvrager overgelegde kostenbegroting moet
                                    worden aangepast.</al></li><li nr="3."><al>Het college vermeldt in het voorstel tot het vaststellen van het
                                    bekostigingsplafond, het programma en het overzicht, bedoeld in
                                    paragraaf 2.3:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van het geraamde bedrag, waarvan voor de aangevraagde
                                    voorziening wordt uitgegaan, en</al></li><li nr="b."><al>als dit van toepassing is, de redenen waarom in het overleg geen
                                    overeenstemming is bereikt over de hoogte van het geraamde
                                    bedrag.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat het college het programma en het overzicht vaststelt,
                                    worden de bevoegde gezagsorganen in een overleg in de
                                    gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen inhoud
                                    van dat voorstel naar voren te brengen.</al></li><li nr="2."><al>Dit overleg vindt plaatst uiterlijk <vet>1 oktober</vet> van het
                                    jaar voorafgaand aan het jaar waarop het vast te stellen
                                    programma betrekking heeft. De bevoegde gezagsorganen worden ten
                                    minste <vet>2 weken</vet> voor de door het college vastgestelde
                                    datum schriftelijk in kennis gesteld van het tijdstip van het
                                    overleg en de voorgenomen inhoud van het voorstel.</al></li><li nr="3."><al>De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg
                                    kunnen voor het overleg hun zienswijzen schriftelijk kenbaar
                                    maken aan het college. Het college stelt de deelnemers aan het
                                    overleg van deze zienswijzen in kennis.</al></li><li nr="4."><al>Het college maakt een verslag van de in het overleg door de
                                    bevoegde gezagsorganen naar voren gebrachte zienswijzen. De
                                    overeenkomstig het vorige lid ingediende zienswijzen en de
                                    reactie van het college hierop worden opgenomen in het verslag.
                                    Het verslag wordt <vet>binnen een maand</vet> na het overleg
                                    toegezonden aan alle bevoegde gezagsorganen.</al></li><li nr="5."><al>Een bevoegd gezag en het college kunnen de Onderwijsraad
                                    verzoeken een advies uit te brengen over het conceptprogramma.
                                    Het verzoek bevat een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van
                                    de onderwerpen waarover advies wordt verwacht. Het advies dient
                                    betrekking te hebben op de relatie tussen de voorgenomen inhoud
                                    van het programma en de vrijheid van richting en inrichting. Het
                                    verzoek en de daarover naar voren gebrachte zienswijzen worden
                                    opgenomen in het verslag, bedoeld in het vierde lid.</al></li><li nr="6."><al>Het college is belast met het indienen van een verzoek om advies
                                    bij de Onderwijsraad. Het college zorgt ervoor dat de
                                    Onderwijsraad alle stukken ontvangt die nodig zijn voor het
                                    beoordelen van het verzoek, waaronder het verslag, bedoeld in
                                    het vierde lid.</al></li><li nr="7."><al>Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte advies
                                    wordt zo spoedig mogelijk door het college toegezonden aan de
                                    bevoegde gezagsorganen. Als het advies zou leiden tot één of
                                    meer inhoudelijke bijstellingen van de voorgenomen inhoud van
                                    het programma wor-den de bevoegde gezagsorganen door het college
                                    bij het toezenden van het afschrift van het advies uitgenodigd
                                    voor een nader overleg. In alle andere gevallen beoordeelt het
                                    college of nader bestuurlijk overleg over het advies van de
                                    Onderwijsraad noodzakelijk is. Het college geeft dit aan bij het
                                    toezenden van het afschrift van het advies.</al></li><li nr="8."><al>Nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt plaats binnen
                                        <vet>2 weken</vet> nadat het advies van de Onderwijsraad aan
                                    de bevoegde gezagsorganen is gezonden. Het college maakt van dit
                                    overleg een verslag en voegt dit toe aan het verslag, bedoeld in
                                    het vierde lid.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Vaststellen bekostigingsplafond,
                                        programma en overzicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Tijdstip vaststellen bekostigingsplafond, programma en
                                overzicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt het bekostigingsplafond vast voor de
                                    vergoeding van de aangevraagde voorzieningen. Hierbij kan
                                    onderscheid gemaakt worden naar onderwijssoort of per
                                    voorziening.</al></li><li nr="2."><al>Het programma en het overzicht worden vastgesteld op
