<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR280549_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nota Reserves en Voorzieningen 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ten Boer</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Groningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nota Reserves en Voorzieningen 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-01-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>.</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Nota Reserves en Voorzieningen 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Inleiding</label></kop><structuurtekst><al>Door de raad is op 25-02-2009 vastgesteld de gewijzigde “Verordening
                                op de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels
                                voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële
                                organisatie van de gemeente Ten Boer” (verder te noemen “Financiële
                                verordening gemeente Ten Boer”).</al><al/><al>In artikel 10 van de financiële verordening met als onderwerp
                                “Reserves en Voorzieningen” is het volgende opgenomen:</al><lijst><li nr="1."><al>In de nota Reserves en Voorzieningen worden de regels
                                        vermeld voor de reserves en voorzieningen van de gemeente
                                        Ten Boer.</al></li><li nr="2."><al>Aan het begin van een nieuwe raadsperiode wordt de nota
                                        geijkt en zonodig herzien.</al></li><li nr="3."><al>In de paragrafen en staat van reserves en voorzieningen
                                        wordt bij de begroting de verwachte ontwikkeling, inclusief
                                        de voorgenomen onttrekkingen en toevoegingen, van de
                                        reserves en voorzieningen aangegeven.</al></li><li nr="4."><al>In het jaarverslag wordt verantwoording afgelegd over het
                                        verloop van de reserves en voorzieningen.</al></li></lijst><al/><al>De nota die nu voor u ligt is een actualisatie van de nota reserves
                                en voorzieningen vastgesteld door de raad op 24-06-2009 en geeft
                                uitvoering aan het bepaalde in artikel 10 van de Financiële
                                verordening gemeente Ten Boer. </al><al>Met deze nota stelt uw raad het kader vast voor de omvang van de
                                reserves en voorzieningen. Het geeft inzicht in het beleid dat wordt
                                gevoerd ten aanzien van de reserves en voorzieningen.</al><al>Een periodieke herziening van het aantal en de omvang van de
                                reserves en voorzieningen is zowel vanuit bestuurlijk als vanuit
                                bedrijfseconomisch oogpunt bezien noodzakelijk. Aangezien de
                                omstandigheden voortdurend wijzigen moet het reserve- en
                                voorzieningenbeleid regelmatig aan die gewijzigde omstandigheden
                                worden getoetst en eventueel aangepast. Dit behoort door het bestuur
                                in casu de gemeenteraad te gebeuren aangezien het bij reserves deels
                                gaat om het bestemmen van vrij besteedbaar vermogen. Hiermee wordt
                                optimaal inhoud gegeven aan het budgetrecht van de gemeenteraad. </al><al/><al>De vorming alsmede het gebruik van de reserves en voorzieningen
                                heeft een nauwe relatie met de begroting en de rekening. Bij de
                                behandeling van de begroting en de rekening komt de totale
                                financiële positie van de gemeente aan de orde. Op dat moment worden
                                meestal de keuzes gemaakt. Artikel 10 van de Financiële verordening
                                geeft aan, dat in de paragrafen en staat van reserves en
                                voorzieningen bij de begroting ingegaan wordt op het verloop van de
                                gemeentelijke reserves en voorzieningen. Daarbij dient een relatie
                                te worden gelegd met de nota reserves en voorzieningen die 1x in de
                                4 jaar aan het begin van een nieuwe raadsperiode opnieuw wordt
                                vastgesteld. Met het vaststellen van de begroting geeft de raad
                                invulling aan zijn budgetrecht en geeft het college de bevoegdheid
                                over de reserves en voorzieningen te beschikken, zoals in de
                                paragrafen en staat van reserves en voorzieningen is verwoord.</al><al/><al>In de in deze nota opgenomen hoofdstukken worden de volgende
                                onderwerpen behandeld :</al><lijst><li nr="."><al>Wet- regelgeving en definities;</al></li><li nr="."><al>Functies van reserves en voorzieningen;</al></li><li nr="."><al>Vorming en besteding van reserves en voorzieningen;</al></li><li nr="."><al>Rentetoevoeging aan reserves en een mogelijke
