<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR281049_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het beleid, voor het beheer en voor de inrichting van de beleids- en verantwoordingsfunctie van waterschap Brabantse Delta</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Brabantse Delta</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Brabantse Delta</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening beleids- en verantwoordingsfunctie Waterschap Brabantse Delta</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 108 Waterschapswet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">hoofdstuk 4 Waterschapsbesluit</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-10-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-10-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>08I003208</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de uitgangspunten voor het beleid, voor het beheer en voor de inrichting van de beleids- en verantwoordingsfunctie van waterschap Brabantse Delta</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van waterschap Brabantse Delta besluit,</al><al>gelet op artikel 108 van de Waterschapswet en hoofdstuk 4 van het
                        Waterschapsbesluit, vast te stellen:</al><al/><al>de Verordening op de uitgangspunten voor het beleid, voor het beheer en voor
                        de inrichting van de beleids- en verantwoordingsfunctie van waterschap
                        Brabantse Delta.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>(definities)</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a)"><al>administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen en
                                    verwerken van gegevens alsmede het verstrekken van informatie
                                    ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen
                                    van (onderdelen van) de organisatie van het waterschap en ten
                                    behoeve van de verantwoording die daarover moet worden
                                    afgelegd;</al></li><li nr="b)"><al>financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat
                                    omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen
                                    betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de
                                    organisatie van het waterschap, teneinde te komen tot een goed
                                    inzicht in:</al><lijst><li nr="-"><al>de financiële positie;</al></li><li nr="-"><al>het financieel beheer;</al></li><li nr="-"><al>de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="-"><al>de uitvoering van investeringsprojecten;</al></li><li nr="-"><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li></lijst><al>alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                    daarover;</al></li><li nr="c)"><al>rechtmatigheid: de mate waarin in overeenstemming met geldende
                                    wet- en regelgeving, waaronder waterschapsverordeningen alsmede
                                    besluiten van algemeen en dagelijks bestuur, wordt
                                    gehandeld;</al></li><li nr="d)"><al>doelmatigheid: de mate waarin bepaalde prestaties met een zo
                                    beperkt mogelijke inzet van middelen worden gerealiseerd;</al></li><li nr="e)"><al>doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde doelen en effecten
                                    van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald;</al></li><li nr="f)"><al>netto-kosten: lasten die aan een bepaald programma, product c.q.
                                    kostendrager worden toegerekend en waarvan zijn afgetrokken de
                                    baten (met uitzondering van de belasting– en andere algemene
                                    opbrengsten) die aan hetzelfde programma, product c.q.
                                    kostendrager worden toegerekend;</al></li><li nr="g)"><al>beleidsvelden; de beleidsvelden die zijn opgenomen in de door de
                                    Unie van Waterschappen vastgestelde BBP-productenstructuur;</al></li><li nr="h)"><al>beleidsproducten: de beleidsproducten die zijn opgenomen in de
                                    door de Unie van Waterschappen vastgestelde
                                    BBP-productenstructuur;</al></li><li nr="i)"><al>beheerproducten: de beheerproducten die zijn opgenomen in de
                                    door de Unie van Waterschappen vastgestelde
                                    BBP-productenstructuur;</al></li><li nr="j)"><al>programma: een samenhangend geheel van activiteiten waarop het
                                    algemeen bestuur het beleid van het waterschap vaststelt;</al></li><li nr="k)"><al>ontwikkelingsinvestering: een investering die nodig is om nieuwe
                                    doelstellingen te kunnen realiseren;</al></li><li nr="l)"><al>instandhoudingsinvestering: investering die nodig is om de
                                    bestaande infrastructuur op orde te houden en daarmee de
                                    bestaande taak op hetzelfde niveau te kunnen blijven
                                    uitvoeren;</al></li><li nr="m)"><al>clusterproject; een geheel van soortgelijke of samenhangende
                                    activiteiten, die worden uitgevoerd om een doelstelling te
                                    realiseren.</al></li><li nr="n)"><al>Waterschapswet: de Waterschapswet zoals deze luidt na het in
                                    werking treden van de Wet modernisering waterschapsbestel van 21
                                    mei 2007 (Staatsblad 2007, 208);</al></li><li nr="o)"><al>Waterschapsbesluit: ‘Besluit van 29 november 2007, houdende
                                    regels met betrekking tot de waterschappen‘ (Staatsblad 2007,
                                    497).</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Beleidsvoorbereiding en verantwoording Kaderstelling</titel></kop><afdeling><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>(beleids- en verantwoordingscyclus)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de onderdelen van de beleids- en
                                    verantwoordingscyclus voor het begrotingsjaar en de periode van
                                    de meerjarenraming vast en geeft jaarlijks aan op welk moment de
                                    onderdelen daarvan moeten worden aangeboden en wanneer deze
                                    zullen worden behandeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het waterbeheersplan maakt onderdeel van de beleids- en
                                    verantwoordingscyclus uit en wordt eenmaal in de zes jaar
                                    vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zorgt er voor dat de onderdelen van de
                                    beleids- en verantwoordingscyclus voldoen aan de relevante
                                    bepalingen van hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit, aan
                                    relevante overige wetgeving en aan datgene wat in deze
                                    verordening wordt bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>(programma’s)</titel></kop><al>Het algemeen bestuur stelt een programma-indeling vast, welke is
                                opgenomen in de Kadernota of het Bestuursprogramma van het
                                waterschap.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label/><nr>Beleidsbepaling</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>(kaders meerjarenbeleid)</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks bevindingen over de
                                beleidsuitvoering in het voorgaande begrotingsjaar en mogelijke
                                kaders voor het beleid in de komende begrotingsjaren aan het
                                algemeen bestuur aan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>(meerjarenraming)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks een meerjarenraming met
                                    toelichting aan het algemeen bestuur aan waarin voorstellen
                                    worden gedaan voor het beleid in het volgende begrotingsjaar en
                                    ten minste de drie daaropvolgende jaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het onderdeel ‘financiering’ van de toelichting van de
                                    meerjarenraming worden opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>een vermogensbehoefteplanning;</al></li><li nr="b."><al>een beschouwing over de rente–ontwikkeling;</al></li><li nr="c."><al>een rentegevoeligheidsanalyse.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>(ontwerp-begroting en geplande investeringen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks ter vaststelling een
                                    ontwerp-begroting aan het algemeen bestuur aan waarin
                                    voorstellen worden gedaan voor het beleid in het volgende
                                    begrotingsjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een planning op van de
                                    investeringen waarvan de start en/of de uitvoering verwacht
                                    wordt in het volgende jaar en de daaropvolgende vier jaren. In
                                    dit overzicht zijn opgenomen de raming van de
                                    investeringsuitgaven en van de aan de investeringen gerelateerde
                                    inkomsten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>(vaststelling begroting en investeringskredieten)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur autoriseert met het vaststellen van de
                                    begroting de netto-kosten die per programma zijn opgenomen
                                    alsmede de dekkingsmiddelen die zijn opgenomen in de begroting
                                    naar kostendragers.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op basis van het in artikel 6, tweede lid bedoelde overzicht van
                                    investeringen stelt het algemeen bestuur vast van welke
                                    investeringen de uitvoering gemandateerd wordt aan het dagelijks
                                    bestuur en worden de betreffende investeringen
                                    geautoriseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor investeringen die in de loop van het begrotingsjaar in
                                    uitvoering worden genomen en waarvoor geen autorisatie is
                                    verleend legt het dagelijks bestuur voorafgaand aan het aangaan
                                    van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor
                                    het autoriseren van een investeringskrediet aan het algemeen
                                    bestuur voor.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur de
                                    bevoegdheid verstrekken tot het verlenen van
                                    voorbereidingskredieten voor investeringen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zorgt er ten aanzien van de raming van de
                                    netto-kosten naar programma´s voor dat deze netto-kosten, door
                                    middel van kostentoerekening, eenduidig kunnen worden toegewezen
                                    aan de beleidsproducten en de beheerproducten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label/><nr/><titel>Uitvoering, sturing en beheersing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>(uitvoering begroting)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zorgt voor het per programma verzamelen en
                                    vastleggen van gegevens over de maatregelen die getroffen zijn
                                    en prestaties die geleverd worden, de doelstellingen en effecten
                                    die bereikt worden en de netto-kosten die gemaakt worden, opdat
                                    de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals
                                    vastgesteld door het algemeen bestuur, kunnen worden
                                    getoetst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zorgt er voor dat de netto-kosten van de
                                    programma’s en de investeringsuitgaven, zoals geautoriseerd door
                                    het algemeen bestuur, niet worden overschreden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>(ruimte bij begrotingsuitvoering)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur de
                                    bevoegdheid verstrekken een overschrijding van geautoriseerde
                                    netto-kosten te dekken uit het bedrag voor onvoorzien uit de
                                    begroting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur de
                                    bevoegdheid verstrekken de nettokosten van een programma met een
                                    bepaald % van de netto-kosten te overschrijden zonder
                                    toestemming vooraf van het algemeen bestuur indien de
                                    middeleninzet past binnen het vastgestelde beleid en indien de
                                    hiervoor benodigde financiële ruimte elders binnen de begroting
                                    kan worden gevonden. Een dergelijk feit wordt achteraf aan het
                                    algemeen bestuur gerapporteerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur de
                                    bevoegdheid verstrekken voor een ontwikkelingsinvestering de
                                    geraamde uitgaven van een door het algemeen bestuur
                                    geautoriseerd krediet met een bepaald % te overschrijden zonder
                                    toestemming vooraf van het algemeen bestuur indien deze mutaties
                                    passen binnen het vastgestelde beleid. Een dergelijk feit wordt
                                    achteraf aan het algemeen bestuur gerapporteerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden
                                    verstrekken ten aanzien van het af- en overschrijven van
                                    geautoriseerde investeringskredieten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label/><nr/><titel>Rapportage en interne verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>(actieve informatieplicht, tussentijdse rapportage en
                                    begrotingswijzigingen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur zo spoedig
                                    mogelijk indien de realisatie van het beleid in betekende mate
                                    afwijkt van hetgeen in de begroting is opgenomen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur door
                                    middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van het
                                    beleid dat in de begroting is opgenomen en over de uitvoering
                                    van investeringen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                                    programma-indeling van de begroting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rapportages gaan in op afwijkingen van betekenende mate,
                                    zowel wat betreft de middeleninzet, de maatregelen die getroffen
                                    en prestaties die geleverd worden, als de doelstellingen en
                                    effecten die bereikt worden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In de rapportages wordt voorts in ieder geval aandacht besteed
                                    aan afwijkingen van betekenende mate van:</al><lijst><li nr="-"><al>de dekkingsmiddelen die zijn opgenomen in de begroting
                                            naar kostendragers;</al></li><li nr="-"><al>de besteding van investeringsuitgaven en realisatie van
                                            investeringsinkomsten;</al></li><li nr="-"><al>de rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien noodzakelijk doet het dagelijks bestuur in de rapportages
                                    voorstellen voor wijziging van de geautoriseerde budgetten en
                                    investeringskredieten alsmede bijstellingen van het beleid.
