<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR28498_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Afstemmingsverordening Wet Werk en Bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tubbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tubbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2004, 8</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afstemmingsverordening WWB</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, artt. 8, lid 1, 18</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-04-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-05-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2004-05-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>4/7099</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Afstemmingsverordening Wet Werk en Bijstand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Tubbergen,</al><al>gelet op het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26
                        maart 2004, nr. 7099;</al><al>gelet op het bepaalde artikel 8, eerste lid, onderdeel b, en artikel 18 van
                        de Wet Werk en Bijstand;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de :</al><al><vet>Afstemmingsverordening Wet Werk en Bijstand</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>de wet:</al></entry><entry colname="col2"><al>de Wet Werk en Bijstand (Stb. 2003, 375);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>algemene bijstand:</al></entry><entry colname="col2"><al>de bijstand bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van
                                                de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>bijzondere bijstand:</al></entry><entry colname="col2"><al>de bijstand bedoeld in artikel 5, onderdeel d, van
                                                de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>bijstand:</al></entry><entry colname="col2"><al>algemene en bijzondere bijstand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>bijstandsnorm:</al></entry><entry colname="col2"><al>de bijstandsnorm bedoeld in artikel 5, onderdeel c,
                                                van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>langdurigheidstoeslag:</al></entry><entry colname="col2"><al>de toeslag bedoeld in artikel 5, onderdeel e, van de
                                                wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>verlaging:</al></entry><entry colname="col2"><al>het verlagen van de bijstand of de
                                                langdurigheidstoeslag op grond van artikel 18,
                                                tweede lid, van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>voorziening:</al></entry><entry colname="col2"><al>voorzieningen als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                                onderdeel a, van de wet; een instrument binnen een
                                                traject dat ingezet wordt om belemmeringen bij
                                                aanvaarding van algemeen geaccepteerde arbeid weg te
                                                nemen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>belanghebbende:</al></entry><entry colname="col2"><al>degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
                                                betrokken;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>college:</al></entry><entry colname="col2"><al>het college van burgemeester en wethouders van de
                                                gemeente Tubbergen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het verlagen van de uitkering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1, Als de belanghebbende naar het oordeel van het college
                                tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de
                                voorziening in het bestaan dan wel de uit de wet of de artikelen 28,
                                tweede lid, of artikel 29, eerste lid, van de Wet structuur
                                uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voortvloeiende verplichtingen
                                niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het
                                college zeer ernstig misdragen, wordt overeenkomstig deze
                                verordening de bijstand verlaagd of de betaling van de bijstand
                                opgeschort.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verlaging wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
                                waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
                                omstandigheden waarin hij verkeert. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Berekeningsgrondslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verlaging wordt toegepast op de bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de verlaging ook worden
                                toegepast op de bijzondere bijstand of op de langdurigheidstoeslag
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aan belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met
                                        toepassing van artikel 12 van de wet, of;</al></li><li nr="b."><al>de verwijtbare gedraging van belanghebbende, in relatie met
                                        zijn recht op bijzondere bijstand of de
                                        langdurigheidstoeslag, daartoe aanleiding geeft.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Het besluit tot verlaging van de bijstand</titel></kop><al>In het besluit tot het verlaging wordt in ieder geval vermeld: de reden
                            van de verlaging, de duur van de verlaging, het percentage waarmee de
                            bijstand wordt verlaagd, het bedrag waarmee de bijstand wordt verlaagd
                            uitgaande van de bijstandsnorm en, indien van toepassing, de reden(en)
                            om af te wijken van een standaardverlaging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Afzien van verlaging van de bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college ziet af van verlaging indien elke vorm van
                                verwijtbaarheid ontbreekt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan afzien van verlaging indien het daarvoor dringende
                                redenen aanwezig acht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het college afziet van verlaging, wordt de belanghebbende
                                daarvan schriftelijk mededeling gedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ingangsdatum en tijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij in deze verordening anders is bepaald, gaat de verlaging in
                                met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de
                                datum waarop het besluit tot verlaging aan de belanghebbende is
                                bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand(en)
                                geldende bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de verlaging met terugwerkende
                                kracht worden toegepast, voor zover de bijstand of de
                                langdurigheidstoeslag nog niet is uitbetaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Daar waar mogelijk is de periode van verlaging van de bijstand
