<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR27722_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Inspraakverordening 2006 gemeente Leerdam</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leerdam</dcterms:creator><dcterms:modified>2006-07-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vijfheerenlanden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kontakt</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=150">Gemeentewet, art. 150 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-06-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2.07.72</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Inspraakverordening 2006 gemeente Leerdam</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Leerdam;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 maart 2006.</al><al>gelet op het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=150">artikel 150 van de Gemeentewet</extref>;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de ‘Inspraakverordening 2006 gemeente Leerdam’.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>inspraak: het ten aanzien van gemeentelijke beleidsvoornemens
                                    kenbaar maken van een zienswijze en daarover van gedachten
                                    wisselen;</al></li><li nr="b."><al>inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak wordt
                                    gegeven.</al></li><li nr="c."><al>beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het
                                    vaststellen of wijzigen van beleid.</al></li><li nr="d."><al>bestuursorgaan: de gemeenteraad, het college of de
                                    burgemeester</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Onderwerp van inspraak</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen
                                    bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van
                                    gemeentelijk beleid.</al></li><li nr="2."><al>Geen inspraak wordt verleend: </al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van eerder
                                            vastgesteld beleidsvoornemen;</al></li><li nr="b."><al>indien inspraak bij of krachtens de wet is
                                            uitgesloten;</al></li><li nr="c."><al>indien sprake is van uitvoering van regelingen van
                                            hogere overheden waarbij van enige beleidsvrijheid geen
                                            sprake is;</al></li><li nr="d."><al>inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
                                            dienstverlening en belastingen bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">hoofdstuk XV van de Gemeentewet;</extref></al></li><li nr="e."><al>indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate
                                            spoedeisend is dat inspraak niet kan worden
                                            afgewacht;</al></li><li nr="f."><al>indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het
                                            belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor
                                            kwetsbare groepen in de samenleving.</al></li><li nr="g."><al>indien bij de uitwerking van plannen reeds in een
                                            eerdere fase inspraak is toegepast.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe
                                    verplicht</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inspraakgerechtigden</titel></kop><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op de inspraak is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure
                                    van toepassing zoals neergelegd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">afdeling 3.4 van Algemene wet bestuursrecht.</extref></al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan in concrete gevallen besluiten een andere
                                    inspraakprocedure vast te stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Eindverslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een
                                    eindverslag op.</al></li><li nr="2."><al>Het eindverslag bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde procedure;</al></li><li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak
                                            mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;</al></li><li nr="c."><al>een reactie op deze zienswijzen waarbij met redenen
                                            omkleed wordt aangegeven op welke punten als dan niet
                                            tot toepassing van het beleidsvoornemen zou kunnen
                                            worden overgegaan.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bestuursorgaan brengt het eindverslag onmiddellijk ter
                                    kennis aan de raad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De inspraakverordening die is vastgelegd in de raadsvergadering van 21
                            december 1995 en alle wijzigingen daarop, worden ingetrokken per datum
                            inwerkingtreding van de Inspraakverordening 2006</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na die van
                            haar bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Inspraakverordening 2006 gemeente
                            Leerdam’.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de raad in de openbare vergadering van d.d 1 juni
                        2006.</al></slotformulering><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><titel>Toelichting Inspraakverordening gemeente Leerdam 2006</titel></kop><al>In de inspraakverordening is vastgelegd hoe ingezetenen en
                            belanghebbenden bij de voorbereiding van het gemeentelijk beleid kunnen
                            worden betrokken. Welke beleidsvoornemens ter inspraak moet worden
                            vastgelegd is deels te bepalen door het bestuursorgaan. Deels zijn er
                            wettelijke voorschriften die verplichten tot inspraak. Het blijft aan
                            het bestuursorgaan ter beoordeling welke beleidsvoornemens ter inspraak
                            worden aangeboden. Het besluit om al dan niet inspraak te verlenen is
                            een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen
                            bezwaar en beroep mogelijk is.</al><al/><divisie><kop><titel>Algemene toelichting van de Gemeentewet</titel></kop><al>Op 1 juli 2005 is de Wet Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure
                                (UOV) in werking getreden. In verband met de invoering hiervan is
                                onder andere artikel 150 van de Gemeentewet gewijzigd. Dit heeft als
                                gevolg dat de inspraakverordening die is vastgesteld op 21 september
