<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR27621_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Gouda 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-8263.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3dmateri%25c3%25able%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20150928%26epd%3d20150928%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dGouda%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad, 2015, 8263</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Gouda 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het primair onderwijs, art. 140 en 141</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de expertisecentra, art. 134 en 135</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het voortgezet onderwijs, art. 96g en 96h</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden, XIII, XV en XVII</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 5</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, hoofdstuk 4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-01-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>bijlage</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>620609</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-16100</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Gouda 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>de raad van de gemeente gouda</vet></al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van 25 november 2008;</al><al/><al>gelet op artikel 140/141 van de Wet op het primair onderwijs, artikel
                        134/135 van de Wet op deexpertisecentra en artikel 96g/96h van de Wet op het
                        voortgezet onderwijs;</al><al/><al>gelet op de artikelen XIII, XV en XVII van de Wet dualisering
                        gemeentelijkemedebewindsbevoegdheden;</al><al/><al>gelet op artikel 5 van de Gemeentewet;gelet op hoofdstuk 4 van de Algemene
                        wet bestuursrecht;</al><al/><al>gezien het gevoerde overleg met vertegenwoordigers van de bevoegde
                        gezagsorganen van descholen in de gemeente op 10 november 2008;</al><al/><al>overwegende dat het noodzakelijk is de toekenning van voorzieningen in het
                        kader van aanvullendgemeentelijk beleid ten aanzien van het onderwijs bij
                        verordening te regelen;</al><al/><al>besluit: vast te stellen de verordening materiële financiële gelijkstelling
                        onderwijs gemeente Gouda 2008.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>- algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>1</nr><titel>begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>het college</cursief>: het college van burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente Gouda;</al></li><li nr="b."><al><cursief>schoolbestuu</cursief>r: bevoegd gezag van een volgens
                                    de Wet op het primair onderwijs,de Wet op de expertisecentra en
                                    de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde in de gemeente
                                    gelegen openbare ofbijzondere school, of, voorzover in deze
                                    verordening is bepaald,van een nevenvestiging waarvan de
                                    hoofdvestiging is gelegen ineen andere gemeente; </al></li><li nr="c."><al><cursief>school</cursief>: school voor basisonderwijs, school
                                    voor (voortgezet) speciaal onderwijs of school voor voortgezet
                                    onderwijs; </al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al><cursief>school voor basisonderwijs</cursief>: een basisschool
                                    of een speciale school voor basisonderwijs alsbedoeld in artikel
                                    1 van de Wet op het primair onderwijs; </al></li><li nr="-"><al><cursief>school voor (voortgezet) speciaal onderwijs</cursief>:
                                    een school voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal
                                    en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Wet op de expertisecentra, een instelling voor speciaal en
                                    voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de
                                    Wet op de expertisecentra en een school voor voortgezet speciaal
                                    onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                                    expertisecentra;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al><cursief>nevenvestiging</cursief>: deel van een school dat door
                                    de minister ingevolge artikel 85 vande Wet op het primair
                                    onderwijs, artikel 76a of artikel 76b van de Wet op de
                                    expertisecentra, artikel X van de wet van 31 mei 1995 (Stb. 319)
                                    of artikel 75 van de Wet op het voortgezet onderwijs voor
                                    bekostiging in aanmerking is gebracht;</al></li><li nr="e."><al><cursief>voorziening</cursief>: een voorziening zoals opgenomen
                                    in de bijlage Voorzieningen van deze verordening;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al><cursief>aanvullende voorziening</cursief>: een door het college
                                    vastgestelde nieuwe voorziening waarmeede verordening tijdelijk
                                    wordt aangevuld;</al></li><li nr="g."><al><cursief>indieningsdatum</cursief>: uiterste moment zoals
                                    opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening,
                                    waarvoor een aanvraag voor een voorziening voor het eerste