                                        inflatiecorrectie aan voorzieningen;</al></li><li nr="."><al>Beschrijving van reserves en voorzieningen.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>2.</nr><titel>Wet- regelgeving en definities</titel></kop><artikel><kop><label/><nr>2.1</nr><titel>Wet- en regelgeving</titel></kop><al>De uitgangspunten voor het actualiseren van reserves en
                                voorzieningen worden onder andere bepaald door de geldende
                                verslaggevingsvoorschriften.</al><al>De geldende verslaggevingsvoorschriften met ingang van 1 januari
                                2004 worden beschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording
                                provincies en gemeenten (BBV). Hierin worden de volgende definities
                                gegeven:</al><al/><al>In de artikelen 43 en 44 van bovenstaand Besluit worden reserves en
                                voorzieningen nader uitgewerkt.</al><al/><al>Artikel 43 </al><lijst><li nr="1."><al>In de balans worden de reserves onderscheiden naar:</al><lijst><li nr="a)"><al>de algemene reserve</al></li><li nr="b)"><al>bestemmingsreserves </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan de raad een
                                bepaalde bestemming heeft gegeven.</al></li></lijst><al/><al>Artikel 43 </al><lijst><li nr="1."><al>In de balans worden de reserves onderscheiden naar:</al><lijst><li nr="a."><al>de algemene reserve</al></li><li nr="b."><al>bestemmingsreserves</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan de raad een
                                        bepaalde bestemming heeft gegeven.</al></li></lijst><al/><al>Artikel 44</al><lijst><li nr="1."><al>Voorzieningen worden gevormd wegens:</al><lijst><li nr="a."><al>verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de
                                        balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten
                                    </al></li><li nr="b."><al>op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde
                                        te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang
                                        redelijkerwijs is te schatten</al></li><li nr="c."><al> kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden
                                        gemaakt, mits het make van die kosten zijn oorsprong mede
                                        vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand
                                        begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige
                                        verdeleing van lasten over een aantal begrotingsjaren.n</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden
                                        verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met
                                        uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel
                                        49, onderdeel b (BBV)</al></li><li nr="3."><al>Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks
                                        terugkerende arbeidskosten- gerelateerde verplichtingen van
                                        vergelijkbaar volume.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.2</nr><titel>Definities</titel></kop><al><onderstreept>Reserves</onderstreept></al><al>Reserves zijn vermogensbestanddelen die zijn aan te merken als eigen
                                vermogen en die bedrijfseconomisch gezien vrij te besteden zijn. Het
                                in bedrijfseconomische zin vrij besteedbaar zijn van de reserve wil
                                zeggen dat tot het moment van daadwerkelijke aanwending er altijd
                                voor gekozen kan worden om op basis van een politieke heroverweging
                                de reserve op te heffen en in te zetten voor een ander doel.</al><al>Kenmerkend voor reserves is, dat ze:</al><lijst><li nr="."><al>worden gevormd door bestemming van het resultaat</al></li><li nr="."><al>vrij besteedbaar zijn</al></li><li nr="."><al>tot het eigen vermogen behoren</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Nadere uitsplitsing reserves</onderstreept></al><al><cursief>Algemene reserve </cursief></al><al>De algemene reserve bestaat uit de componenten van het eigen
                                vermogen waaraan de gemeenteraad géén bepaalde bestemming heeft
                                gegeven. Tot de algemene reserve worden derhalve gerekend alle
                                reserves, niet zijnde een bestemmingsreserve. Op een algemene
                                reserve ligt dus geen bestemming waardoor de algemene reserve vrij
                                besteedbaar is.</al><al/><al><cursief>Bestemmingsreserves </cursief></al><al>Onder overige bestemmingsreserves worden verstaan alle overige
                                reserves waaraan door de raad een bepaalde bestemming is gegeven. In
                                principe kan de raad de gegeven bestemming en de omvang aanpassen
                                tot aan het moment dat er verplichtingen worden aangegaan. Dan
                                verandert de reserve tot aan het bedrag van de verplichting in een
