<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR280659_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013 gemeente Diemen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Diemer Nieuws 11 april 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013 gemeente Diemen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-01-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Artikel 7,8 en 10 van de WWB.</al><al>Artikel 34,35 en 36 van de IOAW.</al><al>Artikel 34,35 en 36 IOAZ.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013 gemeente Diemen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Diemen; </al><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 29 januari 2013, met
                        overneming van de daarin vermelde motieven; </al><al>gelet op de artikelen 7 en 8 en 10 lid 2 Wet werk en bijstand, de artikelen
                        34, 35 en 36 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                        arbeidsongeschikte werknemers en de artikelen 34, 35 en 36 Wet
                        inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                        werknemers, </al><al>B E S L U I T : </al><al>Vast te stellen: </al><al>de volgende Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013 gemeente
                        Diemen</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk
                                en bijstand (WWB), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet
                                inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en
                                de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>de wet</cursief>: de WWB.</al></li><li nr="b."><al><cursief>het college</cursief>: het college van burgemeester
                                        en wethouders van gemeente Diemen</al></li><li nr="c."><al><cursief>de raad</cursief>: de gemeenteraad van gemeente
                                        Diemen</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Beleid en financiën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening
                                beleidsregels vast, waarin beleidsprioriteiten worden aangegeven,
                                alsmede de hoogte en wijze van financiering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beleidsregels omvatten in elk geval:</al><lijst><li nr="a)"><al>een omschrijving van het beleid ten aanzien van de
                                        verschillende doelgroepen en de prioritering binnen die
                                        groepen.</al></li><li nr="b)"><al>een verdeling van de beschikbare middelen over de
                                        verschillende re-integratievoorzieningen; </al></li><li nr="c)"><al>het flankerend beleid ten aanzien van zorg en hulpverlening.
                                    </al></li><li nr="d)"><al>De voorwaarden waaronder een re-integratievoorziening wordt
                                        aangeboden; </al></li><li nr="e)"><al>De weigeringsgronden bij het aanbieden van
                                        re-integratievoorzieningen; </al></li><li nr="f)"><al>overige criteria voor het aanbieden van
                                        re-integratievoorzieningen en het verstrekken van
                                        loonkostensubsidies. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college informeert de gemeenteraad in ieder geval jaarlijks via
                                de Planning en Controlcyclus over de resultaten van het beleid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan een budgetplafond instellen voor o.a. de hoogte van
                                de re-integratievoorziening en het aantal personen dat in aanmerking
                                komt voor een specifieke re-integratievoorziening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Re-integratievoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Algemene bepalingen over re-integratievoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de beleidsregels zoals bedoeld in artikel 2 wordt vastgelegd
                                welke re-integratievoorzieningen het college in ieder geval kan
                                aanbieden alsmede de voorwaarden die daarbij gelden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de re-integratievoorzieningen die worden ingezet, moeten
                                noodzakelijk zijn voor de reïntegratie van belanghebbende naar
                                deelname aan het maatschappelijke verkeer en/of betaalde
                                arbeid;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In ieder geval voor de volgende re-integratievoorzieningen worden
                                door het college beleidsregels opgesteld:</al><lijst><li nr="a)"><al>Stages </al></li><li nr="b)"><al>Proefplaatsing</al></li><li nr="c)"><al>Participatieplaatsen</al></li><li nr="d)"><al>Bij- en omscholing</al></li><li nr="e)"><al>Sociale activering</al></li><li nr="f)"><al>Loonkostensubidies</al></li><li nr="g)"><al>premies</al></li><li nr="h)"><al>No-risk polis</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De beleidsregels voor re-integratievoorzieningen, zowel voor
                                werknemers als werkgevers, worden zoveel mogelijk geharmoniseerd in
                                samenwerking met de aan het Werkgeversservicepunt groot Amsterdam
                                deelnemende gemeenten, WSW bedrijven en het UWV.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De noodzakelijkheid van een re-integratievoorziening wordt door het
                                college bepaald.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan een re-integratievoorziening beëindigen:</al><lijst><li nr="a)"><al>indien de persoon die aan de re-integratievoorziening
                                        deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en
                                        17 WWB, 13 en 37 IOAW, 13 en 37 IOAZ niet nakomt; </al></li><li nr="b)"><al>indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de
                                        doelgroep van de Wet Participatiebudget; </al></li><li nr="c)"><al>indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt,
                                        waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze
                                        re-integratievoorziening; </al></li><li nr="d)"><al>indien naar het oordeel van het college de
