<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR280684_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van Waterschap Brabantse Delta</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Brabantse Delta</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-04-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Brabantse Delta</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Controleverordening Waterschap Brabantse Delta</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 109 Waterschapswet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">hoofdstuk 5 Waterschapsbesluit</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-10-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>08I003207</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van Waterschap Brabantse Delta</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van Waterschap Brabantse Delta,</al><al>gelet op artikel 109 van de Waterschapswet en hoofdstuk 5 van het
                        Waterschapsbesluit, vast te stellen:</al><al>de Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting
                        van de financiële organisatie van Waterschap Brabantse Delta</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>(definities)</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>accountantscontrole: de in artikel 109 van de Waterschapswet
                                bedoelde controle uitgevoerd door de door het algemeen bestuur
                                benoemde accountant van:</al><lijst><li nr="-"><al>het getrouwe beeld van de in de jaarrekening gepresenteerde
                                        baten en lasten alsmede grootte en samenstelling van het
                                        vermogen;</al></li><li nr="-"><al>de rechtmatigheid van de totstandkoming van de baten en
                                        lasten, alsmede de balansmutaties;</al></li><li nr="-"><al>het in overeenstemming zijn van de door het dagelijks
                                        bestuur opgestelde jaarrekening met de bij of krachtens
                                        algemene maatregel van bestuur te stellen regels bedoeld in
                                        artikel 98a van de Waterschapswet;</al></li><li nr="-"><al>het verenigbaar zijn van het jaarverslag met de
                                        jaarrekening;</al></li><li nr="-"><al>de inrichting van het financieel beheer en de financiële
                                        organisatie gericht op de vraag of deze een getrouwe en
                                        rechtmatige verantwoording mogelijk maken;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>waarbij de nadere regels in hoofdstuk 5 van het Waterschapsbesluit
                                in acht worden genomen;</al></li><li nr="c."><al>accountant: de door het algemeen bestuur benoemde accountant die
                                voldoet aan het in artikel 109, tweede lid van de Waterschapswet
                                opgenomen criterium en die is belast met de zojuist onder a
                                omschreven accountantscontrole;</al></li><li nr="d."><al>administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken
                                van gegevens alsmede het verstrekken van informatie ten behoeve van
                                het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van)
                                de organisatie van het waterschap en ten behoeve van de
                                verantwoording die daarover moet worden afgelegd;</al></li><li nr="e."><al>financieel beheer: het totaal van de activiteiten die er voor zorgen
                                dat de uitvoering van het in de begroting opgenomen, vastgestelde
                                beleid volgens de gestelde plannen en doelen en binnen de gestelde
                                kaders plaatsvindt en dat de financiële positie daarmee in
                                overeenstemming is;</al></li><li nr="f."><al>rechtmatigheid: de mate waarin in overeenstemming met geldende wet-
                                en regelgeving, waaronder waterschapsverordeningen alsmede besluiten
                                van algemeen en dagelijks bestuur, wordt gehandeld; h.
                                rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole (synoniem:
                                financiële rechtmatigheid): de mate waarin het tot stand komen van
                                de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan en voor
                                zover deze beheershandelingen leiden tot baten, lasten en
                                balansmutaties die in de jaarrekening worden verantwoord in
                                overeenstemming zijn met de relevante wet- en regelgeving, zoals
                                bedoeld in het Waterschapsbesluit;</al></li><li nr="g."><al>deelverantwoording: een in opdracht van het algemeen bestuur
                                opgestelde verantwoording van een deel van de organisatie van het
                                waterschap.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>(verbijzonderde interne controle)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zorgt er voor dat ten behoeve van het getrouwe
                            beeld van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de daarin opgenomen
                            baten, lasten en balansmutaties een interne toetsing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij afwijkingen die tijdens de in het eerste lid bedoelde toetsing
                            worden gevonden neemt het dagelijks bestuur tijdig maatregelen tot
                            herstel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zorgt er voor dat de registratie en de
                            ontwikkeling van de bezittingen, schulden en het vermogen van het
                            waterschap systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de
                            waardepapieren, de uitstaande leningen, de (debiteuren-)vorderingen, de
                            liquiditeiten, de opgenomen leningen en de (crediteuren-)schulden
                            jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen
                            tenminste eenmaal in de zes jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij afwijkingen in de registratie zoals bedoeld in het derde lid neemt
                            het dagelijks bestuur tijdig maatregelen voor herstel van de
                            tekortkomingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De resultaten van de controle en eventuele maatregelen tot herstel zoals
                            bedoeld in het voorgaande deel van dit artikel worden ter kennisneming
                            aan het algemeen bestuur aangeboden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>(aanbesteding accountantscontrole)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door het algemeen
                            bestuur te benoemen accountant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur bereidt in overleg met het algemeen bestuur de
                            aanbesteding van de accountantscontrole voor.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt voor de aanbesteding van de
                            accountantscontrole het programma van eisen vast. In het programma van
                            eisen worden voor de jaarlijkse accountantscontrole opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>de toe te passen goedkeuringstoleranties (en afwijkende
                                    rapporteringstoleranties) bij de controle van de
                                    jaarrekening;</al></li><li nr="b."><al>de apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij toe
                                    te passen omvangsbases en goedkeuringstoleranties (en afwijkende
                                    rapporteringstoleranties);</al></li><li nr="c."><al>de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen;</al></li><li nr="d."><al>de eventueel aanvullende uit te voeren tussentijdse
                                    controles;</al></li><li nr="e."><al>de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende
                                    tussentijdse rapportering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van aanbesteding van de accountantscontrole op grond van
                            Europese of Nederlandse wetgeving stelt het algemeen bestuur voor de
                            selectie van de accountant de selectiecriteria en per selectiecriterium
                            de bijbehorende weging vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>(protocol accountantscontrole)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voorafgaande aan het dienstjaar waarop de accountantscontrole betrekking
                            heeft, legt het algemeen bestuur in het ‘controleprotocol’ in ieder
                            geval vast wat de reikwijdte en wat de rol van de accountant is ten
                            aanzien van rechtmatigheid is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het eerste lid bedoelde protocol wordt in ieder geval ingegaan
                            op:</al><lijst><li nr="a."><al>de regelgeving die in het kader van het rechtmatigheidtraject in
                                    beschouwing moet worden genomen (het normenkader);</al></li><li nr="b."><al>de rechtmatigheidcriteria die in beschouwing worden
                                    genomen;</al></li><li nr="c."><al>de aspecten die binnen het voorwaardencriterium in beschouwing
                                    worden genomen;</al></li><li nr="d."><al>de goedkeuringstoleranties die worden gehanteerd;</al></li><li nr="e."><al>de rapporteringstoleranties die worden gehanteerd;</al></li><li nr="f."><al>de looptijd van het controleprotocol;</al></li><li nr="g."><al>de eventuele posten van de jaarrekening, posten van
                                    deelverantwoordingen en programma’s, waaraan de accountant bij
                                    zijn controle specifiek aandacht dient te besteden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>(informatieverstrekking door het dagelijks bestuur)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de samenstelling van de
                            jaarrekening conform de geldende interne en externe wet- en regelgeving
                            en overlegt deze aan de accountant voor controle.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zorgt er voor dat alle aan de jaarrekening ten
                            grondslag liggende verordeningen, nota’s, besluiten,
                            deelverantwoordingen, administraties, plannen, overeenkomsten,
                            berekeningen e.d. voor de accountant ter inzage liggen en goed
                            toegankelijk zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur overlegt de gecontroleerde jaarrekening
                            overeenkomstig het daarover bepaalde in de ‘Verordening beleids- en
                            verantwoordingsfunctie Waterschap Brabantse Delta’ aan het algemeen
                            bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Alle informatie die na afgifte van de accountantsverklaring en voor
