<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR28548_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tot heffing en invordering van Scheepvaartrechten 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2010, 78</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Scheepvaartrechten 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 217, 219</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 229, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de woonwagens en woonschepen, art. 31</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Huisvestingswet, art. 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/331</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De historie bij ´Het overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen´ is mogelijk niet compleet. Er kunnen wijzigingen ontbreken tussen het ontstaan van de regeling en de eerste opgenomen wijziging daarvan.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening tot heffing en invordering van Scheepvaartrechten 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op de artikelen 217, 219 en 229, het eerste lid, aanhef en onderdelen
                        a en b, van de Gemeentewet en artikel 31 van de Wet op de woonwagens en
                        woonschepen;</al><al/><al>Besluit:</al><al/><al>vast te stellen de "Verordening tot heffing en invordering van
                        Scheepvaartrechten 2005". </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I.</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>havengeld;</al></li><li nr="b."><al>opslaggeld;</al></li><li nr="c."><al>staangeld;</al></li><li nr="d."><al>meetgeld;</al></li><li nr="e."><al>vaste ligplaatsgeld;</al></li><li nr="f."><al>vaste ligplaatsgeld met gebruik van opslagterrein;</al><al/></li></lijst><al/><al><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al><cursief>woonschip:</cursief>een schip uitsluitend of
                            hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd;</al><al><cursief>ligplaats:</cursief>een gemarkeerd gedeelte van de
                            haven bestemd voor een woonschip of een pleziervaartuig;</al><al><cursief>vaartuig:</cursief>een drijvend lichaam dat wegens
                            zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor
                            het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of
                            vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel
                            uitmakende voorwerpen;</al><al><cursief>opslagruimte:</cursief>gedeelte van de kade aan de
                            gemeentelijke aanlegplaatsen aan het Wilhelminakanaal en aan de haven,
                            hetwelk onverhuurd is en door burgemeester en wethouders van Tilburg
                            daartoe bestemd is;</al><al><cursief>havenmeester:</cursief>de havenmeester van de
                            gemeente Tilburg of diens plaatsvervanger.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II.</nr><titel>Havengeld</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Aard der belasting</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr></kop><al>Onder de naam havengeld wordt een recht geheven voor het meren, hetzij
                            middellijk of onmiddellijk, van vaartuigen aan de kaden van de haven of
                            van de gemeentelijke aanlegplaatsen aan het Wilhelminakanaal.</al><al/><al/><al><vet>Grondslag</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het havengeld wordt berekend naar de in kubieke meters
                                    uitgedrukte waterverplaatsing van een vaartuig bij een diepgang
                                    tot maximaal 2.10 meter.</al></li><li nr="2."><al>De waterverplaatsing van een vaartuig wordt bepaald met behulp
                                    van een geldige meetbrief.</al></li><li nr="3."><al>Bij gebreke van een meetbrief of bij weigering deze te tonen,
                                    wordt de waterverplaatsing van gemeentewege vastgesteld.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Tarief</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het havengeld bedraagt € 0,11 per kubieke meter
                                    waterverplaatsing en per reis met een minimum van € 8,08.</al></li><li nr="2."><al>Voor vaartuigen, welke langer dan twaalf achtereenvolgende dagen
                                    aan de kade blijven liggen, wordt voor elk twaalftal dagen of
                                    gedeelte daarvan opnieuw havengeld geheven.</al></li><li nr="3."><al>De zondagen en de dagen waarop een algemeen erkende christelijke
                                    of rooms-katholieke feestdag valt, welke in Tilburg als zondag
                                    wordt gevierd, worden hierbij niet meegerekend.</al></li><li nr="4."><al>De betaling wegens voortgezet verblijf vindt niet plaats, indien
                                    en voor zover het voortgezet verblijf het uitsluitend gevolg is
                                    van stremming van de scheepvaart wegens ijs of om andere redenen
                                    van natuurlijke overmacht.</al></li><li nr="5."><al>Voor vaartuigen, welke korter dan 24 uur aan de kade blijven
                                    liggen en gedurende die tijd in deze gemeente geen goederen
                                    lossen of laden, noch passagiers aan wal zetten of innemen, is
                                    de helft van het onder lid 1 vermelde havengeld verschuldigd,
                                    met een minimum van € 8,08.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Vrijstellingen</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr></kop><al>Het havengeld wordt niet geheven voor:</al><lijst><li nr="a."><al>vaartuigen, eigendom van, in gebruik bij of ten behoeve van het
                                    rijk en bestemd uitsluitend voor de openbare dienst;</al></li><li nr="b."><al>hospitaalschepen, bedoeld bij de wet van 30 december 1905, S
