<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR27925_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Rioolaansluitverordening Beuningen 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Koerier, 16 juni 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Rioolaansluitverordening Beuningen 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet milieubeheer artikel 10.33</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Waterwet, artikel 3.5</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-05-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-06-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BW10.00235</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Rioolaansluitverordening Beuningen 2010
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al/>
          <al>De raad van de gemeente Beuningen; </al>
          <al/>
          <al>gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders van Beuningen 6 april
                        2010, nr. BW10.00235</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, en artikel 10.33 van de Wet
                        milieubeheer en artikel 3.5 van de Waterwet;</al>
          <al>gelet op de Algemene wet bestuursrecht; </al>
          <al/>
          <al>B E S L U I T :</al>
          <al>vast te stellen de navolgende <vet>Rioolaansluitverordening Beuningen
                            2010</vet></al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>I:</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze Verordening wordt verstaan onder:</al>
            <al>a. Aansluitleiding: de particuliere afvoerleiding, het aansluitpunt en
                            de perceelaansluitleiding tezamen.</al>
            <al>b. Aansluitkosten: de kosten die de eigenaar van het aan te sluiten
                            perceel in rekening worden gebracht voor het realiseren van de
                            perceelaansluitleiding en het aansluitpunt gebaseerd op de bij deze
                            Verordening behorende tarievenlijst en de schriftelijke
                            akkoordverklaring door de eigenaar.</al>
            <al>c. -de ontstoppingsvoorziening, gelegen om en nabij 0,5 meter van de
                            kadastrale eigendomsgrens op het terrein van de particulier;</al>
            <al>-bij afwezigheid van de ontstoppingsvoorziening bij een vrij
                            vervalstelsel het punt waar de aansluitleiding de kadastrale
                            eigendomsgrens snijdt,</al>
            <al>- bij afwezigheid van de ontstoppingsvoorziening bij een mechanisch
                            stelstel het punt, gelegen op 0,5 meter van een gemeentelijke
                            voorziening.</al>
            <al>d. Afvalwater: al het water afkomstig van een perceel, waarvan de houder
                            zich – met het oog op de verwijdering daarvan – ontdoet, voornemens is
                            zich te ontdoen of zich moet ontdoen, exclusief hemelwater,
                            bronneringswater en draingagewater, tenzij het redelijkerwijs niet van
                            de houder kan worden gevergd dat het afvloeiend hemelwater op of in de
                            bodem of in het oppervlaktewater wordt gebracht.</al>
            <al>e. Afvalwaterstelsel: Het openbaar riool met een buizenstelsel voor de
                            afvoer van afvalwater.</al>
            <al>f. Beheerder van het openbaar riool: het college van burgemeester en
                            wethouders van de gemeente Beuningen.</al>
            <al>g. Openbaar riool: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                            metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct
                            hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect
                            steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te
                            functioneren.</al>
            <al>h. Bronneringswater: grondwater, onttrokken ten behoeve van tijdelijke
                            verlaging van de grondwaterstand.</al>
            <al>i. Drainagewater: grondwater, ingezameld door een ingegraven doorlatend
                            buizensysteem.</al>
            <al>j. Drainagestelsel: gemeentelijk leidingstelsel, bestemd voor de afvoer
                            van overtollig grondwater, met uitzondering van de
                            aansluitleidingen.</al>
            <al>k. Drukriolering: het openbaar riool, voor de afvoer van afvalwater
                            waarbij het transport door het riool plaats vindt door middel van met
                            pompinstallaties veroorzaakte druk.</al>
            <al>l. Gebruiker: de perceeleigenaar, de beperkt zakelijk gerechtigde van
                            het perceel, de huurder die gebruik maakt van de aansluiting op het
                            openbaar riool of iemand die krachtens een ander recht gebruik maakt van
                            het openbaar riool.</al>
            <al>m. Gemeente: de gemeente Beuningen.</al>
            <al>n. Huishoudelijk afvalwater: afvalwater dat overwegend afkomstig is van
                            menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden.</al>
            <al>o. Mechanisch stelsel: drukriolering.</al>
            <al>p. Het openbaar riool voor de afvoer van afvalwater, inclusief
                            hemelwater, bronneringswater en drainagewater.</al>
            <al>q. het openbaar riool met een buizenstelsel voor de afvoer van
                            hemelwater dat niet dienst doet als leiding voor de afvoer van
                            drainagewater en bronneringswater en een buizenstelsel voor de afvoer
                            van afvalwater.</al>
            <al>r. Hemelwater: regenwater en andere neerslag afvloeiend via verharde
                            oppervlakken, daken en andere verhardingen.</al>
            <al>s. Hemelwaterstelsel: Het openbaar riool met een buizenstelsel voor de
                            afvoer van hemelwater</al>
            <al>t. Infiltratiestelsel: gemeentelijk leidingstelsel, bestemd voor
                            infiltratie van hemelwater</al>
            <al>u. Openbaar riool: het gedeelte van de riolering dat bij de gemeente in
                            eigendom en beheer is voor inzameling en transport van afvalwater,
                            hemelwater, bronneringswater en drainagewater, met inbegrip van de
                            daartoe behorende rioolgemalen, persleidingen, vacuümleidingen en werken
                            en installaties van overeenkomstige aard, inclusief IBA’s, met
                            uitzondering van de perceelaansluitleiding</al>
            <al>v. Ontstoppingsdienst: voorziening in aansluitleiding voor inspectie en
                            onderhoud van de leiding</al>
            <al>w. Particuliere afvoerleiding: de binnen de kadastrale eigendomsgrenzen
                            van het aan te sluiten perceel gelegen binnen- of buiten- of
                            terreinrioolleidingen tot aan het aansluitpunt.</al>
            <al>x. Perceelaansluitleiding: het bij de gemeente in beheer zijnde riool en
                            de voorzieningen die daarvan onderdeel uitmaken, tussen het openbaar
                            riool en het aansluitpunt</al>
            <al>y. Rechthebbende: </al>
            <al>1.de eigenaar, de vereniging van eigenaren of beperkt zakelijk
                            gerechtigde van het perceel ten behoeve waarvan de aansluiting op het
                            openbaar riool wordt gerealiseerd en in stand gehouden.</al>
            <al>2.De rechtverkrijgende onder algemene of bijzondere titel van de onder
                            1. bedoelde personen.</al>
            <al>z. Vrijvervalstelsel: het openbaar riool waarbij afvalwater, hemelwater,
                            bronneringswater en/of drainagewater door middel van de zwaartekracht
                            wordt getransporteerd.</al>
            <al/>
            <al/>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>II:</nr>
            <titel>De vergunning</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2:</nr>
              <titel>Vergunningplicht</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden zonder een daartoe verleende aansluitvergunning een
                                aansluiting van een particuliere afvoerleiding op het openbaar riool
                                tot stand te brengen of te wijzigen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De vergunning geldt voor de rechthebbende en is perceelsgebonden.
