<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR277502_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Putten 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Putten</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Putten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Puttens Weekblad 30-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening beheer en gebruik gemeentelijke begraafplaatsen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de lijkbezorging artikel 35 en Gemeentewet artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-07-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>artikelen 1, 10, 10a, titel hfdst. 5, 18, 22 en 22a</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>324258</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>openbare gezondheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Putten 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor
                        de gemeente Putten Vastgesteld bij besluit van de raad van 7 maart 2013 nr. 281998 en
                        gewijzigd bij besluit van de raad van 12 december 2013 nr. 324258
                        (1<sup>e</sup>)</al><al/><al/><al>De raad van de gemeente Putten; </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 november 2013,
                        nr. 324253;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en
                        artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de eerste wijziging van de Verordening beheer en gebruik
                        gemeentelijke begraafplaatsen.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>INLEIDENDE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>begraafplaatsen: </al><al>de gemeentelijke begraafplaats Schootmanshof, de begraafplaats
                                    Engweg-Noord en de begraafplaats Engweg-Zuid;</al></li><li nr="b."><al> graf: </al><al>een zandgraf of keldergraf;</al></li><li nr="c."><al> asbus: </al><al>een bus ter berging van as van een overledene;</al></li><li nr="d."><al> urn: </al><al>een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;</al></li><li nr="e."><al> particulier graf: </al><al>een graf, urnengraf en grafkelder daaronder begrepen, waarvoor
                                    aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend
                                    recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het doen begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="b."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al> particulier kindergraf: </al><al>een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon
                                    het uitsluitend recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het doen begraven en begraven houden van lijken van
                                            personen die de leeftijd van 12 jaar nog niet hebben
                                            bereikt;</al></li><li nr="b."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen van personen die de leeftijd van 12 jaar
                                            nog niet hebben bereikt;</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>algemeen graf:</al><al> een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt
                                    geboden tot:</al><al>a. het doen begraven van lijken;</al><al>b. het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;</al></li><li nr="h."><al>algemeen kindergraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin
                                    gelegenheid wordt geboden tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het doen begraven van lijken van personen die de
                                            leeftijd van 12 jaar nog niet hebben bereikt;</al></li><li nr="b."><al>het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen van
                                            personen die de leeftijd van 12 jaar nog niet hebben
                                            bereikt;</al></li></lijst></li><li nr="i."><al> particuliere urnennis: </al><al>een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het
                                    uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet
                                    houden van asbussen met of zonder urnen;</al></li><li nr="j."><al> urnenmuur: </al><al>een voorziening ingericht voor de uitgifte van particuliere
                                    urnennissen;</al></li><li nr="k."><al> verstrooiingsplaats: </al><al>een aangewezen plaats op de begraafplaats Schootmanshof waarop
                                    as wordt verstrooid;</al></li><li nr="l."><al> grafbedekking: </al><al>gedenkteken en/of winterharde grafbeplanting voor een graf of
                                    een plaat ter afsluiting van een particuliere urnennis;</al></li><li nr="m."><al> herdenkingsmonument: </al><al>een door het college als zodanig aangewezen object bij een door
                                    het college aangewezen gedeelte van de begraafplaats als bedoeld
                                    in artikel 10 lid 3 van deze verordening;</al></li><li nr="n."><al> herdenkingsplaatje: </al><al>plaatje door het college uitgegeven bestemd om te worden
                                    bevestigd aan eenherdenkingsmonument;</al></li><li nr="o."><al> herinneringsplaats: </al><al>een aangewezen plaats op de begraafplaats Schootmanshof voor het
                                    begraven van menselijke vruchten als bedoeld in artikel 10 lid 4
                                    van deze verordening;</al></li><li nr="p."><al> herinneringsmonument: </al><al>een door het college als zodanig aangewezen object bij een
                                    herinneringsplaats;</al></li><li nr="q."><al> herinneringstraan: </al><al>plaatje door het college uitgegeven bestemd om te worden
                                    bevestigd aan een herinneringsmonument;</al></li><li nr="r."><al> grafbeplanting: </al><al>winterharde beplanting welke door de rechthebbende op een graf
                                    wordt aangebracht;</al></li><li nr="s."><al> schoonhouden: </al><al>het tweemaal per jaar reinigen van het gedenkteken;</al></li><li nr="t."><al> beheerder: </al><al>de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de
                                    begraafplaatsen of degene die hem vervangt;</al></li><li nr="u."><al> rechthebbende: </al><al>natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend
                                    recht is verleend op een particulier graf of een particuliere
                                    urnennis, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden
                                    in diens plaats te zijn getreden;</al></li><li nr="v."><al> gebruiker: </al><al>natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot
                                    gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel
                                    degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te
                                    zijn getreden;</al></li><li nr="w."><al> kerkgenootschap: </al><al>vereniging van al degenen die tot een zelfde godsdienstige
                                    gemeenschap (gezindte) behoren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf</titel></kop><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde
                            wordt voor zover van belang onder "particulier graf" mede verstaan:
                            particulier kindergraf, particulier urnengraf en particuliere
                            urnennis.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Openstelling begraafplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk
                                tussen zonsopgang en zonsondergang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de
                                toegangen tijdelijk worden gesloten. Ten behoeve van werkzaamheden
                                op de begraafplaats kan de beheerder tijdelijk delen voor publiek
                                afsluiten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor
                                het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor
                                het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ordemaatregelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die
                                werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid
                                bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten
                                verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaatsen te
                                rijden:</al><lijst><li nr="a."><al>elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen
                                        zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor
                                        begrafenissen of voor het vervoer van materialen;</al></li><li nr="b."><al>sneller dan 10 km per uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de
                                aanhef en onder a van het derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Plechtigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en
                                dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten ten minste zes
                                werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de
                                plechtigheid en de wijze waarop deze plechtigheid zal plaatsvinden
                                worden in overleg met de aanvrager door de beheerder
                                vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deelnemers aan de plechtigheid bedoeld in het eerste lid, zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opgravingen en ruimen</titel></kop><al>Bij het opgraven van lijken en het ruimen van graven zijn geen andere
                            personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze
                            werkzaamheden zijn belast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het
                                graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen
                                verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag
                                voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing
                                zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien
                                de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur
                                na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder
                                zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as,
                                en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de
                                hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de
                                begraafplaats op aanwijzing en onder toezicht van de beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Over te leggen stukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot
                                    begraven is overgelegd aan de beheerder.</al></li><li nr="2."><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier
                                    graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de
                                    beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende
                                    of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart
                                    voorziet.</al></li><li nr="3."><al>Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de
                                    uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn
                                    afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging
                                    van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan
                                    resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de
                                    wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te
                                    worden aangevraagd door de rechthebbende.</al></li><li nr="4."><al>De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend
                                    zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Tijden van begraven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tijd van begraven en het bezorgen van as is:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de plechtigheid plaatsvindt vanuit de bij de
                                        begraafplaats gelegen aula van maandag tot en met vrijdag
                                        naar keuze van de nabestaanden 11.00 uur en 15.00 uur;</al></li><li nr="b."><al>indien de plechtigheid plaatsvindt vanuit andere locaties
                                        van maandag tot en met vrijdag 11.30 uur, 13.00 uur of 15.00
                                        uur;</al></li><li nr="c."><al>op zaterdag zijn dezelfde tijden van toepassing, met dien
                                        verstande, dat de eerste plechtigheid vanuit de bij de
                                        begraafplaats gelegen aula dient plaats te vinden om 11.00
                                        uur;</al></li><li nr="d."><al>bij een 3<sup>e</sup> begraving of asbezorging op dezelfde
                                        begraafplaats van maandag tot en met zaterdag 11.00 uur,
                                        13.00 uur en 15.00 uur.</al><al> Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden
                                        afwijken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op hetzelfde tijdstip mag op de begraafplaats niet meer dan één
                                begraving en/of bijzetting plaatsvinden. Het college kan in
                                bijzondere gevallen hiervan afwijken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college bepaalt hoeveel tijdsruimte er minimaal tussen twee
                                begravingen en/of twee bijzettingen moet zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Indeling graven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>algemene graven;</al></li><li nr="b."><al>algemene kindergraven;</al></li><li nr="c."><al>particuliere graven;</al></li><li nr="d."><al>particuliere kindergraven;</al></li><li nr="e."><al>particuliere urnengraven;</al></li><li nr="d."><al>particuliere urnennissen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken
                                en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in
                                de particuliere graven. Het college bepaalt tevens de afmetingen en
                                de uitgifteduur van de particuliere graven. De uitgifteduur kan niet
                                korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de
                                lijkbezorging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan gedeelten van de begraafplaats aanwijzen voor
                                asverstrooiing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan gedeelten van de begraafplaats aanwijzen voor het
                                door het college laten begraven van menselijke vruchten als bedoeld
                                in artikel 2, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10a</nr><titel>Begraven menselijke vruchten als bedoeld in artikel 2, tweede lid
                                van de Wet op de lijkbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ouders die menselijke vruchten als bedoeld in artikel 2, tweede lid
                                van de Wet op de lijkbezorging willen doen begraven kunnen hiertoe
                                een verzoek doen bij het college, waarbij ouders kunnen kiezen deze
                                menselijke vruchten te doen begraven in een graf of op een
                                herinneringsplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het doen begraven van menselijke vruchten als bedoeld in
                                artikel 2, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging gelden dezelfde
                                regels als bedoeld in artikel 7 en 9 van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aantal overledenen in algemene graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de algemene graven kan een door het college te bepalen aantal
                                lijken worden begraven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de algemene graven kan een door het college te bepalen aantal
                                asbussen met of zonder urn worden bijgezet</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Volgorde van uitgifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in
