<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR284772_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de gemeentelijke rekenkamercommissie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oost Gelre</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oost Gelre</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elna / Groenlose Gids 25-04-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de gemeentelijke Rekenkamercommissie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET. ARTT. 81">Gemeentewet. artt. 81,84,182, 184a, 185</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-04-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-05-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>16-04-2013/8</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de gemeentelijke rekenkamercommissie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De raad van de gemeente Oost Gelre;</al><al> gelet op de bij besluit van heden vastgestelde ‘Samenwerkingsovereenkomst
                        2013 inzake de instelling en instandhouding van een gemeentelijke
                        rekenkamercommissie met een personele unie voor de gemeenten Aalten, Oost
                        Gelre en Winterswijk’;</al><al> gelet op de artikelen 81 oa, 84, 182, 184a en 185 van de Gemeentewet;</al><al> gelezen het voorstel van de werkgroep rekenkamercommissie van 8 maart
                        2013;</al><al> besluit:</al><al> vast te stellen de navolgende verordening:</al><al> VERORDENING OP DE GEMEENTELIJKE REKENKAMERCOMMISSIE 2013</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr/><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al> Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>commissie: de door de raad bij deze verordening ingestelde
                            rekenkamercommissie belast met de uitoefening van de rekenkamerfunctie
                            als bedoeld in de wet;</al></li><li nr="c."><al>werkgroep: groep raadsleden van de gemeenten Aalten, Oost Gelre en
                            Winterswijk die als intermediair functioneert tussen raad en commissie
                            en eerste aanspreekpunt is voor de commissie;</al></li><li nr="d."><al>samenwerkingsovereenkomst: de bij raadsbesluit d.d. 16 april 2013
                            vastgestelde ‘Samenwerkingsovereenkomst 2013 inzake de instelling en
                            instandhouding van een gemeentelijke rekenkamercommissie met een
                            personele unie voor de gemeenten Aalten, Oost Gelre en
                            Winterswijk’.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr/><titel>De commissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><al> Er is een rekenkamercommissie, die bestaat uit één lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad benoemt het commissielid op voorstel van de werkgroep.</al></li><li nr="2."><al>De raad benoemt op voorstel van de werkgroep ook een
                            plaatsvervangend commissielid.</al></li><li nr="3."><al>Benoeming vindt plaats voor een periode van twee jaar.</al></li><li nr="4."><al>Bij het voorstel aan de raad tot benoeming van het
                            (plaatsvervangend) commissielid voegt de werkgroep:</al><lijst><li nr="a."><al>de mededeling dat het voorgedragen (plaatsvervangend) lid de
                            benoeming zal aanvaarden;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van (neven)functies van het voorgedragen
                            (plaatsvervangend) lid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 81 oa derde lid van de wet is
                            een (plaatsvervangend) lid van de commissie niet ook:</al><lijst><li nr="a."><al>lid van de raad of lid van een door de raad ingestelde
                            commissie;</al></li><li nr="b."><al>medewerker of bestuurslid van een instelling met een financiële band
                            met de gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De artikelen 81g en 81h van de wet zijn van overeenkomstige
                            toepassing op het (plaatsvervangend) lid van de commissie.</al></li><li nr="3."><al>Een (plaatsvervangend) lid van de commissie stuurt steeds een
                            actuele lijst met nevenfuncties naar de raad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><al> Een (plaatsvervangend) lid van de commissie kan door de raad uit zijn
                            functie ontslagen worden of op non-actief gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>als het lid een functie aanvaardt bedoeld in lid 2 van dit artikel
                            of in artikel 81f van de wet;</al></li><li nr="c."><al>als de rechter het lid veroordeelt voor een misdrijf of een
                            maatregel oplegt tot vrijheidsbeneming;</al></li><li nr="d."><al>als de rechter het lid onder curatele stelt, failliet verklaart,
                            surseance van betaling verleent of vanwege schulden gijzelt;</al></li><li nr="e."><al>als het lid naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt
                            aan het in hem gestelde vertrouwen;</al></li><li nr="f."><al>als het lid door ziekte, gebreken of ongeschiktheid niet in staat is
                            zijn functie naar behoren te vervullen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr/><titel>Onderwerpselectie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Jaarlijks vóór 1 mei stuurt de commissie – na overleg met de
                            werkgroep – aan de raad een voorstel met onderwerpen die mogelijk voor
                            onderzoek in aanmerking komen.</al></li><li nr="2."><al>Als de raad dat wenst, licht de commissie het voorstel mondeling toe
                            in de betreffende raadscommissie.</al></li><li nr="3."><al>De te onderzoeken onderwerpen sluiten zo veel mogelijk aan bij de
                            voorkeuren van de deelnemende gemeenteraden.</al></li><li nr="4."><al>De raad kan zijn gevoelens over de in het voorstel genoemde
                            onderwerpen kenbaar maken en suggesties toevoegen binnen twee maanden na
                            ontvangst van het voorstel.</al></li><li nr="5."><al>De commissie bepaalt vervolgens zo spoedig mogelijk beargumenteerd
                            de definitieve onderwerpen die ze gaat onderzoeken. De commissie
                            omschrijft of en zo ja in welke mate de in lid 4 bedoelde gevoelens en
                            suggesties van de raad aanleiding hebben gegeven het voorstel te
                            wijzigen.</al></li><li nr="6."><al>De commissie informeert de raad – via de werkgroep – over de
                            definitieve onderzoeksonderwerpen.</al></li><li nr="7."><al>De raad kan de commissie vragen een extra onderzoek uit te voeren.
