<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR27768_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 1997</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leerdam</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-08-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leerdam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kontakt, 30-12-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening parkeerbelastingen 1997</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=225">Gemeentewet, art. 225 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=234">Gemeentewet, art. 234 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-12-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raad/09-00192</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 1997</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Leerdam;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 december 1996;</al><al>gelet op artikel 225 van de Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de:</al><al>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN PARKEERBELASTINGEN 1997</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is
                                voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in-of uitstappen van
                                personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op
                                binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande
                                terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet
                                ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;</al></li><li nr="b."><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%20%201994">Wegenverkeerswet</extref> (Stb. 1935, 554) aangehouden register
                                van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens
                                naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het
                                parkeren in het register was ingeschreven;</al></li><li nr="c."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van
                                verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting
                                overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen
                        geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij,
                                dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen
                                door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats,
                                tijdstip en wijze;</al></li><li nr="b."><al>een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning
                                voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning
                                aangegeven plaats en wijze.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de
                                degene die het voertuig heeft geparkeerd.</al></li><li nr="2."><al>Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: </al><lijst><li nr="a."><al>degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of
                                        heeft gegeven de belasting te willen voldoen;</al></li><li nr="b."><al>zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel
                                        2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het
                                        voertuig, met dien verstande dat: </al><lijst><li nr="1e."><al>indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane
                                                huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie
                                                ten tijde van het parkeren ingevolge deze
                                                overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet
                                                de houder maar de huurder wordt aangemerkt als
                                                degene die het voertuig heeft geparkeerd;</al></li><li nr="2e."><al>indien blijkt dat een ander in het kentekenregister
                                                had moeten staan ingeschreven, die ander wordt
                                                aangemerkt als degene die het voertuig heeft
                                                geparkeerd.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="3."><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven
                                van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als
                                degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aange¬merkt, indien
                                deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander
                                tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit
                                gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.</al></li><li nr="4."><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van
                                degene die de vergunning heeft aangevraagd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en
                            belastingtijdvak</titel></kop><al>De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn
                        vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende
                        tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij
                                de aanvang van het parkeren.</al></li><li nr="2."><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op
                                het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Wijze van heffing en termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij
                                wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de
                                aanvang van het parkeren.</al></li><li nr="2."><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij
                                wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op het
                                tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.</al></li><li nr="3."><al>Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Vaststelling formulier aangiftebiljet</titel></kop><al>Het formulier van het aangiftebiljet wordt bij afzonderlijk raadsbesluit
                        vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><al>Machtiging tot overdracht van bevoegdheden</al><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het
                                verlenen van schriftelijke toestemming met betrekking tot het
                                verdagen van de uitspraak op het bezwaarschrift voor ten hoogste een
                                jaar.</al></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een of meer
                                gemeenteambtenaren aanwijzen, die in hun plaats treden met
                                betrekking tot de uitvoering van enige wettelijke bepaling
                                betreffende de heffing en de invordering van de
                                parkeerbelastingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen</titel></kop><al>De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen
                        betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden
                        geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en
                        wethouders bij openbaar te maken besluit.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Kosten naheffingsaanslag</titel></kop><al>De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in
                        artikel 2, onderdeel a, bedragen € 51,00.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Nakoming van verplichtingen</titel></kop><al>De verplichtingen genoemd in de artikelen <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20inzake%20rijksbelastingen/article=47">47</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20inzake%20rijksbelastingen/article=50">50</extref>en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20inzake%20rijksbelastingen/article=51">51 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</extref> (Stb. 1959,
                        301) en in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Invorderingswet%201990/article=58">artikelen 58</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Invorderingswet%201990/article=61">61 van de Invorderingswet 1990</extref> (Stb. 221) gelden mede jegens
                        de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren van
                        de gemeentelijke belastingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Rente</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bepaalde in Hoofdstuk V van de invorderingswet 1990 inzake
                                invorderingsrente vindt toepassing op de invordering van de
                                parkeerbelastingen.</al></li><li nr="2."><al>De ministeriële regeling bedoeld in artikel 31 van de
                                Invorderingswet 1990 vindt daarbij overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van de in het tweede lid genoemde regeling wordt geen
                                invorderingsrente in rekening gebracht indien deze in totaal een
                                bedrag van f 50,00 niet te boven gaat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De "Verordening perkeerbelastingen 1994", goedgekeurd bij besluit
                                van 25 mei 1994, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde
                                lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat
                                zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 1997.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan warden aangehaald als "Verordening
                                parkeerbelastingen 1 997".</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 19 december 1996</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>TARIEVENTABEL ALS BEDOELD IN ARTIKEL 4 VAN DE VERORDENING
                        PARKEERBELASTINGEN 1997</vet></al><al>Algemeen tarief</al><lijst><li nr="1."><al>Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in
                            artikel 2 onderdeel a Verordening parkeerbelastingen 1997 bedraagt bij
                            een toegestane parkeertijd van: </al><lijst><li nr="a."><al>Maximaal 12 uur: </al><lijst><li nr="•"><al>Voor de eerste 40 minuten € 0,50</al></li><li nr="•"><al>Voor de volgende 10 minuten € 0,10</al></li><li nr="•"><al>Maximaal per etmaal € 2,50</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Maximaal 4 uur: </al><lijst><li nr="•"><al>Voor de eerste 40 minuten € 0,50</al></li><li nr="•"><al>Voor de volgende 10 minuten € 0,10</al></li><li nr="•"><al>Maximaal per 4 uur € 1,30</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>Maximaal 2 uur: </al><lijst><li nr="•"><al>Voor de eerste 40 minuten € 0,50</al></li><li nr="•"><al>Voor de volgende 10 minuten € 0,10</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>Maximaal 30 minuten: </al><lijst><li nr="•"><al>Voor de eerste 20 minuten € 0,50</al></li><li nr="•"><al>Voor de volgende 5 minuten € 0,10</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al>Bewoners c.q. ondernemersparkeren</al><lijst><li nr="2."><al>Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2 onderdeel
                            b Verordening parkeerbelastingen 1997 bedraagt voor het aangewezen
                            weggedeelte: </al><lijst><li nr="a."><al>Per kalendermaand of gedeelte daarvan € 6,86</al></li><li nr="b."><al>Per jaar of gedeelte daarvan € 82,36</al></li></lijst></li></lijst><al>Overigen</al><al>3. Het tarief voor een jaarparkeerkaart voor lang parkeren bedraagt €
                    250,00</al></bijlage></regeling></body></cvdr>