<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR283526_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening - Ede</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ede</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ede</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2015, nr. 785</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening Ede</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Huisvestingswet, artikel 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-04-02</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-04-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>27148</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Inwerkingtreding op basis van besluit van het college van 7 mei 2013, bekendgemaakt in de Ede stad op 5 juni 2013</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening Ede 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ede;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 maart 2013,
                        740643;</al><al>overwegende, dat is gebleken dat de op 31 oktober 2006 vastgestelde
                        Huisvestingsverordening WERV – Ede, ongewenste onduidelijkheden bevat;</al><al>dat het daarnaast gewenst is het aantal gemeentelijke regels te beperken en
                        te vereenvoudigen;</al><al>gelet op artikel 2 van de Huisvestingswet;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de navolgende <cursief>Huisvestingsverordening -
                            Ede</cursief></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>aanbodmodel</cursief>: model waarbij woonruimte te huur
                                    wordt aangeboden door middel van een advertentiemedium, waarbij
                                    woningzoekenden zelf reageren op de aangeboden woonruimte en de
                                    uiteindelijke huurder door de eigenaar wordt geselecteerd uit de
                                    binnengekomen reacties aan de hand van de inschrijvingsduur bij
                                    Huiswaarts.nu;</al></li><li nr="b."><al><cursief>Besluit:</cursief> het Huisvestingsbesluit;</al></li><li nr="c."><al><cursief>college</cursief>: het college van burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente Ede;</al></li><li nr="d."><al><cursief>economische binding</cursief>: de binding van een
                                    persoon aan de WERV daarin gelegen dat die persoon voor de
                                    voorziening in het bestaan is aangewezen op het verrichten van
                                    arbeid binnen of vanuit de WERV. Er moet dan minimaal sprake
                                    zijn van een contract van een halve werkweek met een duur van
                                    tenminste 1 jaar. Ook degene die een dagopleiding volgt aan een
                                    in de WERV gevestigde instelling van onderwijs heeft deze
                                    binding. Daarnaast geldt dat een persoon met een economische
                                    binding aan de Regio Veluwe zich mag vestigen in de gemeente
                                    Ede;</al></li><li nr="e."><al><cursief>eigenaar:</cursief> degene die bevoegd is tot het in
                                    gebruik geven van een woonruimte;</al></li><li nr="f."><al><cursief>huishouden: </cursief>een alleenstaande of twee of meer
                                    personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren
                                    of willen gaan voeren;</al></li><li nr="g."><al><cursief>huisvestingsvergunning</cursief>: de vergunning als
                                    bedoeld in artikel 7, lid 1 van de Wet;</al></li><li nr="h."><al><cursief>Huiswaarts.nu</cursief>: internetsite/advertentiemedium
                                    waar woningzoekenden zich kunnen inschrijven voor het verkrijgen
                                    van een huurwoning;</al></li><li nr="i."><al><cursief>huurprijs</cursief>: de rekenhuur volgens artikel 5 van
                                    de Wet op de Huurtoeslag;</al></li><li nr="j."><al><cursief>huurprijsgrens</cursief>: het bedrag dat wordt genoemd
                                    in artikel 13, lid 1, onder a van de Wet op de huurtoeslag;</al></li><li nr="k."><al><cursief>ingezetene</cursief>: degene die in de gemeentelijke
                                    basisadministratie (GBA) in een van de WERV- gemeenten is
                                    opgenomen en daar feitelijk hoofdverblijf heeft;</al></li><li nr="l."><al><cursief>lotingmodel:</cursief> model waarbij woonruimte te huur
                                    wordt aangeboden door middel van een advertentiemedium, en de
                                    toewijzing plaatsvindt via een geautomatiseerde loting, en het
                                    inschrijfnummer bij Huiswaarts.nu van de woningzoekende die
                                    deelneemt aan de loting, als lotnummer geldt;</al></li></lijst><lijst><li nr="m."><al><cursief>maatschappelijke binding</cursief>: de binding van een
                                    persoon aan de WERV daarin gelegen dat die persoon een redelijk
                                    met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft
                                    zich in dit gebied te vestigen. Een maatschappelijke binding
                                    wordt in elk geval aangenomen ten aanzien van een persoon
                                    die:</al><lijst><li nr="-"><al>ten minste 1 jaar onafgebroken ingezetene is in een van
                                            de WERV-gemeenten of</al></li><li nr="-"><al>gedurende de voorafgaande 10 jaar ten minste 6 jaar
                                            onafgebroken ingezetene is geweest van een van de
                                            WERV-gemeenten.</al><al> Daarnaast geldt dat een persoon met een
                                            maatschappelijke binding aan de Regio Veluwe zich mag
                                            vestigen in de gemeente Ede;</al></li></lijst></li><li nr="n."><al><cursief>optiemodel</cursief>: model waarbij woonruimte te huur
                                    wordt aangeboden aan woningzoekenden die hebben aangegeven in
                                    aanmerking te willen komen voor woonruimte van een bepaalde
                                    groep woningen en waarbij de toewijzing plaatsvindt aan de hand
                                    van de inschrijvingsduur bij Huiswaarts.nu voor de betreffende
                                    groep woningen;</al></li><li nr="o."><al><cursief>onzelfstandig woonruimte: </cursief>woonruimte die geen
                                    eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden
                                    bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke
                                    voorzieningen buiten die woonruimte;</al></li><li nr="p."><al><cursief>splitsingsvergunning:</cursief> de vergunning als
                                    bedoeld in artikel 33 van de Wet;</al></li><li nr="q."><al><cursief>toegelaten instelling: </cursief>een instelling als
                                    bedoeld in artikel 70, lid 1 van de Woningwet;</al></li><li nr="r."><al><cursief>WERV:</cursief> de gemeenten Wageningen, Ede, Rhenen en
                                    Veenendaal;</al></li><li nr="s."><al><cursief>regio Veluwe:</cursief> het grondgebied van de