                                        re-integratievoorziening onvoldoende bijdraagt aan
                                        arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Verplichtingen en trajectplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belanghebbende is verplicht om een door het college aangeboden
                                reïntegratietraject, ongeacht of het initiatief van belanghebbende
                                is uitgegaan, te volgen en wel op zodanige wijze dat uitstroom naar
                                regulier betaalde arbeid kan plaatsvinden;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het reïntegratietraject vroegtijdig wordt beëindigd danwel
                                indien de uitstroom naar betaalde arbeid wordt belemmerd en zulks te
                                wijten is aan handelen of het nalaten ervan door belanghebbende, dan
                                kan dit leiden tot afstemming van het recht op uitkering. Het
                                gestelde in de Afstemmingsverordening van de gemeente Diemen is in
                                deze situatie van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De afspraken en verplichtingen worden vastgelegd in een trajectplan
                                dat door het college, belanghebbende en eventueel een
                                reïntegratiebedrijf wordt ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Naar oordeel van het college worden de afspraken gemaakt in het
                                trajectplan na het afsluiten van elke fase tussentijds
                                geëvalueerd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien noodzakelijk kan na evaluatie het trajectplan worden
                                bijgesteld of stopgezet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Premies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan personen een activeringspremie toekennen. Deze
                                premie kan worden verstrekt in de volgende gevallen:</al><lijst><li nr="a)"><al>Het aanvaarden van algemeen geaccepteerde en duurzame
                                        arbeid;</al></li><li nr="b)"><al>Het aanvaarden van gesubsidieerde arbeid; </al></li><li nr="c)"><al>Het deelnemen aan sociale activering; </al></li><li nr="d)"><al>Het met goed gevolg afronden van scholing. </al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Sociale activering en uitsluitend recht.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Sociale activering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan personen met een WWB-, IOAW-, IOAZ- of Anw-
                                uitkering, niet-uitkeringsgerechtigden dan wel personen zoals
                                bedoeld in artikel 10 lid 2 WWB activiteiten aanbieden in het kader
                                van sociale activering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder sociale activering wordt verstaan het verrichten van
                                maatschappelijk nuttige activiteiten of vrijwilligerswerk ter
                                voorbereiding op een traject gericht op arbeidsinschakeling of
                                gericht op het voorkomen van sociaal isolement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde
                                activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van
                                belanghebbende.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>- Verlening uitsluitend recht tot uitvoering van
                                voorzieningen.</titel></kop><al>Het College is bevoegd een uitsluitend recht als bedoeld in artikel 17
                            van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten te verlenen
                            met betrekking tot het uitvoeren van één of meer voorzieningen door een
                            aanbestedende dienst.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>- Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>- Bevoegdheid</titel></kop><al>Het college is belast met de uitvoering van deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt een dag na publicatie in werking en werkt terug
                            tot 1 januari 2013. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Re-integratieverordening WWB,
                            IOAW en IOAZ 2013 gemeente Diemen.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering </ondertekening><ondertekening>Van 28 maart 2013.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd. </ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting Re-integratieverordening WWB 2013 gemeente
                        Diemen</titel></kop><al>De WWB geeft het college de opdracht te zorgen voor de re-integratie van
                    bijstandsgerechtigden, niet-uitkeringsgerechtigden en personen met een
                    Anw-uitkering. Het college bepaalt welke re-integratievoorzieningen in de
                    gemeente worden aangeboden en stelt tevens vast wie voor welke
                    re-integratievoorziening in aanmerking komt. De WWB draagt aan de gemeenteraad
                    op om een verordening op te stellen waarin het beleid van de gemeente ten
                    aanzien van haar re-integratietaak wordt neergelegd. In de WWB is vastgelegd dat
                    in de verordening regels moeten worden opgenomen waaruit onder andere aandacht
                    blijkt voor de in de WWB onderscheiden doelgroepen en de daarbinnen te
                    onderscheiden subgroepen. </al><al>De gemeenteraad heeft gekozen voor een algemene, globale verordening. Dit heeft
                    te maken met de aard van de opdracht die de raad heeft gekregen. Die leent zich
                    niet tot het formuleren van gedetailleerde regels die op iedere situatie van
                    toepassing zijn. Immers, re-integratie is maatwerk. Het is helemaal afhankelijk
                    van iemands mogelijkheden en beperkingen wat in het concrete geval een passend
                    re-integratietraject is. Daarom wordt aan het college de bevoegdheid gegeven om
                    op een aantal punten eigen afwegingen te maken. Artikel 10 WWB bepaalt dat
                    personen uit de doelgroep aanspraak hebben op ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling en de door het college noodzakelijk geachte
                    re-integratievoorziening binnen de kaders van de re-integratieverordening.
