<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR284736_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Handhavingsverordening gemeentelijke uitkeringen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-79904.html">Gemeenteblad, 2014, 79904</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Handhavingsverordening gemeentelijke uitkeringen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, art. 35, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, artikel 35, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/085/02</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>sociale zaken</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR383538_1">Handhavingsverordening gemeentelijke uitkeringen 2015</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Handhavingsverordening gemeentelijke uitkeringen 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE ROERMOND,</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 februari 2013,</al><al/><al>raadsvoorstelnummer 2013/021/01;</al><al/><al>gezien het advies van de cliëntenraad WWB van 28 januari 2013;</al><al/><al>gezien het advies van de commissie Burgers en Samenleving van 26 maart
                        2013;</al><al/><al>gelet op artikel 8 lid 1 van de Wet werk en bijstand (WWB), artikel 35 lid 1
                        van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                        werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en
                        gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).</al><al/><al>overwegende dat het noodzakelijk is om bij verordening regels te stellen met
                        betrekking tot de uitvoering van de WWB, de IOAW en de IOAZ;</al><al/><al><vet>Handhavingsverordening gemeentelijke uitkeringen 2013</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="32*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="64*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>afstemmingsverordening:</al></entry><entry colname="col3"><al>de verordening gebaseerd op artikel 35 lid 1 onder d van
                                            de IOAW en de IOAZ en de verordening gebaseerd op
                                            artikel 8 lid 1 onder b van de WWB;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>benadelingsbedrag</al></entry><entry colname="col3"><al>Het bedrag als bedoeld in artikel 18a lid 2 van de WWB
                                            of artikel 20a van de IOAW en de IOAZ;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>bestuurlijke boete:</al></entry><entry colname="col3"><al>de boete, bedoeld in artikel 20a van de IOAW en IOAZ en
                                            18a en 47g van de WWB;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>college:</al></entry><entry colname="col3"><al>het college van burgemeester en wethouders van de
                                            gemeente Roermond;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>hoogwaardig handhaven:</al></entry><entry colname="col3"><al>een mix van preventieve en repressieve maatregelen om in
                                            een zo vroeg mogelijk stadium en op basis van maatwerk
                                            misbruik van uitkeringen tegen te gaan;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>inlichtingenplicht:</al></entry><entry colname="col3"><al>de verplichtingen genoemd in artikel 13 lid 1 van de
                                            IOAW en de IOAZ, artikel 17 lid 1 van de WWB;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>IOAW:</al></entry><entry colname="col3"><al>de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>IOAZ:</al></entry><entry colname="col3"><al>de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>nulfraude:</al></entry><entry colname="col3"><al>het niet of niet behoorlijk nakomen door de
                                            belanghebbende van artikel 17 van de WWB of artikel 13
                                            lid van de IOAW en IOAZ zonder dat dit een
                                            benadelingsbedrag tot gevolg heeft.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col2"><al>uitkering:</al></entry><entry colname="col3"><al>de uitkering of inkomensvoorziening op basis van een van
                                            de wetten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.</al></entry><entry colname="col2"><al>verordening verrekening bestuurlijke boete bij
                                            recidive:</al></entry><entry colname="col3"><al>de verordening gebaseerd op artikel 8 lid 1 onder i van
                                            de WWB;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.</al></entry><entry colname="col2"><al>WWB:</al></entry><entry colname="col3"><al>de Wet werk en bijstand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>m.</al></entry><entry colname="col2"><al>wetten:</al></entry><entry colname="col3"><al>de IOAW, IOAZ en WWB.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Afstemming en boete</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij ten onrechte ontvangen uitkeringen ten gevolge van het schenden
                                van de inlichtingenplicht alsmede bij misbruik en oneigenlijk
                                gebruik van de wetten legt het college een bestuurlijke boete op op
                                grond van artikel 18a en 47g van de WWB en artikel 20a en 29 van de
