<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR28509_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bouwverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2009, 19</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bouwverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Woningwet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet algemene regels gemeentelijke herindeling</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-06-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-06-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-03-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1.1, 2.1.5, 2.4.2, 4.2, 4.12, 6.1.4, 7.2.3, 7a.1, 7a.3, 7a.4, 7a.5, 7a.6, 7a.7, 8.1.1,8.1.3, 8.2.1, 8.3.2, 10.2, 10.3, 10.5, 11.1, 11.2, 11.3, 12.1</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009/186</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De historie bij ´Het overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen´ is mogelijk niet compleet. Er kunnen wijzigingen ontbreken tussen het ontstaan van de regeling en de eerste opgenomen wijziging daarvan.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bouwverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al>gezien de Model-bouwverordening 1992 van de Vereniging Nederlandse Gemeenten
                        en de Toelichting hierop, zoals die zijn opgenomen in de Standaardregelingen
                        in de Bouw van de VNG-Uitgeverij te 'S-Gravenhage, verwerkt tot en met
                        supplement 28;</al><al>gelet op de Woningwet en de Wet algemene regels gemeentelijke
                        herindeling;</al><al/><al>Besluit:</al><al>I</al><al>de artikelen 352 en 395 van de bij besluit van de raad van de gemeente
                        Tilburg van 28 juni 1968 vastgestelde bouwverordening, zoals zij bij besluit
                        van de raad van die gmeente van 22 maart 1993 zijn gehandhaafd, geldend te
                        verklaren voor het gehele gebied van de gemeente Tilburg;</al><al>II</al><al>vast te stellen de volgende verordening, genaamd "bouwverordening", volgens
                        de bij dit besluit behorende tekst van de Model-bouwverordening 1992 van de
                        Vereniging van nederlandse Gemeenten, zoals die zijn opgenomen in de
                        Standaardregelingen in de Bouw van de VNG-Uitgeverij te 'S-Gravenhage,
                        verwerkt tot en met supplement 28, met dien verstande dat in afwijking van
                        genoemd model: </al><al>[De tekst van oorspronkelijke regeling, waarvan de aanhef is gehandhaafd,
                        bevatte enkel een opsomming van de afwijkingen van de Model-bouwverordening
                        1992.]</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Inleidende bepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1.</nr></kop><al><vet>Begripsomschrijvingen.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>asbest: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1,
                                            letter a, van het Asbestverwijderingsbesluit 2005</al></li><li nr="-"><al>Besluit indieningsvereisten<cursief>:</cursief> het
                                            Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning als
                                            bedoeld in artikel 40a, eerste lid en 57, tweede en
                                            derde lid van de Woningwet;</al></li><li nr="-"><al>Besluit bouwwerken: het Besluit bouwvergunningsvrije en
                                            licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken als bedoeld in
                                            artikel 43, eerste lid onder c en artikel 44, tweede lid
                                            van de Woningwet;</al></li><li nr="-"><al>bouwbesluit: de algemene maatregel van bestuur als
                                            bedoeld in artikel 2 van de Woningwet</al></li><li nr="-"><al>bouwtoezicht: degenen, die ingevolge artikel 100a,
                                            eerste lid, Woningwet belast zijn met het bouw- en
                                            woningtoezicht;</al></li><li nr="-"><al>bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout,
                                            steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van
                                            bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond
                                            verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in
                                            of op de grond, bedoeld om ter plaatse te
                                            functioneren;</al></li><li nr="-"><al>deskundig bedrijf als bedoeld in hoofdstuk 8: hetgeen
                                            daaronder wordt verstaan in artikel 6, eerste lid, van
                                            het Asbestverwijderingsbesluit 2005;</al></li><li nr="-"><al>gebruiksoppervlakte: de gebruiksoppervlakte als bedoeld
                                            in het Bouwbesluit;</al></li><li nr="-"><al>hoogte van de weg: de hoogte van de weg zoals die door
                                            of namens burgemeester en wethouders is
                                            vastgesteld;</al></li><li nr="-"><al>NEN: een door de Stichting Nederlands
                                            Normalisatie-Instituut uitgegeven norm:</al></li><li nr="-"><al>NVN: een door de Stichting Nederlands
                                            Normalisatie-Instituut uitgegeven voornorm;</al></li><li nr="-"><al>straatpeil: </al><lijst><li nr="a."><al>voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang
                                                  direct aan de weg grenst de hoogte van de weg ter
                                                  plaatse van die hoofdtoegang;</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr=""><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al>voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet
                                                  direct aan de weg grenst de hoogte van het terrein
                                                  ter plaatse van de hoofdtoegang bij voltooiing van
                                                  de bouw;</al></li></lijst></li><li nr="-"><al> weg<cursief>:</cursief> alle voor het openbaar rij- of
                                            ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder
                                            begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de
                                            wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de
                                            aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide
                                            parkeerterreinen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>bouwwerk: een gedeelte van een bouwwerk;</al></li><li nr="-"><al>gebouw: een gedeelte van een gebouw.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2.</nr></kop><al><vet>Termijnen.</vet></al><al>Vervallen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3.</nr></kop><al><vet>Indeling van het gebied van de gemeente.</vet></al><al>(Dit artikel wordt niet overgenomen en blijft gereserveerd) </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>De aanvraag bouwvergunning.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Gegevens en bescheiden.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.1.</nr></kop><al><vet>Aanvraag bouwvergunning.</vet></al><al>Vervallen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.</nr></kop><al><vet>In de aanvraag op te nemen gegevens.</vet></al><al>Vervallen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.3.</nr></kop><al><vet>Bij de aanvraag in te dienen bescheiden.</vet></al><al>Vervallen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4.</nr></kop><al><vet>Gegevens met betrekking tot het coördineren van
                                    vergunningaanvragen.</vet></al><al>Vervallen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5.</nr><titel>Bodemonderzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in
                                        artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>de resultaten van een recent verkennend onderzoek
                                                verricht volgens NEN 5740, bijlage B, uitgave 1999,
                                                waarbij voor een terrein dat als verdacht geldt het
                                                onderzoeksrapport daarnaast nog bestaat uit de
                                                resultaten van een onderzoek volgens het
                                                gecombineerde protocol <cursief>Bodemonderzoek
                                                  milieuvergunningen en BSB </cursief>(SDU, uitgave
                                                oktober 1993);</al></li><li nr="b."><al>de resultaten van het nader onderzoek, verricht
                                                volgens het <cursief>Protocol Nader Onderzoek deel 1
                                                </cursief>(SDU, uitgave 1994) of de
                                                  <cursief>Richtlijn Nader Onderzoek deel 1
                                                </cursief>(SDU, uitgave 1995), in het geval dat de
                                                resultaten van het verkennend onderzoek uitwijzen
                                                dat sprake is van bodemverontreiniging en voor de
                                                beoordeling van de ernst van deze verontreiniging
                                                een nader onderzoek, als bedoeld in het
                                                  <cursief>Protocol Nader Onderzoek deel 1
                                                </cursief>(SDU, uitgave 1994) of de
                                                  <cursief>Richtlijn Nader Onderzoek deel 1
                                                </cursief>(SDU, uitgave 1995) , onontkoombaar is.
                                            </al></li><li nr="c."><al>Indien op basis van het vooronderzoek aanleiding
                                                bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder
                                                mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of –stof, in
                                                de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede
                                                plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707, uitgave
                                                2003.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als
                                        bedoeld in paragraaf </al><al> 1.2.5. onder e, van de Bijlage bij het Besluit
                                        indieningsvereisten geldt niet </al><al> indien het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar
                                        aard en omvang </al><al> gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het Besluit
                                        bouwwerken. Deze </al><al> verwijzing geldt niet voor de hoogtebepalingen in het
                                        Besluit bouwwerken.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders verlenen geheel of gedeeltelijk
                                        ontheffing van de </al><al>plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als
                                        bedoeld in paragraaf 1.2.5, onder e van de Bijlage bij het
                                        Besluit indieningsvereisten, indien voor de toepassing van
                                        artikel 2.4.1 bij de gemeente reeds bruikbare recente
                                        onderzoeksresultaten beschikbaar zijn. </al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen gedeeltelijk ontheffing
                                        verlenen van de</al><al>plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als
                                        bedoeld in paragraaf 1.2.5, onder e van de Bijlage van het
                                        Besluit indieningsvereisten voor een bouwwerk met een
                                        beperkte instandhoudingstermijn als bedoeld in artikel 45,
                                        eerste lid, van de Woningwet, indien uit het in NEN 5725,
                                        uitgave 1999, bedoelde vooronderzoek naar het historisch
                                        gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie
                                        onverdacht is dan wel de gerezen verdenkingen een volledig
                                        veldonderzoek volgens NEN 5740, uitgave 1999, niet
                                        rechtvaardigen. </al></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige
                                        bouwwerken zijn </al><al>gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is
                                        gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.</nr></kop><al><vet>Overige gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag om
                                    bouwvergunning.</vet></al><al>Vervallen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.7.</nr></kop><al><vet>Bouwregistratie. </vet></al><al>Vervallen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.8.</nr></kop><al><vet>Bijzondere bepalingen omtrent de aanvraag om bouwvergunningen
                                    woonwagens en standplaatsen. </vet></al><al>Vervallen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Behandeling van de aanvraag om</titel></kop><structuurtekst><al><vet> bouwvergunning.</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.1.</nr></kop><al><vet>Ontvangst van de aanvraag. </vet></al><al>Vervallen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.2.</nr></kop><al><vet>Samenloop met vrijstelling ruimtelijke ordening.</vet></al><al>Vervallen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.3.</nr></kop><al><vet>Bekendmaking van termijnen.</vet></al><al>Vervallen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.4.</nr></kop><al><vet>In behandeling nemen en fasering bouwvergunningverlening.
                                </vet></al><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.5.</nr></kop><al><vet>In behandeling nemen en bodemonderzoek.</vet></al><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.6.</nr></kop><al><vet>Kennisgeving van rechtswege verleende
                                bouwvergunning.</vet></al><al> In de schriftelijke kennisgeving over de van rechtswege </al><al> verleende bouwvergunning als bedoeld in artikel 58 van de </al><al> Woningwet wordt aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, de aard en het beoogde gebruik van het
                                        bouwwerk;</al></li><li nr="c."><al> de kadastrale aanduiding van het terrein, waarop gebouwd
                                        wordt;</al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop bezwaar kan worden gemaakt ingevolge de
                                        Algemene wet bestuursrecht. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Welstandstoetsing.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.</nr><titel>Welstandscriteria.</titel></kop><al> Vervallen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.</nr><titel>Het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.1.</nr></kop><al><vet>Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem.</vet></al><al>Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te
                                verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden
                                gebouwd voorzover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk:</al><lijst><li nr="a."><al>waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen
                                        verblijven;</al></li><li nr="b."><al>voor het bouwen waarvan een reguliere bouwvergunning is
                                        vereist;</al></li><li nr="c."><al>1. dat de grond raakt, of</al><lijst><li nr="2."><al>waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik
                                                niet wordt gehandhaafd.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.2.</nr></kop><al><vet>Voorwaarden bouwvergunning.</vet></al><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het
                                bepaalde in artikel 4 van het Besluit indieningsvereisten en letter
                                e van paragraaf 1.2.5 van de bij dit besluit behorende bijlage,
                                kunnen burgemeester en wethouders voorwaarden verbinden aan de
                                bouwvergunning, in het geval zij op grond van het in het Besluit
                                indieningsvereisten bedoelde onderzoeksrapport en/of andere bij hen
                                bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig
                                het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming
                                goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid van die
                                wet van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde
                                doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan
                                worden gemaakt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.</nr><titel>Voorschriften van stedenbouwkundige aard en
                                bereikbaarheidseisen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.1.</nr></kop><al><vet>Richtlijnen voor de verlening van ontheffing van de </vet></al><al><vet> stedebouwkundigebepalingen.</vet></al><al>Vervallen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.2.</nr></kop><al><vet>Anticumulatiebeding.</vet></al><al>Terrein dat voor het verlenen van een bouwvergunning in aanmerking
                                moet worden genomen mag niet nog eens bij de verlening van een
                                bouwvergunning voor een ander bouwwerk in aanmerking worden
                                genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.3.</nr></kop><al><vet>Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer. </vet></al><al><vet>Brandblusvoorzieningen.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de toegang tot een bouwwerk dat voor het verblijf van
                                        mensen is bestemd, meer dan tien meter is verwijderd van een
                                        openbare weg, moet een verbindingsweg tussen die toegang en
                                        het openbare wegennet aanwezig zijn die geschikt is voor
                                        verhuisauto's, vuilnisauto's, ziekenauto's, brandweerauto's
                                        en het overige te verwachten verkeer.</al></li><li nr="2."><al>Een geschikte verbindingsweg in de zin van het eerste lid
                                        moet, tenzij de gemeenteraad voor de desbetreffende weg in
                                        een bestemmingsplan of in een verordening of anderszins
                                        voorschriften heeft vastgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>een breedte hebben van tenminste 4,5 meter, over een
                                                breedte van tenminste 3,25 meter zijn verhard en een
                                                vrije hoogte boven de kruin van de weg hebben van
                                                tenminste 4,2 meter;</al></li><li nr="b."><al>zijn verhard op een wijze die geschikt is voor
                                                motorvoertuigen met een massa van tenminste 14.600
                                                kg en zijn voorzien van de nodige kunstwerken;
                                                en</al></li><li nr="c."><al>op doeltreffende wijze kunnen afwateren.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                        bijgebouw, als bedoeld in artikel 2, onder b, van het
                                        Besluit bouwwerken, voor zover dit bijgebouw niet tot
                                        bewoning bestemd is, maar wel tot een hoofdgebouw behoort
                                        dat op hetzelfde terrein is gelegen.</al></li><li nr="4."><al>Nabij ieder bouwwerk dat voor het verblijf van mensen is
                                        bestemd, moeten zodanige opstelplaatsen voor brandweerauto's
                                        aanwezig zijn, dat een doeltreffende verbinding tussen die
                                        auto's en de bluswatervoorziening </al><al> kan worden gelegd.</al></li><li nr="5."><al>Bij afwezigheid van een toereikende openbare
                                        bluswatervoorziening moet worden zorg gedragen voor een
                                        doeltreffende niet-openbare bluswatervoorziening.</al></li><li nr="6."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het bepaalde in het eerste en het vierde lid, indien de
                                        aard, de ligging en het gebruik van het </al><al> bouwwerk zich daarvoor lenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.3A.</nr></kop><al><vet>Brandweeringang</vet></al><al>Indien een automatische doormelding van brand naar de alarmcentrale
                                van de brandweer plaatsvindt, wordt, indien het gebouw over meerdere
                                toegangen beschikt, in overleg met de brandweer ten minste één van
                                de toegangen als brandweeringang aangewezen.</al><al>Een brandweeringang moet automatisch opengaan bij een brandmelding
                                of te</al><al>openen zijn met behulp van een systeem dat in overleg met de
                                brandweer is bepaald </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.4.</nr></kop><al><vet>Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Tussen de toegang van enerzijds:</al><lijst><li nr="a."><al>een woning of een woongebouw, als bedoeld in artikel
                                                4.3 van het Bouwbesluit;</al></li><li nr="b."><al>een gebouw met een al dan niet gemeenschappelijke
                                                toegankelijkheidssector, als bedoeld in artikel 4.3
                                                van het Bouwbesluit; en anderzijds de openbare weg
                                                moet een mede voor gehandicapten begaanbare weg of
                                                begaanbaar pad aanwezig zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de in het eerste lid bedoelde wegen en paden geldt</al><al> dat zij:</al><lijst><li nr="a."><al>ten minste 1.10 m breed moeten zijn;</al></li><li nr="b."><al>geen kleinere vrije doorgang mogen hebben dan 0,85
                                                m; en</al></li><li nr="c."><al>ten hoogste een hoogteverschil mogen overbruggen van
                                                0,02 m, tenzij dit plaatsvindt door middel van een
                                                hellingbaan die voldoet aan het bepaalde in de
                                                artikelen 2.39 en 2.40 van het Bouwbesluit.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.5.</nr></kop><al><vet>Ligging van de voorgevelrooilijn.</vet></al><al> De voorgevelrooilijn is:</al><lijst><li nr="a."><al>langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg
                                        regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande
                                        bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn,
                                        welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de
                                        voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk
                                        gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de
                                        richting van de weg geeft;</al></li><li nr="b."><al>langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a
                                        bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: bij een
                                        wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15
                                        meter uit de as van de weg; bij een wegbreedte geringer dan
                                        10 meter, de lijn gelegen op 10 meter uit de as van de weg.
                                    </al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.6.</nr><titel/></kop><al/><al><vet>Verbod tot bouwen met overschrijding van de
                                    voorgevelrooilijn.</vet></al><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.7 is het verboden een
                                bouwvergunningplichtig bouwwerk te bouwen met overschrijding van de
                                voorgevelrooilijn. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.7.</nr></kop><al><vet>Toegelaten overschrijding van de voorgevelrooilijn.</vet></al><al>Het verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn is
                                niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>onderdelen van een bouwvergunningplichting bouwwerk die bij
                                        het afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten worden als
                                        het aanbrengen van veranderingen van niet-ingrijpende aard,
                                        als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder k, van het
                                        Besluit bouwwerken;</al></li><li nr="b."><al>andere onderdelen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk,
                                        die bij het afzonderlijk realiseren niet vallen onder de
                                        werking van artikel 3, eerste lid, </al><al>onder k, van het Besluit bouwwerken, te weten:</al><lijst><li nr="1."><al>ondergrondse uitsteeksels, zoals
                                                funderingsonderdelen, rioolleidingen en
                                                rioolputten;</al></li><li nr="2."><al>stoepen, stoeptreden en toegangsbruggen, mits zij de
                                                grens van de weg met niet meer dan 0,3 m
                                                overschrijden. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.8.</nr><titel/></kop><al/><al><vet>Ontheffing voor overschrijdingen van
                                devoorgevelrooilijn.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen - met inachtneming van het
                                        bepaalde in het tweede lid – ontheffing verlenen van het
                                        verbod tot het bouwen met overschrijding van de
                                        voorgevelrooilijn voor:</al><lijst><li nr="a."><al>ondergrondse bouwwerken zoals kelders,
                                                kelderkoekoeken en kelderingangen, mits de
                                                bovenzijde daarvan niet hoger gelegen is dan het
                                                straatpeil;</al></li><li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouw zijnde, anders dan bedoeld
                                                in artikel 3, eerste lid, onder i, en derde lid,
                                                onder a, b en e van het Besluit bouwwerken, die naar
                                                hun aard en bestemming op een voor de
                                                voorgevelrooilijn gelegen erf toelaatbaar zijn;</al></li><li nr="c."><al>laadperrons, stoepen en stoeptreden, die de grens
                                                van de weg overschrijden;</al></li><li nr="d."><al>erkers, serres en andere uitbouwen, alsmede balkons
                                                en galerijen, die de voorgevelrooilijn met niet meer
                                                dan 1,50 m overschrijden;</al></li><li nr="e."><al>trappenhuizen, buitentrappen en liftschachten,
                                                hijsinrichtingen en stortbuizen, alsmede andere
                                                luifels, dakoverstekken, uitspringende
                                                schoorsteenwanden, reclametoestellen en
                                                draagconstructies voor reclames dan bedoeld zijn in
                                                artikel 2.5.7;</al></li><li nr="f."><al>overbouwingen ten dienste van de verbinding tussen
                                                twee bouwwerken;</al></li><li nr="g."><al>bouwwerken aan of bij een monument - als bedoeld in
                                                de Monumentenwet 1988 dan wel in de provinciale of
                                                gemeentelijke monumentenverordening - voor zover
                                                zulks niet bezwaarlijk is met het oog op de in
                                                historisch-esthetisch opzicht gewenste aansluiting
                                                bij het karakter van de bestaande omgeving.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor het bouwen boven een weg kan alleen ontheffing worden
                                        verleend, indien niet lager gebouwd wordt dan:</al><lijst><li nr="-"><al>4,20 m boven de hoogte van de rijweg, met inbegrip
                                                van een strook van 0,50 m breedte ter weerszijden
                                                van die rijweg;</al></li><li nr="-"><al>2,20 m boven de hoogte van een ander deel van de
                                                weg; en dan nog voor zover de veiligheid van de
                                                gebruikers van de weg niet in gevaar komt. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.9.</nr></kop><al><vet>Bouwen op de weg.</vet></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod
                                tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn voor het
                                bouwen op de weg van:</al><lijst><li nr="a."><al>gebouwen ten behoeve van een op het openbaar net aangesloten
                                        nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar
                                        vervoer of het wegverkeer, anders dan bedoeld in artikel 3,
                                        eerste lid, onder h, van het Besluit bouwwerken;</al></li><li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten dienste van het verkeer,
                                        de waterhuishouding, de energievoorziening of het
                                        telecommunicatieverkeer, alsmede straatmeubilair, anders dan
                                        bedoeld in artikel 3, derde lid, onder a, b </al><al> en e, van het Besluit bouwwerken;</al></li><li nr="c."><al> vrijstaande winkel- of reclamevitrines;</al></li><li nr="d."><al> reclametoestellen en draagconstructies voor reclame;</al></li><li nr="e."><al> andere bouwvergunningplichtige bouwwerken, die naar hun
                                        aard en </al><al> bestemming op de weg toelaatbaar zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.10.</nr></kop><al><vet>Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de
                                    voorgevelrooilijn. </vet></al><al><vet>Afschuining van straathoeken.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een naar de weg gekeerd gevelvlak van een gebouw moet in de
                                        voorgevelrooilijn zijn geplaatst.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing
                                        in:</al><lijst><li nr="a."><al>de gevallen genoemd in artikel 2.5.7 en in die
                                                waarin de ontheffing genoemd in de artikelen 2.5.8
                                                en 2.5.9 is verleend;</al></li><li nr="b."><al>in de gevallen genoemd in artikel 2.5.13 en in die
                                                waarin de ontheffing genoemd in artikel 2.5.14 is
                                                verleend, voor zover het bouwwerk geheel achter de
                                                achtergevelrooilijn is geplaatst;</al></li><li nr="c."><al>in de gevallen, bedoeld in het derde lid.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien van wegen die elkaar kruisen of van een weg die een
                                        knik maakt van 90 graden of minder, de tegenover elkaar
                                        liggende voorgevelrooilijnen zich in beide wegen of zich
                                        voor en na de knik op onderlinge tussenafstanden van minder
                                        van 3 meter bevinden, moet de bebouwing op de hoeken - over
                                        een hoogte op een dergelijke hoek van niet meer dan 4,2
                                        meter boven straatpeil - worden afgerond of afgeschuind, met
                                        dien verstande dat de daardoor onbebouwd blijvende
                                        oppervlakte niet groter dan 2 m2 behoeft te zijn.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het bepaalde in het eerste lid voor:</al><lijst><li nr="a."><al>gebouwen behorende tot een complex van
                                                gebouwen;</al></li><li nr="b."><al>gebouwen op handels- en industrieterreinen;</al></li><li nr="c."><al>vrijstaande enkele of dubbele eengezinshuizen;</al></li><li nr="d."><al>bijgebouwen, anders dan de in artikel 2, onder a,
                                                van het Besluit meldingsplichtige bouwwerken
                                                bedoelde gebouwen;</al></li><li nr="e."><al>gebouwen ten dienste van bodemcultuur en veeteelt,
                                                pluimveeteelt daaronder begrepen, en de
                                                daarbijbehorende woningen;</al></li><li nr="f."><al>gedeelten van naar de weg gekeerde gevels;</al></li><li nr="g."><al>gevallen, waarin de welstand bij het verlenen van de
                                                ontheffing is gebaat. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.11.</nr></kop><al><vet>Ligging van de achtergevelrooilijn.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De achtergevelrooilijn is evenwijdig aan de
                                        voorgevelrooilijn en bevindt zich:</al><lijst><li nr="a."><al>in een aan alle zijden bebouwd of te bebouwen
                                                driehoekig, vierhoekig of regelmatig veelhoekig
                                                bouwblok op een afstand van de voorgevelrooilijn
                                                gelijk aan de helft van de straal van de
                                                ingeschreven cirkel binnen de voorgevelrooilijnen,
                                                doch op geen grotere afstand van de
                                                voorgevelrooilijn dan 12 meter. Indien meer dan een
                                                ingeschreven cirkel binnen de voorgevelrooilijnen
                                                kan worden beschreven, geldt de grootste;</al></li><li nr="b."><al>in een aan alle zijden bebouwd of te bebouwen
                                                bouwblok van een andere dan onder a genoemde vorm op
                                                zodanige afstand van de voorgevelrooilijn, bepaald
                                                op de wijze als onder a bepaald, na herleiding van
                                                de vorm van het bouwblok tot een of meer der onder a
                                                genoemde vormen, voor zover zij op zich zelf of
                                                gezamenlijk de vorm van het bouwblok het meest
                                                nabijkomen, doch op geen grotere afstand van de
                                                voorgevelrooilijn dan 12 meter;</al></li><li nr="c."><al>in een slechts aan drie zijden bebouwd of te
                                                bebouwen rechthoekig bouwblok, langs deze drie
                                                zijden op een afstand van de voorgevelrooilijn
                                                gelijk aan 1/4 van de afstand tussen de
                                                voorgevelrooilijnen van de beide zich tegenover
                                                elkaar bevindende bebouwde of te bebouwen zijden van
                                                het bouwblok, doch op geen grotere afstand van de
                                                voorgevelrooilijn dan 12 meter;</al></li><li nr="d."><al>in een slechts aan twee tegenover elkaar gelegen
                                                zijden bebouwd of te bebouwen rechthoekig bouwblok,
                                                langs deze twee zijden op een afstand van de
                                                voorgevelrooilijn gelijk aan 1/4 van de afstand
                                                tussen de voorgevelrooilijnen van de beide zich
                                                tegenover elkaar bevindende bebouwde of te bebouwen
                                                zijden van het bouwblok, doch op geen grotere
                                                afstand van de voorgevelrooilijn dan 12 meter;</al></li><li nr="e."><al>in alle niet onder a tot en met d genoemde gevallen
                                                op een afstand die wordt bepaald met inachtneming
                                                van de beginselen, welke zijn neergelegd in a tot en
                                                met d van dit lid, doch op geen grotere afstand van
                                                de voorgevelrooilijn dan 12 meter.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien in een hoekbebouwing de elkaar snijdende
                                        achtergevelrooilijnen een scherpe hoek vormen moeten de
                                        achterzijden van de bebouwing - in het belang van de
                                        toetreding van daglicht - over een afstand van ten minste 5
                                        meter ter weerszijden van bedoeld snijpunt ten minste 2
                                        meter terugliggen ten opzichte van beide
                                        achtergevelrooilijnen.</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het bepaalde in het tweede lid, voor zover de aard, de
                                        indeling en het gebruik van de gebouwen in de hoekbebouwing
                                        dit toelaten. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.12.</nr></kop><al><vet> Verbod tot bouwen met overschrijding van de
                                    achtergevelrooilijn.</vet></al><al> Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.13 is het verboden </al><al> bouwvergunningplichtige bouwwerken te bouwen met overschrijding van
                                de </al><al> achtergevelrooilijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.13.</nr></kop><al><vet> Toegelaten overschrijding van de
                                achtergevelrooilijn.</vet></al><al>Het verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn
                                is niet van </al><al> toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>buiten de bebouwde kom gelegen kassen en bouwwerken, geen
                                        gebouwen zijnde, voor doeleinden van bodemcultuur en
                                        veeteelt, pluimveeteelt daaronder begrepen; </al></li><li nr="b."><al>buiten de bebouwde kom gelegen gebouwen, geen kassen zijnde,
                                        voor doeleinden van bodemcultuur en veeteelt, pluimveeteelt,
                                        daaronder begrepen, indien de afstand tot de zijdelingse
                                        grens van het erf ten minste 20 meter bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>onderdelen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk, die bij
                                        het afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten worden als
                                        een aan- of uitbouw als bedoeld in artikel 2 onder a, van
                                        het Besluit bouwwerken;</al></li><li nr="d."><al>onderdelen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk die bij
                                        het afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten worden als
                                        het aanbrengen van veranderingen van niet-ingrijpende aard
                                        als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder k, van het
