<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR28428_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Nieuwegein</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nieuwegein</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nieuwegein</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Molenkruier 03-03-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële beheersverordening gemeente Nieuwegein 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 212.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-03-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-02-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-06-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010-031</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het
            financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente
            Nieuwegein</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al>de volgende verordening vast te stellen: “Verordening op de uitgangspunten
                        voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de
                        inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Nieuwegein”.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>1</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><paragraaf><kop><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                        verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                                        besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen
                                        van) de organisatie van de gemeente Nieuwegein en ten
                                        behoeve van de verantwoording die daarover moet worden
                                        afgelegd.</al></li><li nr="2."><al>Financiële administratie: het onderdeel van de administratie
                                        dat omvat het systematisch maken en verwerken van mutaties
                                        betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de
                                        organisatie van de gemeente Nieuwegein om tot een goed
                                        inzicht te komen in:</al><lijst><li nr=""><al> - de financiële positie;</al></li><li nr=""><al>- het financiële beheer;</al></li><li nr=""><al>- de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr=""><al>- het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li><li nr=""><al>- alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                        daarover.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Administratieve organisatie: het stelsel van
                                        organisatorische maatregelen gericht op het tot stand
                                        brengen en het in stand houden van de goede werking van de
                                        bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve
                                        van de verantwoordelijke leiding.</al></li><li nr="4."><al>Financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en
                                        toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen
                                        rechten van de gemeente Nieuwegein.</al></li><li nr="5."><al>Rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende
                                        wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen,
                                        raadsbesluiten en collegebesluiten.</al></li><li nr="6."><al>Doelmatigheid: de mate waarin de gemeente er in slaagt om
                                        met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen het gewenste
                                        resultaat te bereiken. </al></li><li nr="7."><al>Doeltreffendheid: de mate waarin de gemeente er in slaagt
                                        het resultaat te bereiken zoals vooraf met het vastgestelde
                                        beleid werd beoogd.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Kaderstellen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode een
                                    programma-indeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt per programma vast:</al><lijst><li nr="a."><al>de beoogde maatschappelijke effecten;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop gestreefd wordt die effecten te
                                            bereiken;</al></li><li nr="c."><al>de indicatoren om dit te meten;</al></li><li nr="d."><al>de raming van de baten en lasten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                    gegevens over de maatschappelijke effecten en van de wijze
                                    waarop de maatschappelijke effecten worden bereikt, opdat de
                                    doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid zoals
                                    vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De activiteiten om de maatschappelijke effecten te realiseren
                                    worden voorzien van een planning. De planning wordt opgenomen
                                    bij de programma-overzichten;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Iedere programmabegroting bevat een overzicht van algemene
                                    dekkingsmiddelen, een overzicht van de reservemutaties en een
                                    overzicht van de stelposten. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college biedt de ontwerp-programmabegroting aan de raad aan
                                    vóór 15 oktober van het jaar voorafgaande aan het
                                    begrotingsjaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Producten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven
                                    van de toedeling van de producten uit de productenraming aan de
                                    programma’s uit de programmabegroting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderverdeling van de programma’s in de producten staat voor
                                    de raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot
                                    wijzigen. Wijzigingen worden bij de begroting expliciet
                                    vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de Kadernota biedt het college het kader aan voor het
                                    volgende begrotingsjaar en de drie daarop volgende jaren. Hierin
                                    wordt meerjarig de actuele stand van zaken van de financiële
                                    positie aangegeven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de
                                    raad heeft besloten, in het budgettaire kader en in de
                                    bijbehorende meerjarenraming is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college doet in de Kadernota een voorstel aan de raad over
                                    de bestuurlijke prioriteiten voor het volgende begrotingsjaar.
