<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR285546_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening gemeente Overbetuwe 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Betuwe; 10-04-2013.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening gemeente Overbetuwe 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="Gemeentewet: art. 149 en 154"/><dcterms:source resourceIdentifier="Wegenverkeerswet: art. 2a."/><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>13rb000006.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-9411</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening gemeente Overbetuwe 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>a. Onderwerp: Parkeerverordening gemeente Overbetuwe 2013</al><al/><al>Ons kenmerk: 13RB000006</al><al/><al>Nr. 7a</al><al/><al>De raad van de gemeente Overbetuwe;</al><al/><al>gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 12 februari
                        2013;</al><al/><al>gelezen het advies van de voorbereidende vergadering 5 maart 2013;</al><al/><al>gelet op artikel(en) artikel 149 en 154 van de Gemeentewet en artikel 2a van
                        de Wegenverkeerswet;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al/><al>Parkeerverordening gemeente Overbetuwe 2013</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat on¬der:</al><lijst><li nr="a."><al>belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die</al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990,
                                        of</al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage
                                        I van het RVV 1990 met opschrift zone, voor zover deze
                                        plaats niet is uitgezonderd;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="c."><al>gemeente: gemeente Overbetuwe;</al></li><li nr="d."><al>houder: degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven
                                kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het
                                krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van
                                opgegeven kentekens of diegene die het motorvoertuig op grond van
                                een contract van huurkoop of vruchtgebruik (lease) onder zich
                                heeft;</al></li><li nr="e."><al>motorvoertuig: alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen,
                                fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om
                                anders dan langs rails te worden voortbewogen met inbegrip van
                                brommobielen;</al></li><li nr="f."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van
                                personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op
                                binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande
                                terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet
                                ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;</al></li><li nr="g."><al>RVV 1990: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="h."><al>vergunning: een door het college verleende vergunning, met inbegrip
                                van een kraskaart, krachtens welke het is toegestaan een
                                motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                                belanghebbendenplaatsen (parkeervergunning);</al></li><li nr="i."><al>vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                                vergunning is verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzen belanghebbendenplaats</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten
                                aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders.
                                Het college kan hierbij onderscheid maken in categorieën van
                                vergunninghouders als bedoeld in artikel 3, derde lid van deze
                                verordening.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen
                                vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is
                                toegestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergunningverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op aangewezen belanghebbendenplaatsen,
                                met inachtneming van het bepaalde in artikel 5 van deze
                                verordening.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanvragen en verlenen
                                van een vergunning.</al></li><li nr="3."><al>Een vergunning kan in ieder geval worden verleend aan:</al><lijst><li nr="a."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont of
                                        een bedrijf heeft in een gebied waar belanghebbendenplaatsen
                                        aanwezig zijn, ten behoeve van eigen gebruik;</al></li><li nr="b."><al>een bewoner of een bedrijf in het gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van zijn
                                        of haar bezoekers, met inbegrip van mantelzorgers;</al></li><li nr="c."><al>beroepsmatige hulpverleners zonder herkenbaar voertuig.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan in bijzondere gevallen ook een vergunning verlenen
                                aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet
                                aan één van de in het derde lid genoemde vereisten.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal
                                uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied en per categorie
                                vaststellen.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen
                                verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede
                                verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al></li><li nr="7."><al>Het college kan bij diefstal, vermissing of verlies van de
                                vergunning, als bedoeld in het derde lid, een duplicaat van de
                                vergunning verstrekken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><al>De volgende gebruikers mogen gebruik maken van een belanghebbendenplaats
                        zonder vergunning als bedoeld in artikel 3 van deze verordening:</al><lijst><li nr="a."><al>gehandicapten, met een duidelijk zichtbaar aangebrachte geldige
                                Europese Gehandicaptenparkeerkaart;</al></li><li nr="b."><al>beroepsmatige hulpverleners met een herkenbaar voertuig;</al></li><li nr="c."><al>bestuurders van een als zodanig herkenbare dierenambulance;</al></li><li nr="d."><al>bestuurders van een als zodanig herkenbaar (dienst)voertuig van de
                                gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Volgorde vergunningverlening en wachtlijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aanvragen om vergunning worden in volgorde van binnenkomst
                                behandeld.</al></li><li nr="2."><al>Als het aantal aanvragen groter is dan het maximum aantal te