                                        Besluit bouwwerken;</al></li><li nr="e."><al>andere onderdelen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk
                                        die bij het afzonderlijk realiseren niet vallen onder de
                                        werking van artikel 3, eerste lid, onder k, van het Besluit
                                        bouwwerken, te weten:</al><lijst><li nr="1."><al>ondergrondse uitsteeksels, zoals
                                                funderingsonderdelen, rioolleidingen en
                                                rioolputten;</al></li><li nr="2."><al>terrassen, bordessen en bordestreden;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>bijgebouwen en aan- of uitbouwen bij woningen en andere
                                        gebouwen dan woningen met dien verstande dat – onverminderd
                                        het bepaalde in artikel 2.5.15 en 2.5.16 – per woning,
                                        respectievelijk per functionele eenheid mag worden bebouwd
                                        t.b.v. bijgebouwen of aan- of uitbouwen:</al><lijst><li nr="1."><al>20 m2 indien de oppervlakte van het achter de
                                                achtergevelrooilijn gelegen gedeelte van het
                                                bouwperceel 50 m2 of minder bedraagt;</al></li><li nr="2."><al>40% van het achter de achtergevelrooilijn gelegen
                                                gedeelte van het bouw-perceel, indien de oppervlakte
                                                van dat deel meer dan 50 m2 bedraagt met een maximum
                                                van:</al><lijst><li nr="-"><al>60 m2 indien de oppervlakte van het achter de
                                                  achtergevelrooilijn gelegen gedeelte van het
                                                  bouwperceel meer dan 150 m2 bedraagt en tevens de
                                                  perceelsoppervlakte niet meer dan 1000 m2
                                                  bedraagt;</al></li><li nr="-"><al>80 m2 indien de oppervlakte van het achter de
                                                  achtergevelrooilijn gelegen gedeelte van het
                                                  bouwperceel meer dan 200 m2 bedraagt en tevens de
                                                  perceelsoppervlakte groter is dan 1000 m2 maar
                                                  niet meer dan 2000 m2;</al></li><li nr="-"><al>100 m2 indien het achter de
                                                  achtergevelrooilijn gelegen gedeelte van het
                                                  bouwperceel meer bedraagt dan 250 m2 en tevens de
                                                  oppervlakte van het bouwperceel meer bedraagt dan
                                                  2000 m2.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><al>De maximum bouwhoogte voor bijgebouwen en aan- en uitbouwen
                                        bedraagt 4,5 meter, waarbij in de perceelsgrens vanaf een
                                        maximale hoogte van 3.00 meter een afschuiningshoek van 45
                                        graden in acht moet worden genomen. Deze afschuining geldt
                                        niet in die gevallen waarbij op het naastgelegen perceel in
                                        de perceelscheiding al een gebouw met een zelfde of hogere
                                        hoogte aanwezig is dan wel gelijktijdig wordt
                                        opgericht.</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="g."><al>bebouwing in in meerdere bouwlagen met een bebouwingsdiepte
                                        tot maximaal</al><al> 15 meter onder voorwaarde dat:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="-"><al>er sprake is van ligging aan één van de volgende
                                                wegen:</al><lijst><li nr="-"><al>Besterdring</al></li><li nr="-"><al>Bisschop Zwijsenstraat</al></li><li nr="-"><al>Bosscheweg tussen de Ringbaan-Oost en de
                                                  Hoevense Kanaaldijk/Lovense Kanaaldijk</al></li><li nr="-"><al>Broekhovenseweg ten noorden van de
                                                  Ringbaan-Zuid</al></li><li nr="-"><al>Korvelplein</al></li><li nr="-"><al>Korvelseweg</al></li><li nr="-"><al>Laarstraat</al></li><li nr="-"><al>Lieve Vrouweplein</al></li><li nr="-"><al>Molenstraat</al></li><li nr="-"><al>Oude Goirleseweg</al></li><li nr="-"><al>Piusstraat</al></li><li nr="-"><al>Rosmolenplein</al></li><li nr="-"><al>Spoorlaan</al></li><li nr="-"><al>Van Meterenstraat</al></li><li nr="-"><al>Veldhovenring</al></li><li nr="-"><al>Wilhelminapark</al></li><li nr="-"><al>Zomerstraat</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>de bebouwing in meerdere bouwlagen minimaal 5 meter
                                                uit de zijdelingse perceelsgrens wordt gesitueerd,
                                                tenzij er langs de zijdelingse perceels-grens op het
                                                belendende perceel reeds bebouwing in meerdere
                                                bouwlagen aanwezig is met een diepte van 12 meter of
                                                meer.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.14.</nr></kop><al><vet> Ontheffing voor overschrijdingen van de
                                    achtergevelrooilijn.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het verbod tot het bouwen met overschrijding van de
                                        achtergevelrooilijn voor:</al><lijst><li nr="a."><al>buiten de bebouwde kom gelegen gebouwen, geen kassen
                                                zijnde, voor doeleinden van bodemcultuur en
                                                veeteelt, pluimveeteelt, daaronder begrepen, waarvan
                                                de afstand tot de zijdelingse grens van het erf
                                                minder van 20 meter bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom gelegen kassen;</al></li><li nr="c."><al>vrijstaande enkele of dubbele eengezinshuizen; </al></li><li nr="d."><al>gebouwen op een terrein waarvan twee tegenover
                                                elkaar liggende zijden grenzen aan wegen, aan een
                                                weg en een openbaar water, aan een weg en een
                                                spoorweg of aan een weg en een plantsoen en welk
                                                terrein slechts aan een van die zijden mag worden
                                                bebouwd;</al></li><li nr="e."><al>gebouwen op binnenterreinen, mits hiervan de
                                                bereikbaarheid, als bedoeld in de artikelen 2.5.3 en
                                                2.5.4, is verzekerd;</al></li><li nr="f."><al>bijgebouwen (waaronder aan- of uitbouwen) bij
                                                woningen, anders dan bedoeld in 2.5.13 sub f, met
                                                dien verstande dat:</al><lijst><li nr="-"><al>bij bouwpercelen tot 1000 m2: per woning aan
                                                  bijgebouwen achter de achtergevelrooilijn niet
                                                  meer dan 60 m2 wordt gebouwd, mits het bouwperceel
                                                  blijft voldoen aan het bepaalde in 2.5.15. De maat
                                                  van 60 m2 (40%) mag – t.b.v. mantelzorg – tot 80
                                                  m2 worden opgetrokken. In dat geval dient – in
                                                  plaats van het bepaalde in 2.5.15 – tenminste 15
                                                  m2 aaneengesloten onbebouwd terrein op het
                                                  bouwperceel aanwezig te blijven;</al></li><li nr="-"><al>bij bouwpercelen tussen 1000 m2 en 2000 m2:
                                                  per woning aan bijgebouwen achter de
                                                  achtergevelrooilijn niet meer dan 80 m2 mag worden
                                                  gebouwd, mits het bouwperceel blijft voldoen aan
                                                  het bepaalde in 2.5.15. De maat van 80 m2 mag – in
                                                  bijzondere gevallen – worden opgetrokken tot 100
                                                  m2 t.b.v. woonvertrekken (woon-/eetkamer, keuken,
                                                  badkamer, slaapkamer); in dat geval dient – in
                                                  plaats van het bepaalde in 2.5.15 – tenminste 15
                                                  m2 aaneengesloten onbebouwd terrein op het
                                                  bouwperceel aanwezig te blijven;</al></li><li nr="-"><al>bij bouwpercelen groter dan 2000 m2: per
                                                  woning aan bijgebouwen achter de
                                                  achtergevelrooilijn niet meer dan 100 m2 mag
                                                  worden gebouwd, mits het bouwperceel blijft
                                                  voldoen aan het bepaalde in 2.5.15;</al></li><li nr="-"><al>bijgebouwen met een maximale bouwhoogte van
                                                  4,5 meter zonder afschuiningshoek;</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>gebouwen in een bouwstrook of bouwblok, geheel of
                                                overwegend handels- of industrieterrein
                                                omvattend;</al></li><li nr="h."><al>bouwvergunningplichtige bouwwerken, geen gebouw
                                                zijnde;</al></li><li nr="i."><al>ondergrondse bouwwerken, zoals kelders,
                                                kelderkoekoeken en kelderingangen, mits de
                                                bovenzijde daarvan niet hoger is gelegen dan de
                                                hoogte van het terrein ter plaatse bij voltooiing
                                                van de bouw;</al></li><li nr="j."><al>erkers bijgebouwen (waaronder aan- of uitbouwen) bij
                                                andere gebouwen dan woningen (niet zijnde
                                                dienstwoningen), anders dan bedoeld in 2.5.13 sub f
                                                met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="-"><al>het achter de achtergevelrooilijn gelegen
                                                  gedeelte van het bouwperceel geheel mag worden
                                                  bebouwd, mits het bouwperceel blijft voldoen aan
                                                  het bepaalde in artikel 2.5.16;</al></li><li nr="-"><al>bijgebouwen met een maximale bouwhoogte van
                                                  6.00 meter zonder afschuiningshoek mogen worden
                                                  gerealiseerd.</al></li></lijst></li><li nr="k."><al>trappenhuizen buitentrappen en liftschachten,
                                                hijsinrichtingen en stortbuizen, balkons en
                                                veranda's alsmede andere luifels, afdaken,
                                                dakoverstekken, uitspringende schoorsteenwanden,
                                                terrassen en bordessen dan bedoeld zijn in artikel
                                                2.5.13;</al></li><li nr="l."><al>bouwwerken aan of bij een monument - als bedoeld in
                                                de Monumentenwet 1988 dan wel in de provinciale of
                                                gemeentelijke monumentenverordening - voor zover
                                                zulks niet bezwaarlijk is om de in
                                                historisch-esthetisch opzicht gewenste aansluiting
                                                te verkrijgen bij het karakter van de bestaande
                                                omgeving;</al></li><li nr="m."><al>bebouwing in meerdere bouwlagen in de strook van 5
                                                meter langs de zijdelingse perceelsgrens tot een
                                                bebouwingsdiepte van maximaal 15 meter met
                                                inachtneming van het bepaalde in de artikelen
                                                2.5.20., 2.5.23 en 2.5.24;</al></li><li nr="n."><al>antennes, anders dan bedoeld in artikel 3, eerste
                                                lid, onder e en f, van het Besluit bouwwerken.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien toepassing wordt gegeven aan het gegeven aan het
                                        gestelde in artikel 2.5.14, lid 1, sub m is de volgende
                                        procedure van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvraag ligt gedurende twee weken ter
                                                inzage;</al></li><li nr="b."><al>voorafgaande aan de terinzagelegging wordt in een of
                                                meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen kennis
                                                gegeven van de aanvraag; </al></li><li nr="c."><al>gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen
                                                belanghebbenden schriftelijk hun zienswijzen omtrent
                                                de aanvraag inbrengen;</al></li><li nr="d."><al>indien er zienswijzen zijn ingebracht kunnen
                                                burgemeester en wethouders de beslissing over de
                                                aanvraag om een reguliere bouwvergunning met ten
                                                hoogste 6 weken verdagen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.15.</nr></kop><al><vet>Erf bij woningen en woongebouwen. </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij een woning of woongebouw moeten een erf aanwezig zijn
                                        dat ten minste een </al><al>strook grond omvat die:</al><al>over de volle breedte van het gebouw aansluit aan de
                                        achtergevel, en voor </al><al> wat betreft het achter het gebouw gelegen deel dat is
                                        begrepen tussen het </al><al> verlengde van de zijgevels, een diepte heeft van ten minste
                                        5 meter.</al></li><li nr="2."><al>De maat genoemd in het eerste lid, moet worden gemeten haaks
                                        op de</al><al> achtergevelrooilijn en vanuit het verst achterwaarts
                                        gelegen deel van het </al><al> gebouw. Daarbij moeten de onderdelen van dat gebouw,
                                        bedoeld in artikel </al><al> 2.5.13, en de balkons en veranda's buiten beschouwing
                                        blijven.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al> Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het bepaalde in:</al><lijst><li nr="a."><al>het eerste lid, wat de aanwezigheid van het erf
                                                betreft, indien de gelijkstraats gelegen bouwlaag
                                                niet tot bewoning bestemd is;</al></li><li nr="b."><al>het eerste lid, indien aan een van de volgende
                                                voorwaarden wordt voldaan:</al><lijst><li nr="1."><al>een gunstige, andere indeling van het erf is
                                                  aanwezig;</al></li><li nr="2."><al>het gebouw zal zijn gelegen op een terrein
                                                  waarvan twee tegenover elkaar liggende zijden
                                                  grenzen aan wegen, aan een weg en een openbaar
                                                  water, aan een weg en een spoorweg of aan een weg
                                                  en een plantsoen, mits dat terrein slechts aan een
                                                  van die zijden mag worden bebouwd en tevens een
                                                  erf van redelijke afmetingen tot stand wordt
                                                  gebracht;</al></li><li nr="3."><al>bij het vergroten van een gebouw dat niet aan
                                                  de bepalingen voor te bouwen woningen en
                                                  woongebouwen van het Bouwbesluit voldoet, wordt de
                                                  bestaande toestand verbeterd.</al><al/></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.16.</nr><titel/></kop><al><vet> Erf bij overige gebouwen.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Achter een gebouw, waarvan geen deel tot woning, anders dan
                                        als dienstwoning is bestemd, moet een bij het gebouw
                                        behorend erf aanwezig zijn ter diepte van ten minste 2 meter
                                        achter het verst achterwaarts gelegen deel van het gebouw en
                                        over de volle breedte daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het bepaalde in het eerste lid:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ligging en bestemming van het gebouw hiervoor
                                                geen beletsel vormen;</al></li><li nr="b."><al>indien, voor zover nodig, ontheffing is verleend van
                                                het verbod tot overschrijding van de
                                                achtergevelrooilijn.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.17.</nr></kop><al><vet> Ruimte tussen bouwwerken.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De zijdelingse begrenzing van een bouwwerk moet ten opzichte
                                        van de zijdelingse grens van het erf zodanig zijn gelegen
                                        dat tussen dat bouwwerk en de op het aangrenzende erf
                                        aanwezige bebouwing geen tussenruimten ontstaan die:</al><lijst><li nr="a."><al>vanaf de hoogte van het erf tot 2,2 meter daarboven
                                                minder dan 1 meter breed zijn;</al></li><li nr="b."><al>niet toegankelijk zijn.</al><al>Bebouwing van ondergeschikte aard op het erf of op
                                                het aangrenzende erf wordt hierbij buiten
                                                beschouwing gelaten.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het bepaalde in het eerste lid, indien voldoende
                                        mogelijkheid aanwezig is voor reiniging en onderhoud van de
                                        vrij te laten ruimte. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.18.</nr></kop><al><vet>Erf- en terreinafscheidingen.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Erf- en terreinafscheidingen, anders dan bedoeld in artikel
                                        2, onder e, van het Besluit bouwwerken, zijn niet
                                        toegelaten.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het bepaalde in het eerste lid in het belang van het af te
                                        scheiden erf of terrein.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.19.</nr></kop><al><vet>Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en ondergrondse
                                    hoofdtransportleidingen.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van voor
                                        stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                        hoogspanningslijnen mogen zich geen delen bevinden van
                                        andere bouwvergunningplichtige bouwwerken dan die welke deel
                                        uitmaken van de hoogspanningslijn. Bij het bepalen van deze
                                        afstand moet rekening worden gehouden met het uitzwaaien van
                                        de draden ten gevolge van de wind. Onder hoogspanningslijn
                                        wordt in dit artikel verstaan een lijn met een nominale
                                        elektrische spanning van 1000 volt of meer.</al></li><li nr="2."><al>Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van een
                                        ondergrondse hoofdtransportleiding mogen geen
                                        bouwvergunningplichtige bouwwerken worden gebouwd.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                        van:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde in het eerste lid voor wat betreft de
                                                afstand van 6 meter, indien de elektrische spanning
                                                van de hoogspanningslijn daarvoor geen bezwaar
                                                oplevert;</al></li><li nr="b."><al>het bepaalde in het tweede lid voor wat betreft de
                                                afstand van 6 meter, indien daartegen met het oog op
                                                de veilige en ongestoorde ligging van de leiding
                                                geen bezwaar bestaat.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.20.</nr></kop><al><vet>Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De maximale hoogte van een bouwvergunningplichtig bouwwerk
                                        bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>indien gelegen aan één van de volgende wegen:</al><lijst><li nr="-"><al>Besterdring</al></li><li nr="-"><al>Bisschop Zwijsenstraat</al></li><li nr="-"><al>Bosscheweg tussen de Ringbaan-Oost en de
                                                  Hoevense Kanaaldijk/Lovense Kanaaldijk</al></li><li nr="-"><al>Broekhovenseweg ten noorden van de
                                                  Ringbaan-Zuid</al></li><li nr="-"><al>Korvelplein</al></li><li nr="-"><al>Korvelseweg</al></li><li nr="-"><al>Laarstraat</al></li><li nr="-"><al>Lieve Vrouweplein</al></li><li nr="-"><al>Molenstraat</al></li><li nr="-"><al>Oude Goirleseweg</al></li><li nr="-"><al>Piusstraat</al></li><li nr="-"><al>Rosmolenplein</al></li><li nr="-"><al>Spoorlaan</al></li><li nr="-"><al>Van Meterenstraat</al></li><li nr="-"><al>Veldhovenring</al></li><li nr="-"><al>Wilhelminapark</al></li><li nr="-"><al>Zomerstraat</al></li></lijst></li><li nr=""><al>in het vlak door de voorgevelrooilijn: 1 meter
                                                vermeerderd met éénmaal de afstand tussen de
                                                voorgevelrooilijnen langs de desbetreffende weg met
                                                een maximum van 15 meter met dien verstande
                                                dat:Zomerstraat</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><lijst><li nr="-"><al>de bouwhoogte in een strook ter breedte van 5
                                                  meter langs de zijdelingse perceelsscheidingen
                                                  niet meer mag bedragen dan de randhoogte (zijnde
                                                  de (feitelijke) hoogte van bovenkant goot,
                                                  boeiboord of druiplijn, gemeten boven het
                                                  gemiddelde maaiveldpeil van het aansluitende
                                                  afgewerkte terrein ) in de voorgevelrooilijn van
                                                  de bebouwing op het naastgelegen perceel
                                                  vermeerderd met 6 meter;</al></li><li nr="-"><al>deze hoogte tenminste 10 meter mag
                                                  bedragen:</al></li><li nr="-"><al>slechts bebouwing binnen een afstand van ten
                                                  hoogte 5 meter van de zijdelingse
                                                  perceelsscheiding in beschouwing wordt
                                                  genomen.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>indien gelegen aan de volgende wegen: </al><lijst><li nr="-"><al>Enschotsestraat</al></li><li nr="-"><al>Gasthuisring</al></li><li nr="-"><al>Groenstraat</al></li><li nr="-"><al>Groeseindstraat</al></li><li nr="-"><al>Hoefstraat</al></li><li nr="-"><al>Koestraat</al></li><li nr="-"><al>Nieuwe Bosscheweg</al></li><li nr="-"><al>Oerlesestraat</al></li><li nr="-"><al>St. Josephstraat</al></li><li nr="-"><al>Tivolistraat</al></li><li nr="-"><al>Transvaalplein</al></li><li nr="-"><al>Voltstraat</al></li><li nr="-"><al>Winkler Prinsstraat</al></li></lijst></li><li nr=""><al>in het vlak door de voorgevelrooilijn: 1 meter
                                                vermeerderd met éénmaal de afstand tussen de
                                                voorgevelrooilijnen langs de desbetreffende weg met
                                                een maximum van 11 meter met dien verstande
                                                dat:</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><lijst><li nr="-"><al>de bouwhoogte in een strook ter breedte van 5
                                                  meter langs de zijdelingse perceelsscheidingen
                                                  niet meer mag bedragen dan de randhoogte (zijnde
                                                  de (feitelijke) hoogte van bovenkant goot,
                                                  boeiboord of druiplijn, gemeten boven het
                                                  gemiddelde maaiveldpeil van het aansluitende
                                                  afgewerkte terrein ) in de voorgevelrooilijn van
                                                  de bebouwing op het naastgelegen perceel
                                                  vermeerderd met 6 meter;</al></li><li nr="-"><al>deze hoogte tenminste 10 meter mag
                                                  bedragen:</al></li><li nr="-"><al>slechts bebouwing binnen een afstand van ten
                                                  hoogte 5 meter van de zijdelingse
                                                  perceelsscheiding in beschouwing wordt
                                                  genomen.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>in het vlak door de voorgevelrooilijn van de overige
                                                niet genoemde wegen: 1 meter vermeerderd met éénmaal
                                                de afstand tussen de voorgevelrooilijnen langs de
                                                betreffende weg met een maximum van 10 meter.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        hoekbebouwing aan </al><al>wegen, waarvan de afstand tussen de voorgevelrooilijnen
                                        onderling verschilt, in welk geval aan de zijde van de
                                        smalle weg tot de hoogte welke aan de brede weg is
                                        toegelaten, mag worden gebouwd over een lengte van de hoek
                                        af gelijk aan de afstand tussen de voorgevelrooilijn van de
                                        smalle weg, doch over geen grotere lengte dan 15 meter.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>De in het eerste lid bedoelde afstand wordt gemeten haaks op
                                        de </al><al>desbetreffende voorgevelrooilijn in het midden van de
                                        breedte van het bouwwerk of de projectie daarvan op de
                                        voorgevelrooilijn.</al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>Indien aan de overzijde van de weg een voorgevelrooilijn
                                        ontbreekt geldt ter </al><al>bepaling van de grootste toegelaten hoogte, bedoeld in het
                                        eerste lid, de dichtstbij gelegen tegenoverliggende
                                        rooilijn. Indien de tegenoverliggende rooilijn plaatselijk
                                        is onderbroken geldt ter plaatse van die onderbreking de
                                        verst verwijderde van de beide ter weerszijden van de
                                        onderbreking voorkomende rooilijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.21.</nr></kop><al><vet> Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De maximale hoogte van een bouwvergunningplichtig bouwwerk
                                        bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>indien gelegen aan één van de volgende wegen:</al><lijst><li nr="-"><al>Besterdring</al></li><li nr="-"><al>Bisschop Zwijsenstraat</al></li><li nr="-"><al>Bosscheweg tussen de Ringbaan-Oost en de
                                                  Hoevense Kanaaldijk/Lovense Kanaaldijk</al></li><li nr="-"><al>Broekhovenseweg ten noorden van de
                                                  Ringbaan-Zuid</al></li><li nr="-"><al>Korvelplein</al></li><li nr="-"><al>Korvelseweg</al></li><li nr="-"><al>Laarstraat</al></li><li nr="-"><al>Lieve Vrouweplein</al></li><li nr="-"><al>Molenstraat</al></li><li nr="-"><al>Oude Goirleseweg</al></li><li nr="-"><al>Piusstraat</al></li><li nr="-"><al>Rosmolenplein</al></li><li nr="-"><al>Spoorlaan</al></li><li nr="-"><al>Van Meterenstraat</al></li><li nr="-"><al>Veldhovenring</al></li><li nr="-"><al>Wilhelminapark</al></li><li nr="-"><al>Zomerstraat</al></li></lijst></li><li nr=""><al>in het vlak door de achtergevelrooilijn: 1 meter
                                                vermeerderd met de helft van de afstand tot de
                                                tegenoverliggende achtergevelrooilijn in hetzelfde
                                                bouwblok met een maximum van 15 meter met dien
                                                verstande dat:</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><lijst><li nr="-"><al>de bouwhoogte in een strook ter breedte van 5
                                                  meter langs de zijdelingse perceelsscheiding niet
                                                  meer mag bedragen dan de toegelaten hoogte in de
                                                  voorgevelrooilijn overeenkomstig artikel 2.5.20
                                                  ;</al></li><li nr="-"><al>deze hoogte tenminste 10 meter mag
                                                  bedragen:</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>indien gelegen aan één van de volgende wegen:</al><lijst><li nr="-"><al>Enschotestraat</al></li><li nr="-"><al>Gasthuisring</al></li><li nr="-"><al>Groenstraat</al></li><li nr="-"><al>Groeseindstraat</al></li><li nr="-"><al>Hoefstraat</al></li><li nr="-"><al>Koestraat</al></li><li nr="-"><al>Nieuwe Bosscheweg</al></li><li nr="-"><al>Oerlesestraat</al></li><li nr="-"><al>St. Josephstraat</al></li><li nr="-"><al>Tivolistraat</al></li><li nr="-"><al>Transvaalplein</al></li><li nr="-"><al>Voltstraat</al></li><li nr="-"><al>Winkler Prinsstraat</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al>in het vlak door de achtergevelrooilijn 1 meter
                                                vermeerderd met de helft van de afstand tot de
                                                tegenoverliggende achtergevelrooilijn in hetzelfde
                                                bouwblok met een maximum van 11 meter met dien
                                                verstande dat:</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><lijst><li nr="-"><al>de bouwhoogte in een strook ter breedte van 5
                                                  meter langs de zijdelingse perceelsscheiding niet
                                                  meer mag bedragen dan de toegelaten hoogte in de
                                                  voorgevelrooilijn overeenkomstig artikel 2.5.20
                                                  ;</al></li><li nr="-"><al>deze hoogte tenminste 10 meter mag
                                                  bedragen:</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>in het vlak door de achtergevelrooilijn gelegen
                                                achter de voorgevelrooilijn van de overige niet
                                                genoemde wegen: 1 meter vermeerderd met de afstand
                                                tot de tegenoverliggende achtergevelrooilijn in
                                                hetzelfde bouwblok met een maximum van 10
                                                meter.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde afstand wordt gemeten haaks op
                                        de achtergevelrooilijn ter plaatse van het bouwwerk. Indien
                                        de te beschouwen achtergevelrooilijnen niet evenwijdig
                                        lopen, wordt voor elke 5 meter breedte van de achterzijde
                                        van het bouwwerk uitgegaan van de gemiddelde afstand tussen
                                        de achtergevelrooilijnen. Indien een tegenoverliggende
                                        achtergevelrooilijn ontbreekt, wordt gemeten tot de
                                        dichtstbijzijnde tegenover de achtergevelrooilijn gelegen
                                        voorgevelrooilijn.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid mag de
                                        maximale hoogte van een bouwwerk in het vlak door de
                                        achtergevelrooilijn niet meer bedragen dan de maximale
                                        hoogte in de aangrenzende 5 meter van een aanliggende
                                        achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok.</al></li><li nr="4."><al>Indien het terrein achter de achtergevelrooilijn lager dan
                                        straatpeil ligt, moet de in het eerste lid bedoelde hoogte
                                        worden verminderd met een maat, gelijk aan het verschil
                                        tussen het straatpeil en het peil van het onderhavige
                                        terrein ter plaatse van de achtertoegang bij voltooiing van
                                        de bouw. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.22.</nr></kop><al><vet>Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een
                                    achtergevelrooilijn. </vet></al><lijst><li nr="1."><al> Indien op een kruising van wegen de achtergevels van de
                                        bebouwing, gelegen aan de ene weg, doorgebouwd zijn tot aan
                                        de voorgevelrooilijn van de andere weg en bovendien in die
                                        achtergevels ramen aanwezig zijn, dan bedraagt -
                                        onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.24 - de maximale
                                        hoogte van de zijgevel van het eerste bouwwerk aan
                                        laatstgenoemde weg nabij de hoek ten hoogste 1,5 maal de
                                        afstand van deze zijgevel tot de achtergevelrooilijn die bij
                                        de eerstgenoemde weg behoort. Deze afstand moet op dezelfde
                                        wijze worden bepaald als beschreven is in artikel 2.5.21,
                                        tweede lid voor de bepaling van de afstand tussen twee
                                        achtergevelrooilijnen.</al></li><li nr="2."><al> Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het bepaalde in het eerste lid, mits de zijgevel niet hoger
                                        is dan de voorgevel. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.23.</nr></kop><al><vet> Toegelaten hoogte tussen voor- en
                                achtergevelrooilijnen.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Overminderd het bepaalde in artikel 2.5.24 mag een
                                        bouwvergunningplichtig bouwwerk tussen de voor- en
                                        achtergevelrooilijn niet hoger reiken dan tot de vlakken die
                                        de verticale vlakken door de voorgevel- rooilijn en door de
                                        achtergevelrooilijn snijden op de - krachtens de artikelen
                                        2.5.20 en 2.5.21 - maximale bouwhoogte en die met het
                                        horizontale vlak een hoek vormen van 45 graden.</al></li><li nr="2."><al>Indien een bouwwerk nabij een kruising van wegen een
                                        zijgevel heeft die gelegen is tegenover een
                                        achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok, mag dit bouwwerk
                                        bovendien niet hoger reiken dan tot het vlak dat het
                                        verticale vlak door die zijgevel snijdt ter hoogte van de -
                                        krachtens artikel 2.5.22 - maximale bouwhoogte en dat met
                                        het horizontale vlak een hoek vormt van 56 graden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.24.</nr></kop><al><vet>Grootste toegelaten hoogte van bouwwerken.</vet></al><lijst><li nr="1."><al> Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.20 en 2.5.21 mag
                                        de hoogte van een bouwvergunningplichtig bouwwerk niet meer
                                        bedragen dan:</al><lijst><li nr="-"><al>15 meter voor zover een bouwperceel gelegen is aan
                                                één van de volgende wegen:</al></li><li nr="-"><al>Besterdring</al></li><li nr="-"><al>Bisschop Zwijsenstraat</al></li><li nr="-"><al>Bosscheweg tussen de Ringbaan-Oost en de Hoevense
                                                Kanaaldijk/Lovense Kanaaldijk</al></li><li nr="-"><al>Broekhovenseweg ten noorden van de
                                                Ringbaan-Zuid</al></li><li nr="-"><al>Korvelplein</al></li><li nr="-"><al>Korvelseweg</al></li><li nr="-"><al>Laarstraat</al></li><li nr="-"><al>Lieve Vrouweplein</al></li><li nr="-"><al>Molenstraat</al></li><li nr="-"><al>Oude Goirleseweg</al></li><li nr="-"><al>Piusstraat</al></li><li nr="-"><al>Rosmolenplein</al></li><li nr="-"><al>Spoorlaan</al></li><li nr="-"><al>Van Meterenstraat</al></li><li nr="-"><al>Veldhovenring</al></li><li nr="-"><al>Wilhelminapark</al></li><li nr="-"><al>Zomerstraat</al></li><li nr="-"><al>11 meter voor zover een bouwperceel gelegen is aan
                                                één van de volgende wegen:</al></li><li nr="-"><al>Enschotsestraat</al></li><li nr="-"><al>Gasthuisring</al></li><li nr="-"><al>Groenstraat</al></li><li nr="-"><al>Groeseindstraat</al></li><li nr="-"><al>Hoefstraat</al></li><li nr="-"><al>Koestraat</al></li><li nr="-"><al>Nieuwe Bosscheweg</al></li><li nr="-"><al>Oerlesestraat</al></li><li nr="-"><al>St. Josephstraat</al></li><li nr="-"><al>Tivolistraat</al></li><li nr="-"><al>Transvaalplein</al></li><li nr="-"><al>Voltstraat</al></li><li nr="-"><al>Winkler Prinsstraat</al></li><li nr="-"><al>10 meter bij alle overige niet genoemde wegen. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al> Indien het bouwwerk aan meer dan een weg grenst en deze
                                        wegen op verschillende hoogte liggen, geldt de hoogte ten
                                        opzichte van de laagstgelegen weg. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.25.</nr></kop><al><vet>Hoogte van bouwwerken op niet aan een weg grenzende
                                    terreinen.</vet></al><lijst><li nr="1."><al> De hoogte van een bouwwerk dat met een ingevolge artikel
                                        2.5.3 of artikel 2.5.14 sub a tot en met e verleende
                                        ontheffing wordt opgericht op een niet aan de weg grenzend
                                        terrein, mag niet meer bedragen dan 3,00 meter, met dien
                                        verstande dat - uitgaande van een goothoogte van
                                        bovengenoemde maat - daarboven een zadeldak met hellingen
                                        van ten hoogste 45 graden toegelaten is.</al></li><li nr="2."><al> Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het bepaalde in het eerste lid, indien de aard en de ligging
                                        van de omringende bebouwing hiervoor geen beletsel vormen.
