<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR282895_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-04-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Boekel &amp; Venhorst, d.d. 10 april 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=artikel 8">Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z/019581 AB/010318</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Boekel;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 19 februari
                        2013;</al><al>gelet op:</al><al>gelet op artikel 8 lid 1 onderdeel i Wet werk en bijstand;</al><al><vet>BESLUIT</vet>:</al><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>– Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="4*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="76*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><cursief>Beslagvrije voet</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475c
                                                tot en met 475<sup>e</sup> van het Wetboek van
                                                Burgerlijke Rechtsvordering;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Bezit</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Waarde van de bezittingen waarover belanghebbende of
                                                diens gezin beschikt of redelijkerwijs kan
                                                beschikken, met uitzondering van het in de woning
                                                met bijbehorend erf gebonden vermogen, bedoeld in
                                                artikel 50 lid 1 Wet werk en bijstand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>College</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Het college van burgemeester en wethouders van
                                                Boekel;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Recidiveboete</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a lid 5
                                                Wet werk en bijstand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Verrekenen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Verrekening als bedoeld in artikel 60 lid 4 Wet werk
                                                en bijstand.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2 - </nr><titel>Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als het bezit van belanghebbende ten minste driemaal de
                                    toepasselijke bijstandnorm bedraagt, verrekent het college de
                                    recidiveboete zonder inachtneming van de beslagvrije voet.</al></li><li nr="2."><al>De verrekening, bedoeld in lid 1, vindt plaats gedurende een
                                    tijdvak van drie maanden vanaf het moment van de dagtekening
                                    waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>– Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als het bezit van belanghebbende niet ten minste driemaal de
                                toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent het college de
                                recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming van de
                                beslagvrije voet. De verrekening vindt plaats vanaf het moment van
                                de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aansluitend op verrekening als bedoeld in lid 1, verrekent het
                                college de recidiveboete in de daarop volgende twee maanden op een
                                dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een
                                inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen
                                gerekend als bedoeld in artikel 31 lid 2 onderdelen n en r Wet werk
                                en bijstand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>– Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel></kop><al>In afwijking van de artikelen 2 en 3 kan het college de recidiveboete
                            met inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen als:</al><lijst><li nr="a."><al>aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in de
                                    artikelen 2 of 3, zou leiden tot huisuitzetting van
                                    belanghebbende en diens gezin; of</al></li><li nr="b."><al>anderszins sprake is van dringende redenen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>– Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel></kop><al>De artikelen 2, 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                            verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a lid 1 Wet
                            werk en bijstand, indien en voor zover deze boete nog niet is betaald op
                            het moment van verrekening van de recidiveboete.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>– Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 15 april 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>– Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening
                            bestuurlijke boete bij recidive 2013.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van</ondertekening><ondertekening>de raad van de gemeente Boekel, gehouden op 28 maart 2013</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>M.R.P. Philipse P.M.J.H. Bos</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>ALGEMENE TOELICHTING</vet></al><al><vet>Wetwijzigingen</vet><vet> per 1 januari 2013</vet></al><al>Per 1 januari 2013 is de Wet aanscherping handhavings- en sanctiebeleid
                            SZW wetgeving in werking getreden. Voor de Wet werk en bijstand (WWB)
                            introduceert deze wet de bestuurlijke boete bij een schending van de
                            inlichtingenplicht. Het college is verplicht de bestuurlijke boete met
                            de lopende uitkering te verrekenen. In beginsel moet bij deze
                            verrekening de bescherming van de beslagvrije voet in acht genomen
                            worden. Is er echter sprake van een bestuurlijke boete wegens recidive,
                            dan kan het college besluiten gedurende maximaal drie maanden te
                            verrekenen zonder dat er acht wordt genomen van de beslagvrije
                            voet.</al><al>De WWB verplicht de gemeenteraad in een verordening nadere regels te
                            stellen over de bevoegdheid de beslagvrije voet tijdelijk buiten werking
                            te stellen bij verrekening van de recidiveboete. Gemeenten krijgen
                            daarmee de ruimte een afweging te maken van situaties of omstandigheden
                            waarin het buiten werking stellen van de beslagvrije voet niet
                            proportioneel wordt geacht. </al><al>In het kader van pseudoverrekening kunnen gemeenten te maken krijgen met
                            verzoeken van andere gemeenten om een door hen opgelegde recidiveboete
                            te verrekenen. Het college dat de boete heeft opgelegd zal in dat geval
                            aangeven in hoeverre het de beslagvrije voet in acht wil nemen (volgens
                            de regels van zijn gemeentelijke verordening). De gemeente die de
                            uitkering verstrekt, moet in beginsel gehoor geven aan dit verzoek.
