<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR28512_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Vaststelling Verordening op de raadscommissie gemeente Hof van Twente 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hofweekblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissies 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 82 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-03-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-03-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-06-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verordening raadscommissies</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Vaststelling Verordening op de raadscommissie gemeente Hof van Twente 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hof van Twente;gelezen het voorstel van het
                        raadspresidium; </al><al/><al>gelet op het bepaalde in artikel 82 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de navolgende <vet>VERORDENING OP DE RAADSCOMMISSIES
                            2010</vet></al><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet>Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. lid: lid van een raadscommissie; </al><al>b. voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens vervanger; </al><al>c. commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens vervanger;
                        d. griffier: griffier van de raad of diens vervanger; </al><al>e. vergadering: vergadering van een raadscommissie. </al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Instelling, taken en samenstelling</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2 Instelling raadscommissies</vet></al><al>1. De raad stelt de volgende raadscommissies in: </al><al>a. Algemeen; </al><al>b. Fysiek; </al><al>2. De raadscommissie Algemeen adviseert en overlegt over de volgende
                        onderwerpen: </al><al>a. Inwoners en bestuur (Programma 1); </al><al>b. Veiligheid en regels (Programma 2);</al><al>c. Welzijn en onderwijs (Programma 5);</al><al>d. Werk, inkomen en zorg (Programma 6);</al><al>e. Algemeen financieel beleid (Paragrafen 1 t/m/ 8);</al><al>3. De raadscommissie Fysiek adviseert en overlegt over de volgende
                        onderwerpen: </al><al>a. Wonen en Werken (Programma 3) </al><al>b. Leefomgeving ( Programma 4).</al><al>4. Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het
                        onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken, tenzij de
                        agendacommissie beslist dat een gezamenlijke vergadering van de
                        raadscommissies wordt belegd of de raadscommissie die het onderwerp het
                        meest aangaat, het onderwerp behandelt. </al><al>5. Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt belegd,
                        vervult de voorzitter van de raadscommissie die het onderwerp het meest
                        aangaat, de taken van de voorzitter. </al><al/><al><vet>Artikel 3 Taken</vet></al><al>Een raadscommissie heeft de volgende taken:</al><al>a. het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp dat
                        betrekking heeft op de in artikel 2, tweede of derde lid, genoemde
                        onderwerpen;</al><al>b. het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;</al><al>c. voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval
                        door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde
                        bestuur ten aanzien van de in artikel 2, tweede lid, derde of vierde lid,
                        genoemde onderwerpen.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Samenstelling </vet></al><al>1. Een raadscommissie bestaat uit maximaal 50% van het aantal raadsleden per
                        fractie. </al><al>2. Alle raadsleden zijn lid van beide raadscommissies. De fractie bepaalt,
                        met in acht name van het bepaalde in lid 1, zelf welke leden worden
                        afgevaardigd naar welke commissievergadering. </al><al/><al><vet>Artikel 5 Voorzitter</vet></al><al>1. De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn midden
                        benoemd. </al><al>2. De voorzitter is geen lid van de raadscommissie. </al><al>3. De voorzitter is belast met: </al><al>a. het leiden van de vergadering; </al><al>b. het handhaven van de orde; </al><al>c. het doen naleven van deze verordening; </al><al>d. hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. </al><al/><al><vet>Artikel 6 Zittingsduur en vacatures</vet></al><al>1. De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers
                        eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. </al><al>2. De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan. </al><al>3. De voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde ontslag
                        nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag
                        gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun
                        opvolger is benoemd. </al><al>4. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                        voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt
                        het lidmaatschap van het lid van rechtswege. </al><al/><al><vet>Artikel 7 Griffier en commissiegriffier</vet></al><al>1. De griffier of zijn vervanger is in iedere vergadering aanwezig. </al><al>2. Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door de plv.