                                    </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.26.</nr></kop><al><vet>Wijze van meten van de hoogte van bouwwerken.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van een bouwwerk of van een gevel of van een ander
                                        buitenvlak van een bouwwerk moet worden gemeten ten opzichte
                                        van straatpeil.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van gevels die geen horizontale beëindiging
                                        hebben, moet worden bepaald door de oppervlakte te delen
                                        door de breedte. Plaatselijke verhogingen, als bedoeld in
                                        artikel 2.5.27, onder d, en artikel 2.5.28, onder h,i,j en
                                        k, moeten - voorzover zij de maximale hoogte overschrijden -
                                        buiten beschouwing worden gelaten. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.27.</nr></kop><al><vet>Toegelaten afwijkingen van de toegelaten bouwhoogte.</vet></al><al>Het bepaalde in artikel 2.5.20, eerste lid, artikel 2.5.21, eerste
                                en derde lid, artikel 2.5.22, eerste lid, artikel 2.5.23 en artikel
                                2.5.24 is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>onderdelen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk die bij
                                        het afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten worden als
                                        het aanbrengen van veranderingen van niet-ingrijpende aard,
                                        als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder k, van het
                                        Besluit bouwwerken;</al></li><li nr="b."><al>het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen van bouwwerken,
                                        anders dan het aanbrengen van veranderingen van
                                        niet-ingrijpende aard als bedoeld in artikel 3, eerste lid,
                                        onder k, van het Besluit bouwwerken;</al></li><li nr="c."><al>topgevels in het verticale vlak, gaande door de
                                        voorgevelrooilijn of de achtergevelrooilijn, mits zij niet
                                        breder zijn dan 6 meter en mits de geveloppervlakte, over de
                                        breedte van de topgevel gemeten, niet groter is dan het
                                        product van de breedte van de topgevel en de maximale
                                        bouwhoogte ter plaatse;</al></li><li nr="d."><al>plaatselijke verhogingen met geen grotere breedte dan 1,50
                                        meter. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.28.</nr></kop><al><vet>Ontheffing voor overschrijdingen van de toegelaten
                                    bouwhoogte.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het bepaalde in artikel 2.5.20, eerste lid, artikel 2.5.21,
                                        eerste en derde lid, artikel 2.5.22, eerste lid, artikel
                                        2.5.23 en artikel 2.5.24 ten behoeve van:</al><lijst><li nr="a."><al>gebouwen voor openbaar nut, scholen, kerken,
                                                schouwburgen en andere gebouwen bestemd voor het
                                                houden van bijeenkomsten en vergaderingen;</al></li><li nr="b."><al>gebouwen bestemd voor woon-, kantoor- of
                                                winkeldoeleinden, indien de welstand bij het
                                                verlenen van de ontheffing is gebaat;</al></li><li nr="c."><al>gebouwen bestemd voor het uitoefenen van een bedrijf
                                                op een handels- en industrieterrein;</al></li><li nr="d."><al>agrarische bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="e."><al>het geheel of gedeeltelijk veranderen of vergroten
                                                van een bouwwerk, anders dan bedoeld in artikel 3,
                                                eerste lid, onder k, van het Besluit bouwwerken, en
                                                indien:</al><lijst><li nr="1."><al>de bestaande belendende gebouwen de maximale
                                                  bouwhoogte overschrijden en de welstand bij het
                                                  verlenen van de ontheffing is gebaat;</al></li><li nr="2."><al>bij het overschrijden van bestaande uitwendige
                                                  hoogte-afmetingen andere hoogte-afmetingen kleiner
                                                  worden dan de bestaande;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van
                                                het verkeer, de waterhuishouding, de
                                                energievoorziening of het telecommunicatieverkeer,
                                                anders dan bedoeld in artikel 3, derde lid, van het
                                                Besluit bouwwerken;</al></li><li nr="g."><al>topgevels, breder dan 6 meter en gevelverhogingen
                                                van soortgelijke aard;</al></li><li nr="h."><al>plaatselijke verhogingen met een grotere breedte dan
                                                1,50 meter;</al></li><li nr="i."><al>dakvensters, mits buitenwerks gemeten de breedte
                                                niet meer dan 1,75 meter, de hoogte niet meer dan
                                                1,5 meter, de onderlinge afstand niet minder dan 3
                                                meter en de afstand tot de erfscheiding niet minder
                                                dan 1,5 meter bedraagt. Deze laatste voorwaarde
                                                geldt niet voor gekoppelde dakvensters, die tot
                                                verschillende gebouwen behoren;</al></li><li nr="j."><al>draagconstructies voor een reclame;</al></li><li nr="k."><al>vrijstaande schoorstenen;</al></li><li nr="l."><al>bouwwerken op een monument - als bedoeld in de
                                                Monumentenwet 1988 dan wel in de provinciale of
                                                gemeentelijke monumentenverordening - voor zover
                                                zulks niet bezwaarlijk is om de in
                                                historisch-esthetisch opzicht gewenste aansluiting
                                                te verkrijgen bij het karakter van de bestaande
                                                omgeving;</al></li><li nr="m."><al> ten behoeve van bebouwing in een strook ter breedte
                                                van 5 meter langs een zijdelingse perceelsscheiding
                                                tot een hoogte van maximaal 15 meter indien
                                                gelijktijdig op het naastgelegen bouwperceel
                                                bebouwing wordt opgericht met een hoogte in de
                                                voorgevelrooilijn van tenminste 9 meter dan wel
                                                hiervoor een bouwaanvraag is ingediend;</al></li><li nr="n."><al> Lichtmasten.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien toepassing wordt gegeven aan het gestelde in artikel
                                        2.5.28 lid 1, sub m is de volgende procedure van
                                        toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvraag ligt gedurende twee weken ter
                                                inzage;</al></li><li nr="b."><al>voorafgaande aan de terinzagelegging wordt in een of
                                                meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen kennis
                                                gegeven van de aanvraag;</al></li><li nr="c."><al>gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen
                                                belanghebbenden schriftelijk hun zienswijzen omtrent
                                                de aanvraag inbrengen;</al></li><li nr="d."><al>indien er zienswijzen zijn ingebracht kunnen
                                                burgemeester en wethouders de beslissing over de
                                                aanvraag om een reguliere bouwvergunning met ten
                                                hoogste 6 weken verdagen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.29.</nr></kop><al><vet>Ontheffing voor overschrijding van de rooilijnen en van de
                                    toegelaten bouwhoogte in geval van voorbereiding van een
                                    bestemmingsplan.</vet></al><lijst><li nr="1."><al> In andere gevallen dan bedoeld in de artikelen 2.5.8,
                                        2.5.14 en 2.5.28 kunnen burgemeester en wethouders
                                        ontheffing verlenen van de verboden tot bouwen met
                                        overschrijding van de voor- en van de achtergevelrooilijn,
                                        en van het verbod tot bouwen met overschrijding van de
                                        maximale bouwhoogte.</al></li><li nr="2."><al> De in het eerste lid bedoelde ontheffing kan door
                                        burgemeester en wethouders worden verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de desbetreffende bouwactiviteit voorkomt in artikel
                                                20 Bro;</al></li><li nr="b."><al>de desbetreffende bouwactiviteit valt onder het
                                                beleid van de provincie inzake artikel 19, lid 2
                                                WRO</al></li><li nr="c."><al>het desbetreffende bouwplan in overeenstemming is
                                                met in voorbereiding zijnd toekomstig ruimtelijk
                                                beleid.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al> Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel
                                        2.5.29, lid 1 is de volgende procedure van toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>de aanvraag ligt gedurende twee weken ter
                                                inzage;</al></li><li nr="b."><al>voorafgaande aan de terinzagelegging wordt in een of
                                                meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen kennis
                                                gegeven van de aanvraag;</al></li><li nr="c."><al>gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen
                                                belanghebbenden schriftelijk hun zienswijzen omtrent
                                                de aanvraag inbrengen;</al></li><li nr="d."><al>indien er zienswijzen zijn ingebracht kunnen
                                                burgemeester en wethouders de beslissing over de
                                                aanvraag om een reguliere bouwvergunning met ten
                                                hoogste 6 weken verdagen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.30.</nr></kop><al><vet>Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in
                                    gebouwen.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe
                                        aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of
                                        stallen van auto's in voldoende mate ruimte zijn aangebracht
                                        in, op of onder het gebouw, danwel op of onder het
                                        onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. </al></li><li nr="2."><al>Hiervan is slechts sprake wanneer het aantal te realiseren
                                        parkeerplaatsen voor parkeren of stallen van auto's in, op
                                        of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde
                                        terrein, dat bij dat gebouw hoort, is bepaald overeenkomstig
                                        de normen en werkwijze in de "Notitie parkeernormen 2003",
                                        zoals vastgesteld op 30 maart 2004 of zoals deze laatstelijk
                                        is vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid bedoelde ruimte voor het parkeren van
                                        auto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare
                                        personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn
                                        voldaan:</al><lijst><li nr="·"><al>indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten
                                                minste 1,80 m bij 5,00 m en ten hoogste 3,25 m bij
                                                6,00 m bedragen;</al></li><li nr="·"><al>indien de afmetingen van een gereserveerde
                                                parkeerruimte voor een gehandicapte - voorzover die
                                                ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir
                                                grenst - ten minste 3,50 m bij 5,00 m bedragen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een
                                        te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen
                                        van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn
                                        voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel onder het
                                        onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het bepaalde in het eerste en het vierde lid:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het voldoen aan die bepalingen door
                                                bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren
                                                stuit; of</al></li><li nr="b."><al>voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of
                                                stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt
                                                voorzien.</al></li></lijst></li></lijst><al>Aan het verlenen van een ontheffing kunnen burgemeester en
                                wethouders een financiële voorwaarde verbinden.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.</nr><titel>Voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties en
                                vluchtrouteaanduidingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.1</nr></kop><al><vet>Beginsel inzake brandmeldinstallaties. </vet></al><lijst><li nr="1."><al> Een te bouwen bouwwerk heeft zodanige voorzieningen voor de
                                        ontdekking en melding van brand, dat een brand zo snel
                                        mogelijk kan worden ontdekt en gemeld.</al></li><li nr="2."><al> Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.6.1 van
                                        bijlage 10 van deze verordening voorschriften zijn
                                        aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het
                                        eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die
                                        voorschriften.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het bepaalde in het eerst en het tweede lid, indien de aard
                                        en de geringe omvang van de gebruiksfunctie daartoe
                                        aanleiding geeft. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.2</nr></kop><al><vet>Aanwezigheid van brandmeldinstallaties.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een gebruiksfunctie:</al><lijst><li nr="a."><al>waarvan de hoogste vloer van een verblijfsruimte is
                                                gelegen op een in tabel 2.6.1 van bijlage 10 van
                                                deze verordening aangegeven waarde boven het
                                                meetniveau als bedoeld in het Bouwbesluit;</al></li><li nr="b."><al>waarvan de totale gebruiksoppervlakte meer bedraagt
                                                dan de in tabel 2.6.1 van bijlage 10 van deze
                                                verordening aangegeven grenswaarde;</al></li><li nr="c."><al>waarvan het aantal verblijfsruimten bestemd voor
                                                bezoekers meer bedraagt dan de in tabel 2.6.1 van
                                                bijlage 10 van deze verordening aangegeven
                                                grenswaarde; </al></li><li nr="d."><al>die is gelegen in een bouwwerk dat bestaat uit meer
                                                bouwlagen dan de in tabel 2.6.1 van bijlage 10 zijn
                                                aangegeven, is voorzien van een brandmeld-
                                                installatie als bedoeld in NEN 2535, uitgave 1996,
                                                en NEN 2535/A1, uitgave 2002.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In een gebruiksfunctie niet zijnde een woonfunctie of een
                                        woongebouw waar vanaf de toegang van een verblijfsruimte
                                        slechts in één richting kan worden gevlucht, dient de ruimte
                                        waardoor dient te worden gevlucht alsmede de ruimten van
                                        waaruit de betreffende vluchtroute bij brand zou kunnen
                                        worden geblokkeerd, voorzien te zijn van een
                                        brandmeldinstallatie met ruimtebewaking, indien er sprake is
                                        van één of meer van de volgende situaties:</al><lijst><li nr="a."><al>De loopafstand tussen de toegang van een
                                                verblijfsruimte en een punt </al><al> vanwaar in meerdere richtingen kan worden gevlucht,
                                                bedraagt meer dan 10 </al><al> meter;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al>Het totale oppervlak van het gedeelte van de ruimte
                                                waardoor slechts in één </al><al>richting kan worden gevlucht alsmede de op dit
                                                gedeelte aangewezen verblijfsruimten is groter dan
                                                200 m<sup>2</sup>;</al></li><li nr="c."><al>Het aantal verblijfsruimten dat is aangewezen op de
                                                betreffende ruimte </al><al> bedraagt meer dan 2.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.3</nr></kop><al><vet>Omvang van de bewaking door brandmeldinstallaties.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De omvang van de bewaking van de brandmeldinstallatie als
                                        bedoeld in NEN 2535, uitgave 1996, en NEN 2535/A1, uitgave
                                        2002, is uitgevoerd als: </al><lijst><li nr="a."><al>niet-automatische bewaking; of</al></li><li nr="b."><al>gedeeltelijke bewaking; of</al></li><li nr="c."><al>volledige bewaking; zoals aangegeven in tabel
                                                2.6.1van bijlage 10 van deze verordening, of</al></li><li nr="d."><al>ruimte bewaking voor gedeeltelijk samenvallende
                                                vluchtroutes en risicoruimten. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al> Een op grond van artikel 2.6.2, lid 1, a, b en c, in een
                                        bouwwerk aanwezige brandmeldinstallatie meldt rechtstreeks
                                        door naar de alarmcentrale van de brandweer, voor zover dit
                                        voor een gebruiksfunctie staat aangegeven in tabel 2.6.1.
                                        van bijlage 10 van deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.4</nr></kop><al><vet>Kwaliteit van brandmeldinstallaties.</vet></al><lijst><li nr="1."><al> Een op grond van artikel 2.6.2 in een bouwwerk aanwezige
                                        brandmeldinstallatie voldoet aan het gestelde in NEN 2535,
                                        uitgave 1996, en NEN 2535/A1 uitgave 2002.</al></li><li nr="2."><al> Een op grond van artikel 2.6.2, in een bouwwerk aanwezige
                                        brandmeldinstallatie is ontworpen en aangelegd
                                        overeenkomstig een door of namens burgemeester en wethouders
                                        aanvaard programma van eisen als bedoeld in de NEN 2535,
                                        uitgave 1996, en NEN 2535/A1 uitgave 2002.</al></li><li nr="3."><al> Een op grond van artikel 2.6.2, in een bouwwerk aanwezige
                                        brandmeldinstallatie, welke op grond van artikel 2.6.3, lid
                                        2 rechtstreeks is doorgemeld naar de alarmcentrale van de
                                        brandweer, is voorzien van een geldig certificaat als
                                        bedoeld in de Regeling Brandmeldinstallaties 2002 van het
                                        Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) in
                                        Den Haag, dan wel een certificaat waarvan een door
                                        burgemeester en wethouders erkende, ter zake kundige,
                                        onafhankelijke onderzoeksinstelling in een schriftelijke
                                        verklaring heeft aangetoond dat dit certificaat ten minste
                                        gelijkwaardig is aan een certificaat als bedoeld in de
                                        vorengenoemde Regeling Brandmeldinstallaties 2002. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.5</nr></kop><al><vet>Beginsel inzake ontruimingsalarminstallaties.</vet></al><lijst><li nr="1."><al> Een te bouwen bouwwerk heeft zodanige voorzieningen voor
                                        alarmering dat gebruikers bij brand binnen redelijke tijd
                                        uit het bouwwerk kunnen vluchten.</al></li><li nr="2."><al> Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.6.5 van
                                        bijlage 11 van deze verordening voorschriften zijn
                                        aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het
                                        eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die
                                        voorschriften.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het bepaalde in het eerst en het tweede lid, indien de aard
                                        en de geringe omvang van de gebruiksfunctie daartoe
                                        aanleiding geeft. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.6</nr></kop><al><vet>Aanwezigheid van ontruimingsalarminstallaties.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een gebruiksfunctie die op grond van artikel 2.6.2 is
                                        voorzien van een </al><al>brandmeldinstallatie, is voorzien van een
                                        ontruimingsalarminstallatie als </al><al>bedoeld in NEN 2575, uitgave 2004.</al></li><li nr="2."><al>In een gebruiksfunctie, waarop het gestelde in artikel
                                        2.6.2, tweede lid, van </al><al>toepassing is, dienen de betreffende verblijfsruimten te
                                        zijn voorzien van een automatische
                                        ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in NEN 2575, uitgave
                                        2004.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.7</nr></kop><al><vet>Kwaliteit van ontruimingsalarminstallaties.</vet></al><lijst><li nr="1."><al> Een op grond van artikel 2.6.6, in een bouwwerk aanwezige
                                        ontruimingsalarminstallatie voldoet aan het gestelde in NEN
                                        2575, uitgave 2004.</al></li><li nr="2."><al> Een op grond van artikel 2.6.6, in een bouwwerk aanwezige
                                        ontruimingsalarminstallatie is ontworpen en aangelegd
                                        overeenkomstig een door of namens burgemeester en wethouders
                                        aanvaard programma van eisen, als bedoeld in NEN 2575,
                                        uitgave 2004.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.8</nr></kop><al><vet>Beginsel inzake vluchtrouteaanduidingen.</vet></al><lijst><li nr="1."><al> Een te bouwen bouwwerk heeft zodanige aanduiding voor de
                                        herkenning van vluchtroutes dat gebruikers op veilige wijze
                                        uit het bouwwerk kunnen vluchten.</al></li><li nr="2."><al> Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.6.8 van
                                        bijlage 12 van deze verordening voorschriften zijn
                                        aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het
                                        eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die
                                        voorschriften. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.9</nr></kop><al><vet>Aanwezigheid van vluchtrouteaanduidingen.</vet></al><al>Een gebruiksfunctie, genoemd in tabel 2.6.8 van bijlage 12 van deze
                                verordening, is voorzien van vluchtrouteaanduidingen, als bedoeld in
                                NEN 6088, uitgave 2002. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.10</nr></kop><al><vet>Kwaliteit van vluchtrouteaanduidingen.</vet></al><lijst><li nr="1."><al> Een op grond van artikel 2.6.9 in een bouwwerk aanwezige
                                        vluchtrouteaanduiding voldoet aan het gestelde in NEN 6088,
                                        uitgave 2002.</al></li><li nr="2."><al> Een vluchtrouteaanduiding is goed zichtbaar en voldoende
                                        herkenbaar aangebracht.</al></li><li nr="3."><al>De in artikel 2.6.9 vermelde vluchtrouteaanduiding dient
                                        voor wat betreft de zichtbaarheidsaspecten te voldoen aan
                                        artikel 5.2 tot en met 5.6 van NEN-EN 1838, uitgave
                                        1999.</al></li><li nr="4."><al>Indien in een gebruiksfunctie of een deel van een
                                        gebruiksfunctie geen noodverlichting aanwezig is, is in
                                        geval van netspanningonderbreking het gestelde in lid 3 niet
                                        van toepassing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.11</nr></kop><al><vet>Gelijkwaardigheid.</vet></al><lijst><li nr="1."><al> Voor bouwwerken waarin op grond van artikel 1.5 van het
                                        Bouwbesluit als gelijkwaardige oplossing een
                                        brandmeldinstallatie wordt toegepast, is artikel 2.6.4 van
                                        overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="2."><al> Voor bouwwerken waarin op grond van artikel 1.5 van het
                                        Bouwbesluit als gelijkwaardige oplossing een
                                        ontruimingsalarminstallatie wordt toegepast, is artikel
                                        2.6.7 van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Voor bouwwerken waarin op grond van artikel 1.5 van het
                                        Bouwbesluit als gelijkwaardige oplossing
                                        vluchtrouteaanduiding aanwezig is, is artikel 2.6.10 van
                                        overeenkomstige toepassing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.12.</nr><titel>Communicatiesysteem voor publieke
                                    hulpverleningsdiensten</titel></kop><al>Indien het naar het oordeel van burgemeester en wethouders voor het
                                goed kunnen functioneren van publieke hulpverleningsdiensten bij een
                                calamiteit in dat bouwwerk noodzakelijk is, moet een voor het
                                publiek toegankelijk bouwwerk zijn voorzien van een installatie die
                                mobiele radiocommunicatie tussen hulpverleners binnen en buiten dat
                                bouwwerk mogelijk maakt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7.</nr><titel>Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.1.</nr></kop><al><vet>Eis tot aansluiting aan de waterleiding.</vet></al><al>De in artikel 3.119 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aan
                                te brengen voorzieningen voor drinkwater moeten zijn aangesloten aan
                                het distributienet van de openbare waterleiding:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bouwwerk op ten hoogste 50 m afstand van de
                                        dichts bij zijnde leiding van het distributienet is gelegen;
                                        of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op een grotere afstand dan 50 m van de
                                        dichtst bij zijnde leiding van het distributienet is
                                        gelegen, maar de kosten van aansluiting voor het
                                        desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan bij een afstand
                                        van 50m. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.2.</nr></kop><al><vet>Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet.</vet></al><al>De in artikel 2.46 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aan
                                te brengen elektriciteitsvoorziening moet zijn aangesloten aan het
                                openbare distributienet voor elektriciteit:</al><lijst><li nr="a."><al> indien het bouwwerk op ten hoogste 100 m afstand van de
                                        dichtst bij zijnde leiding van dat distributienet is
                                        gelegen; of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op grotere afstand is gelegen van de
                                        leiding van het elektriciteitsdistributienet dan onder a
                                        bedoeld, maar de kosten van aansluiting voor het
                                        desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan bij een afstand
                                        van 100 m. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.3.</nr></kop><al><vet>Eis tot aansluiting aan het aardgasnet.</vet></al><lijst><li nr="1."><al> De in artikel 2.68 van het Bouwbesluit bedoelde, in
                                        bouwwerken aan te brengen gasvoorziening moet zijn
                                        aangesloten aan het openbare distributienet voor
                                        aardgas:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bouwwerk op ten hoogste 40 m afstand van
                                                de dichtst bij zijnde leiding van dat distributienet
                                                is gelegen; of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op grotere afstand is gelegen
                                                van de leiding van het aardgasdistributienet dan
                                                onder a bedoeld, maar de kosten van aansluiting voor
                                                het desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan bij
                                                een afstand van 40 m. Niet van toepassing is het
                                                bepaalde in dit lid op woningen voor bejaarden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het bepaalde in het eerste lid:</al><lijst><li nr="a."><al>voor woningen met een gebruiksoppervlakte van meer
                                                dan 500 m²;</al></li><li nr="b."><al>voor woningen die niet bestemd zijn om te worden
                                                verhuurd;</al></li><li nr="c."><al>voor woningen met een aansluiting op een
                                                gemeenschappelijke of publieke voorziening voor
                                                verwarming, als bedoeld in artikel 2.69 van het
                                                Bouwbesluit (warmtedistributienet). </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.4.</nr></kop><al><vet>Eis tot aansluiting aan de openbare riolering.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De in artikel 3.31 van het Bouwbesluit bedoelde, in
                                        bouwwerken aan te brengen voorzieningen voor de afvoer van
                                        afvalwater en faecaliën, alsmede de in artikel 3.41 van het
                                        Bouwbesluit bedoelde, aan of in bouwwerken aan te brengen
                                        voorzieningen voor de afvoer van hemelwater moeten zijn
                                        aangesloten aan een openbaar riool. Niet van toepassing is
                                        het bepaalde in dit lid:</al><lijst><li nr="a."><al>in delen van de gemeente waarin geen openbare
                                                riolering aanwezig is;</al></li><li nr="b."><al>voor zover uitsluitend hemelwater wordt
                                                geloosd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Op aanwijzing van het bouwtoezicht wordt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>op welke plaats, op welke hoogte en met welke
                                                binnenmiddellijn de voor het maken van de
                                                aansluiting noodzakelijke leiding of leidingen de
                                                gevel van het gebouw dan wel de grens van het erf of
                                                terrein moet of moeten kruisen;</al></li><li nr="b."><al>of er al dan niet voorzieningen in die
                                                aansluitleiding moeten worden tussengeschakeld ter
                                                voorkoming van het terugvloeien van afvalwater,
                                                faecaliën en hemelwater, ingeval de leiding te laag
                                                gelegen is om op natuurlijke wijze op het openbaar
                                                riool te lozen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Op aanwijzing van het bevoegd gezag krachtens de Wet
                                        milieubeheer moet worden bepaald of er als dan niet
                                        voorzieningen in de bedoelde aansluitleiding moeten worden
                                        tussengeschakeld ter verzekering van de goede werking of de
                                        goede staat van het openbaar riool, ingeval de hoeveelheid
                                        of de aard van de af te voeren stoffen daartoe aanleiding
                                        geeft.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van
                                        het bepaalde in het eerste lid, indien afvoer op andere
                                        wijze zonder verontreiniging van water, bodem of lucht
                                        mogelijk is:</al><lijst><li nr="a."><al>voor bouwwerken die op een grotere afstand dan 40 m
                                                van een openbaar riool zijn gelegen;</al></li><li nr="b."><al>voor agrarische bedrijven. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.5.</nr></kop><al><vet>Aansluiting anders dan aan de openbare riolering.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de in de artikelen 28, 123, 199, 242, 269 en 375 van
                                        het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aan te brengen
                                        voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en fecaliën
                                        alsmede de in de artikelen 29, 124, 200, 243 en 270 van het
                                        Bouwbesluit bedoelde, aan of in bouwwerken aan te brengen
                                        voorzieningen voor de afvoer van hemelwater niet aan een
                                        openbaar riool worden aangesloten, gelden de volgende
                                        bepalingen:</al></li><li nr="a."><al>leidingen voor fecaliën afkomstig uit toiletten met
                                        waterspoeling, moeten lozen op een rottingput met
                                        overstort;</al></li><li nr="b."><al>leidingen voor fecaliën afkomstig uit toiletten zonder
                                        waterspoeling, moeten lozen op een beerput zonder overstort,
                                        een gierput of een rottingput met overstort;</al></li><li nr="c."><al>leidingen voor de afvoer van hemelwater en voor de afvoer
                                        van afvalwater zonder fecaliën alsmede overstorten van
                                        rottingputten moeten zodanig lozen dat geen verontreiniging
                                        van water, bodem of lucht kan optreden; d. leidingen voor de
                                        afvoer van hemelwater en voor de afvoer van afvalwater
                                        zonder fecaliën mogen niet lozen op een rottingput.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het bepaalde in het eerste lid, onder a en b, indien afvoer
                                        op andere wijze zonder verontreiniging van water, bodem en
                                        lucht mogelijk is. </al><al><vet>Artikel 2.7.6. </vet></al></li></lijst><al><vet> Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en
                                    terreinen.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Ondergrondse doorvoeringen van leidingen door uitwendige
                                        heidingsconstructies van bouwwerken moeten zoveel mogelijk
                                        haaks plaatsvinden. Door doorvoeringen moeten waterdicht
                                        zijn aangewerkt.</al></li><li nr="2."><al>De aansluiting van de in het eerste lid bedoelde leidingen
                                        aan leidingen van de buitenriolering moet zodanig zijn dat
                                        de dichtheid van de aansluiting gehandhaafd blijft bij enige
                                        zetting van het bouwwerk of de buitenriolering.</al></li><li nr="3."><al>In leidingen, gelegen tussen de gevel van een gebouw en de
                                        aansluiting aan een openbaar riool, mogen geen buurputten of
                                        rottingputten voorkomen.</al></li><li nr="4."><al>Leidingen van de buitenriolering op erven en terreinen mogen
                                        geen vernauwingen in de stroomrichting bevatten en moeten
                                        een vloeiend beloop hebben, alsmede een voldoende lucht- en
                                        waterdichtheid en een voldoende binnenwerkse middellijn. Aan
                                        beide laatstgenoemde eisen wordt geacht te zijn voldaan,
                                        indien wordt voldaan aan het bepaalde in NEN 3215, uitgave
                                        1997.</al></li><li nr="5."><al>Onverminderd het bepaalde in het vierde lid, moet een
                                        leiding voor de afvoer van afvalwater, fecaliën en
                                        hemelwater ter plaatse waar zij de grens van de weg kruist,
                                        een binnenwerkse middellijn hebben van ten minste 125
                                        mm.</al></li><li nr="6."><al>Het materiaal, de sterkte en de vorm van buizen en
                                        hulpstukken van leidingen van de buitenriolering op erven en
                                        terreinen moeten doeltreffend zijn. Aan deze eis wordt
                                        geacht te zijn voldaan, indien wordt voldaan aan het
                                        bepaalde in de NEN-normen die zijn opgenomen in bijlage
                                        7.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.7.</nr></kop><al><vet>Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het
                                    openbare net van de nutsvoorzieningen.</vet></al><al>De in de artikelen 2.7.1, 2.7.2, 2.7.3 en 2.7.4 bedoelde afstand
                                moet worden gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting
                                zonder bezwaren kan worden gemaakt en tot het deel van het bouwwerk
                                dat zich het dichtst bij een leiding van het distributienet bevindt.