                                    gemeenten Elburg, Ermelo, Wageningen, Hardewijk, Nunspeet,
                                    Oldebroek, Putten, Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde,
                                    Voorst, Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel;</al></li><li nr="t."><al><cursief>Wet:</cursief> de Huisvestingswet;</al></li><li nr="u."><al><cursief>woonruimte</cursief>: besloten ruimte die, al dan niet
                                    te zamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is
                                    voor bewoning door een huishouden;</al></li><li nr="v."><al>z<cursief>elfstandige woonruimte</cursief>: woonruimte die een
                                    eigen toegang heeft en die door een huishouden kan worden
                                    bewoond, zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke
                                    voorzieningen buiten die woonruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op aanvragen voor het verkrijgen van een
                                vergunning op grond van deze verordening binnen 8 weken na de dag
                                waarop de aanvraag is ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan zijn beslissing voor ten hoogste 8 weken
                                verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het college niet binnen de beslistermijn heeft besloten wordt
                                de aangevraagde vergunning geacht te zijn verleend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Verdeling van woonruimte</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Werkingsgebied en inschrijving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><al>De bepalingen in de paragrafen 2.1 tot en met 2.4 en 2.6 zijn van
                                toepassing op zelfstandige woonruimte met een huurprijs beneden de
                                huurprijsgrens in eigendom van een toegelaten instelling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inschrijving als woningzoekende voor een huurwoning</titel></kop><al>Woningzoekenden moeten zich voor het verkrijgen van een huurwoning
                                inschrijven via Huiswaarts.nu.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Huisvestingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vergunningvereiste</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning een
                                    woonruimte, als bedoeld in artikel 3 in gebruik te nemen voor
                                    bewoning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden de in artikel 3 bedoelde woonruimte voor
                                    bewoning in gebruik te geven aan een huishouden dat niet
                                    beschikt over een huisvestingsvergunning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanvragen van een huisvestingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de aanvraag van een huisvestingsvergunning wordt gebruik
                                    gemaakt van een door het college vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvrager overlegt bij de aanvraag de volgende actuele
                                    bewijsstukken:</al><lijst><li nr="1."><al>een bereidverklaring van de verhuurder behoudens de
                                            gevallen genoemd in de artikelen 267, 268 en 270 van
                                            Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;</al></li><li nr="2."><al>gegevens over het inkomen van het huishouden;</al></li><li nr="3."><al>gegevens over de economische of maatschappelijke
                                            binding;</al></li><li nr="4."><al>gegevens over leeftijd, nationaliteit en
                                            verblijfsstatus.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Criteria voor vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent de huisvestingsvergunning indien aan de
                                    volgende voorwaarden wordt voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het huishouden dat de huisvestingsvergunning aanvraagt,
                                            voldoet aan de in paragraaf 2.3 opgenomen eisen;</al></li><li nr="b."><al>er is voor de woonruimte geen gegadigde voor wie met
                                            toepassing van het bepaalde in paragraaf 2.6 de
                                            voorziening in de behoefte aan woonruimte dringender
                                            noodzakelijk is. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het vorige lid, sub b, bepaalde blijft buiten toepassing,
                                    indien zich een situatie voordoet als aangegeven in artikel 9
                                    van het Besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vruchteloze aanbieding</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 7 wordt de
                                huisvestingsvergunning altijd verleend indien de woonruimte door de
                                eigenaar minimaal twee maal middels een advertentiemedium is
                                aangeboden aan woningzoekenden die ingevolge artikel 7 voor die
                                woonruimte in aanmerking komen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inhoud huisvestingsvergunning</titel></kop><al>De huisvestingsvergunning bevat tenminste de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de woonruimte waarop het besluit betrekking heeft;</al></li><li nr="b."><al>de naam van de persoon die de woonruimte in gebruik wenst te
                                        nemen;</al></li><li nr="c."><al>de termijn waarbinnen van de vergunning gebruik kan worden
                                        gemaakt.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Toelatingseisen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Toelatingseisen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Om in aanmerking te komen voor een huisvestingsvergunning moet
                                    een huishouden voldoen aan de volgende eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>tenminste een van de leden van het huishouden moet 18
                                            jaar of ouder zijn;</al></li><li nr="b."><al>tenminste een van de leden van het huishouden bezit de
                                            Nederlandse nationaliteit of wordt op grond van een
                                            wettelijke bepaling als Nederlander behandeld of is
                                            vreemdeling en verblijft rechtmatig in Nederland als
                                            bedoeld in artikel 8, a tot en met e en l van de
                                            Vreemdelingenwet 2000;</al></li><li nr="c."><al>tenminste een van de volwassen leden van het huishouden
                                            moet maatschappelijk of economisch gebonden zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, sub c, geldt de
                                    eis van economische of maatschappelijke binding niet ten aanzien
                                    van woningzoekenden zoals bedoeld in artikel 13c van de Wet en
                                    artikel 6 van het Besluit.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.4</nr><titel>Aanbod van huurwoonruimte</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanbod van huurwoningen</titel></kop><al>Woonruimten die voor verhuur beschikbaar komen, worden door de