                        griffier of daartoe aangewezen medewerker van de griffie
                        (commissiegriffier). </al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</vet></al><al/><al><vet>Artikel 8 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris,</vet></al><al>De burgemeester, de wethouders en de secretaris hebben altijd toegang tot de
                        commissie-vergaderingen en kunnen aan de beraadslagingen deel nemen. </al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Vergaderingen</vet></al><al/><al><vet>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereiding </vet></al><al/><al><vet>Artikel 9 Vergaderfrequentie</vet></al><al>1. In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissies Algemeen en
                        Fysiek plaats volgens het jaarlijks door de raad vast te stellen
                        vergaderschema voor de raads- en commissievergaderingen: </al><al>2. De vergaderingen van de raadscommissies vangen aan om 19.00 uur en vinden
                        plaats in het gemeentehuis.</al><al>3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur
                        bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg
                        met de griffier. </al><al/><al><vet>Artikel 10 Agendacommissie</vet></al><al>1. Er is een agendacommissie.</al><al>2. De agendacommissie bestaat uit de voorzitter van de raad en de
                        voorzitters van de raadscommissies. De voorzitter van de raad is voorzitter
                        van de agendacommissie. De griffier of zijn vervanger is in elke vergadering
                        van de agendacommissie aanwezig.</al><al>3. Bij afwezigheid worden de leden van de agendacommissie vervangen door hun
                        plaatsvervangers.</al><al>4. De agendacommissie heeft tot taak het voorlopig vaststellen van de
                        agenda’s van de raadscommissies.</al><al>5. De voorzitter van de agendacommissie kan voorstellen de
                        gemeentesecretaris uit te nodigen voor een vergadering van de
                        agendacommissie.</al><al>6. De leden van de agendacommissie hebben elk één stem in de
                        agendacommissie. </al><al/><al><vet>Artikel 11 Oproep</vet></al><al>1. De griffier zendt, namens de voorzitters van de raadscommissies, ten
                        minste zeven dagen voor een vergadering de leden een schriftelijke oproep
                        onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering.
                        2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering
                        van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde
                        stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden
                        verzonden.</al><al>3. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel
                        12, eerste lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of
                        onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de
                        vergadering aan de leden gezonden.</al><al/><al><vet>Artikel 12 De agenda </vet></al><al>1. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de
                        schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een
                        vergadering een aanvullende agenda opstellen.</al><al>2. Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda vast. Op
                        voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie bij de
                        vaststelling van de agenda onder-werpen aan de agenda toevoegen of van de
                        agenda afvoeren. </al><al>3. Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de
                        beraad-slaging voorbereid acht, kan hij aan het college of de burgemeester
                        nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie bepaalt in welke
                        vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt. </al><al>4. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de
                        volgorde van behande-ling van de agendapunten wijzigen. </al><al/><al><vet>Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken</vet></al><al>1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de
                        agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke
                        oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd. </al><al>2. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het
                        gemeentehuis gebracht. </al><al>3. Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                        Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van
                        het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier een
                        lid inzage. </al><al/><al><vet>Artikel 14 Openbare kennisgeving</vet></al><al>1. De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep door
                        aankondiging in een huis-aan-huisblad en door plaatsing op de gemeentelijke
                        website openbaar gemaakt. </al><al>2. De openbare kennisgeving vermeldt: </al><al>a. de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige agenda van de
                        vergadering;</al><al>b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij
                        behorende stukken kan inzien; </al><al>c. de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in
                        artikel 17.3. Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende
                        stukken, indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente
                        geplaatst.</al><al/><al><vet>Paragraaf 2 Orde der vergadering</vet></al><al/><al><vet>Artikel 15 Presentielijst</vet></al><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid de presentielijst. Aan
                        het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de
                        (commissie)griffier door ondertekening vastgesteld.</al><al/><al><vet>Artikel 16 Opening vergadering en quorum</vet></al><al>1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer
                        dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. </al><al>2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste
                        aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit
                        artikel, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de
                        volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na
                        het bezorgen van de schriftelijke oproep is gelegen. </al><al>3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van
                        toepassing. De raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden alleen
                        beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de
                        helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. </al><al/><al><vet>Artikel 17 Spreekrecht burgers</vet></al><al>1. Na de opening van de vergadering kunnen aanwezige burgers gezamenlijk
                        gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren. </al><al>2. Het woord kan niet gevoerd worden over: </al><al>a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat
                        of heeft opengestaan; </al><al>b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; </al><al>c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet
                        bestuursrecht kan of kon worden ingediend. </al><al>3. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk om
                        12.00 uur op de dag voorafgaande aan de vergadering aan de griffier. Hij/zij
                        vermeldt daarbij zijn/haar naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp,
                        waarover hij/zij het woord wil voeren. </al><al>4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter
                        kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de
                        vergadering. </al><al>5. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter
                        verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes
                        sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van
                        de maximale lengte van de spreektijd. </al><al>6. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend.
