<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR278352_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013 en volgende jaren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Berkelland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Berkelland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Berkelbericht, 9 april 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013 en volgende jaren</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 8, eerste lid, onderdeel i, van de Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-04-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013 en volgende jaren</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsvergadering : 2 april 2013</al><al>Agendanummer : 11</al><al>De raad van de gemeente Berkelland;</al><al>gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de Sociale Dienst Oost
                        Achterhoek van 10 januari 2013;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 februari
                        2013;</al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel i, van de Wet werk en
                        bijstand;</al><al/><al>b e s l u i t : </al><al>vast te stellen de </al><al/><al><vet>VERORDENING VERREKENING BESTUURLIJKE BOETE BIJ RECIDIVE 2013 EN
                            VOLGENDE JAREN</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>- ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al><cursief>Begripsomschrijving</cursief></al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen
                                    475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke
                                    Rechtsvordering;</al></li><li nr="2."><al>recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a,
                                    vijfde lid, van de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="3."><al>verrekenen<cursief>: </cursief>verrekening als bedoeld in
                                    artikel 60, vierde lid, van de Wet werk en
                                    bijstand.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>- BESCHERMING BESLAGVRIJE VOET BIJ VERREKENING WEGENS
                            RECIDIVE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al><cursief>De uitoefening van de bevoegdheid tot
                            verrekening</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders verrekenen de recidiveboete gedurende
                                    één maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet. De
                                    verrekening geschiedt vanaf het moment van de dagtekening waarop
                                    de bestuurlijke boete is opgelegd.</al></li><li nr="2."><al>Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid,
                                    verrekenen burgemeester en wethouders de recidiveboete in de
                                    daarop volgende twee maanden op een dusdanige wijze dat
                                    belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van
                                    80% van de toepasselijke bijstandsnorm.</al></li><li nr="3."><al>Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen
                                    gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en
                                    r, van de Wet werk en bijstand. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al><cursief>Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</cursief></al><al>In afwijking van artikel 2 kunnen burgemeester en wethouders de
                            recidiveboete met inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen indien
                            er sprake is van dringende redenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al><cursief>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</cursief></al><al>De artikelen 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                            verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste
                            lid, van de Wet werk en bijstand, indien en voor zover deze boete nog
                            niet is betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>- SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al><cursief>Citeertitel</cursief></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening
                            bestuurlijke boete bij recidive 2013 en volgende jaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al><cursief>Inwerkingtreding</cursief></al><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na bekendmaking en
                            werkt terug tot 1 januari 2013.</al><al/><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van</ondertekening><ondertekening>2 april 2013</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting raadsvoorstel </titel></kop><al><vet>Raadsvergadering : </vet>2 april 2013 <vet>agendapunt : </vet>11</al><al><vet>Onderwerp : </vet>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive
                    2013 en </al><al> volgende jaren</al><tussenkop>Toelichting </tussenkop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>Op 1 januari 2013 treedt de ‘Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid
                    SZW-wetgeving’ in werking. Voor de Wet werk en bijstand (Wwb) introduceert deze
                    wet de bestuurlijke boete bij een schending van de inlichtingenplicht. De hoogte
                    van de boete is daarbij in beginsel gelijk aan het bedrag dat belanghebbende te
                    veel aan bijstand heeft ontvangen. Is sprake van het bij herhaling schenden van
                    de inlichtingenplicht (recidive) dan wordt de boete in beginsel verhoogd tot
                    anderhalf keer het te veel ontvangen bedrag. </al><al>Het college van burgemeester en wethouders (verder college) is verplicht de
                    bestuurlijke boete met de lopende uitkering te verrekenen. In beginsel moet bij
                    deze verrekening de bescherming van de beslagvrije voet in acht genomen worden.