                                gekoppeld aan de periode gedurende welke de belanghebbende de aan
                                hem opgelegde verplichtingen, verwijtbaar niet nakomt. De duur van
                                de verlaging bedraagt echter minimaal de termijnen die in de
                                paragrafen 2 tot en met 4 vermeld staan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Samenloop van gedragingen</titel></kop><al>Indien een belanghebbende zich tegelijkertijd schuldig maakt aan
                            verschillende gedragingen die het niet nakomen van een verplichting als
                            genoemd in artikel 2, eerste lid, inhouden, wordt voor het bepalen van
                            de hoogte en duur van de verlaging uitgegaan van de gedraging waarvoor
                            de hoogste verlaging geldt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of
                            behouden van algemeen geaccepteerde arbeid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Categorieën</titel></kop><al>Gedragingen van belanghebbenden waardoor de verplichting op grond van
                            artikel 9 van de wet niet of onvoldoende is nagekomen, worden
                            onderscheiden in de volgende categorieën:</al><lijst><li nr="1."><al>Eerste categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende
                                            bij de Centrale organisatie werk en inkomen of het niet
                                            tijdig laten verlengen van de registratie;</al></li><li nr="b."><al>het niet ondertekenen of het niet aan burgemeester en
                                            wethouders verstrekken van de bijlage bij het besluit
                                            tot toekenning of voortzetting van de bijstand.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Tweede categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde
                                            arbeid te verkrijgen of te aanvaarden;</al></li><li nr="b."><al>het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een
                                            onderzoek naar de mogelijkheid tot
                                            arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Derde categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>gedragingen die de inschakeling in arbeid
                                            belemmeren;</al></li><li nr="b."><al>het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het
                                            college aangeboden voorziening, gericht op
                                            arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9, eerste
                                            lid, onderdeel b en artikel 10 eerste lid van de wet,
                                            waaronder begrepen sociale activering. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Vierde categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde
                                            arbeid;</al></li><li nr="b."><al>het door eigen toedoen niet behouden van algemeen
                                            geaccepteerde arbeid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte en duur van de verlaging; recidive</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid en met toepassing van artikel 6
                                derde lid, wordt de verlaging vastgesteld op: </al><lijst><li nr="a."><al>5% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen
                                        van de eerste categorie;</al></li><li nr="b."><al>10% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen
                                        van de tweede categorie;</al></li><li nr="c."><al>20% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen
                                        van de derde categorie;</al></li><li nr="d."><al>100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen
                                        van de vierde categorie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belanghebbende, binnen 1 jaar nadat de verwijtbare
                                gedraging zich heeft voorgedaan, zich wederom schuldig maakt aan een
                                verwijtbare gedraging uit dezelfde of hogere categorie, worden de
                                termijnen vermeld in het eerste lid verdubbeld.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Te laat verstrekken van inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een belanghebbende de verplichting op grond van artikel 17
                                van de wet niet nakomt door informatie, die van belang is voor de
                                verlening of de voortzetting van bijstand, niet binnen de door het
                                college daartoe gestelde termijn te verstrekken, wordt met
                                toepassing van artikel 54 van de wet, ingaande de eerste dag van het
                                verzuim het recht op bijstand opgeschort.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een belanghebbende de in het eerste lid genoemde verplichting
                                binnen een periode van twee jaren opnieuw niet tijdig nakomt, kan,
                                onverminderd het bepaalde in artikel 2, tweede lid, een verlaging
                                toegepast worden van 5% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen zonder
                                directe benadeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht
                                bedoeld in artikel 17 van de wet niet heeft geleid tot het ten
                                onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand of
                                langdurigheidstoeslag, kan, onverminderd artikel 2, tweede lid, een
                                verlaging toegepast worden van 5% van de bijstandsnorm gedurende 1
                                maand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval er sprake is van recidive binnen een periode van twee jaar
                                wordt de duur van de verlaging verdubbeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met directe
                                benadeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht
                                bedoeld in artikel 17 van de wet heeft geleid tot het ten onrechte
                                of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand of
                                langdurigheidstoeslag, wordt de verlaging afgestemd op de hoogte van
                                het benadelingsbedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de verlaging bedoeld in
                                het eerste lid op de volgende wijze vastgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>10% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand, indien het
                                        benadelingsbedrag minder bedraagt dan € 1000,=;</al></li><li nr="b."><al>20% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand, indien het
                                        benadelingsbedrag gelijk is aan of meer bedraagt dan €
                                        1000,= maar minder bedraagt dan € 2000,=;</al></li><li nr="c."><al>30% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand, indien het
                                        benadelingsbedrag gelijk is aan of meer bedraagt dan €
