<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR281963_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wmo gemeente Halderberge</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Halderberge</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Halderberge</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Halderbergse Bode van 19 december 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wmo gemeente Halderberge</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 5 Wet maatschappelijke ondersteuning</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt Verordening Individuele Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning Halderberge 2011</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wmo Gemeente Halderberge </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</titel></kop><al><vet>Lid 1. Wet </vet></al><al>Wet maatschappelijke ondersteuning.</al><al/><al><vet>Lid 2. College</vet></al><al>College van burgemeester en wethouders.</al><al/><al><vet>Lid 3. Compensatieplicht</vet></al><al>Compensatieplicht: De plicht van het College aan personen met een
                            beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem
                            voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen op het
                            gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen
                            in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en
                            om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen
                            te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Daarbij
                            legt artikel 4 van de wet het College de plicht op om een resultaat te
                            bereiken dat als compensatie mag gelden en dat in het individuele geval
                            maatwerk is. </al><al/><al><vet>Lid 4. Zelfredzaamheid</vet></al><al>Zelfredzaamheid: Het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk of
                            financiële vermogen om voorzieningen te treffen die maatschappelijke
                            participatie mogelijk maken. </al><al/><al><vet>Lid 5. Maatschappelijke participatie </vet></al><al>Maatschappelijke participatie: normale deelname aan het maatschappelijke
                            verkeer, te weten</al><lijst><li nr="·"><al>het voeren van een huishouden; </al></li><li nr="·"><al>het normale gebruik van de woning; </al></li><li nr="·"><al>het zich in en om de woning verplaatsen; </al></li><li nr="·"><al>het zich zodanig verplaatsen dat aansluiting wordt gevonden bij
                                    regionale, bovenregionale en landelijke vervoersystemen; </al></li><li nr="·"><al>het ontmoeten van andere mensen, en het aangaan en onderhouden
                                    van sociale verbanden om op die manier deel te nemen aan het
                                    lokale maatschappelijke leven.</al></li></lijst><al/><al><vet>Lid 6. Aanmelding</vet></al><al>Aanmelding: de mededeling van een belanghebbende aan het college dat hij
                            beperkingen ondervindt op grond waarvan hij verzoekt een afspraak te
                            maken voor een gesprek.</al><al/><al><vet>Lid 7. Het gesprek </vet></al><al>Het gesprek: het eerste contact na een aanmelding waarin met degene die
                            maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn gehele situatie wordt
                            geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en de gevolgen daarvan,
                            de te bereiken resultaten, de te kiezen oplossingen via eigen
                            mogelijkheden of via mogelijkheden van het netwerk dan wel via algemene,
                            algemeen gebruikelijke collectieve, (wettelijk) voorliggende en
                            individuele voorzieningen. </al><al/><al><vet>Lid 8. Aanvraag </vet></al><al>Aanvraag: het verzoek van een belanghebbende om in aanmerking te komen
                            voor één of meerdere voorzieningen om een resultaat te bereiken in het
                            kader van deze verordening</al><al/><al><vet>Lid 9. Belanghebbende</vet></al><al>Belanghebbende: een persoon met een beperking, een chronisch psychisch
                            probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan
                            compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het
                            maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, die voor
                            zichzelf of, met behulp van een machtiging, door een ander een
                            aanmelding of een aanvraag doet of laat doen.</al><al/><al><vet>Lid 10. Psychosociaal probleem</vet></al><al>Psychosociaal probleem: een situatie van verlies van zelfstandigheid en,
                            met name, een gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het
                            maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door belemmeringen die iemand
                            ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving. </al><al/><al><vet>Lid 11. Algemene voorziening</vet></al><al>Algemene voorziening: een voorliggende voorziening die weliswaar niet
                            bestemd is voor, noch te gebruiken is door alle personen als bedoeld in
                            artikel 4 lid 1 van de wet, maar die anderzijds door iedereen waarvoor