                                verlenen vergunningen voor het betreffende vergunninggebied worden
                                de aanvragen op volgorde van binnenkomst op een wachtlijst
                                geplaatst. Plaatsing op de wachtlijst heeft opschortende werking
                                voor de beslistermijn.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan voor een vergunninggebied per vergunningsoort een
                                wachtlijst instellen.</al></li><li nr="4."><al>De aanvraag wordt van de wachtlijst verwijderd, als:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager daarom verzoekt;</al></li><li nr="b."><al>aan de aanvrager een vergunning is verleend;</al></li><li nr="c."><al>blijkt dat de aanvrager bij de aanvraag om de vergunning
                                        onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de
                                        verstrekking van juiste of volledige gegevens niet tot
                                        plaatsing op de wachtlijst zou hebben geleid;</al></li><li nr="d."><al>niet meer wordt voldaan aan de vereisten, gesteld bij of
                                        krachtens deze verordening.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist binnen zes weken na ontvangst van een aanvraag
                                om een vergunning.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten
                                hoogste zes weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn
                                wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning wordt voor ten hoogste 3 jaar verleend.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het
                                        motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De vergunning is niet overdraagbaar.</al></li><li nr="4."><al>Vergunninghouder is verplicht elke wijziging in de omstandigheden
                                die relevant zijn voor het verlenen van de vergunning, onmiddellijk
                                schriftelijk aan het college kenbaar te maken.</al></li><li nr="5."><al>Vergunninghouder is verplicht elke wijziging van het voertuig, het
                                kenteken van het voertuig, de bedrijfsnaam of het adres van
                                vergunninghouder onmiddellijk schriftelijk aan het college kenbaar
                                te maken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekking of wijziging van een vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen
                                        beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de
                                        vergunning is verleend;</al></li><li nr="c."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
                                        vergunningen komt te vervallen;</al></li><li nr="d."><al>wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn
                                        betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft
                                        voldaan;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                        vergunning verbonden voorschriften en/ of beperkingen;</al></li><li nr="f."><al>wanneer zich een wijziging voordoet in één van de
                                        omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                        vergunning;</al></li><li nr="g."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning
                                        onjuiste gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="h."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een besluit tot intrekken of wijzigen van een vergunning is met
                                redenen omkleed. De betrokkene wordt van het intrekken of wijzigen
                                van de vergunning in kennis gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Een besluit tot intrekking van een vergunning treedt niet eerder in
                                werking dan op de achtste dag na de dagtekening van dat
                                besluit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien
                                        van de afgegeven vergunning;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften
                                        en/ of beperkingen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te
                                plaatsen of te laten staan op een belanghebbendenplaats.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                en tweede lid van dit artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Strafbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Overtreding van het bepaalde in artikel 9, eerste en tweede lid, van
                                deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
                                maanden of een geldboete van de tweede categorie.</al></li><li nr="2."><al>Als de vergunning wordt ingetrokken omdat bij de aanvraag van de
                                vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt, kan de vergunninghouder
                                een jaar worden uitgesloten van het verkrijgen van een vergunning.
                                Na ommekomst van dat jaar kan opnieuw een aanvraag worden
                                ingediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                        verordening zijn belast de door het college aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan één of meer artikelen van deze verordening buiten toepassing
                        laten of daarvan afwijken, voorzover toepassing gelet op het belang van
                        reguleren van het parkeren in de gemeente, leidt tot een onbillijkheid van
                        overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van
                        bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Parkeerverordening gemeente
                        Overbetuwe 2013.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van 26 maart 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>drs. A.J. van den Brink</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>R.T. Metz.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>In de aanhef van de parkeerverordening moeten de artikelen 149 en 154
                    Gemeentewet en 2a Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) opgenomen worden. Op grond
                    van het eerste artikel mag een gemeente zogeheten autonome verordeningen
                    opstellen. Op grond van het tweede artikel behoudt een gemeente zijn autonome
                    regelgevende bevoegdheid ten aanzien van het onderwerp waarin de
                    Wegenverkeerswet voorziet, voorzover die regels niet in strijd zijn met de bij
                    of krachtens deze wet vastgestelde regels en voorzover verkeerstekens krachtens
                    deze wet zich daar niet toe lenen.</al><al/><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In dit artikel zijn de in deze verordening gehanteerde begrippen omschreven.