                                Hierbij moeten bouwwerken die zich te samen op een erf of terrein
                                bevinden, als een bouwwerk worden beschouwd.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>De Melding.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.</nr><titel>De wijze van melden</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.</nr><titel>Welstandscriteria</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Plichten tijdens en bij voltooiïng van de bouw</titel></kop><structuurtekst><al><vet> en bij ingebruikneming van een bouwwerk.</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.</nr></kop><al><vet>Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of tussentijdse
                                staking van bouwwerkzaamheden.</vet></al><al> Burgemeester en wethouders kunnen op grond van het </al><al> gestelde in artikel 59 van de Woningwet de bouwvergunning </al><al> intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al> binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de
                                    bouwvergunning geen begin met de bouwwerkzaamheden is
                                    gemaakt;</al></li><li nr="b."><al> tussen het begin en het einde van de bouwwerkzaamheden deze
                                    werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken
                                    stilliggen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.</nr></kop><al><vet> Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden.</vet></al><al>Op het bouwterrein moeten, voor zover van toepassing op het bouwwerk,
                            aanwezig zijn en op verzoek aan het bouwtoezicht ter inzage worden
                            gegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwvergunning;</al></li><li nr="b."><al>andere vergunningen en ontheffingen;</al></li><li nr="c."><al>het bouwveiligheidsplan;</al></li><li nr="d."><al>een besluit ingevolge artikel 13 Woningwet, dan wel een besluit
                                    tot toepassing</al><al> van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.</nr></kop><al><vet>Wijzigingen in gegevens bouwregistratie.</vet></al><al><vet>Vervangen.</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.</nr></kop><al><vet> Het uitzetten van de bouw.</vet></al><al>Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor bouwvergunning is verleend mag
                            - onverminderd het in de voorwaarden van de bouwvergunning bepaalde -
                            niet worden begonnen alvorens door of namens burgemeester en wethouders
                            voor zover nodig:</al><lijst><li nr="a."><al>het straatpeil is aangegeven;</al></li><li nr="b."><al>de rooilijnen en/of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn
                                    uitgezet. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.</nr></kop><al><vet>Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen van) de
                                bouwwerkzaamheden.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bouwtoezicht dient - voor zover het betreft bouwwerken
                                    waarvoor bouwvergunning is verleend en onverminderd het bepaalde
                                    in de voorwaarden van de bouwvergunning - ten minste twee dagen
                                    voor de aanvang van elk der hierna te noemen onderdelen van het
                                    bouwproces in kennis te worden gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvang der werkzaamheden, ontgravingswerkzaamheden
                                            daaronder begrepen;</al></li><li nr="b."><al>de aanvang van het inbrengen van de funderingspalen, het
                                            slaan van proefpalen daaronder begrepen;</al></li><li nr="c."><al>de aanvang van de grondverbeteringswerkzaamheden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bouwtoezicht dient ten minste een dag van tevoren in kennis
                                    te worden gesteld van het storten van beton.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid bedoelde kennisgevingen moeten,
                                    indien het bouwtoezicht dit verlangt, schriftelijk geschieden.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6.</nr></kop><al><vet>Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen.
                            </vet></al><al>Zolang de bouwwerkzaamheden niet zijn voltooid moeten alle opmetingen,
                            ontgravingen, opbrekingen en onderzoeken worden verricht, welke het
                            bouwtoezicht in het kader van de controle op de naleving van deze
                            verordening en van het Bouwbesluit nodig acht. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7.</nr></kop><al><vet>Bemalen van bouwputten.</vet></al><al>Bij het bemalen van bouwputten, leidingsleuven en andere tijdelijke
                            ontgravingen ten behoeve van bouwwerkzaamheden mag niet op een zodanige
                            wijze water aan de bodem worden onttrokken, dat een verlaging van de
                            grondwaterstand in de omgeving plaatsvindt, waardoor funderingen van
                            naburige bouwwerken kunnen worden aangetast op een wijze die de
                            veiligheid van die bouwwerken schaadt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8.</nr></kop><al><vet>Veiligheid op het bouwterrein.</vet></al><lijst><li nr="1."><al> Het bouwen en het verrichten van alles wat daarmee in verband
                                    staat, moet geschieden op veilige wijze, onder meer zodanig dat
                                    de nodige veiligheidsmaatregelen zijn genomen ten behoeve van de
                                    weg en de in de weg gelegen werken en de weggebruikers en ten
                                    behoeve van naburige bouwwerken, open erven en terreinen en hun
                                    gebruikers.</al></li><li nr="2."><al> Op een terrein, waarop een bouw- of grondwerk wordt uitgevoerd
                                    moeten, wanneer er niet wordt gewerkt - rustpauzen tijdens de
                                    dagelijkse werktijd niet inbegrepen-:</al><lijst><li nr="a."><al>de tijdelijke elektrische installaties ten behoeve van
                                            de uitvoering van het bouw- en grondwerk, in hun geheel
                                            op zodanige wijze zijn uitgeschakeld, dat het weer in
                                            gebruik stellen van de installaties door anderen dan
                                            daartoe bevoegde personen niet zonder meer mogelijk
                                            is;</al></li><li nr="b."><al>machines en werktuigen worden achtergelaten in een
                                            zodanige toestand, dat deze dan wel mechanismen daarvan,
                                            niet zonder meer door anderen dan de daartoe bevoegde
                                            personen in werking kunnen worden gesteld.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het tweede lid is niet van toepassing op de voeding van een
                                    elektrische verlichtingsinstallatie of van een of meer
                                    elektrisch aangedreven bemalingspompen, indien de omstandigheden
                                    vereisen dat de voeding niet wordt onderbroken en de veiligheid
                                    voldoende is gewaarborgd.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden stempels, schoren, kruisen of zwiepingen weg te
                                    nemen of andere veiligheidsmaatregelen op te heffen zolang zij
                                    uit veiligheidsoogpunt nodig zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.9.</nr></kop><al><vet>Afscheiding van het bouwterrein.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het terrein waarop wordt gebouwd, grond wordt ontgraven of
                                    dergelijke werkzaamheden worden verricht, moet door een
                                    doeltreffende afscheiding van de weg en van het aangrenzende
                                    open erf of terrein zijn afgescheiden indien gevaar of hinder te
                                    duchten is.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde afscheiding moet zodanig zijn
                                    geplaatst en ingericht, dat het verkeer zo min mogelijk hinder
                                    ervan ondervindt en de toegang tot brandkranen en andere
                                    openbare voorzieningen, zoals leidingen, er niet door wordt
                                    belemmerd.</al></li><li nr="3."><al>Een terrein, waarop een bouw- of grondwerk wordt uitgevoerd en
                                    dat niet van de weg en van het aangrenzende open erf of terrein
                                    is afgescheiden, moet, wanneer er niet wordt gewerkt, worden
                                    bewaakt, tenzij het bouwtoezicht dit niet nodig acht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.10.</nr></kop><al><vet> Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van
                            hinder.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Afscheidingen, steigers, ladders, heistellingen,
                                    transportinrichtingen en ander hulpmateriaal moeten, wat
                                    kwaliteit en samenstelling betreft, voldoen aan de eis van goed
                                    en veilig werk en in goede staat van onderhoud verkeren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden bij de uitvoering van een bouw- of grondwerk een
                                    werktuig of een stof te gebruiken, indien daardoor gevaar voor
                                    de omgeving optreedt.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen het gebruik van een werktuig,
                                    dat schade of ernstige hinder voor de omgeving veroorzaakt of
                                    kan veroorzaken, verbieden.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen voorschrijven, dat voor een op
                                    een werk te gebruiken krachtwerktuig:</al><lijst><li nr="a."><al>uitsluitend een bepaalde brandstof wordt gebezigd,
                                            en/of</al></li><li nr="b."><al>de aandrijving elektrisch geschiedt, en/of</al></li><li nr="c."><al>het werktuig gedurende bepaalde delen van een etmaal
                                            niet mag worden gebruikt.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid is niet van
                                    toepassing indien en voor zover het betreft nadelige gevolgen
                                    voor het milieu waarop de wet milieubeheer of enige in deze wet
                                    genoemde milieuwet van toepassing is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11.</nr><titel>Bouwafval.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het bouwafval moet op de bouwplaats ten minste worden gescheiden in
                                de volgende fracties:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>de als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen van hoofdstuk 17
                                        van de Afvalstoffenlijst bij de Regeling Europese
                                        afvalstoffenlijst (EURAL; Stcr. 17 augustus 2001, nr. 158,
                                        blz. 9); </al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>steenwol, mits dit meer dan 1 m3 per bouwproject
                                        bedraagt;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="c."><al>glaswol, mits dit meer dan 1 m3 per bouwproject
                                        bedraagt;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="d."><al>overig afval.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Overig afval, zoals bedoeld in het voorgaande lid onder d, en de
                                fracties, bedoeld in het voorgaaande lid onder a, b en c, moeten op
                                de bouwplaats gescheiden worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien de totale hoeveelheid bouwafval die vrijkomt bij een
                                bouwproject minder bedraagt dan de inhoud van één container van 10
                                m3, mag degene die bedrijfsmatig bouwwerkzaamheden verricht dit
                                bouwafval meenemen naar zijn bedrijf voor tijdelijke opslag. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.12.</nr></kop><al><vet>Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden.</vet></al><lijst><li nr="1."><al> Van het gereedkomen: </al><lijst><li nr="a."><al>van putten en van grond- en huisaansluitleidingen van de
                                            riolering, alsmede van leidingdoorvoeren en mantelbuizen
                                            door wanden en vloeren beneden straatpeil; </al></li><li nr="b."><al>van de thermische isolatie in de spouw van wanden,
                                            alsmede van de thermische isolatie in andere besloten
                                            constructies</al><al> moet het bouwtoezicht onmiddellijk na de voltooiing van
                                            de onder a en b </al><al> bedoelde werkzaamheden in kennis worden gesteld. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al> Onderdelen van het bouwwerk, waarop het eerste lid betrekking
                                    heeft, mogen niet zonder toestemming van het bouwtoezicht aan
                                    het oog worden onttrokken gedurende twee dagen na het tijdstip
                                    van kennisgeving.</al></li><li nr="3."><al> Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige
                                    toepassing op die onderdelen van het bouwwerk, waarvoor in de
                                    aan de bouwvergunning verbonden voorwaarden een plicht tot
                                    kennisgeving van voltooiing is bepaald.</al></li><li nr="4."><al> Uiterlijk op de dag van beëindiging van de werkzaamheden,
                                    waarop de bouwvergunning betrekking heeft, wordt het einde van
                                    die werkzaamheden bij het bouwtoezicht gemeld.</al></li><li nr="5."><al> De in dit artikel bedoelde kennisgevingen moeten, indien het
                                    bouwtoezicht dit verlangt, schriftelijk geschieden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.13.</nr></kop><al><vet>Melden van werken bij lage temperaturen.</vet></al><lijst><li nr="1."><al> Indien bij temperaturen beneden 2 graden Celsius beton-,
                                    metsel- of buitenpleisterwerk wordt uitgevoerd, moet het
                                    bouwtoezicht ten minste twee dagen voor het begin van het
                                    desbetreffende werk in kennis worden gesteld van de te treffen
                                    maatregelen ten behoeve van:</al><lijst><li nr="a."><al>het niet verwerken van bevroren materialen;</al></li><li nr="b."><al>het verkrijgen van een goede binding en verharding;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het desbetreffende werk na de
                                            voltooiing tegen vorstschade, zolang het nog onvoldoende
                                            is verhard of de temperatuur nog beneden 2 graden
                                            Celsius is.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde kennisgevingen moeten, indien het
                                    bouwtoezicht dit verlangt, schriftelijk plaatsvinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.14.</nr></kop><al><vet>Verbod tot ingebruikneming.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Na de bouw van het bouwwerk, waarvoor bouwvergunning is
                                    verleend, is het verboden dit bouwwerk in gebruik te geven of te
                                    nemen indien een van de volgende omstandigheden zich
                                    voordoet:</al><lijst><li nr="a."><al>het bouwwerk is niet gereed gemeld bij het
                                            bouwtoezicht;</al></li><li nr="b."><al>er is niet gebouwd overeenkomstig de bouwvergunning.
                                        </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.15.</nr></kop><al><vet>Verbod te bouwen als bouw is stilgelegd.</vet></al><al>Vervallen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Staat van open erven en terreinen,</titel></kop><structuurtekst><al><vet>brandveiligheidsinstallaties, aansluiting op de nutsvoorzieningen
                                en het weren van schadelijk en hinderlijk gedierte.</vet></al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Staat van open erven en terreinen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.1.</nr></kop><al><vet>Staat van onderhoud van open erven en terreinen.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Open erven en terreinen moeten zich in een, in verband met
                                        hun bestemming, voldoende staat van onderhoud bevinden.</al></li><li nr="2."><al>Open erven en terreinen mogen geen gevaar kunnen opleveren
                                        voor de veiligheid, noch nadeel voor de gezondheid van of
                                        hinder voor de gebruikers of anderen, ten gevolge van:</al><lijst><li nr="a."><al>drassigheid;</al></li><li nr="b."><al>stank;</al></li><li nr="c."><al>verontreiniging;</al></li><li nr="d."><al>aanwezigheid van schadelijk of hinderlijk
                                                gedierte;</al></li><li nr="e."><al>aanwezigheid van begroeiing. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2.</nr></kop><al><vet>Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer.
                                    Brandblusvoorzieningen.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de toegang van een gebouw meer dan 10 meter is
                                        verwijderd van een openbare weg, moet een verbindingsweg
                                        tussen die toegang en het openbare wegennet aanwezig zijn
                                        die geschikt is voor verhuisauto's, vuilnisauto's,
                                        ziekenauto's brandweerauto's en het overige te verwachten
                                        verkeer, tenzij de aard, de ligging en het gebruik van het
                                        gebouw zulks niet vereisen.</al></li><li nr="2."><al>Een geschikte verbindingsweg in de zin van het eerste lid
                                        moet, tenzij de gemeenteraad voor de desbetreffende weg in
                                        een bestemmingsplan of in een verordening of anderszins
                                        voorschriften heeft vastgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>een breedte hebben van tenminste 4,5 meter, over een
                                                breedte van tenminste 3,25 meter zijn verhard en een
                                                vrije hoogte boven de kruin van de weg hebben van
                                                tenminste 4,2 meter;</al></li><li nr="b."><al>zijn verhard op een wijze die geschikt is voor
                                                motorvoertuigen met een massa van tenminste 14.600
                                                kg en zijn voorzien van de nodige kunstwerken;
                                                en</al></li><li nr="c."><al>op doeltreffende wijze kunnen afwateren.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                        bijgebouw, als bedoeld in artikel 2, onder b, van het
                                        Besluit bouwwerken, voor zover dit niet voor bewoning is
                                        bestemd, maar wel tot een hoofdgebouw behoort dat op
                                        hetzelfde terrein is gelegen.</al></li><li nr="4."><al>Nabij ieder gebouw moeten zodanige opstelplaatsen voor
                                        brandweerauto's aanwezig zijn, dat een doeltreffende
                                        verbinding tussen die auto's en de bluswatervoorziening kan
                                        worden gelegd, tenzij de aard, de ligging en het gebruik van
                                        het gebouw zulks niet vereisen.</al></li><li nr="5."><al>Bij afwezigheid van een toereikende openbare
                                        bluswatervoorziening moet worden zorg gedragen voor een
                                        doeltreffende niet-openbare bluswatervoorziening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.3.</nr></kop><al><vet>Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Tussen de toegang van enerzijds:</al><lijst><li nr="a."><al>een woning of woongebouw, als bedoeld in artikel 4.3
                                                van het Bouwbesluit;</al></li><li nr="b."><al>een gebouw met een al dan niet gemeenschappelijke
                                                toegankelijkheidssector, als bedoeld in artikel 4.3
                                                van het Bouwbesluit; en anderzijds de openbare weg
                                                moet een mede voor gehandicapten begaanbare weg of
                                                begaanbaar pad aanwezig zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de in het eerste lid bedoelde wegen en paden geldt dat
                                        zij: </al><lijst><li nr="a."><al>ten minste 1,10 m breed moeten zijn; en</al></li><li nr="b."><al>geen kleinere vrije doorgang mogen hebben dan 0,85
                                                m; en</al></li><li nr="c."><al>ten hoogste een hoogteverschil mogen overbruggen van
                                                0,02 m, tenzij dit plaatsvindt door middel van een
                                                hellingbaan die voldoet aan het bepaalde in artikel
                                                2.39 en 2.40 van het Bouwbesluit.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Staat van brandveiligheidsinstallaties en
                                vluchtrouteaanduidingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.1.</nr></kop><al><vet>Voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties en
                                    vluchtrouteaanduidingen.</vet></al><al>Voor bestaande bouwwerken zijn de artikelen 2.6.1 tot en met 2.6.12
                                van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.2.</nr></kop><al><vet>Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties, niet zijnde
                                    woningen, woongebouwen, logiesverblijven, logiesgebouwen of
                                    kantoorgebouwen.</vet></al><al>Vervallen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3.</nr></kop><al><vet>Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in woongebouwen
                                    van bijzondere aard. </vet></al><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.4.</nr></kop><al><vet>Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in
                                    logiesverblijven en logiesgebouwen.</vet></al><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.5.</nr></kop><al><vet>Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in
                                    kantoorgebouwen. </vet></al><al>Vervallen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Aansluiting op de nutsvoorzieningen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.1.</nr></kop><al><vet>Eis tot aansluiting aan de waterleiding.</vet></al><al>De in de artikelen 3.123 en 3.124 van het Bouwbesluit bedoelde, in
                                bouwwerken aanwezige voorzieningen voor drinkwater moeten zijn
                                aangesloten aan het distributienet van de openbare
                                waterleiding:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bouwwerk op ten hoogste 50 m afstand van de
                                        dichtst bij zijnde leiding van het distributienet is
                                        gelegen; of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op een grotere afstand dan 50 m van de
                                        dichtst bij zijnde leiding van het distributienet is
                                        gelegen, maar de kosten van aansluiting voor het
                                        desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan bij een afstand
                                        van 50 m.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.2.</nr></kop><al><vet>Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet.</vet></al><al>De in artikel 2.52 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken
                                aanwezige elektriciteitsvoorziening moet zijn aangesloten aan het
                                openbare distributienet voor elektriciteit:</al><lijst><li nr="a."><al> indien het bouwwerk op ten hoogste 100 m afstand van de
                                        dichtst bij zijnde leiding van dat distributienet is
                                        gelegen; of</al></li><li nr="b."><al> indien het bouwwerk op grotere afstand is gelegen van de
                                        leiding van het elektriciteitsdistributienet dan onder a
                                        bedoeld, maar de kosten van aansluiting voor het
                                        desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan bij een afstand
                                        van 100 m. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.3.</nr></kop><al><vet>Eis tot aansluiting aan het aardgasnet.</vet></al><al>De in artikel 2.72 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken
                                aanwezige gasvoorziening moet zijn aangesloten aan het openbare
                                distributienet voor aardgas:</al><lijst><li nr="a."><al> indien het bouwwerk op ten hoogste 40 m afstand van de
                                        dichtst bij zijnde leiding van het distributienet is
                                        gelegen; of</al></li><li nr="b."><al> indien het bouwwerk op grotere afstand is gelegen van de
                                        leiding van het aardgasdistributienet dan onder a bedoeld,
                                        maar de kosten van aansluiting voor het desbetreffende
                                        bouwwerk niet hoger zijn dan bij een afstand van 40 m.</al></li></lijst><al>Niet van toepassing is voorgaande eis op:</al><lijst><li nr="a."><al> woningen met bejaarden;</al></li><li nr="b."><al>woningen met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500
                                        m2;</al></li><li nr="c."><al>woningen die niet worden verhuurd;</al></li><li nr="d."><al>woningen met een aansluiting op het
                                        stadsverwarmingsnet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.4.</nr></kop><al><vet>Eis tot aansluiting aan de openbare riolering.</vet></al><lijst><li nr="1."><al> De in artikel 3.36 van het Bouwbesluit bedoelde, in
                                        bouwwerken aanwezige voorzieningen voor de afvoer van
                                        afvalwater en faecaliën, alsmede de eventueel in of aan
                                        bouwwerken aanwezige voorzieningen voor de afvoer van
                                        hemelwater moeten, onverminderd het bepaalde in artikel
                                        5.3.6, op een doeltreffende wijze zijn aangesloten aan een
                                        openbaar riool.</al></li><li nr="2."><al> Niet van toepassing is het gestelde in het eerste lid:</al><lijst><li nr="a."><al>in delen van de gemeente waarin geen openbare
                                                riolering aanwezig is;</al></li><li nr="b."><al>op bouwwerken die op een grotere afstand dan 40 m
                                                van een openbaar riool zijn gelegen;</al></li><li nr="c."><al>voor zover uitsluitend hemelwater wordt
                                                geloosd;</al></li><li nr="d."><al>op agrarische bedrijven waarin de faecaliën voor
                                                bedrijfsdoeleinden worden gebruikt en een daartoe
                                                voldoende ruime gier- of beerput aanwezig is. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.5.</nr></kop><al><vet>Aansluiting anders dan aan de openbare riolering.</vet></al><al>Indien het gestelde in artikel 5.3.4, tweede lid, van toepassing is,
                                gelden de volgende bepalingen:</al><lijst><li nr="a."><al>voor de opvang van faecaliën, afkomstig uit toiletten met
                                        waterspoeling, moet een doeltreffende rottingput met een
                                        doeltreffende aansluitleiding naar die toiletten aanwezig
                                        zijn, tenzij de faecaliën voor agrarische bedrijfsdoeleinden
                                        worden gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>voor de opvang van faecaliën, afkomstig uit toiletten zonder
                                        waterspoeling, moeten een doeltreffende beerput zonder
                                        overstort, een doeltreffende gierput of een doeltreffende
                                        rottingput met overstort aanwezig zijn, alsmede een
                                        doeltreffende aansluitleiding tussen die toiletten en de
                                        genoemde put, tenzij op andere zodanige wijze wordt geloosd
                                        dat geen verontreiniging van water, bodem of lucht kan
                                        optreden;</al></li><li nr="c."><al>leidingen voor de afvoer van hemelwater en voor de afvoer
                                        van afvalwater zonder faecaliën, alsmede overstorten van
                                        rottingputten moeten zodanig lozen dat geen verontreiniging
                                        van water, bodem of lucht kan optreden;</al></li><li nr="d."><al>leidingen voor de afvoer van hemelwater en voor de afvoer
                                        van afvalwater zonder faecaliën mogen niet lozen op een
                                        rottingput. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.6.</nr></kop><al><vet>Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en
                                    terreinen.</vet></al><al>Artikel 2.7.6 en de bijbehorende bijlage 7 zijn van overeenkomstige
                                toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.7.</nr></kop><al><vet>Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het
                                    openbare net van de nutsvoorzieningen.</vet></al><al>De in de artikelen 5.3.1, 5.3.2, 5.3.3 en 5.3.4 bedoelde afstand
                                moet worden gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting
                                zonder bezwaren kan worden gemaakt en tot het deel van het bouwwerk
                                dat zich het dichtst bij een leiding van het distributienet bevindt.
                                Hierbij moeten bouwwerken die zich tezamen op een erf of terrein
                                bevinden, als een bouwwerk worden beschouwd. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.</nr><titel>Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte.