                                        2000,= maar minder bedraagt dan € 4000,=;</al></li><li nr="d."><al>40% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand, indien het
                                        benadelingsbedrag gelijk is aan of meer bedraagt dan €
                                        4000,=.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overige bepalingen schending inlichtingenplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de verlaging als bedoeld in artikel 11 of 12, als gevolg van
                                beëindiging van de bijstand niet kan worden toegepast op de wijze
                                zoals vermeld in artikel 6, eerste en tweede lid, wordt de bijstand,
                                welke belanghebbende heeft ontvangen gedurende de periode dat
                                belanghebbende niet heeft voldaan aan de inlichtingenplicht, door
                                middel van herziening vermindert met het bedrag van de, bij de
                                verwijtbare gedraging horende, verlaging. Het bedrag dat voortvloeit
                                uit de herziening wordt van belanghebbende teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer de terugvordering als vermeld in lid 1 tezamen met het
                                bedrag dat ten onrechte door belanghebbende aan bijstand is
                                ontvangen, meer bedraagt dan het totaalbedrag dat, gedurende de
                                periode dat belanghebbende niet voldaan heeft aan de
                                inlichtingenplicht, aan bijstand is ontvangen, kan er, ingeval van
                                beëindiging van de bijstand, slechts een verlaging worden toegepast
                                tot het bedrag dat, gedurende de periode dat belanghebbende niet
                                voldaan heeft aan de inlichtingenplicht, totaal aan bijstand is
                                ontvangen na aftrek van de ten onrechte ontvangen bijstand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de situatie als genoemd in het tweede lid ertoe leidt dat er
                                geen verlaging meer mogelijk is, omdat de verstrekte bijstand
                                volledig moet worden teruggevorderd, wordt de terugvordering van de
                                bijstand verhoogd met de op de invordering betrekking hebbende
                                kosten. De bijdrage in de kosten wordt forfaitair vastgesteld op 10%
                                van het bruto benadelingsbedrag.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Overige gedragingen die leiden tot verlaging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van
                                verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft
                                betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, wordt,
                                met uitzondering van hetgeen in lid 3 staat vermeld, een verlaging
                                toegepast die wordt afgestemd op de periode dat de belanghebbende
                                als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op
                                bijstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de verlaging als bedoeld
                                in het eerste lid op de volgende wijze vastgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>10% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand, bij een periode
                                        van 3 maanden of korter;</al></li><li nr="b."><al>10% van de bijstandsnorm gedurende 3 maanden, bij een
                                        periode van 3 tot 6 maanden;</al></li><li nr="c."><al>10% van de bijstandsnorm gedurende 6 maanden, bij een
                                        periode van 6 maanden en langer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van lid 1 en lid 2 bedraagt de verlaging bij het
                                onverantwoord interen van vermogen:</al><lijst><li nr="a."><al>0% van de bijstandsnorm bij een bedrag dat onverantwoord is
                                        ingeteerd tussen € 0,= en € 1000,=;</al></li><li nr="b."><al>20% van de bijstandsnorm gedurende 3 maanden bij een bedrag
                                        dat onverantwoord is ingeteerd dat gelijk is aan of meer
                                        bedraagt dan € 1000,= maar minder bedraagt dan €
                                        2000,=;</al></li><li nr="c."><al>50% van de bijstandsnorm gedurende 3 maanden bij een bedrag
                                        dat onverantwoord is ingeteerd dat gelijk is aan of meer
                                        bedraagt dan € 2000,= maar minder bedraagt dan €
                                        5.000,00;</al></li><li nr="d."><al>50% van de bijstandsnorm gedurende 6 maanden bij een bedrag
                                        dat onverantwoord is ingeteerd dat gelijk is aan of meer
                                        bedraagt dan € 5000,00 maar minder bedraagt dan €
                                        10.000,00;</al></li><li nr="e."><al>50% van de bijstandsnorm gedurende 12 maanden bij een bedrag
                                        dat onverantwoord is ingeteerd dat gelijk is aan of meer
                                        bedraagt dan € 10.000,00.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><al>Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het
                            college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks
                            verband houden met de uitvoering van de wet, als bedoeld in artikel 18,
                            tweede lid van de wet, wordt onverminderd artikel 2, tweede lid, een
                            verlaging toegepast van minimaal 50% gedurende 1 maand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Nadere verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien aan belanghebbende een of meerdere verplichtingen als bedoeld
                                in artikel 55 van de wet zijn opgelegd en deze niet in voldoende
                                mate worden nagekomen, wordt een verlaging toegepast van 20% van de
                                bijstandsnorm gedurende 1 maand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval van recidive binnen een periode van twee jaar wordt de
                                verlaging verdubbeld. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Beleid</titel></kop><al>Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening
                            nadere beleidsregels vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college kan jaarlijks zowel de hoogte als de duur van de verlagingen
                            als vermeld in deze verordening, opnieuw vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Citeerartikel en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Afstemmingsverordening
                                WWB".</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking zes weken na haar bekendmaking en
                                heeft terugwerkende kracht tot 1 mei 2004.</al></lid></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare</ondertekening><ondertekening>vergadering van 5 april 2004 </ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.M.G. Waaijer, mr. M.K.M. Stegers</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>