                                    daaropvolgende tijdvak moet zijn ingediend;</al></li><li nr="h."><al><cursief>toekenningscriteria</cursief>: de omstandigheden zoals
                                    opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening,
                                    waaronder een schoolbestuur in aanmerking komt voor een
                                    voorziening of een aanvullende voorziening;</al></li><li nr="i."><al><cursief>tijdvak</cursief>: periode zoals opgenomen in de
                                    bijlage Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een
                                    voorziening wordt toegekend;</al></li><li nr="j."><al><cursief>subsidieplafond</cursief>: een bedrag zoals bedoeld in
                                    artikel 4:22 van de wet, dat beschikbaar is voor een
                                    voorziening, of een aanvullende voorziening;</al></li><li nr="k."><al><cursief>feitelijke beschikbaarstelling</cursief>: de
                                    beschikking van het college waarbij een voorziening of
                                    aanvullende voorziening in natura beschikbaar wordt
                                    gesteld;</al></li><li nr="l."><al><cursief>subsidievaststelling</cursief>: een beschikking zoals
                                    bedoeld in artikel 4:42 van de wet;</al></li><li nr="m."><al><cursief>wet</cursief>: de Algemene wet bestuursrecht:</al></li><li nr="n."><al><cursief>subsidieverlening</cursief>: een beschikking zoals
                                    bedoeld in artikel 4:29 van de wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2</nr><titel>subsidieplafond en verdelingsregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan voor een voorziening een subsidieplafond vaststellen.
                                Hierbij bepaalt de raad hoehet beschikbare bedrag wordt
                                verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De raad kan voor een voorziening het gestelde in het eerste lid
                                overdragen aan het college. Hetcollege neemt daarbij de
                                gemeentebegroting in acht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het college maakt het subsidieplafond en de wijze van verdeling van
                                het beschikbare bedrag,uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum
                                aan de schoolbesturen bekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3</nr><titel>aanvullende voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat de verordening tijdelijk wordt aangevuld
                                met een voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college stelt de toekenningscriteria vast waaronder aanspraak
                                bestaat op de aanvullendevoorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>4</nr><titel>jaarlijks overzicht</titel></kop><al>Jaarlijks voor 1 juli zendt het college aan de schoolbesturen een
                            overzicht van de op basis van deze verordening toegekende voorzieningen.
                            Het overzicht omvat de periode van 1 juni van het voorafgaande jaar tot
                            en met 31 mei van het jaar van toezending.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>- procedures</titel></kop><paragraaf><kop><label>paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>aanvraag voorzieningen;weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>5</nr><titel>toevoegen, wijzigen en intrekken</titel></kop><al>Een wijziging van de verordening die leidt tot het toevoegen,
                                wijzigen of intrekken van eenvoorziening, wordt uiterlijk zes weken
                                voor de indieningsdatum bekendgemaakt door het college.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>6</nr><titel>indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het schoolbestuur dat een voorziening voor het eerste
                                    daaropvolgend tijdvak wenst, dient voorde indieningsdatum een
                                    aanvraag in bij het college. De indieningsdatum is niet van
                                    toepassingindien voor de voorziening is bepaald dat een
                                    indieningsdatum niet is voorgeschreven. Indien deaanvraag niet
                                    voor de indieningsdatum is ingediend, besluit het college om de
                                    aanvraag niet tebehandelen. Als er geen indieningsdatum is
                                    vastgesteld geldt dit niet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van het schoolbestuur;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>de gewenste voorziening;</al></li><li nr="d."><al>de naam van de school en de onderwijssoort indien de
                                            voorziening is bestemd voor een school;</al></li><li nr="e."><al>een motivering dat wordt voldaan aan de
                                            toekenningscriteria. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het ontbreken van een of meer gegevens deelt het college dit
                                    schriftelijk mee aan hetschoolbestuur. Daarbij krijgt het
                                    schoolbestuur de gelegenheid om binnen drie weken na dedatum van
                                    verzending van de mededeling de gegevens schriftelijk aan te
                                    vullen. Indien hetschoolbestuur de ontbrekende gegevens niet
                                    binnen deze termijn verstrekt, beslist het college deaanvraag
                                    niet te behandelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>7</nr><titel>beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit binnen twaalf weken na de indieningsdatum op