                                IOAW en de IOAZ of verlaagt het college de uitkering conform hetgeen
                                hierover is bepaald in de van toepassing zijnde
                                afstemmingsverordening.</al></li><li nr="2."><al>De onverschuldigd uitgekeerde bedragen worden teruggevorderd of
                                verhaald conform de door het college vastgestelde
                                beleidsregels.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt nadere beleidsregels op voor het opleggen van de
                                boete bij nulfraude en voor het opleggen van de boete bij
                                verminderde verwijtbaarheid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verrekening bestuurlijke boete bij recidive</titel></kop><al>Het college maakt gebruik van haar bevoegdheid om in de WWB de beslagvrije
                        voet tijdelijk buiten werking te stellen bij de verrekening van de
                        recidiveboete als gevolg van fraude overeenkomstig de Verordening
                        verrekening bestuurlijke boete bij recidive.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Opschorten, herzien en intrekken van uitkering</titel></kop><al>Het college maakt gebruik van zijn bevoegdheid inzake het opschorten, het
                        herzien en het intrekken van de uitkering zoals bedoeld in de wetten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Nadere regels herzien, terugvorderen en verhalen van kosten van uitkeringen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt nadere beleidregels op voor het herzien en
                                terugvorderen van uitkeringen zoals bedoeld in de wetten en voor het
                                verhalen van de kosten van uitkeringen als bedoeld in de WWB. </al></li><li nr="2."><al>In de beleidsregels bedoeld in het eerste lid worden tenminste
                                regels gesteld op grond waarvan geheel of gedeeltelijk van verdere
                                terugvordering en verhaal kan worden afgezien, voor zover dit niet
                                wettelijk geregeld is</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Handhavingsverordening 2012 vastgesteld bij besluit van 16 februari
                            2012, 2012/006/2 wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 mei 2013.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Handhavingsverordening
                            gemeentelijke uitkeringen 2013’.</al><al/><al/><al/></lid></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij de Handhavingsverordening gemeentelijke uitkeringen
                        2013</titel></kop><tussenkop>Toelichting algemeen</tussenkop><al>Met deze verordening wordt invulling gegeven aan de in de IOAW, IOAZ en WWB
                    gegeven wettelijke opdracht aan de gemeenteraad om regels te stellen met
                    betrekking tot het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van
                    uitkeringen of inkomensvoorzieningen.</al><al>Het vaststellen van handhavingsregels is verplicht gesteld om het onderwerp
                    handhaving onder de aandacht van de gemeenteraad te brengen en te houden. Het
                    algemene doel van deze verplichting is een bewustwording van de gemeenteraad van
                    handhaving in het algemeen en fraudebestrijding in het bijzonder. De
                    afzonderlijke wetten bepalen dat de gemeenteraad de kaders voor het eigen
                    handhavingsbeleid op hoofdlijnen vaststelt in een handhavingsverordening. Mede
                    gelet op de grote verwantschappen tussen de IOAW, IOAZ en WWB is het
                    handhavingsbeleid in één verordening opgenomen.</al><tussenkop>Hoogwaardig handhaven</tussenkop><al>De term <cursief>handhaving</cursief> wordt gehanteerd in plaats van
                        <cursief>fraudebestrijding</cursief> omdat handhaving een ruimer begrip is.
                    Handhaving heeft betrekking op álle aspecten van het voorkomen en bestrijden van
                    misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen om enkel uitkeringen te kunnen
                    verstrekken aan die personen die hierop recht hebben. Fraude verstoort deze
                    balans en is derhalve maatschappelijk onaanvaardbaar. Het ideaalbeeld is dat
                    burgers spontaan regels begrijpen en uit eigen beweging naleven. Dit is echter
                    niet de realiteit van alle dag. De inspanningen van de overheid moeten wel
                    primair gericht zijn op stimulering van deze spontane naleving. Daar waar dit
                    niet lukt, wordt repressief opgetreden. Handhaving betreft alle activiteiten van
                    de overheid die er op gericht zijn dat regels worden nageleefd. In het geval van
                    de gemeentelijke uitkeringen gaat het erom dat misbruik en oneigenlijk gebruik
                    zoveel mogelijk wordt voorkomen. Handhavingsbeleid bestaat uit preventief en
                    repressief beleid.</al><al><cursief>Preventie </cursief>is een belangrijk onderdeel van handhaving, immers,
                    voorkomen is beter dan genezen.Voorkomen moet worden dat mensen de
                    wetten misbruiken, dan wel oneigenlijk gebruiken. Preventie is ook belangrijk
                    bij de poortwachtersfunctie: nadat voldoende informatie vooraf is verstrekt,