                                        <vet>uiterlijk 31 december</vet> voorafgaande aan het jaar
                                    waarop het programma betrekking heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Bekendmaken besluiten vaststellen bekostigingsplafond, programma
                                en overzicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De besluiten tot het vaststellen van het bekostigingsplafond,
                                    het programma en het overzicht worden door het college binnen
                                        <vet>2 weken</vet> na de datum waarop het besluit is genomen
                                    bekend gemaakt door het toezenden of uitreiken van het besluit
                                    aan de aanvragers. Gelijktijdig stelt het college de overige
                                    bevoegde gezagsorganen schriftelijk in kennis van de genomen
                                    besluiten.</al></li><li nr="2."><al>De besluiten worden gelijktijdig met de bekendmaking ter inzage
                                    gelegd.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.4</nr><titel>Uitvoeren programma</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Overleg wijze van uitvoering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Binnen <vet>vier weken</vet> nadat het programma is vastgesteld
                                    treedt het college in overleg met de aanvrager over de wijze
                                    waarop de op het programma geplaatste voorziening wordt
                                    uitgevoerd. In dit overleg wordt alle informatie verstrekt die
                                    nodig is voor het uitvoeren van de voorziening en worden, voor
                                    zover van toepassing, afspraken gemaakt over:</al><lijst><li nr="a."><al>het bouwheerschap, bedoeld in artikel 103 van de Wet op het
                                    primair onderwijsen artikel 76n van de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="b."><al>het tijdstip waarop het bouwplan en de begroting door de
                                    aanvrager worden ingediend; </al></li><li nr="c."><al>als dit van toepassing is, een andere wijze waarop de toegekende
                                    voorziening wordt uitgevoerd, met inachtneming van het
                                    beschikbaar te stellen bedrag;</al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop het college het bouwplan en de begroting toetst,
                                    en of het naar het oordeel van het college noodzakelijk is bij
                                    het toetsen van het bouwplan en de begroting rekening te houden
                                    met feiten en omstandigheden die gewijzigd zijn ten opzichte van
                                    het moment waarop het programma is vastgesteld, waardoor het
                                    eerder genomen besluit kan worden herzien;</al></li><li nr="e."><al>de controle op en het afleggen van verantwoording over het
                                    besteden van de beschikbaar te stellen middelen;</al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop de aanbesteding plaatsvindt;</al></li></lijst></li><li nr="2"><al>De inhoud van de afspraken of het feit dat het overleg niet tot
                                    overeenstemming heeft geleid legt het college schriftelijk vast
                                    in een verslag. De aanvrager ontvangt het verslag binnen <vet>4
                                        weken</vet> na het overleg. Als de aanvrager niet binnen
                                        <vet>twee weken</vet> nadat het verslag is ontvangen
                                    schriftelijk reageert, wordt, afhankelijk van de inhoud van het
                                    vastgestelde verslag, geacht overeenstemming of geen
                                    overeenstemming te zijn bereikt.</al></li><li nr="3"><al>Bij het toepassen van artikel 13, tweede lid, neemt het college
                                        binnen<vet> 4 weken</vet> nadat overeenstemming is bereikt
                                    een beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging aanvangt.
                                    Het bepaalde in artikel 14 is daarbij van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li><li nr="4"><al>Als in het overleg geen overeenstemming is bereikt, deelt het
                                    college dit binnen <vet>4 weken</vet> nadat het verslag is
                                    vastgesteld schriftelijk mede aan de aanvrager en vermeldt
                                    gelijktijdig dat het bekostigen van de uitvoering van de
                                    voorziening wordt opgeschort.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Instemmen bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang bekostiging;
                                toetsen wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden;
                                overleggen offertes</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Nadat overeenstemming als bedoeld in artikel 12, tweede lid, is
                                    bereikt dient het bevoegd gezag het bouwplan en, als de
                                    voorziening wordt bekostigd op basis van de feitelijke kosten,
                                    de bijbehorende begroting in bij het college. Het bevoegd gezag
                                    houdt daarbij rekening met de hierover gemaakte afspraken,
                                    bedoeld in artikel 12, eerste lid. Gelijktijdig vermeldt het
                                    bevoegd gezag het tijdstip waarop de bekostiging kan starten.