                                volgorde van ligging uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor
                                directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit
                                wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Categorieën</titel></kop><al>Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en
                            particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt
                            voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Termijnen particuliere graven en gedenkplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de
                                begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te
                                dienen aanvraag:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitsluitend recht op een particulier graf voor de tijd
                                        van dertig jaar;</al></li><li nr="b."><al>het uitsluitend recht op een particuliere urnennis voor de
                                        tijd van tien, twintig of dertig jaar;</al></li><li nr="c."><al>het uitsluitend recht op een herinneringsplaatje op de
                                        herdenkingssteen voor de tijd van tien jaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde termijn begint te lopen op de datum
                                waarop de uitgifte heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
                                aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van
                                tien of twintig jaren, mits de aanvraag voor het verstrijken van de
                                lopende termijn wordt ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Grafkelder</titel></kop><al>Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning
                            verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een
                            grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de
                                    rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander
                                    natuurlijk persoon of rechtspersoon.</al></li><li nr="2."><al> Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het
                                    particuliere graf worden overgeschreven op naam van een
                                    natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe
                                    wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de
                                    rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf
                                    dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving
                                    daaraan voorafgaand te worden gedaan.</al></li><li nr="3."><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                                    overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in
                                    het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden
                                    kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van
                                    een nieuwe rechthebbende.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Afstand doen van graven</titel></kop><al>Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de
                            rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van
                            het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige
                            verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan
                            de rechthebbende.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>GRAFBEDEKKINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Vergunningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke
                                vergunning nodig van het college. De vergunning wordt op naam
                                gesteld van de rechthebbende, bij algemene graven op naam van de
                                aanvrager van de bedekking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor
                                het hebben van een grafbedekking aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van
                                aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de
                                grafbedekking en de wijze van aanbrengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de vergunning weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels,
                                        genoemd in het derde lid;</al></li><li nr="b."><al>de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de
                                        begraafplaats;</al></li><li nr="c."><al>de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;</al></li><li nr="d."><al>de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Onderhoud door de gemeente</titel></kop><al>Het college voorziet tenminste eenmaal per jaar in het schoonhouden, het
                            na verzakking opnieuw stellen van het gedenkteken en in de zorg voor de
                            winterharde beplantingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Onderhoud door de rechthebbende of gebruiker</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of
                                verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van
                                en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking
                                behoorlijk te onderhouden of te herstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking
                                behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de
                                hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele
                                grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende
                                dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker
                                en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige
                                vergoeding verplicht is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de
                                rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring
                                schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de
                                grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de
                                gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bij de
                                ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het
                                graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving
                                verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen
                                binnen de door het college gestelde termijn, indien de beschadiging
                                zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk
                                aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van
                                de grafbedekking gevaar op levert voor derden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Grafbeplanting en voorwerpen</titel></kop><al>Niet-blijvende beplantingen en losse voorwerpen op een graf die in een
                            verwaarloosde staat verkeren kunnen door de beheerder worden verwijderd
                            zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse
                            bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt
                            zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en
                            dergelijke voorwerpen worden gedurende dertien weken ter beschikking
                            gehouden van de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft,
                            van de belanghebbende indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft
                            ingediend bij de beheerder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Verwijdering grafbedekking en herinneringsplaatje na verstrijken
                                van de termijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte
                                van het graf door het college worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het
                                college tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de
