<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR277030_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Toeslagenverordening Wet werk en bijstand Krimpen aan den IJssel 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Krimpen aan den IJssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Krimpen aan den IJssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Toeslagenverordening Wet werk en bijstand Krimpen aan den IJssel 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel;</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 29 januari
                        2013</al><al>overwegende dat op grond van artikel 8, eerste lid sub c WWB, de
                        gemeenteraad bij </al><al>verordening regels stelt met betrekking tot het verhogen en verlagen van
                        de bijstand, bedoeld in artikel 30 WWB.</al><al>besluit:</al><lijst><li nr="1."><al>de Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2008 in te
                                trekken</al></li><li nr="2."><al>vast te stellen de volgende </al></li></lijst><al><vet>TOESLAGENVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND 2013</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder :</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet Werk en Bijstand (hierna te noemen: WWB);</al></li><li nr="b."><al>alleenstaande: de ongehuwde van 21 jaar of ouder doch jonger dan
                                    de pensioengerechtigde leeftijd die geen tot zijn last komende
                                    kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een
                                    ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of
                                    een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de
                                    bloedverwanten in de tweede graad sprake is van
                                    zorgbehoefte;</al></li><li nr="c."><al>alleenstaande ouder : de ongehuwde van 21 jaar of ouder doch
                                    jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd die de volledige zorg
                                    heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen
                                    gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft
                                    een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de
                                    tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de
                                    tweede graad sprake is van zorgbehoefte;</al></li><li nr="d."><al>gehuwden: de personen die gehuwd zijn en beiden 21 jaar of ouder
                                    zijn en beiden jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd
                                    zijn;</al></li><li nr="e."><al>kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind;</al></li><li nr="f."><al>ten laste komend kind: het kind jonger dan 18 jaar voor wie de
                                    alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan
                                    maken;</al></li><li nr="g."><al>belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit
                                    is betrokken;</al></li><li nr="h."><al>woning: een woning, een woonwagen en een woonschip;</al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="17*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="3*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="76*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>woonkosten:</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>indien een huurwoning wordt bewoond: de geldende
                                                huurprijs per maand verschuldigd als bedoeld in de
                                                Wet op de Huurtoeslag (conform artikel 5 en artikel
                                                27 Wht);</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="-"><al>indien een eigen woning wordt bewoond: de tot een bedrag per
                                    maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van
                                    de woning verschuldigde hypotheekrente, de in verband met het in
                                    eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een
                                    naar de omstandigheden vast te stellen bedrag voor
                                    onderhoud;</al></li><li nr="-"><al>onder zakelijke lasten wordt verstaan: de rioolrechten, het
                                    eigenaarsdeel van de onroerende-zaakbelasting, de
                                    brandverzekering, de opstalverzekering, het eigenaarsdeel van de
                                    waterschapslasten.</al><lijst><li nr="j."><al>nettominimumloon: het minimumloon per maand, genoemd in
                                            artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet
                                            minimumloon en minimum vakantiegeld, verhoogd met de
                                            aanspraak op vakantiegeld waarop een werknemer op grond
                                            van artikel 15 van die wet over dat minimumloon ten
                                            minste aanspraak kan maken, na aftrek van de daarvan in
                                            te houden loonheffing, premies volksverzekeringen,
                                            premies zorgverzekeringswet.</al></li><li nr="k."><al>verzorgingsbehoevende: de persoon die:</al><lijst><li nr="1."><al>volgens een AWBZ-indicatie is aangewezen op tien
                                                  of meer uren zorg per week;</al></li><li nr="2."><al>geen persoonsgebonden budget ontvangt of geen
                                                  zorg door een zorgaanbieder zoals bedoeld in
                                                  artikel 1 onderdeel j Algemene Wet Bijzondere
                                                  Ziektekosten ontvangt, voor tenminste tien van de
                                                  uren zorg per week waarop hij is aangewezen;
                                                  en</al></li><li nr="3."><al>zorg ontvangt van de verzorgende voor ten minste
                                                  tien van de uren zorg per week waarop hij is
                                                  aangewezen.</al></li></lijst></li><li nr="l."><al>verzorgende: de persoon die de zorg verleent aan de
                                            zorgbehoevende.</al></li></lijst></li></lijst><al>De loonbelasting en premies volksverzekeringen worden berekend