                            behandeling van de jaarrekening in het algemeen bestuur beschikbaar komt
                            en die van invloed is op het beeld dat de jaarrekening geeft, wordt
                            terstond door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur en de
                            accountant gemeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>(inrichting accountantscontrole)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze
                            waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de
                            omvang van de daarbij behorende werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de
                            frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de
                            controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ter bevordering van een doelmatige en doeltreffende accountantscontrole
                            vindt periodiek (afstemmings)overleg plaats tussen de accountant en
                            vertegenwoordigers van de organisatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>(toegang tot informatie)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De accountant is bevoegd tot het opnemen van alle kassen en
                            waardepapieren en het inzien van alle boeken, notulen, brieven,
                            computerbestanden en overige bescheiden, waarvan hij inzage voor de
                            accountantscontrole nodig oordeelt. Het dagelijks bestuur zorgt er voor
                            dat de accountant voor de uitvoering van zijn controlewerkzaamheden een
                            onbelemmerde toegang heeft tot alle kantoren, magazijnen, werkplaatsen,
                            terreinen en informatiedragers van het waterschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De accountant is bevoegd om van alle bestuurders en ambtenaren
                            mondelinge en schriftelijke inlichtingen en verklaringen te verlangen
                            die hij voor de uitvoering van zijn opdracht denkt nodig te hebben. Het
                            dagelijks bestuur zorgt er voor dat de desbetreffende ambtenaren hieraan
                            hun medewerking verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>(overige controles en opdrachten)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan de door het algemeen bestuur benoemde
                            accountant opdracht geven tot het uitvoeren van specifieke werkzaamheden
                            met betrekking tot de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                            doeltreffendheid voor zover de onafhankelijkheid van de accountant
                            daarmee niet in het geding komt. Het dagelijks bestuur informeert het
                            algemeen bestuur vooraf over deze aan de accountant te verstrekken
                            opdrachten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is voor de controle van de rechtmatige besteding
                            van subsidies bevoegd de opdracht te verlenen aan een andere dan de door
                            het algemeen bestuur benoemde accountant, indien dit in het belang van
                            het waterschap is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een deel van de eisen die gelden voor de controle van de
                            verantwoording aan derden moet worden uitgevoerd door een accountant, is
                            het dagelijks bestuur bevoegd hiervoor de opdracht verlenen aan een
                            andere dan de door het algemeen bestuur benoemde accountant, indien dit
                            in het belang van het waterschap is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>(rapportering)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de accountant bij een controle afwijkingen constateert die leiden
                            tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring, meldt hij deze
                            terstond schriftelijk aan het dagelijks bestuur en vraagt hij het
                            dagelijks bestuur daarop te reageren. Indien de accountant na het
                            overleg met het dagelijks bestuur daarover de mening blijft toegedaan
                            dat de geconstateerde afwijkingen leiden tot het niet afgeven van een
                            goedkeurende verklaring, meldt hij dit aan het algemeen bestuur en
                            vermeldt hij daarbij de reactie van het dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In aanvulling op het in de Waterschapswet voorgeschreven verslag van
                            bevindingen brengt de accountant over de door hem uitgevoerde
                            (deel)controles verslag uit aan de directie over zijn bevindingen die
                            niet van bestuurlijk belang zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen worden voor
                            verzending aan het algemeen bestuur door de accountant aan het dagelijks
                            bestuur voorgelegd, waarbij het dagelijks bestuur de mogelijkheid heeft
                            om op deze stukken te reageren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De accountant zendt zijn verklaring bij de jaarrekening en zijn verslag
                            van bevindingen aan het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De accountant bespreekt voorafgaand aan de behandeling door het algemeen
                            bestuur van de jaarverslaggeving de accountantsverklaring en het verslag
                            van bevindingen met (een voor dit doel door het algemeen bestuur
                            ingestelde vertegenwoordiging van) het algemeen bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>(inwerkingtreding)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van het begrotingsjaar
                            2009, met dien verstande dat zij van toepassing is op de
                            accountantscontrole van de jaarrekening (en deelverantwoordingen) vanaf
                            het begrotingsjaar 2009.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ‘Verordening met betrekking tot de controle op de administratie en op
                            het beheer van vermogenswaarden waterschap Brabantse Delta, die is
                            vastgesteld bij besluit van 7 januari 2004 vervalt, met dien verstande
                            dat zij van kracht blijft ten aanzien van de begrotingsjaren tot en met
                            2008. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>(citeertitel)</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Controleverordening Waterschap
                        Brabantse Delta’.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Controle verordening</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><tussenkop>1 Kader en opbouw van het algemeen deel van deze toelichting</tussenkop><al>Op grond van artikel 109 van de Waterschapswet moet ieder algemeen bestuur een
                    ‘controleverordening’ vaststellen die voldoet aan de eisen die dat artikel
                    stelt. Het artikel luidt:</al><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle
                            op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële
                            organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het
                            financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie
                            wordt getoetst.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur wijst een of meer accountants aan als bedoeld in
                            artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast
                            met de controle van de in artikel 103 bedoelde jaarrekening en het
                            daarbij verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen van
                            een verslag van bevindingen.</al></li><li nr="3."><al>De accountantsverklaring geeft op grond van de uitgevoerde controle aan
                            of: </al><lijst><li nr="a."><al>de jaarrekening een getrouw beeld geeft van zowel de baten en
                                    lasten als de grootte en samenstelling van het vermogen;</al></li><li nr="b."><al>de baten en lasten, alsmede de balansmutaties rechtmatig tot
                                    stand zijn gekomen;</al></li><li nr="c."><al>de jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de bij of
                                    krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels,
                                    bedoeld in artikel 98a, en </al></li><li nr="d."><al>het jaarverslag met de jaarrekening verenigbaar is.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het verslag van bevindingen bevat in ieder geval bevindingen over:</al><lijst><li nr="a."><al>de vraag of de inrichting van het financiële beheer en van de
                                    financiële organisatie een getrouwe en rechtmatige
                                    verantwoording mogelijk maken, en</al></li><li nr="b."><al>onrechtmatigheden in de jaarrekening.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De accountant zendt de accountantsverklaring en het verslag van
                            bevindingen aan het algemeen bestuur en een afschrift daarvan aan het
                            dagelijks bestuur.</al></li><li nr="6."><al>Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
                            met betrekking tot de reikwijdte van en de verslaglegging omtrent de
                            accountantscontrole, bedoeld in het tweede lid.</al></li></lijst><al>De Wet modernisering waterschapsbestel brengt een wat scherpere scheiding aan in
                    de rolverdeling tussen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Het
                    algemeen bestuur stelt kaders en het beleid vast, het dagelijks bestuur voert
                    het beleid uit en het algemeen bestuur controleert de beleidsuitvoering door het
                    dagelijks bestuur. Ter ondersteuning van het algemeen bestuur bij het uitoefenen
                    van zijn controlerende taak is een aantal bepalingen in de wet rond de opdracht
                    aan de accountant aangescherpt. De belangrijkste verandering is dat de
                    accountantsverklaring niet langer meer alleen een oordeel over het getrouwe
                    beeld bevat, maar een oordeel over het getrouwe beeld en de rechtmatigheid
                    samen. Bovendien is nu veel explicieter bepaald dat de opdracht voor de
                    accountantscontrole wordt verstrekt door het algemeen bestuur en niet meer door
                    het dagelijks bestuur. Het artikel benadrukt dat het algemeen bestuur de
                    accountant aanwijst; dit kan niet worden gedelegeerd aan het dagelijks bestuur.
                    Een andere verandering is dat in het vijfde lid van artikel 109 expliciet is
                    opgenomen dat de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen direct
                    door de controlerend accountant aan het algemeen bestuur worden aangeboden.
