<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR27791_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening gemeente Leerdam 1995</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leerdam</dcterms:creator><dcterms:modified>1997-04-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vijfheerenlanden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kontakt</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de ruimtelijke ordening, artikel 42</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1995-02-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1997-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1.75</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening gemeente Leerdam 1995</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>EXPLOITATIEVERORDENING</al><al>De raad van de gemeente Leerdam,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 januari 1995;</al><al>gezien het advies van de commissie Ruimte van 17 januari 1995;</al><al>gelet op artikel 42 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=221">artikelen 221</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">222 Gemeentewet</extref> dan wel een daarvoor in de plaats komende
                        bepaling in de Gemeente, en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht">Algemene Wet Bestuursrecht</extref>,</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende verordening houdende de voorwaarden waaronder de
                        gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van
                        gronden.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Algemene begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>medewerking aan het in exploitatie brengen van
                                        gronden</cursief>: het door of met medewerking van de
                                    gemeente treffen van voorzieningen van openbaar nut, waardoor de
                                    in het exploitatiegebied gelegen onroerende zaken gebaat
                                    worden;</al></li><li nr="b."><al><cursief>exploitatiegebied</cursief>: een als zodanig door de
                                    gemeenteraad aangewezen gebied,dat gebaat is door de aanleg van
                                    voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="c."><al><cursief>exploitant</cursief>: de eigenaar, erfpachter of
                                    rechthebbende van een in het exploitatiegebied gelegen
                                    onroerende zaak welke door het treffen van voorzieningen van
                                    openbaar nut gebaat is;</al></li><li nr="d."><al><cursief>exploitatieovereenkomst</cursief>: de overeenkomst,
                                    onder welke naam dan ook gesloten, waarin de gemeente met een
                                    exploitant de voorwaarden overeenkomt waaronder de gemeente
                                    voorzieningen van openbaar nut zal treffen of daaraan
                                    medewerking zal verlenen;</al></li><li nr="e."><al><cursief>aangevuld bekostigingsbesluit</cursief>: een besluit
                                    van de gemeenteraad waarin niet alleen overeenkomstig <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht/article=221">artikel 221</extref> of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">222 Gemeentewet</extref>, dan wel een daarvoor in de plaats
                                    komende bepaling, wordt besloten in welke mate de aan de
                                    voorzieningen verbonden lasten zullen kunnen worden verhaald op
                                    een daarbij aangeduid gebied, maar waarin ook een omschrijving
                                    van de voorzieningen van openbaar nut en een begroting van
                                    kosten en opbrengsten is opgenomen;</al></li><li nr="f."><al><cursief>voorzieningen van openbaar nut, waardoor de in het
                                        exploitatiegebied gelegen onroerende zaken gebaat
                                        worden</cursief>; onder meer: </al><lijst><li nr="1."><al>riolering, met inbegrip van bijbehorende werken;</al></li><li nr="2."><al>wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en
                                            rijwielpaden, straatmeubilair, waterpartijen,
                                            watergangen, bruggen, tunnels en andere rechtstreeks met
                                            de aanleg en inrichting van deze voorzieningen en
                                            kunstwerken verband houdende werken;</al></li><li nr="3."><al>plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder
                                            begrepen de aanleg en inrichting van openbare
                                            speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende
                                            elementen welke rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
                                            uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;</al></li><li nr="4."><al>openbare verlichtingen brandkranen met de nodige
                                            aansluitingen;</al></li><li nr="5."><al>waterhuishoudkundige voorzieningen, met inbegrip van
                                            drainage- voorzieningen;</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>afstand van gronden aan de gemeente: eigendomsoverdracht van
                                    gronden aan de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Kosten van exploitatie</titel></kop><al>Voor de berekening ten behoeve van de begroting van kosten en ten
                            behoeve van de vaststelling van exploitatiebijdragen, wordt onder de
                            kosten, verband houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                            exploitatie brengen van grond begrepen:</al><lijst><li nr="1."><al>De inbrengwaarde van alle binnen het exploitatiegebied gelegen
                                    gronden, zijnde: </al><lijst><li nr="a."><al>de waarde van de grond;</al></li><li nr="b."><al>de waarde van de opstallen die voor de verwezenlijking
                                            van de bestemming niet gehandhaafd kunnen worden;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van het vrijmaken van de gronden van