                                1995 voor 1 juli 2006 vervangen dient te worden door een nieuwe
                                inspraakverordening.</al><al>In artikel 150 Gemeentewet (nieuw) staat:</al><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt een verordening vast waarin regels worden
                                        vastgesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen
                                        en belanghebbende bij de voorbereiding van het gemeentelijk
                                        beleid worden betrokken.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde inspraak wordt verleend door
                                        toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht, voor zover in de verordening niet anders is
                                        bepaald.</al></li></lijst><al><cursief>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</cursief></al><al/><al><cursief>a. Inspraak:</cursief></al><al>Er zijn veel omschrijvingen van het begrip ‘inspraak’. Bij de in
                                    dit artikel opgenomen formulering is aangesloten bij de tekst
                                    van artikel 150 van de Gemeentewet. Inspraak is een onderdeel
                                    van de voorbereiding en uitvoering van het gemeentelijk beleid
                                    en heeft een tweeledig doel. Enerzijds wordt aan belanghebbenden
                                    de mogelijkheid geboden om hun mening over beleidsvoornemens
                                    kenbaar te maken. Anderzijds biedt inspraak aan bestuursorganen
                                    een belangrijk hulpmiddel in het kader van de voor de
                                    beleidsvoorbereiding noodzakelijke belangenafweging.</al><al>Inspraak is overeenkomstig artikel 150 van de Gemeentewet
                                    eenzijdig gedefinieerd, dat wil zegen dat geen
                                    gedachtenwisseling met het bestuursorgaan is inbegrepen. Via
                                    inspraak worden mensen in de gelegenheid gesteld om hun mening
                                    kenbaar te maken over het voornemen om een bepaald beleid te
                                    maken. Deze meningen worden meegenomen bij de verdere
                                    besluitvorming.</al><al>Inspraak is niet hetzelfde als spreekrecht bij raads-en
                                    commissievergaderingen, schrijven van brieven, bezoeken van
                                    spreekuren, referenda etc…</al><al><cursief>b. Inspraakprocedure:</cursief></al><al>De gemeenteraad is op grond van artikel 150 van de Gemeentewet
                                    verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling over
                                    inspraak. Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor
                                    uitvoering, de nadere regeling en organisatie van de
                                    inspraak.</al><al><cursief>c. Beleidsvoornemens:</cursief></al><al>Onder beleidsvoornemen wordt verstaan het voornemen van het
                                    bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het
                                    gaat hierbij niet om het vaststellen van concrete besluiten of
                                    maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop deze
                                    kunnen worden gebaseerd.</al><al/><al><cursief>Artikel 2 Onderwerp van inspraak</cursief></al><al/><al>In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien
                                    van zijn eigen bevoegdheden besluit of inspraak wordt verleend
                                    bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Het begrip
                                    bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1 eerste lid van de
                                    Algemene wet bestuursrecht.</al><al>Het omvat in elk geval raad, college en burgemeester. Elk
                                    bestuursorgaan van de gemeente kan zijn eigen beleidsvoornemens
                                    aan inspraak onderwerpen.</al><al>Het besluit om al dan niet inspraak te verlenen is een besluit
                                    in de zin van de Awb. Hiertegen is dus bezwaar en beroep
                                    mogelijk.</al><al>Anders dan in de (oude) Inspraakverordening is hier niet meer
                                    opgenomen wanneer, anders dan in verband met een wettelijke
                                    verplichting uiteraard, in ieder geval inspraak wordt verleend.
                                    De bestuursorganen hebben zodoende een grotere vrijheid.</al><al>In het tweede lid is opgenomen wanneer geen inspraak wordt
                                    verleend.</al><al>In het derde lid is bepaald dat inspraak altijd wordt verleend
                                    indien een wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Wettelijke
                                    verplichtingen tot het bieden van inspraak bestaan thans
                                    bij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorbereiding van het gemeentelijk milieubeleidsplan
                                            (artikel 4.17, derde lid, Wet milieubeheer (hierna:
                                            Wm);</al></li><li nr="b."><al>de voorbereiding van een ontwikkelingsprogramma
                                            stedelijke vernieuwing (artikel 7a Wet stedelijke
                                            vernieuwing);</al></li><li nr="c."><al>de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van
                                            een afvalstoffenverordening die afwijkt van artikel
                                            10.21 Wm (artikel 10.26, tweede lid, Wm);</al></li><li nr="d."><al>het integraal gemeentelijk gehandicaptenbeleid (artikel
                                            1a Wet voorzieningen gehandicapten);</al></li><li nr="e."><al>de plannen en beleidsverslagen gericht op de realisatie
                                            en de vormgeving van cliëntenparticipatie bij de
                                            uitvoering van artikel 47 van de Wet werk en bijstand,
                                            de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (artikel 42 en
                                            de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte werkloze werknemers (artikel
                                            42);</al></li><li nr="f."><al>de voorbereiding van de besluiten tot uitsluiting van
                                            welstandstoetsing als bedoeld in artikel 12, tweede lid,
                                            onder a en b, van de Woningwet (artikel 12, vierde