                                </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de prioriteiten die de raad
                                    heeft vastgesteld, concreet worden uitgewerkt en met een
                                    financiële vertaling als voorstel in de begroting worden
                                    opgenomen. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Uitvoering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                                    begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt er ten aanzien van de productenraming zorg
                                    voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de lasten en baten, door middel van kostentoerekening,
                                            eenduidig zijn toegewezen aan de producten; </al></li><li nr="b."><al>de budgetten en kredieten voor vervangingsinvesteringen
                                            passen binnen de kaders waarmee de raad in de Kadernota
                                            heeft ingestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanpassing van het totaal van de lasten en baten van een
                                    programma, alsmede van het overzicht algemene dekkingsmiddelen,
                                    de stelposten en de reservemutaties is alleen mogelijk door
                                    middel van een door de raad goedgekeurde begrotingswijziging
                                    (programmabegrotingswijziging). </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan door middel van een collegebesluit de raming van
                                    de lasten en baten van de producten wijzigen
                                    (productenramingswijziging), mits dit niet leidt tot een
                                    wijziging van het totaal van de lasten en baten van een
                                    programma, het overzicht algemene dekkingsmiddelen en de reserve
                                    mutaties. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de programma’s
                                    zoals geautoriseerd in de begroting en de door de raad
                                    vastgestelde begrotingswijzigingen niet worden overschreden.
                                </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Rapportage en Verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Voorjaarsnota en Najaarsnota</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van de Voorjaarsnota
                                    en de Najaarsnota over de realisatie van de begroting van de
                                    gemeente over de eerste drie maanden respectievelijk de eerste
                                    acht maanden van het lopende boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de nota’s aan de raad aan op de volgende
                                    tijdstippen;</al><lijst><li nr="a."><al>de Voorjaarsnota vóór 1 juli van het lopende
                                            begrotingsjaar;</al></li><li nr="b."><al>de Najaarsnota vóór 1 december van het lopende
                                            begrotingsjaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inrichting van beide nota’s sluit aan bij de
                                    programma-indeling van de begroting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rapportages gaan in op afwijkingen van lasten en baten en van
                                    geplande activiteiten om de maatschappelijke effecten te
                                    realiseren. In de rapportages wordt in ieder geval aandacht
                                    besteed aan afwijkingen op en ontwikkelingen ten aanzien van de
                                    budgetten op het overzicht algemene dekkingsmiddelen (inclusief
                                    een toelichting op het calculatieresultaat) en over
                                    ontwikkelingen ten aanzien van de grondexploitatie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt
                                    pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn
                                    wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen voor
                                    zover het betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke
                                    verplichtingen inzake:</al><lijst><li nr="a."><al>investeringen groter dan € 500.000;</al></li><li nr="b."><al>mutaties van voorzieningen waarbij wordt afgeweken van
                                            de besluitvorming van de raad hierover;</al></li><li nr="c."><al>mutaties van egalisatiereserves;</al></li><li nr="d."><al>mutaties in deelnemingen waar de gemeente een
                                            meerderheidsbelang in heeft.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met de jaarstukken legt het college verantwoording af aan de
                                    raad over de uitvoering van in de begroting vastgestelde
                                    programma’s. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Door middel van een productenrekening legt het college
                                    verantwoording af omtrent de productrealisatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De jaarstukken en productenrekening worden opgesteld conform de
                                    wettelijke bepalingen, het Besluit Begroting en Verantwoording
                                    provincies en gemeenten en met in acht name van overige
                                    specifieke gemeentelijke bepalingen en regelingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De jaarstukken zijn onderverdeeld in het jaarverslag en de
                                    jaarrekening. De inrichting van de jaarstukken en
                                    productenrekening komt overeen met de indeling van de
                                    begroting.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het jaarverslag bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>de programmaverantwoording: In de
                                            programmaverantwoording legt het college verantwoording
                                            af over de uitvoering van de programma’s. In de