                                    een aanvraag. Indien tenaanzien van een voorziening geen
                                    indieningsdatum is voorgeschreven, beslist het college binnen
                                    twaalf weken na ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de termijn van twaalf weken met vier weken
                                    verlengen. Bij verlenging wordt uiterlijk twee weken voor het
                                    einde van de termijn van twaalf weken hiervan door het college
                                    schriftelijk mededeling gedaan aan het schoolbestuur. Hierbij
                                    geeft het college de reden voor de verlenging aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt binnen twee weken na de datum van de
                                    beschikking op de aanvraag het schoolbestuur hiervan
                                    schriftelijk in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>8</nr><titel>weigeringsgronden</titel></kop><al>Het college weigert de voorziening in ieder geval indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van de
                                        verordening;</al></li><li nr="b."><al>niet is voldaan aan één van de toekenningscriteria;</al></li><li nr="c."><al>door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou
                                        worden overschreden.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>aanvraag aanvullende voorzieningen;weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>9</nr><titel>indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het schoolbestuur dat een aanvullende voorziening wenst, dient
                                    een aanvraag in bij het college. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de aanvraag is artikel 6, tweede en derde lid, van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>10</nr><titel>beslissingstermijn</titel></kop><al>Het college besluit binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag
                                of binnen vier weken na deverstrekking van de aanvullende gegevens.
                                Binnen twee weken na de datum van de beschikking stelthet college
                                het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>11</nr><titel>weigeringsgronden</titel></kop><al>Het college weigert de aanvullende voorziening in ieder geval
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de gevraagde voorziening geen aanvullende voorziening zoals
                                        bedoeld in artikel 3 is;</al></li><li nr="b."><al>niet is voldaan aan een van de toekenningscriteria.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>toekenning; uitvoering beschikking subsidieverlening; intrekking
                                of wijziging;verbod vervreemding</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>12</nr><titel>inhoud beschikking tot toekenning;betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beschikking van het college tot toekenning van een
                                    voorziening of een aanvullende voorziening kan inhouden:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke beschikbaarstelling van de voorziening;
                                            of</al></li><li nr="b."><al>een subsidieverlening; of</al></li><li nr="c."><al>een subsidievaststelling. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>het tijdvak en het doel waarvoor de voorziening is
                                            toegekend;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop het schoolbestuur de voorziening dient
                                            uit te voeren. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beschikking tot subsidieverlening of subsidievaststelling
                                    bevat voorts:</al><lijst><li nr="a."><al>het bedrag van de subsidie of indien de beschikking tot
                                            subsidieverlening het bedrag nietvermeldt, het bedrag
                                            waarop de subsidie ten hoogste wordt vastgesteld;</al></li><li nr="b."><al> het bedrag van het voorschot of de wijze van
                                            vaststelling daarvan indien de beschikking
                                            totsubsidieverlening bepaalt dat het college een
                                            voorschot verleent;</al></li><li nr="c."><al> de bepaling dat de wet van toepassing is en voorzover
                                            van belang welke afzonderlijkebepalingen of afwijkingen
                                            hierop van kracht zijn;</al></li><li nr="d."><al> voorzover van belang de wijze waarop rekening en
                                            verantwoording door het schoolbestuurwordt afgelegd aan
                                            het college.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De betaling van het subsidiebedrag vindt binnen zes weken na de
                                    subsidievaststelling plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>13</nr><titel>uitvoering beschikking tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na een beschikking tot subsidieverlening dient het schoolbestuur
                                    uiterlijk acht weken na afloop van het tijdvak waarvoor de
                                    voorziening is toegekend een aanvraag tot subsidievaststelling
                                    in. Het college stelt de subsidie ambtshalve vast indien de
                                    aanvraag achterwege blijft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag toont het schoolbestuur aan dat de aan de
                                    subsidieverlening verbonden verplichtingen als genoemd in
