<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR283520_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Blaricum 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hei en wei 12-4-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Blaricum 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING">Wet maatschappelijke ondersteuning, art. 5</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 2013-12</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Voorzieningenverordening maatschappelijke ondersteuning 2010, vastgesteld op 16 februari 2010. Artikel 27 bevat overgangsbepalingen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5130</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Blaricum 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Blaricum</al><al/><al>Gelezen het voorstel d.d. 5 februari 2013 van burgemeester en
                        wethouders</al><al/><al>Gelet op artikel 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning</al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><al>Vast te stellen de onderstaande Verordening Wet maatschappelijke
                        ondersteuning gemeente Blaricum 2013 met toelichting, onder intrekking van
                        de Voorzieningenverordening maatschappelijke ondersteuning 2010.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel/></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt
                            verstaan onder:</al><al/><al>1. Aanmelding: de mededeling van een belanghebbende aan het college dat
                            hij beperkingen ondervindt op grond waarvan hij verzoekt een afspraak te
                            maken voor een gesprek.</al><al/><al>2. Aanvraag: het verzoek van een belanghebbende om in aanmerking te
                            komen voor één of meerdere voorzieningen om een resultaat te bereiken in
                            het kader van deze verordening.</al><al/><al>3. Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal
                            bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook door anderen gebruikt
                            wordt, algemeen verkrijgbaar is en niet – aanzienlijk – duurder is dan
                            vergelijkbare producten.</al><al/><al>4. Algemene voorziening: een voorliggende voorziening die weliswaar niet
                            bestemd is voor, noch te gebruiken is door alle personen als bedoeld in
                            artikel 4 lid 1 van de wet, maar die anderzijds door iedereen waarvoor
                            de voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze te verkrijgen of te
                            gebruiken is, zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure.</al><al/><al>5. Belanghebbende: een persoon met een beperking, een chronisch
                            psychisch probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan
                            compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het
                            maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, die voor
                            zichzelf of, met behulp van een machtiging, door een ander een
                            aanmelding of een aanvraag doet of laat doen.</al><al/><al>6. Compenserende maatregel: Een voorziening die het college ten behoeve
                            van één persoon op basis van artikel 4 van de Wmo treft.</al><al/><al>7. Chronisch psychisch probleem: aanhoudende storende of bedreigende
                            gevoelens, gedachten, gedragingen en/of lijden.</al><al/><al>8. Collectieve voorziening: een voorziening die individueel wordt
                            verstrekt maar die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt,
                            bijvoorbeeld het collectief vraagafhankelijk vervoer</al><al/><al>9. College: College van burgemeester en wethouders.</al><al/><al>10 Compensatieplicht: De plicht van het College aan personen met een
                            beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem
                            voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen met als doel
                            de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie te vergroten en hen
                            staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om
                            de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te
                            ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Daarbij
                            legt artikel 4 van de wet het College de plicht op om een resultaat te
                            bereiken dat als compensatie mag gelden en dat in het individuele geval
                            maatwerk is.</al><al/><al>11. Eigen aandeel: een door het college vast te stellen bijdrage, die
                            bij verstrekking van een financiële tegemoetkoming voor rekening van de
                            belanghebbende komt.</al><al/><al>12. Eigen bijdrage: een door het college vast te stellen bijdrage, die
                            bij de verstrekking van een voorziening in natura en een
                            persoonsgebonden budget voor rekening van de belanghebbende komt.</al><al/><al>13. Financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet forfaitair of
                            gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen voor het te
                            bereiken resultaat.</al><al/><al>14. Gebruikelijke zorg: de zorg die op het gebied van het voeren van het
                            huishouden voor alle meerderjarige leden van een leefeenheid als
                            algemeen aanvaardbaar beschouwd wordt.</al><al/><al>15. Gesprek: het eerste contact na een aanmelding waarin met degene die
                            maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn gehele situatie wordt
