<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR27912_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-05-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Koerier, 16 juni 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet milieubeheer, artikel 10.32a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-05-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-06-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BW10.00235</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-32670</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad der gemeente Beuningen </al><al/><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Beuningen 6 april
                        2010 nr. BW10.00235;</al><al/><al>Gelet op artikel 10.32a van de Wet milieubeheer;</al><al/><al>Overwegende dat de Wet milieubeheer de bevoegdheid biedt bij verordening
                        regels te stellen over het brengen van afvloeiend hemelwater of grondwater
                        op of in de bodem of in een rioolvoorziening en over het beëindigen van het
                        lozen van afvloeiend hemelwater en grondwater in een rioolvoorziening voor
                        afvalwater;</al><al/><al>Overwegende dat het gewenst is gebruik te maken van de mogelijkheid het
                        afvloeiend hemelwater en het grondwater in een bepaald gebied vanaf een
                        vooraf te bepalen datum niet meer te doen afvloeien in een openbaar
                        vuilwaterriool;</al><al/><al>B E S L U I T :</al><al>vast te stellen de navolgende <vet>Verordening op de afvoer van hemelwater
                            en grondwater</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze Verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal
                                of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct
                                hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect
                                steun vindt in of op de grond, bedoeld om te plaatse te
                                functioneren. </al></li><li nr="b."><al>Beheerder van het openbaar riool: het college. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Plicht tot afkoppelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beheerder van het openbaar riool kan een gebied aanwijzen waarbinnen
                            het verboden is een hemelwaterafvoerleiding aan te sluiten of
                            aangesloten te houden op het openbaar vuilwaterriool. Eenzelfde
                            gebiedsaanwijzing kan door genoemde beheerder worden gedaan ten aanzien
                            van het vrijkomende grondwater bij drainage, oppompen of andere vormen
                            van onttrekkingen.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Beuningen/i2213.pdf">Gebiedsaanwijzingen BW10.00788</extref></al><al><noot id="d296e107"><noot.al>Burgemeester en wethouders hebben een gebied aangewezen bij
                                    besluit d.d. 15 juni 2010, BW10.00788. </noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beheerder kan de wijze bepalen waarop het afkoppelen plaatsvindt.
                        </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gebiedsaanwijzing heeft geen betrekking op inrichtingen in de zin van
                            de Wet milieubeheer en de openbare weg. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt de beheerder van het
                            openbaar riool rekening met het gemeentelijk rioleringsplan. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de tiende week na
                            de dag waarop zij bekend is gemaakt. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De beheerder kan ontheffing verlenen van de verplichting tot afkoppelen
                            die voortvloeit uit de gebiedsaanwijzing, indien van de eigenaar van het
                            bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van
                            afvoer van het hemelwater kan worden gevergd. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3:4 van de
                            Algemene wet bestuursrecht van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het krachtens artikel 2 bepaalde en de daarbij gegeven
                        voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de tweede
                        categorie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van de bepalingen bij of krachtens deze
                        Verordening gesteld zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen
                        personen of groep van personen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze Verordening treedt in werking op de achtste dag volgend op die van haar
                        bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze Verordening wordt aangehaald als Verordening op de afvoer van
                        hemelwater en grondwater. </al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Beuningen, 18 mei 2010.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd.</ondertekening><ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel/></kop><al/><al>Algemeen</al><al/><al>Met de inwerkingtreding van de Wet Gemeentelijke Watertaken per 1 januari 2008
                    is o.a. de Wetmilieubeheer gewijzigd. In artikel 10.32a van de Wet milieubeheer
                    is opgenomen datgemeenteraden een nieuwe bevoegdheid hebben en in het belang van
                    de bescherming van het</al><al>milieu bij verordening regels kunnen stellen aan het lozen van afvalwater op de
                    riolering. Hiermeehebben gemeenten een nieuw instrument gekregen om de
                    gemeentelijke watertaken (zorgplichten) vorm te geven. De wet geeft een
                    bevoegdheid. Dit betekent dat gemeenten nietverplicht zijn een verordening voor
                    het lozen van afvalwater op de riolering te hebben. </al><al/><al>Hetrioleringsbeleid is neergelegd in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP).</al><al>Over de riolering en de aansluiting van bouwwerken op de openbare riolering
                    staan voorschriftenin het Bouwbesluit 2003 (BB) en de gemeentelijke
                    Bouwverordening. De onderhavige verordening is aanvullend en komt niet in strijd
                    met plichten die elders zijn vastgelegd. Bij strijd zou de hogere regeling – het
                    Bouwbesluit – voorgaan.</al><al/><al>Artikel 1 Begripsbepalingen</al><al/><al>Bouwwerk</al><al>Een definitie van het begrip bouwwerk geeft de Wet milieubeheer niet, in de
                    bouwverordening wordt een in de jurisprudentie aanvaarde definitie
                    aangehouden:</al><al><cursief>bouwwerk</cursief>: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                    metaal of ander materiaal, die opde plaats van bestemming hetzij direct hetzij
                    indirect met de grond verbonden is, hetzij direct ofindirect steun vindt in of
                    op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.</al><al/><al>Deze omschrijving is in deze verordening overgenomen. De plicht een bouwwerk aan
                    te sluitenaan het openbaar riool staat in de gemeentelijke bouwverordening.
