<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR280686_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Diemer Nieuws 11 april 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>WWB</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive</al><lijst><li nr="·"><al>De raad van de gemeente Diemen van 28 maart 2013;</al></li><li nr="·"><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 februari
                                2013,</al></li><li nr="·"><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel i, van de Wet werk en
                                bijstand; </al></li></lijst><al>besluit vast te stellen de volgende Verordening verrekening bestuurlijke
                        boete bij recidive </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader
                            worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en
                            bijstand (Wwb), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                            Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen
                                    475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke
                                    Rechtsvordering;</al></li><li nr="b."><al> recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a,
                                    vijfde lid, van de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="c."><al>bezit: waarde van de bezittingen waarover belanghebbende of
                                    diens gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, met
                                    uitzondering van het in de woning met bijbehorend erf gebonden
                                    vermogen, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Wet werk en
                                    bijstand.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het bezit van een belanghebbende ten minste driemaal de
                            toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent het college de
                            recidiveboete zonder inachtneming van de beslagvrije voet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende een
                            tijdvak van drie maanden vanaf het moment van de dagtekening waarop de
                            bestuurlijke boete is opgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het bezit van een belanghebbende niet ten minste driemaal de
                            toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent het college de
                            recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming van de beslagvrije
                            voet. De verrekening geschiedt vanaf het moment van de dagtekening
                            waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekent het
                            college de recidiveboete in de daarop volgende twee maanden op een
                            dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen
                            ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen gerekend
                            als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r, van de Wet
                            werk en bijstand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel></kop><al>In afwijking van de artikelen 2 en 3 kan het college de recidiveboete met
                        inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in de artikelen
                                2 of 3, zou leiden tot huisuitzetting van belanghebbende en diens
                                gezin; of</al></li><li nr="b."><al>anderszins sprake is van dringende redenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel></kop><al>De artikelen 2, 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de verrekening
                        van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de Wet
                        werk en bijstand, indien en voor zover deze boete nog niet is betaald op het
                        moment van verrekening van de recidiveboete.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Citeertitel: deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                                verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013;</al></li><li nr="2."><al>Inwerkingtreding: deze verordening treedt een dag na publicatie in
                                werking en werkt terug tot januari 2013.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten besloten door de raad voornoemd in zijn openbare vergadering
                        van 28 maart 2013</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>Algemene toelichting Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive
                    2013</al><al>Op 1 januari 2013 is de "Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid
                    SZW-wetgeving" in werking getreden. Voor de Wet werk en bijstand (WWB)
                    introduceert deze wet de bestuurlijke boete bij een schending van de
                    inlichtingenplicht. Het college van burgemeester en wethouders (verder college)
                    is verplicht de bestuurlijke boete met de lopende uitkering te verrekenen. In
                    beginsel moet bij deze verrekening de bescherming van de beslagvrije voet in
                    acht genomen worden. Is echter sprake van een bestuurlijke boete wegens
                    recidive, dan kan het college besluiten gedurende maximaal drie maanden met de
                    beslagvrije voet te verrekenen. </al><al>De WWB verplicht de gemeenteraad in een verordening nadere regels te stellen
                    over de bevoegdheid de beslagvrije voet tijdelijk buiten werking te stellen bij
                    verrekening van de recidiveboete. De bevoegdheid van de gemeenteraad strekt zich
                    slechts uit over het al dan niet in acht nemen van de beslagvrije voet bij
                    verrekening van de recidiveboete. </al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze bepaling is een aantal begrippen nader omschreven. De meeste
                        behoeven geen nadere toelichting.</al><al><cursief>Bezit</cursief>De verordening kent een definitie van het
                        begrip bezit. Het gaat daarbij om (de waarde van) alle bezittingen waarover
                        een belanghebbende of diens gezinsleden beschikken of redelijkerwijs kunnen
                        beschikken. Bezittingen kunnen zowel bestaan uit geld als op geld
                        waardeerbare goederen. </al><al>Bij het begrip bezit zoals dat in deze verordening wordt gebruikt, gaat het
                        nadrukkelijk niet om vermogen als bedoeld in artikel 34 van de WWB.
                        Eventueel aanwezige schulden spelen immers geen rol en worden dus ook niet
                        op het bezit in mindering gebracht. Ook de vrijlatingen van artikel 34,
                        tweede lid, van de WWB zijn hier niet van toepassing. Een belanghebbende die
                        vanwege de volledige verrekening met de beslagvrije voet zonder inkomsten
                        komt te zitten, zal de bezittingen waarover hij beschikt of redelijkerwijs
                        kan beschikken, volledig moeten aanwenden om in de noodzakelijke kosten van
                        het bestaan te kunnen voorzien. Een uitzondering is gemaakt voor de door
                        belanghebbende en zijn gezin bewoonde (eigen) woning.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit</titel></kop><al>Uitgangspunt van deze verordening is dat volledige verrekening met de
                        beslagvrije voet plaatsvindt voor de maximale termijn van drie maanden mits
                        een belanghebbende over voldoende bezittingen beschikt om dit op te kunnen
                        vangen. Dat uitgangspunt is vastgelegd in artikel 2 van deze verordening.