                                    Zonodig legt het dagelijks bestuur een voorstel tot
                                    begrotingswijziging aan het algemeen bestuur voor.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>(jaarverslaggeving)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur legt na afloop van ieder begrotingsjaar
                                    verantwoording af aan het algemeen bestuur over de uitvoering
                                    van de programma’s door middel van het ter vaststelling
                                    aanbieden van het jaarverslag en de door de accountant
                                    gecontroleerde jaarrekening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur bepaalt aan de hand van de uitvoering van
                                    de programma’s of de beleidsdoelen van de programma’s voor het
                                    lopende jaar bijstelling behoeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zorgt er ten aanzien van de realisatie van
                                    de netto-kosten naar programma´s voor dat deze netto-kosten,
                                    door middel van kostentoerekening, eenduidig kunnen worden
                                    toegewezen aan de beleidsproducten en de beheerproducten.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Uitgangspunten financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>(financieel beleid algemeen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur doet voorstellen aan het algemeen bestuur die
                                zijn gericht op een volledig en actueel beleid van het waterschap
                                ten aanzien van de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="a."><al>waardering en afschrijving van activa;</al></li><li nr="b."><al>weerstandsvermogen, risicomanagement, reserves en
                                        voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>kostentoerekening en onderbouwing tarieven;</al></li><li nr="d."><al>financiering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zorgt er voor dat de in het eerste lid
                                bedoelde voorstellen in overeenstemming zijn met de relevante
                                bepalingen van hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit, met andere
                                regelgeving die van toepassing is en met de in het vervolg van deze
                                verordening opgenomen aanvullende eisen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>(waardering en afschrijving van activa)</titel></kop><al>Het beleid omtrent het waarderen, activeren en afschrijven van activa
                            wordt vastgelegd in de nota Waardering en afschrijving van activa. De
                            nota Waardering en afschrijving van activa wordt ten minste eenmaal per
                            vier jaar geactualiseerd en aan het algemeen bestuur ter vaststelling
                            aangeboden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>(weerstandsvermogen, risicomanagement, reserves en
                                voorzieningen)</titel></kop><al>Het beleid omtrent het weerstandsvermogen, risicomanagement, reserves en
                            voorzieningen wordt vastgelegd in de nota Reserves en voorzieningen. De
                            nota Reserves en voorzieningen wordt ten minste eenmaal per vier jaar
                            geactualiseerd en aan het algemeen bestuur ter vaststelling
                            aangeboden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>(kostentoerekening en kostprijsberekening)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kostentoerekening van de primaire beheerproducten naar de
                                kostendragers wordt vastgelegd in de nota Kostentoerekening, die
                                wordt vastgesteld door het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het bepalen van de tarieven van de rechten zoals bedoeld in
                                artikel 115 van de Waterschapswet en die niet zijn opgenomen in de
                                legesverordening waterschap Brabantse Delta is het uitgangspunt dat
                                de tarieven kostendekkend moeten zijn. Bij de kostprijsberekening
                                worden de directe kosten betrokken die rechtstreeks samenhangen met
                                de door het waterschap verleende dienst en daarnaast een redelijke
                                opslag voor indirecte kosten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de onderbouwing van de prijs van de producten en diensten die
                                het waterschap aan derden kan leveren, waaronder ook begrepen
                                verhuur, verkoop en erfpacht van onroerende zaken die aan derden
                                kunnen worden geleverd, alsmede de kosten van bestuursdwang wordt
                                een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de
                                kostentoerekening worden de directe kosten betrokken die
                                rechtstreeks samenhangen met de door het waterschap geleverde goed
                                of verleende dienst en daarnaast een redelijke opslag voor indirecte
                                kosten. Uitgangspunt is kostendekkendheid. Voor het geval geen
                                betrouwbare kostenprijsberekening mogelijk is worden marktconforme
                                prijzen in rekening gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De omslagrente voor de toerekening van de kapitaallasten wordt
                                jaarlijks bij de begroting en de jaarrekening vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zorgt er voor dat er een actueel overzicht is
                                van de tarieven, prijzen en kosten van de in dit artikel bedoelde
                                rechten, diensten en zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>(financiering)</titel></kop><al>Het beleid omtrent de financieringsfunctie wordt uitgevoerd volgens de
                            richtlijnen zoals vastgelegd in het Treasurystatuut waterschap Brabantse
                            Delta en vastgesteld door het algemeen bestuur.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Paragrafen in begroting en jaarverslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>(algemeen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zorgt er voor dat de paragrafen in begroting
                                en in het jaarverslag voldoen aan de relevante bepalingen van het
                                Waterschapsbesluit en aan de in deze verordening opgenomen
                                aanvullende eisen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de hieronder genoemde paragrafen van de begroting wordt ingegaan
                                op de wijze waarop in het begrotingsjaar invulling zal worden
                                gegeven aan het desbetreffende onderdeel van het in artikel 12
                                bedoelde beleid:</al><lijst><li nr="a."><al>kostentoerekening;</al></li><li nr="b."><al>weerstandsvermogen;</al></li><li nr="c."><al>financiering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het in het tweede lid bedoelde beleid afwijkt van de in het
                                desbetreffende onderdeel van het in artikel 12 bedoelde beleid
                                vastgelegde kaders wordt daarop in de betreffende paragraaf
                                ingegaan, waarbij de reden van afwijking wordt vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De paragrafen van het jaarverslag bevatten de verantwoording van
                                hetgeen in de overeenkomstige paragrafen van de begroting is
                                opgenomen. Indien tijdens de realisatie is afgeweken van de kaders
                                die zijn vastgelegd in het desbetreffende onderdeel van het in
                                artikel 12 bedoelde beleid wordt daarop specifiek ingegaan, waarbij
                                de reden van afwijking wordt vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>(paragraaf weerstandsvermogen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur geeft in de paragraaf weerstandsvermogen van
                                de begroting en van het jaarverslag weer de risico’s van materieel
                                belang. Het dagelijks bestuur brengt hierbij in elk geval de
                                risico’s in beeld en actualiseert de risico’s die worden genoemd in
                                het beleid bedoeld in artikel 14.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur geeft in de paragraaf weerstandsvermogen van
                                de begroting en van het jaarverslag aan wat de weerstandscapaciteit
                                is en in hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico’s van
                                materieel belang met de weerstandscapaciteit kunnen worden
                                opgevangen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>(paragraaf bedrijfsvoering)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de bedrijfsvoeringsparagraaf in de begroting gaat het dagelijks
                                bestuur in op de tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht
                                behoeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag wordt
                                gerapporteerd over nieuwe ontwikkelingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur rapporteert in de bedrijfsvoeringsparagraaf
                                van de begroting en het jaarverslag over de plannen en voortgang van
                                de onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid, bedoeld in
                                artikel 109a van de Waterschapswet, en de uitputting van de
                                bijbehorende budgetten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>(paragraaf verbonden partijen)</titel></kop><al>In de begroting en het jaarverslag wordt in de paragraaf verbonden
                            partijen in elk geval ingegaan op nieuwe verbonden partijen, het
                            beëindigen van relaties met bestaande verbonden partijen, wijzigingen
                            bij of ten aanzien van bestaande verbonden partijen en eventuele
                            problemen bij bestaande verbonden partijen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>(paragraaf financiering)</titel></kop><al>In de begroting en het jaarverslag doet het dagelijks bestuur in de
                            paragraaf financiering in ieder geval verslag van:</al><lijst><li nr="a."><al>algemene interne en externe ontwikkelingen die van invloed zijn
                                    op de financieringsfunctie;</al></li><li nr="b."><al>de relatie met de meerjarenraming;</al></li><li nr="c."><al>de ontwikkeling van de rente (rentevisie);</al></li><li nr="d."><al>de liquiditeitsprognose en de financieringsbehoefte;</al></li><li nr="e."><al>de kasgeldlimiet;</al></li><li nr="f."><al>de renterisiconorm;</al></li><li nr="g."><al>de rentekosten en rente-opbrengsten verbonden aan de
                                    financieringsfunctie;</al></li><li nr="h."><al>de plannen inzake het risicobeheer, inclusief de eventuele inzet
                                    van derivaten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Administratie en organisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>(administratie)</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur zorgt er voor dat de administratie zodanig van
                            opzet en werking is, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: </al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in het
                                    waterschap als geheel en in zijn organisatie-onderdelen;</al></li><li nr="b."><al>het geven van een inzicht in de bezittingen van het
                                    waterschap;</al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van activa, vorderingen, schulden, rechten, verplichtingen,
                                    ontvangsten, betalingen, kosten en opbrengsten;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over baten, lasten, prestaties,
                                    maatregelen en effecten aan budgethouders voor zowel de
                                    planning, de uitvoering als de verantwoording van de
                                    realisatie;</al></li><li nr="e."><al>een doelmatig beheer van geldstromen en financiële
                                    posities;</al></li><li nr="f."><al>een goede interne en externe informatievoorziening over de
                                    uitvoering van de financieringsfunctie;</al></li><li nr="g."><al>het inzicht krijgen in en bevorderen van de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
                                    wet- en regelgeving;</al></li><li nr="h."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
                                    wet- en regelgeving;</al></li><li nr="i."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                    begroting en relevante wet- en regelgeving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>(financiële administratie)</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur zorgt er voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie
                                    voldoen aan het Waterschapsbesluit en andere relevante wet- en
                                    regelgeving; </al></li><li nr="b."><al>de financiële administratie tijdig alle door het algemeen
                                    bestuur en het dagelijks bestuur genomen besluiten waaraan
                                    financiële gevolgen verbonden zijn alsmede alle overige gegevens
                                    en stukken verstrekt krijgt die ten behoeve van een juiste
                                    verzorging van de financiële administratie, de verslaggeving en
                                    het beheer van de vermogenswaarden nodig is;</al></li><li nr="c."><al>de vereiste informatie tijdig verstrekt wordt aan het rijk, de
                                    provincie(s), de Europese Unie en het Centraal Bureau voor de
                                    Statistiek, alsmede aan andere instellingen die specifieke
                                    verantwoordingsverplichtingen opleggen aan het waterschap.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>(organisatie en administratieve organisatie)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zorgt voor en legt (in een besluit) vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de organisatie van het
                                        waterschap en een eenduidig toewijzing van de taken van het