                            </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders verlenen een aansluitvergunning alleen
                                voor het tot stand brengen en in stand houden van een aansluiting
                                tussen de particuliere aansluitleiding en het openbaar riool: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voor de afvoer van afvalwater naar een daarvoor bedoeld
                                        leidingenstelsel;</al></li>
                <li nr="b."><al>voor de afvoer van hemelwater naar het daarvoor bedoeld
                                        buizenstelsel, als ter plaatse een gescheiden stelsel
                                        aanwezig is en redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat
                                        het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het
                                        oppervlaktewater wordt gebracht;</al></li>
                <li nr="c."><al>voor het tijdelijk afvoeren van bronneringswater als er geen
                                        oppervlaktewater in de nabije omgeving aanwezig is;</al></li>
                <li nr="d."><al>voor de afvoer van grondwater als ter plaatse een
                                        drainagestelsel of een gemengd stelsel aanwezig is.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Als de rechthebbende voor de aansluiting van meer dan één
                                particuliere afvoerleiding op het openbaar riool een
                                aansluitvergunning aanvraagt, wordt voor deze aanvragen tezamen één
                                vergunning verleend, waarin alle aansluitingen afzonderlijk worden
                                vermeld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften worden
                                opgenomen met betrekking tot:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het tot stand brengen van de aansluiting;</al></li>
                <li nr="b."><al>het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de
                                        aansluitleiding; </al></li>
                <li nr="c."><al>sloopwerkzaamheden op het perceel van de rechthebbende;</al></li>
                <li nr="d."><al>de periode waarvoor de vergunning wordt verleend als de
                                        aansluiting is bedoeld voor de afvoer van bronneringswater
                                        en dit een tijdelijke aansluiting betreft.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Als de rechthebbende binnen 26 weken na verlening van de
                                aansluitvergunning geen verzoek heeft gedaan de aansluiting of
                                wijziging van de aansluiting waarop die aansluitingvergunning
                                betrekking heeft, uit te voeren, kunnen burgemeester en wethouders
                                de aansluitvergunning intrekken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3:</nr>
              <titel>De vergunningaanvraag</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De aanvraag van een aansluitvergunning wordt schriftelijk of
                                    elektronisch met behulp van een daartoe bestemd formulier, bij
                                    burgemeester en wethouders ingediend door de rechthebbende van
                                    het aan te sluiten perceel.</al></li>
              <li nr="2."><al>Bij de aanvraag van een aansluitvergunning moeten de volgende
                                    gegevens door de rechthebbende worden verstrekt:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de naam en het adres van de rechthebbende;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de aanduiding dat het een verzoek om een
                                            aansluitvergunning betreft;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de ligging van het aan te sluiten perceel aan de hand
                                            van straat en huisnummer of, als nog geen huisnummer is
                                            toegekend, aan de hand van het kadastraal nummer van het
                                            betreffende perceel;</al></li>
                  <li nr="e."><al>voor zover het een lozing van bedrijfsafvalwater
                                            betreft, de aard en de hoeveelheid van de af te voeren
                                            vloeistoffen, waarbij moet worden aangegeven of niet
                                            verontreinigd water, zoals hemel- of koelwater, en/of
                                            verontreinigd water, zoals huishoudelijk of industrieel
                                            afvalwater, zal worden afgevoerd;</al></li>
                  <li nr="f."><al>voor zover het een lozing van huishoudelijk afvalwater
                                            betreft, of er daarnaast ook hemelwater zal worden
                                            afgevoerd. Als de rechthebbende afvloeiend hemelwater
                                            wil afvoeren middels een gemengd of gescheiden stelsel,
                                            dan moet hij aannemelijk te maken dat het redelijkerwijs
                                            van hem niet gevergd kan worden het afvloeiend
                                            hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater
                                            te brengen;</al></li>
                  <li nr="g."><al>van de aan te sluiten of te wijzigen particuliere
                                            afvoerleiding door middel van een situatieschets (1:1000
                                            of grotere schaal) ten minste de volgende gegevens:</al><al>1. Het leidingverloop en de dimensionerin;</al><al>2. De hoogteligging en het materiaal ter plaatse van het
                                            aansluitpunt;</al><al>3. Een duidelijk verschil in kleur of symbolen tussen de
                                            afvalwater- en hemelwaterstelsels en
                                            infiltratiestelsels: </al><al>- afvalwaterstelsel: grijs</al><al>- hemelwaterstelsel: bruin</al><al> - infiltratiestelsels: groen</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr=""><lijst>
                  <li nr="3."><al>Als de gegevens bedoeld in het tweede lid, reeds zijn
                                            vastgelegd in de voor het perceel afgegeven
                                            bouwvergunning of een vergunning op grond van de Wet
                                            milieubeheer, kan bij de aanvraag van een
                                            aansluitvergunning voor dit perceel worden volstaan met
                                            het overleggen van een kopie van de gegevens uit deze
                                            vergunning. </al></li>
                  <li nr="4."><al>De aanvraag van een aansluitvergunning wordt slechts in
                                            behandeling genomen nadat bij de aanvraag alle in het
                                            tweede lid vermelde gegevens zijn verstrekt. Bij het
                                            ontbreken van gegevens wordt de rechthebbende daarover
                                            geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld deze gegevens
                                            binnen vier weken na kennisgeving daarvan alsnog aan te
                                            vullen. Als daarna nog steeds gegevens ontbreken, wordt
                                            de aanvraag niet in behandeling genomen.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4:</nr>
              <titel>Weigering van de aansluitvergunning</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een aansluitvergunning kan slechts worden geweigerd als een
                                aansluiting van de particuliere afvoerleiding op het openbaar riool
                                of wijziging van die aansluiting bezwaarlijk is, omdat het de
                                doelmatige inzameling en afvoer van het openbaar riool
                                belemmert.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Aansluiting van de particuliere aansluitleiding op het openbaar
                                riool of wijziging van die aansluiting is in ieder geval bezwaarlijk
                                als: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de hoogteligging van het aansluitpunt (binnenonderkant buis)
                                        lager ligt dan de bovenzijde van het openbaar riool,
                                        vermeerderd met 200 mm plus de benodigde hoogte voor het
                                        afschot van de aansluitleiding;</al></li>
                <li nr="b."><al>de bovenzijde van een lozingtoestel lager is gelegen dan 150
                                        mm boven de kruin van de straat, tenzij er via een
                                        pompinstallatie voorzien van terugslagklep wordt
                                        aangesloten;</al></li>
                <li nr="c."><al>de gemeente voor het perceel waarvoor de aansluitvergunning
                                        wordt gevraagd, van Gedeputeerde Staten een ontheffing heeft
                                        gekregen op grond van artikel 10.33, derde lid, Wet
                                        milieubeheer;</al></li>
                <li nr="d."><al>de gevraagde aansluiting een samengevoegde voorziening
                                        betreft, terwijl een gescheiden openbaar riool aanwezig
                                        is;</al></li>
                <li nr="e."><al>de gevraagde aansluiting een lozing voor afvalwater en/of
                                        bronneringswater betreft, waarvoor een vergunning op grond
                                        van de Wet milieubeheer, een vergunning op grond van de Wet
                                        verontreiniging oppervlaktewateren of de Waterwet, of een
                                        ontheffing op grond van artikel 10.63 lid 1 van de Wet
                                        milieubeheer is vereist, maar niet is verleend of niet
                                        toereikend is gelet op de lozingssituatie, of dat niet aan
                                        de geldende algemene regels is voldaan;</al></li>