                                    Het college moet instemmen met het bouwplan en de begroting
                                    voordat een bouwopdracht wordt verleend.</al></li><li nr="2."><al>Het college beslist binnen <vet>6 weken</vet> nadat de stukken
                                    zijn ontvangen over de bouwplannen, de desbetreffende begroting
                                    en het tijdstip waarop de bekostiging start. Het college kan,
                                    onder mededeling daarvan aan de aanvrager, deze termijn
                                    verlengen met <vet>3 weken</vet>. Als niet binnen de gestelde
                                    termijn is besloten, wordt geacht instemming te zijn verleend
                                    met de bouwplannen en de begroting en start de bekostiging op
                                    het door de aanvrager aangegeven tijdstip. Het college stelt de
                                    aanvrager binnen <vet>2 weken</vet> na de datum van de
                                    beslissing over het bouwplan, de desbetreffende begroting en het
                                    tijdstip waarop de bekostiging start respectievelijk na de datum
                                    waarop de instemming geacht wordt te zijn verleend hiervan
                                    schriftelijk in kennis.</al></li><li nr="3."><al>De vergoeding op basis van de feitelijke kosten wordt
                                    vastgesteld op basis van de economisch meest voordelige
                                    inschrijving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Aanvang bekostiging</titel></kop><al>Het college kan bij de beslissing over het tijdstip waarop de
                            bekostiging start bepalen dat de gelden in termijnen betaald worden. Het
                            betalen van de gelden vindt telkens plaats op een zodanig tijdstip dat
                            de aanvrager kan voldoen aan de financiële verplichtingen die voortkomen
                            uit het realiseren van de op het programma geplaatste voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Vervallen aanspraak op bekostiging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor <vet>1 oktober</vet> van het jaar waarop het programma
                                    betrekking heeft geeft de aanvrager een bouwopdracht of sluit
                                    hij een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst af. Hiervan zendt
                                    hij voor <vet>15 oktober</vet> een afschrift aan het college. De
                                    aanspraak op bekostiging vervalt als niet aan deze
                                    verplichtingen wordt voldaan.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde:</al><lijst><li nr="a."><al>bouwopdrachten en overeenkomsten zijn onherroepelijk;</al></li><li nr="b."><al>bouwopdrachten vermelden de aanvangsdatum van het werk en de
                                    termijn, uitgedrukt in het aantal werkbare dagen, waarbinnen het
                                    werk wordt opgeleverd;</al></li><li nr="c."><al>huur- of erfpachtovereenkomsten vermelden de datum van
                                    inwerkingtreding, alsmede de duur van de overeenkomst;</al></li><li nr="d."><al>koopovereenkomsten vermelden de datum van aankoop.</al></li></lijst></li><li nr="3"><al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet als het overschrijden
                                    van de in het eerste lid bedoelde termijn veroorzaakt wordt
                                    door:</al><lijst><li nr="a."><al>bijzondere omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te
                                    rekenen, en</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager voor <vet>1 september </vet>een schriftelijk
                                    gemotiveerd verzoek tot het verlengen van de termijn heeft
                                    ingediend bij het college.</al></li></lijst></li><li nr="4"><al>Het college beslist voor<vet>15 september </vet>op een
                                    verzoek tot het verlengen van de termijn. Bij inwilliging van
                                    het verzoek wordt in het besluit aangegeven tot welke datum de
                                    termijn wordt verlengd.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Aanvragen met spoedeisend karakter</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Indienen aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag tot het bekostigen van een voorziening die gelet op de
                            voortgang van het onderwijs geen uitstel kan lijden, wordt binnen <vet>2
                                weken</vet> na het ontstaan van de calamiteit ingediend bij het
                            college. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een door het college
                            vastgesteld formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Inhoud aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 16 vermeldt naast de
                                    gegevens genoemd in artikel 6, eerste lid, de omstandigheden
                                    waarom de voorziening spoedeisend wordt geacht. </al></li><li nr="2."><al>Het college stelt de aanvrager binnen <vet>2 weken</vet> na de
                                    datum waarop de aanvraag is ingediend schriftelijk op de hoogte
                                    als gegevens als bedoeld in het eerste lid ontbreken. De
                                    aanvrager heeft vervolgens <vet>2 weken</vet> om de ontbrekende
                                    gegevens aan te vullen. Als dit niet gebeurt, neemt het college
                                    de aanvraag niet in behandeling.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.2</nr><titel>Beoordelen aanvraag; uitvoeren