                            geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en de gevolgen daarvan,
                            de te bereiken resultaten, de eigen oplossingen, oplossingen via het
                            (sociale) netwerk en eventuele compenserende maatregelen vanuit de
                            gemeente en/of voorliggende oplossingen.</al><al/><al>16. Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente
                            bewoning, waar belanghebbende zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft
                            of zal hebben en op welk adres hij in de gemeentelijke
                            basisadministratie ingeschreven staat of zal staan, dan wel het
                            feitelijk woonadres indien de belanghebbende met een briefadres in de
                            gemeentelijke basisadministratie ingeschreven staat of zal staan.</al><al/><al>17. Huisgenoot: iedere meerderjarige met wie de belanghebbende een
                            duurzaam gemeenschappelijke huishouding voert.</al><al/><al>18. Individuele voorziening: een voorziening die door het college ten
                            behoeve van één persoon op basis van artikel 4 Wmo wordt verstrekt.</al><al/><al>19. Mantelzorger: een persoon die mantelzorg in de zin van artikel 1,
                            lid 1 onder b van de wet biedt.</al><al/><al>20. Persoonsgebonden budget: een geldbedrag om te gebruiken voor het te
                            bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in natura.</al><al/><al>21. Psychosociaal probleem: een situatie van verlies van zelfstandigheid
                            en, met name, een gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het
                            maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door belemmeringen die iemand
                            ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving .</al><al/><al>22. Sociale Netwerk: een verzamelnaam voor het netwerk van mensen om een
                            persoon heen dat kan functioneren als ondersteuningsbron en kan
                            bijdragen aan het eigen welzijn en welbehagen.</al><al/><al>23. Voorziening in natura: een voorziening, in te zetten om het
                            resultaat te bereiken, in de vorm van goederen in (bruik)leen, in
                            eigendom, of als persoonlijke dienstverlening.</al><al/><al>24. Voorliggende voorziening: een voorziening die voorgaat op een
                            individuele voorziening op grond van de Wmo en waar belanghebbende
                            gebruik van kan maken en die leidt tot het beoogd resultaat.</al><al/><al>25. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning.</al><al/><al>26. Wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een
                            andere wettelijke bepaling dan de Wet maatschappelijke ondersteuning en
                            die voor gaat op deze wet, waar belanghebbende gebruik van kan maken en
                            die leidt tot het beoogd resultaat.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Resultaatgerichte compensatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>De te bereiken resultaten</titel></kop><al>De op basis van artikel 4 lid 1 van de wet te bereiken resultaten
                            zijn:</al><al> Het wonen in een schoon en leefbaar huis. Het wonen in een geschikt
                            huis. Boodschappen doen en maaltijden aanreiken. Het beschikken over
                            schone, draagbare en doelmatige kleding. Het thuis kunnen zorgen voor
                            kinderen die tot het gezin behoren. Het zich in en om de woning
                            verplaatsen. Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel. Het
                            ontmoeten van medemensen en het aangaan/onderhouden van sociale
                            verbanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Aanspraak op compensatie</titel></kop><al>1. Een compenserende maatregel wordt getroffen indien:</al><al>a. er sprake is van een compensatienoodzaak;</al><al>b. belanghebbende niet of niet volledig in staat is om zelf en/of via
                            het sociale netwerk eigen oplossingen te realiseren;</al><al>c. de compenserende maatregel voldoende compensatie biedt en hierbij
                            leidt tot het te bereiken resultaat;</al><al>d. de compenserende maatregel als de goedkoopst-compenserende
                            voorziening aan te merken is.</al><al>2. Het college treft op grond van deze verordening geen compenserende
                            maatregel indien:</al><al>a. er geen sprake is van een compensatienoodzaak;</al><al>b. belanghebbende in staat is om eigen compenserende maatregelen te
                            treffen;</al><al>c. er sprake is van gebruikelijke zorg;</al><al>d. de compenserende maatregel, gelet op de persoonlijke situatie van
                            belanghebbende, als algemeen gebruikelijk aan te merken is;</al><al>e. er sprake is van een voorliggende en/of algemene voorziening die
                            voldoende compensatie biedt en leidt tot het te bereiken resultaat.</al><al>f. indien belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente Blaricum en
                            hier geen hoofdverblijf heeft.</al><al>g. belanghebbende reeds eerder in het kader van enige wettelijke
                            bepaling of regeling is gecompenseerd met een voorziening en de normale
                            afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij
                            de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als
                            gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te