                                    385;</al></li><li nr="c."><al>sleepboten, welke de haven alleen aandoen om vaartuigen te
                                    brengen of te halen en onmiddellijk na aankomst weer
                                    vertrekken;</al></li><li nr="d."><al>vaartuigen, die een waterverplaatsing van minder dan 4 kubieke
                                    meter hebben;</al></li><li nr="e."><al>vaartuigen, die uitsluitend voor het innemen van gasolie en/of
                                    drinkwater voor eigen gebruik aan de kaden aanleggen;</al></li><li nr="f."><al>vaartuigen, waarvan de schippers aantonen, dat zij wegens
                                    familieomstandigheden of dringende noodzakelijkheid van de kade
                                    gebruik moeten maken, mits niet wordt geladen of gelost;</al></li><li nr="g."><al>vaartuigen, welke de haven binnenlopen tussen zaterdagmiddag
                                    13.00 uur en maandagmorgen 6.00 uur en op algemeen erkende
                                    christelijke feestdagen, zonder te laden of te lossen;</al></li><li nr="h."><al>vaartuigen, die wegens storm, mist of ijsgang of andere
                                    noodtoestanden, die duidelijk als overmacht kunnen worden
                                    aangemerkt, de haven zijn binnengelopen;</al></li><li nr="i."><al>vaartuigen, die de haven aandoen, voor het verrichten van kleine
                                    reparaties.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Belastingplicht</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr></kop><al>Belastingplichtig is de schipper, de reder, de eigenaar van het
                            vaartuig, degene die het schip heeft gecharterd of degene die als
                            vertegenwoordiger van één van dezen optreedt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III.</nr><titel>Opslaggeld.</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Aard en grondslag der belasting</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr></kop><al>Onder de naam opslaggeld wordt een recht geheven voor het gebruik van de
                            opslagruimten van de gemeentelijke aanlegplaatsen aan het
                            Wilhelminakanaal en aan de haven.</al><al/><al/><al><vet>Tarief</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het gebruik van opslagruimten bedraagt het opslaggeld per
                                    etmaal of korter € 0,13 per m2 met een minimum van € 8,08.</al></li><li nr="2."><al>Bij de berekening van het opslaggeld wordt het etmaal gerekend
                                    te zijn ingegaan bij de aanvang van de dag, die voor de
                                    ingebruikneming is aangevraagd en te zijn geëindigd bij de
                                    aanvang van de dag, volgende op die, waarop de goederen zijn
                                    verwijderd.</al></li><li nr="3."><al>De zondagen en de dagen, waarop een algemeen erkende
                                    christelijke of rooms-katholieke feestdag valt, welke te Tilburg
                                    als zondag wordt gevierd, worden hierbij niet meegerekend.</al></li><li nr="4."><al>De tot gebruik aangevraagde oppervlakte wordt gemeten in
                                    vierkante meters, met dien verstande, dat een gedeelte van een
                                    vierkante meter voor een gehele vierkante meter wordt
                                    gerekend.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Abonnementstarief</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Hij, die van de opslagruimten gedurende een kalendermaand of
                                    langer gebruik wenst te maken, kan het opslaggeld bij wijze van
                                    abonnement voldoen.</al></li><li nr="2."><al>In dat geval is, berekend naar een minimumoppervlakte van 25 m2
                                    per kalendermaand of gedeelte van een kalendermaand dat van de
                                    opslagruimten gebruik wordt gemaakt € 0,75 per m2 of gedeelte
                                    van een m2 verschuldigd.</al></li><li nr="3."><al>Hij, die van de in het eerste lid omschreven bevoegdheid gebruik
                                    wil maken, doet hiervan schriftelijk aangifte bij de
                                    havenmeester vóór de aanvang van het gebruik, onder vermelding
                                    van de benodigde oppervlakte en de plaats waar en de tijd
                                    gedurende welke hij de voorwerpen of goederen wil plaatsen of
                                    storten.</al></li><li nr="4."><al>Bij overschrijding van de bij abonnement in te nemen
                                    opslagruimte wordt de meerdere oppervlakte eveneens naar het
                                    tarief, vervat in artikel 9, berekend.</al></li></lijst><al/><al><vet>Vrijstellingen</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr></kop><al>Het opslaggeld wordt niet geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebruik van de opslagruimten bij de lading en lossing
                                    van vaartuigen gedurende kortere tijd dan 6 uur;</al></li><li nr="b."><al>voor het gebruik van de opslagruimten bij de lading en lossing
                                    gedurende langere tijd van hospitaalschepen en
                                    rijksvaartuigen.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Belastingplicht</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr></kop><al>Het opslaggeld wordt geheven van degene, die gebruik maakt van de
                            opslagruimte of op wiens last zulks gebeurt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV.</nr><titel>Staangeld.</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Aard en grondslag der belasting</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam staangeld wordt een recht geheven voor het gebruik