                                        besluit</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Tijdstip beslissing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist binnen <vet>4 weken </vet>nadat de aanvraag
                                    is ontvangen of, binnen <vet>4 weken</vet> nadat de aanvullende
                                    gegevens zijn verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt. </al></li><li nr="2."><al>Als een beschikking niet binnen de gestelde termijn kan worden
                                    gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager schriftelijk
                                    mede en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de
                                    beschikking wel tegemoet kan worden gezien.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt de aanvrager binnen <vet>2 weken</vet> na de
                                    datum van de beslissing schriftelijk van de beslissing in
                                    kennis.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Uitvoeren beslissing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Na het bekendmaken van een beslissing als bedoeld in artikel 18
                                    eerste lid waarbij een vergoeding is toegewezen, treedt het
                                    college zo spoedig mogelijk in overleg met de aanvrager over de
                                    wijze waarop de voorziening wordt uitgevoerd. Het bepaalde in de
                                    artikelen 12, 13, 14 en 15, tweede tot en vierde lid, is daarbij
                                    van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats
                                    van de termijn, bedoeld in artikel 13, tweede lid, eerste
                                    volzin, een termijn van <vet>3 weken</vet> geldt.</al></li><li nr="2."><al>Binnen <vet>3 maanden</vet> na bekendmaking van een beslissing
                                    als bedoeld in het eerste lid geeft de aanvrager een
                                    bouwopdracht of sluit hij een koop-, huur-, of
                                    erfpachtovereenkomst af. Hiervan zendt hij binnen een termijn
                                    van <vet>2 weken</vet> een afschrift aan het college. De
                                    aanspraak op bekostiging vervalt als niet aan deze
                                    verplichtingen wordt voldaan.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Medegebruik en verhuur</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.1</nr><titel>Medegebruik voor onderwijs of
                            educatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Aanduiden omstandigheden</titel></kop><al>Het college kan overgaan tot het vorderen van een gedeelte van een voor
                            een school bestemd gebouw of terrein als:</al><lijst><li nr="a."><al>door medegebruik aan de behoefte aan huisvesting kan worden
                                    voorzien van een school waarbij overeenkomstig bijlage III, deel
                                    C, een aanvullende ruimtebehoefte is vastgesteld en het bevoegd
                                    gezag van die school een aanvraag als bedoeld in de artikelen 5
                                    of 16 heeft ingediend;</al></li><li nr="b."><al>leegstand is vastgesteld in een lesgebouw van een school;</al></li><li nr="c."><al>leegstand is vastgesteld in een lokaal bewegingsonderwijs van
                                    een school.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Omschrijving leegstand</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is sprake van leegstand in een schoolgebouw als
                                    overeenkomstig bijlage III, deel C, is vastgesteld dat de
                                    vastgestelde capaciteit van het gebouw groter is dan de
                                    vastgestelde ruimtebehoefte. </al></li><li nr="2."><al>Er is sprake van leegstand in een lokaal bewegingsonderwijs als:
                                </al><lijst><li nr="a."><al>het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor
                                    basisonderwijsende som van het aantal
                                    klokuren gebruik dat door het college is vastgesteld minder is
                                    dan 40 klokuren; </al></li><li nr="b."><al>het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor
                                    basisonderwijsof voortgezet
                                        onderwijs<cursief>,</cursief> en de som van de
                                    berekeningswijzen, bedoeld onder a en b, minder is dan 40
                                    klokuren. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Nalaten vorderen</titel></kop><al>Het college vordert geen medegebruik als het bevoegd gezag de leegstand
                            van het gebouw waarin het beoogde medegebruik moet plaatsvinden, in
                            gebruik heeft gegeven aan een andere school of scholen voor het
                            onderwijs aan die school of scholen, tenzij dat gebruik kan plaatsvinden
                            in de voor die scholen al beschikbare huisvestingscapaciteit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Overleg en mededeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat het college overgaat tot vorderen in het kader van een
                                    aanvraag als bedoeld in artikel 5 overlegt het daarover met de
                                    betrokken bevoegde gezagsorganen tijdens het overleg als bedoeld
                                    in artikel 9.</al></li><li nr="2."><al>Voordat het college overgaat tot vorderen in het kader van een
                                    aanvraag als bedoeld in artikel 16, overlegt het daarover zo
                                    spoedig mogelijk met de betrokken bevoegde gezagsorganen.</al></li><li nr="3."><al>Binnen <vet>4 weken</vet> nadat het programma is vastgesteld of