                <li nr="f."><al>het openbaar riool ter plaatse van de aansluitleiding niet
                                        over voldoende capaciteit beschikt om de hoeveelheid te
                                        lozen vloeistoffen te kunnen afvoeren;</al></li>
                <li nr="g."><al>de lozing van het afvalwater de doelmatige werking van de
                                        openbare riolering en de rioolwaterzuiveringsinstallatie
                                        belemmert;</al></li>
                <li nr="h."><al>de lozing niet verontreinigd drainagewater betreft en er
                                        voldoende berging op eigen terrein mogelijk is;</al></li>
                <li nr="i."><al>de lozing afvloeiend hemelwater betreft en van de
                                        rechthebbende redelijkerwijs kan worden gevergd dat dit
                                        hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater
                                        wordt gebracht;</al></li>
                <li nr="j."><al>de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet
                                        verontreinigd bronneringswater betreft, die zonder bezwaar
                                        op het oppervlaktewater kan worden aangesloten of middels
                                        retourbemaling kan worden afgevoerd;</al></li>
                <li nr="k."><al>een bouwvergunning, een vergunning op grond van de Wet
                                        milieubeheer of een Omgevingsvergunning voor het aan te
                                        sluiten perceel is geweigerd;</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Een weigering van een aansluitvergunning is met redenen omkleed,
                                waarbij burgemeester en wethouders de nadere eisen aangeven waaraan
                                het particulier riool moet voldoen om voor vergunningverlening in
                                aanmerking te komen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5:</nr>
              <titel>Verlening van de aansluitvergunning</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het bevoegd gezag beslist op de aanvraag om een aansluitvergunning
                                binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Ongeacht het in het derde lid bepaalde, kan het bevoegd gezag de in
                                het eerste lid bedoelde termijn eenmaal met ten hoogste acht weken
                                verlengen. Het maakt zijn besluit daartoe bekend binnen de
                                eerstbedoelde termijn. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van het eerste en tweede lid wordt door burgemeester en
                                wethouders de beslissing omtrent een aanvraag van een
                                aansluitvergunning aangehouden als er geen reden is de vergunning te
                                weigeren:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>terwijl voor het aan te sluiten perceel nog een aanvraag
                                        moet worden gedaan of in behandeling is voor een
                                        bouwvergunning krachtens artikel 40 Woningwet,</al></li>
                <li nr="b."><al>terwijl er voor het aan te sluiten perceel nog een aanvraag
                                        of melding moet worden gedaan of in behandeling is in het
                                        kader van artikel 8.1 Wet milieubeheer of het
                                        Activiteitenbesluit, of</al></li>
                <li nr="c."><al>terwijl voor het aan te sluiten perceel nog een aanvraag
                                        moet worden gedaan of in behandeling is voor een
                                        omgevingsvergunning krachtens artikel 2.1 Wabo.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De rechthebbende wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk van de
                                aanhouding op de hoogte gesteld. Gedurende de aanhouding worden de
                                termijnen als bedoeld in lid 1 en 2 opgeschort.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Na verlening van de in lid 3 onder sub a, b of c bedoelde
                                vergunningen, beslissen burgemeester en wethouders zo spoedig
                                mogelijk op de aanvraag, doch in elk geval binnen de termijn als
                                bedoeld in lid 1.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Indien het derde lid niet van toepassing is, en het bevoegd gezag
                                niet binnen de bij of krachtens het eerste, onderscheidenlijk het
                                tweede lid gestelde termijn op de aanvraag heeft beslist, is de
                                rioolaansluitvergunning van rechtswege verleend overeenkomstig de
                                aanvraag. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7.</lidnr>
              <al> Is de vergunning van rechtswege verleend conform het zesde lid, dan
                                dient de aanvrager na het aansluiten de volgende gegevens te
                                overleggen:</al>
              <al> de datum van de aansluiting;</al>
              <al> de locatie van de aansluiting: een situatiemeting;</al>
              <al> de hoogte en diepte van de aansluiting;</al>
              <al> toegepaste diameter; </al>
              <al> toegepast materiaal.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>8.</lidnr>
              <al>Als een aansluitleiding dient voor aansluiting van meer dan één
                                bouwwerk of perceel wordt per bouwwerk of perceel één
                                aansluitvergunning verstrekt. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:</nr>
              <titel>Hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <al>Burgemeester en Wethouders kunnen van de bepalingen van afdeling II
                            afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang dat deze regeling
                            beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende
                            aard.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>III:</nr>
            <titel>De aansluiting</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7:</nr>
              <titel>Het verzoek tot aanleg of wijziging
                                perceelaansluitleiding</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De rechthebbende aan wie ingevolge afdeling II een
                                    aansluitvergunning is verleend kan de gemeente verzoeken de
                                    aansluiting of wijziging van de aansluiting waarop die
                                    vergunning betrekking heeft uit te voeren. De rechthebbende moet
                                    minste vier weken voordat de aansluiting moet worden
                                    gerealiseerd een daartoe strekkend schriftelijk verzoek in bij
                                    burgemeester en wethouders.</al></li>
              <li nr="2."><al>Bij het verzoek tot aansluiting moeten in ieder geval de
                                    volgende gegevens door de rechthebbende worden vermeld:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de naam en het woonadres van de rechthebbende;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het nummer van de aansluitvergunning;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de door rechthebbende gewenste datum van
                                            uitvoering.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Het verzoek tot aansluiting wordt slechts in behandeling genomen als
                            deze gegevens volledig zijn vermeld.</al>
            <lijst>
              <li nr="3."><al>Als de kosten van de aanleg van de aansluiting reeds zijn
                                    voldaan uit hoofde van een eerder door de rechthebbende met de
                                    gemeente gesloten overeenkomst of op andere wijze, moet de
                                    rechthebbende dit naast de in het tweede lid bedoelde gegevens
                                    bij het verzoek tot aansluiting te vermelden.</al></li>
              <li nr="4."><al>Zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 4 weken na de
                                    ontvangst van het verzoek stellen burgemeester en wethouders
                                    zoveel mogelijk in overleg met rechthebbende een termijn vast
                                    voor uitvoering van de perceelsaansluitleiding. Bij vaststelling
                                    van het tijdstip van uitvoering wordt zoveel mogelijk rekening
                                    gehouden met het door de rechthebbende gewenste tijdstip. De
                                    afspraak zal schriftelijk door de gemeente aan de rechthebbende
                                    worden bevestigd.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8:</nr>
              <titel>Kosten van de aansluiting</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders stellen de kosten van de aanleg van de
                                perceelaansluitleiding vast, aan de hand van de bij deze Verordening
                                behorende tarievenlijst.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De gemeente kan in ieder geval niet worden gehouden tot feitelijke
                                aanleg van de perceelaansluitleiding over te gaan, voordat de
                                rechthebbende zich schriftelijk akkoord heeft verklaard met de
                                kosten van de aanleg van de perceelaansluitleiding die worden
                                vastgesteld aan de hand van de in het eerste lid genoemde
                                tarievenlijst en de over die kosten verschuldigde
                                omzetbelasting.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De kosten voor de aanleg van de perceelaansluitleiding, zoals
                                bedoeld in het eerste lid, kunnen niet meer in rekening worden
                                gebracht als deze reeds op andere wijze op de rechthebbende
                                worden/zijn verhaald.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9:</nr>
              <titel>Uitvoering aanleg of wijziging van de
                                perceelaansluitleiding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De uitvoering van de aanleg of wijziging van de