                            de voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze te verkrijgen of te
                            gebruiken is. </al><al/><al><vet>Lid 12. Algemeen gebruikelijke voorziening</vet></al><al>Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal
                            bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook door anderen gebruikt
                            wordt, algemeen verkrijgbaar is en niet – aanzienlijk – duurder is dan
                            vergelijkbare producten.</al><al/><al><vet>Lid 13. Collectieve voorziening </vet></al><al>Collectieve voorziening: een voorziening die individueel wordt verstrekt
                            maar die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt, bijvoorbeeld
                            het collectief vraagafhankelijk vervoer.</al><al/><al><vet>Lid 14. Voorliggende voorziening </vet></al><al>Voorliggende voorziening: een voorziening die normaal in de maatschappij
                            aanwezig en beschikbaar is en bedoeld voor iedereen die daar behoefte
                            aan heeft.</al><al/><al><vet>Lid 15. Wettelijk voorliggende voorziening</vet></al><al>Wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een
                            wettelijke bepaling anders dan ingevolge de wet, waarmee het resultaat –
                            als bedoeld in artikel 1 lid 3 - geheel of gedeeltelijk bereikt kan
                            worden.</al><al/><al><vet>Lid 16. Individuele voorziening</vet></al><al>Individuele voorziening: een voorziening die door het college ten
                            behoeve van één persoon op basis van artikel 4 Wmo wordt verstrekt.</al><al/><al><vet>Lid 17. Gebruikelijke zorg </vet></al><al>Gebruikelijke zorg: de zorg die op het gebied van het voeren van het
                            huishouden voor alle meerderjarige leden van een leefeenheid als
                            algemeen aanvaardbaar wordt beschouwd. </al><al/><al><vet>Lid 18. Voorziening in natura</vet></al><al>Voorziening in natura: een voorziening, in te zetten om het resultaat te
                            bereiken, in de vorm van goederen in (bruik)leen of in eigendom, of als
                            persoonlijke dienstverlening.</al><al/><al><vet>Lid 19. Persoonsgebonden budget </vet></al><al>Persoonsgebonden budget: een geldbedrag om te gebruiken voor het te
                            bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in natura.</al><al/><al><vet>Lid 20. Financiële tegemoetkoming </vet></al><al>Financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet forfaitair of
                            gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen voor het te
                            bereiken resultaat.</al><al/><al><vet>Lid 21 Eigen bijdrage</vet></al><al>Een door het Centraal Administratiekantoor (CAK) vast te stellen
                            bijdrage, die bij een individuele voorziening in natura of van een
                            persoonsgebonden budget betaald moeten worden.</al><al/><al><vet>Li</vet><vet>d 22 Eigen aandeel</vet></al><al>Een door de gemeente vast te stellen aandeel dat bij een woonvoorziening
                            in de vorm van een financiële tegemoetkoming betaald moet worden. </al><al/><al><vet>Lid 23. Mantelzorger</vet></al><al>Mantelzorger: een persoon die mantelzorg in de zin van artikel 1, lid 1
                            onder b van de wet biedt.</al><al/><al><vet>Lid 24. Hoofdverblijf</vet></al><al>Hoofdverblijf: de plaats waar een persoon daadwerkelijk de meeste
                            nachten per jaar doorbrengt.</al><al/><al><vet>Lid 25. ICF</vet></al><al>De International Classification of Functions, Disabilities and Health
                            (ICF) is een internationale referentieclassificatie. De ICF beschrijft
                            hoe mensen omgaan met hun gezondheidstoestand. Iemands gezondheid is met
                            behulp van de ICF te karakteriseren in lichaamsfuncties en anatomische
                            eigenschappen, activiteiten en participatie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2. De te bereiken resultaten </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2. De te bereiken resultaten</titel></kop><al>De op basis van artikel 4 lid 1 van de wet via compenserende maatregelen
                            te bereiken resultaten zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="b."><al>wonen in een geschikt huis;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;</al></li><li nr="d."><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;</al></li><li nr="e."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                    behoren;</al></li><li nr="f."><al>zich verplaatsen in en om de woning;</al></li><li nr="g."><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te
                                    nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                    activiteiten.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3. Hoe te komen tot de te bereiken resultaten </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3. Scheiding aanmelding en aanvraag </titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Aan een aanvraag voor een individuele voorziening ex artikel 1, lid 1
                            aanhef en onder g sub 6 van de wet gaat een aanmelding voor een gesprek
                            vooraf indien:</al><lijst><li nr="a."><al>De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die nog niet