                                            verantwoording geeft het college aan:</al><lijst><li nr="-"><al>welke begrote effecten zijn bereikt;</al></li><li nr="-"><al>welke activiteiten zijn uitgevoerd;</al></li><li nr="-"><al>wat zijn de gerealiseerde lasten en baten ten
                                                  opzichte van de begroting. </al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de verplicht voorgeschreven paragrafen conform het
                                            Besluit Begroting en Verantwoording provincies en
                                            gemeenten. In de paragrafen wordt gerapporteerd aan de
                                            hand van de uitgangspunten gesteld bij de
                                            begroting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De jaarrekening bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>de programmarekening en toelichting: in de
                                            programmarekening wordt gedetailleerde informatie
                                            opgenomen over de totstandkoming en bestemming van het
                                            financiële resultaat. De programmarekening geeft een
                                            overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per
                                            programma, de gerealiseerde dekkingsmiddelen en een
                                            overzicht van het resultaat vóór en nadat toevoeging of
                                            onttrekking aan reserves heeft plaatsgevonden. In de
                                            programmarekening is eveneens een analyse van de
                                            afwijkingen ten opzichte van de in de begroting geraamde
                                            bedragen opgenomen; </al></li><li nr="b."><al>de balans en toelichting: de balans geeft een
                                            uitgebreide uiteenzetting van de vermogenspositie van de
                                            gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De productenrekening bevat financiële informatie op
                                    productniveau omtrent de uitvoering van de productenraming. Het
                                    college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                    productverantwoording naar de programmaverantwoording.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De programmarekening wordt door het college ter vaststelling aan
                                    de raad aangeboden. Door vaststelling van de programmarekening
                                    door de raad wordt het college gedechargeerd betreffende het
                                    daarin verantwoorde financiële beheer.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De productenrekening wordt door het college vastgesteld. Door
                                    vaststelling door het college worden de gemeentesecretaris en de
                                    concerndirecteuren gedechargeerd betreffende het gevoerde
                                    beheer.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Het college biedt de ontwerp-jaarstukken aan de raad aan vóór 15
                                    mei van het jaar na het rekeningsjaar.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>2</nr><titel> Financiële positie</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Kaderstellen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Waardering &amp; afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kaders van het gemeentelijk beleid met betrekking tot de
                                    waardering en afschrijving van vaste activa worden aangegeven in
                                    de nota ‘Investerings- en afschrijvingsbeleid’. Het college
                                    biedt ten minste één keer in de vijf jaar deze nota aan de raad
                                    aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in
                                    artikel 35 van het Besluit Begroting en Verantwoording
                                    provincies en gemeenten, worden lineair afgeschreven tenzij de
                                    raad anders besluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De afschrijvingstermijn is gebaseerd op de verwachte levensduur
                                    van het actief. Deze zijn voor de verschillende soorten
                                    investeringen vastgelegd in de ‘Afschrijvingstabel activa
                                    gemeente Nieuwegein’ behorend bij de nota investerings - en
                                    afschrijvingsbeleid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 15.000 worden
                                    niet geactiveerd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals
                                    bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en
                                    verantwoording provincies en gemeenten, worden verstaan
                                    investeringen in aanleg en onderhoud van wegen, bruggen en
                                    viaducten, groen en kunstwerken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig
                                    maatschappelijk nut worden in principe ten laste van de
                                    exploitatie gebracht (onder aftrek van eventuele bijdragen van
                                    derden en bestemmingsreserves.) Bij raadsbesluit kan worden
                                    besloten deze goederen te activeren. In geval van activering
                                    wordt het actief lineair afgeschreven over de verwachte
                                    levensduur van het actief of een kortere, door de raad aan te
                                    geven tijdsduur. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten
                                    laste van de exploitatie gebracht.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Kosten van agio en disagio worden lineair afgeschreven over de
                                    restant looptijd van de betreffende lening.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>In de kadernota als bedoeld in artikel 4 lid 1 geeft het college
                                    de hoogte van het aan investeringen toe te rekenen