                                Reinheid.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4.1.</nr></kop><al><vet>Preventie.</vet></al><al>Het normale onderhoud van een bouwwerk dient zodanig te geschieden
                                dat het bouwwerk zich in een zindelijke staat bevindt. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Brandveilig gebruik.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Gebruiksvergunning.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.1.</nr></kop><al><vet>Vergunning gebruik bouwwerk.</vet></al><lijst><li nr="1."><al> Het is verboden zonder of in afwijking van een
                                        gebruiksvergunning van burgemeester en wethouders een
                                        bouwwerk in gebruik te hebben of te houden, waarin:</al><lijst><li nr="a."><al>meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn,
                                                anders dan in een een- of meergezinshuis;</al></li><li nr="b."><al>aan meer dan tien personen bedrijfsmatig of in het
                                                kader van verzorging nachtveblijf zal worden
                                                verschaft;</al></li><li nr="c."><al>aan meer dan tien kinderen jonger dan twaalf jaar,
                                                of aan meer dan tien lichamelijk en/of verstandelijk
                                                gehandicapten dagverblijf zal worden verschaft;</al></li><li nr="d."><al>opslag plaatsvindt van stoffen en/of materialen en
                                                waarbij volgens de aanvraag om bouwvergunning de
                                                compartimentsgrootte is bepaald op basis van het
                                                reken en beslismodel 'Beheersbaarheid van
                                                brand'.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de gebruiksvergunning
                                        slechts</al><al>voorwaarden verbinden in het belang van het voorkomen,
                                        beperken en bestrijden van brand, het beperken van
                                        brandgevaar en het voorkomen en beperken van ongevallen bij
                                        brand.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Indien het belang waarvoor de vergunning is verleend dat
                                        vereist op grond van</al><al>een verandering van de inzichten en/of verandering van de
                                        omstandigheden gelegen buiten het bouwwerk, opgetreden na
                                        het verlenen van de vergunning, kunnen burgemeester en
                                        wethouders aan de vergunning nieuwe voorwaarden verbinden en
                                        gestelde voorwaarden wijzigen of intrekken.</al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>Het verbod gesteld in het eerste lid geldt niet ten aanzien
                                        van het gebruik van die</al><al>bouwwerken of gedeelten van bouwwerken waarop hoofdstuk 7a
                                        van deze verordening van toepassing is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.2.</nr></kop><al><vet>Aanvraag gebruiksvergunning.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Vervallen.</al></li><li nr="2."><al>Bij de aanvraag moeten de gegevens en bescheiden worden
                                        overgelegd als genoemd in bijlage 2 van deze
                                        verordening.</al></li><li nr="3."><al>Bij het indienen van de aanvraag moet de aanvrager gebruik
                                        maken van de door of namens burgemeester en wethouders
                                        vastgestelde formulieren. De bij deze aanvraag behorende
                                        gegevens en bescheiden moeten voldoen aan de eisen van de in
                                        het tweede lid genoemde bijlage.</al></li><li nr="4."><al>De aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden moeten in
                                        tweevoud worden ingediend.</al></li><li nr="5."><al>De aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden moeten in het
                                        Nederlands zijn gesteld.</al></li><li nr="6."><al>De aanvraag mag meer dan een bouwwerk betreffen, indien zij
                                        betrekking heeft op bouwwerken op hetzelfde terrein of op
                                        met elkaar samenhangende terreinen.</al></li><li nr="7."><al>De bij de aanvraag om gebruiksvergunning behorende
                                        bescheiden moeten door de aanvrager of diens gemachtigde
                                        worden ondertekend dan wel worden gewaarmerkt. </al></li><li nr="8."><al>Indien de aanvraag betrekking heeft op een wijziging van een
                                        bestaande situatie, moeten uit de aanvraag en de
                                        daarbijbehorende bescheiden de bestaande en de nieuwe
                                        toestand duidelijk blijken.</al></li><li nr="9."><al>De aanvrager krijgt door of namens burgemeester en
                                        wethouders een bewijs van ontvangst toegezonden of
                                        uitgereikt, waarin de datum van ontvangst is vermeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.3.</nr></kop><al><vet>In behandeling nemen.</vet></al><al>Bij het niet voldoen aan de bij of krachtens artikel 6.1.2 gestelde
                                eisen, alsmede aan de eisen die gelden ingevolge de artikelen 4:1 en
                                4:2 van de Algemene wet bestuursrecht stellen burgemeester en
                                wethouders de aanvrager in de gelegenheid om binnen vier weken de
                                door hen aan te geven ontbrekende gegevens over te leggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.4.</nr></kop><al><vet>Termijn van beslissing.</vet></al><lijst><li nr="1."><al> Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag voor
                                        een gebruiksvergunning binnen twaalf weken na de dag waarop
                                        de aanvraag ontvangen is.</al></li><li nr="2."><al> Burgemeester en wethouders kunnen hun beslissing voor ten
                                        hoogste zes weken verdagen.</al></li><li nr="3."><al> In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid
                                        houden burgemeester en wethouders de beslissing aan
                                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al>voor hetzelfde bouwwerk een bouwvergunning is
                                                vereist en zij over die vergunning nog niet hebben
                                                beslist;</al></li><li nr="b."><al>voor hetzelfde bouwwerk een besluit tot toepassing
                                                van bestuursdwang of opleggen van een last onder
                                                dwangsom dan wel een besluit ingevolge artikel 13
                                                van de Woningwet is genomen wegens strijd met de
                                                voorschriften van het Bouwbesluit, als bedoeld in
                                                artikel 1b van de Woningwet, en deze binnen de in
                                                het eerste lid vermelde termijn is verzonden, doch
                                                aan dit besluit nog niet is voldaan.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De in het derde lid bedoelde aanhouding eindigt zes weken
                                        nadat is beslist op een aanvraag om bouwvergunning als
                                        bedoeld onder letter a van het derde lid, dan wel nadat is
                                        voldaan een het besluit als bedoeld onder letter b van het
                                        derde lid en burgemeester en wethouders hiervan in kennis
                                        zijn gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.5.</nr></kop><al><vet>Weigeren gebruiksvergunning.</vet></al><al>Een gebruiksvergunning moet worden geweigerd indien een van de
                                volgende omstandigheden zich voordoet:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de aanvraag vermelde wijze van gebruik van het
                                        bouwwerk kan in relatie tot de beoogde gebruiksfunctie niet
                                        geacht worden een brandveilig gebruik te zijn en door het
                                        stellen van voorwaarden kan geen voldoende brandveilig
                                        gebruik worden bereikt;</al></li><li nr="b."><al>de bouwvergunning is geweigerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.6.</nr></kop><al><vet>Intrekken gebruiksvergunning.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een gebruiksvergunning
                                        intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt, dat zij de vergunning ten gevolge van
                                                onjuiste of onvolledige gegevens hebben
                                                verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de houder van de vergunning niet heeft
                                                voldaan aan een voorwaarde van de vergunning;</al></li><li nr="c."><al>van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen
                                                26 weken na het onherroepelijk worden van de
                                                vergunning;</al></li><li nr="d."><al>van de vergunning gedurende een periode van 26 weken
                                                of langer geen gebruik is gemaakt;</al></li><li nr="e."><al>het belang waarvoor de vergunning is verleend dit
                                                vereist op grond van een verandering van de
                                                inzichten en/of verandering van de omstandigheden
                                                gelegen buiten het bouwwerk, opgetreden na het
                                                verlenen van de vergunning, en het niet mogelijk
                                                blijkt door het stellen of wijzigen van de
                                                voorwaarden dat belang voldoende te beschermen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgmeester en wethouders gaan niet over tot intrekking dan
                                        nadat zij de houder van de vergunning hebben gehoord.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.7.</nr></kop><al><vet>Verplicht aanwezige bescheiden.</vet></al><al>In het bouwwerk waar de activiteiten plaatsvinden waarop de
                                gebruiksvergunning betrekking heeft moet deze vergunning aanwezig
                                zijn, en moet op verzoek van degene die is belast met de zorg voor
                                de naleving van dit hoofdstuk, ter inzage worden gegeven.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Het voorkomen van brand en het beperken van brand en
                                brandgevaar.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2.1.</nr></kop><al><vet>Gebruikseisen voor bouwwerken.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een bouwwerk te gebruiken in strijd met de
                                        gebruikseisen zoals per onderwerp vermeld in bijlage 3 bij
                                        deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het gestelde in het eerste lid, is het verboden
                                        een bouwwerk, met uitzondering van de
                                        niet-gemeenschappelijke ruimten in woonfuncties, te
                                        gebruiken in strijd met de gebruikseisen zoals per onderwerp
                                        vermeld in bijlage 4 bij deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2.2.</nr></kop><al><vet>Opslag brandgevaarlijke stoffen.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In, op of nabij een bouwwerk is geen in bijlage 5 aangewezen
                                        brandgevaarlijke stof aanwezig.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in bijlage 5 aangegeven maximum hoeveelheid van
                                                de betreffende stoffen</al><al> niet wordt overschreden, met dien verstande dat de
                                                totale toegestane </al><al> hoeveelheid van de eerste zes rijen honderd
                                                kilogram of liter is,</al></li><li nr="b."><al>de betreffende stof zodanig is verpakt</al><lijst><li nr="-"><al>dat de verpakking tegen normale behandeling
                                                  bestand is, en</al></li><li nr="-"><al>van de inhoud niets onvoorzien uit de
                                                  verpakking kan ontsnappen, en</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>de betreffende stof wordt gebruikt met inachtneming
                                                van de op de</al><al> verpakking aangegeven gevaarsaanduiding (R- en
                                                S-zinnen).</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde is voorts niet van toepassing
                                        op:</al><lijst><li nr="a."><al>de brandstof in het reservoir bij een
                                                verbandingsmotor;</al></li><li nr="b."><al>de brandstof in een verlichtings-, een verwarmings-
                                                of een ander warmte-</al><al> ontwikkelend toestel;</al></li><li nr="c."><al>voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken,
                                                en</al></li><li nr="d."><al>het aanwezig hebben van een grotere dan de in
                                                bijlage 5 aangegeven</al><al> maximum hoeveelheid van de betreffende stof voor
                                                zover dat bij of krachtens </al><al> de Wet Milieubeheer is toegestaan.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Bij het bepalen van de hoeveelheid als bedoeld in het tweede
                                        lid onder a, worden volledig meegerekend de inhoudsmaten van
                                        vaatwerk dat gedeeltelijk is gevuld met een vloeistof die in
                                        bijlage 5 als brandgevaarlijk is aangemerkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2.3.</nr></kop><al><vet>Opslag en verwerking stoffen.</vet></al><al>Vervallen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Het bestrijden van brand en het voorkomen van ongevallen bij
                                brand.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3.1.</nr></kop><al><vet>Gebruiksgereed houden bluswaterwinplaatsen.</vet></al><al>Vervallen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3.2.</nr></kop><al><vet>Gebruik middelen en voorzieningen.</vet></al><al>Het is verboden voorwerpen of stoffen op zodanige wijze te plaatsen
                                of te hebben dat daardoor het onmiddellijk gebruik of de
                                zichtbaarheid ervan wordt belemmerd van:</al><lijst><li nr="a."><al> middelen en voorzieningen tot melding van alarmering bij en
                                        bestrijding van brand;</al></li><li nr="b."><al>middelen en voorzieningen tot ontvluchting en redding van
                                        personen en dieren bij brand.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.</nr><titel>Hinder in verband met de brandveiligheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4.1</nr></kop><al><vet>Hinder in verband met de brandveiligheid</vet></al><al>Onverminderd het bepaalde in of krachtens de artikelen 6.1.1 tot en
                                met 6.3.2 is het verboden in, op, of aan een bouwwerk of op een open
                                erf of terrein voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te
                                hebben, handelingen te verrichten of na te laten of werktuigen te
                                gebruiken, waardoor:</al><lijst><li nr="a."><al>op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook,
                                        roet, walm of stof wordt verspreid;</al></li><li nr="b."><al>brandgevaar wordt veroorzaakt;</al></li><li nr="c."><al>het vluchten wordt belemmerd.</al></li></lijst><al>Niet van toepassing is het vorenstaande, indien en voor zover het
                                betreft hinder, terzake waarvan de Wet milieubeheer of enige in deze
                                wet genoemde wet van toepassing is. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Overige gebruiksbepalingen.</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Paragraaf 1. Overbevolking</vet>.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1.1.</nr></kop><al><vet>Overbevolking van woningen.</vet></al><al>Het is verboden een woning te bewonen met of toe te staan dat een woning
                            wordt bewoond door meer dan een persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1.2.</nr></kop><al><vet>Overbevolking van woonwagens en woonketen.</vet></al><al>Het is verboden een woonwagen, respectievelijk een woonkeet te bewonen
                            met of toe te staan dat een woonwagen, respectievelijk een woonkeet
                            wordt bewoond door meer dan een persoon per 6 m2
                            gebruiksoppervlakte.</al><al><vet>Paragraaf 2. Staken van gebruik</vet>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2.1.</nr></kop><al><vet>Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid.</vet></al><al>Het is verboden een bouwwerk, een standplaats, een open erf of terrein
                            te gebruiken of te doen gebruiken, indien door of namens burgemeester en
                            wethouders is medegedeeld, dat zulks gevaarlijks is in verband met:</al><lijst><li nr="a."><al>bouwvalligheid van het bouwwerk;</al></li><li nr="b."><al>bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2.2.</nr></kop><al><vet>Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek aan
                                hygiëne.</vet></al><al>Indien tengevolge van het niet functioneren - hieronder begrepen het
                            afgesloten zijn - van de ingevolge het Bouwbesluit verplicht aanwezige
                            voorzieningen tot het kunnen afvoeren van faecaliën, het kunnen
                            beschikken over drinkwater, het kunnen beschikken over gedistribueerd
                            gas en het kunnen beschikken over gedistribueerde elektriciteit een
                            onvoldoende veiligheid of een onvoldoende hygiëne aanwezig is, kunnen
                            burgemeester en wethouders gelasten het gebruik van het bouwwerk te
                            staken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2.3.</nr></kop><al><vet>Staken van het gebruik van een woonwagen.</vet></al><al>Indien in een besluit op grond van een artikel 13 van de Woningwet is
                            bepaald dat het gebruik van een gebouw op of behorende bij een
                            standplaats moet worden gestaakt en dientengevolge essentiële
                            voorzieningen ten dienste van het bewonen van een woonwagen buiten
                            gebruik zijn gesteld, kunnen burgemeester en wethouders gelasten het
                            gebruik van de woonwagen te staken gedurende de periode dat bedoelde
                            voorzieningen niet functioneren. </al><al><vet>Paragraaf 3. Aanvullen</vet>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3.1.</nr></kop><al><vet>Verbod tot het gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen in
                                afwijking van de bestemming.</vet></al><al>(Dit artikel wordt niet overgenomen en blijft gereserveerd) </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3.2.</nr></kop><al><vet>Hinder.</vet></al><al>Het is verboden in, op of aan een bouwwerk of op een open erf of terrein
                            voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen
                            te verrichten of na te laten of werktuigen te gebruiken, waardoor:</al><lijst><li nr="a."><al>overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de gebruikers van
                                    het bouwwerk, </al><al> het open erf of terrein;</al></li><li nr="b."><al>op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, stof
                                    of vocht of </al><al>irriterend materiaal wordt verspreid of overlast wordt
                                    veroorzaakt door geluid en trilling, elektrische trilling
                                    daaronder begrepen, of door schadelijk of hinderlijk gedierte,
                                    dan wel door verontreiniging van het bouwwerk, open erf of
                                    terrein;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>instortings-, omval- of ander gevaar wordt veroorzaakt.</al><al>Niet van toepassing is het vorenstaande, indien en voor zover
                                    het betreft nadelige gevolgen voor het milieu waarop de Wet
                                    milieubeheer of enige in deze wet genoemde wet van toepassing
                                    is. </al></li></lijst><al><vet>Paragraaf 4. Aanvullen</vet>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.4.1.</nr></kop><al><vet>Preventie.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het normale onderhoud van een bouwwerk dient zodanig te
                                    geschieden dat het bouwwerk zich in zindelijke staat
                                    bevindt.</al></li><li nr="2."><al>Voorraden en afval dienen op zodanige wijze en plaats te worden
                                    bewaard dat schadelijk of hinderlijk gedierte hierdoor niet
                                    wordt aangetrokken.</al></li></lijst><al><vet>Paragraaf 5. Watergebruik</vet>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.5.1.</nr></kop><al><vet>Verboden gebruik van water.</vet></al><al>Het is verboden drink- en werkwater, waarvan door burgemeester en
                            wethouders schriftelijk is medegedeeld dat het ondeugdelijk wordt
                            geacht, te gebruiken.</al><al><vet>Paragraaf 6. Installaties</vet>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.6.1.</nr></kop><al><vet>Gebruiksgereed houden van installaties.</vet></al><al>Installaties in of nabij een bouwwerk, waarvan het Bouwbesluit en/of de
                            Bouwverordening de aanwezigheid verplicht stelt, moeten in een goede
                            staat verkeren, zodat daarvan een onbelemmerd gebruik kan worden
                            gemaakt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7a.</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Verblijfsgebouwen.</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7a.1.</nr></kop><al><vet>Begripsomschrijvingen.</vet></al><al> Dit hoofdstuk verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>verblijfsgebouw: een gebouw of een gedeelte van een gebouw
                                    waarin niet-zelfstandige woongelegenheid wordt verschaft aan 5
                                    of meer personen niet behorend tot het gezin van de
                                    eigenaar-bewoner. Van niet-zelfstandige woongelegenheid is
                                    sprake, wanneer de personen in overwegende mate gebruik moeten
                                    maken van de gezamenlijke bad-, toilet- en
                                    kookfaciliteiten.</al></li><li nr="b."><al>verblijfseenheid: een zitkamer, een slaapkamer, een zit- /
                                    slaapkamer of met elkaar rechtstreeks in verbinding staande zit-
                                    en slaapkamer die bij een huishouden in gebruik is/zijn.</al></li><li nr="c."><al>vluchtmogelijkheid: van rook gevrijwaarde route, uitsluitend
                                    voerend over</al><al>een of meer vloeren, trappen of hellingbanen, langs welke route
                                    het aansluitend terrein kan worden bereikt zonder dat deuren
                                    worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden
                                    geopend.</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>vluchtweg: van brand gevrijwaarde vluchtmogelijkheid die
                                    uitsluitend door een of meer verkeersruimten</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7a.2.</nr></kop><al><vet>Toepassingsgebied van dit hoofdstuk.</vet></al><al>Dit hoofdstuk is van toepassing op verblijfsgebouwen als bedoeld in
                            artikel 7a.1 van dit hoofdstuk, met uitzondering van de volgende
                            categorieën bijzondere woongebouwen:</al><lijst><li nr="-"><al>gevangenissen;</al></li><li nr="-"><al>woonvormen Religieuze gemeenschap;</al></li><li nr="-"><al>opleidingsinternaten;</al></li><li nr="-"><al>opleidingsscholen politie / krijgsmacht;</al></li><li nr="-"><al>psychiatrische inrichtingen;</al></li><li nr="-"><al>zwakzinnigeninrichtingen;</al></li><li nr="-"><al>verpleeghuizen;</al></li><li nr="-"><al>woonvormen zintuiglijk gehandicapten;</al></li><li nr="-"><al>gezinsvervangende tehuizen;</al></li><li nr="-"><al>bejaardenoorden;</al></li><li nr="-"><al>jeugdinternaten;</al></li><li nr="-"><al>opvangcentra volwassenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7a.3.</nr></kop><al><vet>Verbodsbepaling.</vet></al><al>Het is verboden in strijd met de in de artikel 7a.4 gestelde eisen een
                            gebouw of een gedeelte daarvan als verblijfsgebouw in gebruik te geven
                            of in gebruik te laten geven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7a.4.</nr></kop><al><vet>Voorschriften uit oogpunt van bruikbaarheid.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In een verblijfsgebouw moet een gemeenschappelijke
                                    verblijfsruimte aanwezig zijn, wanneer één van de bewoners
                                    slechts over één verblijfseenheid beschikt met een oppervlakte
                                    van minder dan 6 m2 of wanneer meerdere bewoners gezamenlijk
                                    over een of meer verblijfseenheden beschikken met een totale
                                    oppervlakte van minder dan 6 m2 per persoon.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer meerdere bewoners gezamenlijk over een of meer
                                    verblijfseenheden beschikken, moet in deze verblijfseenheid of
                                    verblijfseenheden voor elke bewoner een vloeroppervlakte van
                                    minimaal 4,5 m2 aanwezig zijn.</al></li><li nr="3."><al>Een gemeenschappelijke verblijfsruimte moet een vloeroppervlakte
                                    hebben van tenminste 10 m2, met dien verstande dat voor iedere
                                    bewoner in ieder geval een vloeroppervlakte van 1,5 m2 aanwezig
                                    moet zijn. Indien de gemeenschappelijke verblijfsruimte tevens
                                    een keuken bevat, dan dient de vloeroppervlakte 5 m2 extra te
                                    bedragen.</al></li><li nr="4."><al>Slaapplaatsen mogen uitsluitend aanwezig zijn in
                                    verblijfseenheden.</al></li><li nr="5."><al>In een verblijfsgebouw dient een keuken, zijnde een besloten
                                    verblijfsruimte, aanwezig te zijn met een aanrecht en een
                                    opstelplaats voor een kooktoestel. Deze ruimte moet een
                                    oppervlakte van minimaal 5 m2 hebben, plus 0,5 m2 voor elke
                                    bewoner boven het aantal acht, dat van de keuken gebruik mag
                                    maken.</al></li><li nr="6."><al>In de keuken dienen een in goede staat van onderhoud verkerend
                                    kookapparaat en een warmwatertappunt aanwezig te zijn.</al></li><li nr="7."><al>Voor elke acht bewoners moet tenminste een afzonderlijk,
                                    afsluitbaar toilet aanwezig zijn. Het aantal bewoners wordt naar
                                    boven afgerond op een veelvoud van acht.</al></li><li nr="8."><al>Voor elke acht bewoners moet tenminste een doelmatig ingerichte,
                                    afsluitbare bad- of douchegelegenheid aanwezig zijn, voorzien
                                    van een goed functionerende warmwatervoorziening van voldoende
                                    capaciteit. Het aantal bewoners wordt naar boven afgerond op een
                                    veelvoud van acht.</al></li><li nr="9."><al>Verblijfseenheden, gemeenschappelijke verblijfsruimten en bad-
                                    of douchegelegenheden moeten op een doelmatige wijze kunnen
                                    worden verwarmd. Verwarming door middel van verplaatsbare
                                    toestellen wordt niet als een doeltreffende en veilige wijze van
                                    verwarming aangemerkt.</al></li><li nr="10."><al>Toestellen voor kookdoeleinden mogen uitsluitend worden
                                    opgesteld in de keuken.</al></li><li nr="11."><al>Het gebruik van vloeibaar gas voor verwarmings- en/of
                                    kookdoeleinden is verboden.</al></li><li nr="12."><al>Per verblijfseenheid moet met het oog op de toetreding van
                                    daglicht en het uitzicht naar buiten een equivalente
                                    daglichtoppervlakte aanwezig zijn van tenminste 10% van het
                                    vloeroppervlak van de verblijfseenheid.</al></li><li nr="13."><al>In het verblijfsgebouw of op het terrein van het verblijfsgebouw
                                    dient voor elke zes bewoners tenminste een papierbak en duobak
                                    aanwezig te zijn. Het aantal bewoners wordt naar boven afgerond
                                    op een veelvoud van zes. De opstelplaats mag zich niet in een
                                    vluchtweg bevinden.</al></li><li nr="14."><al>In het verblijfsgebouw moet een opstelplaats voor een wasmachine
                                    aanwezig zijn met aansluitmogelijkheden op elektriciteit, water
                                    en riolering. De opstelplaats mag zich niet in een vluchtweg
                                    bevinden.</al></li><li nr="15."><al>De eigenaar dient er zorg voor te dragen dat de
                                    gemeenschappelijke ruimten zodanig onderhouden worden, dat zij
                                    zich in een zindelijke staat bevinden.</al></li><li nr="16."><al>Tot een verblijfsgebouw moet, opdat voorwerpen beschermd tegen
                                    weer en wind kunnen worden opgeborgen, tenminste een, van buiten
                                    de woning toegankelijke, afsluitbare bergruimte behoren, waarvan
                                    de oppervlakte tenminste 6,5% van de gebruiksoppervlakte van de
                                    woning is, met een minimum van 3,5 m2, van welke
                                    vloeroppervlakte de breedte tenminste 1,5 m en de hoogte boven
                                    die oppervlakte tenminste 2,2 m is.</al></li><li nr="17."><al>In een besloten verkeersruimte en in vluchtwegen moet een
                                    verlichtingsinstallatie aanwezig zijn die een
                                    verlichtingssterkte van 10 lux, over de gehele oppervlakte
                                    gemeten op vloerniveau, kan geven.</al></li><li nr="18."><al>De eigenaar is verplicht, op aanvraag van de afdeling Handhaving
                                    van de dienst Gebiedsontwikkeling, een goedkeuringsrapport ten
                                    aanzien van de elektrische installatie en/of van de
                                    gasinstallatie, afgegeven door een terzake deskundig bedrijf,
                                    over te leggen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7a.5.</nr></kop><al><vet>Vrijstellingsbepaling.</vet></al><al>Indien aan de eisen gesteld in artikel 7a.4 van dit hoofdstuk in
                            redelijkheid niet kan worden voldaan, doch het gebruik van het
                            verblijfsgebouw op verantwoorde wijze kan plaatsvinden, kunnen
                            burgemeester en wethouders vrijstelling van die eisen verlenen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>Slopen.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Sloopvergunning.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.1.</nr><titel>Sloopvergunning.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bouwwerken, standplaatsen en woonwagens
                                    daaronder begrepen, te slopen zonder of in afwijking van een
                                    vergunning van burgemeester en wethouders
                                    (sloopvergunning).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde vergunning is niet vereist indien
                                    naar redelijke schatting de hoeveelheid sloopafval niet meer zal
                                    bedragen dan 10 m3, tenzij het slopen mede betreft het
                                    verwijderen van asbest. Voorts is geen vergunning vereist voor
                                    het slopen ingevolge een besluit op grond van artikel 13 van de
                                    Woningwet, dan wel een besluit tot toepassing van bestuursdwang
                                    of oplegging van een last onder dwangsom. Burgemeester en
                                    wethouders kunnen aan hun besluit voorwaarden verbinden als
                                    bedoeld in het derde lid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verbinden aan de sloopvergunning
                                    slechts voorschriften over:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>de veiligheid tijdens het slopen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>de bescherming van nabijgelegen bouwwerken;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="c."><al>het scheiden en het op de sloopplaats gescheiden houden
                                            van het sloopafval, ten minste inhoudende een scheiding
                                            in een fractie asbest, een fractie gevaarlijk afval en
                                            een fractie overig afval;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="d."><al>het voor de aanvang van de sloopwerkzaamheden overleggen
                                            van de gegevens als bedoeld in artikel 8.1.2, tweede
                                            lid, letter c, voorzover deze gegevens niet reeds zijn
                                            overgelegd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorschriften over het sloopafval als bedoeld in het derde
                                    lid, onder letter c,</al><al> kunnen eisen bevatten omtrent het selectief slopen, de fracties
                                    waarin wordt</al><al> gescheiden, de tijdelijke opslag op het sloopterrein en het in
                                    fracties gescheiden </al><al> verpakken van het sloopafval op het sloopterrein. Burgemeester
                                    en wethouders </al><al> verbinden aan de sloopvergunning met betrekking tot asbest
                                    voorschriften over</al><al> het afzonderlijk gereed maken daarvan voor de afvoer van het
                                    sloopterrein en</al><al> over de termijn waarbinnen dit moet plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunningplicht als bedoeld in het eerste lid geldt niet
                                    indien in een tijdelijke</al><al> bouwvergunning voor een seizoengebonden bouwwerk voorschriften
                                    zijn gesteld </al><al> over het slopen van het tijdelijke bouwwerk als bedoeld in het
                                    zesde lid van </al><al> artikel 45 van de Woningwet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.2.</nr></kop><al><vet>Aanvraag sloopvergunning.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij het indienen van de aanvraag moet de aanvrager gebruik
                                        maken van een door of vanwege burgemeester en wethouders
                                        vastgesteld formulier.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag moet inhouden:</al><lijst><li nr="a."><al>correspondentieadres van de aanvrager in
                                                Nederland;</al></li><li nr="b."><al>indien een gemachtigde is aangewezen, diens naam en
                                                adres;</al></li><li nr="c."><al>naam en adres van degene, die met slopen zal worden
                                                belast;</al></li><li nr="d."><al>de kadastrale aanduiding van het perceel, waarop
                                                zich het te slopen bouwwerk bevindt en het