                                    binnen <vet>1 week</vet> na het overleg, bedoeld in het vorige
                                    lid, deelt het college het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt
                                    schriftelijk mede dat gevorderd wordt.</al></li><li nr="4."><al>De schriftelijke mededeling van het college bevat in ieder
                                    geval:</al></li><li nr="a."><al>de naam van de school en het bevoegd gezag waarvoor wordt
                                    gevorderd;</al><lijst><li nr="b."><al>een aanduiding van het aantal leerlingen waarvoor gevorderd
                                    wordt of, als het betreft het bewegingsonderwijsonderwijs, het
                                    aantal klokuren dat gevorderd wordt;</al></li><li nr="c."><al>het gebouw waarop de vordering betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>het aantal vierkante meters bruto vloeroppervlakte dat gevorderd
                                    wordt;</al></li><li nr="e."><al>de periode waarvoor gevorderd wordt, en </al></li><li nr="f."><al>de ingangsdatum van het medegebruik.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Vergoeding</titel></kop><al>De betrokken bevoegde gezagsorganen stellen in onderling overleg de
                            vergoeding voor het medegebruik vast. Hierbij wordt als uitgangspunt
                            genomen dat de vergoeding kostendekkend dient te zijn. Als geen
                            overeenstemming wordt bereikt stellen partijen in onderling overleg vast
                            welke handelswijze wordt gevolgd. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.2</nr><titel>Medegebruik voor culturele, maatschappelijke of
                                recreatieve doeleinden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Overleg en mededeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat het college overgaat tot vorderen overlegt het college
                                    met het bevoegd gezag.</al></li><li nr="2."><al>In het overleg komt in ieder geval aan de orde:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welke activiteit of activiteiten gevorderd
                                            wordt;</al></li><li nr="b."><al>of die activiteit of activiteiten zich verdragen met het
                                            onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school;</al></li><li nr="c."><al>of maatregelen noodzakelijk zijn om te voorkomen dat het
                                            onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school hinder
                                            van het medegebruik ondervindt;</al></li><li nr="d."><al>wat naar oordeel van het college en het bevoegd gezag
                                            een redelijke vergoeding voor het medegebruik is;</al></li><li nr="e."><al>de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs aanvang
                                            kan nemen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Binnen <vet>4 weken</vet> na het overleg deelt het college het
                                    bevoegd gezag waarvan medegebruik gevorderd wordt schriftelijk
                                    mede dat gevorderd wordt. Als het overleg heeft geleid tot
                                    afspraken, worden ook deze opgenomen in de schriftelijke
                                    mededeling. Als het overleg niet tot volledige overeenstemming
                                    heeft geleid, dan bevat de mededeling de beslissing van het
                                    college over de punten waarover geen overeenstemming was
                                    bereikt. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.3</nr><titel>Verhuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Verzoek toestemming college</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag verzoekt het college schriftelijk om
                                    toestemming als bedoeld in artikel 108, eerste lid, van de Wet
                                    op het primair onderwijsof artikel 76s, eerste lid,
                                    van de Wet op het voortgezet onderwijs voordat een
                                    huurovereenkomst wordt gesloten. </al></li><li nr="2."><al>Het verzoek bevat een aanduiding van de huurder en van de
                                    bestemming van de te verhuren ruimte.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan aan de toestemming de voorwaarde verbinden dat
                                    voor de verhuur een huur is verschuldigd.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Einde gebruik gebouwen en terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Staat van onderhoud</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als het bevoegd gezag aan het college schriftelijk meldt dat een
                                    gebouw of terrein niet meer nodig is voor het huisvesten van een
                                    school stelt het college vast of er mogelijk sprake is van
                                    achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein.</al></li><li nr="2."><al>Als het college vaststelt dat er sprake is van achterstallig
                                    onderhoud wordt voordat de eigendomsoverdracht plaatsvindt een
                                    staat van onderhoud opgemaakt.</al></li><li nr="3."><al>De staat van onderhoud wordt na overleg met het bevoegd gezag
                                    opgemaakt in opdracht van het college.</al></li><li nr="4."><al>Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het
                                    bevoegd gezag. </al></li><li nr="5."><al>Als uit de staat van onderhoud blijkt dat sprake is van
                                    achterstallig onderhoud wordt in het overleg vastgesteld welk