                        De voorzitter kan de deelnemers aan de commissievergadering toestaan aan
                        insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen
                        discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. </al><al/><al><vet>Artikel 18 Vragenhalfuur</vet></al><al>1. Na het spreekrecht voor burgers is er een vragenhalfuur. In bijzondere
                        gevallen kan de voorzitter bepalen dat het vragenhalfuur op een ander
                        tijdstip wordt gehouden. </al><al>2. Het lid dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, meldt dit, zo
                        mogelijk per e-mail onder aanduiding van het onderwerp, uiterlijk om 12.00
                        uur op de dag voorafgaand aan het de vergadering bij de griffier. De
                        voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragen-halfuur aan de orde
                        te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht
                        aangegeven of indien het onderwerp in de commissievergadering van die dag
                        aan de orde komt.</al><al>3. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens
                        het vragenhalf-uur aan de orde worden gesteld.</al><al>4. De voorzitter kan binnen de beschikbare tijd, t.w. maximaal een halfuur,
                        per onderwerp de spreektijd bepalen.</al><al>5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of
                        meer vragen aan het college, de wethouder of de burgemeester te stellen en
                        een toelichting daarop te geven.</al><al>6. Na de beantwoording door het college, de wethouder of de burgemeester
                        krijgt de vragensteller desgewenst het woord om nog één aanvullende vraag te
                        stellen.</al><al>7. Vervolgens kan de voorzitter aan de andere leden van de raad het woord
                        verlenen om nog één vraag te stellen over hetzelfde onderwerp. </al><al>8. Tijdens het vragenhalfuur worden geen interrupties toegelaten.</al><al>9. De griffier stuurt voorafgaand aan de vergadering de leden van de raad,
                        het college en de burgemeester een overzicht van de ingediende vragen
                        toe.</al><al/><al><vet>Artikel 19 Verslag</vet></al><al>1. Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt, zo mogelijk, aan
                        de leden toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep. </al><al>2. Bij het begin van de vergadering wordt, het verslag van de vorige
                        vergadering vastgesteld. </al><al>3. De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders, hebben het
                        recht, een voorstel tot wijziging van het verslag aan de raadscommissie te
                        doen, indien het verslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeven
                        hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient uiterlijk
                        op de dag voorafgaand aan de vergadering schriftelijk bij de griffier te
                        worden ingediend. </al><al>4. Het verslag moet inhouden: </al><al>a. de namen van de voorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de
                        burgemeester en de wethouders, de secretaris en de ter vergadering aanwezige
                        leden, allen voorzover aanwezig, alsmede van de overige personen die het
                        woord gevoerd hebben, afzonderlijk wordt vermeld.</al><al>b. welke leden afwezig waren; </al><al>c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; </al><al>d. een korte zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de
                        namen der aanwezigen die het woord voerden; </al><al>e. een samenvatting van het advies aan de raad onder vermelding van de namen
                        van de leden die mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring, en met
                        aantekening van de namen van de leden die zich niet uitgelaten hebben; </al><al>f. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die
                        personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 25 door de
                        raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. </al><al>5. Het verslag wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de
                        griffier. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de
                        (commissie)-griffier ondertekend.</al><al/><al><vet>Artikel 20 Aantal spreektermijnen</vet></al><al>1. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste
                        twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. </al><al>2. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. </al><al>3. Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over
                        hetzelfde onderwerp of voorstel. </al><al>4. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of
                        voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over
                        een voorstel van orde. </al><al/><al><vet>Artikel 21 Spreektijd </vet></al><al>De Agendacommissie kan een voorstel doen over de spreektijd van de
                        leden.</al><al/><al><vet>Artikel 22 Voorstellen van orde</vet></al><al>1. De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een
                        voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. </al><al>2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                        betreffen. </al><al>3. Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond. </al><al/><al><vet>Artikel 23 Handhaving orde; schorsing</vet></al><al>1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: </al><al>a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze
                        verordening te herinneren; </al><al>b. een lid hem interrumpeert. Afgezien van het feit dat interrupties in de
                        eerste termijn niet zijn toegestaan kan de voorzitter bepalen dat de spreker
                        zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. </al><al>2. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen
                        veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere
                        spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort,
                        wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan
                        geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin
                        zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. </al><al>3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door
                        hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw
                        wordt verstoord - de vergadering sluiten. </al><al>4. De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat door
                        zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf
                        in de vergadering te ontzeggen. </al><al>5. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat
                        het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem
                        verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten
                        hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. </al><al/><al><vet>Artikel 24 Beraadslaging</vet></al><al>1. De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen
                        over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te
                        beraadslagen. </al><al>2. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen
                        de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het
                        college of de leden de gelegen-heid te geven tot onderling nader beraad. De
                        beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. </al><al/><al><vet>Artikel 25 Deelname aan de beraadslaging door anderen</vet></al><al>1. De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                        beraadslaging. </al><al>2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid
                        genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde
                        agendapunt een aanvang wordt genomen. </al><al/><al><vet>Artikel 26 Advies</vet></al><al>1. Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende
                        is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raadscommissie anders
                        beslist.</al><al>2. Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of er een
                        advies aan de raad wordt uitgebracht. </al><al>3. Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt beslissen de
                        leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies. Op het
                        begeleidingsformulier worden de standpunten van alle fracties
                        opgenomen.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 5 Besloten vergadering</vet></al><al/><al><vet>Artikel 27 Algemeen </vet></al><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                        overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn met
                        het besloten karakter van de vergadering.</al><al/><al><vet>Artikel 28 Verslag</vet></al><al>1. Van een besloten commissievergadering wordt een kort verslag
                        gemaakt.</al><al>2. Het verslag van een besloten vergadering worden niet rondgedeeld, maar
                        ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de griffier. </al><al>3. Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter
                        vaststelling aange-boden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie
                        een beslissing over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het
                        vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de (commissie)griffier
                        ondertekend. </al><al/><al><vet>Artikel 29 Geheimhouding </vet></al><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                        overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                        inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                        raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al><al/><al><vet>Artikel 30 Opheffing geheimhouding </vet></al><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                        Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                        indien de raadscommissie die geheim-houding heeft opgelegd daarom verzoekt,
                        in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.Hoofdstuk
                        6 Toehoorders en pers</al><al/><al><vet>Artikel 31 Toehoorders en pers</vet></al><al>1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de
                        voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. </al><al>2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                        verstoren van de orde is verboden. </al><al>3. De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van
                        de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling
                        de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de
                        toegang tot de vergadering ontzeggen. </al><al/><al><vet>Artikel 32 Geluid- en beeldregistraties </vet></al><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                        beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en
                        gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover
                        gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.</al><al/><al><vet>Artikel 33 Verbod gebruik mobiele telefoons </vet></al><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                        vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele telefoons
                        of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de
                        vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet toegestaan.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 7 Slotbepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 34 Uitleg verordening </vet></al><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de
                        toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de
                        voorzitter.</al><al/><al><vet>Artikel 35 Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking op 12 maart 2010.</al><al/></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        HofvanTwente</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>d.d. 11maart2010.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Hof van Twente,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>A.W. Averink, H. Kok</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>TOELICHTING OP DE VERORDENING OP DE RAADSCOMMISSIES</vet></al><al/><al/><al>In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies,
                    bestuurscommis-sies en andere commissies (resp. artikel 82, 83 en 84
                    Gemeentewet). Raadscommissies bereiden de besluitvorming in de raad voor en
                    voeren overleg met het college en de burgemeester. Bestuurscommissies zijn
                    commissies waaraan bevoegdheden van de raad, het college of de burgemeester
                    worden overgedragen. Andere commissies kunnen alle mogelijke denkbare taken
                    hebben. Er kan gedacht worden aan adviescommissies, ad hoc commissies en
                    wijkraden.</al><al/><al>Deze verordening heeft betrekking op de raadscommissies. Op grond van artikel
                    82, eerste lid, kan de raad zoveel raadscommissies instellen als hij wenselijk
                    acht. De raad regelt de taken, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de
                    raadscommissies en de wijze waarop de leden van een raadscommissie inzage hebben