                                    eerder een aanvraag in het kader van de wet heeft gedaan;</al></li><li nr="b."><al>De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die al eerder
                                    een gesprek heeft gevoerd maar waarbij sprake is van gewijzigde
                                    omstandigheden of gewijzigde te bereiken resultaten;</al></li><li nr="c."><al>Belanghebbende of het college daarom verzoekt.</al><al/></li></lijst><al>Lid 2.</al><lijst><li nr="a."><al>Indien belanghebbende aangeeft direct een aanvraag in te willen
                                    dienen vervalt het gestelde in het eerste lid.</al></li><li nr="b."><al>Indien het college geen noodzaak ziet voor een gesprek als
                                    bedoeld in artikel 5, vervalt het gestelde in het eerste lid en
                                    kan er direct een aanvraag worden ingediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Aanmelding voor een gesprek </titel></kop><al>Een aanmelding voor een gesprek kan schriftelijk, elektronisch,
                            mondeling of telefonisch worden gedaan bij de gemeente door of namens
                            een persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een
                            psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve
                            van het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en
                            het zelfstandig functioneren.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. Het gesprek </titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Bij het voeren van het gesprek zal de International Classification of
                            Functions, Disabilities and Health als basis voor het begrippenkader
                            worden gehanteerd.</al><al/><al>Lid 2.</al><al>Als de belanghebbende een mantelzorger is wordt met de mantelzorger en
                            zo mogelijk met de verzorgde geïnventariseerd welke belemmeringen de
                            belanghebbende ondervindt bij de uitvoering van de mantelzorg</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. Het verslag </titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het gesprek kan worden afgesloten met een verslag. Uitsluitend een door
                            belanghebbende ondertekend verslag kan dienen als aanvraagformulier als
                            bedoeld in artikel 7 lid 3 van deze verordening. </al><al/><al>Lid 2.</al><al>Na het voeren van een gesprek kan een belanghebbende, gebruik makend van
                            het ondertekende verslag van het gesprek, dat in die situatie als
                            aanvraagformulier dient, een aanvraag indienen voor een individuele
                            voorziening ex artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de wet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4. De aanvraag van een individuele voorziening </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7. De aanvraag </titel></kop><al>Lid 1. </al><al>De aanvraag van een individuele voorziening moet schriftelijk of
                            elektronisch plaatsvinden. Voor de aanvraag stelt het college een
                            formulier beschikbaar.</al><al/><al>Lid 2.</al><al>Indien een aanvraag mondeling (via de telefoon of op een andere manier)
                            plaatsvindt wordt dit per omgaande schriftelijk bevestigd. Bij deze
                            bevestiging wordt een aanvraagformulier meegezonden.</al><al/><al>Lid 3.</al><al>Bij de aanvraag kan, als er een ondertekend verslag van het gesprek
                            aanwezig is, dit ondertekende verslag als aanvraagformulier worden
                            beschouwd.</al><al/><al>Lid 4.</al><al>Belanghebbende dient een geldig identiteitsbewijs te overleggen bij de
                            eerste keer dat er een aanvraag gedaan wordt. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5. Beoordeling van de te bereiken resultaten </titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1. Algemene regels </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8. Het leveren van maatwerk </titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Bij het beoordelen welke voorzieningen getroffen gaan worden, neemt
                                het college het verslag van het gesprek, indien aanwezig als
                                uitgangspunt. Het college gaat uit van de behoeften en
                                persoonskenmerken van de belanghebbende. Daarbij zal onderzoek
                                gedaan worden naar de noodzaak en mogelijkheid tot leveren van
                                maatwerk ten aanzien van het te bereiken resultaat.</al><al/><al>Lid 2.</al><al>De individuele omstandigheden en alle voorliggende, algemeen
                                gebruikelijke en collectieve voorzieningen die beschikbaar en
                                bruikbaar zijn, worden, als ze al niet tot een oplossing hebben
                                geleid in het gesprek, of als er geen gesprek heeft plaatsgevonden,
                                eerst beoordeeld.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2. De te bereiken resultaten </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9. Een schoon en leefbaar huis </titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat schoon is.