                    Voorts is het het algemeen bestuur dat, binnen de wettelijke kaders, bepaalt wat
                    de opdracht aan de accountant is.</al><al>Een laatste verandering is dat de controle van de doelmatigheid geen onderdeel
                    meer uitmaakt van de accountantscontrole. Opmerkingen en constateringen ter zake
                    hoeven niet meer in het rapport van bevindingen te worden opgenomen, zoals in de
                    oude situatie nog wel het geval was. De controle op doelmatigheid is dan ook
                    geen taak meer van de accountant, maar wordt door het algemeen bestuur zelf
                    uitgevoerd, mede op basis van de interne onderzoeken naar doelmatigheid en
                    doeltreffendheid van het dagelijks bestuur (op grond van het nieuwe artikel
                    109a) en eventueel het onderzoek door de rekenkamer(functie).</al><al>Vanaf het verslagjaar 2009 bevat de accountantsverklaring dus een oordeel over
                    het getrouwe beeld én de rechtmatigheid. Een getrouwbeeldverklaring houdt in dat
                    wordt aangegeven in hoeverre de uitkomsten van het gevoerde financieel beheer
                    getrouw in de jaarrekening zijn weergegeven, waarbij rekening wordt gehouden met
                    het doel waarvoor de verantwoording is opgesteld. De doelstellingen moeten
                    worden afgestemd op de belanghebbenden, in dit geval het algemeen bestuur. Een
                    getrouw beeld impliceert dat de jaarrekening geen zodanige fouten en/of
                    onzekerheden bevat dat het oordeel van de gebruiker beïnvloed wordt.</al><al>Het begrip controle is het centrale begrip van artikel 109. Het gaat hierbij
                    niet alleen om de externe controle door de accountant, maar zeker ook om de
                    interne controle binnen de eigen organisatie. Deze interne controle kan weer
                    worden onderscheiden in de controle die een onlosmakelijk onderdeel is van de
                    administratieve organisatie en de verbijzonderde interne controle. Deze laatste
                    vorm van controle bestaat uit specifieke onderzoeken, vaak uitgevoerd door
                    specifieke interne controlemedewerkers of auditoren, waarin wordt nagegaan of de
                    administratieve organisatie en de daarvan uitmakende, reguliere interne
                    controlemaatregelen goed werken en goed worden nageleefd.</al><al>De toetsing van de rechtmatigheid, oftewel van het voldoen aan externe en
                    interne regels, is een belangrijk aspect van de controle . In de eerste plaats
                    zal het waterschap zelf intern meer waarborgen moeten treffen dat rechtmatig
                    wordt gehandeld. In de tweede plaats gaat de accountant, als onderdeel van zijn
                    verklaring bij de jaarrekening, een gekwantificeerd oordeel over de
                    rechtmatigheid geven.</al><al>In hoofdlijnen komt de verantwoordelijkheidsverdeling neer op het volgende:</al><lijst><li nr="-"><al>het algemeen bestuur stelt de kaders voor de rechtmatigheid en de
                            controle daarop. Voorts stelt dit bestuur zelf regels op basis van zijn
                            verordenende bevoegdheid. Het algemeen bestuur formuleert de opdracht
                            aan de accountant en kan aanvullende controle-eisen stellen (aanvullend
                            op de wettelijke minimumeisen). Als opdrachtgever ontvangt het algemeen
                            bestuur de rapportage van de accountant aan het algemeen bestuur;</al></li><li nr="-"><al>het dagelijks bestuur is, op grond van zijn bevoegdheid om het beleid
                            van het algemeen bestuur uit te voeren, primair verantwoordelijk voor de
                            naleving van relevante wet- en regelgeving;</al></li><li nr="-"><al>de accountant is verantwoordelijk voor de uitvoering van de controle in
                            overeenstemming met de vaktechnische randvoorwaarden. De accountant zal
                            toetsen of wet- en regelgeving door het waterschap in acht zijn genomen
                            en hierover aan het algemeen bestuur rapporteren.</al></li></lijst><al>In het Waterschapsbesluit zijn de minimumeisen vastgelegd, waarbij belangrijke
                    begrippen zijn ‘goedkeuringstoleranties’ en ‘rapporteringstoleranties’. In
                    paragraaf 4 worden deze begrippen uitgelegd. Het algemeen bestuur heeft de
                    mogelijkheid keuzes te maken in het rechtmatigheidtraject en de ten aanzien van
                    de eisen aan de accountantscontrole. Het is belangrijk dat expliciet wordt
                    gemaakt welke opdracht het algemeen bestuur aan de accountant geeft.</al><tussenkop>2 Controle</tussenkop><al>Er kan onderscheid worden gemaakt in interne en externe controle.</al><tussenkop>Interne controle</tussenkop><al>Bij een waterschap wordt onder interne controle verstaan: de controle die in
                    opdracht en ten dienste van het dagelijks bestuur door eigen functionarissen van
                    het waterschap gebeurt om de verantwoording voor de beleidsuitvoering en de
                    administratieve verwerking daarvan overeenkomstig de doelstellingen en regels te
                    kunnen dragen. Het doel van de interne controle is het verkrijgen van zekerheid
                    over de rechtmatigheid, doeltreffendheid en doelmatigheid van handelingen en
                    werkzaamheden. Maatregelen die op grond van deze verordening genomen worden
                    teneinde een gedegen interne controle tot stand te brengen zijn onder
                    andere:</al><lijst><li nr="-"><al>functiescheiding tussen het beheer, de administratie en de bewaring van
                            gelden;</al></li><li nr="-"><al>verantwoord ontworpen procedures;</al></li><li nr="-"><al>duidelijke en vastgelegde afspraken over het mogen aangaan van
                            verplichtingen ten laste van toegekende budgetten en
                            investeringskredieten;</al></li><li nr="-"><al>maatregelen ter voorkoming en bestrijding van misbruik en oneigenlijk
                            gebruik van financiële mogelijkheden die het waterschap biedt.</al></li></lijst><tussenkop>Externe controle</tussenkop><al>Deze verordening is met name gericht op de externe controle. Het begrip 'externe
                    controle' wordt wel omschreven als: het zelfstandig, onafhankelijk van de te
                    controleren personen en organen, door een deskundige onderzoeken van de formele
                    en materiële juistheid van het financieel beheer. De externe controle heeft twee
                    functies, namelijk een signalerende en een certificerende functie. De
                    signalerende functie van de externe controle betreft het opsporen en aangeven
                    van onjuistheden, onvolkomenheden en ontwikkelingen in het financieel beheer.
                    Het doel van deze functie is uiteindelijk het aanbrengen van bijsturing en (waar
                    nodig) verbetering van het financieel beheer. De certificerende functie
                    (certificeren = officieel, op ambtseed verklaren) omvat de oordeelsvorming
                    omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid van de verantwoording. Deze mondt
                    uit in de accountantsverklaring, die aangeeft of de in de verantwoording
                    (jaarrekening) vervatte informatie juist, volledig en geschikt tot
                    oordeelsvorming is en of de beheershandelingen die ten grondslag liggen aan de
                    financiële feiten uit de verslaggeving in overeenstemming met de daarvoor
                    geldende regelgeving tot stand zijn gekomen. De accountantsverklaring is niet
                    alleen binnen de organisatie van belang maar ook naar buiten toe, met name
                    tegenover allen die belang hebben bij het beheer van de betreffende
                    organisatie.</al><tussenkop>3 Rechtmatigheid</tussenkop><al>De definitie van het begrip rechtmatigheid is: ‘voldoen aan wettelijke kaders en
                    regelgeving’. Hierbij gaat het niet alleen om zogenaamde externe regelgeving,
                    zoals Europese en nationale wetgeving, maar ook om de eigen regels en kaders van
                    het waterschap. Tot deze laatste groep behoren naast verordeningen,
                    beleidsregels, interne afspraken e.d. ook zaken zoals de vastgestelde begroting
                    en formele wijzigingen daarvan. Rechtmatigheid is dus een breed begrip, dat alle
                    regels omvat waaraan een waterschap zich moet houden. De Waterschapswet legt een
                    specifiek accent bij een onderdeel van rechtmatigheid, namelijk ‘financiële
                    rechtmatigheid’. Dit begrip omvat de vraag of de baten, lasten en de
                    balansmutaties, zoals opgenomen in de jaarrekening, rechtmatig tot stand zijn
                    gekomen. Bij deze rechtmatigheid bestaat met name een sterke relatie met het
                    financieel beheer alsmede de naleving van de verslaggevingsvoorschriften en de
                    verordeningen op basis van de artikelen 108 en 109 van de Waterschapswet. Ook
                    besluiten van het algemeen bestuur die dit orgaan uit hoofde van zijn
                    kaderstellende rol neemt en die invloed hebben op financiële beheershandelingen
                    vallen onder financiële rechtmatigheid. Het gaat immers om de rechtmatigheid van
                    posten uit de jaarrekening. Het begrip ‘financiële rechtmatigheid’ wordt ook wel
                    ‘rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole’ genoemd.</al><tussenkop>Verantwoordelijkheden met betrekking tot rechtmatigheid</tussenkop><tussenkop>Algemeen bestuur</tussenkop><al>Het algemeen bestuur is opdrachtgever voor de accountantscontrole en kan via de