                            Mocht de beslagvrije voet niet gerespecteerd worden, dan kan
                            belanghebbende het college waarvan hij uitkering ontvangt, verzoeken de
                            beslagvrije voet toch in acht te nemen. In artikel 60b lid 2 WWB is
                            geregeld dat het college die de uitkering verstrekt, de bevoegdheid
                            heeft aan dit verzoek van belanghebbende tegemoet te komen. Het ligt
                            voor de hand dat het college bij de beslissing op dat handelt analoog
                            aan de regels die in de eigen gemeentelijke verordening zijn
                            vastgelegd.</al><divisie><kop><titel>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>– Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze bepaling zijn een aantal begrippen nader omschreven. De meeste
                            behoeven geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><titel>Bezit</titel></kop><al>De verordening kent een definitie van het begrip bezit. Het gaat daarbij
                            om (de waarde van) alle bezittingen waarover belanghebbende of diens
                            gezinsleden beschikken of redelijkerwijs kunnen beschikken. Bezittingen
                            kunnen zowel bestaan uit geld als op geld waardeerbare goederen.</al><al>Bij het begrip bezit zoals dat in deze verordening wordt gebruikt, gaat
                            het nadrukkelijk niet om vermogen als bedoeld in artikel 34 WWB.
                            Eventueel aanwezige schulden spelen immers geen rol en worden dus ook
                            niet op het bezit in mindering gebracht. Ook de vrijlatingen van artikel
                            34 lid 2 WWB zijn hier niet van toepassing. Een belanghebbende die
                            vanwege de volledige verrekening met de beslagvrije voet zonder
                            inkomsten komt te zitten, zal de bezittingen waarover hij beschikt of
                            redelijkerwijs kan beschikken, volledig moeten aanwenden om in de
                            noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen voorzien. Een
                            uitzondering is gemaakt voor de door belanghebbende en zijn gezin
                            bewoonde (eigen) woning.</al></divisie><divisie><kop><titel>Verrekenen</titel></kop><al>De WWB kent een ruimer begrip van verrekenen dan het Wetboek van
                            Burgerlijke Rechtsvordering. Voor de duidelijkheid is daarom een aparte
                            begripsbepaling opgenomen in de verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>– Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit</titel></kop><al>Uitgangspunt van deze verordening is dat volledige verrekening zonder
                            inachtneming van de beslagvrije voet plaats vindt voor de maximale
                            termijn van drie maanden als belanghebbende over voldoende bezittingen
                            beschikt om dit op te kunnen vangen. Dat uitgangspunt is vastgelegd in
                            artikel 2 van deze verordening. Van voldoende bezit is sprake als de
                            waarde van de bezittingen waarover belanghebbende beschikt (of
                            redelijkerwijs kan beschikken), ten minste driemaal de toepasselijke
                            bijstandsnorm bedraagt. Immers, bij aanwending of tegeldemaking van deze
                            bezittingen, zou een periode van drie maanden overbrugd moeten kunnen
                            worden. De kaders om te bepalen wat tot bezit wordt geteld zijn gelijk
                            aan de vermogensvaststelling bij de bijstand.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>– Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit</titel></kop><al>Heeft belanghebbende onvoldoende bezittingen om een periode van drie
                            maanden volledige verrekening te kunnen overbruggen, dan verrekent het
                            college slechts één maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet.
                            Voor de overige twee maanden vindt weliswaar verrekening zonder
                            inachtneming van de beslagvrije voet plaats, maar niet volledig.