                                eigenaar aan woningzoekenden aangeboden door middel van een
                                aanbodmodel, een lotingmodel of een optiemodel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Rangorde aanbieden huurwoningen</titel></kop><al>Voor het verkrijgen van huurwoningen komen achtereenvolgens in
                                aanmerking:</al><lijst><li nr="1."><al>woningzoekenden met een urgentieverklaring als bedoeld in
                                        paragraaf 2.6;</al></li><li nr="2."><al>in de gevallen waarin meerdere woningzoekenden met een
                                        urgentieverklaring hebben gereageerd gaat de woningzoekende
                                        van wie de urgentieverklaring het eerst eindigt voor;</al></li><li nr="3."><al>in alle andere gevallen wordt de rangorde bepaald aan de
                                        hand van het door de eigenaar gehanteerde model.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12a</nr><titel>Rangorde kleine kernen</titel></kop><al>Voor het verkrijgen van een huurwoning in de kernen Harskamp,
                                Otterlo, Wekerom, Ederveen/De Klomp, Achterberg of Elst, komen
                                gedurende een aanbiedingsperiode van maximaal 2 weken, met
                                inachtneming van het bepaalde in artikel 12, eerst woningzoekende in
                                aanmerking met een economische of maatschappelijke binding aan één
                                van de genoemde kernen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Doelgroepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Woonruimte die speciaal bestemd is voor de huisvesting van
                                    senioren wordt, met in achtneming van het bepaalde in artikel
                                    12, bij voorrang verhuurd aan een huishouden waarvan tenminste
                                    een van de leden 55 jaar of ouder is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Statushouders worden volgens de taakstelling van het Rijk
                                    gehuisvest buiten het door de eigenaar gehanteerde model als
                                    bedoeld in artikel 11 en met voorbijgaan aan het bepaalde in
                                    artikel 12.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor overige doelgroepen kan het college door middel van lokaal
                                    maatwerk als bedoeld in artikel 19 met eigenaren nadere
                                    afspraken maken.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.5</nr><titel>Toewijzing van nieuwbouwwoningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Toewijzing van nieuwbouwwoningen</titel></kop><al>Het college kan een regeling vaststellen voor de toewijzing van
                                nieuwbouwwoningen, niet zijnde woningen als bedoeld in artikel
                                1.1.1, eerste lid onder e, van het Besluit ruimtelijke ordening, die
                                nog niet eerder zijn bewoond. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.6</nr><titel>Urgentiebepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Urgentieverklaring</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een woningzoekende dringend behoefte heeft aan een
                                    (andere) woonruimte, kan hij aan het college verzoeken hem een
                                    urgentieverklaring te verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De urgentieverklaring houdt de erkenning in dat verhuizing van
                                    de woningzoekende binnen zes maanden dringend gewenst is en dat
                                    binnen deze periode aan hem woonruimte zal worden
                                    aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de in lid 2 genoemde periode eenmalig met zes
                                    maanden verlengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de urgentieverklaring wordt aangegeven voor welke woningtype
                                    de woningzoekende in aanmerking komt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Aanvraag urgentieverklaring</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een urgentieverklaring wordt ingediend bij het
                                    college met gebruikmaking van een door het college vastgesteld
                                    formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag wordt door de woningzoekende de aard van de
                                    persoonlijke problematiek en de relatie met de huidige
                                    woonsituatie aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen
                                    acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De beslistermijn kan eenmalig met ten hoogste vier weken worden
                                    verlengd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Lid 3 van artikel 2 is niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Urgentieregeling</titel></kop><al>Het college stelt een urgentieregeling vast waarin wordt aangegeven
                                in welke gevallen en op welke wijze een woningzoekende in aanmerking
                                komt voor een urgentieverklaring.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Wijziging en intrekking urgentieverklaring</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij gewijzigde omstandigheden kan het college al dan niet op
                                    verzoek van de woningzoekende, besluiten de urgentieverklaring
                                    te wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een urgentieverklaring intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het huishouden niet meer in de omstandigheden verkeert
                                            op basis waarvan de verklaring is verleend;</al></li><li nr="b."><al>het huishouden daarom verzoekt;</al></li><li nr="c."><al>deze is verleend op grond van door het huishouden
                                            verstrekte gegevens waarvan de aanvrager wist of
                                            redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of
                                            onvolledig waren;</al></li><li nr="d."><al>het huishouden een aanbieding van een naar het oordeel
                                            van het college passende woonruimte heeft
                                            geweigerd.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.7</nr><titel>Lokaal Maatwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Lokaal Maatwerk</titel></kop><al>Door toepassing van lokaal maatwerk kunnen B&amp;W met besturen van
                                woningcorporaties een overeenkomst sluiten waarin afspraken worden
                                neergelegd over de toewijzing van maximaal 30% van de vrijkomende
                                woningen van de corporatie. Deze overeenkomst zal betrekking hebben
                                op in de monitoring geconstateerde problematiek ten opzichte van de
                                slaagkansen van de doelgroepen van beleid. Over de aard, inhoud,
                                rapportage, toepassingsgebied en de evaluatie worden in deze