                    (art. 2.7.4 en 5.3.4). Aan de hand van de vier elementen van de definitie van
                    het begrip bouwwerk: 1) constructie, 2) van enige omvang, 3) met de grond
                    verbonden, 4) bedoeld om ter plaatse te functioneren, wordt bepaald op een
                    object een bouwwerk is of niet. Over het begrip bouwwerk bestaat een uitgebreide
                    jurisprudentie, het is niet zonder meer duidelijk wanneer aan de vier
                    voorwaarden wordt voldaan om tot de conclusie te komen dat een object een
                    bouwwerk is. </al><tussenkop>beheerder openbaar riool: </tussenkop><al>De in artikel 2 genoemde beheerder van het openbaar riool is het college van
                    burgemeester enwethouders.Een begripsbepaling voor open erf en terrein is niet
                    opgenomen. Met het besluit totgebiedsaanwijzing en de bijbehorende kaart heeft
                    het college voldoende mogelijkheden om openerven en terreinen al dan niet onder
                    de werking van het besluit en daarmee de plicht totafkoppelen te brengen.</al><al/><al>Artikel 2 Plicht tot afkoppelen</al><al/><al>Inleiding</al><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid om een eigenaar van een bouwwerk, die niet uit
                    vrije wil meewerkt aan de uitvoering van een rioleringsplan, te dwingen de
                    hemelwaterafvoer los te koppelen van het vuilwaterriool. Een dergelijke
                    verplichting voor bestaande bouwwerken is enkel mogelijk indien een andere wijze
                    van afvoeren of verwerken van hemelwater redelijk is. </al><al/><al>Een afweging tussen de kosten van het afkoppelen en het treffen van
                    voorzieningen die daarmee verband houden in relatie tot de voordelen die hiervan
                    worden verwacht (o.a. het milieurendement en mogelijke reductie van
                    wateroverlast) en de relatie met de ouderdom van het bouwwerk waarin of waaraan
                    de voorzieningen worden getroffen, dient plaats te vinden en inzichtelijk te
                    worden gemaakt bij het effectief maken van de bedoelde verplichting.</al><al/><al>Voor grondwater dat vrijkomt bij drainage, oppompen of andere vormen van
                    onttrekkingen ofontwateren geldt een gelijke situatie. Ook hier kan het
                    wenselijk zijn dat het water op een anderewijze wordt afgevoerd dan via het
                    vuilwaterriool.Het artikel werkt pas nadat met betrekking tot de riolering in
                    een bepaalde kern, buurt, wijk ofstraat een situatie is ingetreden, waardoor het
                    naar het oordeel van de beheerder van hetrioleringsstelsel nodig wordt het
                    loskoppelen en het op andere wijze afvoeren van het hemelwaterte verlangen.