                                            opstallen;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van vrijmaken van de grond van zich in de
                                            grond bevindende resten, zoals funderingen, leidingen en
                                            kabels, en van persoonlijke rechten en lasten, eigendom,
                                            bezit of beperkt recht, zakelijke lasten, alsmede de
                                            kosten van schadevergoedingen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De kosten van aanleg binnen een exploitatiegebied door de
                                    gemeente van de onder artikel 1, onder f omschreven
                                    voorzieningen van openbaar nut.</al></li><li nr="3."><al>De kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut buiten
                                    het exploitatiegebied voor zover de binnen het exploitatiegebied
                                    liggende onroerende zaken door deze voorzieningen direct dan wel
                                    indirect gebaat zijn.</al></li><li nr="4."><al>De kosten van: </al><lijst><li nr="a."><al>het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken
                                            ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut met
                                            inbegrip van het egaliseren, ophogen en afgraven;</al></li><li nr="b."><al>het verrichten van bodemonderzoek en -sanering, voor
                                            zover het de ondergrond van voorzieningen van openbaar
                                            nut betreft en voor zover verhaal van de daarmee verband
                                            houdende kosten niet in de rede ligt;</al></li><li nr="c."><al>in verband met de milieuwetgeving of milieutechnisch
                                            noodzakelijke maatregelen en voorzieningen ter
                                            uitvoering van een bestemmingsplan;</al></li><li nr="d."><al>de verwerving van de ondergrond van voorzieningen van
                                            openbaar nut buiten het exploitatiegebied;</al></li><li nr="e."><al>het slopen van opstallen op de ondergrond van
                                            voorzieningen van openbaar nut buiten het
                                            exploitatiegebied;</al></li><li nr="f."><al>alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor
                                            het verlenen van medewerking aan het in exploitatie
                                            brengen van gronden, in ieder geval: </al><lijst><li nr="1."><al>de kosten van planontwikkeling,
                                                  planvoorbereiding en planbeheer en plantoezicht.
                                                  Onder deze kosten wordt ten minste verstaan: de
                                                  kosten verband houdende met het opstellen van
                                                  structuurplannen en bestemmingsplannen, het
                                                  opstellen van planmatige uitwerkingen of
                                                  wijzigingen, het vervaardigen van besluiten tot
                                                  het verlenen van vrijstelling van een
                                                  bestemmingsplan alsmede van overige planologische
                                                  maatregelen voor zover deze nodig zijn voor het in
                                                  exploitatie brengen van gronden binnen het
                                                  exploitatiegebied;</al></li><li nr="2."><al>de kosten verband houdende met onderzoeken,
                                                  voorbereiding en toezicht ten behoeve van de
                                                  voorzieningen van openbaar nut voor zover deze
                                                  verband houden met het in exploitatie brengen van
                                                  gronden binnen het exploitatiegebied;</al></li><li nr="3."><al>de kosten van het gemeentelijk apparaat, voor
                                                  zover die rechtstreeks aan het in exploitatie
                                                  brengen van gronden binnen het
                                                  exploitatiegebied;</al></li><li nr="4."><al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige
                                                  lasten, verminderd met rente-opbrengsten;</al></li><li nr="5."><al>de kosten van tijdelijk beheer van de ondergrond
                                                  van openbare voorzieningen, zijnde de kosten die
                                                  ten gevolge van een noodzakelijk actief
                                                  verwervingsbeleid worden gemaakt en niet dan wel
                                                  niet geheel door middel van tijdelijke verhuur
                                                  worden gedekt;</al></li><li nr="6."><al>overige kosten die in beginsel ten laste van de
                                                  grondexploitatie behoren te worden gebracht.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2: IN EXPLOITATIE BRENGEN OP INITIATIEF VAN DE
                            GEMEENTE</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3 Vaststelling (aangevuld) bekostigingsbesluit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat met het treffen van voorzieningen van openbaar nut in
                                    een exploitatiegebied wordt aangevangen, wordt door de
                                    gemeenteraad een bekostigingsbesluit voor dat exploitatiegebied
                                    vastgesteld en bekend gemaakt op de wijze zoals bedoeld in
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=139">artikel 139 Gemeentewet</extref></al></li><li nr="2."><al>Het aangevuld bekostigingsbesluit bevat in ieder geval de
                                    volgende onderdelen: </al><lijst><li nr="a."><al>aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van