                                    van gedeelten van de kaden van de haven of van de gemeentelijke
                                    aanlegplaatsen aan het Wilhelminakanaal met toestellen, werken
                                    of inrichtingen, welke onmiddellijk dan wel middellijk met het
                                    lossen en laden van vaartuigen verband houden, zoals los- en
                                    laadbruggen, hijskranen, elevatoren of andere soortgelijke
                                    toestellen, werken of inrichtingen.</al></li><li nr="2."><al>Bij dit gebruik is het onverschillig, of de in het eerste lid
                                    bedoelde toestellen, werken of inrichtingen zich in, op of boven
                                    de daar aangeduide kaden bevinden.</al></li><li nr="3."><al>Het staangeld wordt mede geheven voor vaartuigen, waarop
                                    inrichtingen ten behoeve van het laden en lossen van andere
                                    vaartuigen zijn aangebracht.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Tarieven</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het recht bedoeld in artikel 13 bedraagt per jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>voor los- en laadbruggen € 14,62</al><al> per strekkende meter kademuur, met als minimum €
                                            71,68</al></li><li nr="b."><al>voor elke hijskraan met bijbehorende werken €
                                            374,52</al></li><li nr="c."><al>voor vergaarputten op bakken per stuk € 18,24</al><al> en voor daarbij behorende buisleidingen € 7,33</al><al> per strekkende meter, met een minimum voor de</al><al> putten of bakken en buisleidingen tezamen van €
                                            71,68</al></li><li nr="d."><al>voor andere toestellen, werken of inrichtingen:</al><al> indien de kaden of de gemeentelijke aanlegplaatsen</al><al> tot geen grotere diepte dan 9 meter in gebruik</al><al> worden genomen € 14,62</al><al> per vierkante meter met een minimum van € 71,68</al><al> en € 126,90</al><al> per strekkende meter kademuur met een minimum van €
                                            649,57</al><al> bij ingebruikname van een grotere diepte dan 9
                                            meter;</al><al> voor vaartuigen, waarop inrichtingen ten behoeve</al><al> van het laden en lossen van andere vaartuigen zijn</al><al> aangebracht per vaartuig € 220,17</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor verplaatsbare toestellen is het in dit artikel bepaalde
                                    recht voor elk toestel slechts eenmaal per jaar
                                    verschuldigd.</al></li><li nr="3."><al>Bij de berekening van het verschuldigde bedrag worden gedeelten
                                    van een m2, respectievelijk van een strekkende meter voor een
                                    hele m2 respectievelijk hele strekkende meter gehouden.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Belastingplicht</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr></kop><al>Het staangeld wordt geheven van degene, aan wie de gedeelten van de
                            kaden in gebruik zijn gegeven.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V.</nr><titel>Meetgeld.</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Aard van de rechten</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr></kop><al>Onder de naam meetgeld wordt een recht geheven voor het van gemeentewege
                            opnemen van de stand van de ijkschalen van een vaartuig onmiddellijk
                            voor en onmiddellijk na het lossen, respectievelijk het laden ervan en
                            het bepalen van de uitgeloste, respectievelijk de ingeladen hoeveelheid
                            goederen, dit laatste aan de hand van de bij het vaartuig behorende in
                            Nederland geldige meetbrief en met inachtneming van de opgenomen standen
                            van de ijkschalen.</al><al/><al/><al><vet>Belastingplicht</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr></kop><al>Het meetgeld wordt geheven van degene die om het verrichten van de in
                            artikel 16 omschreven dienst heeft gevraagd.</al><al/><al/><al><vet>Tarief</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht bedoeld in artikel 16 bedraagt € 18,36 per opneming.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval de dienst omschreven in artikel 16 geheel of ten dele wordt
                                verricht op zondagen of op dagen waarop een algemeen erkende
                                christelijke of rooms-katholieke feestdag valt, welke in Tilburg als
                                zondag wordt gevierd, is het dubbele van het in het eerste lid
                                vermelde tarief verschuldigd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval de dienst omschreven in artikel 16 op maandag tot en met
                                zaterdag voor 7.30 uur en na 18.00 uur wordt verricht, is het
                                dubbele van het in het eerste lid vermelde tarief verschuldigd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI.</nr><titel>Vaste ligplaatsgeld</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Aard en grondslag der belasting</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr></kop><al>Onder de naam vaste ligplaatsgeld wordt een recht geheven voor het
                            hebben van een vaste ligplaats, zonder opslagterrein.</al><al/><al/><al><vet>Tarief</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het vaste ligplaatsgeld bedraagt € 12,83 per strekkende meter
                                    kademuur per jaar.</al></li><li nr="2."><al>Betaling van dit recht ontslaat niet van de verplichting tot het