                    Meestal zal dit zijn na een renovatie, groot onderhoud, geheel vernieuwen van
                    hetrioolstelsel, waarbij hetzij een gemengd stelsel wordt vervangen door een
                    gescheiden rioolstelsel,hetzij een mogelijkheid bestaatHet kunnen beschikken
                    over dit nieuwe artikel is van belang voor het handhaven van de plicht
                    totafkoppelen bij huishoudens.</al><al/><al>De gemeenteraad is verplicht een gemeentelijk rioleringsplan (GRP) vast te
                    stellen ingevolgeartikel 4.22 Wet milieubeheer. Dit plan bevat beleid en
                    normering voor het rioleringsstelsel in degemeente en geeft aan wanneer
                    vernieuwing en onderhoud plaatsvindt. Daarnaast zal degemeente uiterlijk voor
                    eind 2012 de zorgplichten voor het afvalwater, hemelwater en grondwaterin het
                    (verbreed) GRP moeten hebben geformuleerd. De basis voor de verplichting tot
                    afkoppeling – inclusief de afweging van de redelijkheid en de kosten – ligt in
                    het GRP. Indien het GRP geen beleidsvoornemen bevat over het afkoppelen, kan dit
                    artikel niet worden toegepast.</al><al/><al>Redelijkheid</al><al>Art. 10.32a, tweede lid Wet milieubeheer luidt: Van de mogelijkheid, bedoeld in
                    het eerste lid,onderdeel b, wordt geen gebruikgemaakt, indien van degene bij wie
                    afvloeiend hemelwater ofgrondwater vrijkomt redelijkerwijs geen andere wijze van
                    afvoer van dat water kan wordengevergd. De redelijkheid tot het invoeren van een
                    plicht tot afkoppelen in een bepaald gebied wordt overwogen en gemotiveerd bij
                    het opstellen van het GRP. Daarnaast is voor gevallen waarin de plicht
                    onredelijk uitwerkt een mogelijkheid tot ontheffing opgenomen.</al><al/><al>Ontluchting</al><al>De ontluchting van het rioleringsstelsel verdient bijzondere aandacht.
                    Gebruikelijk is de ontluchting van de riolering te doen plaatsvinden via een
                    bovendakse uitmonding. Er kunnen zich situaties voordoen dat het afkoppelen van
                    de hemelwaterafvoer leidt tot het niet of minder effectief ontluchten. Indien
                    valt te voorzien dat ontluchtingsproblemen ontstaan in het hoofdriool ten
                    gevolge van het afkoppelen en er geen goede oplossing beschikbaar is dan wel
                    deze onevenredig hoge kosten veroorzaakt, is de gebiedsaanwijzing niet mogelijk.
                    In het GRP dient aandacht te worden besteed aan deze problematiek.</al><al/><al>Lid 1</al><al>Het eerste lid geeft de plicht tot afkoppelen van de hemelwaterafvoerleiding van
                    het openbaarvuilwaterriool of voorzover nog geen aansluiting aan het openbaar
                    vuilwaterriool bestaat, deze niet aan te brengen. Het gaat hier zowel om de
                    afvoerleidingen die direct zijn aangesloten op hetopenbaar vuilwaterriool
                    alsmede leidingen die op het perceel of binnen de woning/het gebouw zijn
                    aangesloten op een gemengde leiding die op het openbaar vuilwaterriool is
                    aangesloten. De plicht tot afkoppelen geldt voor alle eigenaren van bouwwerken,
                    open erven en terreinen, voor zover deze zijn gelegen binnen de
                    gebiedsaanwijzing en het desbetreffende besluit geen uitzondering bevat.