                    Is echter sprake van een bestuurlijke boete wegens recidive, dan kan het college
                    besluiten de boete gedurende maximaal drie maanden te verrekenen zonder
                    inachtneming van de beslagvrije voet. </al><al>De Wwb verplicht de gemeenteraad in een verordening nadere regels te stellen
                    over de bevoegdheid de beslagvrije voet tijdelijk buiten werking te stellen bij
                    verrekening van de recidiveboete. Gemeenten krijgen daarmee de ruimte een
                    afweging te maken van situaties of omstandigheden waarin het buiten werking
                    stellen van de beslagvrije voet niet proportioneel wordt geacht. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijving</tussenkop><al> In deze bepaling zijn een aantal begrippen nader omschreven. De meeste behoeven
                    geen nadere toelichting.</al><al><cursief>Verrekenen</cursief>De Wwb kent een ruimer begrip van
                    verrekenen dan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Voor de
                    duidelijkheid is daarom een aparte begripsbepaling opgenomen in de
                    verordening.</al><tussenkop>Artikel 2 De uitoefening van de bevoegdheid tot verrekening</tussenkop><al>Het college verrekent slechts één maand zonder inachtneming van de beslagvrije
                    voet. Voor de overige twee maanden vindt weliswaar verrekening met de
                    beslagvrije voet plaats, maar niet volledig. Belanghebbende blijft beschikken
                    over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm. </al><al>Voor het percentage van 80% is aansluiting gezocht bij de
                    invorderingsmogelijkheden van de Belastingdienst bij notoire wanbetalers. Onder
                    omstandigheden kan deze de beslagvrije voet (90% van de toepasselijke
                    bijstandsnorm) verlagen met 10% op grond van artikel 19, eerste lid, van de
                    Invorderingswet 1990. </al><al>Met de gekozen opzet wordt enerzijds uiting gegeven aan het principe dat fraude
                    niet mag lonen. Het gaat hier immers om belanghebbenden die herhaaldelijk hun
                    inlichtingenplicht hebben geschonden. Daar mag een duidelijk signaal tegenover
                    staan. Anderzijds wordt rekening gehouden met de zorgplicht van het college. </al><al>Het volledig buiten werking stellen van de beslagvrije voet gedurende drie
                    maanden kan kwalijke maatschappelijke consequenties hebben. Dat moet voorkomen
                    worden, nu de regeling daarmee zijn doel voorbij zou schieten.</al><al>Een belanghebbende kan inkomsten uit arbeid hebben die op grond van artikel 31,
                    tweede lid, onderdelen n of r, van de WWB worden vrijgelaten voor de algemene
                    bijstand. Bij verrekening van een recidiveboete tot 80% van de bijstandsnorm,
                    tellen deze inkomsten echter gewoon mee. Het college laat deze inkomsten dus
                    niet buiten beschouwing bij de beoordeling van de vraag of een belanghebbende
                    nog over voldoende inkomen beschikt. Dat is geregeld in lid 3.</al><tussenkop>Artikel 3 Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</tussenkop><al>Hoewel het hier gaat om een herhaaldelijke schending van de inlichtingenplicht,
                    zijn situaties denkbaar waarin volledige verrekening met de beslagvrije voet
                    niet aanvaardbaar wordt geacht. Die situaties komen aan de orde in artikel 3.
                    Het gaat daarbij altijd om individuele omstandigheden waaraan het college
                    toetst.</al><al>Van dringende redenen is niet snel sprake. Het gaat slechts om incidentele
                    gevallen, waarbij de behoeftige omstandigheden waarin de belanghebbende en diens
                    gezinsleden verkeren op geen enkele andere wijze te verhelpen zijn. Het enkele
                    feit dat het belanghebbende door de verrekening aan middelen ontbreekt om in het
                    bestaan te voorzien, is op zich geen voldoende voorwaarde om te kunnen spreken
                    van dringende redenen. </al><tussenkop>Artikel 4 Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</tussenkop><al>In artikel 60b, derde lid, van de Wwb is bepaald dat de bevoegdheid om te
                    verrekenen met de beslagvrije voet ook van toepassing is op eerder opgelegde
                    bestuurlijke boetes voor zover op het moment van verrekening van de
                    recidiveboete, die eerdere boetes nog niet zijn betaald. Mocht het college die
                    eerdere, nog openstaande boetes gaan verrekenen, dan regelt artikel 4 dat de
                    bepalingen in deze verordening van overeenkomstige toepassing zijn.</al><tussenkop>Artikel 5 Inwerkingtreding </tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 6 Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>