                                        waterschap aan organisatorische eenheden;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                        verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne
                                        controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de
                                        verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is
                                        gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de wijze waarop wordt gewaarborgd dat de uitvoering van de
                                        begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend
                                        verloopt;</al></li><li nr="d."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                        verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                        investeringskredieten; </al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de verantwoordelijken voor
                                        organisatorische eenheden over de te leveren prestaties, de
                                        daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van
                                        rapportage over de voortgang van de activiteiten en
                                        uitputting van middelen;</al></li><li nr="f."><al>de regels voor de verlening van decharge over het gevoerde
                                        beheer van de organisatorische eenheden;</al></li><li nr="g."><al>de interne regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding
                                        van werken, diensten en leveringen die waarborgen dat wordt
                                        gehandeld in overeenstemming met de Europese en nationale
                                        regels ter zake;</al></li><li nr="h."><al>regels die aangeven welke elementen in ieder geval moeten
                                        worden opgenomen in voorstellen voor investeringsbesluiten
                                        die aan het algemeen of dagelijks bestuur worden
                                        voorgelegd;</al></li><li nr="i."><al>de wijze waarop wordt voorkomen dat misbruik en oneigenlijk
                                        gebruik van regelingen en eigendommen van het waterschap
                                        wordt gemaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur actualiseert de in het eerste lid bedoelde
                                organisatie en regeling zodra hiertoe aanleiding is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de in het eerste lid bedoelde
                                organisatie en regeling ter kennisneming aan het algemeen
                                bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het door het algemeen bestuur vastgestelde Treasurystatuut worden
                                de regels vastgelegd ter uitvoering van de financieringsfunctie
                                (artikel 16) samen met regels voor taken en bevoegdheden, de
                                verantwoordingsrelaties en de bijbehorende
                                informatievoorziening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>(inwerkingtreding)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van het begrotingsjaar
                                2009, met dien verstande dat de begroting, de jaarverslaggeving, de
                                uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij
                                behorende toelichtingen, zoals bedoeld in de Waterschapswet, het
                                Waterschapsbesluit en deze verordening, die betrekking hebben op het
                                begrotingsjaar 2009 en latere begrotingsjaren voldoen aan de
                                bepalingen van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De meerjarenramingen die worden opgesteld in begrotingsjaren met
                                ingang van 2009 voldoen aan de bepalingen van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Verordening op de organisatie van het financieel beheer van het
                                Waterschap Brabantse Delta die is vastgesteld bij besluit van 7
                                januari 2004, vervalt, met dien verstande dat zij van kracht blijft
                                ten aanzien van de begrotingsjaren tot en met 2008.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>(citeertitel)</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Verordening
                            beleids- en verantwoordingsfunctie Waterschap Brabantse Delta”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Verordening beleids- en verantwoordingsfunctie</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><tussenkop>1 Inleiding</tussenkop><al>Artikel 108 van de nieuwe Waterschapswet stelt dat het algemeen bestuur een
                    verordening moet vaststellen die betrekking heeft op ‘het financieel beleid, het
                    financieel beheer en de financiële organisatie’ van het waterschap. Het artikel
                    luidt als volgt:</al><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het
                            financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de
                            inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening
                            waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en
                            controle wordt voldaan.</al></li><li nr="2."><al>De verordening bevat in ieder geval:</al></li><li nr="a."><al>regels voor waardering en afschrijving van activa;</al></li><li nr="b."><al>grondslagen voor de berekening van door het waterschapsbestuur in
                            rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in
                            artikel 115;</al></li><li nr="c."><al>regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen
                            en limieten van de financieringsfunctie, alsmede inzake de
                            administratieve organisatie van de financieringsfunctie, daaronder
                            begrepen taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de
                            bijbehorende informatievoorziening (Als gevolg van de aanstaande
                            wijziging van de Wet financiering decentrale overheden, waarvan de
                            parlementaire behandeling in 2008 zal starten, zal de passage ‘, alsmede
                            inzake ….. informatievoorziening’ vrijwel zeker worden geschrapt. Deze
                            verordening anticipeert reeds op deze aanstaande wijziging).</al></li></lijst><tussenkop>2 Doel en reikwijdte van de verordening</tussenkop><al>Het doel van artikel 108 is dat het algemeen bestuur de uitgangspunten vastlegt
                    voor de uitvoering van de ‘financiële functie’. De functie omvat onder meer de
                    volgende aspecten:</al><lijst><li nr="-"><al>de bestuurlijke beleidsvoorbereiding, beleidsvaststelling, het verzorgen
                            en beheersen van de beleidsuitvoering, de controle en verantwoording van
                            algemeen en dagelijks bestuur en waarbij ten aanzien van de
                            verantwoording geldt dat deze zowel binnen het waterschap als extern
                            plaatsvindt (of te wel de beleids- en verantwoordingscyclus);</al></li><li nr="-"><al>de informatievoorziening aan de twee genoemde bestuursorganen;</al></li><li nr="-"><al>de programma’s waarin het beleid dat het waterschap nastreeft en de
                            financiële consequenties daarvan zijn opgenomen en de plaats en functie
                            daarbij van de meerjarenraming, begroting en jaarverslaggeving;</al></li><li nr="-"><al>alle overige documenten, instrumenten, afspraken en systemen die de
                            goede werking van het traject van beleidsvoorbereiding tot en met
                            –verantwoording ondersteunen, zoals delegatie, mandatering,
                            administratieve organisatie, aanbesteding(sbeleid), planning &amp;
                            control, interne controle, afdelings– &amp; sectorplannen, afdelings–
                            &amp; andere managementrapportages, kostentoerekening,
                            accountantscontrole, rechtmatig–, doelmatig en
                            doeltreffendheidsonderzoeken en beleidsevaluaties;</al></li><li nr="-"><al>de meerjarige financiële positie;</al></li><li nr="-"><al>het beheersen van het begrotingsevenwicht, mede door het onderkennen en
                            beheersen van risico’s.</al></li></lijst><al>Het voorgaande betekent ook dat de begrippen uit artikel 108 breder dan
                    ‘financieel’ moeten worden opgevat en dat artikel 108 betrekking heeft op de
                    beleids- en verantwoordingsfunctie. Deze functie is een verzamelbegrip voor alle
                    onderwerpen die te maken hebben met de voorbereiding van meerjarenraming en
                    begroting, de uitvoering en beheersing van het daarin opgenomen beleid en de
                    verantwoording daarover, zowel intern als extern. Het zijn onderwerpen waarbij
                    vooral het algemeen bestuur een centrale rol vervult. Het algemeen bestuur neemt
                    aan de voorkant beslissingen en controleert lopende en na afloop van de
                    uitvoering voor een bepaald begrotingsjaar op basis van de begroting. Dit maakt
                    dat de beleids- en verantwoordingsfunctie essentieel is voor het functioneren
                    van het waterschap. De beleids- en verantwoordingsfunctie omvat alle directe en
                    indirecte activiteiten en processen ter uitvoering van de onderwerpen die zijn
                    opgenomen in de Bepalingen Beleidsvoorbereiding en Verantwoording Waterschappen,
                    een onderdeel van het Waterschapsbesluit. De kernonderwerpen in de bepalingen
                    zijn de meerjarenraming, begroting, jaarverslaggeving, inclusief de daar
                    onderdeel vanuit makende paragrafen, de daarin gepresenteerde financiële positie
                    en in relatie daarmee de balans.</al><al>Datgene wat in deze verordening, gegeven het hiervoor geschetste brede
                    perspectief onder de begrippen financieel beleid, financieel beheer en
                    financiële organisatie uit artikel 108 wordt verstaan wordt hieronder
                    weergegeven.</al><tussenkop>Financieel beleid</tussenkop><al>Het begrip ‘financieel beleid’ omvat de uitgangspunten voor de beleids- en
                    verantwoordingsfunctie. In de eerste plaats zijn dat de algemene uitgangspunten
                    en doelen voor uitoefening, organisatie en werking van de functie en de daarbij
                    behorende informatievoorziening. Ten tweede gaat het om activiteiten die nauw
                    samenhangen met de cyclus van beleidsvoorbereiding en verantwoording. Het gaat
                    daarbij vooral om de programmatische aspecten (welke effecten / doelstellingen
                    worden beoogd en welke prestaties moeten daarvoor geleverd worden?) en daarnaast
                    om de financiële aspecten. In de derde plaats gaat het specifiek om
                    uitgangspunten die de budgettaire ruimte beïnvloeden. Artikel 108 noemt in dit
                    laatste verband drie onderwerpen die in ieder geval in de verordening tot
                    uitdrukking moeten komen:</al><al> de regels voor de waardering en afschrijving van activa;</al><al> de grondslagen voor de berekening van de door een waterschap in rekening te
                    brengen prijzen en tarieven voor de rechten die in artikel 115; eerste lid
                    onderdelen a en b van de Waterschapswet worden genoemd;</al><al> de doelstellingen, richtlijnen, limieten en administratieve organisatie van de
                    financieringsfunctie.</al><tussenkop>Financieel beheer</tussenkop><al>Het ‘financieel beheer’ omvat de activiteiten die moeten bewerkstelligen dat de
                    uitvoering van het in de begroting opgenomen, vastgestelde beleid volgens de
                    gestelde plannen en doelen en binnen de gestelde kaders plaatsvinden en dat de
                    financiële positie daarmee in overeenstemming is. De betreffende activiteiten
                    dienen er voor te zorgen dat de beleidsuitvoering en financiële situatie onder
                    controle is.</al><tussenkop>Financiële organisatie</tussenkop><al>De ‘financiële organisatie’ ondersteunt de beheersing van de uitvoering van het
                    beleid. Het gaat daarbij ten eerste om de verdeling van taken,
                    verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het algemeen bestuur, het dagelijks
                    bestuur en de ambtelijke organisatie. Ten tweede gaat het om de inrichting en
                    het onderhoud van de (administratieve) systemen die de activiteiten en processen
                    van het financieel beheer ondersteunen. Deze systemen ondersteunen niet alleen
                    de geldstromen (wat mag het kosten; input), maar evenzeer de prestaties (output)
                    en de doelstellingen/effecten (outcome). Tot de systemen behoren ook
                    managementcontrolsystemen binnen de ambtelijke organisatie, tussen de ambtelijke
                    organisatie en het dagelijks bestuur en tussen het dagelijks bestuur en het
                    algemeen bestuur.</al><tussenkop>3 Gehanteerde uitgangspunten</tussenkop><al>Deze verordening is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>de verordening werkt de taakverdeling tussen algemeen en dagelijks
                            bestuur uit, hetgeen onder tot uitdrukking komt in elementen van de
                            beleids- en verantwoordingfunctie die van toepassing zijn op het
                            algemeen bestuur en het dagelijks bestuur, waaronder de beleids- en
                            verantwoordingscyclus;</al></li><li nr="2."><al>de verordening regelt de relatie tussen het algemeen en dagelijks
                            bestuur en niet de relatie tussen dagelijks bestuur en ambtelijke
                            organisatie;</al></li><li nr="3."><al>de verordening sluit aan bij de opzet van en geeft een nadere invulling
                            aan de Bepalingen Beleidsvoorbereiding en Verantwoording Waterschappen
                            (BBVW), de nieuwe verslaggevingsregels (opvolgers van de
                            comptabiliteitsvoorschriften);</al></li><li nr="4."><al>met de verordening wordt een bijdrage geleverd aan de uniformiteit
                            tussen en daarmee de vergelijkbaarheid van waterschappen.</al></li></lijst><tussenkop>3.1 Taakafbakening algemeen bestuur - dagelijks bestuur</tussenkop><al>De taakverdeling tussen het algemeen en het dagelijks bestuur luidt op