                                    rentepercentage voor het volgende begrotingsjaar aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><al>Het college biedt ten minste één keer in de vijf jaar aan de raad de
                                (bijgestelde) nota reserves en voorzieningen aan. De nota
                                behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding van voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de toerekening en verwerking van rente over de reserves en
                                        de voorzieningen, in relatie tot de paragraaf
                                        weerstandsvermogen bedoeld in artikel 15.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er wordt ten tijde van het opmaken van de eindbalans een
                                    voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van
                                    ervaringscijfers van oninbaarheid voor openstaande vorderingen
                                    betreffende de belastingen genoemd in Titel IV, Hoofdstuk XV van
                                    de Gemeentewet alsmede betreffende gemeentelijke belastingen
                                    krachtens andere wetten dan deze voor zover deze door de
                                    gemeente worden geheven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de overige vorderingen wordt ten tijde van het opmaken van
                                    de eindbalans een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op
                                    basis van een beoordeling op inbaarheid van de openstaande
                                    vorderingen ouder dan drie maanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de tarieven van lokale heffingen voor
                                    producten en diensten van de gemeente Nieuwegein wordt een
                                    systeem van integrale kostentoerekening gehanteerd. De tarieven
                                    worden gebaseerd op de geraamde kosten van het betreffende
                                    begrotingsjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten ook
                                    indirecte kosten betrokken. Kostentoerekening van de indirecte
                                    kosten vindt via eenduidige verdeelsleutels plaats via de
                                    kostenverdeelstaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>in de kostprijsberekening worden mede betrokken:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijdragen aan reserves voor de noodzakelijke
                                            vervanging van de betrokken activa;</al></li><li nr="b."><al>de compensabele BTW voor zover deze betrekking heeft op
                                            kosten voor rioolheffing en afvalstoffenheffing.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een egalisatiereserve is gevormd voor vereffening van
                                    positieve of negatieve exploitatieresultaten, zal rekening
                                    worden gehouden met het saldo van de reserve alsmede met het
                                    daarop betrekking hebbende meerjarenplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt bij de uitoefening van de
                                    financieringsfunctie zorg voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                            uitzetten van overtollige gelden om de programma’s
                                            binnen de door de raad vastgestelde kaders van de
                                            begroting uit te kunnen voeren;</al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                            financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s
                                            en kredietrisico’s;</al></li><li nr="c."><al>het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de
                                            leningen en het bereiken van een voldoende rendement op
                                            de uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het minimaliseren van de kosten van het
                                            betalingsverkeer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie
                                    de volgende richtlijnen in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt
                                            uitsluitend bij tegenpartijen met een creditrating van
                                            AAA, afgegeven door tenminste één gezaghebbende rating
                                            agency, of bij instellingen voor wiens waardepapieren
                                            een solvabiliteitseis geldt van 0%;</al></li><li nr="b."><al>overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet
                                            tegen vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij
                                            de hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd in
                                            tact is;</al></li><li nr="c."><al>derivaten worden uitsluitend gebruikt ter beperking van
                                            financiële risico’s; </al></li><li nr="d."><al>overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het
                                            uitzetten van middelen of het verlenen van garanties
                                            luiden in euro;</al></li><li nr="e."><al>voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de
                                            wettelijke bepalingen. Het college informeert de raad
                                            indien de kasgeldlimiet of de renterisico norm dreigen
                                            te worden overschreden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan besluiten gelden te beleggen bij partijen met
                                    een hoger debiteurenrisico als daarmee een bijzonder belang van
                                    de gemeente Nieuwegein wordt gediend. Zij doet hiervan
                                    onverwijld melding aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van
                                    financiële participaties anders dan genoemd in het tweede lid
                                    worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij
                                    het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het
                                    aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke
                                    taak bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het college
                                    motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke
                                    uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en
                                    financiële participaties.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde
                                    onder het eerste tot en met vierde lid en legt deze regels
                                    alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    vast in een Besluit Financieringsstatuut. Het college zendt het
                                    Besluit Financieringsstatuut ter kennisneming aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Garantstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent geen gemeentegaranties anders dan onder de
                                    voorwaarden van het gestelde in lid 2 tot en met 4.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verlenen van gemeentegaranties voor sport is mogelijk onder
                                    voorwaarde dat de Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) mede
                                    garant staat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verlenen van gemeentegarantie is mogelijk in incidentele
                                    gevallen indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>De te realiseren voorziening dient het algemeen belang
                                            en er worden geen commerciële activiteiten
                                            verricht;</al></li><li nr="b."><al>Zonder gemeentegarantie komt de voorziening niet van de
                                            grond;</al></li><li nr="c."><al>Geen andere mogelijkheden binnen het gemeentelijk beleid
                                            bieden uitkomst;</al></li><li nr="d."><al>Uit meerdere offerten blijkt dat financiële instellingen
                                            niet bereid zijn financiering te verzorgen zonder
                                            gemeentegarantie;</al></li><li nr="e."><al>Het risico aanvaardbaar is door zekerheidsrechten of
                                            bestuurlijke invloed.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor het oversluiten van reeds gegarandeerde geldleningen voor
                                    door de gemeente gesubsidieerde instellingen is het mogelijk de
                                    garantstelling te verlengen onder de voorwaarden dat:</al><lijst><li nr="a."><al>De conversielening binnen de oorspronkelijke looptijd
                                            afloopt;</al></li><li nr="b."><al>Er niet meer wordt gegarandeerd dan de pro-resto
                                            hoofdsom;</al></li><li nr="c."><al>Een exploitatievoordeel wordt bereikt door het afsluiten
                                            tegen een lagere rente;</al></li><li nr="d."><al>Het risico voor de gemeente niet groter wordt.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>3</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt tenminste ieder jaar een (bijgesteld)
                                raadsvoorstel lokale heffingen aan. Dit voorstel behandelt in ieder
                                geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke
                                        heffingen;</al></li><li nr="b."><al>de kostendekkendheid van de heffingen; </al></li><li nr="c."><al>de druk van de lokale belastingen en heffingen in relatie
                                        tot landelijke en regionale cijfers;</al></li><li nr="d."><al>het kwijtscheldingsbeleid;</al></li><li nr="e."><al>het tarievenbeleid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadsvoorstel bevat voorts een overzicht van de verordeningen
                                met de bijbehorende vaststellingsdata waarop de tarieven en prijzen
                                zijn vastgelegd. Het college draagt er zorg voor dat er een actueel
                                overzicht is van de tarieven en de prijzen. De raad stelt de
                                verordeningen vóór 31 december van het jaar voorafgaande aan het
                                heffingsjaar vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                lokale heffingen verslag van de opbrengsten per lokale heffing, het
                                volume en bedrag aan kwijtscheldingen waarbij wordt verwezen naar
                                het actuele kwijtscheldingsbeleid en de kostendekkendheid van de
                                heffingen van de rioolrechten en de afvalstoffenheffing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Weerstandsvermogen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college geeft in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                begroting en van de jaarstukken de risico’s van materieel belang aan
                                en maakt een inschatting van de kans dat deze risico’s zich
                                voordoen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college geeft in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                begroting en van de jaarstukken een weergave van de
                                weerstandscapaciteit. Tevens geeft het college hierin aan in
                                hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico’s van
                                materieel belang met de weerstandscapaciteit kunnen worden
                                opgevangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt tenminste eens in de vijf jaar een (bijgestelde)
                                nota ‘Integraal Beheer Openbare Ruimte’ (IBOR) aan. De nota geeft
                                het beleidskader weer voor de inrichting van het onderhoud en het
                                beoogde onderhoudsniveau voor het openbaar groen, (waterwegen
                                inclusief baggeren), wegen (inclusief bruggen, tunnels en viaducten)
                                en het meerjarig budgettair beslag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt tenminste eens in de vijf jaar een (bijgesteld)