                            overeenkomstig de bepalingen in artikel 37 van de Wet Werk en
                            Bijstand.</al><al>2.Als gehuwd of als echtgenoot wordt mede aangemerkt de ongehuwde van 21
                            jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd die met
                            een persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde
                            leeftijd een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een
                            bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad
                            indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van
                            zorgbehoefte.</al><al>3 Als ongehuwd wordt mede aangemerkt degene van 21 jaar of ouder doch
                            jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd die duurzaam gescheiden leeft
                            van de persoon met wie hij is gehuwd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Categorieën</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor belanghebbenden aan wie bijstand volgens de wet als toeslag kan
                                worden verleend, geldt een categorieaanduiding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De categorieën worden aangeduid als:</al><lijst><li nr="a."><al>alleenstaande;</al></li><li nr="b."><al>alleenstaande ouder;</al></li><li nr="c."><al>gehuwde.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Toeslagen- en kortingenbeleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Toeslag voor alleenstaanden en alleenstaande ouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag indien de
                                alleenstaande of de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder, doch
                                jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, hogere algemeen
                                noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de
                                bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel
                                kunnen delen van deze kosten met een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande
                                en de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen, in
                                wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, bepaald op het in
                                artikel 25, tweede lid, van de wet genoemde maximumbedrag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de
                                alleenstaande en de alleenstaande ouder, op wie het tweede lid niet
                                van toepassing is, 10% van het netto minimumloon.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder niet aantoont dat
                                hij zijn kosten niet kan delen met een ander wordt geen toeslag
                                verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Inwonende eigen kinderen van 18, 19 en 20 jaar, alsmede inwonende
                                eigen kinderen van 21 jaar en ouder die een financiering op grond
                                van de Wet studiefinanciering dan wel een tegemoetkoming in de
                                onderwijsbijdrage en schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de
                                Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten of een
                                uitkering op grond van de Wet werk en bijstand met verlaging op
                                grond van artikel 6 van deze verordening ontvangen, hebben geen
                                invloed op de te verstrekken toeslag.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De uitwonende alleenstaande van 18 tot en met 20 jaar ontvangt geen
                                toeslag, maar een door burgemeester en wethouders in de richtlijnen
                                vast te stellen bijzondere bijstand, indien de individuele
                                omstandigheden daartoe noodzaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verlaging voor gehuwden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijstandsnorm voor gehuwden van 21 jaar of ouder, doch jonger dan
                                de pensioengerechtigde leeftijd, wordt lager vastgesteld indien de
                                belanghebbende lagere algemeen noodzakelijk kosten van het bestaan
                                heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het
                                geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een
                                ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inwonende eigen kinderen van 18, 19 en 20 jaar alsmede inwonende
                                eigen kinderen van 21 jaar en ouder die een financiering op grond
                                van de Wet op studiefinanciering, dan wel een tegemoetkoming in de
                                studiekosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
                                studiekosten ontvangen, hebben geen invloed op de te verstrekken
                                bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van het
                                netto minimumloon.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de gehuwden niet aantonen dat zij de kosten niet kunnen delen
                                met een ander wordt een verlaging van 20% toegepast.</al><al>Artikel 5 Verlaging in verband met ontbreken van woonkosten</al><lijst><li nr="1."><al>De bijstandsnorm of de toeslag wordt lager vastgesteld
                                        indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of de
                                        gehuwde lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan
                                        heeft dan waarin de bijstandsnorm of de toeslag voorziet,
                                        als gevolg van de bewoning van een woning waaraan geen
                                        kosten zijn verbonden.</al></li><li nr="2."><al>De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor
                                        personen van 21 jaar of ouder, doch jonger dan de
                                        pensioengerechtigde leeftijd 20% van het netto
                                        minimumloon.</al></li><li nr="3."><al>De in het tweede lid bedoelde verlagingen vinden bij
                                        voorrang plaats op de toeslag.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verlaging toeslag voor alleenstaanden van 21 jaar</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De toeslag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt voor