                                overeenkomst voor een periode van maximaal 2 jaar bindende afspraken
                                gemaakt in de vorm van een experiment. Deze af te sluiten
                                overeenkomst(en) vormen een aanvulling van deze verordening. Na
                                maximaal 2 jaar wordt een experiment geëvalueerd. Na evaluatie van
                                een experiment is één van de volgende vervolgstappen mogelijk: </al><lijst><li nr="-"><al>Indien, na evaluatie, aan de doelstellingen is voldaan: het
                                        experiment kan worden omgezet in structureel beleid.</al></li><li nr="-"><al>Indien, na evaluatie, niet aan de doelstellingen is voldaan:
                                        het experiment wordt stopgezet.</al></li><li nr="-"><al>Eventueel kan besloten worden het experiment, na evaluatie,
                                        nog voor een jaar te verlengen wanneer nog niet duidelijk is
                                        in hoeverre aan de doelstellingen is voldaan.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college is bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze
                            verordening naar zijn oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten
                            gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Strafbepalingen</titel></kop><al>Degene die handelt in strijd met artikel 5, of 21 wordt gestraft met een
                            hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede
                            categorie. De genoemde strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
                            Overtreding van artikel 26 wordt ingevolge artikel 84 van de
                            Huisvestingswet gestraft met een hechtenis van ten hoogste vier maanden
                            of een geldboete van de derde categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Handhaving</titel></kop><al>Met het toezicht op naleving van het bij of krachtens deze verordening
                            bepaalde zijn belast de daartoe door het college aangewezen
                            ambtenaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Overleg bij wijziging</titel></kop><al>Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze verordening
                            pleegt het college gezamenlijk met de colleges van burgemeester en
                            wethouders van de WERV-gemeenten primair overleg met de toegelaten
                            instellingen binnen de WERV en met andere daarvoor naar hun oordeel in
                            aanmerking komende organisaties die binnen de WERV op het gebied van de
                            woonruimteverdeling werkzaam zijn.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op een nader door het college
                                vastgestelde datum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de datum van inwerkingtreding wordt de Huisvestingsverordening
                                WERV-Ede ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De intrekking van de Huisvestingsverordening WERV-Ede heeft geen
                                gevolgen voor degeldigheid van vergunningen en urgentieverklaringen
                                die op grond van deze verordening zijn verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op een aanvraag om vergunning of urgentieverklaring die is ingediend
                                voor het tijdstip waarop deze verordening van kracht is en waarop op
                                genoemd tijdstip nog niet onherroepelijk is beschikt, zijn de
                                bepalingen van deze verordening van toepassing, tenzij hierdoor de
                                aanvrager in een nadeliger positie komt. In laatstbedoeld geval
                                wordt beschikt met toepassing van de bepalingen van de
                                Huisvestingsverordening WERV- Ede.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Huisvestingsverordening
                            Ede.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>raadsgriffier, w.g. HAGELSTEIN</ondertekening><ondertekening>voorzitter, w.g. VAN DER KNAAP</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al>Wijzigingsverordening van de Huisvestingsverordening Ede </al><al/><al>ARTIKEL I De Huisvestingsverordening Ede wordt als volgt gewijzigd: De artikelen
                    21 en 26 vervallen. </al><al/><al><vet>ARTIKEL II</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.</al><al/><al>Toelichting </al><al>In de artikelen 21 en 26 van de Huisvestingsverordening Ede zijn de splitsings-
                    en onttrekkingsvergunning geregeld. Het doel van deze vergunningstelsels is om
                    een sturingsmogelijkheid te bieden in aantallen en typen woningen. Meer in het
                    bijzonder voorkomen zij dat een zelfstandige woonruimte wordt omgevormd naar
                    onzelfstandige woonruimte (onttrekking) of wordt gesplitst in appartementen
                    (splitsingsvergunning).</al><al/><al>Uit intern onderzoek is gebleken dat hetzelfde resultaat kan worden bereikt op
                    basis van de bepalingen uit de geldende bestemmingsplannen. Verder zijn er met
                    Woonstede afspraken gemaakt over de woonruimte die beschikbaar moet zijn. De
                    conclusie is daarom dat de vergunningenstelsels leiden tot een onnodige
                    lastenverzwaring en daarom in het kader van de deregulering beter kunnen worden
                    afgeschaft. Omdat er hier sprake is van een voor burgers begunstigend besluit is
                    er niet voorzien in overgangsrecht en treedt het besluit de dag na de
                    bekendmaking in werking.</al></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Toelichting op de huisvestingsverordening Ede</label></kop><al><vet><cursief>Algemeen</cursief></vet></al><al>In de praktijk is gebleken dat de huidige Huisvestingsverordening </al><al>WERV-Ede op sommige onderdelen onduidelijk is. Deze onduidelijkheden waren
                    aanleiding de Huisvestingsverordening aan te passen. In het kader van het
                    project ‘minder regels, meer service’ is daarnaast bezien of de
                    Huisvestingsverordening vereenvoudigd kon worden. Een en ander heeft geleid tot
                    een geheel nieuwe Huisvestingsverordening Ede.</al><al>Evenals de huidige Huisvestingsverordening, is het de bedoeling dat de
                    voormalige WERV-gemeenten (Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal) een
                    gelijkluidende Huisvestingsverordening vaststellen. Alleen als er sprake is van
                    unieke plaatselijke omstandigheden, zal een gemeente afwijken van de tekst van
                    de verordening, die door een werkgroep bestaande uit medewerkers van de vier
                    genoemde gemeenten, tot stand is gekomen. Een (grotendeels) gelijkluidende
                    Huisvestingsverordening blijft belangrijk, aangezien er nog steeds sprake is van
                    een open woningmarkt tussen de vier gemeenten. Inwoners van deze gemeenten
                    kunnen zich vrij bewegen op de woningmarkt. Overigens is deze zogenaamde
                    bindingseis (economisch en maatschappelijk) niet beperkt tot de vier gemeenten.