                    hoofdlijnen als volgt:</al><lijst><li nr="-"><al>door middel van deze verordening en de verordeningen op basis van de
                            artikelen 109 en 109a van de Waterschapswet geeft het algemeen bestuur
                            het dagelijks bestuur een aantal kaders mee waarbinnen
                            beleidsvoorstellen moeten worden gedaan en de wijze waarop het beleid
                            moet worden uitgevoerd (kaderstelling);</al></li><li nr="-"><al>het algemeen bestuur spreekt zich bij de behandeling van de
                            meerjarenraming uit over het meerjarig beleid van het waterschap en de
                            financiële consequenties daarvan (beleidsbepaling);</al></li><li nr="-"><al>op basis van een voorstel van het dagelijks bestuur stelt het algemeen
                            bestuur via de begroting het beleid van het waterschap voor het komend
                            jaar vast (beleidsbepaling) en de (financiële) middelen beschikbaar die
                            maximaal bij de beleidsuitvoering mogen worden ingezet
                            (kaderstelling);</al></li><li nr="-"><al>over het vastgestelde beleid en de benodigde middelen kan transparant
                            naar de samenleving worden gecommuniceerd (externe verantwoording);</al></li><li nr="-"><al>het is vervolgens aan het dagelijks bestuur om het beleid uit te voeren,
                            waarbij de beschikbaar gestelde middelen mogen worden ingezet. Het
                            dagelijks bestuur moet er voor zorgen dat deze middeleninzet rechtmatig,
                            doeltreffend en doelmatig is: door middel van een goede uitvoering en
                            interne organisatie moet er voor worden gezorgd dat de beleidsdoelen
                            daadwerkelijk worden bereikt (doeltreffendheidsvraag), dat dit met zo
                            min mogelijk middeleninzet gebeurt (doelmatigheidsvraag) en dat de
                            middelen worden ingezet zoals is toegestaan (rechtmatigheidvraag)
                            (uitvoering en sturing);</al></li><li nr="-"><al>lopende het begrotingsjaar informeert het dagelijks bestuur het algemeen
                            bestuur over de beleidsuitvoering en na afloop van het begrotingsjaar
                            legt het dagelijks bestuur hierover verantwoording af. Hierbij wordt
                            aangegeven of de gestelde doelen en prestaties worden c.q. zijn gehaald
                            en welke middeleninzet gerealiseerd zal worden c.q. gerealiseerd is en
                            hoe het met de doelmatig- en rechtmatigheid is gesteld (interne
                            informatieverstrekking en verantwoording);</al></li><li nr="-"><al>op basis van deze rapportages kan het algemeen bestuur een oordeel geven
                            en indien noodzakelijk het beleid en/of de uitvoering daarvan bijstellen
                            (controlerende functie); </al></li><li nr="-"><al>uiteindelijk kan het algemeen bestuur verantwoording afleggen aan de
                            samenleving (externe verantwoording).</al></li></lijst><al>Het onderscheid in de taken kaderstelling, beleidsbepaling, uitvoering &amp;
                    sturing, interne informatieverstrekking &amp; verantwoording, controle en
                    externe verantwoording, die zojuist werden genoemd, is verder uitgewerkt in de
                    beleids- en verantwoordingscyclus zoals deze jaarlijks bij het waterschap wordt
                    doorlopen.</al><tussenkop>3.2 Geen uitwerking relatie bestuur-organisatie</tussenkop><al>Deze verordening regelt niet de relatie tussen het dagelijks bestuur en de
                    ambtelijke organisatie. De belangrijkste reden is dat de nieuwe Waterschapswet
                    dat ook niet als verplichting voor de verordening stelt. Immers, waar de ‘oude
                    Waterschapswet’ nog de bepaling bevatte dat in de verordening op grond van
                    artikel 108 de ambtenaren moesten worden aangewezen die een bepaalde rol in het
                    financieel beheer hadden (waarbij aan de secretaris geen rol kon worden
                    toebedeeld), komt een dergelijke bepaling in de huidige wet niet meer voor. De
                    nieuwe wet erkent dat het een verantwoordelijkheid en een bevoegdheid is van het
                    orgaan dat met de uitvoering is belast, het dagelijks bestuur dus, om een in de
                    gegeven situatie best passende organisatie in te richten. Binnen de kaders die
                    deze verordening aangeeft, zal het dagelijks bestuur de (administratieve)
                    organisatie goed moeten inrichten en moeten zorgen dat daarbinnen een adequate
                    functiescheiding wordt aangebracht.</al><tussenkop>3.3 Aansluiting verordening op opzet nieuwe
                    verslaggevingsregels</tussenkop><al>De beleids- en verantwoordingsfunctie is een verzamelbegrip voor alle
                    onderwerpen die te maken hebben met de voorbereiding van het meerjarenbeleid, de
                    meerjarenraming en de begroting, de uitvoering en beheersing van het daarin
                    opgenomen beleid en de verantwoording daarover, zowel intern als extern. De
                    beleids- en verantwoordingsfunctie omvat daarmee ook alle directe en indirecte
                    activiteiten en processen die de onderwerpen ter uitvoering brengen die zijn
                    opgenomen in de BBVW, een onderdeel van het Waterschapsbesluit. De
                    kernonderwerpen van de BBVW zijn de meerjarenraming, begroting,
                    jaarverslaggeving, inclusief de daar onderdeel van uitmakende paragrafen, de
                    daarin gepresenteerde financiële positie en in relatie daarmee de balans. Het
                    zijn onderwerpen waarbij vooral het algemeen bestuur een centrale rol vervult.
                    De meerjarenraming heeft vooral een rol in het kader van de
                    beleidsvoorbereiding. De begroting betreft het doen van voorstellen voor en
                    vaststellen van het beleid voor de programma’s dat gerealiseerd moet worden en
                    de daarvoor beschikbare gelden. De jaarverslaggeving faciliteert de
                    controlerende en verantwoordingsfunctie. Om de financiële positie te beoordelen,
                    moet de vraag beantwoord worden of de financiën van het waterschap op, met name,
                    de langere termijn gezond zijn. De exploitatiekosten die zijn opgenomen in
                    meerjarenraming, begroting en jaarverslaggeving en de financiële positie hangen
                    nauw samen. Zo kan de begroting sluitend zijn, terwijl de meerjarige financiële
                    positie kwetsbaar is. Andersom kan de financiële positie gezond zijn en de
                    jaarrekening een tekort laten zien. Het algemeen bestuur zal de
                    exploitatiekosten steeds in relatie moeten bezien met de financiële positie. De
                    exploitatiekosten en de financiële positie zijn in onderlinge samenhang van
                    belang voor het inzicht in de financiën van het waterschap. De paragrafen van de
                    begroting gaan over onderwerpen die van invloed zijn op de exploitatiekosten en
                    de financiële positie en waarbij sprake is van bestuurlijke en financiële
                    risicofactoren. Bij dit alles neemt het algemeen bestuur aan de voorkant
                    beslissingen en controleert zij lopende en na afloop van de uitvoering voor een
                    bepaald begrotingsjaar op basis van de begroting.</al><al>3.4 Bijdrage aan de uniformiteit en vergelijkbaarheid van waterschappen</al><al>De kwaliteit van bedrijfsvergelijkingen wordt bepaald door de mate waarin de
                    waterschappen op de punten waarop wordt vergeleken echt vergelijkbaar zijn. In
                    vrijwel iedere bedrijfsvergelijking van de waterschappen wordt geconstateerd dat
                    de vergelijkbaarheid van waterschappen nog niet optimaal is, waardoor nog niet
                    alle mogelijkheden van de bedrijfsvergelijkingen worden benut. Waterschappen
                    hechten een toenemend belang aan bedrijfsvergelijkingen om zichzelf te
                    verbeteren, nog transparanter te zijn en verantwoording af te leggen. Ook de
                    stakeholders vinden bedrijfsvergelijkingen van waterschappen steeds
                    belangrijker. Omdat deze verordening de mogelijkheid biedt om meer uniformiteit
                    en vergelijkbaarheid van de waterschappen te realiseren, is in Unieverband
                    besloten deze mogelijkheid te benutten. Dit uit zich onder andere in enkele
                    bepalingen over de waardering van activa en over afschrijvingsmethoden en
                    –termijnen.</al><tussenkop>4 Opbouw van de verordening</tussenkop><al>De verordening kent vijf hoofdstukken.</al><al>In het eerste hoofdstuk worden enkele kernbegrippen gedefinieerd.</al><al>Vervolgens volgt een hoofdstuk over de beleids- en verantwoordingscyclus. Het
                    algemeen bestuur stelt de kaders voor de uitvoering van het beleid. Zij doet dat
                    vooral door het behandelen van de meerjarenraming en het daarin opgenomen beleid
                    ten aanzien van de programma’s die het waterschap hanteert. De kern van de
                    beleidsbepaling is de beantwoording per programma van de 3-w-vragen:</al><lijst><li nr="-"><al>wat willen we bereiken?;</al></li><li nr="-"><al>wat gaan we daarvoor doen?;</al></li><li nr="-"><al>wat gaat het kosten?</al></li></lijst><al>De meerjarenraming vormt een belangrijke basis voor het opstellen van de
                    begroting, die uiteindelijk door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. Het
                    dagelijks bestuur voert vervolgens de begroting uit en zorgt voor de beheersing
                    van deze uitvoering. Vervolgens rapporteert het dagelijks bestuur aan het
                    algemeen bestuur, waarbij een belangrijke plaats in ingeruimd voor de bekende
                    drie h-vragen:</al><lijst><li nr="-"><al>hebben we bereikt wat we wilden?;</al></li><li nr="-"><al>hebben we gerealiseerd wat we ons voorgenomen hadden?;</al></li><li nr="-"><al>heeft het gekost wat we hadden geraamd?</al></li></lijst><al>Het algemeen bestuur legt in deze verordening de hoofdlijnen van de rolverdeling
                    vast tussen zichzelf en het dagelijks bestuur en formuleert een aantal eisen
                    waaraan het dagelijks bestuur moet voldoen.</al><al>Het derde hoofdstuk behandelt de uitgangspunten die het algemeen bestuur aan
                    enkele belangrijke onderdelen van het financieel beleid stelt. Hierin komen
                    onder andere investeringen (activering en afschrijving), reserves en
                    voorzieningen, financiering en de onderbouwing van tarieven aan de orde. Dit
                    zijn onderwerpen die (in)direct van invloed zijn op de financiële positie van
                    het waterschap. De artikelen in dit hoofdstuk voldoen aan het voorschrift uit
                    artikel 108 dat de verordening in ieder geval regels stelt voor de
                    kostprijsberekeningen, de waardering van activa en de financieringsfunctie.</al><al>In het vierde hoofdstuk komen de paragrafen van de begroting en de
                    jaarverslaggeving aan de orde. Dit hoofdstuk geeft antwoord op de vraag welke
                    eisen het algemeen bestuur aan de inhoud van de paragrafen stelt in aanvulling
                    op de eisen uit de BBVW. In deze verordening zijn de paragrafen gekoppeld aan
                    het financieel beleid. Zo geeft de verordening aan dat er zowel een apart
                    beleidsonderdeel als een paragraaf in begroting en jaarverslag over het
                    weerstandsvermogen moet worden opgesteld. De paragrafen dienen als een planning
                    en control-instrument voor de uitvoering van het beleid zoals uiteengezet in het
                    financieel beleid.</al><al>Het vijfde hoofdstuk bevat de uitgangspunten voor de administratieve organisatie
                    rond de beleids- en verantwoordingsfunctie en voor de administratie. Het
                    algemeen bestuur moet er immers van op aan kunnen dat de aansturing van de
                    ambtelijke organisatie en de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van en
                    binnen de ambtelijke organisatie goed zijn vastgelegd. Bovendien moeten er
                    administratieve systemen zijn die de uitvoering van het beleid, de begroting,
                    het inzicht in de financiële positie en de toepassing van de paragrafen
                    ondersteunen. Deze systemen dienen tevens de rapportages en verantwoording van
                    de ambtelijke organisatie aan het dagelijks bestuur en de rapportage van het
                    dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur te ondersteunen. Het algemeen bestuur
                    stelt ook hiervoor de kaders. Overeenkomstig het principe ‘sturen op
                    hoofdlijnen’, dat de laatste jaren praktijk is geworden, gaat het dan vooral om
                    eisen waaraan het dagelijks bestuur moet voldoen en niet om de meer
                    gedetailleerde uitvoeringsregels zelf.</al><tussenkop>Toelichting op de artikelen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 (definities)</tussenkop><al>Verschillende begrippen die in deze verordening zijn opgenomen, worden ook
                    gebruikt in de Waterschapswet, het Waterschapsbesluit en de Wet financiering
                    decentrale overheden. Uiteraard zijn de definities die in die regelgeving zijn
                    opgenomen ook van toepassing op de begrippen uit dit besluit. Belangrijke andere
                    begrippen uit deze verordening worden in dit artikel van een definitie
                    voorzien.</al><tussenkop>Artikel 2 (beleids- en verantwoordingscyclus)</tussenkop><al>De interactie tussen algemeen en dagelijks bestuur rond beleidsvoorbereiding,
                    kaderstelling, controle en verantwoording speelt zich in belangrijke mate af
                    rond de onderdelen van de beleids- en verantwoordingscyclus die jaarlijks wordt
                    doorlopen. De informatie die het algemeen bestuur tijdens de verschillende
                    onderdelen van de cyclus krijgt, stelt dit orgaan in staat zijn rol goed in te
                    vullen. Daarom is het van groot belang dat het algemeen bestuur zelf kan bepalen
                    welke beleidsdocumenten hij ontvangt en op welke momenten deze worden
                    aangeboden. Het eerste lid geeft het algemeen bestuur deze mogelijkheid.