                            rekenen.</al><al>h. indien het college niet in staat wordt gesteld om op basis van
                            onderzoek de compensatienoodzaak vast te stellen. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>De te bereiken resultaten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Het wonen in een schoon en leefbaar huis</titel></kop><al>Als het gaat om een schoon en leefbaar huis kan ten aanzien van het
                            hoofdverblijf een compenserende maatregel getroffen worden voor het
                            huishoudelijke werk. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, in gebruik
                            zijnde slaapvertrekken, in gebruik zijnde berging, keuken en sanitaire
                            ruimten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Het wonen in een geschikt huis</titel></kop><al>1. Als het gaat om het wonen in een geschikt huis kan ten aanzien van
                            het hoofdverblijf een compenserende maatregel worden getroffen omtrent
                            de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. Dit
                            geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire
                            ruimten, berging, tuin of balkon.</al><al>2. Indien de compensatienoodzaak het gevolg van een verhuizing is en
                            belanghebbende om die reden niet normaal gebruik kan maken van de
                            woning, kan het college besluiten geen compenserende maatregelen te
                            treffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Boodschappen doen en maaltijden aanreiken</titel></kop><al>Als het gaat om boodschappen doen en maaltijden aanreiken kan het
                            college een compenserende maatregel treffen ten aanzien van het inkopen
                            van levensmiddelen, schoonmaakmiddelen en toiletartikelen en het
                            bereiden en aanreiken van maaltijden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Het beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                            kleding</titel></kop><al>Als het gaat om het beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                            kleding kan een compenserende maatregel worden getroffen ten aanzien van
                            het wassen, drogen en strijken en opruimen van de dagelijkse was.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                            behoren</titel></kop><al>Als het gaat om het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                            behoren, kan een compenserende maatregel worden getroffen ten aanzien
                            van het – zo mogelijk tijdelijk ter overbrugging van een periode
                            noodzakelijk voor het nemen van meer definitieve maatregelen – vervangen
                            van de ouder die in principe voor de kinderen zorgt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Het zich in en om de woning verplaatsen</titel></kop><al>1. Als het gaat om het zich in en om de woning verplaatsen kan
                            belanghebbende via een door het college te treffen maatregel
                            gecompenseerd worden. Het zich in de woning verplaatsen betreft het in
                            staat zijn de woonkamer, het slaapvertrek en/of de slaapvertrekken, het
                            toilet en de douche, de berging, de tuin of het balkon te kunnen
                            bereiken en er zich zodanig kunnen redden dat normaal functioneren
                            mogelijk is.</al><al>2. Het zich om de woning verplaatsen kan bestaan uit het kunnen doen van
                            dagelijkse boodschappen, het bezoeken van personen in de directe
                            leefomgeving en het doen van overige gewenste activiteiten binnen de
                            directe leefomgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</titel></kop><al>Als het gaat om het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan een
                            compenserende maatregel, al dan niet collectief afgenomen, worden
                            getroffen ten aanzien van verplaatsingen over de korte afstand rond de
                            woning en verplaatsingen over de langere afstand binnen de directe woon
                            en leefomgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Het ontmoeten van medemensen en het aangaan/onderhouden van
                            sociale verbanden</titel></kop><al>Als het gaat om de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en
                            deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                            activiteiten kan een compenserende maatregel worden getroffen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Hoe te komen tot de te bereiken resultaten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Aanmelding voor een gesprek</titel></kop><al>1. Aan een aanvraag voor een compenserende maatregel ex artikel 1, lid 1
                            aanhef en onder g sub 6 van de wet gaat een gesprek vooraf.</al><al>2. Aan een gesprek gaat een aanmelding vooraf.</al><al>3. Een aanmelding voor een gesprek kan schriftelijk, mondeling of
                            digitaal worden gedaan bij het Wmo loket van de gemeente Blaricum.</al><al>4. Uiterlijk binnen 10 werkdagen na de aanmelding zal er een afspraak
                            voor het gesprek zijn gemaakt.</al><al>5. Nadat er een afspraak is gemaakt voor het voeren van een gesprek,
                            ontvangt belanghebbende hier een schriftelijke bevestiging van.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Het gesprek</titel></kop><al>1. Aan een aanvraag voor een compenserende maatregel gaat een gesprek