                                        een alleenstaande van 21 jaar, die geen woning deelt met een
                                        ander, vastgesteld op 10% van het netto minimumloon.</al></li><li nr="2."><al>De toeslag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt voor
                                        een alleenstaande van 21 jaar, die een woning deelt met een
                                        ander, vastgesteld op nihil.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Anti-cumulatiebepaling</titel></kop><al>Indien voor de belanghebbende een combinatie van een lagere toeslag
                                en één of meer verlagingen in verband met het delen van
                                respectievelijk het ontbreken van woonkosten of samenloop van deze
                                verlagingen onderling van toepassing is, bedraagt de totale
                                verlaging niet meer dan 25% van het netto minimumloon.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Categoriale
                                    bijzondere bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Bijzondere bijstand</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de verstrekking
                                        van bijzondere bijstand op individuele en categoriale
                                        wijze.</al></li><li nr="2."><al>Het college is bevoegd de bijzondere bijstand vorm te geven
                                        binnen de wettelijke kaders en is tevens bevoegd
                                        beleidsregels vast te stellen ter uniformering van de
                                        bijzondere bijstandsverlening in de vorm van
                                        richtlijnen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Overige
                                    tegemoetkomingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Tegemoetkomingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de verstrekking
                                        van tegemoetkomingen, bijdragen en toeslagen die de raad uit
                                        oogpunt van aanvullende inkomensondersteuning verantwoord
                                        vindt.</al></li><li nr="2."><al>Artikel 8, tweede lid geldt dienovereenkomstig voor de
                                        vorengenoemde tegemoetkomingen, bijdragen en toeslagen die
                                        uit de wet of door de raad vastgestelde
                                        inkomensvoorzieningen voortvloeien.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Richtlijnen</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 8 en 9 is het college bevoegd om de
                                algemene bijstand vorm te geven binnen de wettelijke kaders en is
                                tevens bevoegd beleidsregels vast te stellen ter uniformering van de
                                algemene bijstandsverlening in de vorm van richtlijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Uitvoering en mandatering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de uitvoering van
                                        het bepaalde in deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het nemen van de
                                        door burgemeester en wethouders te nemen bijstandsbesluiten,
                                        voor zover het individuele aanspraken op uit kering
                                        betreft:</al><lijst><li nr="-"><al>Volgens de WWB.</al></li><li nr="-"><al>Volgens de Toeslagenverordening Wet werk en bijstand.</al></li><li nr="-"><al>Volgens de uitkerings- en uitvoeringsvoorschriften van de
                                        minister SZW, alsmede volgens de door het college
                                        vastgestelde richtlijnen, te mandateren aan de directeur
                                        Afdeling Samenleving (ASL), zulks onder nader door de
                                        burgemeester en wethouders te stellen regels met betrekking
                                        tot de verantwoording van de mandatering.</al></li><li nr="-"><al>Voorts zijn burgemeester en wethouders bevoegd ondermandaat
                                        te verlenen. De reikwijdte van het mandaat betreft tevens
                                        het instellen van bezwaar en beroep namens de gemeente, met
                                        inbegrip van procesmandaat.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De onder het tweede lid genoemde mandaatregeling geldt niet
                                        voor:</al><lijst><li nr="-"><al>het vaststellen van de beleidsregels in de vorm van
                                        richtlijnen;</al></li><li nr="-"><al>het nemen van besluiten op ingekomen bezwaarschriften.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het nemen van
                                        beheersbesluiten inzake de verlenging van bijstand, evenals
                                        het nemen van besluiten met betrekking tot de inrichting van
                                        de administratieve organisatie, te mandateren aan de
                                        directeur SSL, zulks onder nader door burgemeester en
                                        wethouders te stellen regels met betrekking tot de
                                        verantwoording van de mandatering. Voorts zijn burgemeester
                                        en wethouders bevoegd ondermandaat te verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Toeslagenverordening Wet
                                werk en bijstand Krimpen aan den IJssel 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april
                                        2013.</al></li><li nr="2."><al>Gelijktijdig wordt ingetrokken de Toeslagenverordening Wet
                                        werk en bijstand 2008.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel
                        in zijn openbare vergadering van 21 maart 2013 </ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><al><vet>ARTIKELGEWIJZE</vet><vet>TOELICHTING</vet></al><al><vet>Artikel 1. Begripsomschrijving</vet></al><al>De begrippen die in de verordening worden gebruikt hebben een
                                gelijkluidende betekenis als de omschrijving in de WWB.</al><al><vet>Artikel 2 Categorieën</vet></al><al>Artikel 30 van de WWB schrijft voor dat de verordening vaststelt
                                voor welke categorieën de bijstandsnorm wordt verlaagd of verhoogd.