                                            de daarin gelegen onroerende zaken die gebaat zijn door
                                            de aanleg van voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="b."><al>aanduiding van de mate waarin de kosten, verband
                                            houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                                            exploitatie brengen van gronden, op de genothebbenden
                                            van de in het vorige lid bedoelde onroerende zaken;</al></li><li nr="c."><al>omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren
                                            voorzieningen van openbaar nut en daarmee verband
                                            houdende werkzaamheden;</al></li><li nr="d."><al>een aankondiging dat betrokken eigenaren binnen een
                                            genoemde termijn een aanbod voor een
                                            exploitatieovereenkomst zullen kunnen ontvangen;</al></li><li nr="e."><al>de bepaling dat, in geval met een exploitant niet tot
                                            overeenstemming kan worden gekomen over een
                                            exploitatieovereenkomst, kostenverhaal zal kunnen
                                            plaatsvinden door middel van heffing van baat- of
                                            bouwgrondbelasting;</al></li><li nr="f."><al>een begroting van de ten laste van de onroerende zaken
                                            in het exploitatiegebied komende kosten, verband
                                            houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                                            exploitatie brengen van grond, en van de ten gunste van
                                            het in exploitatie nemen van gronden komende
                                            opbrengsten. De opbrengsten bestaan uit: </al><lijst><li nr="1."><al>Subsidies.</al></li><li nr="2."><al>Verkoop van gronden.</al></li><li nr="3."><al>Bijdragen in de kosten van aanleg van
                                                  voorzieningen van openbaar nut, hetzij via
                                                  overeenkomst hetzij via baatbelasting.</al></li><li nr="4."><al>Overige bijdragen. Van deze begroting maakt
                                                  eveneens deel uit wijze van toerekening van de
                                                  totale kosten en opbrengsten aan de onroerende
                                                  zaken in het exploitatiegebied, zoveel mogelijk
                                                  naar de mate van het profijt dat de onroerende
                                                  zaken hebben van het samenhangend geheel van
                                                  voorzieningen van openbaar nut.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor de berekening van de in het tweede lid onder e. bedoelde
                                    kosten wordt er van uitgegaan dat het exploitatiegebied als het
                                    ware in zijn geheel door de gemeente in exploitatie zal worden
                                    gebracht.</al></li><li nr="4."><al>Het aangevulde bekostigingsbesluit wordt aan alle kadastraal
                                    geregistreerde eigenaren en erfpachters van gronden in het
                                    exploitatiegebied gezonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Wijze van toerekening naar mate van profijt</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de toerekening van het profijt wordt als rekeneenheid
                                    gebruikt het gemiddelde bedrag van de ten nutte van het
                                    exploitatiegebied gemaakte of te maken kosten per m2
                                    grondoppervlakte.</al></li><li nr="2."><al>Onder de grondoppervlakte wordt verstaan de kadastrale
                                    oppervlakte van de onroerende zaken, waar mogelijk ingedeeld
                                    naar de in een bestemmingsplan opgenomen geprojecteerde kavels
                                    (bouw)grond, vermenigvuldigd met factoren voor ligging en
                                    bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin het
                                    profijt van de van gemeentewege getroffen voorzieningen van
                                    openbaar nut tot uitdrukking komt.</al></li><li nr="3."><al>Ingeval de toerekening op basis van m2 grondoppervlakte geen
                                    geschikte grondslag blijkt te zijn, geschiedt de toerekening op
                                    basis van een nader door de gemeenteraad te bepalen grondslag
                                    welke voorziet in de aanwezige verschillen in profijt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant betaalt als bijdrage in de kosten, verband
                                    houdende met het verlenen van medewerking aan het in exploitatie
                                    brengen van gronden, het bedrag dat vervolgens de in het
                                    aangevulde bekostigingsbesluit uitgewerkte wijze aan zijn
                                    onroerende zaak wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op
                                    de afstand van de gronden bestemd voor de aanleg en/of
                                    aanpassing van voorzieningen van openbaar nut vallende en de
                                    kosten van kadastrale uitmeting, en verminderd met de
                                    inbrengwaarde van de bij de exploitant in eigendom zijnde en
                                    voor exploitatie bedoelde gronden en van de gronden welke zijn
                                    bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut en
                                    door exploitant aan de gemeente worden afgestaan.</al></li><li nr="2."><al>De waarde van de in het eerste lid bedoelde grond die door de
                                    exploitant is ingebracht, wordt door de gemeente en de
                                    exploitant gezamenlijk door middel van taxatie vastgesteld.