                                voorziening.</al><al/><al><onderstreept>Voorzieningen </onderstreept></al><al>Voorzieningen zijn passief posten in de balans, die een schatting
                                geven van de voorzienbare lasten in verband met risico’s en
                                verplichtingen, waarvan de omvang en/of het tijdstip van optreden
                                per de balansdatum min of meer onzeker zijn, en die oorzakelijk
                                samenhangen met de periode voorafgaande aan die datum. </al><al/><al>Er zijn drie categorieën voorzieningen, te weten:</al><lijst><li nr="."><al>voorzieningen voor verplichtingen en risico’s (art. 44, lid
                                        1a en 1b BBV)</al></li><li nr="."><al>voorzieningen ter egalisatie van kosten (art. 44, lid 1c
                                        BBV)</al></li></lijst><al/><al>Kenmerkend voor de voorzieningen voor verplichtingen en risico’s is
                                dat ze moeten worden gevormd door het nemen van een last en ze een
                                verplichte bestedingsrichting hebben. Het gaat bij deze
                                voorzieningen om min of meer onzekere verplichtingen die te zijner
                                tijd tot schulden kunnen worden, zoals garantstellingen e.d. of om
                                voorzieningen die een schatting betreffen van de lasten
                                voortvloeiend uit risico’s die samenhangen met de bedrijfsvoering,
                                zoals rechtsgedingen, reorganisaties e.d.</al><al/><al>De voorzieningen ter egalisatie van kosten worden gevormd ter
                                egalisatie van in de tijd onregelmatig gespreide kosten, zoals groot
                                onderhoud. Op facultatieve basis kunnen dergelijke voorzieningen
                                worden gevormd, mits:</al><lijst><li nr="."><al> sprake is van kosten die in een volgend begrotingsjaar
                                        zullen worden gemaakt, ma waarvan de oorsprong wel (mede)
                                        ligt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand
                                        begrotingsjaar;ar</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al> de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van de
                                        lasten over een aantal begrotingsjaren. </al></li></lijst><al>Het gaat dan over (toekomstige) lasten waar de gemeente niet
                                onderuit kan. Hierbij valt met name te denken aan het cyclisch
                                (terugkerend) onderhoud van kapitaalgoederen zoals wegen, groen,
                                riolering en gebouwen.</al><al/><al>Een voorziening moet altijd financieel onderbouwd zijn in verband
                                met de noodzakelijk geachte omvang (bijv. door middel van een
                                onderhoudsplan wegen, groen, riolering , gebouwen etcetera) Ze
                                dienen naar beste schatting dekkend te zijn voor de achterliggende
                                verplichtingen en risico’s. Ze mogen niet groter of kleiner zijn dan
                                de geschatte omvang van verplichtingen of risico’s waarvoor ze zijn
                                ingesteld. </al><al/><al>Exploitatie-overschotten die voortkomen uit de heffing van tarieven
                                bij derden worden als bestemmingsreserve of als voorziening
                                gepresenteerd, afhankelijk van het bestaan van een restitutieplicht.
                                Indien tarieven worden geheven, waarvan de besteding gebonden is –
                                dat wil zeggen dat de middelen moeten worden teruggegeven als ze
                                niet aan het specifieke doel waarvoor ze geheven zijn worden
                                uitgegeven – dan vallen deze middelen als ze niet in het
                                begrotingsjaar worden besteed onder de voorzieningen. Indien de
                                besteding niet dusdanig is gebonden dat de middelen teruggegeven
                                moeten worden als ze niet aan het doel waarvoor ze geheven zijn
                                worden besteed, dan dienen ze onder de bestemmingsreserves te worden
                                opgenomen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>3</nr><titel>Functies van reserves en voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>Reserves en voorzieningen kunnen de volgende betekenis (functie)
                                hebben voor de gemeente:</al><al/><lijst><li nr="1."><al> Financieringsfuncties: investeringen in kapitaalgoederen
                                        worden gefinancierd met langlopende middelen. Dit kan in de
                                        vorm van vreemd vermogen (langlopende geldleningen en/of
                                        voorzieningen) of eigen vermogen (reserves).</al></li><li nr="2."><al> Bestedingsfunctie: een reservering om de realisering van
                                        activa/projecten moge maken. In deze gevallen wordt het