                                Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken en
                                sanitaire ruimten.</al><al/><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op een schoon en leefbaar huis kan een individuele
                                voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het zware
                                huishoudelijke werk.</al><al/><al>Lid 3.</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die
                                beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen wordt dit
                                eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld. </al><al/><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar
                                en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen
                                individuele voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10. Wonen in een geschikt huis </titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van de
                                woning waar men over beschikt. Dit geldt ten aanzien van de
                                woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten, berging, tuin
                                of balkon.</al><al/><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele
                                voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid,
                                toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning.</al><al/><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning
                                of een gemakkelijker geschikt te maken woning welke verhuizing kan
                                leiden tot het te bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst
                                beoordeeld worden. </al><al/><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar
                                en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen
                                individuele voorzieningen verstrekt. Een verhuiskostenvergoeding kan
                                dan wel verstrekt worden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11. Beschikken over goederen voor primaire
                                    levensbehoeften </titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit het voorzien zijn van de dagelijks benodigde
                                hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten waarop iets
                                genuttigd wordt, evenals toiletartikelen en schoonmaakartikelen. Ook
                                de noodzakelijke bereiding van maaltijden kan hieronder vallen.</al><al/><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het beschikken over goederen voor primaire
                                levensbehoeften kan een individuele voorziening worden getroffen ten
                                aanzien van het doen van boodschappen, voor wat betreft
                                levensmiddelen, schoonmaakmiddelen, en toiletartikelen, alsmede het
                                bereiden en aanreiken van maaltijden.</al><al/><al>Lid 3.</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die
                                beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen of voor
                                zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                                bruikbare boodschappenservice of maaltijdvoorziening die in de
                                individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te
                                bereiken resultaat wordt deze mogelijkheid eerst beoordeeld. </al><al/><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid 3 genoemde mogelijkheden beschikbaar
                                en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen
                                individuele voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12. Beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                    kleding </titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het vierde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit het aanwezig zijn van kleding in gewassen
                                staat en zo nodig gestreken, opgevouwen of opgehangen.</al><al/><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                kleding kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien
                                van het wassen, drogen en strijken en opruimen van de was.</al><al/><al>Lid 3.</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die
                                beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen, wordt dit
                                eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld.</al><al/><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar
                                en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen
                                individuele voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het
                                    gezin behoren </titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het vijfde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit de dagelijkse, gebruikelijke zorg voor in het
                                huishouden aanwezige kinderen.</al><al/><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het
                                gezin behoren, kan een individuele voorziening worden getroffen ten
                                aanzien van het – zo mogelijk tijdelijk ter overbrugging van een
                                periode noodzakelijk voor het nemen van meer definitieve maatregelen
                                – vervangen van de ouder die in principe voor de kinderen
                                zorgt.</al><al/><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                                bruikbare voor- tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of andere