                                    betalen van havengeld en van opslaggeld.</al></li><li nr="3."><al>Bij de berekening van het verschuldigde bedrag wordt het
                                    gedeelte van een strekkende meter voor een hele strekkende meter
                                    gerekend.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Belastingplicht</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr></kop><al>Het vaste ligplaatsgeld wordt geheven van degene, aan wie een vaste
                            ligplaats in gebruik is gegeven.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII.</nr><titel>Vaste ligplaatsgeld met gebruik van opslagterrein</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Aard en grondslag der belasting</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr></kop><al>Onder de naam vaste ligplaatsgeld met gebruik van opslagterrein wordt
                            een recht geheven wegens het hebben van een vaste ligplaats, tegelijk
                            met gebruik van opslagterrein.</al><al/><al/><al><vet>Tarief</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het vaste ligplaatsgeld met gebruik van opslag terrein bedraagt
                                    per jaar € 25,46 per strekkende meter voor terreinen met een
                                    diepte van 7 meter.</al></li><li nr="2."><al>Bij meerdere of mindere diepte van het terrein wordt dat bedrag
                                    in evenredigheid verhoogd of verlaagd.</al></li><li nr="3."><al>Bij de verrekening van het verschuldigde bedrag wordt een
                                    gedeelte van een strekkende meter voor een gehele strekkende
                                    meter gerekend.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Belastingplicht</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr></kop><al>Het recht, bedoeld in artikel 22 wordt geheven van degene, aan wie de
                            vaste ligplaatsen en de terreinen in gebruik zijn gegeven.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Belastingjaar</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr></kop><al>Terzake van de in de artikelen 13, 19 en 22 opgenomen rechten wordt het
                            belastingjaar gelijk gesteld aan een kalenderjaar.</al><al/><al/><al><vet>Tijdstip ontstaan belastingplicht in de loop van het belastingjaar/
                                ontheffing</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de belastingplicht van de in de artikelen 13, 19 en 22
                                    opgenomen rechten in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                    worden de rechten geheven over zoveel twaalfde gedeelten als er
                                    na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden
                                    in het belastingjaar overblijven.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    eindigt, wordt er ontheffing verleend van de in de artikelen 13,
                                    19 en 22 opgenomen rechten voor zoveel twaalfde gedeelten als er
                                    na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht nog volle
                                    kalendermaanden overblijven.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Wijze van heffing</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr></kop><al>De rechten worden geheven:</al><lijst><li nr="1."><al>Bij wege van schriftelijke kennisgeving, nota of andere
                                    schriftuur, voor zover betreft de rechten genoemd in de
                                    artikelen 3, 8, 10 en 16.</al></li><li nr="2."><al>Bij wege van aanslag voor zover betreft de rechten vermeld in de
                                    artikelen 13, 19 en 22.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Termijn van betaling</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De ingevolge artikel 39, onder 1, bij wege van schriftelijke
                                    kennisgeving, nota of andere schriftuur geheven rechten worden
                                    verschuldigd en moeten worden betaald op het tijdstip, waarop
                                    het gebruik aanvangt.</al></li><li nr="2."><al>Indien het verschuldigde bedrag niet op het in het eerste lid
                                    genoemde tijdstip kan worden vastgesteld, moeten de rechten
                                    worden betaald binnen tien dagen na de dagtekening van de
                                    schriftelijke kennisgeving, de nota of de andere
                                    schriftuur.</al></li><li nr="3."><al>De belastingaanslagen als bedoeld in artikel 39, onder 2, zijn
                                    invorderbaar in één termijn, welke vervalt een maand na de </al><al>dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Kwijtschelding</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr></kop><al>Bij de invordering van deze rechten wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al><al/><al/><al><vet>Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            scheepvaartrechten.</al><al/><al/><al><vet>Inwerkingtreding en citeertitel</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2005.</al></li><li nr="3."><al>De "Verordening Scheepvaartrechten 2003" van 5 november 2002,
                                    zoals nadien gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in
                                    het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met
                                    dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare
                                    feiten die zich voordien hebben voorgedaan.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                                    Scheepvaartrechten 2005".</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 november 2004</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>