                                perceelaansluitleiding en/of de ontstoppingsvoorziening vindt niet
                                plaats anders dan door of vanwege de gemeente.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Nadat de gemeente de perceelaansluitleiding en/of de
                                ontstoppingsvoorziening heeft aangelegd, voert de rechthebbende zelf
                                de aansluiting van de particuliere afvoerleiding uit. Deze
                                aansluiting mag slechts plaatsvinden, als de aan te sluiten
                                particuliere afvoerleiding voldoet aan de daaraan te stellen
                                eisen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De rechthebbende onttrekt het aansluitpunt, na melding bij de
                                gemeente dat de aansluiting is uitgevoerd, gedurende drie werkdagen
                                niet aan het zicht. Na controle door de gemeente dekt de
                                rechthebbende de aansluitleiding af.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De aansluiting van de particuliere afvoerleiding op de
                                perceelaansluitleiding vindt slechts plaats, als de aan te sluiten
                                particuliere afvoerleiding tot aan het aansluitpunt aanwezig is en
                                voldoet aan de daaraan op grond van het Bouwbesluit of de
                                Bouwverordening gemeente Beuningen te stellen eisen.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>IV:</nr>
            <titel>Beheer en onderhoud</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10:</nr>
              <titel>Beheer, onderhoud, renovatie en vervanging</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het beheer en onderhoud, de renovatie dan wel de vervanging van de
                                perceelaansluitleiding wordt uitgevoerd door of namens de gemeente
                                en voor rekening van de gemeente, tenzij het aannemelijk is dat de
                                betreffende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd ten gevolge van
                                een onjuist gebruik van de particuliere aansluitleiding, in welk
                                geval de kosten voor rekening van de rechthebbende of veroorzaker
                                komen. Onder renovatie wordt tevens begrepen het aanpassen van de
                                perceelaansluitleiding ten gevolge van een wijziging van het
                                openbaar riool.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Onder onjuist gebruik wordt in ieder geval begrepen:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het via deze aansluiting lozen van stoffen en/of zaken die,
                                        vanwege hun aard en samenstelling, verstoppingen in de
                                        aansluitleiding of het openbaar riool veroorzaken of
                                        anderszins de werking van het openbaar riool negatief kunnen
                                        beïnvloeden;</al></li>
                <li nr="b."><al>het via deze aansluiting lozen van stoffen die, door hun
                                        aard of concentratie, de constructie van de aansluitleiding
                                        aantasten.</al></li>
                <li nr="c."><al>andere lozingen op een niet daarvoor bedoeld stelsel.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De kosten voor het onderhoud van de particuliere afvoerleiding komen
                                voor rekening van de rechthebbende, tenzij onomstotelijk vaststaat
                                dat de noodzaak tot onderhoud is veroorzaakt door inspoeling vanuit
                                het openbaar riool.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Bij wijziging door de gemeente van de hoogteligging van het
                                aansluitpunt moet de rechthebbende ervoor zorgen dat de particuliere
                                afvoerleiding hierop kan worden aangesloten op een zodanig wijze dat
                                de afvoer vanuit het perceel ongehinderd kan plaatsvinden.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11:</nr>
              <titel>Calamiteiten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Bij een verstopping of een andere storing in de particuliere
                                afvoerleiding, stelt de rechthebbende de locatie van de verstopping
                                of storing vast door middel van het openen van het aansluitpunt en
                                stelt de gemeente op de hoogte van de locatie van de verstopping of
                                storing. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Als de ontstoppingsvoorziening vol staat, dan bevindt de verstopping
                                zich op gemeenteterrein en wordt dit gebrek kosteloos door de
                                gemeente hersteld. Als de ontstoppingsvoorziening leeg is, dan
                                bevindt de verstopping zich in de particuliere afvoerleiding en moet
                                de rechthebbende of gebruiker zelf de verstopping of storing te
                                verhelpen. Als de verstopping niet het gevolg is van een
                                constructief gebrek aan de perceelaansluiting worden de door de
                                gemeente ter zake gemaakte kosten bij de vergunninghouder in
                                rekening gebracht. Als een verstopping is veroorzaakt door een
                                constructief gebrek aan de perceelaansluiting wordt dit gebrek
                                kosteloos door de gemeente hersteld casu quo weggenomen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Als de rechthebbende of de gebruiker, zonder expliciete voorafgaande
                                toestemming van de gemeente, zelf, of aan een derde opdracht geeft
                                tot het verrichten van werkzaamheden, komen de kosten daarvan voor
                                rekening van die rechthebbende of gebruiker.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>V:</nr>
            <titel>Verwijdering aansluiting, sloop</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12:</nr>
              <titel>Zorgplicht</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Bij sloop of andere werkzaamheden op een op het openbaar riool
                                aangesloten bouwwerk of perceel, moeten door de rechthebbende
                                zodanige voorzieningen aan de particuliere afvoerleiding worden
                                getroffen dat iedere belemmering van het openbare riool en de
                                perceelaansluitleiding wordt voorkomen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Als de rechthebbende bij sloopwerkzaamheden niet voldoet aan de in
                                het eerste lid omschreven zorgplicht, heeft de gemeente de
                                bevoegdheid de aansluiting op het openbaar riool af te sluiten en de
                                hieraan verbonden kosten te verhalen op de rechthebbende.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13:</nr>
              <titel>Beëindiging gebruik</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Als het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd
                                is de rechthebbende verplicht de gemeente hiervan binnen vier weken
                                in kennis te stellen. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Als het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd,
                                wordt de op de aansluitleiding betrekking hebbende vergunning
                                ingetrokken, waarna de particuliere afvoerleiding op kosten van de
                                rechthebbende door de gemeente wordt verwijderd. </al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>VI:</nr>
            <titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14:</nr>
              <titel>Overgangsrecht</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Op aansluitingen die op het moment van de inwerkingtreding van deze
                                Verordening krachtens de tot dan geldende wetgeving en voorschriften
                                tot stand zijn gebracht, zijn de bepalingen van afdeling IV, V en
                                afdeling VI van deze Verordening rechtstreeks van toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij strijd van deze Verordening met bepalingen in overeenkomsten
                                gesloten tussen de gemeente en de rechthebbende, prevaleert het
                                bepaalde in deze overeenkomsten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Aansluitingen die zijn gerealiseerd voor de datum van
                                inwerkingtreding van deze Verordening worden geacht te zijn verleend
                                op grond van deze Verordening.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15:</nr>
              <titel>Toezichthouders</titel>
            </kop>
            <al>Met het toezicht op de naleving van de bepalingen bij of krachtens deze
                            Verordening gesteld zijn belast de bij besluit van het college aan te
                            wijzen personen of groep van personen. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16:</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze Verordening treedt in werking op de achtste dag volgend op die van
                            haar bekendmaking.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17:</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze Verordening kan worden aangehaald als: Rioolaansluitverordening
                            Beuningen 2010 </al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Beuningen 18 mei 2010.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Nota-toelichting</label>
          <nr/>
          <titel/>
        </kop>
        <tussenkop>Toelichting rioolaansluitverordening gemeente Beuningen</tussenkop>
        <al/>
        <al>1.1 Inleiding</al>
        <al>Inzameling en transport van stedelijk afvalwater zijn taken van de gemeente, op
                    grond van artikel 10.33 Wm. Voor het uitvoeren van deze taak heeft de gemeente
                    rioolstelsels aangelegd en zorgt de gemeente voor het beheer van deze stelsels.