                                        gereserveerde bedrag gebruikt voor de betaling van
                                        investeringsuitgaven.lijk te</al></li><li nr="3."><al> Bufferfunctie: het mogelijk maken om onverwachte
                                        tegenvallers op te vangen.</al></li><li nr="4."><al> Inkomensfunctie: de door de reserve gegenereerde /
                                        bespaarde rente kan ingezet worden ingezet als
                                        dekkingsmiddel.</al></li><li nr="5."><al> Verplichtingenfunctie: de vorming van een voorziening om
                                        aan toekomstige finaverplichtingen te kunnen voldoen.nciële
                                    </al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label/><nr>3.1</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><al>Van belang is hierbij de Wet financiering decentrale overheden (Wet
                                Fido). Deze wet beoogt een solide financieringswijze van de
                                decentrale overheden te bevorderen en schommelingen van rentelasten
                                zo veel mogelijk te beperken.</al><al>De financiering van kapitaalgoederen kan geschieden door het
                                gebruiken van de reserves en voorzieningen (interne financiering) of
                                anderzijds door het aantrekken van vaste geldleningen (vaste
                                financiering). Bij gebruik van reserves (eigen vermogen) en
                                voorzieningen (vreemd vermogen) behoeft geen beroep te worden gedaan
                                op de geld- en kapitaalmarkt. Indien op grond van een raadsbesluit
                                een reserve of voorziening wordt aangewend vervalt automatisch de
                                financieringsfunctie en moet via de kapitaalmarkt een vaste
                                geldlening worden aangetrokken ter vervanging van de weggevallen
                                financierings-middelen.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.2</nr><titel>Bestedingsfunctie</titel></kop><al>Bij de bestedingsfunctie gaat het om middelen die worden gebruikt om
                                de realisering van activa/projecten mogelijk te maken. In deze
                                gevallen wordt het gereserveerde bedrag gebruikt voor de dekking
                                (van de kapitaallasten) van investeringsuitgaven. </al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.3</nr><titel>Bufferfunctie</titel></kop><al>De algemene reserve dient als bufferfunctie voor het opvangen van
                                eventuele onvoorziene uitgaven (incidenteel) waarmee in de planning
                                geen rekening is gehouden en die noodzakelijkerwijs dienen plaats te
                                vinden. </al><al>Hierbij kan men denken aan :</al><lijst><li nr="."><al>Financiële risico's waarvoor geen bestemmingsreserve of
                                        voorzieningen zijn gevormd, of waarvoor elders in de
                                        begroting geen financiële middelen zijn gereserveerd, omdat
                                        er nog geen getrouwe kwantificering van de risico's kan
                                        plaatsvinden.</al></li><li nr="."><al>Het opvangen van eventuele rekeningstekorten.</al></li><li nr="."><al>Het opvangen van een eventueel begrotingstekort.</al></li></lijst><al>Voor de bepaling van de omvang van de hierboven genoemde risico's
                                bestaan géén landelijke richtlijnen. Voor de berekening van de
                                minimale hoogte van de buffer worden in de praktijk diverse criteria
                                gehanteerd. Voorbeelden hiervan zijn een bedrag per inwoner, een
                                percentage van de algemene uitkering of een percentage van de totale
                                gemeentelijke exploitatie. </al><al>Doordat er géén echte richtlijnen zijn gaan gemeenten verschillend
                                om met de bepaling van de minimale omvang van de algemene reserve.
                                Daarnaast valt op dat weinig gemeenten een jaarlijkse indexering
                                toepassen op de minimale hoogte van de buffer.</al><al>In het college-programma is de minimale omvang van de vrij
                                aanwendbare algemene reserve bepaald op € 1.000.000,--.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.4</nr><titel>Inkomensfunctie</titel></kop><al>Van een deel van de algemene reserve komt de rente structureel ten
                                goede aan de exploitatie. Deze rente vormt een stukje inkomen voor
                                afdekking van de normale uitgaven van de gemeente. Nadeel van deze
                                constructie is dat indien de reserve wordt gebruikt dit inkomen voor
                                afdekking van de uitgaven (gedeeltelijk) wegvalt. Er ontstaat dan
                                een tekort op de begroting. Met het structureel toerekenen van rente
                                aan de exploitatie dient daarom voorzichtig te worden omgegaan.