                    in stukken ten aanzien waarvan geheim-houding geldt. De Gemeentewet verplicht
                    overigens niet tot het instellen van raadscommissies. De instelling van
                    raadscommissies geschiedt bij verordening, waarin de taken bevoegdheden,
                    samenstelling en werkwijze van de raadscommissies worden vastgelegd. Deze
                    verordening voorziet hierin. </al><al/><al>Na enige jaren ervaring met de duale werkwijze van de raad is ers om tijdens de
                    commissievergaderingen in te spreken zal daarom naar verwachting beter benut
                    gaan worden. Deze vergaderingen zijn doorgaans laagdrempeliger.</al><al/><al>Andere wijzigingen betreffen: de introductie van een agendacommissie; enige mate
                    van deregulering door het schrappen van de bepalingen over spreekregels en de
                    volgorde van sprekers; vereenvoudiging van de regels voor de aanwezigheid van de
                    burgemeester, wethouder en secretaris bij de vergaderingen; aanpassing van de
                    bepalingen over het verslag; het opnemen van plaatsing van stukken op internet
                    als service aan de burger, hoewel wettelijk niet verplicht.</al><al>Deze verordening zal in ieder geval aan het voorschrift moeten voldoen dat
                    collegeleden geen lid mogen zijn van raadscommissies. Bovendien moet de
                    voorzitter van een raadscommissie een raadslid zijn en zal er sprake moeten zijn
                    van een evenwichtige vertegenwoordiging van de fracties in de raadscommissies. </al><al/><al/><al><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening
                    moeten worden herhaald, zijn in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig
                    gedefinieerd.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Instelling, taken en samenstelling</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2Instelling raadscommissies</vet></al><al>In deze verordening is gekozen voor een stelsel met twee raadscommissies. De
                    taakverdeling van de commissies is afgestemd op de programma-indeling die ook
                    gehanteerd wordt in de Programmabegroting.</al><al>Het vijfde en zesde lid zijn coördinatiebepalingen. Als een onderwerp meerdere
                    commissies aangaat, zal moeten worden vastgesteld in welke raadscommissie(s) het
                    onderwerp besproken zal worden. In dit verordening is ervoor gekozen om de
                    agendacommissie hierover zeggenschap te geven. In geval van een gezamenlijke
                    vergadering vervult de voorzitter van de commissie die het onderwerp het meest
                    aangaat, de rol van voorzitter. Het spreekt voor zich dat dan ook de
                    commissiegriffier van die commissie de functie van commissiegriffier
                    vervult.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Taken</vet></al><al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van
                    de Gemeente-wet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor
                    en overleggen met het college of de burgemeester. De taak om de besluitvorming
                    van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te
                    brengen over een voorstel of onderwerp. De raads-commissie kan ook uit eigener
                    beweging advies aan de raad uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor
                    besluitvorming in de raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie
                    dezelfde als die van de raad, die van kaderstellend, controlerend en
                    volksvertegen-woordigend orgaan.</al><al/><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. Dit betekent dat
                    niet het college maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een
                    voorstel aan de raads-commissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt
                    besproken. Hierover kan uiteraard ook overleg plaatsvinden in het presidium
                    (bestaande uit de fractievoorzitters en de voorzitter van de raad)of de
                    agendacommissie (bestaande uit de voorzitters van de raadscommissies en de
                    voorzitter van de raad). Veelal zal het echter wel zo blijven dat een onderwerp
                    eerst in een raadscommissie wordt besproken.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Samenstelling</vet></al><al>De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel
                    82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor een
                    evenwichtige vertegenwoor-diging van de in de raad vertegenwoordigde politieke
                    groeperingen. Om dit te bereiken is bepaald dat alle raadsleden lid zijn van
                    beide commissies. Elke fractie bepaalt zelf welke leden, welke
                    commissievergadering bezoeken met dien verstande dat de afvaardiging bestaat uit
                    maximaal 50% van het aantal raadsleden per fractie. </al><al/><al><vet>Artikel 5 Voorzitter</vet></al><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raads-commissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5, eerste
                    lid, dat de raad de voorzitters en hun plaatsvervangers "uit zijn midden"
                    benoemt. In deze bepaling is er voor gekozen om de voorzitters van de
                    raadscommissies door de raad te laten benoemen. Op basis van het tweede lid, is
                    de voorzitter geen lid van de raadscommissie. Dit is een bewuste keuze, op deze
                    wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn taak als (technisch)
                    voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het bewaken van de positie van
                    de raadscommissie. Hij hoeft zich niet te bekommeren om de inbreng van zijn
                    fractie in de raadscommissie. De Gemeentewet verzet zich er niet tegen dat de
                    plaatsvervangend voorzitter wel tevens lid van een raadscommissie is. De
                    plaatsvervangend voorzitter treedt alleen op bij afwezigheid van de voorzitter.
                    De zittingsperiode van de voorzitters en de leden eindigt aan het einde van de
                    zittingsperiode van de raad</al><al/><al><vet>Artikel 6 Zittingsduur en vacatures</vet></al><al>De zittingsperiode van de leden, de voorzitters en hun plaatsvervangers is even
                    lang als de zittingsperiode van de raadsleden, in principe dus vier jaar. De
                    benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te
                    ontslaan.</al><al>In geval van een splitsing van een fractie heeft de ontstane nieuwe fractie op
                    grond van artikel 4, eerste lid, recht op een eigen lid. De (plaatsvervangend)
                    voorzitter van een raadscommissie kan de raad ook zonder voorstel van een