                                grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende
                                of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende
                                bekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering
                                is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente
                                tot enige vergoeding verplicht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22a</nr><titel>Herdenkings- en herinneringsmonument</titel></kop><al>Rechthebbenden wordt de gelegenheid geboden om aan een
                            herdenkingsmonument een herdenkingsplaatje aan te brengen overeenkomstig
                            door het college vast te stellen regels.</al><al>Ouders van aldaar begraven menselijke vruchten wordt de gelegenheid
                            geboden om aan een herinneringsmonument een herinneringstraan aan te
                            brengen overeenkomstig door het college vast te stellen regels.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Tijdelijke verwijdering, afneming en aanbrenging van
                                grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een graf is verplicht bij begraving of
                                bijzetting in een graf of voor noodzakelijk onderhoud van belendende
                                graven de tijdelijke verwijdering toe te staan van al hetgeen op of
                                om hun graven is geplaatst of geplant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de begraving of bijzetting in, de ruiming van en opgraving uit
                                graven wordt het afnemen en aanbrengen van daarop aanwezige
                                grafbedekking en het openen en sluiten van grafkelders verzorgd door
                                de gemeente, voor rekening van de rechthebbende.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>RUIMING VAN GRAVEN, URNENGRAVEN EN URNENNISSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt tenminste
                                een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal
                                worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen
                                graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Het college
                                maakt het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste
                                een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van
                                een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de
                                begraafplaats op een mededelingenbord bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het
                                graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt
                                omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke
                                resten worden geconfronteerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten
                                worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe
                                bestemde gedeelten van de begraafplaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf
                                kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de
                                beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten,
                                indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor
                                herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een
                                asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen
                                bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te
                                houden voor herbegraving of verstooiing elders.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rechthebbende op een particulier graf kan bij het college een
                                aanvraag indienen om een particulier graf te doen ruimen, in de zin
                                van de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in
                                dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of
                                elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier
                                urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag
                                indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten
                                of om de as te doen verstrooien.</al><al> Artikel 24.1 is hierbij niet van toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>GEDEELTE VOOR KERKGENOOTSCHAP</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van
                                graven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan na overleg met het bestuur van het
                                    kerkgenootschap ten aanzien van de openstelling van het
                                    gedeelte, de indeling van graven, de onderverdeling van graven
                                    in categorieën en de eisen voor de grafbedekking op het ter
                                    beschikking van het kerkgenootschap gestelde deel van de
                                    begraafplaats nadere regels stellen die afwijken van de regels
                                    krachtens de artikelen 3, eerste lid, 10, tweede lid, 13 en 17,
                                    derde lid van deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuur van het kerkgenootschap kan het college schriftelijk
                                    verzoeken hem er schriftelijk van in kennis te stellen dat er
                                    onderhoud of herstel door de rechthebbende nodig is van de
                                    grafbedekking op één of meer graven op het deel van de
                                    begraafplaats dat aan het kerkgenootschap ter beschikking is
                                    gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Op grond van het in het tweede lid genoemde verzoek stelt het
                                    college het bestuur van het kerkgenootschap schriftelijk in
                                    kennis dat de grafbedekking van een of meer graven onderhoud en
                                    herstel behoeft. De kennisgeving laat de bevoegdheid van het
                                    college onverlet om de rechthebbende op het graf/de graven ervan
                                    in kennis te stellen dat de grafbedekking moet worden
                                    onderhouden of hersteld.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>INSTANDHOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Lijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt een lijst bij van graven die van historische
                                betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens tot het verwijderen van de grafbedekking wordt overgegaan
                                onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om
                                op de lijst te worden bijgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist over het verwijderen van grafbedekkingen die op
                                de in het eerste lid bedoelde lijst staan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr><titel>SLOTBEPALENGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de oude Verordening
                            op het gebruik en het beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen gelden
                            als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Hij die handelt in strijd met de artikelen 3 en 4 wordt bestraft met een
                            geldboete van de eerste categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 april 2013.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op het moment van inwerkingtreding vervalt de Verordening op het
                                gebruik en het beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen van 1
                                januari 2011.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als:</al><al>Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke
                            begraafplaatsen voor de gemeente Putten.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>