                                opvangmogelijkheden die in de individuele situatie van de
                                belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat worden
                                deze mogelijkheden eerst beoordeeld.</al><al/><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar
                                en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen
                                individuele voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14. Zich verplaatsen in en om de woning </titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich verplaatsen in en
                                om de woning bestaat uit het in staat zijn de woonkamer, het
                                slaapvertrek en/of de slaapvertrekken, het toilet en de douche, de
                                berging, de tuin of het balkon kunnen bereiken en er zich zodanig
                                kunnen redden dat normaal functioneren mogelijk is.</al><al/><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het verplaatsen in en om de woning kan een
                                individuele voorziening worden getroffen bestaande uit een rolstoel
                                voor dagelijks zittend gebruik.</al><al/><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                                bruikbare rolstoelpool die in de individuele situatie van de
                                belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt deze
                                mogelijkheid eerst beoordeeld.</al><al/><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar
                                en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen
                                individuele voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15. Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel
                                </titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal
                                verplaatsen per vervoermiddel bestaat uit het kunnen doen van
                                dagelijkse boodschappen, het kunnen bezoeken van familie, kennissen
                                en het doen van gewenste activiteiten, alles binnen de directe woon-
                                en leefomgeving.</al><al/><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan
                                een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het
                                verplaatsen over de korte afstand rond de woning en het verplaatsen
                                over de langere afstand binnen de directe woon en leefomgeving.</al><al/><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                                bruikbare oplossing, bijvoorbeeld een scootermobielpool of
                                collectief vraagafhankelijk vervoer van deur tot deur, die in de
                                individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te
                                bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. </al><al/><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar
                                en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen
                                individuele voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16. De mogelijkheid om contacten te hebben met
                                    medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of
                                    religieuze activiteiten </titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om
                                contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve,
                                maatschappelijke of religieuze activiteiten bestaat uit het zo
                                mogelijk kunnen afleggen van gewenste bezoeken en het deelnemen aan
                                gewenste activiteiten.</al><al/><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen
                                en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                activiteiten kan een individuele voorziening worden getroffen ten
                                aanzien van het vervoer naar de gewenste bestemmingen.</al><al/><al>Lid 3. </al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een of meer
                                aanwezige en bruikbare (vrijwilligers)organisaties die in de
                                individuele situatie van belanghebbende kan leiden tot het te
                                bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld.</al><al/><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar
                                en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen
                                individuele voorzieningen verstrekt.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6. Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget en
                            als financiële tegemoetkoming. Eigen bijdragen en eigen aandeel </titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1. Verstrekking van voorzieningen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 17. Mogelijke verstrekkingwijzen </titel></kop><al>De te treffen voorzieningen kunnen als voorziening in natura, als
                                persoonsgebonden budget en als financiële tegemoetkoming worden
                                verstrekt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2. Verstrekking in natura </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 18. Inhoud beschikking </titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Bij het treffen van een voorziening in natura wordt in de
                                beschikking vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>welke de te treffen voorziening is;</al></li><li nr="b."><al>wat de duur is van de verstrekking is;</al></li><li nr="c."><al>hoe de voorziening in natura (in eigendom, in bruikleen of