                    De bindingseis geldt feitelijk voor alle personen die een economische of
                    maatschappelijke binding hebben aan de Regio Veluwe.</al><al><vet>Artikelgewijs</vet></al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</cursief></vet></al><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>In dit artikel worden de belangrijkste begrippen van de verordening omschreven.
                    Hierbij is zoveel mogelijk aangesloten bij de wettelijke definities van de
                    Huisvestingswet.</al><al><vet>Artikel 2 Beslistermijn</vet></al><al>Voor een huisvestingsvergunning en een onttrekkingsvergunning geldt een
                    beslistermijn van 8 weken. Deze termijn kan éénmaal voor ten hoogste 8 weken
                    worden verdaagd. </al><al>In het derde lid is de lex silencio toegepast (paragraaf 4.1.3.3 Awb). Niet
                    tijdig beslissen heeft tot gevolg dat de vergunning van rechtswege is
                    verleend.</al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 2 Verdeling van woonruimte</cursief></vet></al><al><vet><cursief>Paragraaf 2.1 Werkingsgebied en inschrijving</cursief></vet></al><al><vet>Artikel 3 Werkingsgebied</vet></al><al>De bepalingen over inschrijving (artikel 4), huisvestingsvergunning (paragraaf
                    2.2), toelatingseisen (paragraaf 2.3), aanbod van huurwoonruimte (paragraaf 2.4)
                    en urgentieverklaring (paragraaf 2.6) zijn van toepassing op huurwoningen
                    beneden de huurprijsgrens die in eigendom zijn van toegelaten instellingen
                    (woningcorporaties). Deze bepalingen gelden dus niet voor huurwoningen in
                    eigendom van particulieren en voor huurwoningen boven de huurprijsgrens. Het
                    aantal huurwoningen in eigendom van particulieren is beperkt. Het is daarom niet
                    noodzakelijk voor een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van deze woningen
                    regels op te nemen in de Huisvestingsverordening.</al><al>Overigens geldt paragraaf 2.5, waarin is aangegeven dat het college een regeling
                    kan vaststellen voor de toewijzing van nieuwbouwwoningen die nog niet eerder
                    zijn bewoond, voor alle woningen (huur en koop).</al><al><vet>Artikel 4 Inschrijving als woningzoekende voor een huurwoning</vet></al><al>Om voor een huurwoning in aanmerking te kunnen komen, moet een woningzoekende
                    zich inschrijven op de website www.Huiswaarts.nu. Op deze website is het actuele
                    woningaanbod opgenomen van de toegelaten instellingen die in de WERV-gemeenten
                    werkzaam zijn. </al><al><vet><cursief>Paragraaf 2.2 Huisvestingsvergunning</cursief></vet></al><al><vet>Artikel 5 Vergunningvereiste</vet></al><al>In dit artikel is bepaald dat voor het in gebruik nemen en in gebruik geven van
                    de huurwoningen als bedoeld in artikel 3, een huisvestingsvergunning vereist
                    is.</al><al><vet>Artikel 6 Aanvragen van een huisvestingsvergunning</vet></al><al>Voor het aanvragen van een huisvestingsvergunning moet gebruik gemaakt worden
                    van een door het college vastgesteld formulier. </al><al>In het tweede lid wordt aangegeven welke bewijsstukken de aanvrager moet
                    overleggen. De gegevens omtrent het inkomen van het huishouden (lid 2, sub a,
                    onder 2) zijn nodig om te kunnen beoordelen of voldaan wordt aan de
                    inkomenstoets in artikel 4 van de Tijdelijke regeling diensten van algemeen
                    economisch belang toegelaten instellingen volkshuisvesting. Op grond van deze
                    regeling, die een uitvoering is van het besluit van de Europese Commissie van 15
                    december 2009 over staatssteun voor woningcorporaties, houden woningcorporaties
                    bij het aangaan van huurcontracten in de meeste gevallen rekening met de in deze
                    regeling bepaalde inkomensgrens. </al><al><vet>Artikel 7 Criteria voor vergunningverlening</vet></al><al>Voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning moet de aanvrager voldoen aan
                    de toelatingseisen. Voor huurwoningen geldt dat aanvragers met een
                    urgentieverklaring (paragraag 2.6) voorgaan.</al><al><vet>Artikel 8 Vruchteloze aanbieding</vet></al><al>Als een woonruimte minimaal twee maal via een advertentie is aangeboden zonder
                    dat daarvoor een woningzoekende in aanmerking komt, wordt de
                    huisvestingsvergunning altijd verleend. De aanbieder dient de woonruimte wel op
                    de juiste wijze aan te bieden.</al><al><vet>Artikel 9 Inhoud huisvestingsvergunning</vet></al><al>In dit artikel wordt aangegeven welke gegevens de huisvestingsvergunning
                    bevat.</al><al><vet><cursief>Paragraaf 2.3 Toelatingseisen</cursief></vet></al><al><vet>Artikel 10 Toelatingseisen</vet></al><al>Dit artikel bevat de toelatingseisen om in aanmerking te komen voor een
                    huisvestingsvergunning.</al><al><vet><cursief>Paragraaf 2.4 Aanbod van huurwoonruimte</cursief></vet></al><al><vet>Artikel 11 Aanbod van huurwoningen</vet></al><al>De corporaties hanteren verschillende modellen voor het aanbieden van