                            vooraf.</al><al>a. Het gesprek wordt afgestemd op de wensen en behoeften van
                            belanghebbende.</al><al>b. Het gesprek wordt gevoerd aan de hand van een lijst met te bespreken
                            punten, op basis van de International Classification of Functions,
                            Disabilities and Impairments.</al><al>c. Voorafgaand aan het gesprek ontvangt de belanghebbende de lijst met
                            de te bespreken punten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Het verslag.</titel></kop><al>1. Het gesprek wordt vastgelegd in een verslag. Het verslag bevat in
                            ieder geval:</al><al> Een omschrijving van de beperking, het chronisch psychisch probleem
                            en/of het psychosociaal probleem zoals ervaren door belanghebbende; De
                            mogelijkheden die belanghebbende heeft ondanks dit probleem; De
                            problemen die belanghebbende ondervindt op basis van dit probleem; De
                            resultaten die belanghebbende wil bereiken op de in artikel 4 lid 1 Wmo
                            omschreven terreinen; Wat belanghebbende zelf, eventueel met hulp van
                            anderen/het netwerk kan doen om oplossingen te bewerkstelligen. Wat
                            belanghebbende zelf kan betekenen voor anderen. Welke ondersteuning er
                            van instanties/gemeente/hulpverleners nodig is.</al><al>2. Nadat het gesprek heeft plaatsgevonden ontvangt belanghebbende hier
                            een verslag van.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>De aanvraag.</titel></kop><al>1. De aanvraag voor een compenserende maatregel moet schriftelijk
                            plaatsvinden.</al><al>2. Een aanvrager of zijn wettelijke vertegenwoordiger is verplicht aan
                            het college of de door hen aangewezen adviesinstantie die gegevens te
                            verschaffen of te doen verschaffen die noodzakelijk zijn voor het
                            vaststellen van de compensatienoodzaak en de beoordeling van de
                            aanvraag.</al><al>3. Op de aanvraag wordt binnen 8 weken beslist.</al><al>4. In afwijking van lid 3 geldt een beslistermijn van 16 weken met
                            betrekking tot voorzieningen ten behoeve van de in artikel 5 en 9
                            genoemde resultaten</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Het maken van een afweging.</titel></kop><al>1. Bij het beoordelen van de te treffen compensatie neemt het college de
                            bevindingen uit het gesprek als uitgangspunt.</al><al>2. Het college gaat uit van de persoonskenmerken en behoeften van de
                            aanvrager. Hierbij onderzoekt het college de compensatienoodzaak ten
                            behoeve van het te bereiken resultaat en de mate waarin belanghebbende
                            zelf in oplossingen kan voorzien.</al><al>3. In de afweging van de te treffen compenserende maatregel is het te
                            bereiken resultaat leidend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Advisering</titel></kop><al>1. Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de
                            vaststelling van de compensatienoodzaak en de beoordeling van de
                            aanvraag, degene door wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke
                            zorg diens relevante huisgenoten:</al><al>a. op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te
                            bepalen plaats en tijdstip en hem te ondervragen, rekening houdend met
                            de in de persoon gelegen mogelijkheden en/of beperkingen.</al><al>b. op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of
                            meer daartoe aangewezen deskundigen te doen ondervragen en/of
                            onderzoeken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>1. Bij het treffen van een compenserende maatregel worden de volgende
                            onderdelen in ieder geval bij beschikking vastgelegd:</al><al>a. De belangrijkste conclusies uit het gesprek.</al><al>b. Het te bereiken resultaat.</al><al>c. De eigen oplossingen van belanghebbende om het resultaat te
                            bereiken.</al><al>d. Welke compenserende maatregelen het college treft om het resultaat te
                            bereiken en de omvang daarvan.</al><al>e. In welke vorm de compensatie plaatsvindt: in natura, als
                            persoonsgebonden budget of als financiële tegemoetkoming.</al><al>f. Per wanneer de compensatie ingaat en de duur daarvan.</al><al>g. Bij ondersteuning in natura: welke organisatie de ondersteuning
                            levert.</al><al>h. De voorwaarden waaronder de compensatie plaatsvindt.</al><al>i. De voorlopige hoogte van de eigen bijdrage/hoogte van het eigen
                            aandeel.</al><al>j. De regels die gelden ten aanzien van de verantwoording van het pgb/de
                            financiële tegemoetkoming.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label/><nr>5.</nr><titel>Bepalingen ten aanzien van de te treffen compenserende
                            maatregelen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Vorm van de compensatie</titel></kop><al>1. De compenserende maatregelen kunnen in natura, als financiële
                            tegemoetkoming en als persoonsgebonden budget worden verstrekt.</al><al>2. Indien tegen het compenseren via een persoonsgebonden budget
                            overwegende bezwaren bestaan zal het college geen persoonsgebonden