                                                huisnummer van het bouwwerk. Indien de
                                                sloopwerkzaamheden bestaan uit asbestverwijdering
                                                van meer dan één bouwwerk in het kader van hetzelfde
                                                project, wordt een lijst met bedoelde kadastrale
                                                aanduidingen en huisnummers van de desbetreffende
                                                bouwwerken bijgevoegd, welke lijst ingevolge het
                                                negende lid is gewaarmerkt;</al></li><li nr="e."><al>een exacte aanduiding van het gedeelte van een
                                                bouwwerk waarop de sloopwerkzaamheden betrekking
                                                hebben, indien niet het gehele bouwwerk wordt
                                                gesloopt;</al></li><li nr="f."><al>het doel, waarvoor het bouwwerk c.q. het te slopen
                                                gedeelte van het bouwwerk laatstelijk is
                                                gebezigd;</al></li><li nr="g."><al>mededeling of een bouwvergunning is of zal worden
                                                aangevraagd voor een op het perceel van het te
                                                slopen bouwwerk c.q. het te slopen gedeelte van het
                                                bouwwerk op te richten of te veranderen of uit te
                                                breiden bouwwerk;</al></li><li nr="h."><al>een beschrijving van de wijze waarop het slopen zal
                                                plaatsvinden en voorts, indien van toepassing,</al></li><li nr="i."><al>het sloopveiligheidsplan.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In de aanvraag wordt gemotiveerd aangegeven of het te slopen
                                        bouwwerk asbest bevat. Asbest wordt niet vermoed aanwezig te
                                        zijn, indien bij de aanvraag een van de volgende gegevens
                                        wordt overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een afschrift van het asbestinventarisatierapport,
                                                uitgevoerd door een deskundig
                                                asbestonderzoeksbedrijf, waaruit blijkt dat er zich
                                                geen asbest in het te slopen bouwwerk bevindt;</al></li><li nr="b."><al>een asbestonderzoeksrapport opgesteld voor 27
                                                februari 1998 dat voldoet aan de eisen in BRL 5052,
                                                uitgave 1998; waaruit blijkt dat er zich geen asbest
                                                in het te slopen bouwwerk bevindt; indien het
                                                bedoelde asbestonderzoeksrapport is opgesteld voor 1
                                                juli 1993, dient tevens een schriftelijke verklaring
                                                van de aanvrager te worden overgelegd dat er geen
                                                veranderingen van het te slopen bouwwerk hebben
                                                plaatsgevonden, waarbij asbesthoudende materialen
                                                zijn toegepast;</al></li><li nr="c."><al>een schriftelijk bewijsstuk dat het te slopen
                                                bouwwerk is gebouwd na 1 januari 1994;</al></li><li nr="d."><al>bij woningen of naar bouwconstructie of
                                                materiaaltoepassing vergelijkbare, niet tot bewoning
                                                bestemde bouwwerken en bijgebouwen: een
                                                schriftelijke verklaring van de bouwer van het te
                                                slopen bouwwerk dat hij hierin geen asbest heeft
                                                toegepast, alsmede een schriftelijke verklaring van
                                                de aanvrager dat er sinds het tijdstip van de bouw
                                                geen veranderingen hebben plaatsgevonden, waarbij
                                                asbesthoudende materialen zijn toegepast;</al></li><li nr="e."><al>bij sloop van bepaalde materialen: een schriftelijke
                                                verklaring van de fabrikant of de leverancier dat
                                                het te slopen materiaal geen asbest bevat, alsmede
                                                een schriftelijke verklaring van de aanvrager dat
                                                het materiaal van deze fabrikant of leverancier
                                                afkomstig is.</al></li></lijst></li><li nr=""><al>Indien geen van bovenvermelde gegevens bij de aanvraag wordt
                                        overgelegd, wordt vermoed dat het bouwwerk asbest bevat,
                                        tenzij de aanvrager in vergelijkbare situaties andere
                                        gegevens verstrekt die dit vermoeden naar het oordeel van
                                        burgemeester en wethouders voldoende weerleggen.</al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al> Indien - gelet op het derde lid - wordt vermoed dat het
                                        bouwwerk asbest bevat of de aanvrager weet of redelijkerwijs
                                        kan weten dat zich in het bouwwerk asbest bevindt wordt met
                                        een asbestinventarisatierapport van een deskundig bedrijf
                                        aangetoond of dit juist is, en zo ja, waar dit asbest zich
                                        bevindt. Indien geen asbestinventarisatierapport van een
                                        deskundig bedrijf wordt overgelegd, moeten bij de aanvraag
                                        andere gegevens worden overgelegd waaruit blijkt of asbest
                                        aanwezig is, en zo ja, waar dit asbest zicht bevindt. Aan
                                        deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvraag sloopvergunning uitsluitend betrekking
                                                heeft op het verwijderen</al><al> van asbest op in de aanvraag aangeduide plaatsen,
                                                of</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al>een asbestonderzoeksrapport als bedoeld in lid 3,
                                                onder b bij de aanvraag is</al><al> gevoegd.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Indien op grond van het historisch gebruik te verwachten
                                        valt dat een te slopen bouwwerk c.q. een te slopen gedeelte
                                        van een bouwwerk is verontreinigd met de als gevaarlijk
                                        aangeduide afvalstoffen van hoofdstuk 17 van de
                                        afvalstoffenlijst behorende bij de Regeling Europese
                                        afvalstoffenlijst (EURAL; Stcr. 17 augustus 2001, nr. 159,
                                        blz. 9), dient een onderzoek te worden ingesteld naar de
                                        vermoedelijke verontreiniging en moet het rapport met de
                                        uitslag van dit onderzoek bij de aanvraag om sloopvergunning
                                        worden gevoegd.</al></li><li nr="6."><al>De aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden moeten in
                                        4-voud worden ingediend.</al></li><li nr="7."><al>De aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden moeten in het
                                        Nederlands zijn gesteld.</al></li><li nr="8."><al>De aanvraag mag meer dan een bouwwerk betreffen, indien zij
                                        betrekking heeft op bouwwerken op hetzelfde terrein of op
                                        met elkaar samenhangende terreinen dan wel indien zij
                                        betrekking heeft op asbestverwijdering van meer dan één
                                        bouwwerk in het kader van hetzelfde project. </al></li><li nr="9."><al>De bij de aanvraag om sloopvergunning behorende bescheiden
                                        moeten door de aanvrager of diens gemachtigde ondertekend
                                        dan wel gewaarmerkt worden.</al></li><li nr="10."><al>Indien de aanvraag het gedeeltelijk slopen van een bouwwerk
                                        betreft, moeten uit de aanvraag en de daarbijbehorende
                                        bescheiden de bestaande en de nieuwe toestand duidelijk
                                        blijken.</al></li><li nr="11."><al>De aanvrager krijgt door of namens burgemeester en
                                        wethouders een bewijs van ontvangst toegezonden of
                                        uitgereikt, waarin de datum van ontvangst is vermeld.</al></li><li nr="12."><al>Een aanvraag om sloopvergunning geldt tevens als melding van
                                        het voornemen tot slopen voor zover dit slopen betrekking
                                        heeft op asbest.</al></li><li nr="13."><al>Een aanvraag om sloopvergunning voor werkzaamheden waarvoor
                                        geen sloopvergunning is vereist wordt, voor zover dit slopen
                                        betrekking heeft op asbest, aangemerkt als melding als
                                        bedoeld in artikel 8.2.1.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.3.</nr></kop><al><vet>In behandeling nemen. </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de aanvraag om sloopvergunning niet voldoet aan de
                                        bij of krachtens artikel 8.1.2 gestelde eisen, alsmede aan
                                        de eisen die gelden ingevolge de artikelen 4:1 en 4:2 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht, stellen burgemeester en
                                        wethouders de aanvrager in de gelegenheid de door hen aan te
                                        geven ontbrekende gegevens over te leggen binnen een door
                                        hen te stellen termijn. </al></li><li nr="2."><al>Het gestelde in het eerste lid geldt niet voor de gegevens
                                        als bedoeld in artikel 8.1.2, tweede lid c. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.4.</nr></kop><al><vet>Termijn van beslissing.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders beslissen over een aanvraag om
                                        sloopvergunning binnen twaalf weken na de dag waarop de
                                        aanvraag is ontvangen. Zij kunnen hun beslissing eenmaal
                                        voor ten hoogste zes weken verdagen. Een afschrift van hun
                                        besluit tot verdaging zenden zij zo spoedig mogelijk aan de
                                        aanvrager.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid beslissen
                                        burgemeester en wethouders over een aanvraag om
                                        sloopvergunning binnen vier weken na de dag waarop de
                                        aanvraag om een sloopvergunning is ingediend, indien het
                                        slopen uitsluitend is bedoeld om asbest of asbesthoudende
                                        producten uit een bouwwerk te verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid
                                        houden burgemeester en wethouders de beslissing aan indien
                                        een vergunning krachtens artikel 11 of artikel 37 van de
                                        Monumentenwet 1988, een provinciale of een gemeentelijke
                                        monumentenverordening, een leefmilieuverordening op grond
                                        van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing, of een
                                        aanlegvergunning voor het slopen is vereist en omtrent die
                                        vergunning(en) nog niet is beslist. De aanhouding eindigt
                                        zes weken na bedoelde beslissing. Bij samenloop van
                                        vergunningen wordt uitgegaan van de datum van de laatst
                                        genomen beslissing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.5.</nr></kop><al><vet>Samenloop van slopen en bouwen.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de aanvraag betrekking heeft op sloopwerkzaamheden in
                                        het kader van het vernieuwen, het veranderen of het
                                        vergroten van een bouwwerk waarvoor tevens een
                                        bouwvergunning is aangevraagd, kan bij de aanvraag om
                                        sloopvergunning - voor zover voor beide aanvragen dezelfde
                                        bescheiden en gegevens worden verlangd - worden verwezen
                                        naar die bescheiden en gegevens die zijn ingediend bij de
                                        aanvraag om bouwvergunning en behoeven dezelfde bescheiden
                                        niet nogmaals te worden ingediend.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 8.1.4 volgt de
                                        beslissing op de aanvraag om sloopvergunning de procedure
                                        van de beslissing op de aanvraag om bouwvergunning in het
                                        geval dat beide aanvragen gelijktijdig zijn ingediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.6.</nr></kop><al><vet>Weigeren sloopvergunning.</vet></al><al>Een sloopvergunning moet worden geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de veiligheid tijdens het slopen onvoldoende is gewaarborgd
                                        en ook door het stellen van voorschriften niet op een
                                        voldoende peil kan worden gewaarborgd;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van nabijgelegen bouwwerken in verband met
                                        het slopen onvoldoende is gewaarborgd en ook door het
                                        stellen van voorschriften niet op een voldoende peil kan
                                        worden gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>een vergunning ingevolge de Monumentenwet 1988 of een
                                        provinciale of een gemeentelijke monumentenverordening is
                                        vereist en deze niet is verleend;</al></li><li nr="d."><al>een vergunning ingevolge een leefmilieuverordening op grond
                                        van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing is vereist en
                                        deze niet is verleend;</al></li><li nr="e."><al>een aanlegvergunning op grond van het bestemmingsplan of op
                                        grond van een voorbereidingsbesluit is vereist en deze niet
                                        is verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.7.</nr></kop><al><vet>Intrekking sloopvergunning.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een sloopvergunning
                                        intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunning is verleend tengevolge van onjuiste of
                                                onvolledige opgave van gegevens;</al></li><li nr="b."><al>binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de
                                                sloopvergunning geen begin met de werkzaamheden is
                                                gemaakt;</al></li><li nr="c."><al>tussen het begin en het einde van de
                                                sloopwerkzaamheden deze werkzaamheden langer dan een
                                                aaneengesloten periode van 26 weken stilliggen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders gaan niet over tot intrekking dan
                                        nadat zij de houder van de vergunning hebben gehoord. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Uitzonderingen op het vereiste van sloopvergunning.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.2.1.</nr></kop><al><vet>Sloopmelding.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 8.1.1, eerste lid, is geen
                                        sloopvergunning vereist voor het </al><al> anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf in
                                        zijn geheel slopen van: </al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>geschroefde , asbesthoudende platen waarin de
                                                asbestvezels</al><al>hechtgebonden zijn, niet zijnde dakleien, uit een
                                                woning of uit een op het erf van die woning staand
                                                bijgebouw, voor zover de woning of het bijgebouw
                                                niet in het kader van de uitoefening van een beroep
                                                of bedrijf worden gebruikt of bedoeld zijn voor
                                                gebruik in dat kader en de oppervlakte van de te
                                                verwijderen asbesthoudende platen maximaal
                                                vijfendertig vierkante meter per kadastraal perceel
                                                bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde,
                                                asbesthoudende vloerbedekking uit een woning of uit
                                                een op het erf van die woning staand bijgebouw, voor
                                                zover de woning of het bijgebouw niet in het kader
                                                van de uitoefening van een beroep of bedrijf worden
                                                gebruikt of bedoeld zijn voor gebruik in dat kader
                                                en de oppervlakte van de te verwijderen
                                                asbesthoudende vloerbedekking of vloertegels
                                                maximaal vijfendertig vierkante meter per kadastraal
                                                perceel bedraagt;</al><al>mits het voornemen tot dit slopen is gemeld bij
                                                burgemeester en wethouders en door burgemeester en
                                                wethouders binnen acht dagen na de dag waarop dit is
                                                gemeld is medegedeeld dat geen sloopvergunning is
                                                vereist.</al><al>Met een woning wordt gelijk gesteld een woonkeet,
                                                woonwagen of logiesverblijf.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Het voornemen tot slopen als bedoeld in het eerste lid moet
                                        worden gemeld met</al><al> gebruikmaking van een door of namens burgemeester en
                                        wethouders vastgesteld</al><al> formulier. </al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>De melding en de daarbij behorende bescheiden moeten in
                                        tweevoud worden ingediend.</al></li><li nr="4."><al>De melding en de daarbij behorende bescheiden moeten in het
                                        Nederlands zijn gesteld.</al></li><li nr="5."><al>In de melding moeten zijn opgenomen de plaats, het adres, de
                                        aard en het gebruik van het bouwwerk.</al></li><li nr="6."><al>Degene, die de melding heeft gedaan, krijgt door of namens
                                        burgemeester en </al><al> wethouders een bewijs van ontvangst toegezonden of
                                        uitgereikt, waarin de datum</al><al> van ontvangst is vermeld.</al></li></lijst><lijst><li nr="7."><al>Indien burgemeester en wethouders de in het eerste lid
                                        bedoelde mededeling niet binnen de aldaar gestelde termijn
                                        hebben gedaan, is de mededeling van rechtswege gedaan.</al></li><li nr="8."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een mededeling als
                                        bedoeld in het eerste lid voorschriften verbinden met
                                        betrekking tot de verwijdering, opslag en afvoer van
                                        asbest.</al></li><li nr="9."><al>De houder van een mededeling als bedoeld in het eerste of
                                        het zevende lid is verplicht de voorschriften, bedoeld in
                                        het achtste lid alsmede de voorschriften die bij of
                                        krachtens de artikelen 7 en 8 van het
                                        Asbestverwijderingsbesluit 2005 zijn gesteld, in acht te
                                        nemen.</al></li><li nr="10."><al>Het bewerken van asbest ter plaatse waar dit asbest door
                                        sloop vrijkomt is niet toegestaan.</al></li><li nr="11."><al>Bij het niet voldoen aan de bij of krachtens de in het
                                        eerste tot en met het vijfde lid van dit artikel gestelde
                                        eisen, stellen burgemeester en wethouders degene die de
                                        melding heeft gedaan in de gelegenheid om binnen één week de
                                        door hen aan te geven ontbrekende gegevens over te
                                        leggen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.2.2.</nr></kop><al><vet>Overige uitzonderingen op het vereiste van
                                    sloopvergunning.</vet></al><al> In afwijking van artikel 8.1.1, eerste lid, is voorts geen
                                sloopvergunning vereist, </al><al> indien het slopen, voor zover dat betrekking heeft op asbest,
                                uitsluitend bestaat uit </al><al> het in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf
                                geheel of gedeeltelijk </al><al> verwijderen van:</al><lijst><li nr="a."><al>geklemde vloerplaten onder verwarmingstoestellen;</al></li><li nr="b."><al>verwijderen van beglazingskit dat is verwerkt in de
                                        constructie van kassen;</al></li><li nr="c."><al>rem- frictiematerialen;</al></li><li nr="d."><al>pakkingen uit verbrandingsmotoren;</al></li><li nr="e."><al>pakkingen uit procesinstallaties onderscheidenlijk
                                        verwarmingstoestellen met een</al><al> nominaal vermogen dat lager is dan 2250 kilowatt.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Verplichtingen tijdens het slopen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3.1.</nr></kop><al><vet>Veiligheid op sloopterrein.</vet></al><al>Het bepaalde in de artikelen 4.8 tot en met 4.10 is van
                                overeenkomstige toepassing op het slopen en het sloopterrein. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3.2.</nr></kop><al><vet>Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden.</vet></al><al>Op het sloopterrein moet de sloopvergunning of een besluit tot
                                toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder
                                dwangsom tot het slopen aanwezig zijn en op verzoek aan het
                                bouwtoezicht ter inzage worden gegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3.3.</nr></kop><al><vet>Plichten van de houder van de sloopvergunning.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De houder van de sloopvergunning moet het slopen, voorzover
                                        dat betrekking heeft op asbest, opdragen aan een deskundig
                                        bedrijf.</al></li><li nr="2."><al>De houder van de sloopvergunning moet een afschrift van de
                                        vergunning ter hand stellen aan het deskundig bedrijf dat
                                        het slopen krachtens aanneming van werk zal uitvoeren.</al></li><li nr="3."><al>De houder van de sloopvergunning stelt ten minste één week
                                        voorafgaande aan de aanvang van het slopen, burgemeester en
                                        wethouders schriftelijk op de hoogte van de data en
                                        tijdstippen waarop het slopen, voor zover dat betrekking
                                        heeft op asbest, zal plaatsvinden.</al></li><li nr="4."><al>De houder van de sloopvergunning stuurt binnen twee weken na
                                        de uitvoering van de werkzaamheden burgemeester en
                                        wethouders een afschrift van de resultaten van de
                                        eindbeoordeling, bedoeld in artikel 9, eerste lid van het
                                        Asbestverwijderingsbesluit 2005.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3.4.</nr></kop><al><vet>Plichten van degene die sloopt.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien wordt gesloopt zonder dat een sloopvergunning is
                                        verleend voor het slopen van asbest en tijdens het slopen
                                        asbest wordt ontdekt, is degene die sloopt verplicht hiervan
                                        terstond melding te doen aan de afdeling Handhaving van de
                                        dienst Gebiedsontwikkeling.</al></li><li nr="2."><al>Aan de afdeling Handhaving van de dienst Gebiedsontwikkeling
                                        dient ten minste twee dagen van tevoren de aanvang van de
                                        sloopwerkzaamheden te worden gemeld en uiterlijk op de dag
                                        van de beëindiging van de sloopwerkzaamheden het einde van
                                        die werkzaamheden. Indien de afdeling Handhaving van de
                                        dienst Gebiedsontwikkeling dit verlangt, moeten genoemde
                                        meldingen schriftelijk geschieden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3.5.</nr></kop><al><vet>Wijze van slopen, verpakken en opslaan van asbest.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voorzover redelijkerwijs uitvoerbaar, moet eerst het in een
                                        bouwwerk aanwezige asbest worden verwijderd, voordat het
                                        bouwwerk wordt gesloopt.</al></li><li nr="2."><al>Bij de verwijdering van asbest moeten de best bestaande
                                        technieken worden toegepast om verontreiniging van het
                                        milieu met asbest te voorkomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3.6</nr></kop><al><vet>Plichten ten aanzien van de sloop van
                                tuinbouwkassen.</vet></al><al>Vervallen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.</nr><titel>Vrij slopen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.4.1.</nr></kop><al><vet>Sloopafval algemeen.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Afval dat ontstaat door sloopwerkzaamheden waarvoor geen
                                        vergunning krachtens artikel 8.1.1, noch een melding
                                        krachtens artikel 8.2.1 is vereist, dient ten minste te
                                        worden gescheiden in de navolgende fracties:</al><lijst><li nr="a."><al>de als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen van
                                                hoofdstuk 17 van de afvalstoffenlijst behorende bij
                                                de Regeling Europese afvalstoffenlijst (EURAL; Stcr.
                                                17 augustus 2001, nr. 158, blz. 9).</al></li><li nr="b."><al>steenachtig sloopafval, zonder inbegrip van
                                                gips;</al></li><li nr="c."><al>bitumineuze en teerhoudende dakbedekking;</al></li><li nr="d."><al>met PAK's verontreinigde materialen;</al></li><li nr="e."><al>asfalt;</al></li><li nr="f."><al>dakgrind;</al></li><li nr="g."><al>overig afval.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Overig afval, zoals bedoeld in het voorgaande lid onder g,
                                        en de fracties, bedoeld in het voorgaande lid onder a tot en
                                        met f, moeten op het sloopterrein gescheiden worden
                                        gehouden. </al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9.</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Welstand.</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.1.</nr></kop><al><vet> De advisering door de welstandscommissie.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De welstandscommissie adviseert, met inachtneming van het
                                    gestelde in hoofdstuk 7 van de welstandsnota, over de
                                    welstandsaspecten van aanvragen voor regulier
                                    vergunningplichtige en licht-vergunningplichtige bouwwerken als
                                    bedoeld in artikel 44, eerste lid onder d respectievelijk
                                    artikel 44, derde lid juncto eerste lid onder d van de
                                    Woningwet.</al></li><li nr="2."><al>De welstandscommissie baseert haar advies op de in de
                                    welstandsnota genoemde welstandscriteria.</al></li><li nr="3."><al>Lid 1 en 2 zijn niet van toepassing voorzover de gemeenteraad
                                    heeft bepaald dat geen redelijke eisen van welstand gelden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.2.</nr></kop><al><vet>Samenstelling van de welstandscommissie.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De welstandscommissie bestaat ten minste uit een voorzitter en 4
                                    leden.</al></li><li nr="2."><al>Voor de voorzitter wordt een lid als plaatsvervanger aangewezen
                                    die hem bij afwezigheid kan vervangen.</al></li><li nr="3."><al>De welstandscommissie kan slechts adviezen uitbrengen indien ten
                                    minste drie leden aanwezig zijn en waarvan ten minste twee leden
                                    beschikken over deskundigheid op het gebied van welstand.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter en leden van de welstandscommissie zijn
                                    onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur.</al></li><li nr="5."><al>De welstandscommissie wordt bijgestaan door een secretaris of
                                    diens plaatsvervanger. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.3.</nr></kop><al><vet>Benoeming en zittingsduur.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en de overige leden van de welstandscommissie
                                    worden op voorstel van de burgemeester en wethouders benoemd en
                                    ontslagen door de gemeenteraad.</al></li><li nr="2."><al>De leden van de welstandscommissie kunnen ten hoogste voor een
                                    termijn van drie jaar worden benoemd. Zij kunnen eenmaal worden
                                    herbenoemd voor een periode van ten hoogste drie jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.4.</nr></kop><al><vet>Jaarlijkse verantwoording.</vet></al><al>De welstandscommissie stelt jaarlijks een verslag op van haar
                            werkzaamheden voor de gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde
                            komt:</al><lijst><li nr="-"><al>op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria
                                    uit de welstandsnota;</al></li><li nr="-"><al>de werkwijze van de welstandscommissie;</al></li><li nr="-"><al>op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van
                                    vergaderen;</al></li><li nr="-"><al>de aard van de beoordeelde plannen;</al></li><li nr="-"><al>de bijzondere projecten.</al></li></lijst><al>De welstandscommissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten
                            aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen
                            en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.5.</nr></kop><al><vet>Termijn van advisering.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De welstandscommissie brengt het advies over een aanvraag om een
                                    lichte bouwvergunning uit binnen drie weken nadat door of namens
                                    burgemeester en wethouders daarom is verzocht.</al></li><li nr="2."><al>De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag om een
                                    reguliere bouwvergunning uit binnen zes weken nadat door of
                                    namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht.</al></li><li nr="3."><al>De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag om een
                                    reguliere bouwvergunning eerste fase uit binnen drie weken nadat
                                    door of namens burgmeester en wethouders daarom is
                                    verzocht.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de
                                    welstandscommissie een langere termijn dan genoemd in de
                                    bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen
                                    van het welstandsadvies. Een langere termijn kan door
                                    burgemeester en wethouders worden gegeven indien de termijn van
                                    afdoening van de aanvraag om</al><lijst><li nr="a."><al>een lichte bouwvergunning langer is dan de in artikel
                                            46, eerste lid, sub a van de Woningwet bedoelde termijn
                                            van zes weken;</al></li><li nr="b."><al>een reguliere bouwvergunning langer is dan de in artikel
                                            46, eerste lid, sub b van de Woningwet bedoelde termijn
                                            van twaalf weken.</al></li><li nr="c."><al>een bouwvergunning eerste fase langer is dan de in
                                            artikel 46, eerste lid, sub c van de Woningwet bedoelde
                                            termijn van zes weken. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.6.</nr></kop><al><vet>Openbaarheid van vergaderen en mondelinge tolichting.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De behandeling van bouwplannen door de welstandscommissie is
                                    openbaar. De agenda voor de vergadering van de
                                    welstandscommissie wordt tijdig bekendgemaakt in een van
                                    overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of
                                    huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Indien
                                    burgemeester en wethouders - al dan niet op verzoek van de
                                    aanvrager - een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan
                                    dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op
                                    grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten
                                    grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de
                                    beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen.</al></li><li nr="2."><al>Indien de aanvrager van de bouwvergunning hierom bij het
                                    indienen van de aanvraag om bouwvergunning heeft verzocht, wordt
                                    deze door of namens de welstandscommissie in staat gesteld tot
                                    het geven van een toelichting op het bouwplan.</al></li><li nr="3."><al>In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de commissie
                                    wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting
                                    is gedaan, dient de aanvrager van de bouwvergunning een
                                    uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de commissie,
                                    waarin de aanvraag wordt behandeld.</al></li><li nr="4."><al>Belanghebbenden hebben geen spreekrecht. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.7.</nr></kop><al><vet>Afdoening bij mandaat.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De welstandscommissie kan de advisering over een aanvraag om
                                    advies mandateren aan een of meerdere daartoe aangewezen leden.