                    huurwoningen. De basis vormt het aanbodmodel. Via dit model wordt woonruimte te
                    huur aangeboden door middel van een advertentiemedium, waarbij woningzoekenden
                    zelf reageren op de aangeboden woonruimte. De uiteindelijke huurder wordt door
                    de corporatie geselecteerd uit de binnengekomen reacties aan de hand van de
                    inschrijvingsduur in Huiswaarts.nu.</al><al>Daarnaast hanteren de corporaties het optiemodel en/of het lotingmodel. In het
                    eerstgenoemde model wordt woonruimte aan woningzoekenden aangeboden die hebben
                    aangegeven in aanmerking te willen komen voor woonruimte van een bepaalde groep
                    woningen. De toewijzing vindt plaats aan de hand van de inschrijvingsduur voor
                    de betreffende groep woningen. In het lotingmodel wordt woonruimte aangeboden
                    door middel van een advertentiemedium en vindt de toewijzing plaats via een
                    geautomatiseerde loting. Het inschrijfnummer bij Huiswaarts.nu van de aan de
                    loting deelnemende woningzoekende geldt als lotnummer. </al><al><vet>Artikel 12 Rangorde aanbieden huurwoningen</vet></al><al>Bij de toewijzing van huurwoningen geldt dat woningzoekenden met een
                    urgentieverklaring voor gaan, conform het toegekende zoekprofiel. Verdere
                    toewijzing vindt plaats via het door de corporatie gehanteerde modellen.</al><al><vet>Artikel 12a Rangorde kleine kernen</vet></al><al>Voor de kleine kernen geldt een extra bindingseis, die echter slechts voor een
                    maximale aanbiedingsperiode van 2 weken wordt toegepast. Gedurende deze periode
                    komen eerst woningzoekenden in aanmerking met een economische of
                    maatschappelijke binding aan één van de kleine kernen. Als er gedurende deze
                    periode geen woningzoekende zijn die voldoen aan de extra bindingseis, wordt de
                    woonruimte volgens de rangorde van artikel 12 aangeboden. </al><al><vet>Artikel 13 Doelgroepen</vet></al><al>Dit artikel bevat regels over doelgroepen. </al><al>Het eerste lid bevat bepalingen over huisvesting voor senioren. De toewijzing
                    van speciaal voor deze doelgroep bestemde woonruimte, vindt plaats via de
                    rangorde van artikel 12. </al><al>Voor statushouders geldt dat de toewijzing juist niet plaats vindt via de
                    rangorde van artikel 12. Ook is artikel 11 voor deze woningzoekenden niet van
                    toepassing.</al><al>Op grond van het derde en het vierde lid kunnen in de overeenkomsten met de
                    corporaties nadere afspraken worden gemaakt over de toewijzing van woonruimte
                    aan stadsvernieuwingskandidaten en overige doelgroepen.</al><al><vet><cursief>Paragraaf 2.5 Toewijzing van nieuwbouwwoningen</cursief></vet></al><al><vet>Artikel 14 Toewijzing van nieuwbouwwoningen</vet></al><al>Op grond van dit artikel kan het college een regeling vaststellen voor de
                    toewijzing van nieuwbouwwoningen (zowel huur als koop) die nog niet eerder zijn
                    bewoond. Een dergelijke regeling kan het college vaststellen als dat voor een
                    eerlijke en zorgvuldige verdeling van de beschikbare nieuwbouwwoningen
                    noodzakelijk geacht wordt. De regeling is niet afhankelijk van de huurprijs- of
                    koopprijsgrens.</al><al><vet><cursief>Paragraaf 2.6 Urgentiebepaling</cursief></vet></al><al><vet>Artikel 15 Urgentieverklaring</vet></al><al>Het blijft noodzakelijk voor woningzoekenden die in een uitzonderlijke situatie
                    verkeren, een urgentieregeling vast te stellen. In dit artikel wordt aan
                    woningzoekenden de mogelijkheid geboden een urgentieverklaring aan te vragen als
                    zij dringend behoefte hebben aan een (andere) woonruimte. Het spreekt voor zich
                    dat het verlenen van een urgentieverklaring beperkt moet blijven tot de echt
                    noodzakelijke situaties. Anders zou het systeem van woningtoewijzing teveel
                    verstoord worden. In een door het college op grond van artikel 17 vast te
                    stellen urgentieregeling zijn de gevallen aangewezen waarop een woningzoekende
                    in aanmerking kan komen voor een urgentieverklaring. De beoordeling van
                    aanvragen voor het verkrijgen van urgentieverklaringen wordt overgelaten aan een
                    door het college in te stellen urgentiecommissie.</al><al>Een urgentieverklaring is zes maanden geldig en kan eenmaal met zes maanden
                    worden verlengd. Gedurende deze tijd bezit een woningzoekende voorrang bij de
                    toewijzing van huurwoningen (zie verder artikel 12).</al><al><vet>Artikel 16 Aanvraag urgentieverklaring</vet></al><al>Voor het aanvragen van een urgentieverklaring moet gebruik gemaakt worden van
                    een door het college vastgesteld formulier.</al><al>Het college beslist binnen 8 weken met een eenmalige verlengingsmogelijkheid van
                    4 weken. Indien niet binnen de beslistermijn is beslist, is de
                    urgentieverklaring <onderstreept>niet</onderstreept> van rechtswege verleend.