                    Daarom is ervoor gekozen in de verordening de re-integratievoorzieningen vast te
                    leggen die het college in ieder geval kan aanbieden.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting Re-integratieverordening WWB 2013 gemeente
                        Diemen</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de WWB, IOAW,
                        IOAZ, Awb of de Gemeentewet niet afzonderlijk te definiëren in deze
                        verordening. Dit voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende
                        definities in de betreffende wetten ook de Verordening moet worden
                        gewijzigd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><al>De WWB verplicht de gemeenteraad het re-integratiebeleid in een verordening
                        vast te leggen. Hier is gekozen voor de systematiek om niet alles in de
                        verordening te regelen, maar ook gebruik te maken van beleidsregels. </al><al>Op grond van artikel 2 lid 1 van deze verordening moet het college
                        beleidsregels opstellen. </al><al>Artikel 2 lid 2 van deze verordening legt vast welke specifieke
                        beleidsregels in elk geval aan de orde moeten komen. Daarmee voldoet de
                        gemeenteraad ook aan de plicht van artikel 8 lid 2 WWB om in de verordening
                        vast te leggen dat er evenwichtige aandacht is voor verschillende
                        doelgroepen en subdoelgroepen en de wijze waarop rekening wordt gehouden met
                        zorgtaken. Via de regulier P&amp;C cyclus verantwoord het college jaarlijks
                        de gerealiseerde resultaten. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Algemene bepalingen over re-integratievoorzieningen</titel></kop><al>De WWB schrijft niet dwingend voor welke re-integratievoorzieningen het
                        college aan moet bieden. Het enige criterium is dat de
                        re-integratievoorziening gericht moet zijn op de arbeidsinschakeling en moet
                        bijdragen aan het (op termijn) mogelijk maken van reguliere arbeid door
                        belanghebbende. Al naar gelang de afstand van belanghebbende tot de
                        arbeidsmarkt kan een re-integratievoorziening gericht zijn op bijvoorbeeld
                        sociale activering en het voorkomen van een isolement (zoals het doen van
                        vrijwilligerswerk met behoud van uitkering), het leren van vaardigheden of
                        kennis, of het opdoen van werkervaring (bijvoorbeeld via gesubsidieerd werk.
                        Artikel 3 lid 1 van deze verordening geeft daarom aan dat de verordening
                        geen uitputtende opsomming van re-integratievoorzieningen bevat. Artikel 3
                        lid 2 van deze verordening geeft aan dat het de re-integratievoorziening
                        noodzakelijk moet zijn voor deelname aan het maatschappelijke verkeer en/of
                        betaalde arbeid. Artikel 3 lid 3 geeft een opsomming van
                        re-integratievoorzieningen voor zowel de werkgever als de
                        belanghebbende.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Verplichtingen en trajectplan</titel></kop><al>In de WWB is al uitgebreid aangegeven welke verplichtingen gelden bij het
                        recht op een uitkering. Uit oogpunt van kenbaarheid en consistentie zijn de
                        verplichtingen conform de wet geformuleerd. Artikel 4 lid 2 onder biedt de
                        verbinding met de afstemmingsverordening. Deze verordening regelt het
                        opleggen van een maatregel indien de uitkeringsgerechtigde niet aan zijn
                        verplichtingen voldoet. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Premies</titel></kop><al>In de WWB is geregeld in art. 31 lid 2 sub j dat jaarlijks een
                        activeringspremie van maximaal </al><al>€ 2292 kan worden verstrekt. Deze premie is onbelast, en telt dus ook niet
                        mee bij de toepassing van inkomensafhankelijke regelingen. De gemeente kan
                        haar premiebeleid afstemmen op de verschillende activiteiten die in het
                        kader van activering verricht worden en daarbij de hoogte van de premie
                        laten variëren. De gemeente kan ook besluiten bepaalde activiteiten in het
                        geheel niet te premieren. Tenslotte kan de gemeente de premie afhankelijk
                        maken van doelgroepen, zoals arbeidsgehandicapten, ouderen, jongeren,
                        afstand tot de arbeidsmarkt etc. De WWB regelt in art. 31 lid 2 sub k de
                        maximale onkostenvergoedingen bij het verrichten van vrijwilligerswerk (€ 20
                        per week, met een maximum van € 720 per jaar). Ook deze zijn onbelast en
                        werken niet door bij inkomensafhankelijke regelingen. Ook hier kan de
                        gemeente variëren in hoogte. Uitgangspunt voor deze beleidsregels is dat
                        werk moet lonen en dat de negatieve effecten van de armoedeval zoveel
                        mogelijk worden voorkomen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Sociale activering</titel></kop><al>Volgens de WWB dient ook sociale activering uiteindelijk gericht te zijn op
                        arbeidsinschakeling. Voor bepaalde doelgroepen is arbeidsinschakeling echter
                        een te hoog gegrepen doel. Voor deze personen staat dan ook niet
                        re-integratie, maar participatie voorop. Artikel 6 lid 2 van deze
                        verordening geeft een omschrijving van het begrip ‘sociale activering’. Lid
                        3 geeft het college de mogelijkheid om de duur van een dergelijke
                        voorziening nader te bepalen. Gezien de mogelijk sterk verschillende
                        behoeften op dit gebied, is het niet raadzaam een al te rigide termijn te
                        stellen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr></kop><al>Op grond van dit artikel heeft het college de mogelijkheid bepaalde
                        werksoorten aan de eigen WSW organisatie te gunnen. Per opdracht moet dit
                        bekeken worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>tm 10</titel></kop><al>Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>