                            budget verstrekken. Het college kan hierover nadere regels stellen.</al><al>3. Het college kan steekproefsgewijs een controle uitvoeren naar een
                            rechtmatige besteding van het persoonsgebonden budget/de financiële
                            tegemoetkoming.</al><al>4. Belanghebbende is verplicht gedurende een periode van vijf jaar alle
                            rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de compensatie
                            beschikbaar te houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Eigen bijdragen en eigen aandeel</titel></kop><al>1. Bij het treffen van een compenserende maatregel als individuele
                            voorziening op grond van de wet, is de aanvrager een eigen bijdrage of
                            eigen aandeel verschuldigd.</al><al>2. De omvang van de verschuldigde eigen bijdrage wordt vastgesteld op de
                            maximale eigen bijdrage binnen de kaders van artikel 4.1 en 4.2 van het
                            Besluit maatschappelijke ondersteuning.</al><al>3. De omvang van het eigen aandeel in de kosten bij de toekenning van
                            een financiële tegemoetkoming wordt vastgesteld op het maximale eigen
                            aandeel binnen de kaders van artikel 4.1 en 4.2 van het Besluit
                            maatschappelijke ondersteuning.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Procedurele bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Wijziging situatie</titel></kop><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een compenserende maatregel is
                            verstrekt, is verplicht direct aan het college mededeling te doen van
                            feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat
                            deze van invloed kunnen zijn de op de compensatienoodzaak en/of de
                            aanspraak op ondersteuning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Heronderzoek</titel></kop><al>Het college kan een heronderzoek instellen naar de aanwezigheid van een
                            compensatienoodzaak en de mate waarin belanghebbende in eigen
                            oplossingen kan voorzien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Intrekking.</titel></kop><al>1. Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening,
                            geheel of gedeeltelijk intrekken indien:</al><al>a. niet of niet langer is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of
                            krachtens deze verordening,</al><al>b. Indien de compenserende maatregel niet binnen een termijn van
                            maximaal zes maanden is aangeschaft en/of in gebruik is genomen.</al><al>c. op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de gegevens
                            zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een
                            andere beslissing zou zijn genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Terugvordering.</titel></kop><al>1. Indien het recht op een compenserende maatregel is ingetrokken kan op
                            basis daarvan een reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of
                            persoonsgebonden budget worden teruggevorderd.</al><al>2. Ingeval het recht op een compenserende maatregel is ingetrokken kan
                            deze worden teruggevorderd indien de voorziening is verleend op basis
                            van onjuiste gegevens.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label/><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Hardheidsclausule.</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager
                            afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Nadere regels en indexering.</titel></kop><al>1. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het bepaalde
                            in deze verordening.</al><al>2. Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze
                            verordening en het op deze verordening berustende gemeentelijk besluit
                            geldende bedragen verhogen of verlagen conform de ontwikkelingen van de
                            prijsindex volgens het Centraal Bureau van de Statistiek en de
                            NEA-index.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Inwerkingtreding en overgangsbepalingen.</titel></kop><al>1. Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na
                            bekendmaking.</al><al>2, Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                            Voorzieningenverordening maatschappelijke ondersteuning 2010.</al><al>3. Een besluit, genomen op grond van de Voorzieningenverordening
                            maatschappelijke ondersteuning 2010, blijft na inwerkingtreding van deze
                            verordening, voor de duur van dat besluit van kracht.</al><al>4. Op aanvragen en bezwaarschriften, ingediend vóór de inwerkingtreding
                            van deze verordening, waarop nog geen besluit is genomen, is deze
                            verordening direct van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Citeertitel.</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening wet maatschappelijke
                            ondersteuning gemeente Blaricum 2013”.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Blaricum in zijn openbare
                        vergadering van 19 maart 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>P.C.M. de Groot mevrouw J.N. de Zwart-Bloch</ondertekening><ondertekening> griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>Bijlagen</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Blaricum/i202130.pdf">Bijlage Verordening Wmo Toelichting</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>