                                ‘Gemeentelijk rioleringsplan’ (GRP) aan. Het GRP geeft het kader
                                weer voor de inrichting van het onderhoud, voor het beoogde
                                onderhoudsniveau en voor de vervanging en uitbreiding van de
                                riolering, alsmede het meerjarig budgettair beslag. Hierbij wordt
                                ingegaan op de tariefsontwikkeling in de planperiode in relatie tot
                                de cijfers. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college biedt tenminste eens in de vijf jaar een (bijgestelde)
                                nota ‘Onderhoud gebouwen’ (inclusief onderwijs - en sportgebouwen)
                                aan ter behandeling en vaststelling door de raad. De nota bevat
                                voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten
                                aan de gemeentelijke gebouwen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                onderhoud kapitaalgoederen verslag over de status van onderhoud en
                                het eventuele achterstallig onderhoud aan openbaar groen,
                                waterwegen, wegen, riolering en gebouwen, de (meerjarige) financiële
                                consequenties hiervan en de vertaling van de financiële
                                consequenties in de begroting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            financiering in ieder geval verslag van:</al><lijst><li nr="a."><al>De beleidsvoornemens en realisatie ten aanzien van het
                                    treasurybeheer;</al></li><li nr="b."><al>De omvang en ontwikkeling van de portefeuille uitgezette en
                                    opgenomen gelden; </al></li><li nr="c."><al>De omvang en ontwikkeling van de rentekosten en
                                    opbrengsten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>Het college geeft in de bedrijfsvoeringparagraaf in de begroting inzicht
                            in de stand van zaken en de beleidsvoornemens over de actuele
                            onderwerpen aangaande de bedrijfsvoering die aandacht behoeven. In de
                            bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag rapporteert het college
                            over de bij de begroting benoemde onderwerpen aangaande de
                            bedrijfsvoering alsmede over nieuwe ontwikkelingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><al>Het college gaat in de paragraaf verbonden partijen in de begroting en
                            de jaarstukken in elk geval in op de visie op verbonden partijen in
                            relatie tot de realisatie van de doelstellingen die zijn opgenomen in de
                            begroting alsmede de beleidsvoornemens en –realisatie omtrent verbonden
                            partijen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt ten minste eens in de vijf jaar een (bijgestelde)
                                nota ‘Grondbeleid’ aan ter behandeling en vaststelling door de raad.
                                In deze nota wordt aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de relatie met de programma’s van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                                        gemeente;</al></li><li nr="c."><al>aan te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen
                                        projecten;</al></li><li nr="d."><al>de voorraadverwerving en uitgifte van gronden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken gaat
                                het college in op de uitvoering van de nota ‘Grondbeleid’,
                                ontwikkelingen en een actuele prognose van de te verwachten
                                resultaten van de totale grondexploitatie, een onderbouwing van de
                                geraamde resultaatverwachting en de beleidsuitgangspunten omtrent de
                                reserves grondbedrijf in relatie tot de risico’s van de
                                complexen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verstrekking subsidies</titel></kop><al>Het college biedt eens in de vier jaar een (bijgestelde) nota inzake
                            verstrekking gemeentelijke subsidies aan. De nota bevat het kader
                            (voorwaarden) voor de verstrekking van gemeentelijke subsidies. Deze
                            nota wordt vertaald in de algemene subsidieverordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>4</nr><titel>Financiële organisatie en administratie</titel></kop><paragraaf><kop><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Registratie bezittingen, activa, passiva en vermogen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorgt voor een actuele en volledige
                                    registratie van bezittingen en schulden. In de registratie
                                    worden ook opgenomen niet-geactiveerde kunstvoorwerpen met
                                    cultuurhistorische waarde en de niet of netto geactiveerde
                                    investeringen in de openbare ruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de registratie en de
                                    ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente
                                    systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de
                                    waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de
                                    vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen en de
                                    schulden jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en
                                    bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 3 jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het
                                    college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor verzekering tegen schade, verlies
                                    of diefstal van bovengenoemde bezittingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De administratie van de gemeente is zodanig van opzet en
                                    werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en