                    Deze spreken in het algemeen voor zich. Een enkele wordt hieronder nog
                    toegelicht.</al><al/><al>Onder d. houder: in de WVW 1994 is bepaald dat motorrijtuigen over een kenteken
                    moeten beschikken. Het RVV 1990, waarin onder andere bepalingen over parkeren
                    zijn opgenomen, spreekt echter over motorvoertuigen. Dit is op zich verwarrend,
                    maar materieel gezien komen de definities van beide begrippen goeddeels
                    overeen.</al><al/><al>Onder e. motorvoertuig: op grond van artikel 225 Gemeentewet kunnen
                    parkeerbelastingen worden geheven voor het parkeren met motorvoertuigen. In deze
                    parkeerverordening is ervoor gekozen om de werking van deze verordening te
                    beperken tot motorvoertuigen, zoals bedoeld in artikel 1, onder z. van het RVV
                    1990 met inbegrip van brommobielen. Een brommobiel is in het RVV 1990 (artikel
                    1, onder ia.) gedefinieerd als een bromfiets op meer dan twee wielen, die is
                    voorzien van een carrosserie. Brommobielen vallen dus niet onder de definitie
                    van motorvoertuigen. In artikel 2a RVV 1990 is echter bepaald dat de regels voor
                    motorvoertuigen ook van toepassing zijn op brommobielen en de bestuurders en
                    passagiers van brommobielen. Bestuurders van brommobielen moeten zich in het
                    verkeer dus gedragen als een ‘gewone’ automobilist. Dit geldt ook voor het
                    parkeren met een brommobiel. Daarom is ervoor gekozen deze parkeerverordening en
                    de verordening parkeerbelasting ook van toepassing te verklaren op
                    brommobielen.</al><al/><al>Onder f. parkeren: in de parkeerverordening is aansluiting gezocht bij de
                    definitie van het begrip parkeren in artikel 225 Gemeentewet en dus niet bij de
                    definitie uit artikel 1, onder ac. van het RVV 1990. Er is gekozen voor deze
                    definitie, omdat het invoeren van vergunninghoudersparkeren ook gebaseerd is op
                    artikel 225 Gemeentewet.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Aanwijzen belanghebbendenplaats</vet></al><al>Het aanwijzen van de gebieden en plaatsen waar en de tijden waarop met een
                    vergunning op belanghebbendenplaatsen geparkeerd kan worden, dient bij of
                    krachtens deze verordening te worden geregeld. Zoals te doen gebruikelijk bij
                    verordeningen is de aanwijzingsbevoegdheid bij het college neergelegd. Het
                    betreft immers een uitvoeringstaak.</al><al/><al>De aanwijzing van belanghebbendengebieden is in principe alleen mogelijk voor
                    gebieden waar een redelijke mate van parkeerdruk aanwezig is, of als
                    sturingsinstrument.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 3 Vergunningverlening</vet></al><al>Het college kan een vergunning afgeven voor het parkeren op plaatsen voor
                    belanghebbenden (parkeervergunning). Het college kan tevens nadere regels
                    stellen voor het aanvragen en het verlenen van een parkeervergunning. Hierbij
                    kan worden gedacht aan het stellen van indieningsvereisten voor het aanvragen
                    van een parkeervergunning. In het kader van het voorkomen van onnodige
                    administratieve lasten voor burgers en bedrijven worden in beginsel geen
                    gegevens opgevraagd die de gemeente al bekend zijn of die de gemeente eenvoudig
                    en vaak goedkoper zelf kan opvragen. Hierbij wordt gedacht aan het opvragen van
                    bedrijfsgegevens bij de Kamers van Koophandel voor het afgeven van een