                    fractie ontslaan, bijvoorbeeld indien deze (plaats-vervangend) voorzitter niet
                    meer het vertrouwen van de meerderheid van de raad bezit. </al><al/><al><vet>Artikel 7 Griffier en commissiegriffier</vet></al><al>Iedere raadscommissie wordt ondersteund door de griffier, de plv. griffier of
                    een commissie-griffier. De (commissie)griffier is altijd bij de vergaderingen
                    van de raadscommissie aanwezig. In principe neemt hij geen deel aan de
                    beraadslagingen, zij het dat de raadscommissie op grond van artikel 25 van deze
                    verordening altijd de mogelijkheid heeft om anderen aan de beraadslagingen deel
                    te laten nemen.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</vet></al><al/><al><vet>Artikel 8 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</vet></al><al>De burgemeester, wethouder of de secretaris hebben altijd toegang tot de
                    commissie-vergaderingen en kunnen aan de beraadslagingen deelnemen. </al><al>De stuurgroep Leemhuis heeft in haar rapport aandacht besteed aan de
                    aanwezigheid van de burgemeester en leden van het college in de
                    commissievergaderingen. Naar verwachting komt het ministerie van Binnenlandse
                    Zaken en Koninkrijksrelaties met voorstellen voor een minder ‘stramme’
                    ontvlechting.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Vergaderingen</vet></al><al/><al><vet>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereiding</vet></al><al/><al><vet>Artikel 9 Vergaderfrequentie</vet></al><al>De vergaderingen van de raadscommissies plaatsvinden op een vaste dag en plaats
                    vooraf-gaand aan de vergaderingen van de raad zoals vastgelegd in heet jaarlijks
                    door de raad vast te stellen vergaderschema. Indien een raadscommissie een
                    hoorzitting zal willen houden, kan de voorzitter gebruik maken van het derde lid
                    en een andere dag, aanvangsuur of plaats bepalen. Bepaald is dat de voorzitter
                    hierover overleg voert met de griffier. </al><al>Over de openbaarheid van de vergaderingen bevat deze verordening geen bepaling,
                    aange-zien artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet hierin voorziet. In deze
                    bepaling wordt artikel 23 van overeenkomstige toepassing verklaard op
                    raadscommissies. Dit betekent dat de vergade-ringen van de raadscommissies in de
                    regel in het openbaar plaatsvinden. Op verzoek van een vijfde van het aantal
                    leden van een raadscommissie of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen om
                    achter gesloten deuren te vergaderen. Van een besloten vergadering wordt een
                    afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar is tenzij de raadscommissie
                    anders beslist.</al><al/><al><vet>Artikel 10 Agendacommissie</vet></al><al>De agendacommissie vervult een coördinerende rol bij de agendering van zaken in
                    commissies. De agendacommissie stelt de agenda’s van de raadscommissies
                    voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda van een raadscommissie
                    geschiedt door de betref-fende commissie bij de aanvang van de vergadering. De
                    voorzitter van de agendacommissie voert overleg met het presidium over de
                    voorlopige agenda van de raad. Dit is bepaald in het reglement van orde voor de
                    raad. </al><al/><al><vet>Artikel 11 Oproep</vet></al><al>De leden van een raadscommissie ontvangen een oproep inclusief de agenda voor
                    een vergadering en de stukken tenminste een week voor de vergadering. Indien in
                    spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld bedraagt deze
                    termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. De stukken ten aanzien waarvan
                    geheimhouding is opgelegd worden niet toegezonden, maar kunnen bij de griffier
                    worden ingezien (artikel 13, derde lid).</al><al/><al><vet>Artikel 12 De agenda</vet></al><al>Voor het verzenden van de oproep, stelt de agendacommissie de agenda voorlopig
                    vast (artikel 10). Het versturen van de agenda is geregeld in artikel 11.</al><al>In dit artikel is allereerst een procedure voor spoedeisende zaken geregeld. </al><al>Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol
                    van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het tweede, derde en vierde lid.
                    Dit betekent onder andere dat een raadscommissie kan bepalen dat een onderwerp
                    of voorstel onvoldoende voorbereid en voor inlichtingen of advies aan het
                    college wordt gezonden. Een raads-commissie bepaalt vervolgens in welke
                    vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt en niet het
                    college. Uiteraard zal hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het
                    college of de secretaris.</al><al/><al><vet>Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken</vet></al><al>Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken die
                    ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen op een
                    vaste plaats voor een ieder ter inzage gelegd. Dit is in het gemeentehuis.
                    Voorts liggen de boeken met de vergaderstukken ook ter inzage in de bibliotheken
                    in de verschikkende kernen. In de openbare kennisgeving wordt vermeld waar de
                    stukken liggen. Originele stukken moeten uiteraard bij de gemeente blijven
                    berusten. Stukken ten aanzien waarvan geheimhouding wordt opgelegd kunnen leden
                    van raadscommissies inzien bij de griffier. </al><al/><al><vet>Artikel 14 Openbare kennisgeving</vet></al><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    een raads-commissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag, het
                    tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De
                    voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de
                    schriftelijke oproep en op een bij openbare kennisgeving aan te geven plaats ter
                    inzage gelegd. Deze bepaling geeft hier een regeling voor. Bij de herziening van
                    deze verordening en van het reglement van orde voor de raad is tevens de
                    verplichting opgenomen op de agenda en stukken ook op internet te plaatsen. </al><al/><al><vet>Paragraaf 2 Orde der vergadering</vet></al><al/><al><vet>Artikel 15 Presentielijst</vet></al><al>De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de commissiegriffier
                    zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is.