                    Een aansluitverordening regelt de verhouding tussen de burger en de gemeente
                    inzake de aansluiting op het gemeentelijk openbaar rioolstelsel. In een
                    aansluitverordening worden voorwaarden gesteld aan de wijze waarop een
                    aansluiting op het openbaar riool kan worden verkregen. Daarnaast wordt geregeld
                    wie verantwoordelijk is voor het beheer van de perceelaansluiting. Dit strekt
                    tot voordeel van alle betrokken partijen, omdat er dan duidelijkheid bestaat
                    over de verwachtingen die burgers en de gemeente van elkaar mogen hebben.</al>
        <al/>
        <al>De gemeente is bevoegd tot het vaststellen van een rioolaansluitverordening op
                    grond van artikel 10.33 Wm en de algemene verordenende bevoegdheid van artikel
                    149 Gemeentewet.</al>
        <al/>
        <al>1.2 De gemeentelijke rioolaansluitverordening</al>
        <al>Uitgangspunt van de Aansluitverordening is dat voor een nieuwe aansluiting op
                    hetopenbaar rioolstelsel of een wijziging van de bestaande aansluiting, een
                    vergunning is vereist.In de aansluitvergunning worden de voorwaarden gesteld
                    waaronder de rechthebbende eenaansluiting kan verkrijgen en mag gebruiken. Deze
                    voorwaarden betreffen bij een vergunningvoor een nieuwe of gewijzigde
                    aansluiting allereerst de technische eisen waaraan de particuliereafvoerleiding
                    moet voldoen. De technische eisen betreffen het leidingverloop en
                    dedimensionering en de hoogteligging van de aansluitleiding. Tenslotte kunnen op
                    basis van de rioolaansluitverordening in de aansluitvergunning voorwaarden
                    worden opgenomen over onderhoud, renovatie en vervanging van de aansluitleiding
                    en beëindiging van het gebruik van de aansluiting.</al>
        <al/>
        <al>In het systeem van de verordening is een keuze gemaakt voor een verdeling van
                    het beheer van de aansluitleiding, waarmee problemen als gevolg van de verdeling
                    van de eigendom van een aansluitleiding worden voorkomen. Dit betekent dat de
                    gemeente en de rechthebbende elk verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van
                    een deel van de aansluitleiding. </al>
        <al/>
        <al>Als er een ontstoppingsvoorziening aanwezig is, dan bevindt het aansluitpunt
                    zich ter plaatse van de ontstoppingsvoorziening. De ontstoppingsvoorziening is
                    gelegen op particuliere grond. Een ontstoppingsvoorziening is een voorziening
                    voor inspectie en onderhoud van de rioolleiding. Als er geen
                    ontstoppingsvoorziening aanwezig is dan is het aansluitpunt bij een vrij verval
                    riolering gelegen op de kadastrale eigendomsgrens van het aan te sluiten
                    perceel. Bij een mechanisch stelsel ligt het aansluitpunt op 0,5 meter van de
                    ontstoppingsvoorziening. Omdat in de gemeente zowel een mechanisch rioolstelsel
                    als een vrij vervalstelselstelsel voorkomt, is in de begrippenlijst uitgebreid
                    aangegeven op welke plaats het aansluitpunt zich bevindt in de verschillende
                    situaties. De aansluitleiding bestaat dus vanaf het openbaar riool
                    achtereenvolgens uit de perceelaansluitleiding, het aansluitpunt en het
                    particuliere riool. Het gedeelte van de aansluitleiding, dat ligt binnen het
                    perceel van de rechthebbende is in particulier eigendom. Voor dit deel is de
                    rechthebbende verantwoordelijk. Het deel van de aansluitleiding vanaf de
                    kadastrale eigendomsgrens tot het openbaar riool staat onder
                    beheersverantwoordelijkheid van de gemeente. In het geval het gemeentelijk deel
                    van de aansluitleiding wordt vervangen, wordt, als daartoe aanleiding is, in
                    overleg met de rechthebbende, zijn deel van de aansluitleiding (particulier
                    afvoerleiding) mede vervangen. Zie voor een schematisch overzicht van deze
                    begrippen afbeelding 1.1. </al>
        <al/>
        <al>Als nu bijvoorbeeld een verstopping is ontstaan in de particuliere
                    afvoerleiding, dan moet de rechthebbende op grond van de
                    rioolaansluitverordening zelf en voor eigen rekening zorg dragen voor het
                    verhelpen van het probleem. Is er een verstopping ontstaan in de
                    perceelaansluitleiding, bijvoorbeeld door ingroeiende boomwortels of door een
                    verzakking, dan draagt de gemeente zorg voor de reparatie. Ook de kosten van
                    onderhoud, renovatie en vervanging van de perceelaansluitleiding zijn voor de
                    gemeente. Hierop wordt echter in de verordening wel een uitzondering gemaakt.
                    Als het aannemelijk is dat de gemeente de betreffende onderhouds- of
                    herstelwerkzaamheden moet uitvoeren als gevolg van onjuist gebruik van de
                    aansluitleiding, dan zijn de kosten voor rekening van de rechthebbende of voor
                    rekening van de veroorzaker van de schade. </al>
        <al/>
        <al>De aanleg van de perceelaansluitleiding geschiedt door de gemeente of door een
                    namens de gemeente in te schakelen aannemer. Burgemeester en wethouders stellen
                    de kosten van de aanleg van de perceelaansluitleiding vast met behulp van de bij
                    deze verordening behorende tarievenlijst. . De gemeente kan in ieder geval niet
                    worden gehouden tot feitelijke aanleg van de perceelaansluitleiding over te
                    gaan, voordat de rechthebbende zich schriftelijk akkoord heeft verklaard met de
                    kosten van de aanleg van de perceelaansluitleiding die zijn vastgesteld aan de
                    hand van de tarievenlijst, en de over die kosten verschuldigde
                    omzetbelasting.</al>
        <al/>
        <al>De tarieven moeten worden aangemerkt als genotsretributies in de zin van artikel
                    229 van de Gemeentewet. Dit betekent dat niet meer in rekening mag worden
                    gebracht dan de daadwerkelijke kosten die gemoeid zijn met het aanleggen van een
                    perceelaansluitleiding.</al>
        <al/>
        <al>De verlening van de vergunning kan door de gemeente worden geweigerd als
                    aansluiting van de particuliere afvoerleiding op het openbaar riool of wijziging
                    van die aansluiting vanwege technische juridische of milieuhygiënische redenen
                    bezwaarlijk is. In de verordening is geen uitputtende regeling opgenomen met
                    betrekking tot de weigeringsgronden van de vergunning. </al>
        <al/>
        <al>De rioolaansluitverordening van de gemeente Beuningen bestaat uit 17 artikelen,
                    die zijn ondergebracht in VI afdelingen. Afdeling II regelt de vergunning: een
                    omschrijving van de vergunningsplicht, de aanvraag, de verlening en tot slot de
                    gronden tot weigering. Tevens is er een aanhoudingsplicht geregeld. In afdeling
                    III komt het tot stand brengen van de aansluiting aan de orde. Hierin worden het
                    verzoek tot aanleg of wijziging, de kosten en de uitvoering geregeld. Het
                    onderhoud komt in afdeling IV aan de orde, de verwijdering en sloop van de
                    aansluiting in afdeling V. De laatste afdeling tenslotte, afdeling VI, betreft
                    de overgangs- en slotbepalingen.</al>
        <al/>
        <al>1.3 Artikelsgewijze toelichting</al>
        <al/>
        <al>Artikel 1 Begripsbepalingen</al>
        <al>In artikel 1 worden de begripsbepalingen gegeven. De begrippenlijst is tamelijk
                    uitgebreid om te voorkomen dat onnodige discussie kan ontstaan over de betekenis
                    van bepaalde begrippen. Voor de uitleg van de bepalingen in de
                    rioolaansluitverordening en de voorschriften in een aansluitvergunning, gelden
                    de definities van artikel 1. De aansluitleiding is de benaming voor de gehele
                    leiding vanaf de binnenriolering tot aan het openbaar riool. Deze
                    aansluitleiding wordt volgens de definities vervolgens onderverdeeld in de
                    particuliere afvoerleiding, het aansluitpunt en de perceelaansluitleiding (zie
                    afbeelding 1.1). Omdat het aansluitpunt de scheidingslijn vormt tussen de
                    beheersverantwoordelijkheid van de gemeente en de beheersverantwoordelijkheid
                    van de perceeleigenaar is het belangrijk dat een duidelijke definitie wordt