                    Gebruikelijke onderdelen van de cyclus zijn meerjarenraming, begroting,
                    investeringsvoorstellen, tussentijdse rapportages over de beleidsuitvoering,
                    jaarverslag en jaarrekening.</al><al>Het waterbeheersplan is een belangrijk beleidsbepalend instrument van het
                    waterschap. Onder de nieuwe Waterwet geeft het waterschap daarmee voor een
                    periode van zes jaar aan welk beleid wordt nagestreefd, wat er aan maatregelen
                    getroffen zal worden om dat beleid te realiseren en welke financiële middelen
                    daarmee gemoeid zijn. Het waterbeheersplan heeft ook een belangrijke externe
                    werking en kent een verplichte inspraakprocedure. De zojuist genoemde aspecten
                    beleidsdoelen, maatregelen en financiën zijn ook verplichte elementen van de
                    meerjarenraming (en de begroting). Het is daarom niet meer dan logisch dat het
                    waterbeheersplan een integraal onderdeel uitmaakt van de beleidscyclus, hetgeen
                    in het tweede lid wordt vastgelegd. Er is veel voor te zeggen dat in het jaar
                    dat het waterbeheersplan wordt vastgesteld het beheersplan en de meerjarenraming
                    (grotendeels) een identieke inhoud kennen. In latere jaren is de meerjarenraming
                    het meest aangewezen instrument om het waterbeheersplan jaarlijks te evalueren
                    en voortschrijdend bij te stellen.</al><al>Ook de nieuwe verslaggevingsvoorschriften zijn gericht op het leveren van een
                    bijdrage aan de mogelijkheden om de beleidsbepalende, kaderstellende,
                    controlerende en verantwoordende rol van het algemeen bestuur te versterken.
                    Door het toepassen van de voorschriften kunnen het beleidsmatige karakter van
                    met name de meerjarenraming, de begroting en het jaarverslag worden vergroot en
                    kunnen deze instrumenten van uitvoeringsinformatie worden ontdaan. Om er voor te
                    zorgen dat deze mogelijkheden ten volle worden benut, geeft het derde lid aan
                    dat het dagelijks bestuur verantwoordelijk wordt voor de juiste toepassing van
                    de regels uit het Waterschapsbesluit.</al><tussenkop>Artikel 3 (programma’s)</tussenkop><al>Anders dan in het verleden geeft de nieuwe regelgeving de waterschappen vrijheid
                    als het gaat om de indeling volgens welke het in de meerjarenraming, begroting
                    en jaarverslag opgenomen beleid aan het algemeen bestuur wordt gepresenteerd.
                    Door deze vrijheid kan de inrichting van deze beleidsdocumenten worden
                    toegesneden op de eigen situatie van het waterschap en wensen van het algemeen
                    bestuur. Het waterschap kan zelf het aantal en de inhoud van de programma’s
                    bepalen. Omdat er een bestuurlijke keuze ten grondslag ligt aan de indeling van
                    de programma’s, stelt het algemeen bestuur de indeling vast. Meestal zal die
                    vaststelling voor enkele jaren gelden, bijvoorbeeld voor een gehele
                    bestuursperiode. Indien daartoe aanleiding is, kan het algemeen bestuur de
                    indeling wijzigen.</al><al>Het algemeen bestuur zal dus een programma-indeling bepalen op basis waarvan het
                    beleid wordt gepresenteerd. De in de regelgeving gehanteerde definitie van
                    programma is: een samenhangend geheel van activiteiten op basis waarvan het
                    algemeen bestuur het beleid van het waterschap vaststelt. Het algemeen bestuur
                    zou als programma-indeling kunnen kiezen voor thema’s, beleidsvelden,
                    beleidsproducten, reglementaire taken of een andere, zelf gekozen indeling. De
                    regelgeving biedt de waterschappen ook de mogelijkheid om de huidige indeling te
                    handhaven door de rubricering daarvan ‘programma’s’ te gaan noemen.</al><al>Een eis uit het Waterschapsbesluit is dat in het ‘programmaplan’, dat onderdeel
                    van de begroting is, alle baten en lasten van het waterschap moeten worden
                    opgenomen. Datzelfde geldt voor de programmaverantwoording die een onderdeel van
                    het jaarverslag is.</al><tussenkop>Artikel 4 (kaders meerjarenbeleid)</tussenkop><al>Een logische eerste stap in de beleids- en verantwoordingscyclus is evaluatie
                    van de beleidsuitvoering in de voorafgaande periode. Dit artikel geeft aan dat
                    dit gestalte kan worden gegeven door de behandeling door het algemeen bestuur
                    van een document waarin de bevindingen over deze beleidsuitvoering zijn
                    opgenomen en waarin op basis daarvan voorstellen worden gedaan voor de
                    beleidskaders die voor de komende meerjarenperiode zouden kunnen gelden. </al><tussenkop>Artikel 5 (meerjarenraming)</tussenkop><al>In de meerjarenraming wordt het beleid van het waterschap voor de komende jaren
                    integraal weergegeven en wordt aangegeven wat de financiële consequenties van
                    dit beleid zijn, inclusief de gevolgen voor de waterschapsbelastingen die worden
                    opgelegd. Het document is vooral van belang voor de kaderstellende en
                    beleidsbepalende functie van het algemeen bestuur. In de besprekingen over of
                    ter voorbereiding van de meerjarenraming geeft het algemeen bestuur het
                    dagelijks bestuur de beleidsmatige en financiële kaders mee die gelden voor de
                    uitwerking van het meerjarenbeleid. Conform de nieuwe verslaggevingsregels
                    bestaat het document uit twee hoofdonderdelen. Een verandering ten opzichte van
                    de situatie onder de oude Waterschapswet is dat er nu meer eisen aan de inhoud
                    van dit instrument worden gesteld. Dit benadrukt de belangrijke positie van de
                    meerjarenraming in de beleidscyclus en voorts wordt hiermee nog eens duidelijk
                    aangegeven dat de meerjarenraming geen financieel, maar een beleidsinstrument
                    is.</al><al>In het eerste hoofdonderdeel worden het beleid en de financiële consequenties
                    daarvan weergegeven op basis van de indeling in programma’s die het waterschap
                    hanteert. Per programma dient expliciet te worden weergegeven welke
                    doelstellingen het waterschap nastreeft, wat wordt gedaan om die doelstellingen
                    te halen en wat dat aan middeleninzet met zich meebrengt. Dit wordt gedaan aan
                    de hand van de volgende vragen (de ‘drie w’s’): wat willen we bereiken? wat gaan
                    we er voor doen? wat gaat het kosten? Voor een goede, integrale beoordeling door
                    het algemeen bestuur is het van groot belang dat de meerjarenraming naar
                    programma’s het volledige beleid en alle netto-kosten van het waterschap
                    omvat.</al><al>In het tweede hoofdonderdeel van de meerjarenraming worden zowel de context van
                    het meerjarenbeleid als een nadere toelichting op enkele belangrijke gevolgen
                    van het meerjarenbeleid weergegeven. Tot deze gevolgen behoren onder andere de
                    investeringen die als gevolg van het meerjarenbeleid zullen moeten worden
                    uitgevoerd, de financiering, de exploitatiekosten alsmede de ontwikkeling van de
                    waterschapsbelastingen.</al><al>Bij de behandeling van de meerjarenraming geeft het algemeen bestuur een gedeeld
                    beeld van het meerjarenbeleid en de financiële consequenties daarvan (inclusief
                    lastenontwikkeling) af. Voor het begrotingsproces is het van groot belang dat er
                    voldoende helderheid is over de beleidsambities en het financiële kader
                    waarbinnen deze ambities moeten worden gerealiseerd. Met de behandeling van de
                    meerjarenraming markeert het algemeen bestuur wat zij van dagelijks bestuur en
                    ambtelijke organisatie verwacht. Een dergelijke markering past bij de
                    beleidsbepalende rol die de Waterschapswet aan het algemeen bestuur toekent.