                                    Indien hierover geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt
                                    deze waarde vastgesteld door een commissie van drie deskundigen,
                                    van wie één aan te wijzen door de gemeente, één door de
                                    exploitant en een derde door de beide reeds aangewezen
                                    deskundigen of, indien zij het daarover niet eens kunnen worden,
                                    door de ter zake bevoegde kantonrechter.</al></li><li nr="3."><al>Indien de exploitant zelf conform artikel 6, derde lid, onder e
                                    voorzieningen van openbaar nut aanlegt, bestaat de
                                    exploitatiebijdrage uit de bijdrage, zoals deze op grond van het
                                    eerste lid van dit artikel wordt bepaald, verminderd met de
                                    kosten van de door exploitant uit te voeren werkzaamheden, voor
                                    zover deze kosten corresponderen met de begroting van kosten
                                    zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder e.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Inhoud exploitatieovereenkomst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verhaal van kosten verband houdende met het verlenen van
                                    medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden vindt
                                    plaats met inachtneming van de voorgaande artikelen. Van de
                                    exploitatieovereenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien de
                                    exploitatieovereenkomst mede een grondtransactie betreft, is dit
                                    een notariële akte.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders beslissen tot het aangaan van een
                                    exploitatieovereenkomst slechts nadat een aangevuld
                                    bekostigingsbesluit is vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>De exploitatieovereenkomst bevat in ieder geval bepalingen over: </al><lijst><li nr="a."><al>de aard, omvang en kwaliteit van de door de gemeente of
                                            exploitant aan te leggen voorzieningen van openbaar
                                            nut;</al></li><li nr="b."><al>het tijdvak waarbinnen deze voorzieningen worden
                                            uitgevoerd;</al></li><li nr="c."><al>de ten laste van de exploitant komende bijdrage;</al></li><li nr="d."><al>in voorkomende gevallen de afstand van gronden aan de
                                            gemeente, voor zover die gronden zijn bestemd voor de
                                            aanleg of aanpassing van voorzieningen van openbaar nut,
                                            en in deze gevallen het verrichten van onderzoek naar
                                            bodemverontreiniging op kosten van exploitant;</al></li><li nr="e."><al>in gevallen waarbij burgemeester en wethouders besluiten
                                            de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de door de
                                            gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut
                                            aan de exploitant op te dragen: deze opdracht en de
                                            waarborging van een tijdige en kwalitatief goede
                                            uitvoering;</al></li><li nr="f."><al>een betalingsregeling;</al></li><li nr="g."><al>in voorkomende gevallen een taakverdeling;</al></li><li nr="h."><al>in voorkomende gevallen een regeling voor gewijzigde
                                            omstandigheden, wanprestatie, aansprakelijkheid en
                                            faillissement.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3: IN EXPLOITATIE BRENGEN OP VERZOEK VAN EXPLOITANT</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7 Indiening aanvraag voor medewerking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een belanghebbende kan bij de burgemeester en wethouders een
                                    aanvraag indienen voor medewerking aan het in exploitatie
                                    brengen van gronden.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het
                                    op aanvraag van exploitant in bouwexploitatie brengen van
                                    gronden krachtens een exploitatieovereenkomst.</al></li><li nr="3."><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd: </al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van de exploitatie te
                                            brengen onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>gegevens, waaruit blijkt dat de belanghebbende de
                                            eigendom van of het erfpachtsrecht op de in exploitatie
                                            te brengen onroerende zaken heeft verkregen of kan
                                            verkrijgen;</al></li><li nr="c."><al>gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                            (bouw)werkzaamheden.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                                    bouwvergunning, eventueel in combinatie met een aanvraag voor
                                    vrijstelling, wordt ontvangen, waarbij in geval van verlening
                                    van de vrijstelling en/of bouwvergunning van gemeentewege
                                    voorzieningen van openbaar nut moeten worden getroffen, wordt
                                    hiervan zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval voor de
                                    beslissing op de aanvraag mededeling gedaan aan de aanvrager.
                                    Daarbij zal een zo nauwkeurig mogelijke raming van de voor
                                    rekening van de exploitant komende kosten, verband houdende met
                                    het in exploitatie brengen van gronden, worden verstrekt. Tevens
                                    zal daarbij aan de aanvrager de gelegenheid worden gegeven tot
                                    het indienen van een aanvraag voor medewerking.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders reageren op de aanvraag om
                                    medewerking, hetzij met een weigering hetzij met de aanbieding
                                    van een concept-overeenkomst, binnen zes maanden na de dag
                                    waarop het verzoek is ontvangen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Weigeringsgronden voor een
                                exploitatieovereenkomst</titel></kop><al>De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden behoeft niet
                            te worden verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een gebied
