<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR28210_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Technische voorschriften subsidieverordening monumenten</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tubbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tubbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 1995, 22</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Technische voorschriften subsidieverordening monumenten</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Subsidieverordening monumenten, art. 1.9</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>1995-03-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1995-03-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Technische voorschriften subsidieverordening monumenten </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>Het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen; </al><al>gelet op artikel 1.9 van de Subsidieverordening monumenten 1995; </al><al>b e s l u i t: </al><al>vast te stellen de navolgende </al><al><vet>Technische voorschriften subsidieverordening monumenten </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label/></kop><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="13*"/><colspec colname="col2" colwidth="87*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>0.0</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Algemeen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>0.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Alle te vervangen onderdelen c.q. constructies dienen overeenkomstig bestaande, historisch juiste vormgeving en detaillering te worden uitgevoerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>0.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Alle te vervangen onderdelen c.q. constructies dienen met behulp van bestaande, historisch juiste materialen te worden uitgevoerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>0.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Toe te voegen elementen ten behoeve van geriefs- en/of functieverbetering dienen op een zodanige wijze te worden ingepast dat dit geen consequenties heeft voor de historische vormgeving of detaillering (bijv. isolatie t.b.v. warmte en geluid, beschermende beglazing, ventilatie etc.).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>0.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Alle bij de voorbereiding, planvorming, uitvoering en controle van onderhoud- en restauratiewerkzaamheden betrokken partijen (eigenaar, architecten, opzichters, aannemers, uitvoerders, onderaannemers, ambtenaren bouw- en woningtoezicht etc.) dienen voordat met de werkzaamheden een aanvang wordt gemaakt van deze uitvoeringsvoorschriften op de hoogte te worden gebracht. Dit dient desgewenst schriftelijk te worden aangetoond.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>0.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij de aanwezigheid van waardevolle muurplanten, vleermuizen en/of kerkuilen moet contact worden opgenomen met het Consulentschap Natuur, Milieu en Faunabeheer.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.0</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>metselwerk, voegwerk en pleisterwerk</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Agressieve gevelreiniging is niet toegestaan. Bijvoorbeeld: stralen met grit, zand en water en het reinigen met behulp van chemische middelen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>het hydrofoberen van gevels is niet toegestaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Het toepassen van steenverstevigers is niet toegestaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Het inboeten van het mestelwerk dient met bijpassende stenen, gelet op kleur, hardheid, afmeting en metselverband te worden uitgevoerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Het voegen dient met een goed gerotte kalkspecie te worden uitgevoerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De samenstelling dient aan de hardheid van de steen te zijn aangepast.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het nieuwe voegwerk dient in kleur en uitvoering met het bestaande werk overeen te komen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Ter hoogte van het maaiveld dient het voegwerk tot tenminste 30 cm beneden het maaiveld te worden nagezien, hersteld of vernieuwd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5.4</al></entry><entry colname="col2"><al>De voegen dienen in verband met een goede hechting van de voegspecie minimaal 2,5 centimeter te worden uitgehakt. Dit uithakken dient uitsluitend met de hand, of indien pneumatisch, met een fijne beitel te geschieden. Het uitslijpen van de voegen is slechts toegestaan met gebruikmaking van een zo klein mogelijke slijptol (bij voorkeur voorzien van een afzuiging), in verband met mogelijke beschadiging van de steen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij uithakken van bestaand voegwerk mogen smalle stootvoegen niet worden verbreed; het zogenaamd ophakken van stootvoegen is niet toegestaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>De samenstelling van het pleisterwerk dient aan de hardheid van de onderliggende steen en in kleur en afwerking op het bestaande werk te zijn aangepast.