                                        als persoonlijke dienstverlening) verstrekt wordt en</al></li><li nr="d."><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze
                                        verstrekking is geregeld.</al><al/></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de
                                beschikking opgenomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 3. Verstrekking als persoonsgebonden budget </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 19. Overwegende bezwaren </titel></kop><al>Het college legt in het Besluit Wmo gemeente Halderberge vast in
                                welke situaties sprake is van overwegende bezwaren zodat er geen
                                persoonsgebonden budget verstrekt wordt. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20. Inhoud beschikking </titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een
                                persoonsgebonden budget wordt in de beschikking vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>Voor welk te bereiken resultaat het persoonsgebonden budget
                                        gebruikt moet worden, eventueel aangevuld met een programma
                                        van eisen waaraan bij de besteding voldaan moet worden.</al></li><li nr="b."><al>Wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en hoe deze
                                        omvang tot stand is gekomen.</al></li><li nr="c."><al>Wat de duur is van de verstrekking waarvoor het
                                        persoonsgebonden budget bedoeld is. </al></li><li nr="d."><al>Welke regels gelden ten aanzien van de verantwoording van
                                        het persoonsgebonden budget.</al><al/></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de
                                beschikking opgenomen.</al><al/><al>Lid 3.</al><al>Het college legt in de beleidsregels Wmo gemeente Halderberge en het
                                Besluit Wmo gemeente Halderberge vast, welke regels er gelden ten
                                aanzien van lid 1 onder b van dit artikel. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4. Verstrekking als financiële tegemoetkoming </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 21. Inhoud beschikking </titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een financiële
                                tegemoetkoming wordt in de beschikking vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welk te bereiken resultaat de financiële tegemoetkoming
                                        bestemd is;</al></li><li nr="b."><al>wat de duur van de verstrekking is;</al></li><li nr="c."><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze
                                        verstrekking is geregeld en</al></li><li nr="d."><al>wat de hoogte van de financiële tegemoetkoming is;</al></li><li nr="e."><al>welke regels gelden ten aanzien van de verantwoording van
                                        de</al><al> financiële tegemoetkoming.</al><al/></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Als er sprake is van een te betalen eigen aandeel wordt dit in de
                                beschikking opgenomen.</al><al/><al>Lid 3.</al><al>Het college legt in de beleidsregels Wmo gemeente Halderberge en het
                                Besluit Wmo gemeente Halderberge vast, welke regels er kunnen gelden
                                ten aanzien van lid 1 onder d van dit artikel. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5. Eigen bijdrage en eigen aandeel </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 22. Eigen bijdragen en eigen aandeel </titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Bij het verstrekken van een voorziening is een eigen bijdrage of een
                                eigen aandeel verschuldigd ten aanzien van de volgende
                                resultaten:</al><lijst><li nr="a."><al>een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="b."><al>wonen in een geschikt huis;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;</al></li><li nr="d."><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                        kleding;</al></li><li nr="e."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                        behoren;</al></li><li nr="f."><al>zich verplaatsen in, om en nabij de woning voor zover het
                                        geen rolstoel betreft;</al></li><li nr="g."><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en
                                        deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of
                                        religieuze activiteiten.</al><al/></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>De volgende voorzieningen zijn uitgesloten van de heffing van een
                                eigen bijdrage of een eigen aandeel:</al><lijst><li nr="-"><al>Rolstoelvoorziening</al></li><li nr="-"><al>Verhuiskostenvergoeding</al></li><li nr="-"><al>Deeltaxi</al></li><li nr="-"><al>Financiële bijdrage in vervoer (rolstoel)taxi</al><al/></li></lijst><al>Lid 3.</al><al>Het college legt in de beleidsregels Wmo gemeente Halderberge en het
                                Besluit Wmo gemeente Halderberge de omvang van deze eigen bijdrage,
                                respectievelijk het eigen aandeel vast. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 7. Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies en
                            besluitvorming, intrekking en terugvordering </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 23. Beperkingen </titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:</al><lijst><li nr="a."><al>De noodzaak voor het te bereiken resultaat langdurig is, tenzij
                                    kortdurende hulp bij het huishouden leidt tot het te bereiken