                    Eenzelfde situatie geldt voor het grondwater.</al><al/><al>Een gebiedsaanwijzing is een besluit van algemene strekking, meer in het
                    bijzonder een bestuurlijke maatregel. Dit is een besluit in de zin van de
                    Algemene wet bestuursrecht. Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt
                    de beheerder van het openbaar riool rekening met het gemeentelijk
                    rioleringsplan. De beheerder van het openbaar vuilwaterriool is de gemeente,
                    vertegenwoordigd door het college.</al><al/><al>De plicht tot afkoppelen is niet beperkt tot het bouwwerk, maar betreft ook open
                    erf of terrein. Bedoeld is zowel het afvloeiend hemelwater dat afkomstig is van
                    een bouwwerk en via eendakgoot, regenpijp, afvoerbuis enz. het openbaar
                    vuilwaterriool bereikt als het afvloeiendhemelwater dat afkomstig is van een
                    open erf of terrein en via goten, putten, afvoerbuis enz. hetopenbaar
                    vuilwaterriool bereikt te omvatten. Een open erf of terrein waarin goten en
                    putten zijnaangebracht is onder meer een terras, een oprit, een parkeerterrein,
                    een laad- en losperron.</al><al/><al>Het is mogelijk in de gebiedsaanwijzing een onderscheid te maken in het
                    afkoppelen van deaansluiting die zich bevindt aan de voorkant (wegzijde) van het
                    bouwwerk en de achterkant. Dit iseen gevolg van het redelijkheidscriterium uit
                    het tweede lid van art. 10.32a Wm. Dit zal meestalvoor een hele straat of een
                    rij woningen hetzelfde zijn.</al><al/><al>Lid 2</al><al>Evenals bij de eerste aansluiting aan het riool (art. 2.7.4 Bouwverordening) is
                    ook in ditartikel opgenomen dat door of vanwege de beheerder de wijze van
                    (technisch) aansluiten wordtaangegeven. Ten aanzien van het afkoppelen kan
                    eveneens worden aangegeven op welke wijzedit (technisch) moet gebeuren.</al><al/><al>Indien na het afkoppelen de hemelwaterafvoerleiding moet worden aangesloten aan
                    het openbaar riool, biedt de bouwverordening de mogelijkheid aan te geven op
                    welke wijze deze aansluiting (technisch) moet plaatsvinden.</al><al/><al>Lid 3</al><al>Aan een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer kunnen via de
                    milieuvergunning of de directwerkende (maatwerk)voorschriften eisen worden
                    gesteld. Deze kunnen betrekking hebben op hetafkoppelen van de hemelwaterafvoer
                    van het vuilwaterriool. Daarom zijn deze inrichtingen</al><al>uitgezonderd van de gebiedsaanwijzing over het afkoppelen. Bedrijven,
                    werkplaatsen, scholen,winkels enz die niet vallen onder de Wm, vallen wel onder
                    de verplichting van dit artikel. Ditbetekent dat ook scholen, buurthuizen e.d..
                    onder de verordening vallen, waardoor eventuele</al><al>kosten van het afkoppelen voor de gemeenten zelf zijn.</al><al/><al>Een redelijke uitvoering van dit artikel brengt met zich mee, dat in het geval
                    woningen en bedrijven onder één dak zijn gelegen en een gezamenlijke
                    hemelwaterafvoer bezitten, het besluit omtrent de gebiedsaanzijzing betrekking
                    heeft op het hele bouwwerk en op alle (deel-/appartements-) eigenaren.De
                    openbare weg waarin zich normaliter goten en putten voor de afvoer van
                    hemelwaterbevinden, is uitgesloten van de plicht tot afkoppelen. Dit komt pas
                    aan de orde wanneer deriolering in de straat wordt gesplitst in een
                    vuilwaterriool en een schoonwaterriool. Indien aan devoorzijde van een bouwwerk
                    het hemelwater wordt afgekoppeld van het vuilwaterriool en niet</al><al>afzonderlijk wordt opgevangen of afgevoerd, komt dit vanzelf op de straat en
                    vandaar in hetvuilwaterriool. Dan heeft afkoppelen geen zin.</al><al/><al>Lid 4</al><al>In het vierde lid is een relatie gelegd met het gemeentelijk rioleringsplan. Dit
                    plan bezit eenwettelijke basis en is in elke gemeente aanwezig, omdat de Wet
                    milieubeheer dit in artikel 4.22verplicht stelt. Andere plannen, waarin mogelijk
                    ook beleidsvoornemens staan over de riolering,hebben niet deze status, tenzij
                    deze zijn vastgesteld door de gemeenteraad als onderdeel van het gemeentelijk
                    rioleringsplan.</al><al/><al>Lid 5</al><al>Artikel 10.32a Wm geeft aan dat de termijn waarbinnen de lozing van het