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.6.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het pleisterwerk dient ter hoogte van het maaiveld tot ten minste 30 cm beneden het maaiveld te worden nagezien, hersteld of vernieuwd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.0</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Timmerwerk</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De te vervangen houten onderdelen dienen op historisch verantwoorde wijze te worden uitgevoerd, waarbij de bestaande detaillering en vormgeving, indien juist, als uitgangspunt dient.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2 </al></entry><entry colname="col2"><al>De te vervangen houten onderdelen moeten dezelfde zwaarte en profilering krijgen als de bestaande. Van de bestaande houten onderdelen dienen de delen ter controle te worden bewaard, uiterlijk tot drie maanden na oplevering van het werk.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Het houtwerk dat in aanraking komt met metselwerk dient tweemaal in de lijvige loodmenie te worden gezet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Nieuw toe te passen vuren- en grenenhout dient vóór gebruik te worden verduurzaamd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5</al></entry><entry colname="col2"><al>De toe te passen houtsoorten dienen overeenkomstig het bestaande werk te zijn. Tropische hardhoutsoorten dienen zo weinig mogelijk te worden toegepast. Als goed alternatief kan dienen oregon Pine, kwaliteit "Clear and better".</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Toepassing van multiplex, kunststof, kunststofverlijmde vezelplaten en hiermee vergelijkbare plaatmaterialen ten behoeve van herstel van dakgoten, windveren, dekplanken, gevel en dakbeschoeiingen is niet toegestaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Gaten in houten gootbodems ten behoeve van zinken of koperen gootbekleding dienen 0,5 centimeter wijder dan de betreffende tapeinden te zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.0</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Schilderwerk</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het schilderwerk dient overeenkomstig het gestelde in het basisverfbestek (onderhoud en nieuwbouw) te worden uitgevoerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het is niet toegestaan schilderwerk uit te voeren in de periode eind oktober tot eind maart, dit in verband met de overwegend heersende klimatologische omstandigheden. In deze periode mag het houtwerk wel in de grondverf worden gezet, alles overeenkomstig het gestelde in het basisverfbestek.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Het verwijderen van oude verflagen mag niet door middel van afbranden geschieden dit conform de voorschriften van het Brandveiligheidsbesluit bijzondere gebouwen. Het verwijderen van oude verflagen door middel van hete lucht (föhnen) is wel toegestaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Het schilderen van pleisterwerk of natuursteen dient uitsluitend met een glad opdrogende verf te geschieden. In verband met de waterhuishouding in de constructie dient het verfsysteem aan het over te schilderen type pleisterwerk of natuursteen te worden aangepast.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Afkitten van naden en kieren in geveltimmerwerk: deze dienen opgevuld en strak te worden afgewerkt met een 2-componenten vulmiddel. Naden tussen kozijnen en metselwerk of tussen kozijnen en natuursteen mogen niet worden afgedicht met behulp van PUR-schuim of kit.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Plamuur dient spaarzaam te worden toegepast.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.0</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Zinkwerk, koperwerk en loodwerk</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het zinkwerk dient in de dikte 1,1 millimeter te worden uitgevoerd. Het zink in de bakgoten dient, indien nodig in verband met de lengte, van een broek- of rekstuk te worden voorzien.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het zink in de kilgoten dient in meterstukken, aan de bovenzijde vernageld en aan de zijkan-ten voorzien van een felsnaad, te worden uitgevoerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Nieuw zink mag niet aan oud zink worden gesoldeerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>De hemelwaterafvoeren in zink dienen in de dikte 0,8 millimeter (STZ 14), met opgesoldeerde wrongen, opgehangen aan beugels en vrij van de muur te worden uitgevoerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Tapeinden van zinken, koperen en loden goten dienen 100 millimeter langer dan de dikte van het totale houtpakket van de bakgoot te zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.3</al></entry><entry colname="col2"><al>De hemelwaterafvoeren dienen in zink, koper of lood te worden uitgevoerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.4</al></entry><entry colname="col2"><al>PVC is slechts toegestaan voor ondergrondse aansluitingen op het riool.