                    parkeervergunning aan een bedrijf.</al><al/><al>Ook kan het college regels stellen voor personen of bedrijven die nog niet in
                    het vergunningenhoudersgebied wonen of gevestigd zijn, maar die dat wel binnen
                    afzienbare tijd gaan doen. Deze personen of bedrijven kunnen alvast op een
                    eventuele wachtlijst voor een parkeervergunning worden gezet. Daarbij zullen zij
                    voldoende hard moeten kunnen maken dat zij ook daadwerkelijk in het betreffende
                    gebied gaan wonen of zich daar gaan vestigen met een bedrijf, door middel van
                    bijvoorbeeld een koop- of huurcontract.</al><al/><al>In het derde lid worden de drie verschillende categorieën van vergunninghouders
                    genoemd die in aanmerking kunnen komen voor een parkeervergunning. Behalve
                    eigenaren en houders, bewoners en bedrijven in het vergunninggebied zijn hier
                    ook de beroepsmatige hulpverleners zonder herkenbaar voertuig opgenomen.</al><al/><al>In het vierde lid is bepaald dat het college in bijzondere gevallen ook een
                    (tijdelijke) parkeervergunning kan verlenen aan de eigenaar of houder van een
                    motorvoertuig die niet voldoet aan één van de vereisten die in het derde lid
                    zijn opgenomen. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan de eerder genoemde
                    personen of bedrijven die nog niet in het vergunningenhoudersgebied wonen of
                    gevestigd zijn, maar die dat wel binnen afzienbare tijd gaan doen. Hierbij kan
                    ook gedacht worden aan personen of bedrijven die (tijdelijk) een standplaats
                    innemen met een motorvoertuig. </al><al/><al>Om te voorkomen dat er voor een bepaald gebied teveel parkeervergunningen worden
                    uitgegeven, is het verstandig om direct bij de invoering van een
                    belanghebbendengebied het maximum aantal uit te geven vergunningen te bepalen.
                    Hierbij kan ook onderscheid worden gemaakt naar de verschillende categorieën
                    parkeervergunninghouders, waarbij het in de praktijk vooral zal gaan om het
                    aantal bewonersvergunningen en bedrijfsvergunningen (vijfde lid). Hoewel een
                    parkeervergunning geen absoluut recht geeft op een parkeerplaats in een
                    aangewezen belanghebbendengebied, moet de vergunninghouder er wel op kunnen
                    vertrouwen dat hij zijn auto doorgaans kwijt kan in dat gebied. Wanneer het
                    maximum aantal uit te geven parkeervergunningen is bereikt, kan het college de
                    parkeervergunning weigeren en de betreffende persoon of het betreffende bedrijf
                    op een wachtlijst plaatsen.</al><al/><al>Op grond van het zesde lid kunnen met het oog op een goede verdeling van de
                    beschikbare parkeerruimte aan de vergunning zowel voorschriften als beperkingen
                    worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met
                    betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is. Vergunningen
                    kunnen ook worden verleend voor bepaalde zones, om te voorkomen dat
                    vergunninghouders overal elders in de gemeente gratis kunnen parkeren.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 4 Vrijstelling</vet></al><al>Dit artikel is opgenomen in kader van de vermindering van de administratieve
                    lastendruk, voor zowel de aanvragers als de gemeente.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Volgorde vergunningverlening en wachtlijst</vet></al><al>In dit artikel zijn regels opgenomen hoe te handelen in het geval de aanvraag
                    van een parkeervergunning het aantal beschikbare parkeerplaatsen overschrijdt.