                                De categorie-indeling is gebaseerd op de categorieën genoemd in
                                artikel 21 WWB en heeft betrekking op personen van 21 jaar of ouder
                                doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd.</al><al><vet>Artikel 3 Toeslag voor alleenstaanden en alleenstaande
                                    ouders</vet></al><al>Bij de vaststelling van de basisnorm voor de alleenstaande en de
                                alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder, doch jonger dan de
                                pensioengerechtigde leeftijd, is de wetgever ervan uitgegaan dat
                                deze de bestaanskosten geheel met een ander kan delen, net zoals dat
                                bij gehuwden het geval is. De gehuwdenuitkering dient dan ook als
                                uitgangspunt bij de vaststelling van de hoogte van de toeslag.</al><al>Artikel 30, tweede lid WWB schrijft voor dat de toeslag,
                                onverminderd het bepaalde in artikel</al><al>27, 28 en 29 van de wet, voor de alleenstaande en de alleenstaande
                                ouder met zijn kinderen in wiens woning geen ander zijn
                                hoofdverblijf heeft, wordt bepaald op het maximumbedrag, genoemd in
                                artikel 25, tweede lid, van de WWB. De maximale toeslag komt neer op
                                20% van het netto minimumloon.</al><al>In deze verordening wordt volstaan met een verwijzing naar het
                                bedrag zoals dat in de wet is genoemd. Dit bedrag wordt regelmatig,
                                veelal (half)jaarlijks, bijgesteld. De artikelen 27, 28 en 29 WWB
                                geven de gemeente de bevoegdheid om voor bepaalde categorieën de
                                bijstandsnorm of de toeslag lager vast te stellen. Dit betekent dat
                                indien aanvrager voldoet aan de voorwaarde genoemd in artikel 25 van
                                de wet, het toch kan zijn dat er geen recht op een toeslag bestaat
                                van 20% van het netto minimumloon, indien de gemeente daarnaast
                                tevens gebruik maakt van de mogelijkheid om de bijstandsnorm of de
                                toeslag te verlagen (zie ook de artikelen 4 tot en met 6 van deze
                                verordening).</al><al>Het gezamenlijk bewonen van een woning levert schaalvoordelen op.
                                Deze schaalvoordelen treden op omdat de woonlasten kunnen worden
                                gedeeld. De kosten van huur, heffingen, belastingen, verzekeringen,
                                vastrecht nutsbedrijven en dergelijke zijn voor personen die een
                                woning delen lager, omdat deze kosten per woning slechts eenmaal in
                                rekening worden gebracht. Deze schaalvoordelen worden geraamd op 10%
                                van het minimumloon. Dientengevolge wordt de toeslag als gevolg van
                                de optredende schaalvoordelen vastgesteld op 10% van het netto
                                minimumloon.</al><al>Indien er sprake is van het niet mee werken aan een huisbezoek en
                                hierdoor niet kan worden vastgesteld of belanghebbende de kosten kan
                                delen met iemand anders wordt geen toeslag verstrekt. </al><al><vet>Artikel 4 Verlaging voor gehuwden</vet></al><al>Ook gehuwden kunnen schaalvoordelen genieten aangezien zij de kosten
                                van het bestaan kunnen delen omdat zij de door hen bewoonde woning
                                niet alleen bewonen. Deze schaalvoordelen leiden ertoe dat de
                                gehuwdenuitkering wordt verlaagd met 10% van het netto
                                minimumloon.</al><al>Indien er sprake is van het niet mee werken aan een huisbezoek en
                                hierdoor niet kan worden vastgesteld of belanghebbende de kosten kan
                                delen met iemand anders wordt een verlaging toegepast van 20%.</al><al><vet>Artikel 5 Verlaging in verband met ontbreken van
                                    woonkosten</vet></al><al>De bijstandsuitkering dient voldoende te zijn om in de algemeen
                                noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen voorzien. De kosten
                                van het wonen maken daar deel van uit. Indien betrokkene geen
                                woonkosten heeft, wordt de uitkering verlaagd.</al><al>Uitgangspunt voor de verlaging is het bedrag dat de Minister van