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Sprongen of verzetten in hemelwaterafvoeren dienen door middel van gesoldeerde valse verstekken te worden geformeerd. Gebogen standaard hulpstukken mogen niet worden toegepast.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Koperen goten dienen volgens de methode beschreven in het infoblad "Koperen goten" van de Monumentenwacht Overijssel te worden uitgevoerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Het loodwerk dient in minimaal 20 kg/m², uitsluitend met koper vernageld te worden uitgevoerd. Het gebruik van gegalvaniseerde nagels is niet toegestaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.7.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het loodwerk dient ter plaatse van muuraansluitingen door middel van loodproppen in voldoende diep uitgehakte of uitgeslepen voegen (drie centimeter diep) te worden vastgezet en daarna te worden afgevoegd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.7.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Alle aansluitingen op schoorstenen e.d. dienen door middel van muurlood en loketten te worden uitgevoerd in lood zwaar 20 kg/m² (NHL 20) en met loodproppen in voldoende diep uitgehakte of uitgeslepen voegen (drie centimeter) te worden vastgezet en daarna te worden afge-voegd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.7.3</al></entry><entry colname="col2"><al>het lood op hoekkepers en nokken dient in minimaal 25 kg/m² (NHL 25), in meterstukken gefelst en uitsluitend met koper vernageld te worden uitgevoerd. Eventueel zichtbare koperen nagels dienen met trotseerloodjes te worden afgedekt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Bevestiging van lood- en zinkbekleding dient zodanig te geschieden dat het materiaal volledig vrij kan werken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.0</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Dakdekkerswerk</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1</al></entry><entry colname="col2"><al>DAKPANNEN</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het dak dient met keramische dakpannen te worden gelegd. Betonpannen zijn niet toegestaan. De toepassing van oudhollandse pannen dient in samenhang met een gladde dampdoorlatende folie te geschieden. De folie dient bij dakdoorbrekingen en opgaand muurwerk voldoende te worden opgezet. Bij voorkeur dienen oude pannen in plaats van nieuw gebakken pannen te worden toegepast.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Alle aan te brengen keramische dakpannen dienen met de bij de pansoort behorende hulpstukken te worden toegepast.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>De nok- en hoekkepervorsten dienen met behulp van een gewapende kalkspecie te worden aangebracht. De mortel kan, indien nodig, iets worden bijgekleurd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>De eventueel toe te passen panhaken dienen in roestvast staal te zijn uitgevoerd. Bij Oudhollandse pannen kunnen gegalvaniseerde panklemmen worden toegepast.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2</al></entry><entry colname="col2"><al>LEIEN</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De leien mogen uitsluitend met koper worden vernageld of met roestvrij stalen leihaken (type 316) te worden bevestigd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De toe te passen leisoort dient door de importeur te worden voorzien van een recent keuringsrapport, een herkomstcertificaat en een garantiecertificaat.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>De toe te passen leien moeten vrij zijn van insluitingen en schadelijke verbindingen zoals kalk, ijzer, zwavel en bitumineuze verbindingen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>De ladder- of klimhaken dienen in roestvast staal of zgn. "monumentenbrons" te zijn uitgevoerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2.5</al></entry><entry colname="col2"><al>De ladder- en klimhaken mogen nooit alleen op het dakbeschot worden bevestigd, maar steeds op de sporen van de dakconstructie of op een extra rib tussen twee gordingen of met behulp van een hechthoutplaat van 18 millimeter, 30 x 30 centimeter, die aan de binnenzijde van het dakbeschot wordt aangebracht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Het verdient aanbeveling over de plaats en de wijze van bevestiging van ladder- en klimhaken en eventueel toe te voegen klimluiken overleg te plegen met de Monumentenwacht Overijssel.