                    verordening op basis van artikel 109 de kaders voor de interne en externe
                    controle bepalen. Het aspect ‘versterking van de controlerende rol van het
                    algemeen bestuur’ wordt onder meer tot uitdrukking gebracht doordat de
                    Waterschapswet bepaalt dat de accountant de accountantsverklaring en het verslag
                    van bevindingen direct naar het algemeen bestuur in plaats van naar het
                    dagelijks bestuur stuurt.</al><tussenkop>Dagelijks bestuur</tussenkop><al>Het dagelijks bestuur is er primair verantwoordelijk voor dat bij de
                    beleidsuitvoering relevante wet- en regelgeving wordt nageleefd, zodat onder
                    andere de besteding en inning van het publieke geld waarmee het waterschap werkt
                    rechtmatig gebeurt. Door middel van goede interne beheersmaatregelen zal het
                    dagelijks bestuur de kans op onrechtmatigheden moeten beperken. Hieronder valt
                    ook een toereikend beleid ter voorkoming en bestrijding van misbruik en
                    oneigenlijk gebruik van financiële mogelijkheden die het waterschap biedt. De
                    bedoelde interne beheersingsmaatregelen omvatten (aanpassingen van) de
                    administratieve organisatie en daarin opgenomen maatregelen van interne controle
                    (AO en IC). </al><tussenkop>De accountant</tussenkop><al>De accountant zal moeten controleren of naar zijn oordeel de beheershandelingen
                    en transacties die ten grondslag liggen aan de in de jaarrekening verantwoorde
                    baten, lasten en balansmutaties rechtmatig zijn geweest en of de verantwoording
                    getrouw is.</al><tussenkop>financiële rechtmatigheid</tussenkop><al>Het begrip ‘financiële rechtmatigheid’ heeft een beperktere strekking dan het
                    juridische begrip rechtmatigheid . Het gaat hierbij om de vraag of de baten,
                    lasten en balansmutaties die in de jaarrekening zijn opgenomen rechtmatig tot
                    stand zijn gekomen.</al><al>Er zijn negen criteria die een rol spelen bij de beoordeling van de vraag of de
                    financiële beheershandelingen voldoen aan de van toepassing zijnde wettelijke
                    regelingen, namelijk:</al><lijst><li nr="-"><al>calculatiecriterium: is het bedrag van de financiële stroom, gelet op de
                            bepalingen van de regelgeving, juist vastgesteld?;</al></li><li nr="-"><al>valuteringscriterium: heeft de verantwoording op het juiste tijdstip
                            plaatsgevonden?;</al></li><li nr="-"><al>volledigheidsciterium: zijn de inkomende financiële stromen (opbrengsten
                            etc.) volledig?;</al></li><li nr="-"><al>adresseringscriterium: is de financiële stroom richting de juiste
                            persoon/instantie gegaan?;</al></li><li nr="-"><al>aanvaardbaarheidscriterium: past een financiële beheershandeling binnen
                            het kader van de activiteiten van een waterschap en is in relatie tot de
                            prijs een aanvaardbare tegenprestatie overeengekomen?;</al></li><li nr="-"><al>leveringscriterium: is de overeengekomen tegenprestatie ontvangen?;</al></li><li nr="-"><al>voorwaardencriterium: wordt aan de voorwaarden uit wet- en regelgeving
                            voldaan?;</al></li><li nr="-"><al>misbruik- en oneigenlijkgebruikscriterium: wordt geen misbruik en
                            oneigenlijk gebruik van financiële mogelijkheden gemaakt?</al></li><li nr="-"><al>begrotingscriterium: passen de lasten, baten en balansmutaties binnen de
                            door het algemeen bestuur vastgestelde begrotingskaders?;</al></li></lijst><al>De eerste zes criteria vallen al van oudsher onder de controle van het getrouwe
                    beeld van de jaarrekening door de accountant. Nieuw is dat ook de laatste drie
                    criteria gaan worden meegenomen in het gekwantificeerde oordeel dat de
                    accountant gaat geven over de rechtmatigheid van de in de jaarrekening opgenomen
                    kosten, opbrengsten en balansmutaties. De drie nieuwe criteria worden hieronder
                    nader toegelicht.</al><tussenkop>Voorwaardencriterium</tussenkop><al>Verstrekking van een subsidie is een voorbeeld van een overdracht waarmee wordt
                    beoogd bepaalde beleidseffecten teweeg te brengen. Overdrachtsuitgaven (en
                    overdrachtsontvangsten) moeten tot stand komen in overeenstemming met wetten die
                    de verhouding tussen de overheid en de burgers/rechtspersonen regelen (publiek
                    recht). Een subsidie is niet vrij te besteden maar is gekoppeld aan
                    activiteiten, waarover achteraf in enigerlei vorm verantwoording moet worden
                    afgelegd; de subsidiegever wil achteraf weten hoe het geld is besteed en welke
                    effecten daarmee zijn bereikt. Bij toetsing van het rechtmatigheidaspect spelen
                    de subsidievoorwaarden een essentiële rol. Nagaan of aan subsidievoorwaarden
                    wordt voldaan is een voorbeeld van de toepassing van het
                    voorwaardencriterium.</al><tussenkop>Misbruik- en oneigenlijkgebruikscriterium</tussenkop><al>De rechtmatigheideis betreft ook de toetsing op juistheid en volledigheid van
                    gegevens, die door belanghebbenden zijn verstrekt om het voldoen aan voorwaarden
                    aan te tonen. Dit ter voorkoming en bestrijding van misbruik en oneigenlijk
                    gebruik van de financiële middelen van het waterschap (M&amp;Ocriterium). Er kan
                    bijvoorbeeld worden gedacht aan gegevens in het kader van kwijtschelding en van
                    verstrekte wachtgelden. Onder misbruik wordt verstaan: het opzettelijk niet,
                    niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten
                    onrechte overheidssubsidies of- uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel een te
                    laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Onder oneigenlijk gebruik
                    wordt verstaan: het door het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet
                    gecombineerd met feitelijke handelingen, verkrijgen van overheidsbijdragen of
                    het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid,
                    in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving maar in strijd met het
                    doel of de strekking daarvan. Misbruik is onrechtmatig, oneigenlijk gebruik
                    niet. Het is aan het waterschap om effectieve maatregelen te nemen om M&amp;O te
                    voorkomens.</al><tussenkop>Het begrotingscriterium</tussenkop><al>In de begroting zijn per programma de maxima voor de netto-kosten vermeld die
                    door het algemeen bestuur zijn vastgesteld. Bij de rechtmatigheidcontrole vormt
                    het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. Hierbij gaat het om
                    de vraag of de financiële beheershandelingen, die ten grondslag liggen aan de
                    baten, lasten en balansposten die in de jaarrekening zijn opgenomen, tot stand
                    zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en de hierin
                    opgenomen programma’s. Dit houdt in dat de financiële beheershandelingen dienen
                    te passen binnen de begroting, waarbij het juiste programma, het
                    begrotingsbedrag, alsmede het begrotingsjaar van belang zijn. Met de controle op
                    de juiste toepassing van het begrotingscriterium wordt getoetst of het
                    budgetrecht van het algemeen bestuur is gerespecteerd. </al><tussenkop>4 Minimumeisen accountantscontrole</tussenkop><al>Theoretisch zou een accountant iedere financiële handeling die binnen een
                    waterschap wordt verricht kunnen controleren, maar dan zouden de kosten van de
                    accountantscontrole buitensporig hoog zijn. Daarom is de controle gericht op het
                    ontdekken van belangrijke fouten. De accountant maakt hiervoor bij zijn controle
                    onder meer gebruik van toleranties, risicoanalyse en statistische berekeningen.
                    Daarmee wordt de kans beperkt dat de jaarrekening de gebruiker, met name het
                    algemeen bestuur, op het verkeerde been zet en blijven tevens de
                    controlewerkzaamheden betaalbaar. In het Waterschapsbesluit zijn de minimumeisen
                    aan de accountantscontrole opgenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in twee
                    begrippen die de marge voor controle en rapportering aangeven: de
                    goedkeuringstolerantie en de rapporteringstolerantie. Deze toleranties gelden
                    zowel voor het getrouwe beeld als voor de rechtmatigheid.</al><tussenkop>Goedkeuringstolerantie</tussenkop><al>Een goedkeurende verklaring van de accountant geeft aan dat de jaarrekening geen
                    fouten van materieel belang bevat. Dat betekent niet dat er in de verantwoording
                    in het geheel geen afwijkingen van de gestelde eisen zijn. Deze afwijkingen
                    kunnen echter slechts van gering belang zijn. Om dit oordeel te kunnen geven
                    dient de accountant uit te gaan van een zogenaamde goedkeuringstolerantie, de
                    fouten- en onzekerheidsmarge die de accountant hanteert. De
                    goedkeuringstolerantie is het bedrag dat de som van de fouten c.q. onzekerheden
                    aangeeft, die maximaal in een verantwoording mogen voorkomen, zonder dat de
                    bruikbaarheid ervan voor de oordeelsvorming door de gebruikers wordt aangetast.