                    Eventueel kan een aanvrager gebruik maken van de mogelijkheden van de Wet
                    dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (dwangsom eisen of direct in beroep
                    bij de bestuursrechter). </al><al>De beslissing op aanvragen wordt gemandateerd aan de urgentiecommissie.</al><al><vet>Artikel 17 Urgentieregeling</vet></al><al>In de urgentieregeling wordt aangegeven in welke gevallen een woningzoekende in
                    aanmerking kan komen voor een urgentieregeling. Na vaststelling van deze
                    verordening zal het college de Urgentieregeling WERV-gemeenten vaststellen.</al><al><vet>Artikel 18 Wijziging en intrekking urgentieverklaring</vet></al><al>Een urgentieverklaring moet alleen gelden als dit strikt noodzakelijk is. Er
                    kunnen zich gevallen voordoen waarbij het wenselijk is een verleende
                    urgentieverklaring in te trekken. In dit artikel zijn deze gevallen genoemd. De
                    bevoegdheid om een urgentieverklaring in te trekken wordt gemandateerd aan de
                    urgentiecommissie.</al><al><vet><cursief>Paragraaf 2.7Lokaal maatwerk</cursief></vet></al><al><vet>Artikel 19 Lokaal maatwerk</vet></al><al>Dit artikel is opgenomen om de WERV colleges en de toegelaten instellingen de
                    mogelijkheid te kunnen geven op kleine schaal (maximaal 30% van het vrijkomende
                    aanbod van woonruimte van een corporatie) te experimenteren met de manier van
                    toewijzen. Daarover worden in een convenant met de toegelaten instellingen
                    nadere afspraken gemaakt. Afgesproken is dat lokaal maatwerk aan de volgende
                    voorwaarden moet voldoen:</al><lijst><li nr="a."><al>Lokaal maatwerk is toegestaan op maximaal 30% van het vrijkomende aanbod
                            van woonruimte in een gemeente.</al></li><li nr="b."><al>Lokaal maatwerk heeft betrekking op:</al></li><li nr="-"><al>het percentage en type van de te verdelen woningen via andere modellen
                            dan het combinatiemodel, waarvan het aanbodmodel de basis vormt;</al></li><li nr="-"><al>eventuele afwijkende passenheids-, urgentie- en selectiecriteria;</al></li><li nr="-"><al>eventuele afspraken in het kader van het bestrijden van
                            leefbaarheidsproblemen;</al></li><li nr="-"><al>regeling Experimenten (zie sub 2).</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van de overige toepassingen van lokaal maatwerk wordt de
                            experimentenregeling vooraf ter goedkeuring aangeboden aan burgemeester
                            en wethouders. Dit dient te gebeuren met inachtneming van de in sub a-c
                            bedoelde regels:</al></li><li nr="a."><al>een experiment mag niet strijdig zijn met de Huisvestingswet;</al></li><li nr="b."><al>een experiment heeft een looptijd van maximaal 2 jaar;</al></li><li nr="c."><al>over de aard, inhoud en rapportage over het experiment, het
                            toepassingsgebied en de evaluatie worden in een overeenkomst bindende
                            afspraken opgenomen.</al></li></lijst><al>Huisvesting van statushouders valt buiten 30% lokaal maatwerk.</al><al><cursief>Hoofdstuk 3</cursief><cursief>Wijziging samenstelling van de woonruimtevoorraad</cursief></al><al>Paragraaf 3.1 Omzetting</al><al><vet>Artikel 20 Werkingsgebied</vet></al><al>De vergunningplicht voor het omzetten van zelfstandige woonruimte in
                    onzelfstandige woonruimte, is opgenomen om zicht te houden op de ontwikkelingen
                    in het gebruik van woonruimte. De vergunningplicht geldt voor alle
                    woonruimte.</al><al><vet>Artikel 21 Vervallen</vet></al><al><vet>Artikel 22 Aanvragen van een onttrekkingsvergunning</vet></al><al>Dit artikel geeft aan waaraan een aanvraag voor een onttrekkingsvergunning moet
                    voldoen.</al><al><vet>Artikel 23 Criteria voor vergunningverlening</vet></al><al>Uitgangspunt is dat er een afweging moet plaatsvinden tussen twee belangen: het
                    belang dat de aanvrager bij de omzetting heeft en het volkshuisvestelijke
                    belang.</al><al><vet>Artikel 24 Compensatie</vet></al><al>Compensatie mag niet als afschrikmiddel worden gebruikt. Compensatie moet dienen
                    om de woonruimte die verloren gaat elders terug te winnen. Dit vereiste is van
                    invloed op de hoogte van de compensatie. Die moet in redelijke verhouding staan
                    tot het met de compensatie te bereiken doel (vervangen/realiseren
                    woonruimte).</al><al>Of er sprake is van een reële compensatie, is ter beoordeling van het college.