                    Dagelijks bestuur en ambtelijke organisatie mogen van een beleidsbepaler een
                    heldere lijn en een expliciete koers verwachten.</al><al>De meerjarenraming speelt ook een belangrijke rol in de relatie met artikel 99
                    van de Waterschapswet dat bepaalt dat de begroting alleen niet in evenwicht (Met
                    evenwicht wordt hier bedoeld dat de kosten en opbrengsten van een jaar gelijk
                    zijn) mag zijn als aannemelijk kan worden gemaakt dat dit evenwicht in de
                    eerstkomende jaren tot stand zal zijn gebracht. In de jaren richting laatste
                    jaar van de meerjarenbeleidsperiode zullen reserves worden ingezet om eventuele
                    verschillen tussen kosten en opbrengsten te dekken c.q. te financieren. De
                    meerjarenraming is het instrument waarmee het evenwicht in meerjarenperspectief
                    kan worden aangetoond.</al><al>In het tweede lid van artikel 5 komt de financieringsfunctie van het waterschap
                    voor het eerst aan de orde. Deze functie, die ook wel de treasuryfunctie wordt
                    genoemd, omvat alle activiteiten die zich richten op het bepalen van het beleid
                    ten aanzien van, het uitvoeren en beheersen van de activiteiten met betrekking
                    tot, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële
                    vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan
                    verbonden risico’s. </al><al>In artikel 16 van deze verordening is het meer algemene beleidskader van de
                    financieringsfunctie opgenomen. In dit artikel komt een ander instrument voor de
                    bestuurlijke aansturing van de financieringfunctie aan de orde, namelijk de
                    financieringparagraaf in de meerjarenraming. In de financieringparagrafen van de
                    meerjarenraming en de begroting worden de (beleids)plannen omtrent financiering
                    voor de meerjarenbeleidsperiode resp. het komende jaar weergegeven. In de
                    financieringparagraaf van de jaarrekening wordt over de uitvoering van de
                    financieringplannen gerapporteerd. Het tweede lid geeft weer uit welke
                    onderdelen de financieringsparagraaf van de meerjarenraming moet bestaan. Deze
                    onderdelen kennen de volgende achtergrond. Ten behoeve van het opstellen van de
                    meerjarenraming worden alle langetermijnontwikkelingen geanalyseerd. Op basis
                    hiervan wordt het langetermijnbeleid van het waterschap uitgestippeld, in de
                    tijd uitgezet en financieel doorgerekend. Dit zal voor de hieruit voortvloeiende
                    vermogensbehoefte ook moeten gebeuren. Onderdeel a van de paragraaf van de
                    meerjarenraming vormt hiervan de weerslag. Om de rentekosten als onderdeel van
                    de exploitatielasten te kunnen ramen, moet het waterschap inschatten op welke
                    wijze de rente zich in de toekomst zal ontwikkelen. Op grond van onderdeel b van
                    het tweede lid wordt een beschouwing over dit aspect in de meerjarenraming
                    opgenomen. Omdat rente een belangrijke kostenpost van het waterschap kan vormen,
                    wordt in de meerjarenraming eveneens uiteengezet welke invloed veranderingen van
                    rentepercentages en rentekosten heeft op de exploitatielasten en de
                    tarieven.</al><tussenkop>Artikel 6 (ontwerp-begroting en geplande investeringen)</tussenkop><al>Het eerste lid is een kapstokbepaling die in het algemeen aangeeft wat de inhoud
                    van de begroting is. Zoals al is aangegeven, bevat de begroting de uitwerking
                    voor het komende jaar van het meerjarenbeleid waartoe het algemeen bestuur in
                    een eerdere stap van de beleids- en verantwoordingscyclus heeft besloten. Het
                    dagelijks bestuur biedt deze uitwerking in de vorm van de ontwerp-begroting aan
                    het algemeen bestuur aan en net zoals dit geldt voor de meerjarenraming geldt
                    ook voor dit ontwerp dat het voor het oordeel van het algemeen bestuur van groot
                    belang is dat al het beleid waartoe het eerder heeft besloten in de
                    ontwerp-begroting is opgenomen. Net zoals de meerjarenraming moet ook de
                    begroting vooral voor het algemeen bestuur met name inzicht bieden in de
                    doelstellingen van programma’s, in de beleidsuitgangspunten en hoofdlijnen van
                    het beleid ten aanzien van enkele beheersmatige aspecten, in de financiële
                    positie en in de te heffen belastingen. De begroting is daartoe in een aantal
                    hoofdonderdelen verdeeld, waarvan een aantal op hun beurt weer nader zijn
                    onderverdeeld. </al><al>Ondanks dat in het programmaplan aandacht wordt besteed aan de investeringen die
                    het waterschap van plan is te gaan doen om het beleid uit te voeren, is de
                    begroting vooral gericht op het autoriseren van de netto-kosten en
                    belastingopbrengsten. De opname van investeringsprojecten en –bedragen in een
                    vastgestelde meerjarenraming en/of begroting geeft nog geen autorisatie tot het
                    uitvoeren van de investeringen. Het autoriseren van investeringsprojecten vraagt
                    een aparte besluitvorming van het algemeen bestuur. Het tweede lid is opgenomen
                    omdat bij waterschap Brabantse Delta gewerkt wordt met het Investeringsplan – al
                    dan niet opgenomen in de Kadernota- dat medio het jaar wordt aangeboden aan het
                    algemeen bestuur.</al><tussenkop>Artikel 7 (vaststelling begroting en investeringskredieten)</tussenkop><al>Het algemeen bestuur autoriseert het dagelijks bestuur met het vaststellen van
                    de begroting om het opgenomen beleid te gaan uitvoeren. Hiermee worden alle
                    afzonderlijke verplichtingen die in de programma’s en de begroting naar
                    kostendragers besloten liggen in materiële zin, oftewel financieel,
                    geaccordeerd. Conform de lijn uit de verslaggevingsregels hebben de baten en
                    lasten die zijn vermeld in de begroting naar kosten en opbrengstsoorten alleen
                    informatieve waarde voor het algemeen bestuur en worden deze niet apart
                    geautoriseerd. Autorisatie van de netto-kosten van de programma’s betekent een
                    impliciete autorisatie van de onderliggende baten en lasten uit de begroting
                    naar kosten- en opbrengstsoorten. Dit betekent dat er ten behoeve van het
                    algemeen bestuur ook geen systeem van budgetbewaking behoeft te worden
                    ingericht.</al><al>In de toelichting op artikel 6 is aangegeven dat in het algemeen bestuur aparte
                    besluitvorming over investeringsvoorstellen plaatsvindt. Dit hoeft echter niet
                    te betekenen dat het algemeen bestuur ieder investeringsvoorstel apart
                    behandeld. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat het algemeen bestuur voor
                    investeringen met een geringere financiële omvang en/of minder
                    bestuurlijk–beleidsmatig belang zogenaamde verzamelbesluiten neemt. Bij het
                    waterschap Brabantse Delta wordt bij het Investeringplan of de kadernota een
                    overzicht verstrekt met de instandhoudingsinvesteringen waarvoor het algemeen
                    bestuur de uitvoering mandateert aan het dagelijks bestuur (lid 2).</al><al>Over de investeringen waarvan het algemeen bestuur vooraf geen autorisatie heeft
                    verleend, zal in de loop van het jaar besluitvorming moeten plaatsvinden. Om een
                    verantwoorde beslissing te kunnen nemen, zullen in het voorstel hiertoe dat aan
                    het algemeen bestuur wordt voorgelegd niet alleen de technische aspecten worden
                    gespecificeerd, maar zal ook worden ingegaan op het doel van de investering, het
                    beoogd effect en de consequenties die de investering met zich meebrengt. Bij
                    deze consequenties moeten we niet alleen denken aan de financiële gevolgen, maar
                    ook aan de gevolgen die de investering heeft op zaken zoals de
                    personeelsformatie, de organisatie en de werkwijze van het waterschap. Tot het
                    voorstel behoort ook een gespecificeerde raming van uitgaven en eventuele
                    inkomsten zoals subsidies. Wanneer met de uitvoering van een bepaald
                    investeringsproject meerdere jaren zijn gemoeid, zal een planning naar de jaren
                    van uitvoering worden opgenomen, om een goede voortgangsbewaking en efficiënte
                    financieringsactiviteiten mogelijk te maken. Nadat het algemeen bestuur van een
                    waterschap een investeringsbesluit heeft genomen, kan met de uitvoering van het
                    betreffende project worden begonnen.</al><al>Lid 4 is toegevoegd om het dagelijks bestuur de bevoegdheid te geven onder
                    bepaalde voorwaarden voorbereidingskredieten voor investeringen te kunnen
                    verstrekken.</al><al>Eén van de uitgangspunten die ten grondslag lag aan deze verordening is het
                    leveren van een bijdrage aan een betere vergelijkbaarheid van de waterschappen
                    in bedrijfsvergelijkingen (zie ook paragraaf 3.4 eerder in deze toelichting). De
                    bedrijfsvergelijkingen van de waterschappen baseren zich op de
                    productenstructuur zoals deze in beheer is bij de Unie van Waterschappen en
                    waarin onder andere beleidsproducten en beheerproducten zijn opgenomen. Om een
                    bedrijfsvergelijking op die producten mogelijk te maken, moet een waterschap in
                    staat zijn de kosten eenduidig naar die producten toe te rekenen. Dit vijfde lid
                    legt de verantwoordelijkheid voor dit aspect neer bij het dagelijks
                    bestuur.</al><tussenkop>Artikel 8 (uitvoering begroting)</tussenkop><al>Lopende de uitvoering van het in de begroting opgenomen beleid zullen dagelijks
                    en algemeen bestuur per programma willen nagaan of met deze uitvoering de
                    beoogde doelstellingen en effecten alsmede maatregelen en prestaties
                    gerealiseerd worden en wat de middeleninzet daarbij is. Wanneer deze
                    beleidsaspecten worden geregistreerd, kan dit worden nagegaan en kan ook de
                    doeltreffendheid en doelmatigheid van de beleidsuitvoering in beeld worden
                    gebracht. Deze bepaling maakt het dagelijks bestuur verantwoordelijk voor een
                    adequate registratie. Er mag uiteraard geen overschrijding plaatsvinden van
                    bedragen die het algemeen bestuur via het vaststellen van de begroting
                    beschikbaar heeft gesteld. Het tweede lid geeft het dagelijks bestuur de
                    opdracht hiervoor te zorgen. Het dagelijks bestuur zal zorgen dat er een systeem
                    van budgetbeheer en –bewaking is dat waarborgt dat de netto-kosten binnen de
                    begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen
                    tijdig worden gemeld aan het algemeen bestuur, zodat dit orgaan tijdig (binnen
                    het begrotingsjaar) een besluit kan nemen. Een systeem met onvoldoende
                    waarborgen voor tijdige melding van budgetoverschrijdingen aan het algemeen
                    bestuur is een groot risico voor het budgetrecht van dat bestuur. </al><tussenkop>Artikel 9 (ruimte bij begrotingsuitvoering)</tussenkop><al>Tijdens de beleidsuitvoering is de hoofdregel dat budgetoverschrijdingen
                    (beleidsmatig en/of financieel) autorisatie door het algemeen bestuur behoeven
                    en dat begrotingswijzigingen vooraf door het dagelijks aan het algemeen bestuur
                    worden voorgelegd ter autorisatie. Hiermee wordt toestemming gevraagd voor het
                    te realiseren beleid en voor de besteding van het benodigde bedrag. Slechts
                    indien de omstandigheden een autorisatie vooraf niet mogelijk maken, zal
                    achteraf een voorstel voor een begrotingswijziging moeten worden voorgelegd.
                    Indien het algemeen bestuur daarmee instemt, wordt de besteding alsnog
                    geautoriseerd. </al><al>Overschrijdingen van budgetten zijn echter nooit geheel uit te sluiten en het is
                    verstandig door middel van afspraken tussen algemeen en dagelijks bestuur enige
                    flexibiliteit in te bouwen zodat de uitvoering niet bij iedere afwijking behoeft
                    te worden stopgezet totdat het algemeen bestuur een besluit kan nemen. De
                    bedoelde spelregels tussen algemeen en dagelijks bestuur zijn in dit artikel
                    opgenomen. Door dit soort spelregels vooraf vast te leggen, kan discussie
                    achteraf, over bijvoorbeeld de weging van bevindingen uit de
                    accountantscontrole, worden voorkomen.</al><al>Met betrekking tot lid 1 en 2 wordt het volgende opgemerkt. Momenteel wordt bij
                    het waterschap jaarlijks bij de vaststelling van de begroting twee
                    machtigingsbesluiten genomen: </al><lijst><li nr="-"><al>een besluit tot machtiging van het dagelijks bestuur voor af- en
                            overschrijvingen;</al></li><li nr="-"><al>een besluit tot machtiging van het dagelijks bestuur om te beschikken
                            over de post onvoorziene uitgaven.</al></li></lijst><al>Deze methodiek kan gehandhaafd worden. Indien in deze verordening bedragen of
                    percentages zouden worden genoemd, moet bij een wijziging steeds de verordening
                    aangepast en ter inzage gelegd worden. Volgens de voorgestelde methodiek is een
                    nieuw besluit van het algemeen bestuur, waarbij het oude besluit wordt
                    ingetrokken, voldoende.</al><al>In lid 3 is opgenomen dat de bij een ontwikkelingsinvestering het dagelijks
                    bestuur de bevoegdheid krijgt de uitgaven met een bepaald % te overschrijden.