                    In het verleden maakte een waterschap en zijn accountant bilateraal of geen
                    afspraken over de hoogte van goedkeuringstolerantie. De beroeps- en/of
                    kantoorregels van de accountant waren daarbij vaak leidend. Het
                    Waterschapsbesluit garandeert nu een algemeen minimumniveau voor de controle. De
                    bovengrens voor de goedkeuringstoleranties is gesteld op 1% van de totale
                    lasten. Dit is een kwantitatief criterium, dat betrekking heeft op zowel
                    getrouwheid als rechtmatigheid. Als de goedkeuringstoleranties niet worden
                    overschreden, wordt in beginsel een goedkeurende accountantsverklaring
                    afgegeven. Als één der of beide goedkeuringstolerantie(s) worden overschreden
                    zal geen goedkeurende accountantsverklaring, maar één van de drie andere
                    hieronder aangegeven oordelen worden verstrekt door de accountant.</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="20*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="20*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Soort verklaring</al></entry><entry colname="col2"><al>goedkeurend</al></entry><entry colname="col3"><al>met beperking</al></entry><entry colname="col4"><al>oordeelonthouding</al></entry><entry colname="col5"><al>afkeurend</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Fouten in de jaarrekening (% van bruto-lasten) </al></entry><entry colname="col2"><al>&lt;= 1%</al></entry><entry colname="col3"><al>&gt; 1% &lt; 3%</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>&gt;= 3%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onzekerheden in de controle (% van bruto-lasten)</al></entry><entry colname="col2"><al>&lt;= 3%</al></entry><entry colname="col3"><al>&gt; 3% &lt; 10%</al></entry><entry colname="col4"><al>&gt; = 10%</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De toleranties gelden voor het getrouwe beeld en de rechtmatigheid samen. Er is
                    daarom sprake van één oordeel over twee aspecten. Een groot deel van de fouten
                    en/of onrechtmatigheden hebben zowel invloed op de rechtmatigheid als op het
                    getrouwe beeld: alle getrouwheidsfouten of onzekerheden zijn ook
                    rechtmatigheidfouten of -onzekerheden. Echter niet alle rechtmatigheidfouten of
                    onzekerheden zijn ook van invloed op het getrouwe beeld. Zo kan een opdracht
                    verstrekt zijn die niet-Europees is aanbesteed terwijl dit wel had gemoeten. Dit
                    is een fout in de rechtmatigheid. Indien in de jaarrekening wordt vermeld dat de
                    procedure niet is gevolgd en de consequenties, als die er zijn, zijn vermeld,
                    beïnvloedt deze fout het getrouwe beeld niet. Doordat niet alle
                    rechtmatigheidfouten of onzekerheden het getrouwe beeld beïnvloeden, wordt in de
                    accountantsverklaring afzonderlijk op de aspecten rechtmatigheid en getrouwheid
                    ingegaan (bijvoorbeeld: goedkeurend voor getrouw beeld, maar met beperking voor
                    de rechtmatigheid). In artikel 5.3 van het Waterschapsbesluit is opgenomen dat
                    de accountant, op grond van zijn deskundigheid, ook kan besluiten dat er
                    kwalitatieve gebreken zijn van dusdanige aard, dat de goedkeuring wordt
                    onthouden.</al><al>De accountantsverklaring is belangrijk voor het algemeen bestuur, omdat deze een
                    rol speelt bij het oordeel over de wijze waarop het dagelijks bestuur het beleid
                    en het daarmee samenhangende financieel beheer heeft uitgevoerd. De
                    accountantsverklaring is vooral belangrijk voor het verlenen van décharge aan
                    het dagelijks bestuur en voor het eventueel starten van een
                    indemniteitsprocedure; zie daarvoor artikel 104 van de Waterschapswet.</al><tussenkop>Rapporteringstolerantie</tussenkop><al>In de Waterschapswet staat dat de accountant behalve de accountantsverklaring
                    ook een verslag van bevindingen opstelt. In dit verslag moet de accountant onder
                    meer fouten in de jaarrekening en onzekerheden in de controle opnemen die geen
                    invloed hebben op de strekking van de accountantsverklaring, maar die wel van
                    zodanig belang zijn dat deze aan het algemeen bestuur moeten worden
                    gerapporteerd. De marge die hierbij wordt gehanteerd wordt de
                    ‘rapporteringstolerantie’ genoemd. Artikel 5.5 van het Waterschapsbesluit geeft
                    aan dat de rapporteringstolerantie maximaal de goedkeuringstolerantie is, maar
                    dat het algemeen bestuur een strengere norm kan bepalen. Fouten of onzekerheden
                    die de accountant constateert en die boven het bedrag van de
                    rapporteringstolerantie liggen komen dan in het verslag van bevindingen.</al><tussenkop>5 Mogelijke keuzes ten aanzien van rechtmatigheid en
                    accountantscontrole</tussenkop><al>In het voorgaande deel van deze toelichting zijn de nieuwe rechtmatigheideisen
                    en de veranderingen met betrekking tot de accountantscontrole uit de
                    Waterschapswet geschetst. Voor het eerst zullen deze over begrotingsjaar 2009
                    van toepassing zijn. Om vanaf dat moment in staat te zijn om met name aan de
                    rechtmatigheideisen te voldoen, vindt een gedegen voorbereiding plaats. De
                    aangescherpte rechtmatigheideisen vragen een aanzienlijke inspanning, terwijl er
                    een afbreukrisico in de vorm van nietgoedkeurende accountantsverklaringen en
                    negatieve publiciteit is. De wetswijzigingen bieden de ruimte de inspanningen
                    rond rechtmatigheid te focussen op alleen datgene wat nodig is voor een
                    goedkeurende accountantsverklaring. In 2007 heeft de Unie de waterschappen
                    geadviseerd deze ruimte te benutten en aangegeven welke bestuurlijke keuzes
                    daarvoor gemaakt kunnen worden. In deze paragraaf wordt aangegeven welke focus
                    kan worden aangebracht.</al><tussenkop>Keuze 1 Alleen de financiële rechtmatigheid</tussenkop><al>Op grond van de wet kan rechtmatigheid in twee deelaspecten worden
                    onderscheiden, financiële rechtmatigheid en niet-financiële rechtmatigheid.
                    Gegeven de goede verankering van rechtmatigheid in de waterschapsorganisatie en
                    het feit dat er op het punt van de niet-financiële rechtmatigheid materieel
                    nagenoeg niets verandert, heeft de Unie geadviseerd alleen expliciete aandacht
                    te besteden aan de financiële rechtmatigheid.</al><tussenkop>Keuze 2 Beperking van de regelgeving die wordt betrokken</tussenkop><al>Het wettelijk kader biedt ook de mogelijkheid om een deel van de externe en
                    interne regelgeving met financiële consequenties buiten het
                    rechtmatigheidvraagstuk te houden. Externe regelgeving en verordeningen van het
                    algemeen bestuur behoren wettelijk gezien tot het rechtmatigheidvraagstuk, maar
                    waterschappen kunnen bepalen dat besluiten van het dagelijks bestuur die niet
                    rechtstreeks voortvloeien uit externe regelgeving of verordeningen van het
                    algemeen bestuur inhoudelijk buiten het rechtmatigheidtraject worden
                    gehouden.</al><tussenkop>Keuze 3: Beperking van criteria die in beschouwing worden
                    genomen</tussenkop><al>Zoals al eerder aangegeven moet de accountant op grond van het
                    Waterschapsbesluit in zijn controle op de vraag of de financiële
                    beheershandelingen voldoen aan de van toepassing zijnde wettelijke regelingen
                    negen rechtmatigheidcriteria meenemen. Zes hiervan vallen echter al onder de
                    controle van het getrouwe beeld van de jaarrekening die de accountant al van
                    oudsher uitvoert (Het gaat om het calculatiecriterium, het valuteringscriterium,
                    het volledigheidsciterium, het adresseringscriterium, het
                    aanvaardbaarheidscriterium en het leveringscriterium). Gegeven de goedkeurende
                    accountantsverklaringen die de waterschappen al jaren krijgen, gaat de Unie er
                    vanuit dat deze criteria ook in het kader van de rechtmatigheidcontrole geen
                    extra aandacht behoeven. De Unie heeft de waterschappen dan ook geadviseerd bij
                    de verdere uitwerking van het rechtmatigheidaspect alleen aandacht te besteden
                    aan de volgende drie nieuwe criteria:</al><lijst><li nr="-"><al>begrotingscriterium: passen de lasten, baten en balansmutaties binnen de
                            door het algemeen bestuur vastgestelde begrotingskaders?;</al></li><li nr="-"><al>voorwaardencriterium: wordt aan de voorwaarden uit wet- en regelgeving
                            voldaan?;</al></li><li nr="-"><al>misbruik- en oneigenlijkgebruikscriterium: wordt geen misbruik en
                            oneigenlijk gebruik van financiële mogelijkheden gemaakt?</al></li></lijst><tussenkop>Keuze 4 Beperking aspecten voorwaardencriterium tot hoogte, recht en
                    duur</tussenkop><al>Het voorwaardencriterium ziet op een toets op de mate waarin lasten, baten en
                    balansmutaties gebaseerd zijn op handelingen die voldoen aan in wet- en
                    regelgeving gestelde voorwaarden en bestaat uit zeven aspecten die bij het
                    controleren van de financiële rechtmatigheid in ogenschouw kunnen worden
                    genomen:</al><lijst><li nr="-"><al>omschrijving van de doelgroep; ) deze aspecten worden</al></li><li nr="-"><al>heffings- of declaratiegrondslag; ) samen ook wel</al></li><li nr="-"><al>normbedragen; ) recht, hoogte en duur genoemd</al></li><li nr="-"><al>bevoegdheden;</al></li><li nr="-"><al>voeren van een administratie;</al></li><li nr="-"><al>verkrijgen en bewaren van bewijsstukken;</al></li><li nr="-"><al>aan te houden termijnen.</al></li></lijst><al>Het voorwaardencriterium veroorzaakt in belangrijke mate de grote inspanningen
                    die nodig zijn om rechtmatigheid(controle) in te voeren. Het aanbrengen van
                    beperkingen in de toepassing van genoemde aspecten levert een sterke beperking
                    op van de te verrichten interne controle-inspanningen en verkleint de kans op
                    een niet-goedkeurende accountantsverklaring sterk. Het is inmiddels algemeen
                    toegepaste praktijk dat alleen de artikelen die betrekking hebben op recht,
                    hoogte en duur van financiële stromen in de rechtmatigheid(controle) worden
                    betrokken. Een waterschap kan dan ook besluiten alleen die drie aspecten in
                    beschouwing te nemen.</al><al>Omdat de aspecten recht, hoogte en duur een belangrijke rol in het
                    rechtmatigheidtraject gaan spelen, worden deze nader omschreven:</al><lijst><li nr="-"><al>recht: heeft degene die een betaling van het waterschap ontvangt of die
                            een bedrag van het waterschap niet hoeft te betalen (kwijtschelding,
                            oninbaarverklaring), op grond van de regelgeving op basis waarvan de
                            betaling / vrijstelling plaatsvindt wel recht op deze
                            betaling/vrijstelling? Een voorbeeld in de sfeer van subsidieverlening:
                            voldoet het project wel aan de criteria die in de subsidieverordening
                            zijn opgenomen;</al></li><li nr="-"><al>hoogte: is het betaalde of kwijtgescholden bedrag wel juist berekend?