                        Van voldoende bezit is sprake als de waarde van de bezittingen waarover
                        belanghebbende beschikt (of redelijkerwijs kan beschikken), ten minste
                        driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt. Immers, bij aanwending of
                        tegeldemaking van deze bezittingen, zou een periode van drie maanden
                        overbrugd moeten kunnen worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit</titel></kop><al>Heeft een belanghebbende onvoldoende bezittingen om een periode van drie
                        maanden volledige verrekening met de beslagvrije voet te kunnen overbruggen,
                        dan verrekent het college slechts één maand zonder inachtneming van de
                        beslagvrije voet. Voor de overige twee maanden vindt weliswaar verrekening
                        met de beslagvrije voet plaats, maar niet volledig. Belanghebbende blijft
                        beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke
                        bijstandsnorm. </al><al>Voor het percentage van 80% is aansluiting gezocht bij de
                        invorderingsmogelijkheden die de Belastingdienst heeft bij notoire
                        wanbetalers. Onder omstandigheden kan deze de beslagvrije voet (90% van de
                        toepasselijke bijstandsnorm) verlagen met 10% op grond van artikel 19,
                        eerste lid, van de Invorderingswet 1990. </al><al>Met de gekozen opzet wordt enerzijds uiting gegeven aan het principe dat
                        fraude niet mag lonen. Het gaat hier immers om belanghebbenden die
                        herhaaldelijk hun inlichtingenplicht hebben geschonden. Daar mag een
                        duidelijk signaal tegenover staan. Anderzijds wordt rekening gehouden met de
                        zorgplicht van gemeenten. Het volledig buiten werking stellen van de
                        beslagvrije voet gedurende drie maanden kan kwalijke maatschappelijke
                        consequenties hebben. Dat moet voorkomen worden, nu de regeling daarmee zijn
                        doel voorbij zou schieten.</al><al>Een belanghebbende kan inkomsten uit arbeid hebben die op grond van artikel
                        31, tweede lid, onderdelen n of r, van de WWB worden vrijgelaten voor de
                        algemene bijstand. Bij verrekening van een recidiveboete tot 80% van de
                        bijstandsnorm, tellen deze inkomsten echter gewoon mee. Het college laat
                        deze inkomsten dus niet buiten beschouwing bij de beoordeling van de vraag
                        of een belanghebbende nog over voldoende inkomen beschikt. Dat is geregeld
                        in lid 3.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel></kop><al>Hoewel het hier gaat om een herhaaldelijke schending van de
                        inlichtingenplicht, zijn situaties denkbaar waarin volledige verrekening met
                        de beslagvrije voet niet aanvaardbaar wordt geacht. Die situaties komen aan
                        de orde in artikel 4. Het gaat daarbij altijd om individuele omstandigheden
                        waaraan het college zal moeten toetsen.</al><al>In onderdeel a is geregeld dat het college kan besluiten in afwijking van de
                        artikelen 2 en 3 toch de beslagvrije voet te respecteren wanneer volledige
                        verrekening waarschijnlijk leidt tot huisuitzetting van belanghebbende en
                        diens gezin. Voorkomen moet worden dat een belanghebbende door de volledige
                        verrekening op straat komt te staan, nu dit de problematiek alleen maar
                        verergert, met alle maatschappelijke kosten van dien. </al><al>Een dreigende huisuitzetting wordt in deze verordening gezien als een
                        dringende reden om van verrekening met de beslagvrije voet af te zien. Dat
                        volgt uit het woord 'anderszins' in onderdeel b. Ook bij aanwezigheid van
                        andere dringende redenen dan een dreigende huisuitzetting, kan het college
                        rekening houden met de bescherming van de beslagvrije voet. Van dringende
                        redenen is niet snel sprake. Het gaat slechts om incidentele gevallen,
                        waarbij de behoeftige omstandigheden waarin de belanghebbende en diens
                        gezinsleden verkeren op geen enkele andere wijze te verhelpen zijn. Het
                        enkele feit dat het belanghebbende door de verrekening aan middelen
                        ontbreekt om in het bestaan te voorzien, is op zich geen voldoende
                        voorwaarde om te kunnen spreken van dringende redenen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel></kop><al>In artikel 60b, derde lid, van de WWB is bepaald dat de bevoegdheid om te
                        verrekenen met de beslagvrije voet ook van toepassing is op eerder opgelegde
                        bestuurlijke boetes voor zover op het moment van verrekening van de
                        recidiveboete, die eerdere boetes nog niet zijn betaald. Mocht het college
                        die eerdere, nog openstaande boetes gaan verrekenen, dan regelt artikel 5
                        dat de bepalingen in deze verordening van overeenkomstige toepassing
                        zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>