                    Ook hier geldt dat de grootte van het percentage van overschrijding in een
                    afzonderlijk besluit wordt vastgelegd. Instandshoudingsinvesteringen worden
                    hierbij uitgesloten, omdat verondersteld mag worden dat de ramingen van
                    dergelijke investeringen –onderbouwd door ervaringscijfers- nauwkeurig kunnen
                    zijn.</al><al>Lid 4 is aan het artikel toegevoegd om de bestaande mandatering te
                    handhaven.</al><tussenkop>Artikel 10 (actieve informatieplicht, tussentijdse rapportage en
                    begrotingswijzigingen)</tussenkop><al>Dit artikel formaliseert een belangrijk onderdeel van de rol van het algemeen
                    bestuur tijdens de beleidsuitvoering. Het algemeen bestuur geeft namelijk aan
                    welke informatie het dagelijks bestuur standaard dient te verstrekken. Op basis
                    van deze informatie kan het algemeen bestuur de uitvoering van de begroting
                    volgen en besluiten of bijsturing nodig is. De stand van zaken van en prognose
                    voor het lopende begrotingsjaar kunnen daarnaast, samen met de jaarverslaggeving
                    van het afgelopen jaar, mede een belangrijke basis zijn voor het inzicht voor en
                    het opstellen van de komende begroting.</al><al>Het eerste lid gaat over de verplichting voor het dagelijks bestuur om
                    belangrijke afwijkingen van de beleidsuitvoering ten opzichte van het
                    vastgestelde beleid direct, dat wil zeggen zodra ze zich voordoen en buiten de
                    afgesproken periodieke tussentijdse rapportages, aan het algemeen bestuur te
                    melden.</al><al>Bij het vaststellen van de jaarlijkse beleids- en verantwoordingscyclus, op
                    basis van artikel 2 van deze verordening, heeft het algemeen bestuur zich reeds
                    uitgesproken over het aantal tussenrapportages en de momenten waarop deze worden
                    aangeboden. Met het tweede tot en met het zesde lid van dit artikel geeft het
                    algemeen bestuur de kaders voor de inhoud van de tussenrapportages; waarover wil
                    het algemeen bestuur in elk geval in de tussenrapportages worden geïnformeerd?
                    Het is zaak dat de tussenrapportages overzichtelijk en niet te uitgebreid zijn.
                    Algemeen en dagelijks bestuur zullen steeds moeten afwegen of de kosten die aan
                    de informatievoorziening zijn verbonden wel in verhouding zijn met het nut en de
                    toegevoegde waarde ervan. De praktijk is namelijk dat er al snel een overvloed
                    aan informatie kan worden gevraagd. Gedurende de uitvoering van
                    investeringsprojecten zal regelmatig over het verloop daarvan aan het algemeen
                    bestuur worden gerapporteerd. Het vierde en vijfde lid zorgen er voor dat deze
                    informatie in de tussentijdse rapportages wordt opgenomen. De bepalingen regelen
                    dat in dit onderdeel van de rapportages in ieder geval aandacht wordt besteed
                    aan de verhouding tussen de werkelijk bestede investeringsbedragen en het
                    krediet dat voor de investering beschikbaar was gesteld. Indien het
                    investeringskrediet dreigt te worden overschreden, zal een voorstel voor het
                    beschikbaar stellen van een aanvullend krediet aan het algemeen bestuur moeten
                    worden gedaan. </al><tussenkop>Artikel 11 (jaarverslaggeving)</tussenkop><al>In dit artikel komt het sluitstuk van de beleids- en verantwoordingscyclus aan
                    de orde, namelijk de verantwoording over de begrotingsuitvoering door het
                    dagelijks bestuur en de controle van het algemeen bestuur daarop. Dit gebeurt in
                    belangrijke mate via het jaarverslag en de jaarrekening.</al><al>Het jaarverslag bestaat op grond van de nieuwe regelgeving uit:</al><lijst><li nr="-"><al>de programmaverantwoording;</al></li><li nr="-"><al>de paragrafen.</al></li></lijst><al>De jaarrekening kent als onderdelen:</al><lijst><li nr="-"><al>de exploitatierekening naar programma’s;</al></li><li nr="-"><al>de exploitatierekening naar kostendragers met toelichting;</al></li><li nr="-"><al>de exploitatierekening naar kosten– en opbrengstsoorten;</al></li><li nr="-"><al>de balans met toelichting</al></li></lijst><al>Het is belangrijk dat de indeling van de jaarverslaggeving zoveel mogelijk
                    aansluit op die van de begroting zodat inzicht, controle en verantwoording van
                    het algemeen bestuur worden gefaciliteerd.</al><al>De programmaverantwoording is het belangrijkste onderdeel van de
                    jaarverantwoording, omdat daarin wordt aangegeven in welke mate het via de
                    begroting vastgestelde beleid is gerealiseerd. De regelgeving geeft aan dat in
                    dit onderdeel aandacht moet worden besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de doelen en effecten die zijn bereikt;</al></li><li nr="b."><al>de maatregelen die zijn getroffen en prestaties die zijn geleverd;</al></li><li nr="c."><al>de netto-kosten die zijn gerealiseerd;</al></li><li nr="d."><al>hoe de onder a, b en c genoemde resultaten zich verhouden tot hetgeen in
                            de begroting werd gesteld.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 12 (financieel beleid algemeen)</tussenkop><al>Artikel 108 van de Waterschapswet bepaalt dat het algemeen bestuur in deze
                    verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid moet vastleggen. In
                    deze verordening is die verplichting langs twee lijnen uitgewerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van dit artikel 12 krijgt het dagelijks bestuur de opdracht te
                            zorgen voor beleidsvoorstellen ten aanzien van de in het eerste lid
                            genoemde onderwerpen en waarbij het dagelijks bestuur rekening moet
                            houden met datgene wat ter zake in het Waterschapsbesluit en deze
                            verordening (met name de artikelen 13 tot en met 16) wordt bepaald;</al></li><li nr="b."><al>via de paragrafen van de begroting doet het dagelijks bestuur
                            voorstellen aan het algemeen bestuur omtrent het meer operationele
                            beleid ten aanzien van de in artikel 17, tweede lid genoemde onderdelen
                            van het ‘financieel’ beleid (kostentoerekening, waterschapsbelastingen,
                            weerstandsvermogen, financiering, verbonden partijen en
                            bedrijfsvoering).</al></li></lijst><al>De onder a bedoeld beleidsvoorstellen leiden uiteindelijk tot het door het
                    algemeen bestuur vastgestelde financieel beleid van het waterschap. Wanneer dit
                    beleid bijstelling behoeft, zullen uiteraard nieuwe voorstellen aan het algemeen
                    bestuur worden voorgelegd.</al><tussenkop>Artikel 13 (waardering en afschrijving van activa)</tussenkop><al>Voor de toelichting van dit artikel wordt verwezen naar de adviesnota Waardering
                    en afschrijving van activa.</al><tussenkop>Artikel 14 (weerstandsvermogen, risicomanagement, reserves en
                    voorzieningen)</tussenkop><al>Voor de toelichting van dit artikel wordt verwezen naar de adviesnota Reserves
                    en voorzieningen.</al><tussenkop>Artikel 15 (kostentoerekening en kostprijsberekening)</tussenkop><al>Voor de toelichting lid 1 wordt verwezen naar de adviesnota Kostentoerekening.
                    De in lid 2 genoemde de tarieven die gelden voor de door het waterschapsbestuur
                    in rekening te brengen rechten als bedoeld in artikel 115 van de Waterschapswet,
                    zijnde rechten ter zake van: </al><lijst><li nr="-"><al>het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst
                            bestemde bezittingen van het waterschap of van voor de openbare dienst
                            bestemde werken of inrichtingen die bij het waterschap in beheer of in
                            onderhoud zijn;</al></li><li nr="-"><al>het genot van door of vanwege het bestuur van het waterschap verstrekte
                            diensten; </al></li><li nr="-"><al>het behandelen van verzoeken tot het verlenen van vergunningen of
                            ontheffingen;</al></li></lijst><al>Deze rechten hebben betrekking op de publiekrechtelijk taken van het
                    waterschap.</al><al>De tarieven voor het in behandeling nemen van een vergunning of ontheffingen en
                    de tarieven voor het verstrekken van begroting, jaarrekening e.d. zijn opgenomen
                    in de legesverordening Er is voor gekozen de tarieven die in de legesverordening
                    zijn opgenomen niet kostendekkend te laten zijn, om bijvoorbeeld de drempel voor
                    het aanvragen van een vergunning zo laag mogelijk te laten zijn. De overige
                    tarieven in lid 2 die niet in de legesverordening zijn opgenomen kunnen
                    (maximaal) kostendekkend zijn. De kosten die direct aan een product of dienst
                    kunnen worden toegerekend en de kosten die indirect samenhangen met de
                    vervaardiging van een product of met het verlenen van een dienst worden
                    meegenomen in de kostprijsbepaling.</al><al>De in lid 3 genoemde producten en diensten aan derden zijn van
                    privaatrechtelijke aard. Hierbij kan als uitgangspunt genomen worden dat de
                    kosten die het product of de verleende dienst met zich mee brengt volledig bij
                    de derde in rekening gebracht moeten worden. Ook kunnen eventueel marktconforme
                    prijzen in rekening worden gebracht.</al><tussenkop>Artikel 16 (financiering)</tussenkop><al>Voor de toelichting van dit artikel wordt verwezen naar het
                    Treasurystatuut.</al><tussenkop>Artikel 17 (algemeen paragrafen in begroting en jaarverslag)</tussenkop><al>De lijn die in deze verordening is gehanteerd is dat het algemeen bestuur het
                    beleid ten aanzien van verschillende onderwerpen op hoofdlijnen uitzet in het
                    financieel beleid dat zij vaststelt en dat in de paragrafen van de begroting en
                    het jaarverslag op de toepassing en uitvoering van het beleid wordt ingegaan. In
                    meer algemene zin bevatten de paragrafen van de begroting, naast de context van
                    het beleid, de beleidsuitgangspunten en hoofdlijnen van het beleid ten aanzien
                    van beheersmatige aspecten en de waterschapsbelastingen. In de gelijknamige
                    paragrafen van het jaarverslag wordt aangegeven in welke mate het beleid is
                    gerealiseerd en wat de redenen van eventuele afwijkingen ten opzichte van
                    voorgenomen zijn geweest.</al><al>De regelgeving geeft aan dat de begroting in ieder geval de volgende paragrafen
                    bevat:</al><lijst><li nr="-"><al>ontwikkelingen sinds het vorig begrotingsjaar;</al></li><li nr="-"><al>uitgangspunten en normen;</al></li><li nr="-"><al>incidentele baten en lasten;</al></li><li nr="-"><al>kostentoerekening;</al></li><li nr="-"><al>onttrekkingen aan ‘overige bestemmingsreserves’ en voorzieningen;</al></li><li nr="-"><al>waterschapsbelastingen;</al></li><li nr="-"><al>weerstandsvermogen;</al></li><li nr="-"><al>financiering;</al></li><li nr="-"><al>verbonden partijen;</al></li><li nr="-"><al>bedrijfsvoering;</al></li><li nr="-"><al>EMU–saldo.</al></li></lijst><al>In het jaarverslag moeten in ieder geval de volgende paragrafen zijn
                    opgenomen:</al><lijst><li nr="-"><al>ontwikkelingen in het begrotingsjaar;</al></li><li nr="-"><al>incidentele baten en lasten;</al></li><li nr="-"><al>onttrekkingen aan ‘overige bestemmingsreserves’ en voorzieningen;</al></li><li nr="-"><al>waterschapsbelastingen;</al></li><li nr="-"><al>weerstandsvermogen;</al></li><li nr="-"><al>financiering;</al></li><li nr="-"><al>verbonden partijen;</al></li><li nr="-"><al>bedrijfsvoering;</al></li><li nr="-"><al>investeringen;</al></li><li nr="-"><al>EMU–saldo;</al></li><li nr="-"><al>topinkomens.</al></li></lijst><al>Aan de paragrafen ‘weerstandsvermogen’ en ‘financiering’, die in het tweede lid
                    van artikel 17 worden genoemd, worden in volgende artikelen van deze verordening
                    nadere eisen gesteld.</al><tussenkop>Artikel 18 (paragraaf weerstandvermogen)</tussenkop><al>Het eerste lid regelt over welke risico’s en hun financiële consequenties het
                    algemeen bestuur in de verplichte paragraaf weerstandsvermogen van de begroting