                            Zijn de juiste tarieven, formules en andere aspecten die de hoogte van
                            het bedrag bepalen wel juist toegepast?;</al></li><li nr="-"><al>duur: is wel voldaan aan de in regelgeving opgenomen termijnen van
                            verstrekking, toekenning en werkingsperiode?</al></li></lijst><tussenkop>Keuze 5 Goedkeuringstoleranties overeenkomstig het
                    Waterschapsbesluit</tussenkop><al>De goedkeuringstoleranties uit het Waterschapsbesluit zijn ‘minimale’ eisen, dat
                    wil zeggen dat het algemeen bestuur van een waterschap voor de gehele
                    jaarrekening of voor onderdelen daarvan lagere goedkeuringstoleranties mag
                    hanteren en dus hogere eisen aan de rechtmatigheid kan stellen. Lagere
                    goedkeuringstoleranties leiden tot grotere inspanningen om er voor te zorgen dat
                    de betreffende lasten, baten en balansmutaties rechtmatig zijn. Een waterschap
                    kan besluiten vooralsnog de goedkeuringstoleranties van het besluit te hanteren
                    en nog niet over te gaan tot het zelf aanleggen van strengere normen.</al><tussenkop>6 De opdracht aan de accountant</tussenkop><al>Het is belangrijk dat expliciet wordt gemaakt welke opdracht het algemeen
                    bestuur aan de accountant geeft, zeker als wordt besloten tot afwijkende
                    goedkeuringstolerantie(s) en/of specifieke rapporteringstoleranties. In principe
                    is het mogelijk dat het algemeen bestuur ieder jaar overweegt of hij de opdracht
                    aan de accountant wil wijzigen. Dit hoeft geen bijzonder tijdrovende zaak te
                    zijn. Het kan bijvoorbeeld voldoende zijn te kijken of er onderdelen zijn
                    waarvan het wenselijk is dat die extra gecontroleerd worden en waar vervolgens
                    over wordt gerapporteerd in het verslag van bevindingen.</al><al>De overeenkomst met de accountant wordt in de meeste waterschappen voor meerdere
                    jaren aangegaan. Meestal wordt de dienst aanbesteed en zal er vooraf een
                    programma van eisen moeten worden ontwikkeld. Hoewel de aanwijzing van de
                    accountant door het algemeen bestuur moet gebeuren, zullen de werkzaamheden voor
                    de aanbesteding worden verricht door de medewerkers van het waterschap. De
                    controleverordening zal dan ook regels voor de aanbesteding moeten bevatten.
                    Gewaarborgd moet worden dat het algemeen bestuur de goedkeuringstoleranties en
                    rapporteringstoleranties voor het programma van eisen vaststelt. Bij een
                    aanbesteding op basis van Europese of nationale wetgeving moet worden geregeld
                    dat het algemeen bestuur de selectiecriteria voor de keuze van de accountant
                    vaststelt.</al><al>Het algemeen bestuur kan de accountant verzoeken om naast de verklaring bij de
                    jaarrekening en het verslag van bevindingen nog een management letter op te
                    stellen. Hierin komen bevindingen en aanbevelingen van de accountant die hij
                    vanuit zijn natuurlijke adviesfunctie, onafhankelijk van de strekking van de
                    accountantsverklaring, aan het waterschap wil overbrengen. Zij komen wel direct
                    voort uit zijn controlewerkzaamheden en staan dus los van eventuele aparte,
                    specifieke adviesopdrachten. Een management letter is in beginsel bedoeld voor
                    de gecontroleerde, dus het dagelijks bestuur, maar het algemeen bestuur kan
                    daaraan op grond van zijn controlerende rol ook behoefte hebben.</al><tussenkop>Toelichting op de artikelen bij de Controle verordening waterschap
                    Brabantse Delta</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Verschillende begrippen die in deze verordening zijn opgenomen, worden ook
                    gebruikt in de Waterschapswet en het Waterschapsbesluit. Uiteraard zijn de
                    definities die in die regelgeving zijn opgenomen ook van toepassing op de
                    begrippen uit dit besluit. Belangrijke andere begrippen uit deze verordening
                    worden in dit artikel van een definitie voorzien.</al><al>Artikel 2</al><al>De interne controle wordt vooral vormgegeven als onderdeel van de
                    administratieve organisatie. Voor een goede interne controle zijn echter
                    aanvullende onderzoeken nodig. In dit artikel legt het algemeen bestuur daarom
                    ‘bovenop’ de reguliere interne controle enkele basiscondities vast voor de
                    verbijzonderde interne controle. Daarmee verkrijgt het algemeen bestuur een
                    extra zekerheid dat het dagelijks bestuur aan de eisen van getrouwheid en
                    rechtmatigheid zal kunnen voldoen. De interne controle wordt op dit punt
                    ingevuld door het opstellen van een normen- en toetsingskader van bijbehorende
                    interne controleplannen. Het normenkader wordt door het algemeen bestuur
                    vastgesteld en het DB-beleid ten aanzien van de interne controle wordt ter
                    kennis van het algemeen bestuur gebracht. Voor een goed beeld van de financiële
                    positie is een volledige registratie van de bezittingen van het waterschap
                    onontbeerlijk. Om te garanderen dat de registratie actueel en juist is, wordt in
                    het derde lid het dagelijks bestuur opgedragen periodiek de registratie te
                    controleren en bij afwijkingen maatregelen tot herstel te treffen. Daarbij wordt
                    aangegeven met welke frequentie deze onderzoeken moeten worden uitgevoerd. Het
                    tweede en vierde lid regelen dat het dagelijks bestuur op grond van de
                    uitkomsten van de onderzoeken bij tekortkomingen maatregelen tot herstel treft.
                    Het vijfde lid bepaalt dat het algemeen bestuur over de uitkomsten van de
                    onderzoeken en de eventuele maatregelen tot herstel op de hoogte wordt gebracht.
                    De onderzoeken die in dit artikel worden bedoeld omvatten niet de interne
                    onderzoeken van het dagelijks bestuur naar de doelmatigheid en de
                    doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. Regels voor deze interne onderzoeken
                    kunnen worden opgenomen in de verordening ex artikel 109a Waterschapswet.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Artikel 3 van de verordening regelt de opdrachtverlening van de
                    accountantscontrole van de jaarrekening van het waterschap. Na afloop van ieder
                    begrotingsjaar moet het dagelijks bestuur verantwoording afleggen aan het
                    algemeen bestuur over het gevoerde bestuur door overlegging van de jaarrekening
                    en het jaarverslag. Voordat deze stukken worden aangeboden, moet de jaarrekening
                    door een bevoegd accountant (Een bevoegd accountant voor de controle van de
                    jaarrekening is een registeraccountant, een accountantadministratieconsulent met
                    een aantekening in het inschrijvingsregister als bedoeld in het derde lid van
                    artikel 36 Wet op de Accountant-Administratieconsulenten of een organisatie
                    waarin voor de accountantscontrole bevoegde accountants samenwerken) zijn
                    gecontroleerd. De accountant controleert de jaarrekening in opdracht van het
                    algemeen bestuur. Het is dan ook het algemeen bestuur dat de accountant
                    aanwijst. Het algemeen bestuur is echter niet het bestuursorgaan dat de
                    overeenkomst met de accountant ondertekent. Omdat de voorzitter degene is die
                    het waterschap in en buiten rechte vertegenwoordigt, is hij degene die de
                    overeenkomst voor de accountantscontrole met de accountant formeel moet maken.
