<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR27879_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Sint Anthonis 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Peelrandwijzer 30-09-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Sint Anthonis 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet art. 44, tweede en derde lid, 95 t/m 99 en 147, rechtspositiebesluit wethouders en het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-09-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur en recht</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Sint Anthonis 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>VERORDENING RECHTSPOSITIE WETHOUDERS, RAADS- EN COMMISSIELEDEN </vet></al><al><vet>GEMEENTE SINT ANTHONIS</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Sint Anthonis;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 juli 2009;</al><al/><al>gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van
                        de Gemeentewet,</al><al>voorts gelet op het Rechtspositiebesluit wethouders en het
                        rechtspositiebesluit raads- en commis-sieleden;</al><al/><al>BESLUIT: </al><al/><al>Vast te stellen de volgende “Verordening rechtspositie wethouders, raads- en
                        commissieleden gemeente Sint Anthonis”.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                            Gemeentewet; </al><al>b. Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart
                            1994, Stb. 243;</al><al>c. Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit
                            van 22 maart 1994, Stb. 244;</al><al>d. Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20
                            februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                            Rechtspositiebesluit wethouders;</al><al>e. Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister van
                            Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr. AB87/74/U6DGMP/AV/FAR,
                            Stcrt. 212;;</al><al>f. Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse
                            Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56;</al><al>g. raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;</al><al>h. Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse
                            Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt. 181;</al><al>i. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                            Gemeentewet;</al><al>j. gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                            Gemeentewet. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                            van het Rechtspositiebe-sluit raads- en commissieleden, is gelijk aan
                            het door de minister van Binnenlandse Zaken en Ko-ninkrijksrelaties voor
                            gemeenteklasse 4 (10.000-12.000 inwoners) vastgestelde maximum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>1. De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
                            verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 4, vermeld
                            in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al><al>2. Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                            artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964
                            voor de toepassing van die wet als dienstbe-trekking wordt aangemerkt,
                            is in afwijking van het eerste lid de onkostenvergoeding gelijk aan het
                            bedrag voor gemeenteklasse 4, vermeld in tabel III van het
                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><al>1. Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is
                            geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, naar
                            evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is
                            geweest.</al><al>2. De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                            geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de
                                                gemeente gemaakte kosten in verband met reizen
                                                buiten het grondgebied van de gemeente ter
                                                uitvoering van een beslissing van het
                                                gemeentebestuur vergoed.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding
                                                betreft:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van
                                                een taxi: een volledige vergoeding van de in
                                                redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een
                                                vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                                noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde
                                                in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling
                                                rechtspositie wethouders.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid
                            vergoed. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al>1. De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen,
                            seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de
                            gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                            gemeente.</al><al>2. Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                            symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                            verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier van
                            de raad. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                            kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als
                            deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het
                            raadslidmaatschap.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Op aanvraag verleent het college een raadslid voor
                                                de uitoefening van het raadslidmaatschap een
                                                tegemoetkoming voor:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur
                                                en software, of</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruik van een eigen computer, bijbehorende
                                                apparatuur en software.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Het raadslid ontvangt op aanvraag ten laste van de
                                                gemeente per jaar een tegemoetkoming van 30% van de
                                                aanschafwaarde van de computer, bijbehorende
                                                apparatuur en software voor een periode van maximaal
                                                drie jaar. Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van
                                                de aanschafwaarde van een computer met bijbehorende
                                                apparatuur en software tot tezamen maximaal €
                                                1.500,--.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De aanvraag voor tegemoetkomingen als bedoeld in
                                                voorgaande leden, kan door het raadslid 1 maal per 5
                                                jaar gedaan worden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Op aanvraag vergoedt het college het raadslid 50%
                                                van de aanleg- en de abonnementskosten voor de
                                                internetverbinding voor de in het eerste lid
                                                genoemde computerapparatuur, met een maximum van €
                                                10,00 per maand voor de abonnementskosten.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Spaarloonregeling / levensloopregeling</titel></kop><al>1. Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef
                            en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing
                            van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op aanvraag
                            deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende
                            spaarloonregeling. </al><al>2. Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef
                            en onderdeel f, van de We op de loonbelasting 1964 voor de toepassing
                            van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de
                            levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de
                            loonbelasting 1964.</al><al>3. Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het
                            raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.</al><al>4. Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                            aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9a</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><al>1. Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef
                            en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing
                            van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de
                            fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling
                            loonbelasting 2001. Naar keuze van het raadslid wordt de raadsvergoeding
                            dan wel vaste onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de
                            fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling.</al><al>2. Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                            aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op