                                    waarover een bestemmingsplan geldt;</al></li><li nr="b."><al>de door de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de
                                    daartoe benodigde voorzieningen van openbaar nut zouden leiden
                                    tot strijd met het bestemmingsplan of de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet">Woningwet</extref>;</al></li><li nr="c."><al>het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een
                                    bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met belangen
                                    van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing of
                                    herinrichting;</al></li><li nr="d."><al>het in bouwexploitatie brengen van grond anderszins zou leiden
                                    tot ten laste van de gemeente blijvende kosten van voorzieningen
                                    van openbaar nut of tot bezwaren ten aanzien van het
                                    doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare verlichting,
                                    riolering en andere voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="e."><al>exploitant geen afstand wil doen van gronden ten behoeve van
                                    aanleg van voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="f."><al>exploitant de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut niet
                                    wil onderzoeken op de aanwezigheid van bodemverontreiniging dan
                                    wel de bodem niet wil saneren wanneer dat noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Aanhouding aanvraag</titel></kop><al>De reactie op een aanvraag kan worden aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing
                                    zijnde bestemmingsplan of een herziening daarvan nog niet is
                                    afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk worden van (het
                                    betreffende deel van) het bestemmingsplan of de herziening
                                    daarvan;</al></li><li nr="b."><al>ingeval voorzienbaar is dat de in artikel 8 genoemde
                                    belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden
                                    weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn
                                    weggenomen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4: RELATIE GRONDUITGIFTE EN ANDERE
                            KOSTENVERHAALSINSTRUMENTEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10 Relatie baat- of bouwgrondbelasting</titel></kop><al>In een gebied waarvoor een aangevuld bekostigingsbesluit is genomen,
                            zal, indien de exploitant een exploitatieovereenkomst aangaat, in de
                            overeenkomst worden bepaald dat, met betrekking tot de uitvoering van de
                            in deze overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut, geen
                            aanvullend kostenverhaal op basis van bouwgrondbelasting of
                            baatbelasting ten laste van de betreffende onroerende zaak zal
                            plaatsvinden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Voorzieningen van ondergeschikt belang</titel></kop><al>De artikelen 3, 5, en 6, eerste en tweede lid, van deze verordening zijn
                            niet van toepassing voor voorzieningen van openbaar nut van
                            ondergeschikt belang, zoals een uitweg op de openbare weg of een
                            aansluiting op het openbare riool. In dergelijke gevallen besluiten
                            burgemeester en wethouders onder welke voorwaarden deze voorzieningen
                            van openbaar nut door of met medewerking van de gemeente zullen worden
                            aangelegd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 5: OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12 Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Ten aanzien van exploitatiegebieden waarvoor geldt dat op het moment van
                            inwerkingtreding van deze verordening een bekostigingsbesluit is
                            opgenomen, een exploitatieovereenkomst is afgesloten of de voorzieningen
                            van openbaar nut reeds in uitvoering zijn, vinden de bepalingen van deze
                            verordening voor dat exploitatiegebied, voor zover nodig, op een aan die
                            situatie aangepaste wijze toepassing. In ieder geval stelt de
                            gemeenteraad een begroting van kosten en opbrengsten als bedoeld in
                            artikel 3, tweede lid onder f, vast, en wordt deze begroting bekend
                            gemaakt op de wijze als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=139">artikel 139 Gemeentewet</extref> en toegezonden aan alle kadastraal
                            geregistreerde eigenaren en erfpachters van gronden in het
                            exploitatie-gebied.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de
                                    maand, volgende op de maand waarin de bekendmaking van de
                                    verordening heeft plaatsgevonden. De verordening wordt bekend
                                    gemaakt nadat gedeputeerde staten de verordening hebben
                                    goedgekeurd.</al></li><li nr="2."><al>Op hetzelfde tijdstip vervalt de "verordening houdende de
                                    voorwaarden waarop de gemeente medewerking zal verlenen aan het
                                    in bouwexploitatie brengen van de grond", zoals vastgesteld bij
                                    besluit van de raad d.d. 14 januari 1971, gewijzigd d.d. 28
                                    oktober 1971, welke bij besluit van de raad d.d. 17 december
                                    1987 met ingang van 1 januari 1988 van toepassing is verklaard
                                    voor het grondgebied van de nieuwe gemeente Leerdam.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Exploitatieverordening
                            gemeente Leerdam 1995". '</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 februari 1995,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, de secretaris,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING OP DE MODEL-EXPLOITATIEVERORDENING</vet></al><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>De definitie van het (verlenen van medewerking aan het) in exploitatie brengen
                    van grond is ruimer dan in het model van 1968 en sluit aan op de voor de
                    baatbelasting gehanteerde definitie. Dit betekent dat alle eigenaren van
                    onroerende zaken in een door voorzieningen gebaat gebied, ook de eigenaren van
                    reeds bebouwde percelen, in aanmerking komen voor een exploitatieovereenkomst.