                    Hierbij kunnen de volgende criteria een rol spelen:</al><lijst><li nr="-"><al>soort woning (huur/koop);</al></li><li nr="-"><al>oppervlakte;</al></li><li nr="-"><al>huur- of koopprijs;</al></li><li nr="-"><al>woningtype.</al></li></lijst><al>Bedragen die door deze compensatiegelden worden ontvangen, worden (conform het
                    3<sup>e</sup> lid) uitsluitend in het kader van de volkshuisvesting aangewend
                    (bijv. herstructurering, inrichting woonomgeving etc.). Het compensatiebedrag
                    kan jaarlijks, per 1 januari, door het college worden aangepast.</al><al>Paragraaf 3.2 Splitsing in appartementsrechten</al><al><vet>Artikel 25 Werkingsgebied</vet></al><al>Voor het splitsen in appartementsrechten blijft een vergunningplicht gelden.
                    Deze plicht geldt voor alle gebouwen die woonruimte bevatten.</al><al><vet>Artikel 26 Vervallen</vet></al><al><vet>Artikel 27 Aanvragen van een splitsingsvergunning</vet></al><al>De verlangde bewijsstukken zijn overgenomen uit het voorheen op splitsing van
                    toepassing zijnde Woningwetartikel 56e. Het college kan zonodig nadere
                    bewijsstukken verlangen.</al><al><vet>Artikel 28 Gronden tot weigering van een splitsingsvergunning</vet></al><al>Dit artikel bevat bepalingen die betrekking hebben op de drie afwijzingsgronden
                    (limitatief genoemd in het Huisvestingsbesluit). Deze afwijzingsgronden zijn de
                    samenstelling van de woonruimtevoorraad, belemmering van de stadsvernieuwing en
                    bepalingen uit oogpunt van indeling of staat van onderhoud. </al><al>Alleen op deze drie gronden kan de vergunning geweigerd worden. Er is in dit
                    artikel een combinatie gemaakt van de bepalingen in hoofdstuk 3 van het
                    Huisvestingsbesluit. In dit artikel zijn, voor wat betreft de staat van
                    onderhoud, minimaal de bepalingen uit het voormalige artikel 56, lid b van de
                    Woningwet opgenomen. </al><al><vet>Artikel 29 </vet></al><al>Dit artikel bevat de mogelijkheid om, op grond van dreigende belemmering van de
                    stadsvernieuwing, een aanvraag voor een splitsingsvergunning aan te houden
                    indien voor het gebied waarin het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking
                    heeft, is gelegen, reeds een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 3.7
                    van de Wet op de ruimtelijke ordening van kracht is.</al><al><cursief>Hoofdstuk 4</cursief><cursief>Overige bepalingen</cursief></al><al><vet>Artikel 30 Hardheidsclausule</vet></al><al>Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om in uiterst bijzondere gevallen
                    af te wijken van de bepalingen in deze verordening. Uitgangspunt is dat dit
                    artikel slechtst met uiterste terughoudendheid wordt toegepast.</al><al><vet>Artikel 31 Strafbepalingen</vet></al><al>Het overtreden van de verbodsbepalingen in de artikelen 5
                    (huisvestingsvergunning), 21 (onttrekkingsvergunning) of 26
                    (splitsingsvergunning), is op grond van dit artikel strafbaar gesteld.</al><al><vet>Artikel 32 Handhaving</vet></al><al>In dit artikel worden de ambtenaren genoemd die zijn belast met het toezicht op
                    de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde. </al><al><vet>Artikel 33 Overleg bij wijziging</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al><cursief>Hoofdstuk 5</cursief><cursief>Slotbepalingen</cursief></al><al><vet>Artikel 34 Inwerkingtreding</vet></al><al>Aangezien het de bedoeling is dat de verordening in alle WERV-gemeenten op
                    eenzelfde datum in werking treedt, is bepaald dat de verordening in werking
                    treedt op een nader door het college vast te stellen datum.</al><al><vet>Artikel 35 Overgangsbepaling</vet></al><al>Dit artikel bevat een eenvoudige overgangsbepaling.</al><al><vet>Artikel 36 Citeerartikel</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>