                                    deel hiervan voor rekening van het bevoegd gezag komt en of het
                                    bevoegd gezag opdracht verstrekt voor het uitvoeren van de
                                    werkzaamheden, of dat het bevoegd gezag een in overleg vast te
                                    stellen bedrag aan het college betaalt. Als geen overeenstemming
                                    wordt bereikt, stellen partijen vast welke handelwijze verder
                                    gevolgd wordt.</al></li><li nr="6."><al>Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege als
                                    dit naar het oordeel van het college niet nodig is. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Gebruik lokaal bewegingsonderwijs door basisonderwijs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit,
                                inroosteren en gebruik</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt jaarlijks voor <vet>15 december</vet>
                                    voorlopig vast het aantal klokuren bewegingsonderwijs waarop een
                                    school voor basisonderwijs in het daaropvolgende schooljaar
                                    aanspraak maakt.</al></li><li nr="2."><al>Grondslag voor het berekenen van het aantal klokuren is het
                                    aantal leerlingen dat op 1 oktober van het lopende schooljaar op
                                    de school staat ingeschreven.</al></li><li nr="3."><al>Op basis van het aantal klokuren stelt het college voor <vet>31
                                        december </vet>een rooster op voor het gebruik van de
                                    lokalen bewegingsonderwijs, waarbij het college rekening houdt
                                    met de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="a."><al>de afstanden in relatie tot de omvang van het onderwijsgebruik
                                    van een lokaal bewegingsonderwijs, bedoeld in bijlage I, deel
                                    B;</al></li><li nr="b."><al>een school waarvan het bevoegd gezag eigenaar is van het lokaal
                                    bewegingsonderwijs wordt voor de school als eerste ingeroosterd
                                    voor het lokaal bewegingsonderwijs, en</al></li><li nr="c."><al>het bewegingsonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk
                                    ingeroosterd in één lokaal bewegingsonderwijs.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college stelt het bevoegd gezag, nadat het rooster voorlopig
                                    is vastgesteld, voor <vet>15 januari</vet> in kennis van het
                                    rooster. Hierbij worden per school de volgende gegevens
                                    vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal klokuren waarvoor de school wordt ingeroosterd;</al></li><li nr="b."><al>het lokaal bewegingsonderwijs dat voor het bewegingsonderwijs is
                                    toegewezen, en</al></li><li nr="c."><al>de lestijden gedurende welke het onderwijsgebruik
                                    plaatsvindt.</al></li></lijst></li><li nr="5"><al>De bevoegde gezagsorganen kunnen tot 1 maart reageren op het
                                    voorstel.</al></li><li nr="6"><al>Op verzoek van de bevoegde gezagsorganen kan het college een
                                    overleg over het voorstel plannen. Dit overleg vindt plaats voor
                                        <vet>15 februari</vet>. In het overleg kunnen de
                                    vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen reageren op het
                                    voorstel.</al></li><li nr="7"><al>Het college stelt het rooster voor <vet>15
                                    maart</vet>definitief vast en houdt hierbij rekening
                                    met de reacties van de bevoegde gezagsorganen.</al></li><li nr="8"><al>Het bevoegd gezag kan het college verzoeken meer klokuren in te
                                    roosteren dan het aantal klokuren dat door het college is
                                    vastgesteld.</al></li><li nr="9"><al>Het college neemt een verzoek als bedoeld in het vorige lid
                                    uitsluitend in behandeling als daarvoor nog capaciteit
                                    beschikbaar is. Het aantal klokuren dat door het college extra
                                    wordt ingeroosterd komt voor rekening van het bevoegd gezag van
                                    de school.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al>In gevallen die de uitvoering van deze verordening betreffen en waarin
                            deze verordening niet voorziet beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college stelt jaarlijks de in het kader van deze verordening
                            gehanteerde normbedragen voor de vergoeding van voorzieningen bij op
                            basis van de in bijlage IV opgenomen systematiek van
                            prijsbijstelling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De “Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Hattem
                            2009” wordt per 1 januari 2015 ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op <vet>1 januari
                                    2015.</vet></al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening voorzieningen
                                    huisvesting onderwijs gemeente Hattem 2015. </al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de
                        gemeente Hattem, gehouden op 15 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Hattem,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Hattem/i257804.pdf">08. Bijlage I - Beoordelingscriteria noodzaak aangevraagde voorzieningen.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>