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.3</al></entry><entry colname="col2"><al>RIET</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>het rietdekkerswerk dient bij voorkeur in inlands riet te worden uitgevoerd. De werkzaamheden dienen conform de richtlijnen van de Rietdekkersfederatie te worden uitgevoerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het rietwerk dient met dun eenjarig riet met een frisgele kleur en een sterke, harde dikwandige stengel, behoudens een zeer dunne spreilaag van dikker en langer riet te worden uitgevoerd. De in de bossen aanwezige doelen dienen zoveel mogelijk te worden verwijderd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij het dekken van het riet gebruik maken van spandraad nr. 6 in roestvaststaal of dubbel gegalvaniseerd en binddraad nr. 18 in roestvast staal; gegalvaniseerd draad is hier niet toegestaan. Traditionele bindmethoden met wilgentenen zijn tevens toegestaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.3.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor zover er herstelwerk aan de dakconstructie plaatsvindt, waar rondhout zit of heeft gezeten, moet ook weer rondhout worden toegepast. Doorsneden in het algemeen 100 millimeter, hart op hart 75 centimeter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.3.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij killen mogen geen zinken goten worden toegepast, doch het riet moet steeds in de killen worden doorgedekt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.3.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij de toepassing van gebakken rietvorsten dienen steeds gesmoorde vorsten te worden gebruikt. Deze moeten in een met varkenshaar of gaas gewapende kalkspecie zonder specieruggen worden gelegd. Indien echter het riet in een combinatie met rode pannen is toegepast, mogen rode rietvorsten worden toegepast. Het riet dient hierbij zo hoog bij de nok te worden opgewerkt, dat tussen dreef en vorst niet meer dan 4 centimeter overblijft. De onder de vorst uitstekende stoppel moet in verband met het los pikken door vogels, versnelde slijtage en stormgevoeligheid, zo kort mogelijk worden gehouden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.0</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Natuursteen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het toe te passen natuursteen dient op ambachtelijke wijze door middel van hakken, frijnen e.d. te zijn bewerkt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De te vervangen natuursteen onderdelen c.q. constructies dienen overeenkomstig bestaande, historisch juiste detaillering te worden uitgevoerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Het impregneren en toepassen van steenverstevigers ten behoeve van gevels, gevelelementen en ornamenten is niet toegestaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.0</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Diversen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het glaswerk dient enkel glas (in stopverf gezet), zonder gebruikmaking van glaslatten, te worden uitgevoerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij onderhoud of herstel van smeedijzeren onderdelen zoals tuinhekken, gevelankers en nader siersmeedwerk, dient al het ijzerwerk volledig van oude verflagen en roest te worden ontdaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Het hang- en sluitwerk van ramen, deuren en luiken dient overeenkomstig bestaande (oorspronkelijke) modellen te worden uitgevoerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.4</al></entry><entry colname="col2"><al>De gehele bliksemafleidingsinstallatie moet aan de norm NEN 1014 voldoen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.4.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Alle beugels dienen in koper te worden uitgevoerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.5</al></entry><entry colname="col2"><al>De houtaantasterbestrijding dient met een middel op basis van permetroïden en conform de norm NEN 3252 te worden uitgevoerd. Alvorens tot bestrijding wordt overgegaan, moeten eerst de ruimten en de constructies goed stofvrij worden gemaakt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.5.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het uitvoerend bedrijf moet na uitvoering van de bestrijding een garantie van ten minste vijf jaar afgeven, dit in verband met de cyclustijd van de larven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.5.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Er dient van het uitvoerend bedrijf te worden verlangd dat deze bij de toegang tot behandelende ruimten of kappen een plaat bevestigd met daarop de datum van de bespuiting, het toegepaste middel, de garantietermijn en de naam van het bedrijf dat de bestrijding heeft uitgevoerd.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Tubbergen, 7 maart 1995 </ondertekening><ondertekening>Burgemeester en wethouders voornoemd </ondertekening><ondertekening>De secretaris, De burgemeester, </ondertekening><ondertekening>mr. T.P. van Deutekom, mr. J.A.M.L. Houben </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>