                            </al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.5</nr><titel>Verplichtingenfunctie</titel></kop><al>De verplichtingenfunctie heeft betrekking op voorzieningen. Een
                                voorziening heeft een karakter van een verplichting die de gemeente
                                heeft aangegaan en waarvoor de benodigde middelen beschikbaar moeten
                                zijn. Bijvoorbeeld het (groot)onderhoud van wegen en gebouwen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>4.</nr><titel>Vorming en besteding van reserves en voorzieningen.</titel></kop><structuurtekst><al>Voor de vorming en besteding van de reserves is in het kader van het
                                budgetrecht een expliciet besluit van de raad nodig. Dit past binnen
                                het algemene kenmerk van een reserve: de vrije besteedbaarheid.</al><al>Gedurende het jaar is er een aantal vaste momenten waarop er
                                voorstellen kunnen worden gedaan met betrekking tot de
                                reserves:</al><lijst><li nr="."><al>Bij de vaststelling van de begroting;</al></li><li nr="."><al>Bij de vaststelling van de jaarrekening;</al></li><li nr="."><al>Bij de vaststelling van de Voorjaarsnota en
                                        Najaarsnota;</al></li><li nr="."><al>Bij de behandeling van de nota “Reserves en
                                        voorzieningen”.</al></li></lijst><al/><al>Daarnaast is het mogelijk om gedurende het jaar voorstellen aan de
                                raad te doen voor vorming c.q. aanwending van reserves met
                                betrekking tot specifieke onderwerpen.</al><al/><al>De toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves komen in de
                                begroting (“Overzicht baten en lasten” en de “Staat van reserves en
                                voorzieningen”) en in de jaarrekening (“Programmarekening” en
                                “Mutaties in de reserves”) specifiek tot uitdrukking.</al><al/><al>Voor de vorming van een voorziening is een besluit nodig van de raad
                                waarin de uitgangspunten worden vastgelegd. Voor voorzieningen geldt
                                echter in mindere mate dat toevoegingen en onttrekkingen apart
                                inzichtelijk worden gemaakt. Het is niet verplicht om zoals bij
                                reserves het geval is bij de begroting en jaarrekening de
                                toevoegingen en onttrekkingen specifiek te benoemen. De omvang van
                                voorzieningen is immers bepaald aan de hand van verwachte
                                verplichtingen waardoor er geen sprake meer is van vrije
                                besteedbaarheid. Het college kan binnen de aangegeven uitgangspunten
                                bij de instelling van de voorziening handelen. </al><al>Voor de raad bestaat de mogelijkheid om bij de behandeling van de
                                “Nota reserves en voorzieningen” een oordeel te vormen over de
                                voorzieningen </al><al/><al> Voor zowel reserves als voorzieningen geldt dat er duidelijke
                                uitgangspunten moeten liggen met betrekking tot:</al><lijst><li nr="."><al>doelstelling waarvoor reserve of voorziening is
                                        ingesteld;</al></li><li nr="."><al>de toevoegingen en onttrekkingen;</al></li><li nr="."><al>een eventueel vast te stellen boven- en/of ondergrens.</al></li></lijst><al/><al>De nota “Reserves en voorzieningen” geeft bovenstaande
                                uitgangspunten aan.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>5.</nr><titel>Rentetoevoeging aan reserves en een mogelijke inflatiecorrectie aan
                                voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>Door het vormen van reserves en voorzieningen wordt vermogen
                                afgezonderd. Door de reserves en voorzieningen te gebruiken als
                                interne financieringsmiddelen (zie ook 3.1) wordt rente bespaard,
                                die anders betaald had moeten worden voor het aantrekken van vreemd
                                vermogen (leningen). Omdat aan alle investeringen rente wordt
                                toegerekend, komt deze bespaarde rente (over de reserves en
                                voorzieningen) feitelijk beschikbaar. Over het totale vermogen
                                (eigen en vreemd vermogen) wordt dus rente berekend.</al><al>Voor wat betreft de rente over de “interne financieringsmiddelen”
                                bestaat in principe de keus:</al><lijst><li nr="."><al>deze rente toe te voegen aan de reserves (aan voorzieningen
                                        mag geen rente worden toegevoegd);</al></li><li nr="."><al>deze rente ten gunste te laten komen aan de exploitatie.
                                    </al></li></lijst><al/><al>Aanwending van de rente voor structurele exploitatie-uitgaven is
                                niet gewenst. Op het moment dat de reserve wordt besteed voor het
                                doel, waarvoor zij was gevormd, ontstaat er een dekkingsprobleem.