                    Zoals het er ten tijde van het vaststellen van de verordening naar uit ziet,
                    ligt het niet in de lijn der verwachting dat dit artikel toegepast zal
                    worden.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Beslistermijn</vet></al><al>De beginselen van behoorlijk bestuur eisen dat binnen een redelijke termijn een
                    beslissing wordt genomen op een aanvraag voor een vergunning. Om voor de
                    aanvrager duidelijkheid te verschaffen, zijn de termijnen in de verordening zelf
                    opgenomen. In de verordening is een beslistermijn opgenomen, die eenmaal met
                    dezelfde periode kan worden verlengd.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Gegevens</vet></al><al>In het kader van deregulering en besparing op kosten is gekozen om de
                    parkeervergunning voor de duur van ten hoogste 3 jaar te verlenen. Na deze
                    periode zal door onder andere weersinvloeden het vergunningsdocument niet meer
                    goed leesbaar zijn. Na deze periode wordt - na indiening van een aanvraag en
                    betaling van de parkeerbelasting - een nieuwe vergunning verleend.</al><al/><al>Om de controle op naleving van het belanghebbendenparkeren efficiënt te laten
                    verlopen, moet zo min mogelijk informatie op de vergunning worden vermeld. Een
                    overmaat aan informatie bemoeilijkt de waarneming voor de controleurs (veel
                    lezen, kleine letters etcetera). Om fraude te bemoeilijken (het maken van bij
                    voorbeeld een fotokopie) wordt de vergunning in meer kleuren uitgevoerd, waarbij
                    gelet zal worden op de kleurechtheid van de inkt en/ of papier.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Intrekking of wijziging van een vergunning</vet></al><al>In de aanhef van dit artikel wordt aangegeven dat het college een
                    parkeervergunning ‘kan’ intrekken of wijzigen. Bedoeld is hiermee aan te geven
                    dat het ter beoordeling van het college staat of een vergunning daadwerkelijk
                    wordt ingetrokken of gewijzigd, wanneer een van de opgesomde omstandigheden zich
                    voordoet. Met andere woorden: het is een zogeheten ‘kan-bepaling’. De opsomming
                    is limitatief. Om eventuele andere redenen of oorzaken kan de vergunning dan ook
                    niet worden ingetrokken of gewijzigd.</al><al/><al><vet>Artikel 9 Verbodsbepalingen</vet></al><al>Het verbieden van het plaatsen van enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig,
                    is opgenomen omdat het plaatsen van dergelijke voorwerpen het normale gebruik
                    van de bedoelde parkeerplaatsen belemmert en daarmee de beoogde
                    parkeerregulering doorkruist. Het gaat hier om gedragingen die zich niet lenen
                    voor fiscalisering. Deze verbodsbepaling moet dan ook, ongeacht of tot
                    fiscalisering wordt overgegaan, in de verordening worden opgenomen.</al><al/><al>Bewust is gekozen voor motorvoertuigen en niet voor voertuigen omdat caravans en
                    aanhangwagens anders ook vergunningsplichtig zijn. Op basis van de Algemene
                    Plaatselijke Verordening (APV) mag een caravan overigens niet langer dan drie
                    aaneengesloten dagen op de weg staan.</al><al/><al><vet>Artikel 10 Strafbepalingen</vet></al><al>Artikel 154 Gemeentewet bepaalt dat op overtreding van een verordening een
                    hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie
                    kan worden gesteld. Daarbij kan als bijkomende straf openbaarmaking van de
                    rechtelijke uitspraak worden gesteld. Van deze bijkomende straf valt bij
                    parkeerovertredingen weinig effect te verwachten. Daarom is het opnemen van deze
                    bijkomende straf in de parkeerverordening achterwege gelaten.</al><al/><al>De fiscale aanpak van het niet betalen van de parkeerbelasting is, gelet op
                    artikel 234 Gemeentewet, alleen mogelijk bij parkeerapparatuurplaatsen. Daarom
                    moet in de verordening een strafbepaling worden opgenomen, die alleen voor
                    strafrechtelijke handhaving via de zogeheten ‘Wet Mulder’ in aanmerking
                    komt.</al><al/><al><vet>Artikel 11 Toezicht</vet></al><al>Met dit artikel wordt het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                    verordeing bepaalde geregeld. </al><al>Toezichthouders zijn personen die bij of krachtens wettelijk voorschrift belast
                    zijn met het houden van toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften, zo
                    volgt uit artikel 5:11 Awb. Deze personen kunnen (deels) categoraal en (deels)
                    individueel worden aangewezen.</al><al/><al><vet>Artikel 12 Hardheidsclausule</vet></al><al>Dit artikel geeft het college de mogelijkheid één of meer artikelen van deze
                    verordening buiten toepassing te laten of daarvan af te wijken, voor zover
                    toepassing van deze veordening, gelet op het belang van het reguleren van het
                    parkeren in de gemeente, zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
                    Wordt er van deze clausule gebruik gemaakt, dan heeft dit tot gevolg dat de
                    verordening moet worden aangepast. Immers, alleen ten tijde van de vaststelling
                    niet voorziene gevallen kunnen onder deze bepaling worden gevat.</al><al/><al><vet>Artikel 13 Inwerkingtreding</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 14 Citeertitel</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al/></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Overbetuwe/i205019.pdf">Parkeerverordening 2013 13 03 26.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>