                                            processen in de gemeente als geheel;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                            omvang van activa met economisch nut, activa met
                                            maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen en schulden,
                                            enzovoorts;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders en
                                            andere personen of instellingen voor het maken van
                                            kostencalculaties en andere nader aan te wijzen
                                            doeleinden;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid
                                            en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                            relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en
                                            ter zake geldende wet- en regelgeving en het afleggen
                                            van verantwoordelijkheid daarover;</al></li><li nr="e."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig
                                            en van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de
                                            controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                            doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot
                                            de gestelde beleidsdoelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de inrichting van de administratie geldende de volgende
                                    bepalingen:</al><lijst><li nr="a."><al>de verantwoording voor de inrichting van de organisatie
                                            van het beheer en de administratie van vermogenswaarden
                                            van de gemeente en van de gemeentelijke administratie
                                            berust bij het college van burgemeester en wethouders;
                                            hij neemt de bepalingen van deze verordeningen hierbij
                                            in acht;</al></li><li nr="b."><al>het college van burgemeester en wethouders draagt zorg
                                            voor het waarborgen van de doelmatigheid en
                                            rechtmatigheid. Hierbij hoort het ontwikkelen en het in
                                            stand houden van een systeem van management
                                            control.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor een adequate beveiliging van de
                                    informatievoorziening van de gemeente Nieuwegein. Het college
                                    stelt daartoe het Gegevensbeveiligingsplan vast dat om de vier
                                    jaar wordt geactualiseerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd de verantwoordelijkheid van het college van
                                    burgemeester en wethouders berust de dagelijkse
                                    verantwoordelijkheid voor het beheer en voor de administratie
                                    bij de leiding van een verbijzonderd organisatieonderdeel zoals
                                    genoemd in de ‘Organisatieregeling Nieuwegein’ of bij andere
                                    door burgemeester en wethouders aangewezen personen of
                                    instellingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De in de leden 2a en 2b van dit artikel bedoelde
                                    verantwoordelijkheden omvatten mede de zorg voor de
                                    administratieve organisatie en interne controle zoals bedoeld in
                                    artikel 25 van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie
                                        voldoet aan het ‘Besluit begroting en verantwoording
                                        provincies en gemeenten’ en andere relevante wet - en
                                        regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de
                                        provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere
                                        instellingen die specifieke verantwoordingsverplichtingen
                                        opleggen aan gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24a</nr><titel>Budgethouderschap</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt tenminste één keer in de vijf jaar aan de raad
                                    een regeling Budgethouderschap aan. In deze regeling worden de
                                    taken en verantwoordelijkheden van de ambtelijke budgethouders
                                    vastgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt op grond van deze regeling zorg voor het
                                    vastleggen van verleenden mandaten en volmachten voor het
                                    aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten
                                    en kapitaalkredieten conform de bepalingen van deze regeling en
                                    het financieringsstatuut.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt in besluiten vast:</al><lijst><li nr="1."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en
                                        een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                        gemeentesecretaris, directeuren en afdelingshoofden;</al></li><li nr="2."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                        verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne
                                        controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de
                                        verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is
                                        gewaarborgd;</al></li><li nr="3."><al>instructie voor de functie van concerncontroller;</al></li><li nr="4."><al>instructie voor de functie van hoofd van de afdeling
                                        Grondbedrijf en vastgoedzaken;</al></li><li nr="5."><al>instructie voor het betalingsverkeer, waarin de functies van
                                        kassier en van comptabele worden beschreven;</al></li><li nr="6."><al>instructies voor de functie van heffingsambtenaar ex art.