                                    resultaat.</al></li><li nr="b."><al>De te verstrekken voorziening als de goedkoopst-compenserende
                                    voorziening aan te merken is.</al><al/></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Geen voorziening wordt toegekend:</al><lijst><li nr="a."><al>Indien de voorziening algemeen gebruikelijk is.</al></li><li nr="b."><al>Indien het hoofdverblijf van de belanghebbende niet in de
                                    gemeente Halderberge is.</al></li><li nr="c."><al>Voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de
                                    belanghebbende voorafgaand aan het moment van aanvragen of het
                                    moment van beschikken heeft gemaakt en niet meer is na te gaan
                                    of deze voorziening noodzakelijk was en als
                                    goedkoopst-compenserend aan te merken valt.</al></li><li nr="d."><al>Voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking
                                    heeft reeds eerder in het kader van enige wettelijke bepaling of
                                    regeling is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de
                                    voorziening nog niet verstreken is. Dit geldt niet wanneer de
                                    eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan of
                                    onvoldoende de belemmeringen compenseert, als gevolg van
                                    omstandigheden die niet aan belanghebbende zijn toe te rekenen,
                                    of wanneer belanghebbende geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in
                                    de veroorzaakte kosten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24. Advisering </titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de
                            beoordeling van het recht op de aangevraagde voorziening, degene door
                            wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke zorg diens relevante
                            huisgenoten:</al><lijst><li nr="a."><al>Op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college
                                    te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen.</al></li><li nr="b."><al>Op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een
                                    of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of
                                    onderzoeken.</al><al/></li></lijst><al>lid 2.</al><al>Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om
                            advies vragen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>Het handelt om een aanvraag van een persoon die niet eerder een
                                    voorziening heeft gehad c.q. met wie niet eerder een gesprek als
                                    bedoeld in artikel 3 is gevoerd.</al></li><li nr="b."><al>Het handelt om een aanvraag van een persoon die wel eerder een
                                    voorziening heeft gehad of een gesprek zoals bedoeld in artikel
                                    3 heeft gevoerd, maar waarvan de medische of sociale
                                    omstandigheden zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde
                                    omstandigheden de noodzaak van een voorziening of de soort van
                                    voorziening kunnen beïnvloeden.</al></li><li nr="c."><al>Het college dat overigens gewenst vindt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25. Medewerking verlenen </titel></kop><al>Een aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan het college of de
                            door hen aangewezen adviesinstantie en gegevens te verschaffen of te
                            doen verschaffen, die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de
                            aanvraag. Indien de aanvrager zijn medewerkingverplichting niet nakomt,
                            dan kan het college, mits onvoldoende informatie voor handen is voor een
                            zorgvuldig besluit, besluiten de aanvraag af te wijzen, omdat het recht
                            op een voorziening niet vast te stellen is. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26. Wijziging situatie </titel></kop><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt,
                            is verplicht zo spoedig mogelijk en schriftelijk aan het college
                            mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs
                            duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een
                            voorziening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27. Intrekking </titel></kop><al>Het college trekt een besluit genomen op grond van deze verordening
                            geheel of gedeeltelijk in, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet of niet langer is voldaan aan de voorwaarden of
                                    verplichtingen gesteld in de wet;</al></li><li nr="b."><al> blijkt dat op grond van onjuiste beschikbaar gestelde gegevens
                                    een andere beslissing zou zijn genomen, terwijl de
                                    belanghebbende wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat
                                    bedoelde gegevens onjuist of onvolledig waren;</al></li><li nr="c."><al> blijkt dat de door het college noodzakelijk bevonden gegevens
                                    niet of niet volledig worden verstrekt;</al></li><li nr="d."><al> blijkt dat het pgb niet of niet volledig is besteed aan het
                                    doel waarvoor het is toegekend of als geen volledige
                                    verantwoording van het pgb heeft plaatsgevonden;</al></li><li nr="e."><al> het besluit tot verlening van een voorziening of pgb wordt