                                Zie tevens 3.4. Derhalve wordt de rente van de overige reserves en
                                voorzieningen toegevoegd als bate aan de exploitatie. Beleid is met
                                ingang van 2009 dat een bedrag van € 70.000,00 (5% rente van € 1,4
                                miljoen) wordt toegevoegd aan de exploitatie en de rest van de
                                berekende rente komt ten gunste van de algemene reserve.</al><al/><al>Zoals in de begroting 2010 reeds is verwoord worden de Reserves en
                                Voorzieningen op peil gebracht danwel gehouden door gebruik te maken
                                van een onttrekking aan de Algemene Reserve welke mede is gevoedt
                                door rentetoevoegingen vanuit de exploitatie.</al><al/><al>De voorschriften staan toe dat de rente ook wordt toegevoegd aan de
                                bestemmings-reserves. Daarvoor hebben wij niet gekozen. Deze keuze
                                houdt in dat bestemmingsreserves niet waardevast zijn en dat
                                daardoor de kans bestaat dat bij aanwending van de reserve de omvang
                                niet voldoende is om de uitgave te dekken.</al><al/><al>Aan de voorzieningen wordt geen rente toegevoegd. De voorschriften
                                staan dit niet toe</al><al>(artikel 45 BBV). Bij de opstelling van de begroting wordt wel rente
                                gecalculeerd over de voorzieningen. Voorzieningen worden immers ook
                                gebruikt als (intern) financieringsmiddel. De gecalculeerde rente
                                wordt gedeeltelijk toegevoegd aan de algemene reserve . Door het
                                niet toerekenen van rente kan er bij aanwending van de voorzieningen
                                een extra budgettair beslag ontstaan, doordat de omvang van de
                                voorziening niet meer toereikend is door inflatie en
                                prijsstijgingen. </al><al/><al>In de vorige nota “Reserves en voorzieningen”, vastgesteld op 24
                                juni 2009 , heeft de raad besloten om jaarlijks, bijv. gelijktijdig
                                met de behandeling van de voorjaarsnota, de reserves en
                                voorzieningen te behandelen en de voorzieningen op het benodigde
                                peil te brengen. Deze methode past goed bij de aard van een
                                voorziening. De voorschriften geven aan dat de omvang van een
                                voorziening redelijk in te schatten dient te zijn. Bij de opstelling
                                van de nota reserves en voorzieningen dienen alle voorzieningen te
                                worden beoordeeld op noodzakelijkheid en benodigde omvang. Een
                                eventueel tekort kan worden aangevuld (uit de algemene reserve) en
                                een overschot kan worden afgeroomd (ten gunste van de algemene
                                reserve). </al><al>Voorgesteld wordt het huidige beleid te handhaven.</al><al/><al> Voor bespaarde rente wordt rekening gehouden met een percentage van
                                5% (begroting 2010). Dit percentage is gebaseerd op de rentetarieven
                                voor langlopende geldleningen. Het beleid van de gemeente Ten Boer
                                is om jaarlijks bij de opstelling van de begroting de ontwikkeling
                                van de kapitaalmarkt (leningen voor 15 jaar bij de BNG) in te
                                schatten en het te hanteren tarief voor de eigen reserves en
                                voorzieningen hier op af te stemmen. Daarbij wordt een
                                veiligheidsmarge ingebouwd van maximaal +0,5% ter afdekking van
                                risico’s.</al><al>Dit beleidsuitgangspunt kan worden gecontinueerd.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>6.</nr><titel>Beschrijving van reserves en voorzieningen en voorstellen met
                                betrekking tot het toekomstig gebruik.</titel></kop><structuurtekst><al>Hierna treft u een totaaloverzicht en een beschrijving per reserve
                                en voorziening aan. </al><al>Het saldo per 1-1-2010 is gebaseerd op de cijfers die zijn opgenomen
                                in de jaarrekening 2009, nog te behandelen door de raad op 30 juni
                                2010.</al><al>De indeling naar algemene reserve, bestemmingsreserve of voorziening
                                sluit ook grotendeels aan bij de presentatie in de jaarrekening
                                2009.</al><al/><al>Voorgesteld wordt , in voorkomende gevallen , het college te
                                machtigen om op voorhand onttrekkingen danwel stortingen te mogen
                                doen met betrekking tot de estemmingsreserves.</al><al>Deze mutaties worden dan ook achteraf gerapporteerd in de Voor- en
                                Najaarsnota’s danwel de gemeenterekeniningen </al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><al><vet>Inhoud</vet></al><al/><al>1. Inleiding</al><al>2. Wet- ren regelgeving en definities</al><al>3. Functies van reserves en voorzieningne</al><al>4. Vorming en besteding van reserves en voorzieningen</al><al>5. Rentetoevoeging aan reserves en een mogelijke inflatiecorrectie aan
                        voorzieningen</al><al>6. Beschrijving van reserves en voorzieningen en voorstellen met
                        betrekking tot het toekomstig gebruik.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>