                            De commissie bericht de raad binnen een maand in hoeverre zij aan dat
                            verzoek voldoet. Als de commissie niet aan het verzoek voldoet, zal zij
                            daarvoor goede redenen aanvoeren. Over extra onderzoeken maken commissie
                            en raad aparte afspraken.</al></li><li nr="8."><al>De commissie kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de
                            door haarzelf bepaalde onderzoeksonderwerpen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr/><titel>Verantwoordelijkheden, bevoegdheden, werkwijze</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie zorgt er voor dat onderzoeken en rapporten objectief,
                            onderbouwd, consistent, bruikbaar, onafhankelijk, doelmatig en
                            controleerbaar zijn. In een onderzoeksprotocol omschrijft de commissie
                            hiervoor kwaliteitscriteria.</al></li><li nr="2."><al>De commissie zorgt er voor dat onderzoeken en rapporten tot stand
                            komen volgens een zorgvuldige werkwijze. In een onderzoeksprotocol
                            omschrijft de commissie haar werkwijze.</al></li><li nr="3."><al>De commissie kan onderzoek uitvoeren in de vorm van regulier
                            onderzoek, quick scan, controle-onderzoek of onderzoek met behulp van
                            beschikbaar onderzoeksmateriaal.</al></li><li nr="4."><al>De commissie zorgt er voor dat rapporten begrijpelijk en
                            toegankelijk zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie is bevoegd alle documenten die berusten bij het
                            gemeentebestuur te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van
                            haar taak nodig acht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de zorg voor een administratie aan een derde is uitbesteed,
                            is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op de administratie van
                            de betrokken derde dan wel van degene die de administratie in opdracht
                            van die derde voert.</al></li><li nr="3."><al>De commissie is bevoegd bij alle leden van de bestuursorganen van de
                            gemeente en bij alle bij die bestuursorganen in dienst zijnde
                            medewerkers mondeling en schriftelijk inlichtingen in te winnen nodig
                            voor het onderzoek. De leden van het gemeentebestuur en de medewerkers
                            zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen een door de commissie
                            gestelde termijn te verstrekken.</al></li><li nr="4."><al>De commissie heeft de bevoegdheden genoemd in artikel 184 van de
                            wet.</al></li><li nr="5."><al>De commissie is bevoegd onderzoeksmedewerkers en externe deskundigen
                            in te huren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie geeft betrokkenen bij een onderzoek gelegenheid binnen
                            een door haar te stellen termijn van minimaal twee weken hun zienswijze
                            te geven over een concept onderzoeksrapport. De commissie bepaalt wie
                            betrokkenen zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie zendt een definitief onderzoeksrapport en de conclusies
                            en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen naar de raad en een
                            kopie naar de werkgroep en het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><al> De commissie overlegt minimaal vier keer per jaar met de werkgroep over
                            de uitvoering van haar taken. Bij dat overleg bespreken commissie en
                            werkgroep ook:</al><lijst><li nr="a."><al>de keuze van de onderzoeksonderwerpen;</al></li><li nr="b."><al>de kwaliteit van de onderzoeken en rapporten;</al></li><li nr="c."><al>de communicatie tussen raad, werkgroep en commissie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr/><titel>Financiën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de uitvoering van haar taken heeft de commissie jaarlijks een
                            door de raad in de gemeentebegroting beschikbaar gesteld budget
                            beschikbaar ter hoogte van het in de samenwerkingsovereenkomst
                            overeengekomen bedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten laste van het budget komen alle vergoedingen en overige kosten
                            nodig voor de uitvoering van de taken van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een eventueel overschot na afloop van de benoemingsperiode van de
                            commissie van twee jaar vloeit terug in de algemene middelen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie is voor de besteding van het budget uitsluitend
                            verantwoording schuldig aan de raad. In het op grond van artikel 185,
                            lid 3 van de wet uit te brengen jaarverslag, rapporteert de commissie
                            over de besteding van het budget.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr/><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2013.</al></li><li nr="2."><al>Met ingang van diezelfde datum wordt de ‘Verordening op de
                            gemeentelijke rekenkamercommissie 2010’ ingetrokken. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Vastgesteld in de openbare vergadering van 16 april 2013,</ondertekening><ondertekening> de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening> J. Vinke</ondertekening><ondertekening> de voorzitter</ondertekening><ondertekening> mr. drs. H.W.M. Heijman</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>