                    gegeven van het aansluitpunt die ook goed past bij de situatie in de gemeente. </al>
        <al/>
        <al>In de gemeente Beuningen wordt als aansluitpunt aangemerkt:</al>
        <al>• De ontstoppingsvoorziening, gelegen om en nabij 0,5 meter van de kadastrale
                    eigendomsgrens op het terrein van de particulier</al>
        <al>• Bij afwezigheid van de ontstoppingsvoorziening bij een vrij vervalstelstel het
                    punt waar de aansluitleiding de kadastrale eigendomsgrens snijdt</al>
        <al>• Bij afwezigheid van de ontstoppingsvoorziening bij een mechanisch stelstel het
                    punt, gelegen op 0,5 meter van een gemeentelijke voorziening.</al>
        <al/>
        <al>Schematisch ziet het e.e.a. er als volgt uit:</al>
        <al>Afbeelding 1.1</al>
        <al>De rechthebbende is degene die een aansluitvergunning kan aanvragen. De
                    rechthebbende is de perceelseigenaar. Tevens worden als rechthebbende
                    aangemerkt: </al>
        <al>• De zakelijke gerechtigde van een aan te sluiten perceel;</al>
        <al>• De rechtsopvolgers van deze eigenaren of zakelijk gerechtigden, zodat de
                    vergunning geldig blijft in geval het perceel bijvoorbeeld wordt verkocht;</al>
        <al>• Vereniging van eigenaren;</al>
        <al>• De rechthebbende die zijn eigendom verhuurt. Hij moet er voor te zorgen dat de
                    huurder de voorschriften van de aansluitvergunning naleeft. Dit geldt ook als de
                    verhuurder een woningbouwvereniging is. De woningbouwvereniging is als
                    rechthebbende (vergunninghouder) het aanspreekpunt in relatie tot de
                    gemeente.</al>
        <al/>
        <al>Het begrip ‘afvalwater’ omvat al het water dat afkomstig is van een perceel,
                    waarvan de houder zich, met het oog op de verwijdering daarvan, ontdoet,
                    voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. Hiervan is echter
                    hemelwater, bronneringswater en drainagewater uitgesloten, tenzij het
                    redelijkerwijs niet van de rechthebbende kan worden gevergd dat het afvloeiend
                    hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater wordt gebracht. Hoewel
                    de afvalwaterzorgplicht uit artikel 10.33 Wm toeziet op de inzameling en het
                    transport van stedelijk afvalwater, hetgeen volgende de begripsbepalingen
                    huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater,
                    afvloeiend hemelwater, grondwater of ander water is, is in deze verordening
                    gekozen voor een breder begrip. Hiermee wordt de mogelijkheid geboden om ander
                    water dan slechts huishoudelijk afvalwater op het gemeentelijk riool te lozen,
                    als aan de voorwaarden uit de verordening is voldaan. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 2 Vergunningplicht</al>
        <al/>
        <al>In artikel 2 wordt bepaald dat aansluiting van een particuliere afvoerleiding op
                    de openbare riolering of wijziging van een dergelijke aansluiting, verboden is
                    zonder vergunning. Tevens geldt de vergunning ook voor het in stand houden van
                    een aansluiting. De voor het in werking treden van de rioolaansluitverordening
                    reeds bestaande aansluitingen vallen uitdrukkelijk niet onder de
                    vergunningplicht om te voorkomen dat voor alle bestaande situaties bij het in
                    werking treden van de verordening een vergunning moet worden afgegeven. Zie
                    hiervoor artikel 14 inzake het overgangsrecht.</al>
        <al>Een vergunning is een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
                    Bijzondere bepalingen omtrent beschikkingen zijn te vinden in hoofdstuk 4, titel
                    4.1 Beschikkingen van genoemde wet. </al>
        <al/>
        <al>In de vergunning kunnen een aantal voorschriften worden opgenomen omtrent de
                    particuliere afvoerleiding zoals die aanwezig moet zijn op het moment dat de
                    aansluiting tot stand gebracht wordt. Daarnaast kunnen de voor de rechthebbende
                    geldende regels uit de verordening met betrekking tot het onderhoud, de
                    renovatie, vervanging en sloop, in de vergunning worden vermeld. </al>
        <al/>
        <al>In lid 3 wordt aangegeven dat burgemeester en wethouders alleen
                    aansluitvergunningen verlenen voor aansluitingen die overeenstemmen met het
                    openbaar riool ter plaatse. Dit betekent dat er bijvoorbeeld geen vergunning kan
                    worden verkregen voor de gemengde afvoer van hemelwater en het overige
                    afvalwater als ter plaatse een gescheiden stelsel ligt. Met deze bepaling in lid
                    3 is een duidelijke basis gelegd voor handhavend optreden. Iemand die
                    bijvoorbeeld een aansluiting heeft op de drukriolering en daar later een leiding
                    voor de afvoer van hemelwater op wil aansluiten, handelt in strijd met de
                    verordening. </al>
        <al/>
        <al>De gemeente kan bij de handhaving van de rioolaansluitverordening niet overgaan
                    tot het afsluiten van een aansluitleiding als dit tot gevolg heeft dat de
                    rechthebbende niet meer in staat is zijn afvalwater van het perceel af te
                    voeren. De gemeente zou dan in strijd handelen met haar zorgplicht van artikel
                    10.33 Wet milieubeheer. In plaats van op deze wijze bestuursdwang toepassen, zou
                    in deze gevallen het opleggen van een dwangsom uitkomst kunnen bieden.</al>
        <al/>
        <al>In lid 3 wordt tevens bepaald dat de vergunning wordt verleend ten behoeve van
                    de afvoer van hemelwater naar het daarvoor bedoelde buizenstelsel, als ter
                    plaatse een gescheiden stelsel aanwezig is en redelijkerwijs niet kan worden
                    gevergd dat het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het
                    oppervlaktewater wordt gebracht. Dit past binnen de watertrits vasthouden-
                    bergen- afvoeren. </al>
        <al/>
        <al>Als de vergunning is verleend kan de rechthebbende een verzoek doen aan
                    burgemeester en wethouders om de perceelaansluitleiding aan te leggen zodat de
                    rechthebbende hierop kan aansluiten (zie artikel 7). Om te voorkomen dat de
                    gemeente aansluitvergunningen verleent voor percelen waar uiteindelijk geen
                    aansluiting tot stand wordt gebracht, kunnen burgemeester en wethouders als een
                    jaar na de vergunningverlening nog geen verzoek is gedaan tot aansluiting, de
                    vergunning intrekken. Omdat net als een vergunningverlening de intrekking is aan
                    te merken als een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, moet
                    de rechthebbende in de gelegenheid worden gesteld toe te lichten waarom nog niet
                    is verzocht tot aansluiting en moet de intrekking worden voorzien van een
                    deugdelijke motivering. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 3 De vergunningaanvraag</al>
        <al/>
        <al>Artikel 3 bepaalt dat de vergunning moet worden aangevraagd door de
                    rechthebbende. Om dit te vereenvoudigen, moet de aanvraag worden gedaan met een
                    daartoe bestemd formulier. Tevens kan de aanvraag digitaal met een daartoe
                    bestemd formulier worden gedaan. </al>
        <al/>
        <al>In het tweede lid is vastgelegd waaraan de aanvraag moet voldoen. Omdat het
                    mogelijk is dat de gevraagde gegevens die nodig zijn om een aansluiting goed tot
                    stand te brengen, reeds zijn vastgelegd in een bouwvergunning of een vergunning
                    op grond van de Wet milieubeheer, kan de aanvrager in dat geval volstaan met een
                    kopie van deze gegevens. </al>
        <al/>
        <al>Op grond van lid 4 krijgt de aanvrager, na daarover geïnformeerd te zijn, nog
                    vier weken de tijd om de gegevens aan te vullen als de overlegde gegevens
                    incompleet zijn. Als na het verstrijken van die periode de gegevens nog steeds
                    onvolledig zijn of opnieuw een onvolledige aanvraag wordt ingediend, kunnen
                    burgemeester en wethouders op basis van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene
                    wet bestuursrecht besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 4 Weigering van de aansluitvergunning</al>
        <al/>
        <al>In artikel 4 is vastgelegd op welke gronden de vergunning geweigerd kan worden.