                                    De aangewezen leden adviseren over bouwplannen waarvan volgens
                                    hen het oordeel van de welstandscommissie als bekend mag worden
                                    verondersteld.</al></li><li nr="2."><al>In elk geval van twijfel legt de gemandateerde het bouwplan
                                    alsnog voor aan de welstandscommissie.</al></li><li nr="3."><al>Behandeling van bouwplannen onder mandaat is openbaar. Indien
                                    burgemeester en wethouders - al dan niet op verzoek van de
                                    aanvrager - een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan
                                    dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op
                                    grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten
                                    grondslag te leggen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.8.</nr></kop><al><vet>Vorm waarin het advies wordt uitgebracht.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De welstandscommissie adviseert en motiveert haar advies
                                    schriftelijk.</al></li><li nr="2."><al>Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens
                                    burgemeester en wethouders gevoegd bij de aanvraag om een
                                    bouwvergunning. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.9.</nr></kop><al><vet>Uitsluiting van gebieden en categorieën bouwwerken of
                                standplaatsen.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de raad op grond van artikel 12 van de Woningwet het
                                    voornemen heeft een gebied van de gemeente of een categorie
                                    bouwwerken of standplaatsen uit te sluiten van
                                    welstandstoezicht, neemt de raad het daartoe strekkende besluit
                                    niet dan nadat:</al><lijst><li nr="a."><al>op het voornemen inspraak is verleend;</al></li><li nr="b."><al>het advies van de welstandscommissie is ingewonnen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De inspraak als bedoeld in het eerste lid vindt plaats op de
                                    wijze voorzien in de krachtens artikel 150 Gemeentewet
                                    vastgestelde verordening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.10.</nr></kop><al><vet>Samenstelling van de welstandscommissie bij beschermde monumenten
                                of bouwwerken in een beschermd stadsgezicht.</vet></al><al>Vervallen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10.</nr><titel>Overige administratieve bepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.1.</nr></kop><al><vet>De aanvraag om woonvergunning en het verbod tot het als
                                woonverblijf in gebruik geven of nemen van een voor bewoning
                                ongeschikt gebouw.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij de aanvraag om woonvergunning als bedoeld in artikel 60 van
                                    de Woningwet moet worden vermeld de plaats en de aard van het
                                    gebouw en het doel waarvoor het laatstelijk is gebruikt.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een bestaand gebouw, dat laatstelijk niet of
                                    wederrechtelijk als woning of woonwagen werd gebruikt, als
                                    woonverblijf in gebruik te geven of te nemen, indien het
                                    ongeschikt is voor bewoning wegens strijd met de bouw- en/of
                                    woontechnische voorschriften van het Bouwbesluit. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.2.</nr></kop><al><vet>De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde
                                onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen.</vet></al><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.3.</nr></kop><al><vet>Overdragen vergunningen.</vet></al><al>Door of namens burgemeester en wethouders wordt de bouwvergunning, de
                            woonvergunning als bedoeld in artikel 60 van de Woningwet, de
                            gebruiksvergunning als bedoeld in artikel 6.1.1 dan wel de
                            sloopvergunning als bedoeld in artikel 8.1.1 op aanvraag van degene op
                            wiens naam de vergunning is gesteld of op aanvraag van zijn
                            rechtverkrijgende overgeschreven op naam van een ander dan degene op
                            wiens naam de vergunning is gesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.4.</nr></kop><al><vet>Overdragen mededeling.</vet></al><al>Binnen de in artikel 42, tiende lid, van de Woningwet bedoelde termijn
                            van dertien weken geldt de mededeling op een melding als bedoeld in
                            artikel 42, eerste lid, onder b, van de Woningwet zowel voor degene die
                            de melding heeft gedaan, als voor zijn rechtverkrijgenden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.5.</nr></kop><al><vet>Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en woonwagens
                                alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen.</vet></al><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.6.</nr></kop><al><vet>Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere
                                voorschriften.</vet></al><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om rekening te houden met de
                            herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen,
                            praktijkrichtlijnen en andere voorschriften waarnaar in deze verordening
                            - of in de bij deze verordening horende bijlagen - wordt verwezen,
                            indien de bevoegde instantie de betrokken norm, voornorm,
                            praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien of vervangen en die
                            herziening of vervanging heeft gepubliceerd. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>11.</nr><titel>Handhaving.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.1.</nr></kop><al><vet>Stilleggen van de bouw.</vet></al><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.2.</nr></kop><al><vet>Overtreding van het verbod tot ingebruikneming.</vet></al><al>Vervallen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.3.</nr></kop><al><vet>Stilleggen van het slopen.</vet></al><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.4.</nr></kop><al><vet>Onderzoek naar een gebrek. </vet></al><al>Vervallen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>12.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.1.</nr></kop><al><vet>Strafbare feiten.</vet></al><al>Vervallen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.2.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop
                                zij is bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op die dag vervallen:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="-"><al>de bouwverordening van de gemeente Tilburg, zoals die door
                                        de raad van die gemeente is vastgesteld bij besluit van 22
                                        maart 1993 en laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 18
                                        december 1995, onder Artikel B;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="-"><al>de overgangsbepalingen, zoals die door de raad van de
                                        gemeente Tilburg zijn vastgesteld bij besluit van 18
                                        december 1995, onder Artikel C;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="-"><al>de bouwverordening van de gemeente Berkel-Enschot, zoals die
                                        door de raad van die gemeente is vastgesteld bij besluit van
                                        5 februari 1996;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="-"><al>de bouwverordening van de gemeente Udenhout zoals die door
                                        de raad van die gemeente is vastgesteld bij besluit van 25
                                        februari 1993 en laatstelijk is gewijzigd is bij besluit van
                                        30 november 1995. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.3.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunningen, toestemmingen, vrijstellingen of ontheffingen - hoe
                                ook genaamd -, verleend krachtens de in artikel 12.2, lid 2 genoemde
                                verordeningen, blijven, indien en voorzover de voorschriften waarop
                                zij betrekking hebben ook zijn vervat in deze verordening en
                                voorzover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken, van kracht
                                tot de tijd waarvoor zij werden verleend is verstreken of totdat zij
                                worden ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanwijzingen, nadere eisen, voorschriften en beperkingen - hoe ook
                                genaamd -, gegeven danwel opgelegd krachtens de in artikel 12.2, lid
                                2 genoemde verordeningen, blijven van kracht, indien en voorzover de
                                bepalingen, ingevolge welke zij zijn gegeven danwel opgelegd, ook
                                zijn vervat in deze verordening en voorzover zij niet eerder zijn
                                vervallen of ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning, toestemming, vrijstelling of ontheffing
                                - hoe ook genaamd - op grond van de in artikel 12.2, lid 2, genoemde
                                verordeningen is ingediend en vóór het tijdstip van in
                                werkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is
                                beslist, worden daarop de overeenkomstige bepalingen van deze
                                verordening toegepast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op
                                meldingen van het voornemen tot sloop.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien ten behoeve van de bouw van een bouwvergunningplichtig
                                bouwwerk in enig ander verband dan de aanvraag om bouwvergunning
                                indicatief bodemonderzoek is verricht, geldt dit indicatieve
                                bodemonderzoek als het in artikel 2.1.5 bedoelde verkennende
                                bodemonderzoek, tenzij burgemeester en wethouders van mening zijn,
                                dat het indicatieve bodemonderzoek niet meer als een recent
                                onderzoek kan worden gezien.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het bepaalde in de artikelen 5.1.2 en 5.1.3 inzake de bereikbaarheid
                                van gebouwen is niet van toepassing op een gebouw, dat gebouwd is of
                                wordt op basis van een bouwvergunning als bedoeld in artikel 47,
                                eerste lid, van de Woningwet van 12 juli 1962, tenzij bij een latere
                                vergunning op grond van artikel 40 van de Woningwet eisen aan de
                                bereikbaarheid van dat gebouw zijn gesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.4.</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de "bouwverordening".</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.5</nr><titel>Overgangsbepaling sloopmelding</titel></kop><al>Vervallen. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 27 januari 1997</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, de secretaris,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>BIJLAGEN</titel></kop><tussenkop> Bijlage 1.</tussenkop><tussenkop>Gegevens en bescheiden aanvraag bouwvergunning. </tussenkop><al>Vervallen.</al><tussenkop>Bijlage 2. </tussenkop><tussenkop>Gegevens en bescheiden aanvraag gebruiksvergunning.</tussenkop><al/><tussenkop>Bijlage behorende bij artikel 6.1.2.</tussenkop><al>De aanvraag voor een gebruiksvergunning als bedoeld in artikel 6.1.1 moet de
                    volgende gegevens bevatten.</al><tussenkop>Artikel 1.</tussenkop><lijst><li nr="a."><al>de naam en het correspondentie-adres in Nederland van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>indien een gemachtigde is aangewezen, diens naam en
                            correspondentie-adres in Nederland, en een door de aanvrager
                            ondertekende machtiging;</al></li><li nr="c."><al>een duidelijke omschrijving van de plaats en de bestemming van het
                            bouwwerk of de bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>de wijze van verwarming van het bouwwerk, onder vermelding van de
                            energiebron;</al></li><li nr="e."><al>voor de in artikel 6.1.1, bedoelde bouwwerken bovendien het maximum
                            aantal personen, dat gelijktijdig in het bouwwerk zal verblijven. </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 2. </tussenkop><al>De aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 6.1.1, moet zijn voorzien van de
                    volgende tekeningen en overige bescheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>een situatietekening, vermeldende de kadastrale aanduiding en zo
                            mogelijk de straatnaam en het huisnummer van het bouwwerk c.q. de
                            bouwwerken, op een schaal van 1:1000;</al></li><li nr="b."><al>een bouwkundige plattegrond tekening van het bouwwerk c.q. de bouwwerken
                            op een schaal van ten minste 1:100, aangevende de indeling, de
                            bestemming van de verschillende ruimten en de aan te brengen
                            brandveiligheidsvoorzieningen, waarop voor de in artikel 6.1.1, eerste
                            lid, onder c en d, bedoelde bouwwerken tevens de opstelling van de
                            bedden moet zijn aangegeven;</al></li><li nr="c."><al>voor een bouwwerk, als bedoeld in artikel 6.1.1, eerste lid, onder a,
                            daarenboven: een plattegrond op een schaal van tenminste 1:100,
                            aangevende de vrij te houden gang- en looppaden en de overige voor het
                            publiek beschikbare vrije vloeroppervlakte:</al></li><li nr="d."><al>voor een bouwwerk, als bedoeld in artikel 6.1.1, eerste lid onder a,
                            voor zover daarin ten behoeve van de gebruikers zitplaatsen in rijen
                            worden opgesteld, daarenboven: een plattegrondtekening op een schaal van
                            tenminste 1:100, aangevende de opstelling van de zitplaatsen, de vrij te
                            houden gang- en looppaden en de overige voor het publiek beschikbare
                            vrije vloeroppervlakte. </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 3. </tussenkop><al>De tekeningen moeten duidelijk en zaakkundig zijn uitgevoerd een en ander
                    overeenkomstig het gestelde in artikel 2.2 van de bijlage bij Besluit
                    indieningsvereisten. </al><tussenkop>Bijlage 3. </tussenkop><tussenkop>Gebruikseisen voor bouwwerken. </tussenkop><tussenkop>Bijlage 3 Gebruikseisen voor bouwwerken.</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. </tussenkop><tussenkop>Vrijhouden van terreingedeelten.</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De bij het bouwwerk behorende brandkranen en andere bluswaterwinplaatsen
                            moeten voldoende worden vrijgehouden voor blusvoertuigen, en wel zodanig
                            dat hiervan onbelemmerd gebruik kan worden gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>De verbindingsweg, bedoeld in de artikelen 2.5.3, eerste en tweede lid,
                            en 5.1.2, eerste en tweede lid, en de bijbehorende opstelplaatsen voor
                            brandweervoertuigen moeten over de volle hoogte en ter breedte van de
                            verharding worden vrijgehouden. Hekwerken die deze verbindingswegen en
                            opstelplaatsen afsluiten, moeten snel en gemakkelijk kunnen worden
                            geopend.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 2 </tussenkop><tussenkop>Elektrische installaties en toestellen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een verlichtingsinstallatie of een verlichtingstoestel
                            te gebruiken, indien dat gebruik door de eigenschappen van die
                            installatie of dat toestel gevaar oplevert voor het ontstaan van
                            brand.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een verlichtingsinstallatie of een verlichtingstoestel
                            op zodanige wijze te gebruiken, dat het gebruik door de wijze waarop die
                            installatie of dat toestel is opgesteld of aangebracht, gevaar oplevert
                            voor het ontstaan van brand.</al></li><li nr="3."><al>De bij of krachtens enig wettelijk voorschrift vereiste
                            noodverlichtingsinstallatie wordt ten minste eenmaal per jaar door een
                            ter zake kundige gecontroleerd op de goede werking. Het nodige onderhoud
                            wordt verricht.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 3. </tussenkop><tussenkop>Installaties voor verwarming en kookdoeleinden. </tussenkop><lijst><li nr="1."><al>In de stookruimte mogen geen brandbare goederen worden opgeslagen /
                            opgesteld. Stooktoestellen die buiten een stookruimte zijn opgesteld,
                            dienen vrij te worden gehouden van brandbare goederen.</al></li><li nr="2."><al>Een opening ten behoeve van de toevoer van verbrandingslucht, op grond
                            van enige regeling geëist, wordt niet afgesloten.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden een verwarmingsinstallatie of verwarmingstoestel te
                            gebruiken, indien dat gebruik door de eigenschappen van die installatie
                            of dat toestel zelf gevaar oplevert voor het ontstaan van brand.</al><al> Het bedoelde gevaar als gevolg van de eigenschappen wordt niet geacht
                            aanwezig </al><al> te zijn bij het gebruik van:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="-"><al>centraleverwarmingsinstallaties die voldoen aan de
                                    veiligheidseisen voor </al><al> centraleverwarmingsinstallaties, opgenomen in NEN 3028, uitgave
                                    2004;</al></li><li nr="-"><al>centraleverwarmingsinstallaties voor het stoken van gas dat
                                    wordt </al><al>gedistribueerd door middel van pijpleidingen welke installaties
                                    bovendien voldoen aan de gasinstallatievoorschriften, opgenomen
                                    in NEN 1078, uitgave 1999;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="-"><al>niet op de centrale distributienetten aangesloten installaties
                                    voor het stoken </al><al> met vloeibaar gas die voldoen aan de eisen in NEN 1078, uitgave
                                    1999.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het is verboden een verwarmingsinstallatie of verwarmingstoestel te
                            gebruiken, </al><al>indien dat gebruik door de wijze waarop die installatie of dat toestel
                            is opgesteld of aangebracht gevaar oplevert voor het ontstaan van brand.
                        </al></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>Het is verboden een verwarmingstoestel dat bedoeld is te functioneren
                            met een </al><al>rookgasafvoer te gebruiken zonder een doeltreffende voorziening voor de
                            afvoer van rook.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4. </tussenkop><tussenkop>Voorzieningen voor de afvoer van rookgassen.</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voorziening voor afvoeren van rook te gebruiken dat
                            niet doeltreffend is gereinigd.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een voorziening voor afvoeren van rook uit te
                            branden.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden een voorziening voor afvoeren van rook te gebruiken,
                            indien dit gebruik door de toestand waarin de voorziening voor afvoeren
                            van rook zich bevindt dreigend gevaar oplevert voor de veiligheid van
                            personen.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden een voorziening voor afvoeren van rook waarin brand
                            heeft gewoed te gebruiken voordat het is gereinigd en zonodig
                            hersteld.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 5.</tussenkop><tussenkop>Verbod voor roken en open vuur.</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te roken of vuur te hebben</al><lijst><li nr="-"><al>in een ruimte bestemd voor de opslag van een of meer der stoffen
                                    genoemd in de Regeling Bouwbesluit 2003;</al></li><li nr="-"><al>bij het verrichten van werkzaamheden die het uitstromen van
                                    brandbare vloeistoffen en/of gassen kunnen veroorzaken;</al></li><li nr="-"><al>bij het vullen van een brandstofreservoir met een brandbare
                                    vloeistof of een brandbaar gas.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Niemand mag roken of vuur bij zich hebben op plaatsen waar een zodanig
                            verbod, ter voldoening aan hetgeen bij of krachtens wettelijk
                            voorschrift is gesteld, op een voor een ieder kenbare wijze is
                            aangegeven. </al></li><li nr="3."><al>Het rookverbod c.q. open vuur verbod wordt op opvallende plaatsen
                            duidelijk zichtbaar aangegeven door middel van het opschrift ‘VERBODEN
                            TE ROKEN’ of ‘VERBODEN VOOR OPEN VUUR’, dan wel door middel van een
                            gestandaardiseerd symbool overeenkomstig het gestelde in de norm NEN
                            3011, uitgave 2004. </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 6. </tussenkop><tussenkop>Blusleidingen en de bijbehorende pompinstallaties.</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Ten minste eenmaal per jaar moet door een ter zake kundige het nodige
                            onderhoud worden verricht en een controle worden gehouden op de reinheid
                            en goede werking van blusleidingen en de eventueel bijbehorende
                            pompinstallaties.</al></li><li nr="2."><al>Bij oplevering van de installatie en daarna eenmaal per vijf jaar wordt
                            de droge blusleiding getest conform NEN 1594, uitgave 1991 en NEN
                            1594/A1, uitgave 1997. </al></li><li nr="3."><al>De pompinstallatie voor de blusleiding moet ten minste eenmaal per maand
                            worden gecontroleerd op een goede werking en zo nodig worden
                            gerepareerd.</al></li><li nr="4."><al>Ten minste een maal per jaar moet door een ter zake kundige het nodige
                            onderhoud worden verricht en een controle worden gehouden op de goede
                            werking van de blusleiding en de bijbehorende pompinstallatie. </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 7.</tussenkop><tussenkop>Brandweerlift.</tussenkop><al>Ten minste eenmaal per jaar moet door een ter zake kundige het nodige onderhoud
                    worden verricht en een controle worden gehouden op de reinheid, veiligheid en
                    goede werking van brandweerliften. </al><tussenkop>Artikel 8. </tussenkop><tussenkop>Brandmeldinstallatie. </tussenkop><al>Met betrekking tot het gebruik van de bij of krachtens hoofdstuk 2 vereiste
                    brandmeldinstallatie met verplichte doormelding naar de brandweer moet te allen
                    tijde een geldig certificaat kunnen worden overgelegd, als bedoeld in de
                    Regeling Brandmeldinstallaties 2002 van het Centrum voor Criminaliteitspreventie
                    en Veiligheid (CCV) in Den Haag, dan wel een certificaat waarvan een door
                    burgemeester en wethouders erkende, ter zake kundige, onafhankelijke
                    onderzoeksinstelling in een schriftelijke verklaring heeft aangetoond dat dit
                    certificaat ten minste gelijkwaardig is aan een certificaat als bedoeld in de
                    vorengenoemde Regeling Brandmeldinstallaties 2002.</al><tussenkop> Artikel 9. </tussenkop><tussenkop>Ontruimingsalarminstallatie.</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De ontruimingsalarminstallatie moet te allen tijde voor onmiddellijk
                            gebruik beschikbaar zijn. Het beheer, de controle en het onderhoud van
                            de ontruimingsalarminstallatie wordt geregeld conform NEN 2654-2,
                            uitgave 2004.</al></li><li nr="2."><al>De gebruiker van het bouwwerk waarin bij of krachtens enig wettelijk
                            voorschrift een ontruimingsalarminstallatie is geëist, stelt een
                            ontruimingsplan op ten behoeve van de in het bouwwerk aanwezige
                            personen. Het ontruimingsplan wordt opgesteld volgens de relevante delen
                            van de NTA 8112.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 10. </tussenkop><tussenkop>Automatische brandblusinstallatie. </tussenkop><al>Met betrekking tot het gebruik van de automatische brandblusinstallatie moet te
                    allen tijde een geldig certificaat kunnen worden overgelegd, dat door
                    burgemeester en wethouders wordt aanvaard. Burgemeester en wethouders aanvaarden
                    altijd een geldig certificaat indien dit certificaat afkomstig is van een
                    certificeringsinstelling die terzake is erkend door de Raad voor
                    Accreditatie.</al><tussenkop>Artikel 11. </tussenkop><tussenkop>Brandslanghaspels en de bijbehorende pompinstallatie.</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De pompinstallatie van een bij of krachtens enig wettelijk voorschrift
                            aanwezige brandslanghaspel moet ten minste eenmaal per maand worden
                            gecontroleerd op een goede werking en zo nodig worden gerepareerd.</al></li><li nr="2."><al>Ten minste eenmaal per jaar moet door een ter zake kundige het nodige
                            onderhoud worden verricht en een controle worden gehouden op de reinheid
                            en goede werking van de brandslanghaspel en de daarbij behorende
                            pompinstallaties conform NEN-EN 671-3, uitgave 2000. </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 12. </tussenkop><tussenkop>Automatisch werkende deuren.</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Automatisch werkende deuren in een vluchtroute mogen de ontvluchting
                            niet belemmeren.</al></li><li nr="2."><al>Bij aanwezigheid van een sluisconstructie worden voorzieningen
                            getroffen, zodat in geval van brand de sluiswerking teniet wordt
                            gedaan.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 12A. </tussenkop><tussenkop>Deuren van overdruktrappehuizen. </tussenkop><al>De deuren die op de verdiepingen van gebouwen leiden naar een
                    overdruktrappenhuis, als bedoeld in NEN 6092, uitgave 1995, moeten op ooghoogte
                    zijn voorzien van een herkenbaar opschrift waaruit blijkt dat het een
                    overdruktrappenhuis is. </al><tussenkop>Artikel 13. </tussenkop><tussenkop>Kwaliteit van vluchtrouteaanduiding.</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De vluchtrouteaanduiding, die bij of krachtens enig wettelijk
                            voorschrift is vereist, dient altijd goed zichtbaar te zijn.</al></li><li nr="2."><al>De vluchtrouteaanduiding die bij of krachtens enig wettelijk voorschrift
                            is vereist, wordt tenminste eenmaal per jaar gecontroleerd en zo nodig
                            gerepareerd.</al></li></lijst><al>Toelichting:</al><al>het bouwbesluit 1992 was het voorschrift opgenomen dat een vluchtrouteaanduiding
                    van een gebruiksfunctie, indien die gebruiksfunctie op grond van enig wettelijk
                    voorschrift een voorziening voor noodstroom moet hebben, de genoemde
                    vluchtroute-aanduiding moet zijn voorzien van verlichting en op de
                    noodstroomvoorziening moet zijn aangesloten. In verband met de komst van het
                    Bouwbesluit 2003 is het onderhavige voorschrift thans opgenomen in het najaar
                    2002 aan de Model-bouwverordening 1992 toegevoegde artikel 2.6.9, tweede lid.
                    Voor de staat van vluchtrouteaanduidingen in bestaande bouwwerken en als
                    aanschrijvingsgrondslag wordt het hiervoor bedoelde voorschrift in artikel
                    2.6.9, eerste lid van overeenkomstige toepassing verklaard in artikel 5.2.1 van
                    de bouwverordening.</al><tussenkop>Artikel 14. </tussenkop><tussenkop>Gasflessen.</tussenkop><al>Vervallen.</al><tussenkop>Artikel 15 </tussenkop><tussenkop>Rookbeheersingssystemen</tussenkop><al>Met betrekking tot het gebruik, het onderhoud en de controle van het bij of
                    krachtens enig wettelijk voorschrift vereiste rookbeheersingssysteem moet te
                    allen tijde een geldig certificaat kunnen worden overgelegd, dat is verleend
                    door een door burgemeester en wethouders aanvaarde instelling.</al><tussenkop>Artikel 16. </tussenkop><al>Vervallen.</al><tussenkop>Artikel 17 </tussenkop><tussenkop>Onderhoud van rook- en brandscheidingen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Voorzieningen in doorvoeren door een wand waarvoor een
                            rookwerendheidseis en/of brandwerendheidseis geldt, worden door een ter
                            zake kundige ten minste eenmaal per jaar gecontroleerd op een goede
                            werking en zo nodig gerepareerd.</al></li><li nr="2."><al>Ten minste eenmaal per jaar wordt door een ter zake kundige het nodige
                            onderhoud verricht en een controle gehouden op de goede werking van de
                            voorzieningen in doorvoeren door een wand waarvoor een
                            rookwerendheidseis en/of een brandwerendheidseis geldt.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 18. </tussenkop><al>Vervallen. </al><tussenkop>Artikel 19. </tussenkop><tussenkop>Logboek.</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De historie van de brandbeveiligingsvoorzieningen, de werkzaamheden en
                            het onderhoud bij of krachtens enig voorschrift uit deze verordening
                            inclusief bijlagen vereist, worden in een logboek vermeld.</al></li><li nr="2."><al>Het logboek ligt in het bouwwerk ter inzage en wordt onmiddellijk aan de
                            met toezicht belaste personen getoond. </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 20. </tussenkop><tussenkop>Werkzaamheden, niet behorend tot de normale bedrijfsuitoefening. </tussenkop><al>Voordat er onderhouds-, herstellings-, wijzigings- of sloopwerkzaamheden worden
                    uitgevoerd, waarbij stoffen als bedoeld in de Regeling bouwbesluit 2003, of
                    gereedschappen worden gebruikt, in, op of aan een bouwwerk of installatie van
                    een bouwwerk dat vanwege zijn kunstwaarde, wetenschappelijk of maatschappelijk
                    belang bijzondere bescherming behoeft geen brandgevaar, wordt dit door de
                    rechthebbende van dat bouwwerk aan burgemeester en wethouders gemeld.</al><tussenkop>Artikel 21 </tussenkop><tussenkop>Rookmelders in woningen.</tussenkop><al>De op grond van artikel 2.146, lid 7, van het Bouwbesluit 2003 aanwezige
                    rookmelders moeten adequaat functioneren volgens NEN 2555, uitgave 2002.</al><tussenkop>Artikel 22 </tussenkop><tussenkop>Roltrap.</tussenkop><al>Een terugloopruimte van een roltrap wordt ter voorkoming van brand vrijgehouden
                    van vuil en stof. Deze ruimte wordt daartoe overeenkomstig NEN-EN 13015, uitgave
                    2001, ten minste eenmaal per kwartaal onderhouden en gereinigd.</al><tussenkop>Artikel 23 </tussenkop><tussenkop>Garantiecertificaat.</tussenkop><al>Constructie-onderdelen die uitsluitend met aanvullende behandelingen de
                    benodigde prestaties kunnen garanderen, zijn voorzien van een geldig
                    certificaat. Het certificaat wordt opgenomen in het logboek.</al><tussenkop>Artikel 24 </tussenkop><tussenkop>Opslag van goederen in rookvrije vluchtroutes.</tussenkop><al> De opslag van goederen is niet toegestaan in:</al><lijst><li nr="a."><al>rookvrije vluchtroutes van slaapgebouwen (woonfunctie, logiesfunctie,
                            celfunctie, gezondheidszorgfunctie);</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>brand- en rookvrije vluchtroutes van niet-slaapgebouwen
                            (bijeenkomstfunctie, industriefunctie, kantoorfunctie, onderwijsfunctie,
                            sportfunctie, winkelfunctie, </al><al>overige gebruiksfunctie).</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 25 </tussenkop><tussenkop>Bluswaterwinplaats op eigen terrein.</tussenkop><al>De rechthebbende op een bouwwerk, ten behoeve waarvan een bluswaterwinplaats
                    aanwezig is, is verplicht deze zodanig te onderhouden, dat daaruit te allen
                    tijde over voldoende bluswater kan worden beschikt.</al><tussenkop>Bijlage 4. </tussenkop><tussenkop>Gebruikseisen voor bouwwerken, niet zijnde een- en meergezinshuizen en
                    woonwagens,behalve voor een- en meergezinshuizen en woonwagens waarin sprake is
                    van een verminderde zelfredzaamheid van bewoners in combinatie met permanent
                    toezicht op en begeleiding van bewoners.</tussenkop><al/><tussenkop>Bijlage 4 Gebruikseisen voor bouwwerken met uitzondering van de
                    niet-</tussenkop><tussenkop> gemeenschappelijke ruimten in woonfuncties </tussenkop><tussenkop>Artikel 1. </tussenkop><tussenkop>Uitgangen en vluchtwegen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Een deur in de vluchtroute wordt bij aanwezigheid van personen in het
                            bouwwerk zodanig gesloten, dat de deur in geval van calamiteit ten
                            behoeve van deze personen van binnen uit onmiddellijk over de minimaal
                            vereiste breedte kan worden geopend zonder dat hiertoe gebruik moet
                            worden gemaakt van een sleutel of een ander los voorwerp. Deze eis geldt
                            niet voor de toegangsdeur van een woonfunctie, een celfunctie of een
                            vergelijkbare gebruiksfunctie als de celfunctie.</al></li><li nr="2."><al>Deuren en luiken die een brandwerende en/of rookwerende functie hebben,
                            worden niet langer in geopende stand gehouden dan voor het verkeer van
                            personen of het vervoer van goederen noodzakelijk is, tenzij door middel
                            van automatische inrichtingen die de deuren, respectievelijk luiken,
                            loslaten zodra een toestand intreedt waarin deze als brandwering en/of
                            rookwering moeten dienen.</al></li><li nr="3."><al>Een deur die in een vluchtroute ligt van een ruimte waarin meer dan 100
                            personen zullen verblijven en een deur in een doorgang of uitgang
                            bestemd voor ontvluchting van meer dan 100 personen wordt niet anders
                            gesloten dan door middel van</al><lijst><li nr="a."><al>een sluiting, waarbij de deur opengaat door een lichte druk
                                    tegen de deur, in </al><al> de vluchtrichting gezien, </al></li><li nr="b."><al>een sluiting waarvan de bedieningsinrichting bestaat uit een op
                                    de deur, in </al><al>de vluchtrichting gezien, aangebrachte voorziening, waarbij de
                                    deur opengaat door een lichte druk tegen deze voorziening
                                    (panieksluiting).</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>Aan de tegen de vluchtrichting in gekeerde zijde van een nooddeur in
                            een</al><al> uitwendige scheidingsconstructie wordt een opschrift aangebracht
                            volgens </al><al> NEN 3011, uitgave 2004. Het opschrift luidt: "NOODDEUR
                            VRIJHOUDEN".</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 2. </tussenkop><tussenkop>Bekleding, stoffering en versiering. </tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Stoffering en versiering worden vrijgehouden van spots en andere warm
                            wordende apparatuur. De temperatuur ter plaatse van de versiering is
                            niet hoger dan 90 °C.</al></li><li nr="2."><al>Tussen het vloeroppervlak van een ruimte en de aangebrachte versiering
                            blijft een vrije ruimte over van minimaal 2,5 meter.</al></li><li nr="3."><al>De versiering als bedoeld in het vorige lid is in geval van brand niet
                            gemakkelijk ontvlambaar, in geval van brand vindt geen druppelvorming
                            plaats.</al></li><li nr="4."><al>Met brandbaar gas gevulde ballonnen zijn binnen een bouwwerk niet
                            aanwezig.</al></li><li nr="5."><al>De toe te passen materialen en aankledingsproducten hebben in
                            vluchtroutes een navlamduur van ten hoogste 15 seconden en een
                            nagloeiduur van ten hoogste 60 seconden.</al></li><li nr="6."><al>De toegepaste bekleding, stoffering en versiering voldoen ten minste aan
                            de eisen ten aanzien van de brand- en rookklassen zoals gesteld in
                            afdeling 2.12 en 2.15 van het Bouwbesluit 2003 die op die locatie gelden
                            voor constructieonderdelen.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 3.</tussenkop><tussenkop>Elektrische verlichting. </tussenkop><al>Indien een ruimte de mogelijkheid met zich meebrengt dat deze tijdens de
                    aanwezigheid van personen wordt verduisterd, is in die ruimte, indien er meer
                    dan vijftig personen gelijktijdig verblijven, elektrische verlichting aanwezig
                    van zodanige sterkte dat een redelijke oriëntering mogelijk is</al><tussenkop> Artikel 4. </tussenkop><tussenkop>Aanduiding van blusmiddelen.</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Een blusmiddel dat bij of krachtens enig wettelijk voorschrift aanwezig
                            is, is voldoende herkenbaar of zichtbaar aangegeven.</al></li><li nr="2."><al>Draagbare blusmiddelen moeten op een hoogte van ongeveer 1 meter vanaf
                            de vloer middels een beugel bevestigd zijn, duidelijk zichtbaar zijn en
                            direct inzetbaar. </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 5. </tussenkop><tussenkop>Toepassen van vuurwerk binnen een gebouw.</tussenkop><al>Voor het afsteken van vuurwerk in bouwwerken wordt veertien dagen van tevoren
                    een overzicht bij burgemeester en wethouders ingediend, waaruit blijkt dat die
                    activiteit op veilige wijze zal plaatsvinden.</al><tussenkop>Artikel 6. </tussenkop><tussenkop>Opstelling van inventaris. </tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Bij in rijen opgestelde zitplaatsen moet tussen de rijen een vrije
                            ruimte aanwezig zijn van ten minste 0.40 meter, gemeten tussen de
                            loodlijnen door de elkaar dichtst naderende gedeelten van de rijen.