                    Het tweede lid regelt dat het dagelijks bestuur verantwoordelijk is voor de
                    uitvoering van de aanbesteding van de accountantscontrole van de jaarrekening,
                    maar dat er vooraf overleg met het algemeen bestuur is over de eisen waaraan de
                    controle moet voldoen die dit bestuur stelt. Het algemeen bestuur zou kunnen
                    besluiten dat bij de voorbereiding en uitvoering van de aanbesteding niet het
                    gehele, maar een delegatie van het algemeen bestuur betrokken is. De eisen van
                    het algemeen bestuur worden opgenomen in het programma van eisen dat in het
                    derde lid aan de orde komt. De kaders voor deze eisen liggen vast in het
                    onderdeel ‘accountantscontrole’ van het Waterschapsbesluit, dat krachtens het
                    zesde lid van artikel 109 Waterschapswet is vastgesteld. Zo bevat dit besluit
                    onder andere regels voor de goedkeuringstolerantie voor de accountantsverklaring
                    en de rapporteringstolerantie voor het verslag van bevindingen. In het derde lid
                    wordt invulling gegeven aan het gebruik van de mogelijkheden van het algemeen
                    bestuur tot de nadere bepaling van de toleranties. Ze moeten al bij de
                    aanbesteding van de accountantscontrole worden bepaald en zodoende worden
                    opgenomen in het programma van eisen. Daarnaast zijn onder dit lid aanvullende
                    zaken opgenomen over eisen die het algemeen bestuur kan stellen aan de
                    werkzaamheden van de accountant, zoals aanvullende inrichtingseisen voor het
                    verslag van bevindingen en aanvullende extra rapportages en controles. Andere
                    eisen van het algemeen bestuur zouden betrekking kunnen hebben op de periode van
                    de verbintenis met de accountant voor de controle van de jaarrekening. Het
                    vastleggen van een dergelijke periode impliceert niet dat daarna van accountant
                    wordt gewisseld. De accountant maakt bij de nieuwe aanbesteding wederom kans op
                    de opdracht. Het kan voorkomen dat het bedrag dat is gemoeid met de
                    accountantscontrole van de jaarrekening zo hoog is, dat deze controle conform de
                    nationale en/of Europese aanbestedingsregels moet worden aanbesteed. Dit hangt
                    natuurlijk ook af van de contractsduur die met de accountant wordt aangegaan.
                    Bij een langere contractsduur zal de prijs van het contract eveneens hoger zijn.
                    Bij een aanbesteding zijn het de selectiecriteria en de bijbehorende
                    wegingsfactoren, die uiteindelijk de selectie van de accountant voor de controle
                    van jaarrekening bepalen. Het algemeen bestuur is het bestuursorgaan dat de
                    accountant aanwijst en dat dus de selectiecriteria en de bijbehorende
                    wegingsfactoren moet vaststellen. Dit wordt geregeld in het vierde lid van
                    artikel 3.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>In artikel 3 is de algemene opdracht aan de accountant aan de orde geweest die
                    bij het aangaan van het contract wordt overeengekomen. Omdat er ieder jaar
                    specifieke omstandigheden zullen zijn, wordt er daarnaast in de regel, vlak voor
                    het daadwerkelijk van start gaan van de accountantscontrole, een aparte opdracht
                    gegeven. Dit gebeurt door middel van het ‘controleprotocol’. Dit is een document
                    waarin het algemeen bestuur niet alleen aangeeft wat de rol van de accountant
                    wordt maar ook wat de reikwijdte van het rechtmatigheidtraject is. Wat betreft
                    het laatste kan het protocol zich bijvoorbeeld baseren op de keuzes die zijn
                    gemaakt om focus aan te brengen in het rechtmatigheidtraject. Dan zouden hierin
                    de volgende aspecten kunnen worden opgenomen:</al><lijst><li nr="-"><al>normenkader beperkt zich wat de interne regelgeving betreft tot de door
                            het algemeen bestuur vastgestelde verordeningen en daarin voorgeschreven
                            nadere besluiten door algemeen en dagelijks bestuur, en waarbij voor
                            besluiten van het dagelijks bestuur geldt dat alleen wordt getoetst of
                            deze genomen zijn en of het besluit aan de eventueel daaraan gestelde
                            nadere eisen voldoet;</al></li><li nr="-"><al>in het rechtmatigheidtraject krijgen alleen de drie nieuwe criteria
                            expliciete aandacht: begrotingscriterium, voorwaardencriterium en
                            misbruik- en oneigenlijkgebruikscriterium;</al></li><li nr="-"><al>de aspecten die binnen het voorwaardencriterium in beschouwing worden
                            genomen worden beperkt tot hoogte, recht en duur;</al></li><li nr="-"><al>hanteren van de goedkeuringstolerantie die in het Waterschapsbesluit is
                            opgenomen en niet over te gaan tot het zelf aanleggen van een strengere
                            norm.</al></li></lijst><al>Het protocol is ook het aangewezen instrument als het algemeen bestuur de
                    behoefte heeft van jaar op jaar te willen vaststellen voor welke onderdelen van
                    de jaarrekening, onderdelen van deelverantwoordingen en organisatie-onderdelen
                    afwijkende eisen gelden. In het controleprotocol kunnen ook de kaders worden
                    vastgelegd voor de beoordeling van de begrotingsrechtmatigheid en voor misbruik
                    en oneigenlijk gebruik. Ook afspraken over het verloop van de
                    accountantscontrole en eventueel uit te brengen tussentijdse rapportages kunnen
                    een plaats in het protocol krijgen. Het controleprotocol kan op één jaar of op
                    meerdere jaren betrekking hebben. Het verdient aanbeveling dat het voorstel voor
                    het controleprotocol, voordat dit de bestuurlijke besluitvorming in gaat, wordt
                    besproken met de accountant. Omdat het algemeen bestuur opdrachtgever van de
                    accountantscontrole is, zal uiteindelijk dit orgaan het protocol moeten
                    vaststellen.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de samenstelling van de
                    jaarrekening en het jaarverslag, alsmede van eventuele door het algemeen bestuur
                    geëiste deelverantwoordingen. Artikel 5 van de verordening regelt de
                    verplichtingen van het dagelijks bestuur voor de verstrekking van de
                    achterliggende informatie aan de accountant. Voor de controle van de
                    jaarrekening doet de accountant onderzoek naar de achterliggende bescheiden. Het
                    tweede lid draagt aan het dagelijks bestuur op deze achterliggende bescheiden
                    goed toegankelijk voor de accountant te maken. In het derde lid wordt verwezen
                    naar de datum uit de door het algemeen bestuur vastgestelde beleidsen
                    verantwoordingscyclus waarop het algemeen bestuur de gecontroleerde jaarrekening
                    moet aanbieden. De jaarrekening moet binnen twee weken na vaststelling, maar in
                    elk geval voor 15 juli worden toegezonden aan gedeputeerde staten. Voor deze
                    datum moet de jaarrekening door het algemeen bestuur zijn behandeld, moet een
                    eventuele erop volgende indemniteitsprocedure zijn doorlopen en de jaarrekening
                    wel of niet zijn vastgesteld. De accountant verzendt de accountantsverklaring en
                    het verslag van bevindingen rechtstreeks aan het algemeen bestuur. Het tweede
                    lid van artikel 101 Waterschapwet bepaalt echter dat het dagelijks bestuur bij
                    de overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag aan het algemeen bestuur
                    daarbij de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen moet voegen. Het
                    vierde lid van het artikel verplicht het dagelijks bestuur alle informatie die
                    van invloed is op het beeld van de jaarrekening en pas na de afgifte van de
                    accountantsverklaring, maar voor de vaststelling van de jaarrekening door het
                    algemeen bestuur bekend is geworden, direct te melden aan het algemeen bestuur
                    en de accountant. Dit sluit verrassingen tijdens de behandeling van de
                    jaarverslaggeving uit. </al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Artikel 6 van de verordening regelt de bevoegdheidsverdeling tussen de
                    accountant en het dagelijks bestuur ten aanzien van de inrichting van de
                    accountantscontrole. De accountant is leidend ten aanzien van de inrichting van
                    de accountantscontrole. Hij mag zelfs onaangekondigd controles uitvoeren. Het
                    dagelijks bestuur is hierin volgend. Wel verdient het aanbeveling dat er ter
                    bevordering van een soepele accountantscontrole periodiek overleg wordt gevoerd
                    tussen de accountant en de verschillende vertegenwoordigers van het waterschap.