                    De aanwijzing van exploitatiegebieden maakt daarmee toepassing mogelijk op
                    onroerende zaken in stads- en dorpsvernieuwingsgebieden.</al><al>De lijst van werken die als voorzieningen van openbaar nut kunnen worden
                    aangemerkt, is op één punt anders dan in het model van 1968.</al><al>Rioolwaterzuiveringsinstallaties en bemalingsinrichtingen komen op de lijst niet
                    meer voor; dit omdat de kosten van deze voorzieningen ten laste van de
                    waterkwaliteitsbeheerders komen.</al><al><vet>Artikel 2 Kosten van exploitatie</vet></al><al>De gemeente brengt de kosten in rekening verband houdende met het door of met
                    medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van openbaar nut. Dit is
                    dus meer dan alleen de directe kosten van de voorzieningen. Dit `meerdere' is in
                    dit artikel gedefinieerd. Zo wordt duidelijk welke voorzieningen voor
                    kostenverhaal in aanmerking komen, en vervolgens welke daarmee samenhangende
                    kosten.</al><al>Ten opzichte van het model van 1968 is een aantal extra kostencategorieën
                    expliciet opgenomen: voorbereiding, toezicht en onderzoek ten behoeve van het in
                    exploitatie brengen van gronden, tijdelijk beheer van gronden, bodemonderzoek
                    en- sanering, in verband met de milieuwetgeving noodzakelijke maatregelen en
                    voorzieningen op, en de verwerving van, de ondergrond van voorzieningen van
                    openbaar nut en het slopen van opstallen op die ondergrond.</al><al>Met nadruk zij vermeld dat als exploitatiegebied wordt aangemerkt het totale
                    gebate gebied; dit gebied omvat niet alleen de voor nieuwbouw in aanmerking
                    komende gronden (zoals gebruikelijke bij veel puur gemeentelijke
                    exploitatieopzetten), maar ook het overige gebate gebied.</al><al><vet>Artikel 3 Vaststelling aangevuld bekostigingsbesluit</vet></al><al>Sinds juni 1991 is een bekostigingsbesluit een minimale voorwaarde voor het
                    kunnen heffen van een baat- of bouwgrondbelasting. Een model van een
                    bekostigingsbesluit waarmee aan deze minimale voorwaarde wordt voldaan, is in
                    hoofdstuk 3 opgenomen. Het aangevulde bekostigingsbesluit bevat de krachtens de
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet</extref> verplichte elementen van een bekostigingsbesluit (een
                    aanduiding van het gebate gebied en de mate waarin de aan de voorzieningen
                    verbonden lasten zullen worden verhaald), maar daarnaast ook een aanduiding van
                    de voorzieningen van openbaar nut en een begroting van kosten en
                    opbrengsten.</al><al>Deze bepalingen (en enkele andere, zoals de aankondiging dat een
                    exploitatieovereenkomst zal kunnen worden aangeboden) vormen ook de
                    onderscheidende kenmerken van het aangevulde bekostigingsbesluit ten opzichte
                    van het `gewone' bekostigingsbesluit. Het aangevulde bekostigingsbesluit wordt,
                    met behulp van deze bepalingen, ook een kader voor het kostenverhaal door de
                    gemeente. Een begroting van de opbrengsten is opgenomen om de exploitant inzicht
                    te verschaffen in de op alle (dus ook gemeentelijke) gronden te verhalen kosten.
                    Dit inzicht kan ook de bereidheid van de exploitant tot betaling van een
                    bijdrage vergroten. De exploitant kan dan immers zelf redelijk van het hem of
                    haar in rekening gebrachte bedrag inzien.</al><al>Uitgegaan wordt van de situatie dat de gemeente het gebied in zijn geheel tot
                    exploitatie brengt; de berekening is daarom gestoeld op de (fictieve) situatie
                    dat de gemeente alle benodigde gronden heeft verworven en alle kosten omslaat
                    over die gronden, gedifferentieerd naar objectief bepaalbare factoren als
                    ligging, bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid. Ook is het mogelijk
                    middels tariefsdifferentiatie bebouwde grond minder te belasten dan (nog) niet
                    bebouwde grond.</al><al><vet>Artikel 4 Wijze van toerekening naar de mate van profijt</vet></al><al>Het gebruik van m2 als rekeneenheid sluit aan op de uitgifte van gronden
                    gehanteerde kostprijsberekening per m2. Anders dan in het model van 1968
                    voorziet lid 3 van dit artikel in de mogelijkheid dat (onverhoopt) de naar
                    ligging en dergelijke gedifferentieerde grondslag het profijt onvoldoende tot
                    uitdrukking brengt: in dat geval stelt de gemeenteraad een andere grondslag voor
                    toerekening vast. Hiervoor zij ook verwezen naar de
                    model-baatbelastingverordening die eveneens verschillende alternatieve
                    toerekeningssystemen bevat.</al><al><vet>Artikel 5 Vaststelling exploitatiebijdrage</vet></al><al>De bij de berekening van de exploitatiebijdrage gehanteerde
                    inbrengwaardemethodiek biedt een goede maatstaf voor de baat die gronden hebben
                    bij openbare voorzieningen. Uitgangspunt is, zoals gezegd, dat de gemeente het
                    gehele gebied zelf in exploitatie brengt.</al><al>De inbrengwaarde is daarmee van groot belang voor de vaststelling van zowel de