                            Belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van
                            de toepasselijke bijstandsnorm.</al><al>Voor het percentage van 80% is aansluiting gezocht bij de
                            invorderingsmogelijkheden die de Belastingdienst heeft bij notoire
                            wanbetalers. Onder omstandigheden kan deze de beslagvrije voet (90% van
                            de toepasselijke bijstandsnorm) verlagen met 10% op grond van artikel 19
                            lid 1 Invorderingswet 1990.</al><al>Met de gekozen opzet wordt enerzijds uiting gegeven aan het principe dat
                            fraude niet mag lonen. Het gaat hier immers om belanghebbenden die
                            herhaaldelijk hun inlichtingenplicht hebben geschonden. Daar mag een
                            duidelijk signaal tegenover staan. Anderzijds wordt rekening gehouden
                            met de zorgplicht van gemeenten. Het volledig buiten werking stellen van
                            de beslagvrije voet gedurende drie maanden kan kwalijke maatschappelijke
                            consequenties hebben. Dat moet voorkomen worden, nu de regeling daarmee
                            zijn doel voorbij zou schieten.</al><al>Een belanghebbende kan inkomsten uit arbeid hebben die op grond van
                            artikel 31 lid 2 onderdelen n of r WWB worden vrijgelaten voor de
                            algemene bijstand. Bij verrekening van een recidiveboete tot 80% van de
                            bijstandsnorm, tellen deze inkomsten echter gewoon mee. Het college laat
                            deze inkomsten dus niet buiten beschouwing bij de beoordeling van de
                            vraag of belanghebbende nog over voldoende inkomen beschikt. Dit is
                            geregeld in lid 3.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>– Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel></kop><al>Hoewel het hier gaat om een herhaaldelijke schending van de
                            inlichtingenplicht, zijn er situaties denkbaar waarin volledige
                            verrekening zonder inachtneming van de beslagvrije voet niet
                            aanvaardbaar worden geacht. Die situatie komen aan de orde in artikel 4.
                            Het gaat daarbij om individuele omstandigheden waaraan het college zal
                            moeten toetsen.</al><al>In onderdeel a is geregeld dat het college kan besluiten in afwijking
                            van de artikelen 2 en 3 toch de beslagvrije voet te respecteren wanneer
                            volledige verrekening waarschijnlijk leidt tot huisuitzetting van
                            belanghebbende en diens gezin. Voorkomen moet worden dat belanghebbende
                            door de volledige verrekening op straat komt te staan, waardoor de
                            problematiek alleen maar verergert, met alle maatschappelijke kosten van
                            dien.</al><al>Een dreigende huisuitzetting wordt in deze verordening gezien als een
                            dringende reden om van verrekening zonder inachtneming van de
                            beslagvrije voet af te zien. Dat volgt uit het woord ‘anderszins’ in
                            onderdeel b. Ook bij aanwezigheid van andere dringende redenen dan een
                            dreigende huisuitzetting, kan het college rekening houden met de
                            bescherming van de beslagvrije voet. Van dringende redenen is niet snel
                            sprake. Het gaat slechts om incidentele gevallen, waarbij de behoeftige
                            omstandigheden waarin belanghebbende en diens gezinsleden verkeren op
                            geen enkele andere wijze te verhelpen zijn. Het enkele feit dat het
                            belanghebbende door de verrekening aan middelen ontbreekt om in het
                            bestaan te voorzien, is op zich geen voldoende voorwaarde om te kunnen
                            spreken van dringende redenen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>– Eerder opgelegde bestuurlijke boete</titel></kop><al>In artikel 60b lid 3 WWB is bepaald dat de bevoegdheid om te verrekenen
                            met de beslagvrije voet ook van toepassing is op eerder opgelegde
                            bestuurlijke boetes voor zover op het moment van verrekening van de
                            recidiveboete, die eerdere boetes nog niet zijn betaald. Mocht het
                            college die eerdere, nog openstaande boetes gaan verrekenen, dan regelt
                            artikel 5 dat de bepalingen in deze verordening van overeenkomstige
                            toepassing zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>– Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>– Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>