                    In lid 1 is aangegeven dat het moet gaan om redenen die de doelmatige inzameling
                    en afvoer van het riool belemmeren.</al>
        <al>In lid 2 worden voorbeelden gegeven van mogelijke weigeringsgronden. De
                    hoogteligging is bijvoorbeeld een technische weigeringsgrond, de lozing van niet
                    verontreinigd drainagewater is een milieuhygiënische grond en de verlening van
                    andere vergunningen een juridische grond. De in lid 2 genoemde weigeringsgronden
                    zijn niet uitputtend bedoeld en moeten worden gezien als ondersteuning van de
                    motivatie om een vergunning te weigeren. Bij een weigering wordt altijd
                    aangegeven aan welke eisen moet worden voldaan om alsnog voor de
                    aansluitvergunning in aanmerking te komen. </al>
        <al/>
        <al>Per 1 januari 2008 is de ‘Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke
                    watertaken’ in werking getreden. Deze wet schept drie zorgplichten voor
                    gemeenten die zijn opgenomen in art. 10.33 Wet milieubeheer (de
                    afvalwaterzorgplicht) en art. 3.5 en 3.6 Waterwet (hemelwaterzorgplicht en de
                    grondwaterzorgplicht). De afvalwaterzorgplicht en de hemelwaterzorgplicht zijn
                    van belang in deze verordening. De afvalwaterzorgplicht houdt in het kort in dat
                    de gemeente de zorgplicht heeft om stedelijk afvalwater in te zamelen en te
                    transporteren naar een zuiveringstechnisch werk van stedelijk afvalwater. De
                    hemelwaterzorgplicht houdt in dat de gemeenteraad of het college van
                    burgemeester en wethouders zorg dragen voor een doelmatige inzameling en
                    verwerking van het afvloeiend hemelwater, voor zover van diegene die zich
                    daarvan ontdoet, voornemens is te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs
                    niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het
                    oppervlaktewater te brengen. De rioolaansluitverordening sluit hier op aan. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 5 Verlening van de aansluitvergunning</al>
        <al/>
        <al>Burgemeester en wethouders moeten op grond van artikel 5 lid 1 binnen 8 weken
                    beslissen op de aanvraag. Deze termijn moet voldoende zijn om een aanvraag voor
                    een aansluitvergunning te behandelen, en komt overeen met die welke in artikel
                    4:13, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht als redelijk wordt
                    aangemerkt in geval er geen termijn is bepaald. Als binnen deze termijn geen
                    beslissing op de aanvraag wordt genomen zonder opgaaf van redenen zoals het
                    ontbreken van gegevens om de aanvraag te behandelen of het aanhouden van de
                    aanvraag zoals net genoemd, geldt het zesde lid. In dat geval is de vergunning
                    van rechtswege verleend. In geval de rechthebbende voor het betreffende perceel
                    ook nog een aanvraag voor een bouwvergunning, een milieuvergunning of een
                    omgevingsvergunning heeft lopen, wordt de aanvraag voor de aansluitvergunning
                    aangehouden totdat deze vergunningen zijn verleend. Een weigering van de
                    bouwvergunning, de milieuvergunning of een omgevingsvergunning vormt een directe
                    weigeringsgrond voor de aansluitvergunning. Deze weigeringsgrond is opgenomen in
                    artikel 4.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 6 Hardheidsclausule</al>
        <al/>
        <al>Om te voorkomen dat toepassing van de bepalingen omtrent het verlenen van de
                    aansluitvergunning in een concreet geval zou leiden tot een beslissing in strijd
                    met de redelijkheid en billijkheid, is in artikel 6 een hardheidsclausule
                    opgenomen.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 7 Het verzoek tot de aanleg of wijziging perceelaansluitleiding</al>
        <al/>
        <al>In artikel 7 is vastgelegd hoe de rechthebbende na het verkrijgen van de
                    vergunning een verzoek kan doen tot aansluiting op het openbaar
                    leidingenstelsel. Na het indienen van een verzoek moet de gemeente binnen vier
                    weken contact op te nemen met de initiatiefnemer om een afspraak te maken ten
                    einde de werkzaamheden uit te voeren. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 8 Kosten van de aansluiting</al>
        <al/>
        <al>Het bedrag dat de rechthebbende voor de (aanleg van de) aansluiting moet
                    betalen, moet worden aangemerkt als een recht dat wordt geheven ter zake van het
                    genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten (art. 229,
                    eerste lid, sub b, van de Gemeentewet). Dit betekent dat het in rekening
                    gebrachte bedrag niet hoger mag zijn dan de kosten die de gemeente in
                    werkelijkheid moet maken. </al>
        <al/>
        <al>Burgemeester en wethouders stellen de kosten van de aanleg van de
                    perceelaansluitleiding vast, aan de hand van de tarievenlijst
                    rioolaansluitingen. De gemeente kan in ieder geval niet worden gehouden tot
                    feitelijke aanleg van de perceelaansluitleiding over te gaan, voordat de
                    rechthebbende zich schriftelijk akkoord heeft verklaard met de kosten van de
                    aanleg van de perceelaansluitleiding die zijn vastgesteld aan de hand van de in
                    het eerste lid genoemde tarievenlijst, en de over die kosten verschuldigde
                    omzetbelasting. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 9 Uitvoering aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding</al>
        <al/>
        <al>In artikel 9 wordt bepaald dat de aanleg van de perceelaansluitleiding geschiedt
                    door of vanwege de gemeente. Nadat de gemeente de perceelaansluitleiding heeft
                    laten aanleggen, sluit de rechthebbende zijn particuliere afvoerleiding aan op
                    de perceelaansluitleiding. Daarna moet het aansluitpunt nog drie werkdagen in
                    het zicht blijven zodat de gemeente kan controleren of de aansluiting deugdelijk
                    tot stand is gebracht. Het is raadzaam in de aansluitvergunning hiervoor nadere
                    bepalingen op te nemen, waarbij ook de verplichting wordt opgelegd het gat in de
                    grond rond het aansluitpunt goed af te zetten. Lid 4 geeft aan dat een
                    aansluiting niet plaats vindt als het particulier riool niet voldoet aan de
                    daaraan te stellen bouwtechnische eisen. Deze bepaling moet worden gezien als
                    een vangnet bepaling.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 10 Beheer, onderhoud, renovatie en vervanging</al>
        <al/>
        <al>Artikel 10 geeft nadere regels over het onderhoud, de renovatie en vervanging
                    van de aansluitleiding. In het eerste lid is aangegeven dat onjuist gebruik van
                    de aansluitleiding niet is toegestaan. In het tweede lid staan een aantal
                    omstandigheden die in ieder geval onder ‘onjuist gebruik’ vallen. Hierbij valt
                    te denken aan bijvoorbeeld het gebruik van chloor bij een IBA-systeem, het
                    doorspoelen van vochtige doekjes, of het lozen van hemelwater op drukriolering.