                            verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering
                            ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
                            arbeidsongeschiktheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><al>1. In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                            Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet
                            ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van
                            het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde
                            vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze
                            vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van
                            bedoelde korting.</al><al>2. In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit
                            Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na
                            toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting
                            op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                            raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding
                            voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding
                            ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                gemeenteraad</titel></kop><al>1. Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan
                            30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad waarneemt,
                            ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in artikel 2
                            bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van de
                            waarneming. </al><al>2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                            onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12a</nr><titel>Ziektekostenvoorziening</titel></kop><al>1. De raadsleden ontvangen met ingang van 1 januari 2007 een
                            tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering zoals
                            bedoeld in artikel 11 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                            commissieleden. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald conform lid 1
                            en 2 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al><al>2. In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het kalenderjaar
                            lid van de raad is geweest ontvangt hij de tegemoetkoming, bedoeld in
                            het eerste lid, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat
                            jaar raadslid is geweest.</al><al>3. De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid,
                            geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12b</nr><titel>Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en
                                bevalling of ziekte</titel></kop><al>1. De artikelen 2 tot en met 4, 8, 10 tot en met 12 en 13a blijven van
                            toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X10 van de Kieswet
                            tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of
                            ziekte, met dien verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op
                            grond van artikel 3, eerste of tweede lid, ontvangt de helft bedraagt
                            van het bedrag dat op grond van die bepalingen van toepassing is.</al><al>2. De artikelen 1 tot en met 7, 8, eerste, tweede, vierde en vijfde lid,
                            en 11 tot en met 13a van deze verordening zijn van toepassing op
                            raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een raadslid
                            dat ingevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft
                            verkregen wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschapschap
                            verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 4, vermeld
                            in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>De tegemoetkoming voor het reizen tussen zijn woning en de plaats van
                            tewerkstelling van de wethouder is gelijk aan de vergoeding bedoeld in
                            artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming,
                                                bedoeld in artikel 14 vergoeding verleend voor
                                                reiskosten ter zake van andere dan de in artikel 14
                                                bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente
                                                gemaakt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De vergoeding betreft:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a..</al></entry><entry colname="col3"><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van
                                                een taxi: een volledige vergoeding van de
                                                reiskosten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>bij gebruik van een eigen personenauto: de
                                                vergoeding als bedoeld in artikel 4, onderdeel b,
                                                van de Regeling rechtspositie wethouders;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>een vergoeding van de noodzakelijke en
                                                redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke
                                                reizen van de wethouder gesaldeerd overeenkomstig de
                                                regeling voor gemeentelijk personeel. Indien geen
                                                regeling als bedoeld in de eerste volzin is
                                                vastgesteld vindt op aanvraag saldering van de
                                                reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder
                                                plaats overeenkomstig artikel 4a van de Reisregeling
                                                binnenland, artikel 2a van de Reisregeling
                                                buitenland en artikel 13a van de krachtens het
                                                Verplaatsingskostenbesluit 1989 vastgestelde
                                                Verplaatsingskostenregeling 1989.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><al>1. Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                            Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis-
                            en verblijfkosten vergoed. </al><al>2. Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                            zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van
                            het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming
                            voorwaarden verbinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al>1. De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                            seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de
                            gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                            gemeente.</al><al>2. De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                            symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                            verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat
                            vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De
                            kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen
                            belang is in verband met de uitoefening van het ambt van wethouder.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="6*"/><colspec colname="col3" colwidth="88*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Op aanvraag wordt de wethouder voor de uitoefening
                                                van dat ambt een tegemoetkoming verleend voor:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur
                                                en software, of</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruik van een eigen computer, bijbehorende
                                                apparatuur en software.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De wethouder ontvangt op aanvraag ten laste van de
                                                gemeente per jaar een tegemoetkoming van 30% van de
                                                aanschafwaarde van de computer, bijbehorende
                                                apparatuur en software voor een periode van maximaal
                                                drie jaar. Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van
                                                de aanschafwaarde van een computer met bijbehorende
                                                apparatuur en software tot tezamen maximaal €
                                                1.500,--.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De aanvraag voor tegemoetkomingen als bedoeld in
                                                voorgaande leden, kan door de wethouder 1 maal per 5
                                                jaar gedaan worden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Op aanvraag worden de wethouder vergoed, 50% van de
                                                aanleg- en de abonnementskosten voor de
                                                internetverbinding voor de in het eerste lid
                                                genoemde computerapparatuur, met een maximum van €
                                                10,00 per maand voor de abonnementskosten.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><al>1. Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van