                                Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hanteert als minimumbedrag
                                bij het toepassen van huursubsidie. Omgerekend naar een percentage
                                van het netto minimumloon bedraagt deze verlaging, afgerond, 17% van
                                het netto minimumloon.</al><al><vet>Artikel 6 Verlaging toeslag voor alleenstaanden van 21
                                    jaar</vet></al><al>De uitkering voor een alleenstaande komt, bij verstrekking van de
                                maximale toeslag van 20% van het netto minimumloon, vrijwel overeen
                                met het netto minimumjeugdloon voor een 21-jarige en zou daardoor
                                een belemmering kunnen vormen voor het aanvaarden van arbeid. Daarom
                                is er aanleiding met toepassing van artikel 29 WWB de toeslag voor
                                deze groep op een lager niveau vast te stellen.</al><al>Als gevolg van fiscale maatregelen is de afstand tussen de netto
                                inkomsten uit dienst- betrekking en de hoogte van de
                                bijstandsuitkering in de afgelopen jaren vergroot. Voor 22-jarigen
                                is inmiddels een aanmerkelijk verschil ontstaan, zodat voor deze
                                leeftijdsgroep er geen sprake meer is van een belemmering voor het
                                aanvaarden van arbeid.</al><al><vet>Artikel 7 Anti-cumulatiebepaling</vet></al><al>Indien gebruik wordt gemaakt van de verlagingsmogelijkheden zoals
                                die in de verordening zijn genoemd dient rekening te worden gehouden
                                met de effecten van cumulatie van factoren. Een dergelijke cumulatie
                                kan er toe leiden dat de uitkering die overblijft onvoldoende is om
                                in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Dit
                                artikel voorziet in een beperking van bedoelde cumulatie voor zover
                                het gaat om het toeslagenbeleid.</al><al>Gedacht is uitsluitend aan verlagingen als gevolg van:</al><lijst><li nr="-"><al>woningdelen;</al></li><li nr="-"><al>ontbrekende woonkosten;</al></li><li nr="-"><al>de lagere toeslag als bedoeld in artikel 6.</al></li></lijst><al>Dit betekent in het geval dat de uitkering wordt verlaagd als gevolg
                                van andere omstandigheden, zoals bijvoorbeeld tekortschietend besef
                                van verantwoordelijkheid voor zelfstandige voorziening in het
                                bestaan, dat de anticumulatie volgens artikel 7 niet van toepassing
                                is.</al><al><vet>Artikel 10 Richtlijnen</vet></al><al>Voor de juiste uitvoering van de verordening kan het noodzakelijk
                                zijn dat nadere uitvoeringsregels worden vastgesteld. Dit artikel
                                geeft het college de bevoegdheid om dergelijke beleidsregels vast te
                                stellen in de vorm van richtlijnen, die in het Handboek SSL worden
                                gepubliceerd. Het betreft niet alleen de bijstandsverlening sec,
                                maar ook de door de raad noodzakelijk geachte aanvullingen uit
                                hoofde van verantwoorde inkomensvoorzieningen. </al><al><vet>Artikel 11 Uitvoering en mandatering</vet></al><al>Met dit artikel wordt de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het
                                college gehandhaafd, maar wordt het uit oogpunt van een efficiënte
                                inrichting van werkprocessen noodzakelijk geacht de dagelijkse
                                besluitvorming te mandateren aan de directeur sector Samenleving. </al><al>In principe worden alle individuele uitvoeringsbesluiten
                                gemandateerd. Voortschrijdende ontwikkelingen kunnen aanleiding
                                geven tot het vaststellen van nadere regels in de sfeer van het
                                afleggen van verantwoording achteraf. Daartoe kan onder andere
                                worden gerekend de verplichting van de directeur om bij klachten de
                                portefeuillehouder te informeren over de klacht en het onderzoek
                                daar naar.</al><al>Het derde lid van artikel 11 somt limitatief enige uitzonderingen
                                op. Het is op deze onderdelen gewenst niet te volstaan met een
                                ambtelijke afdoening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>