                    Indien de griffier tevens de functie van commissiegriffier op zich neemt,
                    ondertekent hij de presentielijst. </al><al/><al><vet>Artikel 16 Opening der vergadering en quorum</vet></al><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raads-commissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 16
                    voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                    aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden vergaderd. Het derde
                    lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het quorum niet
                    aanwezig is, anders zou de afwezigheid van leden van een raadscommissie de
                    voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat op het moment dat
                    de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet vast op welk moment
                    de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen tussen de twee
                    vergaderingen zit, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van
                    tevoren een schriftelijke oproep te versturen. Overigens ligt het in de rede dat
                    de voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum van een nieuwe
                    vergadering.</al><al/><al><vet>Artikel 17 Spreekrecht burgers</vet></al><al>In de algemene inleiding is aangegeven dat bij de herziening van het Reglement
                    van orde ervoor gekozen is het spreekrecht in de raadsvergadering te beperken
                    tot niet-geagendeerde onderwerpen en het spreekrecht in de
                    commissievergaderingen meer inhoud te geven door geen onderscheid te maken
                    tussen geagendeerde en niet-geagendeerde onderwerpen. Tijdens de
                    commissievergaderingen zijn er meer mogelijkheden voor de inspreker om van
                    gedachten te wisselen met de commissieleden en zo bij te dragen aan de
                    besluitvorming. Het spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het vergroten van
                    de betrokkenheid van de burgers bij het lokaal bestuur, één van doelstellingen
                    van de vernieuwing van het lokaal bestuur. Als een burger zich meldt voor een
                    onderwerp dat een andere raadscommissie aangaat, ligt het voor de hand dat de
                    griffier de betreffende persoon naar de juiste raadscommissie verwijst.</al><al>In het tweede lid zijn drie onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet
                    voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar
                    en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook
                    kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Verder zijn de benoemingen,
                    keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van het
                    spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen,
                    voordrachten of aanbevelingen van personen - de belangen van - kandidaten al dan
                    niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers
                    hierover geen uitlatingen doen. Als laatste kunnen burgers zich ook niet
                    uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene wet
                    bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat voor het
                    spreekrecht van burgers.</al><al>De burgers die wensen in te spreken moeten zich uiterlijk om 12.00 uur op de dag
                    vooraf-gaande aan de commissievergadering melden bij de griffier. </al><al/><al><vet>Artikel 18 Vragenhalfuur</vet></al><al>Na het spreekrecht wordt een vragenhalfuur gehouden. Tijdens dit halfuur kunnen
                    de commissieleden aan het college, een wethouder of de burgemeester vragen
                    stellen over actuele niet-geagendeerde aangelegenheden. De te stellen vragen
                    uiterlijk om 12.oo uur op de dag voorafgaande aan de commissievergadering bij de
                    griffier worden ingediend. Het college c.q. de betrokken wethouders of de
                    burgemeester kunnen zich op de beantwoording voorbereiden en in de vergadering
                    aanwezig zijn. Omdat maximaal een halfuur beschikbaar is, kan de voorzitter de
                    spreektijd beperken. Het vragenhalfuur biedt het college c.q. de wethouders en
                    de burgemeester de mogelijkheid ook mondeling invulling te geven aan de actieve
                    informatieplicht. </al><al/><al><vet>Artikel 19 Verslag</vet></al><al>Van commissievergaderingen worden korte zakelijke verslagen gemaakt.