                    en de jaarverslaggeving wil worden geïnformeerd. Het Waterschapsbesluit
                    verplicht een aantal zaken op te nemen in de paragraaf, namelijk:</al><lijst><li nr="a."><al>een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; waarbij een beschouwing
                            moet worden gegeven over de stand aan het begin, de mutaties en de stand
                            aan het eind van het begrotingsjaar van de algemene reserves en de
                            voorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>een inventarisatie van de risico’s;</al></li><li nr="c."><al>het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 19 (paragraaf bedrijfsvoering)</tussenkop><al>Onder bedrijfsvoering wordt in de regelgeving verstaan het geheel van interne
                    organisatie– onderdelen en processen die ondersteunend zijn ten behoeve van de
                    primaire processen van de waterschappen. Hieronder vallen zaken zoals de
                    algemene aansturing van de organisatie, personeel &amp; organisatie,
                    kwaliteits–, arbo– &amp; milieuzorg, ondersteuning van de cyclus van
                    beleidsvoorbereiding tot en met beleidsverantwoording, controlling, financieel
                    beleid &amp; beheer (waaronder de administratieve organisatie en de interne
                    controle), informatisering, communicatietechnologie &amp; automatisering,
                    geografische informatievoorziening en facilitaire dienstverlening (waaronder
                    huisvesting). Naast ten behoeve van het goede verloop van de primaire processen
                    zijn de ondersteunende processen, en derhalve de bedrijfsvoering zoals bedoeld
                    in dit besluit, essentieel ten behoeve van de waarborging van de rechtmatigheid,
                    doelmatigheid en doeltreffendheid van de beleidsuitvoering.</al><al>Het domein van de bedrijfsvoering is de verantwoordelijkheid van het dagelijks
                    bestuur en beleid op dit gebied wordt in de eerste plaats vormgegeven door dit
                    orgaan. Het Waterschapsbesluit geeft aan dat het dagelijks bestuur in de
                    paragrafen van de begroting en het jaarverslag moet ingaan op de stand van
                    zaken, beleidsvoornemens en beleidsrealisatie ten aanzien van de
                    bedrijfsvoering, waarbij wordt ingespeeld op de informatiebehoefte van het
                    algemeen bestuur. Op deze wijze worden aspecten van de bedrijfsvoering niet
                    alleen transparant voor het algemeen bestuur, maar ook voor geïnteresseerden
                    buiten de organisatie. Uiteraard kan het algemeen bestuur ook zelf aangegeven
                    welke onderwerpen in de paragraaf moeten komen.</al><tussenkop>Artikel 20 (paragraaf verbonden partijen)</tussenkop><al>Met name als gevolg van de intensivering van de samenwerking van waterschappen,
                    onderling en met andere partijen, is het aantal deelnemingen en andere partijen
                    waarmee het waterschap een financiële en bestuurlijke relatie heeft de laatste
                    jaren sterk toegenomen. Het gaat om NV’s, BV’s, gemeenschappelijke regelingen,
                    VOF’s, stichtingen, verenigingen en commanditaire vennootschappen. Mede omdat er
                    altijd een zeker (financieel) risico aan deze relaties verbonden is, is het van
                    belang dat er voldoende inzicht wordt geboden in deze zogenaamde verbonden
                    partijen, oftewel die organisaties waarmee het waterschap een bestuurlijke
                    relatie heeft èn waarin zij een financieel belang heeft. Met deze achtergrond
                    moet een waterschap op grond van het Waterschapsbesluit in de paragraaf
                    verbonden partijen van begroting en jaarverslag ingaan op: </al><lijst><li nr="a."><al>de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de
                            doelstellingen die zijn opgenomen in de begroting (begroting);</al></li><li nr="b."><al>de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen (begroting);</al></li><li nr="c."><al>de verantwoording van datgene wat op grond van a en b is gerealiseerd
                            (jaarverslag).</al></li></lijst><al>Dit artikel van de verordening regelt over welke feiten aangaande verbonden
                    partijen het algemeen bestuur in elk geval in de verplichte paragraaf van de
                    begroting en het jaarverslag geïnformeerd wil worden. Hier kan het algemeen
                    bestuur invulling geven aan zijn eigen informatiebehoefte over deze
                    partijen.</al><al>Omdat de begroting en het jaarverslag openbare stukken zijn, kan vermelding van
                    bepaalde in de verordening vereiste informatie de belangen van het waterschap
                    schaden. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het voornemen om een
                    financieel belang af te stoten, hetgeen in bepaalde situaties de
                    onderhandelingspositie van het waterschap aantast. Deze gegevens neemt men
                    vanzelfsprekend niet herkenbaar op in de begroting en het jaarverslag.</al><tussenkop>Artikel 21 (paragraaf financiering)</tussenkop><al>Als gevolg van de invoering van de Wet financiering decentrale overheden per 1
                    januari 2001 zijn de waterschappen al enkele jaren verplicht een
                    financieringsparagraaf in de begroting (en de jaarverslaggeving) op te nemen. De
                    paragraaf in de begroting is, in samenhang met hetgeen in artikel 16 van deze
                    verordening is voorgeschreven, een belangrijk instrument voor het transparant
                    maken, en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren van de
                    financieringsfunctie door het algemeen bestuur. Artikel 16 geeft de hoofdlijnen
                    van het beleid weer. Deze hoofdlijnen vinden hun weerslag in de
                    financieringsparagraaf in de begroting en in het jaarverslag. Een verplicht
                    onderdeel daarvan is voorgeschreven in het Waterschapsbesluit en luidt: ‘de
                    beleidsvoornemens (en beleidsrealisatie) ten aanzien van het risicobeheer van de
                    financieringsfunctie’. Artikel 21 regelt over welke feiten inzake de
                    financieringsfunctie het algemeen bestuur in elk geval in de verplichte
                    paragraaf financiering bij de begroting en jaarstukken wil worden geïnformeerd.
                    Uit de financieringsparagraaf moet blijken dat de uitvoering van de
                    financieringsfunctie uitsluitend de publieke taak dient, dat het beheer prudent
                    is en dat aan kasgeldlimiet en renterisiconorm wordt voldaan.</al><tussenkop>Artikel 22 (administratie)</tussenkop><al>De definitie van het begrip ´administratie´ die in deze verordening wordt
                    gehanteerd is: het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken van gegevens
                    alsmede het verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                    functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van het
                    waterschap en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden
                    afgelegd. Dit betekent dat de administraties dus ook een belangrijke rol hebben
                    in het goed bedienen van het algemeen bestuur. In artikel 22 worden de kaders
                    gegeven voor de inrichting van administraties van het waterschap. In hoofdlijnen
                    draagt het algemeen bestuur op welk soort informatie moet kunnen worden
                    gegenereerd en aan welke eisen de vastgelegde gegevens moeten voldoen. Deze
                    verordening regelt niet – inherent aan de taakafbakening tussen algemeen en
                    dagelijks bestuur – de regels en activiteiten die daarvoor in de uitvoering
                    nodig zijn. Dat is een taak van het dagelijks bestuur. Het ligt voor de hand dat
                    het dagelijks bestuur deze zaken wel in een besluit vastlegt voor de aansturing
                    van de ambtelijke organisatie. Eén en ander geldt ook voor de onderwerpen die in
                    de artikelen 23 en 24 aan de orde komen. </al><tussenkop>Artikel 23 (financiële administratie)</tussenkop><al>Een belangrijk onderdeel van de administraties is de financiële administratie.
                    In de nieuwe verslaggevingsregels zijn diverse bepalingen opgenomen die invloed
                    hebben op de wijze waarop deze administratie moet worden ingericht en
                    bijgehouden, waaronder waarderingsgrondslagen, balansindeling en verplicht op te
                    leveren financiële gegevens. Vanuit de financiële administratie moeten gegevens
                    worden aangeleverd voor de financiële verantwoordingsinformatie aan het algemeen
                    bestuur, maar ook aan de provincies, in hun rol als toezichthouders, het CBS,
                    het Rijk, de Europese Unie etc. Bij ministeriële regeling worden nadere eisen
                    gesteld aan deze verantwoordingsinformatie van waterschappen.</al><tussenkop>Artikel 24 (organisatie en administratieve organisatie)</tussenkop><al>De term ‘administratieve organisatie’ staat voor het stelsel van
                    organisatorische maatregelen dat is gericht op het tot stand brengen en het in
                    stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke
                    informatieverzorging. In dit artikel legt het algemeen bestuur de uitgangspunten
                    vast voor de inrichting van de administratieve organisatie, waaraan het
                    dagelijks bestuur door het stellen van regels voor de ambtelijke organisatie
                    invulling moet geven. Het algemeen bestuur geeft geen nadere uitvoeringsregels
                    om aan de uitgangspunten te voldoen. Deze uitvoeringsregels zijn aan het
                    dagelijks bestuur. Omdat diverse uitvoeringsregels raken aan het werk van de
                    accountant van het waterschap, adviseert het algemeen bestuur het dagelijks
                    bestuur om de accountant te horen over het ontwerp van de regels.</al><al>In de onderdelen a en b worden eisen gesteld aan de toedeling van taken aan
                    organisatieonderdelen en de toewijzing van functies aan functionarissen.
                    Onderdeel c is een belangrijke bepaling, omdat hierin het dagelijks bestuur de
                    opdracht krijgt door middel van organisatorische maatregelen de rechtmatigheid,
                    de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de beleidsuitvoering te waarborgen.
                    In de onderdelen d, e en f worden eisen gesteld aan de budgettoedeling en de
                    verantwoording daarover. Onderdeel g gaat over de inkoop van goederen en
                    diensten en de aanbesteding van werken. Dit zijn belangrijke en kwetsbare
                    activiteiten die een groot budgettair effect kunnen hebben. Het hanteren van een
                    protocol is naast de desbetreffende administratieve aspecten tevens te zien als
                    een vorm van risicobeheersing. De aansprakelijkheid kan worden beperkt en er
                    wordt jegens derden rechtszekerheid gecreëerd. Onderdeel g legt aan het
                    dagelijks bestuur de zorg op om regels ter zake op te stellen. De regelgeving
                    van de Europese Unie en de nationale wetgever dienen daarbij nageleefd te
                    worden. Doordat de regels worden vastgelegd kan de accountant bij zijn controle
                    van de jaarstukken nagaan of de regels zijn nageleefd, het is een onderdeel van
                    de rechtmatigheidtoets.</al><al>Lid 4 heeft betrekking op het Treasurystatuut dat met name protocollen bevat
                    voor de dagelijkse uitvoering. Bij waterschap Brabantse Delta wordt het
                    Treasurystatuut goedgekeurd door het algemeen bestuur. Volgens de
                    modelverordening zou ook het dagelijks bestuur het Treasurystatuut kunnen
                    vaststellen.</al><tussenkop>Artikel 25</tussenkop><al>Deze verordening treedt in de plaats van de vorige op grond van het oude artikel
                    108 Waterschapswet opgestelde verordening. De wetgever heeft bepaald, dat de
                    nieuwe verordening in het begrotingsjaar 2009 van toepassing moet zijn. De oude
                    verordening blijft nog van kracht op de begroting en jaarrekening van 2008.</al><tussenkop>Artikel 26</tussenkop><al>In dit artikel wordt de naam gegeven waarmee men in stukken naar deze
                    verordening kan verwijzen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>