                    Ook is uitwisseling van informatie gewenst over specifieke aandachtsgebieden bij
                    de accountantscontrole.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>In het vorige artikel hebben we gezien dat de accountant leidend is voor wat
                    betreft de inrichting van de accountantscontrole. Om een goede controle uit te
                    voeren moet hij echter ook onbelemmerd onderzoek kunnen doen. Artikel 7 van de
                    verordening kent hem deze bevoegdheid toe. Dit natuurlijk met in acht name van
                    de afspraken met het algemeen bestuur zoals neergelegd in het programma van
                    eisen bij de aanbesteding en het controleprotocol. Het artikel legt aan het
                    dagelijks bestuur de plicht op om er voor te zorgen, dat de accountant binnen
                    het waterschap onbelemmerde toegang heeft en dat de ambtenaren en bestuurders
                    van het waterschap volledig meewerken aan de accountantscontrole. Het is goed op
                    te merken dat het tweede lid ook betekent dat de accountant derden die namens
                    het waterschap werken of werkzaam zijn geweest (zoals uitzendkrachten, aannemers
                    en adviesbureaus) om inlichtingen en verklaringen kan vragen. In principe wordt
                    deze informatie altijd via een bestuurder of medewerker van het waterschap
                    opgevraagd en niet rechtstreeks bij de derde. </al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>Naast de controle van de jaarrekening zijn er meer werkzaamheden binnen het
                    waterschap die de inzet van een accountant (kunnen) vereisen. Zo eisen
                    ministeries of andere subsidieverstrekkers voor de verantwoording over de
                    besteding van deze gelden vaak een aparte accountantsverklaring. De aanwijzing
                    van de accountant voor onder andere dit soort accountantscontroles is een
                    bevoegdheid van het dagelijks bestuur. Ook kan het dagelijks bestuur besluiten
                    om advieswerkzaamheden uit te besteden aan de door het algemeen bestuur benoemde
                    accountant. Het betreft hier vanzelfsprekend advieswerkzaamheden die samenhangen
                    met de natuurlijke adviesfunctie van de accountant die de onafhankelijkheid van
                    de accountant niet in gevaar brengen. Het eerste lid van artikel 8 van de
                    verordening regelt hoe het dagelijks bestuur moet omgaan met de uitbesteding van
                    ‘advieswerkzaamheden’ zoals de verbetering van de administratieve organisatie,
                    aan de door het algemeen bestuur benoemde accountant. Door deze werkzaamheden te
                    gunnen aan de door het algemeen bestuur benoemde accountant kan de
                    onafhankelijkheid en daarmee de integriteit van de accountant ten aanzien van
                    zijn controlewerkzaamheden voor het algemeen bestuur in het geding komen. Op de
                    loer liggende belangenverstrengeling tussen dagelijks bestuur en accountant kan
                    mogelijk een weerslag hebben op de kwaliteit van de controle van de
                    jaarrekening. Hetzelfde geldt voor die gevallen waarbij de accountant bij de
                    accountantscontrole zijn eigen werk moet controleren. Het lid bepaalt, dat het
                    dagelijks bestuur voor advieswerkzaamheden, zoals bijvoorbeeld op het gebied van
                    de administratieve organisatie of de rechtmatigheid, de door het algemeen
                    bestuur benoemde accountant kan inschakelen. Indien het dagelijks bestuur dit
                    voornemen heeft, dient hij het algemeen bestuur hier vooraf over te informeren.
                    Dit biedt dit orgaan de mogelijkheid om over de desbetreffende uitbesteding van
                    werkzaamheden zijn oordeel te vormen en zijn bedenkingen aan het dagelijks
                    bestuur kenbaar te maken. Overigens wordt de accountantswetgeving op het gebied
                    van dit soort advieswerkzaamheden de komende jaren aangescherpt. Het tweede en
                    het derde lid regelen dat het dagelijks bestuur voor de overige
                    controlewerkzaamheden in de regel de door het algemeen bestuur benoemde
                    accountant inschakelt. Het dagelijks bestuur mag hiervan afwijken indien dit in
                    het belang van het waterschap is. De accountant die de jaarrekening controleert,
                    is vaak beter bekend met de administraties van het waterschap. Daarbij kunnen
                    controles van de jaarrekening en controles van subsidies tegelijkertijd door één
                    accountant worden uitgevoerd (single audit). Dit levert een aanzienlijke
                    besparing op. In bepaalde gevallen is inschakeling van een andere accountant
                    raadzaam en soms zelfs onoverkomelijk. De reden hiervoor kan van prijstechnische
                    aard zijn, maar ook van bijvoorbeeld organisatorische aard. Zo kunnen de
                    controlewerkzaamheden gemeenschappelijke activiteiten met een ander waterschap
                    of met gemeenten betreffen en de accountantscontrole hiervan door de accountant
                    van de andere partij worden uitgevoerd. De verordening regelt dat het dagelijks
                    bestuur in deze gevallen vrij is in de keuze van de accountant.</al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Het derde en vierde lid van artikel 109 Waterschapswet regelen de rapportering
                    en de inhoud daarvan van de accountant aan het algemeen en dagelijks bestuur.
                    Aanvullend daarop kan het algemeen bestuur in zijn programma van eisen bij de
                    aanbesteding of in het controleprotocol aanvullende inhoudelijke eisen stellen,
                    maar ook aanvullende rapporteringen van de accountant verlangen. Artikel 9
                    regelt aanvullende zaken aangaande de rapportering op grond van de door de
                    accountant uitgevoerde controles. Naast de uiteindelijke eindcontrole van de
                    jaarrekening verricht de accountant meestal meerdere controles. Dit kunnen door
                    het algemeen bestuur in het programma van eisen van de aanbesteding en/of
                    controleprotocol opgenomen tussentijdse controles (interim-controles) zijn. Het
                    eerste lid van artikel 9 regelt, dat het dagelijks bestuur in elk geval in
                    kennis wordt gesteld indien de accountant afwijkingen constateert die bij het
                    niet tijdig herstellen tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring bij
                    de jaarrekening zouden leiden. Dit opdat het dagelijks bestuur (in overleg met
                    het algemeen bestuur en de accountant) mogelijk nog tijdig maatregelen tot
                    herstel kan treffen. Het tweede lid van artikel 9 regelt dat het management een
                    rapportage krijgt van de door de accountant uitgevoerde (deel)controles. In deze
                    rapportage worden kleine afwijkingen en tekortkomingen die niet leiden tot het
                    niet afgeven van een goedkeurende verklaring en niet van bestuurlijk belang
                    zijn, aan het management meegedeeld. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld
                    opmerkingen over (kleine) rubriceringfouten en (kleine) onvolkomenheden in de
                    administratieve organisatie, die eenvoudig in onderling overleg met het
                    management van het waterschap kunnen worden opgelost. Het management kan op
                    grond van de rapportage actie ondernemen voor herstel van de afwijkingen en
                    onvolkomenheden. Net zoals in het eerste lid is ook in net derde lid een
                    procedure van hoor en wederhoor opgenomen. De constateringen in het verslag van
                    bevindingen kunnen voorafgaand aan verzending van de accountantsverklaring en
                    het verslag van bevindingen aan het algemeen bestuur door het dagelijks bestuur
                    desgewenst worden besproken met de accountant. Het geeft dit orgaan de
                    mogelijkheid kanttekeningen te plaatsen bij de constateringen in het
                    (concept-)verslag van bevindingen. Tot slot is in het laatste lid van dit
                    artikel opgenomen dat de accountant zijn verslag van bevindingen mondeling aan
                    het algemeen bestuur of een delegatie daarvan toelicht. </al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>Deze verordening treedt in de plaats van de vorige verordening die op grond van
                    artikel 109 Waterschapswet (oud) was vastgesteld. De wetgever heeft bepaald dat
                    het nieuwe artikel 109 bij alle waterschappen op het verslagjaar 2009 van
                    toepassing is. De oude verordening blijft dus nog van kracht op de jaarrekening
                    van 2008, ondanks dat deze in 2009 wordt opgesteld, gecontroleerd en behandeld. </al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>In dit artikel wordt de naam gegeven waarmee in stukken naar deze verordening
                    kan worden verwezen. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>