                            Indien in een rij tussen zitplaatsen tafeltjes zijn geplaatst, moet de
                            genoemde vrije ruimte ter plaatse van de tafeltjes doorlopen.</al></li><li nr="2."><al>In rijen opgestelde zitplaatsen, waarbij sprake is van</al><lijst><li nr="-"><al>meer dan 4 stoelen in een rij, en</al></li><li nr="-"><al>meer dan 4 rijen, en</al></li><li nr="-"><al>een ruimte waarin meer dan 100 stoelen aanwezig zullen
                                    zijn,</al><al>zijn zo gekoppeld dan wel aan de vloer bevestigd dat deze ten
                                    gevolge van gedrang niet kunnen verschuiven of omvallen.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Een rij zitplaatsen, die slechts aan een einde op een gangpad of uitgang
                            uitkomt, mag niet meer dan 8 zitplaatsen bevatten.</al></li><li nr="4."><al>Een rij zitplaatsen die aan beide einden op een gangpad of een uitgang
                            uitkomt, mag ten hoogste bevatten: </al><lijst><li nr="-"><al>16 zitplaatsen, indien de vrije ruimte tussen de rijen kleiner
                                    is dan 0,45 meter;</al></li><li nr="-"><al>32 zitplaatsen, indien de vrije ruimte tussen de rijen groter is
                                    dan 0,45 meter; </al></li><li nr="-"><al>50 zitplaatsen, indien de vrije ruimte tussen de rijen groter is
                                    dan 0,45 meter en er bovendien aan beide einden van de rijen per
                                    4 rijen een uitgang met een breedte van ten minste 1,10 meter
                                    aanwezig is.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De inrichting van een ruimte, met inbegrip van door personen bezette
                            stoelen,</al><al> neemt tot een hoogte van 2,5 meter slechts zodanige oppervlakten in
                            beslag – </al><al> gemeten in loodrechte projectie op de vloer- dat ten minste</al><lijst><li nr="-"><al>0,25 m<sup>2</sup> vloeroppervlakte beschikbaar blijft voor
                                    iedere persoon waarvoor</al><al> een zitplaats aanwezig is, </al></li><li nr="-"><al>0,30 m2 vloeroppervlakte beschikbaar blijft voor iedere persoon
                                    waarvoor</al><al> een zitplaats aanwezig is die zodanig is of is aangebracht dat
                                    deze ten </al><al> gevolge van gedrang niet kan verschuiven of omvallen,</al></li><li nr="-"><al>0,50 m<sup>2</sup> vloeroppervlakte beschikbaar blijft voor
                                    iedere persoon waarvoor</al><al> een zitplaats aanwezig is die niet zodanig is of is aangebracht
                                    dat deze ten </al><al> gevolge van gedrang niet kan verschuiven of omvallen.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="6."><al>Inrichtingen in een ruimte waarin personen verblijven, zijn, indien de
                            vrije vloeroppervlakte minder dan 0,5 m<sup>2</sup><sup/>per persoon
                            bedraagt, zodanig aangebracht </al><al>dat zij ten gevolge van gedrang niet kunnen verschuiven of
                            omvallen.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 7. </tussenkop><al>Vervallen. </al><tussenkop>Artikel 8. </tussenkop><tussenkop>Periodieke controle van draagbare blustoestellen. </tussenkop><al>Ten minste eenmaal per jaar wordt door een ter zake kundige het nodige onderhoud
                    verricht conform NEN 2559, uitgave 2001 en een controle gehouden op de reinheid
                    en de goede werking van draagbare blustoestellen. Indien nodig worden deze
                    gerepareerd.</al><tussenkop> Artikel 9 </tussenkop><tussenkop> Brandvoortplantingsklasse van plaatmateriaal</tussenkop><al> Hout, hardboard, triplex, multiplex, spaanplaat en kunststof plaatmateriaal in </al><al> buitenwanden, scheidingswanden of plafonds van stands, podia, kramen etc. die
                    in </al><al> gebouwen zijn gelegen, wordt uitsluitend toegepast onder de voorwaarden
                    dat</al><lijst><li nr="a."><al>het materiaal ten minste 3,5 mm dik is en</al></li><li nr="b."><al>het materiaal kan worden ingedeeld in klasse 4 als bedoeld in NEN 6065,
                            uitgave</al><al> 1991 en NEN 6065/A1, uitgave 1997.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><tussenkop>Glas</tussenkop><al> Glas als versiering en/of bekleding aan plafonds en wanden dan wel in plafonds
                    van </al><al> stands podia, kramen etc. of in buitenwanden en scheidingswanden tussen stands </al><al> podia, kramen etc.</al><al> wordt uitsluitend toegepast onder de voorwaarde dat het glas als
                    veiligheidsglas </al><al> wordt aangemerkt of dat het glas is voorzien van een ingegoten kruiswapening
                    met </al><al> een maximale maaswijdte van 16 mm.</al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><tussenkop>Textiel in horizontale toepassing</tussenkop><al> Textiel in horizontale toepassing bij stands, podia, kramen etc. wordt
                    uitsluitend </al><al> toegepast onder de voorwaarden dat het textiel onderspannen is met metaaldraad
                    op </al><al> een onderlinge afstand van ten hoogste 0,35 meter of dat het textiel
                    onderspannen is </al><al> met metaaldraad in twee richtingen met een maaswijdte van ten hoogste 0,70
                    meter</al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><tussenkop>Toepassing van kunststof foliemateriaal,behangpapier,
                    crêpepapier of fotopapier</tussenkop><al> Kunststof foliemateriaal, behangpapier, crêpepapier en fotopapier in stands,
                    podia, </al><al> kramen etc. wordt geplakt op een ondergrond van onbrandbaar materiaal, board, </al><al> triplex, multiplex, spaanplaat, hout of glas en verwerkt volgens het gestelde
                    in artikel </al><al> 9 en 10 van bijlage 4 van de bouwverordening.</al><tussenkop>Bijlage 5 Opslag brandgevaarlijke stoffen</tussenkop><tussenkop>Bijlage behorend bij artikel 6.2.2</tussenkop><al>Tabel 6.2.2 Opslag brandgevaarlijke stoffen</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="38*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="21*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="17*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>ADR-klasse</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Verpakkinggroep</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Toegestane maximum hoeveelheid in kg of
                                        l<sup/></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2</vet></al><al> UN 1950 Spuitbussen &amp; UN 2037 Houders, klein, gas</al></entry><entry colname="col2"><al>gassen zoals propaan, zuurstof, stikstof, argon,
                                        kooldioxide, acyteleen, aerosolen (spuitbussen)</al></entry><entry colname="col3"><al>n.v.t.</al></entry><entry colname="col4"><al>50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en
                                        aceton</al></entry><entry colname="col3"><al>II</al></entry><entry colname="col4"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3</vet></al><al>excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een
                                        vlampunt tussen 61°C en 100°C</al></entry><entry colname="col2"><al>brandbare vloeistoffen zoals terpetine en bepaalde
                                        inkten</al></entry><entry colname="col3"><al>III</al></entry><entry colname="col4"><al>50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4.1, 4.2, 4.3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen
                                        en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand
                                        zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders</al><al>4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit
                                        of geel) en diethylzink</al><al>4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen
                                        ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en
                                        calciumcarbonaat</al></entry><entry colname="col3"><al>II en III</al></entry><entry colname="col4"><al>50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>5.1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide</al></entry><entry colname="col3"><al>II en III</al></entry><entry colname="col4"><al>50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>5.2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>organische peroxiden zoals dicymyl peroxide en di-propionyl
                                        peroxide</al></entry><entry colname="col3"><al>n.v.t.</al></entry><entry colname="col4"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2</vet></al><al>gasflessen</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>n.v.t</al></entry><entry colname="col4"><al>115 </al><al>liter waterinhoud</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3</vet></al><al>dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt
                                        tussen 61°C en 100°C</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>III</al></entry><entry colname="col4"><al>1.000 liter</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Op grond van artikel 6.2.2 is het in beginsel verboden een stof die in bijlage 5
                    is aangemerkt, aanwezig te hebben in, op of nabij een bouwwerk. Hierop worden
                    echter uitzonderingen gemaakt. De uitzonderingen maken het mogelijk om deze
                    stoffen in beperkte voorraad aanwezig te hebben. Hierbij moet gedacht worden aan
                    ‘huishoudelijk gebruik’. De grenzen die in bijlage 5 zijn aangegeven zijn
                    afgestemd op de ondergrenzen die in de Wet Milieubeheer worden gesteld. </al><tussenkop>Bijlage 6. </tussenkop><tussenkop> Opslag brandgevaarlijke stoffen.</tussenkop><al> Vervallen.</al><tussenkop>Bijlage 7. </tussenkop><tussenkop>Kwaliteitseisen voor buizen en hulpstukken van buitenriolering op erven
                    en terreinen.</tussenkop><tussenkop>Bijlage als bedoeld in artikel 2.7.6.</tussenkop><al>De NEN-normen, bedoeld in artikel 2.7.6, zesde lid, zijn de volgende:</al><lijst><li nr="a."><al>NEN 7002, uitgave 1968, 'Centrifugaal gegoten gietijzeren afvoerbuizen'
                            (met correctieblad d.d. december 1979);</al></li><li nr="b."><al>NEN 7003, uitgave 1968, 'Hulpstukken voor gietijzeren afvoerbuizen' (met
                            correctieblad d.d. december 1979);</al></li><li nr="c."><al>NEN 7013, uitgave 1980, 'Expansiestukken van PVC en ABS voor binnen- en
                            buitenrioleringen';</al></li><li nr="d."><al>NEN-EN 1401, uigave 1998, "Kunststofleidingsystemen voor vrij verval
                            buitenriolering-Ongeplastificeerd PVC (PVC-U)-Deel 1. Eisen voor buizen,
                            hulpstukken en het systeem" (Engelstalig; met correctieblad NEN-EN
                            1401-1/C1, uitgave 1998, Nederlandstalig.</al></li><li nr="e."><al>NEN-EN 295-1, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken, alsmede
                            buisverbindingen voor riolering onder vrij verval - Deel 1. Eisen'
                            (Engelstalig) met inbegrip van de aanvullingsbladen A1, uitgegeven 1996,
                            A2, uitgegeven 1997, en A3, uitgegeven 1999;</al></li><li nr="f."><al>NEN-EN 295-2, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken, alsmede
                            buisverbindingen voor riolering onder vrij verval - Deel 2.
                            Kwaliteitscontrole en monstername' (Engelstalig) met inbegrip van
                            aanvullingsblad A1, uitgegeven 1999;</al></li><li nr="g."><al>NEN-EN 295-3, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken, alsmede
                            buisverbindingen voor riolering onder vrij verval - Deel 3.
                            Beproevingsmethoden' (Engelstalig). </al></li></lijst><tussenkop>Bijlage 8. </tussenkop><tussenkop>Checklist voor de visuele inspectie van woningen en daarmee vergelijkbare
                    bouwwerken op de aanwezigheid van asbest.</tussenkop><al>Vervallen. </al><tussenkop>Bijlage 9. </tussenkop><tussenkop>Reglement van orde van de Welstandscommissie.</tussenkop><al/><al>Gereserveerd.</al><tussenkop>Bijlage 10.</tussenkop><tussenkop>Tabel 2.6.1 behorende bij artikel 2.6.1
                    (brandmeldinstallaties)</tussenkop><table><tgroup cols="14"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="30*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="6*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="6*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="6*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="7*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="7*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="6*"/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth="6*"/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth="6*"/><colspec colname="col11" colnum="11" colwidth="6*"/><colspec colname="col12" colnum="12" colwidth="6*"/><colspec colname="col13" colnum="13" colwidth="6*"/><colspec colname="col14" colnum="14" colwidth="1*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col5" namest="col3"><al>Leden van</al><al> Toepassing</al></entry><entry colname="col6" nameend="col9" namest="col6"><al>Grenswaarden</al></entry><entry colname="col10" nameend="col13" namest="col10"><al>Omvang van bewaking</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Aanwezigheid</al></entry><entry colname="col4"><al>Omvang van de bewaking</al></entry><entry colname="col5"><al>Kwaliteit</al></entry><entry colname="col6"><al>Hoogte hoogste vloer (m)</al></entry><entry colname="col7"><al>Gebruiksoppervlakte (m2)</al></entry><entry colname="col8"><al>Aantal verblijfsruimten bestemd voor bezoekers</al></entry><entry colname="col9"><al>Aantal bouwlagen</al></entry><entry colname="col10"><al>Niet automatisch</al></entry><entry colname="col11"><al>Gedeeltelijk</al></entry><entry colname="col12"><al>Volledig</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>Doormelding</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Artikel</al></entry><entry colname="col3"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col4"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col5"><al>2.6.4</al></entry><entry colname="col6"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col7"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col8"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col9"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col10"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col11"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col12"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>2.6.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Lid</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>1a</al></entry><entry colname="col7"><al>1b</al></entry><entry colname="col8"><al>1c</al></entry><entry colname="col9"><al>1d</al></entry><entry colname="col10"><al>1a</al></entry><entry colname="col11"><al>1b</al></entry><entry colname="col12"><al>1c</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Woonfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Woonfunctie niet van een woonwagen</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al><vet>*</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Woonfunctie bestemd voor minder zelfredzame personen in
                                        combinatie met permanent toezicht</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Woonfunctie bestemd voor minder zelfredzame personen zonder
                                        permanent toezicht</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Overig woonfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bijeenkomstfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Bijeenkomstfunctie voor het aanschouwen van sport</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Bijeenkomstfunctie voor de opvang van kinderen jonger dan 4
                                        jaar.</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>200</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>2,4</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="7"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="7"><al>Overige bijeenkomstfunctie</al></entry><entry colname="col3" morerows="7"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="7"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="7"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>250</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1000</al></entry><entry colname="col8"><al>1</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>5000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>5<onderstreept>&lt;</onderstreept>13</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>1</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>13<onderstreept>&lt;</onderstreept>50</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>50<onderstreept>&lt;</onderstreept>70</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Celfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Gezondheidszorgfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Gezondheidszorgfunctie voor aan bed gebonden patiënten </al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="4"><al>Overige gezondheidszorgfunctie</al></entry><entry colname="col3" morerows="4"><al> *</al></entry><entry colname="col4" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>250</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>20<onderstreept>&lt;</onderstreept>50</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>50<onderstreept>&lt;</onderstreept>70</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>5</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Industriefunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Lichte industriefunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="3"><al>Overige industriefunctie</al></entry><entry colname="col3" morerows="3"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="3"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="3"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>20</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al><vet>6</vet></al></entry><entry colname="col2" morerows="4"><al><vet>Kantoorfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3" morerows="4"><al> *</al></entry><entry colname="col4" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>250</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>20<onderstreept>&lt;</onderstreept>50</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>50<onderstreept>&lt;</onderstreept>70</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>7</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Logiesfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="2"><al>Logiesgebouw </al></entry><entry colname="col3" morerows="2"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="2"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="2"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>5</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>250</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Overige logiesfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al><vet>8</vet></al></entry><entry colname="col2" morerows="4"><al><vet>Onderwijsfunctie </vet></al></entry><entry colname="col3" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>250</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>20<onderstreept>&lt;</onderstreept>50</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>50<onderstreept>&lt;</onderstreept>70</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al><vet>9</vet></al></entry><entry colname="col2" morerows="4"><al><vet>Sportfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>20<onderstreept>&lt;</onderstreept>50</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>50<onderstreept>&lt;</onderstreept>70</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="8"><al><vet>10</vet></al></entry><entry colname="col2" morerows="8"><al><vet>Winkelfunctie </vet></al></entry><entry colname="col3" morerows="8"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="8"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="8"><al> *</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>&lt;13</al></entry><entry colname="col7"><al>5000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>&lt;13</al></entry><entry colname="col7"><al>10000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>13&lt;50</al></entry><entry colname="col7"><al>1000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>13<onderstreept>&lt;</onderstreept>50</al></entry><entry colname="col7"><al>5000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>13<onderstreept>&lt;</onderstreept>50</al></entry><entry colname="col7"><al>10000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>50<onderstreept>&lt;</onderstreept>70</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>11</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Overige gebruiksfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="2"><al>Besloten overige gebruiksfunctie voor het stallen van
                                        motorvoertuigen</al></entry><entry colname="col3" morerows="2"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="2"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="2"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>* </al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>2500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>1000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>2500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>13</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Andere overige gebruiksfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>F</al></entry><entry colname="col7"><al>F</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>12</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bouwwerk geen gebouw zijnde</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>F</al></entry><entry colname="col7"><al>F</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13" nameend="col14" namest="col13"><al>*</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor een nadere verklaring van de desbetreffende voorschriften zie de
                    toelichting op de artikelen 2.6.1 tot en met 2.6.4. Bij de toepassing van de in
                    de artikelen 2.6.1 tot en met 2.6.4 van dit hoofdstuk gegeven voorschriften
                    wordt in tabel 2.6.1 verstaan onder:</al><al>-: dit lid is niet van toepassing</al><al>* : het hele artikel is van toepassing</al><al>&gt; : alle waarden groter dan de achter dit teken aangegeven waarde</al><al>= : alle waarden kleiner of gelijk aan de achter dit teken aangegeven
                    waarde</al><al>F : in dit geval is volstaan met het geven van de functionele eis in artikel
                    2.6.1, eerste lid, in afwachting van mogelijk nog te ontwikkelen nadere
                    criteria</al><al>a : zonder doormelding naar een brandweeralarmcentrale</al><al>1: indien in combinatie met een grenswaarde in m<sup>2</sup>: deze voorziening
                    dient altijd aanwezig te zijn, ongeacht de grootte van het vloeroppervlak</al><al>Wanneer in de tabel twee grenswaarden of prestatie-eisen in dezelfde rij van de
                    tabel worden gegeven, moet aan beide criteria worden voldaan. </al><al>Voorbeeld:</al><al>Bij de winkelfunctie komt in tabel 2.6.1 van bijlage 10 het meest duidelijk tot
                    uitdrukking dat aan het vereiste van twee criteria moet worden voldaan voordat
                    een brandmeldinstallatie nodig is.</al><al>Bijeenkomstfunctie niet zijnde de bijeenkomstfunctie voor het aanschouwen van
                    sport – wanneer het gebruiksoppervlak groter is dan 1.000 m<sup>2</sup> en er
                    meer dan 1 verblijfsruimte bestemd voor bezoekers is, dan is gedeeltelijke
                    bewaking en doormelding noodzakelijk.</al><al>Wanneer in de tabel grenswaarden of prestatie-eisen in verschillende regels van
                    de tabel worden gegeven, moet aan één van de criteria worden voldaan.</al><al>Voorbeeld:</al><al>Bijeenkomstfunctie voor de opvang van kinderen jonger dan 4 jaar – wanneer het
                    gebruiksoppervlak groter is dan 200 m<sup>2</sup> of er een vloer op een hoogte
                    ligt van meer dan 2,4 meter ten opzichte van het meetniveau, dan is volledige
                    bewaking en doormelding vereist.</al><tussenkop>Bijlage 11 </tussenkop><tussenkop>Tabel 2.6.5 behorende bij artikel 2.6.5
                    (ontruimingsinstallaties)</tussenkop><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="61*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="16*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="16*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="0*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Gebruiksfunctie</al></entry><entry colname="col3" nameend="col5" namest="col3"><al>Artikelen van toepassing</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Aanwezigheid</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Kwaliteit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Artikel</al></entry><entry colname="col3"><al>2.6.6</al></entry><entry colname="col4"><al>2.6.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Lid</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Woonfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>woonfunctie niet van een woonwagen bestemd voor minder
                                        zelfredzame personen</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bijeenkomstfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Celfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Gezondheidszorgfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>5</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Industriefunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>industriefunctie niet zijnde een lichte
                                        industriefunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>6</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Kantoorfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>7</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Logiesfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Logiesgebouw</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>8</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Onderwijsfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>9</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Sportfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>10</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Winkelfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>11</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Overige gebruiksfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>overige besloten gebruiksfunctie voor het stallen van
                                        motorvoertuigen</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>andere overige gebruiksfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>12</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bouwwerk geen gebouw zijnde</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor een nadere verklaring van de desbetreffende voorschriften zie de
                    toelichting op de artikelen 2.6.6 en 2.6.7. Voor de toepassing van de in de
                    artikelen 2.6.5 tot en met 2.6.7 van dit hoofdstuk gegeven voorschriften wordt
                    in tabel 2.6.5 verstaan onder:</al><al>-: dit lid is niet van toepassing;</al><al>*: het hele artikel is van toepassing;</al><tussenkop>Bijlage 12 </tussenkop><tussenkop>Tabel 2.6.8 behorende bij artikel 2.6.8
                    (vluchtrouteaanduiding)</tussenkop><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="61*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="16*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="16*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="0*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Gebruiksfunctie</al></entry><entry colname="col3" nameend="col5" namest="col3"><al>Artikelen van toepassing</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Aanwezigheid</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Kwaliteit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Artikel</al></entry><entry colname="col3"><al>2.6.9</al></entry><entry colname="col4"><al>2.6.10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Lid</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Woonfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Woongebouw</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bijeenkomstfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Celfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Cellengebouw</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Gezondheidszorgfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>5</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Industriefunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>industriefunctie niet zijnde een lichte
                                        industriefunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>6</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Kantoorfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>7</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Logiesfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Logiesgebouw</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>8</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Onderwijsfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>9</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Sportfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>10</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Winkelfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>11</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Overige gebruiksfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>12</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bouwwerk geen gebouw zijnde</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor verkeer</al></entry><entry colname="col3"><al>F</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ander bouwwerk geen gebouw zijnde</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor een nadere verklaring van de desbetreffende voorschriften zie de
                    toelichting op de artikelen 2.6.9 en 2.6.10. Voor de toepassing van de in de
                    artikelen 2.6.8 tot en met 2.6.10 van dit hoofdstuk gegeven voorschriften wordt
                    in tabel 2.6.8 verstaan onder:</al><al>-: dit lid is niet van toepassing;</al><al> *: het hele artikel is van toepassing;</al><al> F: in dit geval is volstaan met het geven van de functionele eis in artikel
                    2.6.8, eerste </al><al> lid, in afwachting van mogelijk nog te ontwikkelen nadere criteria.</al><al>///////////////////////////////////////////////////////////</al><al>I.</al><al>Op de dag van inwerkingtreding van de bouwverordening 1992, als vervallen te
                    verklaren: de artikelen 1 t/m 351, 353 t/m 394 en de artikelen L 395 t/m 400 van
                    de bij raadsbesluit van 28 juni 1968 vastgestelde bouwverordening, zoals die
                    laatstelijk is gewijzigd bij raadsbesluit van 20 augustus 1990;</al><al>II.</al><al>De artikelen 352 en 395 van de "oude" bouwverordening te handhaven.</al><tussenkop>Artikel 352.</tussenkop><tussenkop>Verbod tot het gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen in
                    afwijking van de bestemming. </tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Zoals bij een bestemmingsplan, tot stand gekomen als uitbreidingsplan of
                            als voorschriften ex artikel 43 van de Woningwet 1901, hetzij voor,
                            hetzij na inwerkingtreding van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Stb.
                            286 van 1962) geen voorschriften zijn gegeven omtrent het gebruik van de
                            in die plannen of voorschriften begrepen bouwwerken, open erven of
                            terreinen en geen aanpassing aan de Wet op de Ruimtelijke Ordening heeft
                            plaatsgevonden, is het verboden die bouwwerken, open erven of terreinen
                            te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken op een wijze of
                            tot een doel strijdig met de uit dat plan of die voorschriften
                            voortvloeiende bestemming, nadat de bij het bestemmingsplan aangegeven
                            bestemming is verwezenlijkt.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden niet in een bestemmingsplan begrepen bouwwerken en hun
                            aanhorigheden te gebruiken in strijd met de bestemming, die zij blijkens
                            hun constructie dan wel inrichting hebben.</al></li><li nr="3."><al>Niet van toepassing is het bepaalde in de leden 1 en 2 voor een gebruik
                            dat tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet
                            onwettig was en zolang in dat gebruik geen wijziging wordt
                            gebracht.</al></li><li nr="4."><al>Vrijstelling kan worden verleend van het bepaalde in de leden 1 en 2.
                        </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 395.</tussenkop><tussenkop>Strafbare feiten ingevolge de gemeentewet. </tussenkop><al>Overtreding van artikel 352, leden 1 en 2, wordt gestraft met hechtenis van ten
                    hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.</al><al> ///////////////////////////////////////////////////////////</al><tussenkop>Artikel B Overgangsbepalingen (behorend bij wijzigingsverordening van 22
                    mei 2006, inwerking getreden op mei 2006).</tussenkop><al>Op een aanvraag om bouwvergunning, vrijstelling of toestemming anderszins, die
                    is ingediend vóór het tijdstip waarop deze wijzigingsverordening van kracht
                    wordt en waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen van
                    de bouwverordening van toepassing, zoals deze luidden vóór de onderhavige
                    wijziging, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft dat de gewijzigde
                    bepalingen worden toegepast.</al><tussenkop> Overgangsbepalingen. Bij raadsbesluit van 30 oktober 2006 heeft de raad
                    de </tussenkop><tussenkop> volgende overgangsbepaling vastgesteld. Deze bepaling was opgenomen in </tussenkop><tussenkop> een verordening tot wijziging van de bouwverordening en is op 10
                    november </tussenkop><tussenkop> 2006 in werking getreden.</tussenkop><al> Op een aanvraag om bouwvergunning, vrijstelling of toestemming anderszins, die
                    is </al><al> ingediend vóór het tijdstip waarop deze wijzigingsverordening van kracht wordt
                    en </al><al> waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen van de </al><al> bouwverordening van toepassing, zoals deze luidden vóór de onderhavige
                    wijziging, </al><al> tenzij aanvrager de wens te kennen geeft dat de gewijzigde bepalingen worden </al><al> toegepast. </al><tussenkop> Overgangsbepalingen. Bij raadsbesluit van 21 mei 2007 heeft de raad de </tussenkop><tussenkop> volgende overgangsbepaling vastgesteld. Deze bepaling was opgenomen in </tussenkop><tussenkop> een verordening tot wijziging van de bouwverordening en is op 1 juni </tussenkop><tussenkop> 2007 in werking getreden.</tussenkop><al> Op een aanvraag om bouwvergunning, vrijstelling, gebruiksvergunning of </al><al> toestemming anderszins, die is ingediend vóór het tijdstip waarop deze </al><al> wijzigingsverordening van kracht wordt en waarop op genoemd tijdstip nog niet
                    is </al><al> beschikt, zijn de bepalingen van de bouwverordening van toepassing, zoals deze </al><al> luidden vóór de onderhavige wijziging, tenzij de aanvrager de wens te kennen
                    geeft </al><al> dat de gewijzigde bepalingen worden toegepast. </al><al> Het bovenstaande is slechts van toepassing op de artikelen 8.1.1., 8.1.2,
                    8.1.4, 8.2.1, </al><al> 8.2.2, 8.3.3 en 8.3.5 voor zover deze artikelen in overeenstemming zijn met het </al><al> Asbestverwijderingsbesluit 2005 (Stb. 2005, 704). </al><tussenkop>Overgangsbepalingen. Bij raadsbesluit van 15 juni 2009 heeft de raad de
                    volgende overgangsbepaling vastgesteld. Deze bepaling was opgenomen in een
                    verordening tot wijziging van de bouwverordening en is op 26 juni 2009 in
                    werking getreden.</tussenkop><al>Op een aanvraag om bouwvergunning, ontheffing, gebruiksvergunning of toestemming
                    anderszins, die is ingediend vóór het tijdstip waarop deze wijzigingsverordening
                    van kracht wordt en waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de
                    bepalingen van de bouwverordening van toepassing, zoals die luidden vóór de
                    onderhavige wijziging, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft dat de
                    gewijzigde bepalingen worden toegepast. Het bovenstaande is slechts van
                    toepassing voorzover deze bepalingen in overeenstemming zijn met de Wet tot
                    wijziging van de Woningwet en enkele andere wetten (verbetering naleving,</al><al>handhaafbaarheid en handhaving bouwregelgeving) (Wet van 21 december 2006, Stb.
                    2007, 27). </al></bijlage></regeling></body></cvdr>