                                            lid).</al></li><li nr="g."><al>de voorbereiding van het beleid inzake stadsvernieuwing
                                            (artikel 8 Wet op de stads-en dorpsvernieuwing)</al></li><li nr="h."><al>de voorbereiding betreffende het beleid van
                                            maatschappelijke ondersteuning (artikel 11 Wet
                                            maatschappelijke ondersteuning)</al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 3 Inspraakgerechtigden</cursief></al><al/><al>De omschrijving van inspraakgerechtigden vloeit rechtstreeks
                                    voort uit de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. In de Wet
                                    uniforme openbare voorbereidingsprocedure zijn de woorden</al><al>‘in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en
                                    rechtspersonen’ vervangen door; belanghebbenden. Het begrip
                                    belanghebbende is gedefinieerd in artikel 1:2 Awb en deze
                                    definitie heeft ook gelding voor wetgeving buiten Awb.</al><al/><al><cursief>Artikel 4 inspraakprocedure</cursief></al><al/><al>Afdeling 3.4 Awb bevat een procedure voor de voorbereiding van
                                    besluiten. Deze afdeling heeft als doel het bevorderen van
                                    eenheid in de wetgeving en het systematiseren en vereenvoudigen
                                    van wetgeving. Bij het inwerkingtreden van de Awb in 1994
                                    bestond naast deze afdeling nog een afdeling 3.5 die en
                                    uitgebreidere voorbereidingsprocedure kende. Met de nieuwe Wet
                                    uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb is beoogd deze
                                    twee procedures ineen te schuiven en tegelijkertijd te
                                    vereenvoudigen.</al><al>In artikel 3:11 tot en met artikel 3:18 Awb is de
                                    inspraakprocedure te vinden.</al><al>Na terinzagelegging en bekendmaking van het beleidsvoornemen
                                    kunnen belanghebbenden gedurende zes weken schriftelijk of
                                    mondeling hun zienswijze naar voren brengen. In de meeste
                                    gevallen zal deze procedure passend zijn voor de inspraak. Zo
                                    niet, dan kan op grond van het tweede lid de inspraakprocedure
                                    worden aangepast bijvoorbeeld in het geval de zes weken termijn
                                    door het bestuursorgaan te lang wordt bevonden.</al><al>Uit de laatste zinsnede van het nieuwe lid tweede lid van
                                    artikel 150 Gemeentewet blijkt dat afwijkingen van afdeling 3.4
                                    Awb zijn toegestaan (zie ook memorie van antwoord (MvA) Eerste
                                    kamer, 2000-2001, 27 023 nummer 177b, blz. 3). In de memorie van
                                    toelichting (MvT) op de wet (TK 1999-2000, 27 023, nummer 3,
                                    blz. 31) is te lezen dat in de inspraakverordening zowel geheel
                                    als gedeeltelijk kan worden afgeweken van afdeling 3.4 Awb.</al><al/><al><cursief>Artikel 5</cursief></al><al/><al>In dit geval is niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4
                                    Awb. In artikel 3:17 Awb wordt namelijk slechts bepaald dat een
                                    verslag wordt gemaakt van hetgeen tijdens de inspraakprocedure
                                    mondeling naar voren is bepaald.</al><al>Onder het in het tweede lid, onderdeel a, genoemde verslag van
                                    de gevolgde inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de
                                    procedure feitelijk verlopen? Is afdeling 3.4 onverkort
                                    toegepast? Wanneer is het beleidsvoornemen ter inzage gelegd
                                    enz.?</al><al>Onderdeel b betekent dat de eindrapportage een volledig
                                    overzicht dient te bevatten van zowel mondelinge als
                                    schriftelijke inspraakreacties. De mondelinge inspraakreacties
                                    worden schriftelijk vastgelegd. De schriftelijke reacties kunnen
                                    aan het verslag worden gehecht.</al><al>Het verslag kan worden volstaan met een korte zakelijke weergave
                                    van de naar voren gebrachte opvattingen en vermelding van de
                                    naar voren gebrachte opvattingen en vermelding van de personen
                                    die hun opvatting naar voren hebben gebracht.</al><al>Onder c geeft het bestuursorgaan aan wat met de zienswijzen
                                    wordt gedaan.</al><al>In het derde lid is bepaald dat het bestuursorgaan het
                                    eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar maakt. Degenen
                                    die hebben ingesproken ontvangen een exemplaar van het
                                    eindverslag. Daarnaast kan het eindverslag algemeen worden
                                    gepubliceerd in de krant en eventueel ook op de gemeentelijke
                                    website. Als het aantal insprekers omvangrijk is, kan worden
                                    gekozen voor het volstaan met een algemene bekendmaking. Het is
                                    aan te bevelen om tijdens de inspraakavond al duidelijkheid
                                    omtrent verdere communicatie te verschaffen.</al><al>In het vierde lid wordt de burgemeester verplicht om het
                                    eindverslag te vermelden in zijn burgerjaarverslag
                                    overeenkomstig artikel 170, tweede lid, aanhef en onder b van de
                                    Gemeentewet.</al><al/><al><cursief>Artikel 6</cursief></al><al/><al>Met deze bepaling wordt de bestaande inspraakverordening
                                    ingetrokken. De datum waarop de oude verordening vervalt, en de
                                    datum waarop de veroordeling in werking treedt (zie artikel
                                    8).</al><al/><al><cursief>Artikel 7</cursief></al><al/><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag
                                    na die van haar bekendmaking (artikel 142 Gemeentewet). De datum
                                    waarop de oude regeling vervalt, is de datum waarop de nieuwe
                                    verordening in werking treedt.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>