                            zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking
                            gesteld.</al><al>2. De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
                            gemeente.</al><al>3. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.</al><al>4. Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon voor
                            privé-doeleinden is gebruikt, vindt maandelijks een verrekening van de
                            gesprekskosten plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><al>1. De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk
                            personeel geldende spaarloonregeling.</al><al>2. De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in
                            artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.</al><al>3. Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de
                            wethouder gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.</al><al>4. Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                            aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21a</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><al>1. De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in
                            artikel 37 van de Uitvoerings-regeling loonbelasting 2001. Naar keuze
                            van de wethouder wordt de bezoldiging dan wel vaste onkostenvergoeding
                            dan wel eindejaarsuitkering verminderd met de vergoeding voor de fiets
                            als bedoeld in de Uitvoeringsregeling.</al><al>2. Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                            aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding
                            van:</al><al>a. reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van
                            de Regeling rechtspositie wethouders;</al><al>b. verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                            overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling rechtspositie
                            wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Kinderopvang</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Voorzieningen voor commissieleden.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="6*"/><colspec colname="col3" colwidth="88*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen
                                                van een commissie en haar subcommissies bedoeld in
                                                artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                                commissieleden is gelijk aan het door de minister
                                                van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor
                                                gemeenteklasse 4 vastgestelde maximum.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van
                                                toepassing op degene die als lid van een commissie
                                                een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als
                                                bedoeld in artikel 96, tweede lid van de Gemeentewet
                                                ontvangt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in
                                                een commissie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>als raadslid of wethouder;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel
                                                van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan
                                                wel van een functie bij een instelling die
                                                grotendeels van overheidswege wordt
                                                gesubsidieerd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende
                                                instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn
                                                lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke
                                                mate het gemeentelijk belang dient.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="6*"/><colspec colname="col3" colwidth="88*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of
                                                wethouder is en niet in zijn hoedanigheid van
                                                ambtenaar tot lid van de commissie is benoemd worden
                                                de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen
                                                van de commissie vergoed.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De vergoeding betreft:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van
                                                een taxi: een volledige vergoeding van de in
                                                redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een
                                                vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                                noodzakelijke reiskosten overeenkomstig de bedragen
                                                in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling
                                                rechtspositie wethouders;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>onverminderd het bepaalde in het eerste lid, worden
                                                de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte
                                                verblijfskosten ter zake van reizen binnen en buiten
                                                het grondgebied van de gemeente vergoed
                                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel
                                                c, van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><al>1. De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad toestemming
                            verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. De gemeenteraad
                            kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.</al><al>2. De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege
                            de gemeente georganiseerd.</al><al>3. De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                            rekening van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al>1. De kosten van deelname van een commissielid aan cursussen,
                            congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of
                            namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van
                            de gemeente.</al><al>2. Het commissielid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar
                            of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                            verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier van
                            de raad. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                            kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als
                            deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het
                            commissielidmaatschap.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door </al><al>a. betaling uit eigen middelen; of</al><al>b. rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente; of</al><al>c. een gemeentelijke creditcard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><al>1. Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6, 15,
                            17,22 en 25 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan
                            het model door het college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen
                            middelen vooruit zijn betaald.</al><al>2. Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het
                            raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of het commissielid dient het
                            declaratieformulier binnen 2 maanden bij de griffier, onderscheidenlijk
                            de gemeentesecretaris of een door hem aangewezen ambtenaar in, onder
                            bijvoeging van de originele bewijsstukken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><al>1. De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 17,18 en 22 kan
                            plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het raadslid,
                            onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende factuur aan de
                            gemeente.</al><al>2. Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                            begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                            vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. </al><al>3. Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                            begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij de griffier,
                            onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de door hem aangewezen
                            ambtenaar.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>Vl</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 oktober 2009 en werkt voor wat
                            betreft artikel 12a terug tot 1 januari 2007.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads- en commissieleden gemeente Sint Anthonis 2009.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad </ondertekening><ondertekening>van de gemeente Sint Anthonis van 21 september 2009</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>mr. A.P.J.L. Keijzers</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter</ondertekening><ondertekening>J.M.J. Verbeeten</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>