                    hemelwater moet zijnbeëindigd in de verordening wordt genoemd. Hieraan is in het
                    derde lid voldaan. Met de termijn van tien weken is voldoende ruimte gelaten
                    voor de eventuele bezwaarfase tegen degebiedsaanwijzing en is er voldoende
                    ruimte voor de aannemer om planmatig in hetbedoelde gebied – na verkregen
                    opdracht van de individuele eigenaren – de werkzaamheden tekunnen
                    verrichten.</al><al/><al>Lid 6</al><al>Er is behoefte aan een ontheffing die kan worden toegepast in
                    uitzonderingssituaties waarintoepassing van gebiedsaanwijzing een bijzondere
                    onbillijkheid met zich brengt die niet behoort totde normaal beoogde gevolgen
                    van het de gebiedsaanwijzing. Enig nadeel is aanvaardbaar. Aaneen ontheffing
                    kunnen voorschriften worden verbonden. Een voorschrift kan betrekking hebben op
                    onder meer een uitstel van de plicht tot afkoppelen en op het treffen van een
                    alternatieve(tijdelijke) voorziening.</al><al/><al>Lid 7</al><al>De uniforme openbare voorbereidingsprocedure, afdeling 3.4 Awb, is van
                    toepassing verklaard.De voorbereiding van een besluit duurt iets langer; daar
                    staat tegenover dat de bezwaarschriftenfase na het nemen van het besluit
                    vervalt.</al><al/><al>Artikel 3 Strafbepaling</al><al>De Wet milieubeheer kent geen strafbepaling voor overtreding van een verordening
                    als bedoeld in artikel 10.32a. Deze wet bevat een uitgebreid systeem van
                    bestuurlijke boete, maar dit is nietgekoppeld aan art.10.32a. Daarom is in deze
                    verordening een zelfstandige strafbepalingopgenomen, gekoppeld aan de
                    geldboetecategorieën van art. 23 Wetboek van Strafrecht.</al><al>Gekozen is voor de geldboete van de tweede categorie als bedoeld in art. 23
                    Wetboek vanStrafrecht. Op grond van artikel 24c Wetboek van Strafrecht kan
                    vervangende hechtenis worden toegepast.Voor het handhaven van gemeentelijke
                    verordeningen geldt altijd de mogelijkheid van dwangsomen bestuursdwang. De
                    dwangsom komt voor dit type overtreding het eerst in aanmerking.</al><al/><al>Artikel 4 Toezicht op de naleving</al><al>In artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt aangegeven dat
                    ondertoezichthouder wordt verstaan: een natuurlijk persoon, die bij of krachtens
                    een wettelijk voorschrift is belast met het houden van toezicht op de naleving
                    van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. Een persoon die
                    aangewezen is als toezichthouder beschikt in beginsel over alle in afdeling 5.2
                    van de Awb opgenomen bevoegdheden. Op grond van artikel 5:14 van de Awb kunnen
                    deze bevoegdheden bij verordening of bij besluit van het college worden beperkt.
                    In dit verband is tevens artikel 5:16a van de Awb van belang. Hierin staat
                    beschreven dat eentoezichthouder bevoegd is van personen inzage te vorderen van
                    een identiteitsbewijs als bedoeld</al><al>in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Het college wijst in de regel
                    een gemeentelijkeafdeling of dienst aan waarvan de ambtenaren zijn belast met
                    het toezicht op de naleving van deverordening. Voorts kan het college ambtenaren
                    aanwijzen van andere afdelingen of diensten.</al><al/><al>Artikel 5 Inwerkingtreding</al><al>De inwerkingtreding van de verordening is in beginsel acht dagen na de
                    bekendmaking; zie artikel 142 van de Gemeentewet. </al><al/><al>Artikel 6 Citeertitel</al><al>De tekst van artikel 10.32a Wet milieubeheer geeft de verordening geen naam. De
                    naam Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater geeft het beste aan
                    waarover de verordening gaat.</al><al/><al>Overgangsrecht</al><al/><al>Overgangsrecht is niet nodig, omdat niet eerder en dergelijke verplichting tot
                    het afkoppelenbestond. In gemeenten waar dit wel het geval is, kan bij het nemen
                    van een gebiedsaanwijzingingevolge art. 2 van deze verordening (een besluit van
                    algemene strekking) hiermee rekening</al><al>worden gehouden. De gebiedsaanwijzing betreft dan niet die gebieden, bouwwerken,
                    erven enterreinen waarvoor eerder een soortgelijke verplichting is gegeven.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>