                                        231 lid 2c Gemeentewet en invorderingsambtenaar ex art. 231
                                        lid 2c Gemeentewet; </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Beheersing en Interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt tenminste één keer in de vier jaar een nota
                                    vast waarin het aangeeft op welke manier de werking van de
                                    administratieve organisatie en het doen van rechtmatige
                                    financiële beheershandelingen zal worden getoetst en hoe
                                    misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen zal
                                    worden tegengegaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van
                                    een aantal bedrijfsprocessen op juistheid, volledigheid en
                                    tijdigheid van de bestuurlijke informatievoorziening, de
                                    rechtmatigheid van beheershandelingen en op misbruik en
                                    oneigenlijk gebruik van de gemeentelijke regelingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de resultaten van de interne toetsing als bedoeld in het
                                    tweede lid daartoe aanleiding geven, neemt het college
                                    maatregelen ter verbetering van de administratieve
                                    organisatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt in een besluit vast de interne
                                regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van zowel werken
                                als voor levering van goederen en diensten. De regels waarborgen dat
                                wordt gehandeld in overeenstemming met de landelijke en Europese
                                regelgeving terzake.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Verslaggeving Grondbedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geval van verliesgevende complexen wordt in het jaar waarin
                                    het bestemmingsplan en de bijbehorende exploitatieopzet door de
                                    raad zijn geaccordeerd, het voorzienbare verlies genomen middels
                                    de vorming van een voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van winstgevende complexen wordt resultaat genomen
                                    vanaf het moment dat 50% van de verwachte opbrengst uit
                                    grondverkopen is gerealiseerd. Het resultaat wordt vervolgens
                                    genomen naar rato van de realisatie van opbrengst uit
                                    grondverkopen, waarbij een risicofactor wordt ingebouwd die
                                    omgekeerd evenredig is met de realisatie van de verkopen. Dit
                                    wordt geïllustreerd in de volgende staffel. </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="53*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="47*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>% verkopen gerealiseerd</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>% van de voorcalculatorische winst dat
                                                  wordt verantwoord</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>0%</al></entry><entry colname="col2"><al>0%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10%</al></entry><entry colname="col2"><al>0%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>20%</al></entry><entry colname="col2"><al>0%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>30%</al></entry><entry colname="col2"><al>0%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>40%</al></entry><entry colname="col2"><al>0%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>50%</al></entry><entry colname="col2"><al>25%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>60%</al></entry><entry colname="col2"><al>36%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>70%</al></entry><entry colname="col2"><al>49%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>80%</al></entry><entry colname="col2"><al>64%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>90%</al></entry><entry colname="col2"><al>81%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>100%</al></entry><entry colname="col2"><al>100%</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Aan de winstneming worden de volgende voorwaarden gesteld:</al><lijst><li nr="A."><al>de kostprijsberekening geeft een betrouwbare inschatting
                                            van de nog te maken kosten;</al></li><li nr="B."><al>er zijn geen belangrijke onzekerheden omtrent de nog te
                                            realiseren opbrengsten;</al></li><li nr="C."><al>de nog niet verantwoorde winst bedraagt minimaal 5% van
                                            de nog te maken opbrengsten respectievelijk kosten (het
                                            hoogste bedrag is leidend) in het complex.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Rentebijschrijving op de boekwaarde van het onderhanden werk is
                                    alleen toegestaan voor winstgevende complexen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gelijktijdig met de jaarrekening stelt de raad elk kalenderjaar
                                    de exploitatieopzetten van het grondbedrijf vast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Kredietaanvragen van het grondbedrijf kunnen worden aangevraagd
                                    in de primitieve begroting indien deze binnen de vastgestelde
                                    grondexploitatie passen. Dit vindt plaats onder specificatie van
                                    de investeringen op het betreffende programmaveld in de
                                    begroting.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede
                            voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële
                            organisatie van de gemeente Nieuwegein. vastgesteld door de raad op 10
                            mei 2007, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 30 genoemde
                            datum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking per 1 februari 2010. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam <vet>“Financiële
                                beheersverordening gemeente Nieuwegein 2010”</vet>.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 17 februari 2010.</al></slotformulering><ondertekening>de griffier</ondertekening><ondertekening>de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>