                                    ingetrokken of gewijzigd met ingang van de datum waarop de
                                    wijziging plaatsvond;</al></li><li nr="f."><al> het besluit tot verlening van een voorziening of pgb wordt
                                    ingetrokken of gewijzigd met ingang van de datum waarop de
                                    belanghebbende schriftelijk heeft aangegeven geen prijs meer te
                                    stellen op de voorziening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Art. 28 Beëindiging </titel></kop><al>Bij overlijden van de belanghebbende eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al> de hulp bij het huishouden op de eerste dag van de nieuwe vier
                                    wekelijkse periode volgend op de periode waarin belanghebbende
                                    overleed, tenzij dit leidt tot een onbillijke situatie;</al></li><li nr="b."><al> de verstrekking van de voorzieningen anders dan hulp bij het
                                    huishouden, uiterlijk één week na het overlijden van de
                                    belanghebbende. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 29. Terugvordering </titel></kop><al>Het college vordert de op grond van deze verordening verleende
                            voorziening van de belanghebbende of mantelzorger in ieder geval terug
                            indien het besluit, waarbij deze voorziening is toegekend, met
                            toepassing van artikel 27 en 28 is ingetrokken en voor zover na de datum
                            van het besluit tot toekenning van de voorziening nog geen vijf jaren
                            zijn verstreken. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 8. Slotbepalingen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 30. Hardheidsclausule </titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 31. Beleidsregels en besluit </titel></kop><al>Het college stelt de beleidsregels Wmo gemeente Halderberge en het
                            Besluit Wmo gemeente Halderberge vast. Hierin stelt het college nadere
                            regels. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 32. Indexering </titel></kop><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze
                            verordening en het op deze verordening berustende besluit Wmo gemeente
                            Halderberge geldende bedragen verhogen of verlagen aan de hand van de
                            prijsindex voor de gezinsconsumptie, zoals bepaald in artikel 4.5 lid 1
                            van het Besluit maatschappelijke ondersteuning (Stb. 2006, 450).</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 33. Inwerkingtreding </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2013;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Verordening Individuele Voorzieningen Maatschappelijke
                                Ondersteuning Halderberge 2011 wordt met ingang van 1 januari 2013
                                ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel> Artikel 34. Overgangsrecht </titel></kop><al>Lid 1</al><al>In navolging van artikel 22 lid 1 van deze verordening geldt de volgende
                            overgangsbepaling:</al><al>personen aan wie voor 1 januari 2013 een voorziening is toegekend en die
                            geen eigen bijdrage/eigen aandeel of geen volledige eigen bijdrage/eigen
                            aandeel verschuldigd waren, blijven in afwijking van artikel 22 lid 1
                            van de verordening Wmo gemeente Halderberge vallen onder toepassing van
                            de verordening zoals deze tot 1 januari 2013 luidde. Dit geldt tot
                            uiterlijk 15 juli 2013.</al><al/><al>Lid 2</al><al>In navolging van de in artikel 6.1 sub 2 genoemde voorziening, te weten
                            ‘financiële bijdrage in vervoer per eigen auto’, in de ‘Verordening
                            Individuele Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning Halderberge
                            2011’ gestelde, geldt de volgende overgangsbepaling:</al><al>Personen aan wie voor 1 januari 2013 de voorziening ‘financiële bijdrage
                            in vervoer per eigen auto’ is toegekend, blijven in afwijking van de
                            verordening Wmo gemeente Halderberge hun recht op deze voorziening
                            behouden tot uiterlijk 1 juli 2013. Daarna geldt de in de beleidsregels
                            Wmo gemeente Halderberge opgenomen afbouwregeling.</al><al/><al>Lid 3</al><al>Op aanvragen die ontvangen zijn voor de inwerkingtreding van deze
                            verordening wordt beslist met toepassing van de verordening, zoals deze
                            tot 1 januari 2013 luidde, tenzij toepassing van die verordening tot
                            onbillijkheden zou leiden. </al><al/><al> Lid 4</al><al>Ten aanzien van bezwaarschriften die betrekking hebben op aanvragen die
                            ontvangen zijn voor de inwerkingtreding van deze verordening wordt
                            beslist met toepassing van de verordening, zoals deze tot 1 januari 2013
                            luidde, tenzij toepassing van die verordening tot onbillijkheden zou
                            leiden.</al><al/><al>Lid 5</al><al>Bij verhuizing naar een andere gemeente vervalt de aanspraak op het
                            bovengenoemde overgangsrecht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 35. Citeertitel </titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Wmo gemeente
                            Halderberge”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Halderberge
                        d.d. 13 december 2012,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening>A. Koenen G.A.A.J. Janssen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>