                    De gemeente verricht op haar eigen kosten de onderhouds- en herstelwerkzaamheden
                    aan de perceelaansluitleiding, tenzij het aannemelijk is dat de betreffende
                    onderhouds- of herstelwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd ten gevolge van een
                    onjuist gebruik van de aansluitleiding door de rechthebbende of de gebruiker. In
                    dat geval komen de kosten voor rekening van de rechthebbende. Tevens moet de
                    rechthebbende zorgen dat de door hem gebruikte aansluiting vrij blijft van
                    aanslag, slib, en dergelijke, waardoor op den duur de leiding verstopt kan
                    raken. De rechthebbende is zelf verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud
                    van de particuliere afvoerleiding, tenzij aannemelijk is dat de noodzaak tot
                    onderhoud is veroorzaakt door terugstroming van afvalwater uit het openbaar
                    riool.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 11 Calamiteiten</al>
        <al/>
        <al>In artikel 11 is een calamiteitenregeling opgenomen. Bij verstoppingen dient de
                    rechthebbende de ontstoppingsvoorziening openen om te achterhalen of de
                    verstopping zich op gemeenteterrein of particulier terrein bevindt. Als de
                    verstopping zich in de particuliere afvoerleiding bevindt, moet de rechthebbende
                    zelf de storing of verstopping te verhelpen. Dat is het geval als de
                    ontstoppingsvoorziening leeg is. Door een storing in de particuliere
                    afvoerleiding kan het afvalwater niet komen tot aan de ontstoppingsvoorziening.
                    Dit is wel het geval als de ontstoppingsvoorziening vol staat. Dan zit de
                    storing in de perceelsaansluitleiding en moet de rechthebbende contact op nemen
                    met de gemeente. De gemeente zal een storing of verstopping in de
                    perceelaansluitleiding zelf verhelpen en brengt daar geen kosten voor in
                    rekening bij de rechthebbende. Dit laatste geldt niet als de storing of
                    verstopping is veroorzaakt door een constructief gebrek aan de
                    perceelaansluiting. </al>
        <al/>
        <al>De gemeente verricht op haar eigen kosten de onderhouds- en herstelwerkzaamheden
                    aan de perceelaansluitleiding, tenzij het aannemelijk is dat de betreffende
                    onderhouds- of herstelwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd ten gevolge van een
                    onjuist gebruik van de aansluitleiding door de rechthebbende of de gebruiker. In
                    dat geval komen de kosten voor rekening van de rechthebbende. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 12 Zorgplicht </al>
        <al/>
        <al>In artikel 12 zijn bepalingen opgenomen over de zorg die betracht moet worden
                    bij werkzaamheden, bijvoorbeeld sloopwerkzaamheden, die schade kunnen
                    veroorzaken aan het openbaar riool. Hierbij kan gedacht worden aan verzanding
                    van het riool. In het belang van het openbaar riool heeft de gemeente de
                    bevoegdheid om de aansluiting op het openbaar riool op kosten van de
                    rechthebbende af te sluiten als de rechthebbende zelf geen voorzieningen treft
                    om schade aan het openbaar riool te voorkomen. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 13 Beëindiging gebruik</al>
        <al/>
        <al>In dit artikel is vastgelegd dat bij definitieve beëindiging van het gebruik van
                    een aansluitleiding, de aansluitvergunning wordt ingetrokken en de leiding wordt
                    verwijderd. Aan de gemeente wordt de keuze gelaten om te bepalen of de gehele
                    aansluitleiding moet worden verwijderd of dat slechts de particuliere
                    afvoerleiding zal moeten worden verwijderd, waarbij de perceelaansluitleiding
                    wel behouden blijft. </al>
        <al/>
        <al>In het licht van de plicht van de gemeente om te zorgen voor de doelmatige
                    inzameling en het doelmatig transport van afvalwater kan het gewenst zijn dat de
                    perceelaansluitleiding behouden blijft. Zeker als het gaat om beëindiging van
                    het gebruik vanwege sloop en herbouw van de bestaande bouw zal het beter kunnen
                    zijn om te bepalen dat slechts de particuliere afvoerleiding moet worden
                    verwijderd.</al>
        <al/>
        <al>In het licht van de plicht van de gemeente om te zorgen voor de doelmatige
                    inzameling en het doelmatig transport van afvalwater kan het namelijk gewenst
                    zijn, dat de perceelaansluitleiding behouden blijft, bijvoorbeeld omdat in de
                    nabije toekomst weer gebruik gemaakt zal gaan worden van de
                    perceelaansluitleiding. Gelet op de rechtszekerheid verdient het aanbeveling,
                    dat de gemeente hiervoor enig beleid opstelt.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 14 Overgangsrecht</al>
        <al/>
        <al>Omdat met het van kracht worden van de rioolaansluitverordening juridisch een
                    nieuwe situatie ontstaat, zijn in artikel 14 een aantal overgangsbepalingen
                    opgenomen. Aanvragen tot aansluiting of wijziging van een aansluiting die na de
                    inwerkingtreding van de nieuwe verordening nog in behandeling moeten worden
                    genomen, worden behandeld volgens de regeling in de verordening. </al>
        <al/>
        <al>Middels lid 1 van artikel 14 worden op alle reeds bestaande aansluitingen de
                    bepalingen met betrekking tot het beheer en onderhoud en de zorgplicht bij
                    verwijdering en sloop van toepassing verklaard. Uiteraard mag deze toepassing
                    geen strijd opleveren met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Bij
                    wijziging van een bestaande aansluiting bestaat de plicht om daarvoor een
                    aansluitvergunning te verkrijgen. </al>
        <al/>
        <al>Omdat het denkbaar is dat voor het tot stand brengen van aansluitingen op het
                    openbaar riool in het verleden met perceeleigenaren overeenkomsten zijn gesloten
                    waarin afspraken zijn gemaakt die strijd opleveren met de aansluitverordening,
                    is in lid 2 vastgelegd dat in dergelijke situaties de bepalingen van de
                    overeenkomst prevaleren. Het zou immers in strijd zijn met het
                    rechtszekerheidsbeginsel als deze afspraken zomaar opzij worden gezet.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 15 Toezicht</al>
        <al/>
        <al>In artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt aangegeven dat
                    ondertoezichthouder wordt verstaan: een natuurlijk persoon, die bij of krachtens
                    een wettelijk voorschrift is belast met het houden van toezicht op de naleving
                    van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. Een persoon die
                    aangewezen is als toezichthouder beschikt in beginsel over alle in afdeling 5.2
                    van de Awb opgenomen bevoegdheden. Op grond van artikel 5:14 van de Awb kunnen
                    deze bevoegdheden bij verordening of bij besluit van het college worden beperkt.
                    In dit verband is tevens artikel 5:16a van de Awb van belang. Hierin staat
                    beschreven dat eentoezichthouder bevoegd is van personen inzage te vorderen van
                    een identiteitsbewijs als bedoeld</al>
        <al>in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Het college wijst in de regel
                    een gemeentelijkeafdeling of dienst aan waarvan de ambtenaren zijn belast met
                    het toezicht op de naleving van deverordening. Voorts kan het college ambtenaren
                    aanwijzen van andere afdelingen of diensten.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>