                    gemiddelde kostprijs per m2 (die stijgt als de inbrengwaarde stijgt) als de
                    exploitatiebijdrage (die daalt als de inbrengwaarde stijgt). Om die reden is een
                    regeling opgenomen voor de vaststelling van de inbrengwaarde van de gronden van
                    exploitant. Lid 3 van dit artikel regelt de berekening van de
                    exploitatiebijdrage in het geval dat de exploitant tot (gehele of gedeeltelijke)
                    realisatie van de voorzieningen van openbaar nut over gaat. Kort gezegd wordt op
                    de bijdrage dan nog extra in mindering gebracht het in eerste instantie in de
                    bijdrage opgenomen bedrag voor de voorzieningen van openbaar nut, voor zover die
                    voorzieningen voor rekening en risico van de exploitant komen.</al><al><vet>Artikel 6 Inhoud exploitatieovereenkomst</vet></al><al>In dit artikel wordt uitgesproken dat de gemeente bij kostenverhaal van
                    voorzieningen van openbaar nut de voorkeur geeft aan het instrument van de
                    exploitatieovereenkomst krachtens de exploitatieverordening.</al><al>Hiermee wordt het vrijwillige karakter van de overeenkomst bevestigd, zoals dat
                    in de praktijk en jurisprudentie blijkt.</al><al>Het model voorziet de overeenkomst nu ook van kwaliteitseisen aan de
                    voorzieningen, in voorkomende gevallen van bepalingen omtrent de afstand van
                    grond aan de gemeente, van een betalingsregeling, in voorkomende gevallen
                    (namelijk wanneer de gemeente een deel van de voorzieningen realiseert en een
                    particuliere eigenaar een deel) van een taakverdeling, van
                    uitvoeringstermijn(en) en van een regeling voor gewijzigde omstandigheden,
                    wanprestatie, aansprakelijkheid en faillissement.</al><al><vet>Artikel 7 Indiening verzoek om medewerking</vet></al><al>Wat betreft de bevoegdheid exploitatieovereenkomsten te sluiten is gekozen voor
                    toedeling hiervan aan burgemeester en wethouders. Desgewenst kunnen uiteraard de
                    bevoegdheden die in dit artikel worden genoemd ook door de raad, die de
                    verordening immers moet vaststellen, aan zich gehouden worden.</al><al>In beginsel neemt de gemeente het initiatief tot het in exploitatie brengen van
                    een gebied; het is echter ook mogelijk dat de exploitant het initiatief neemt.
                    Dat kan door middel van een bij burgemeester en wethouders ingediende aanvraag.
                    In het model van 1968 werd er nog van uitgegaan dat het altijd om de realisatie
                    van opstallen zou gaan. In model vallen alle (bouw)werkzaamheden in beginsel
                    onder de vigeur van de verordening.</al><al>Ten behoeve van de rechtszekerheid van de burgers en in verband met de
                    informatieplicht van de gemeente wordt, in voorkomende gevallen, een aanvrager
                    van een bouwvergunning vóór de beslissing op die aanvraag gemeld dat van hem of
                    haar een bijdrage wordt verwacht in verband met benodigde voorzieningen van
                    openbaar nut. Dit maakt het de aanvrager ook beter mogelijk de aan de
                    (bouw)werken verbonden kosten af te wegen.</al><al><vet>Artikel 8 weigeringsgronden voor een overeenkomst</vet></al><al>Toegevoegd ten opzichte van het model van 1968 zijn de weigeringsgronden met
                    betrekking tot strijdigheid met het bestemmingsplan respectievelijk die met
                    betrekking tot de weigering ondergrond van te realiseren voorzieningen van
                    openbaar nut over te dragen. Met het laatst wordt ook invulling gegeven aan
                    artikel 42, tweede lid onder a:`(voorschriften omtrent:) de gevallen waarin en
                    de wijze waarop het treffen van voorzieningen van openbaar nut afhankelijk wordt
                    gesteld van de afstand van grond aan de gemeente'.</al><al>Ten slotte is ook nieuw de mogelijkheid medewerking te weigeren als exploitant
                    de bodem niet wil onderzoeken of saneren wanneer dat noodzakelijk is. De
                    bodemsaneringsproblematiek, en met name het gebrek aan middelen voor sanering,
                    maken het noodzakelijk voor gemeenten voorzichtigheid op dit punt te
                    betrachten.</al><al><vet>Artikel 9 Aanhouding verzoek</vet></al><al>De gemeente bindt zich zelf met deze verordening. Het is echter niet nodig dat
                    de gemeente zich, in een concreet geval, bindt tegen haar wil en het belang van
                    de aanvrager in. Met deze bepaling wordt voorkomen dat de gemeente een aanvraag
                    moet afwijzen, terwijl zij er beginsel positief tegenover staat.</al><al><vet>Artikel 10 Relatie met baat- of bouwgrondbelasting</vet></al><al>De exploitant sluit niet alleen een overeenkomst over een te betalen
                    exploitatiebijdrage, maar koopt met deze overeenkomst ook het risico van een
                    baatbelasting af. De belasting wordt vaak berekend op basis van reële kosten, en
                    niet, zoals het geval is bij de exploitatiebijdrage, op basis van gecalculeerde
                    kosten. De praktijk van grondexploitatie leert dat de daarmee verbonden kosten