                    Wijzigingsvoorstellen moeten uiterlijk eend dag voor de vergadering bij de
                    griffier worden ingediend. In het verslag worden een samenvatting opgenomen van
                    het advies aan de raad. Het verslag wordt opgesteld onder verantwoordelijkheid
                    van de griffier. Daarnaast wordt van hetgeen besproken is een geluidsopname
                    gemaakt. Deze geluidsopnames zijn op verzoek bij de griffie af te luisteren. </al><al/><al><vet>Artikel 20 Aantal spreektermijnen</vet></al><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    spreek-termijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens niets te
                    veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng
                    van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een raadslid
                    na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de
                    voorzitter niet te honoreren. Indien de raad van mening is, dat na de tweede
                    termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk
                    besluiten.</al><al/><al><vet>Artikel 21 Spreektijd</vet></al><al>Dit artikel strekt ertoe te benadrukken dat de Agendacommissie voorstellen kan
                    doen t.a.v. de spreektijd. De voorzitter kan in het kader van zijn taak om de
                    orde tijdens de vergadering te handhaven wel voorstellen de spreektijd te
                    beperken c.q. te verruimen.</al><al/><al><vet>Artikel 22 Voorstellen van orde</vet></al><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen (zie ook
                    artikel 20, vierde lid). De beslissing of er inderdaad sprake is van een
                    voorstel van orde is aan de betreffende raadscommissie. Over een voorstel van
                    orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door een raadscommissie. Bij
                    staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen, (artikel 32, vierde lid
                    Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft
                    bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze. </al><al/><al><vet>Artikel 23 Handhaving orde; schorsing</vet></al><al>Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen
                    spreken. Interrupties zijn alleen in de tweede termijn toegestaan. Deze regeling
                    is opgenomen om ervoor te zorgen dat de commissieleden in de eerste termijn hun
                    betoog ongestoord kunnen afronden. Uiteraard kan de voorzitter in de tweede
                    termijn bij een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van
                    de beraadslagingen bepalen dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                    interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet
                    belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeente-wet bovendien dat artikel 22 van overeenkomstige toepassing is op leden
                    van raads-commissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te
                    vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij
                    in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. </al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de
                    voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige
                    onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering
                    schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, kan hij de vergadering
                    sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en
                    hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn
                    gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden
                    worden ontzegd. Het vierde lid is sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de
                    Gemeentewet, die een dergelijke regeling geeft ten aanzien van raadsleden.</al><al/><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor
                    wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    artikel 31 van deze verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 24 Beraadslaging</vet></al><al>Om de duur van vergaderingen niet te beperken wordt over een voorstel dat in
                    onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In
                    het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Zowel de voorzitter
                    als de leden hebben het recht om voor te stellen een voorstel gesplitst te
                    behandelen. Het eerste lid brengt daarmee tot uitdrukking dat een raadscommissie
                    zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht wordt aan ieder individueel raadslid
                    toegekend. Dit past in het streven naar dualisering, aangezien dualisering
                    versterking van de vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol van een
                    raads-commissie veronderstelt. Hiertoe dienen ook individuele raadsleden en
                    kleine fracties over adequate instrumenten te beschikken.</al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede
                    termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot
                    stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn
                    toegevoegd.</al><al/><al><vet>Artikel 25 Deelname aan beraadslaging door anderen</vet></al><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                    van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en
                    andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het gaat in deze bepaling
                    om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester, de wethouders en de
                    secretaris. Deze hebben op grond van de artikel 8 van deze verordening reeds het
                    recht om aan de beraadslagingen deel te nemen. Uiteraard hebben deze andere
                    sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer
                    geen recht om een voorstel te doen tot wijziging van het verslag, een voorstel
                    over de spreektijd of over de orde van de vergadering.</al><al/><al><vet>Artikel 26 Advies</vet></al><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij een raadscommissie anders beslist. Een
                    raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming in de
                    raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een
                    raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De leden
                    beslissen over het advies. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te
                    doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, wordt de
                    standpunten van alle fracties opgenomen op het bij het betreffende voorstel
                    behorende begeleidingsformulier. Het ligt voor de hand dat indien een raadslid
                    het niet eens is met het fractiestandpunt, dat hier afzonderlijk melding van
                    wordt gemaakt in het advies aan de raad.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 5 Besloten vergadering</vet></al><al/><al><vet>Artikel 27 Algemeen</vet></al><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn
                    echter niet van toepassing, voorzover de toepassing van die bepalingen strijdig
                    is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                    beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten
                    aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                    behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld
                    in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><al/><al><vet>Artikel 28 Verslag</vet></al><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                    overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet
                    schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt
                    opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus een
                    raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het tweede lid van
                    deze bepaling dat het verslag van een besloten vergadering ter inzage liggen bij
                    de griffier. Uiteraard kan ook voor inzage bij de commissiegriffier worden
                    gekozen, indien deze (vrijwel) voortdurend aanwezig is. De raadscommissie
                    beslist over het openbaar maken van dit verslag.</al><al/><al><vet>Artikel 29 Geheimhouding</vet></al><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een raadscommissie kan
                    geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een raadscommissie, het college en
                    de burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens
                    kan een raadscommissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten
                    aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25,
                    tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding
                    geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of
                    die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De
                    geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de
                    raad, haar opheft.</al><al/><al><vet>Artikel 30 Opheffing geheimhouding</vet></al><al>Zoals uit de toelichting op artikel 29 blijkt kan de raad de geheimhouding die
                    een raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen. In deze bepaling is een
                    overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van
                    hoor en wederhoor.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers</vet></al><al/><al><vet>Artikel 31 Toehoorders en pers</vet></al><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid voorziet
                    hierin.</al><al/><al><vet>Artikel 32 Geluid- en beeldregistraties</vet></al><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.De overige
                    artikelen spreken voor zich.</al><al/><al><vet>De overige artikelen spreken voor zich.</vet></al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>