                    moet nagegaan worden of degene die inkomensondersteuning vraagt inderdaad recht
                    heeft op een gemeentelijke uitkering en of de hoogte hiervan correct kan worden
                    vastgesteld.</al><al><cursief>Repressie </cursief>heeft betrekking op de activiteiten die verricht
                    worden nadat het misbruik is vastgesteld: hetverlagen van de
                    uitkeringen of het opleggen van een boete wanneer de uit de wet voortvloeiende
                    verplichtingen niet zijn nagekomen en het terug- en invorderen van ten onterecht
                    uitbetaalde bedragen. Een goed handhavingsbeleid is onontbeerlijk voor een
                    rechtmatige en doelmatige uitvoering.</al><al><cursief>Hoogwaardig handhaven </cursief>betreft een mix van preventieve en
                    repressieve maatregelen om in een zovroeg mogelijk stadium en op basis
                    van maatwerk misbruik van gemeentelijke uitkeringen tegen te gaan. Het gaat
                    hierbij om duidelijke voorlichting, optimale dienstverlening, zorgvuldige
                    controle en maatwerk bij fraudeopsporing. Bij maatwerk in fraudeonderzoek kan
                    gedacht worden aan onderzoek op basis van risicoprofielen of een thematisch
                    onderzoek. Ten slotte gaat het om actieve terugvordering en incasso van teveel
                    verstrekte uitkering en eventueel afstemming door een tijdelijke verlaging van
                    deze uitkeringen of verhaal van kosten van de uitkering, naast het verplicht
                    opleggen van een bestuurlijke boete.</al><tussenkop>Toelichting artikelsgewijs</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijving</tussenkop><al>De begrippen die in deze verordening worden gebruikt hebben een gelijkluidende
                    betekenis als de omschrijvingen in de IOAW, IOAZ en WWB.</al><tussenkop>Artikel 2 Afstemming en boete</tussenkop><al>Op 1 januari 2013 is de ‘Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid
                    SZW-wetgeving in werking getreden. Deze wet heeft de bestuurlijke boete bij een
                    schending van de inlichtingenplicht geïntroduceerd per 1 januari 2013. Voor
                    gedragingen die plaatsvonden vóór de inwerkingtreding van deze wet en waarbij
                    sprake is van een benadelingsbedrag als gevolg van de schending van de
                    inlichtingenplicht kan het college de bijstand verlagen conform de in de
                    Afstemmingsverordening opgenomen regels. </al><al>In lid 3 is geregeld dat het college nadere beleidsregels stelt voor de gevallen
                    dat de schending van de inlichtingenplicht een belanghebbende niet geheel aan te
                    rekenen is en er reden is om de boete te matigen. Verder wordt in dit lid
                    geregeld dat het college nadere beleidsregels stelt voor die gevallen waarin het
                    schenden van de inlichtingenverplichting geen geldelijke nadeel voor de gemeente
                    met zich meebracht.</al><tussenkop>Artikel 3 Verrekening bestuurlijke boete bij recidive</tussenkop><al>Indien het college een boete oplegt dient deze boete met de lopende uitkering te
                    worden verrekend. In beginsel moet bij deze verrekening de bescherming van de
                    beslagvrije voet in acht genomen worden. Is er sprake van een bestuurlijke boete
                    wegens recidive, dan kan het college in de WWB besluiten gedurende maximaal 3
                    maanden met de beslagvrije voet te verrekenen. Dit artikel regelt dat het
                    college gebruik maakt van deze bevoegdheid en dat hierover in een verordening
                    nadere regels over worden gesteld.</al><tussenkop>Artikel 4 Opschorten, herzien en intrekken van uitkering</tussenkop><al>In genoemde artikelen is de bevoegdheid neergelegd om het recht op uitkering op
                    te schorten, indien de belanghebbende de voor de verlening van de bijstand van
                    belang zijnde gegevens of de gevraagde bewijsstukken niet, niet tijdig of
                    onvolledig heeft verstrekt en hem dit te verwijten valt, dan wel indien op
                    andere wijze onvoldoende medewerking is verleend. Ook regelt dit artikel de
                    bevoegdheid tot herzien en intrekken van uitkeringen.</al><tussenkop>Artikel 5 Nadere regels terugvorderen, herzien en verhalen van kosten van
                    uitkeringen</tussenkop><al>In de Beleidsregel herziening, terugvordering en verhaal WWB worden nadere
                    regels gesteld over het terugvorderen en verhalen van kosten van bijstand en
                    onder welke voorwaarden van terugvordering of verdere terugvordering wordt
                    afgezien.</al><al>De IOAW en IOAZ kent geen bevoegdheden om de kosten van deze uitkeringen te
                    verhalen. In de beleidsregel Herziening en terugvordering IOAW en IOAZ worden
                    nadere regels gesteld over het terugvorderen van uitkeringen en onder welke
                    voorwaarden van terugvordering of verdere terugvordering wordt afgezien.</al><al>Daarnaast wordt in een heronderzoeksplan nader uitgewerkt hoe de gemeente
                    periodiek onderzoek doet naar de invorderingsmogelijkheden.</al><tussenkop>Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>