                    geregeld hoger uitvallen dan berekend. Bovendien wordt de exploitant duidelijk
                    gemaakt dat de overeenkomst weliswaar vrijwillig wordt aangegaan, maar dat
                    weigering van een overeenkomst niet betekent dat de aan hem of haar
                    gepresenteerde rekening wordt `vergeten'.</al><al><vet>Artikel 11 Voorzieningen van ondergeschikt belang</vet></al><al>De centrale regeling in de Model-exploitatieverordening (vaststelling door de
                    raad van een aangevuld bekostigingsbesluit per exploitatiegebied en dergelijke)
                    is onnodig ingewikkeld om te komen tot een contractueel verhaal van kosten van
                    geïsoleerde, geen onderdeel van een complex werken uitmakende, voorzieningen van
                    (semi-)openbaar nut zoals het aanbrengen van een uitrit op de openbare weg of
                    het realiseren van een huisaansluiting tussen erfgrens en straatriool. Om die
                    reden wordt voor die voorzieningen een uitzondering gemaakt wat betreft de
                    procedure voorafgaand aan een exploitatieovereenkomst. Zie verder de algemene
                    toelichting, onder paragraaf 6.4.</al></nota-toelichting><bijlage><al><vet>MODEL AANGEVULD BEKOSTIGINGSBESLUIT (MODEL)</vet></al><al>De raad van de gemeente Leerdam;</al><al>overwegende:</al><al>dat de kosten in verband met de aanleg van voorzieningen van openbaar nut,
                    voortvloeiende uit de realisatie van bestemmingsplan zoveel</al><al>mogelijk naar evenredigheid van verkregen profijt dienen te worden omgeslagen
                    over die onroerende zaken die als gevolg van deze voorzieningen gebaat
                    zijn;</al><al>dat het verhaal van kosten van deze voorzieningen van openbaar nut bij voorkeur
                    zal plaatsvinden via uitgifte van de door de gemeente verworven gronden;</al><al>dat het ten behoeve van de instelling van kostenverhaal via een baatbelasting
                    noodzakelijk is te komen tot een aanduiding van het gebate gebied alsmede tot
                    het aangeven van de mate, waarin de aan de voorzieningen verbonden lasten zullen
                    worden verhaald;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van</al><al>gelet op artikelen 221 Gemeentewet, alsmede gelet op artikel 3 van de
                    Exploitatieverordening Gemeente (naam gemeente) (jaar);</al><al>besluit:</al><lijst><li nr="a."><al>dat ingeval het onroerende zaken betreft welke in eigendom zijn van
                            derden, het verhaal van kosten van voorzieningen van openbaar nut zal
                            plaatsvinden op basis van een exploitatieovereenkomst krachtens de
                            Exploitatieverordening Gemeente (naam gemeente) (jaar), dan wel, ingeval
                            niet kan worden gekomen tot het besluiten van een
                            exploitatieovereenkomst, via de heffing van een baatbelasting krachtens
                            artikel 221 Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>dat zij ten laste van de gemeente blijvende kosten van de door of met
                            medewerking van het gemeentebestuur tot stand te brengen voorzieningen
                            in (aanduidingstraten of gebied waar de voorzieningen worden getroffen)
                            voor % via de heffing van een baatbelasting of bouwgrondbelasting om kan
                            slaan over de genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                            van de door deze voorzieningen gebate onroerende zaken;</al></li><li nr="c."><al>dat de onroerende zaken zijn aangegeven op de bij dit aangevulde
                            bekostigingsbesluit behorende gewaarmerkte kaart;</al></li><li nr="d."><al>dat de voorzieningen in ieder geval omvatten: </al><al>n.</al></li><li nr="e."><al>dat bij de beperking van de exploitatiebijdrage wordt uitgegaan van de
                            gewaarmerkte begroting van kosten en opbrengsten die bij dit besluit is
                            gevoegd;</al></li><li nr="f."><al>dat de begroting van kosten en opbrengsten tevens bevat de wijze waarop
                            deze kosten en opbrengsten zullen worden toegerekend aan de onroerende
                            zaken in het exploitatiegebied;</al></li><li nr="g."><al>dat dit besluit kan worden aangehaald als `aangevuld bekostigingsbesluit
                            '.</al></li></lijst><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering</al><al>van</al><al>de voorzitter, de secretaris,</al></bijlage><bijlage><al><vet>TOELICHTING OP HET MODEL AANGEVULD BEKOSTIGINGSBESLUIT</vet></al><al>In de toelichting op het model-bekostigingsbesluit behorende bij de
                    modelbaatbelastingverordening wordt het hoe en waarom van een
                    bekostigingsbesluit volgens artikel 228a Gemeentewet, regeling baatbelasting
                    1995, uit de doeken gedaan. In de artikelgewijze toelichting op de
                    model-exploitatieverordening wordt het één en ander over het aangevuld
                    bekostigingsbesluit vermeld.</al><al>Op deze plaats dient alleen nog opgemerkt te worden dat het model aangevuld
                    bekostigingsbesluit voldoet aan de wettelijke vereisten die aan een `gewoon'
                    bekostigingsbesluit worden gesteld, en daarmee dezelfde fiscaal-juridische
                    status heeft.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>