                                    artikel 12 zijn nagekomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het schoolbestuur niet of niet voldoende aantoont dat de
                                    verplichtingen zijn nagekomen, deelt het college dit
                                    schriftelijk mee aan het schoolbestuur. Hierbij geven zij aan op
                                    welke onderdelen het schoolbestuur aanvullende informatie moet
                                    verschaffen. Daarbij krijgt het schoolbestuur de gelegenheid om
                                    binnen drie weken na ontvangst van de mededeling de gevraagde
                                    informatie schriftelijk te verschaffen. Indien het schoolbestuur
                                    de gevraagde informatie niet binnen deze termijn verstrekt,
                                    stelt het college de subsidie ambtshalve vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>14</nr><titel>subsidievaststelling volgend op verlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist binnen acht weken na de indiening van de
                                    aanvraag als bedoeld in artikel 13of binnen acht weken na de
                                    verstrekking van de aanvullende informatie. Binnen twee weken
                                    nade datum van de beschikking stelt het college het
                                    schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college betaalt het subsidiebedrag onder verrekening van de
                                    betaalde voorschotten,overeenkomstig de subsidievaststelling. De
                                    betaling vindt binnen zes weken na desubsidievaststelling
                                    plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>15</nr><titel>intrekken of wijzigen beschikking; terugvordering</titel></kop><al>Ten aanzien van het beleid tot intrekking, wijziging, stopzetting of
                                verlaging van de afgegeven subsidiebeschikking dan wel
                                terugvordering van gegeven subsidie is titel 4.2 van de wet van
                                toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>16</nr><titel>verbod tot vervreemding</titel></kop><al>Vervreemding door het schoolbestuur van op basis van deze
                                verordening toegekende voorzieningen, is niet toegestaan zonder
                                toestemming van het college tenzij sprake is van een overdracht van
                                voorzieningen aan een ander schoolbestuur als gevolg van
                                samenvoeging van het betreffende schoolbestuur met een ander
                                schoolbestuur.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>- slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>17</nr><titel>informatieverstrekking</titel></kop><al>Het schoolbestuur verstrekt op verzoek van het college nadere gegevens
                            die noodzakelijk zijn voor deuitvoering van het bepaalde in deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>18</nr><titel>beslissing van het college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van de verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet,beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>19</nr><titel>intrekking Verordening materiële financiële gelijkstelling
                                onderwijsgemeente Gouda 1998</titel></kop><al>De Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente
                            Gouda 1998 wordt ingetrokken.Verordening materiële financiële
                            gelijkstelling onderwijs gemeente Gouda 1998 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>20</nr><titel>citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening kan worden aangehaald als: Verordening materiële
                                financiële gelijkstellingonderwijs gemeente Gouda 2008. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2008.
                            </al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Gouda in de openbare
                        raadsvergadering van 17 december 2008</al><al/><al>De raad van de gemeente voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>, voorzitter</ondertekening><ondertekening>, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>Toelichting</titel></kop><al>Als gevolg van de wetswijziging per 1 januari 2015 vervalt de zorgplicht voor de
                    gemeente voor het bekostigen van onderhoud en aanpassen van lokalen voor
                    bewegingsonderwijs. Desondanks blijft de gemeente verantwoordelijk voor het
                    vaststellen van de vergoeding voor onderhoud en aanpassen van de lokalen
                    bewegingsonderwijs, maar nu als onderdeel van de vergoeding materiële
                    instandhouding (artikel 136 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 130
                    van de Wet op de expertisecentra). </al><al/><al>Voor het vaststellen van de hoogte van het bedrag van de bekostiging bestaan
                    twee mogelijkheden:</al><lijst><li nr="1."><al>het verhogen van de bedragen per klokuur van de vaste en variabele
                            kosten, of</al></li><li nr="2."><al>het handhaven van de procedure die tot nu toe was opgenomen in de
                            Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs, waardoor de bekostiging
                            van onderhoud en aanpassen van de lokalen bewegingsonderwijs niet
                            afhankelijk is van het aantal klokuren gebruik, maar op een gelijke
                            wijze plaatsvindt als het onderhoud en aanpassen van de gemeentelijke
                            lokalen bewegingsonderwijs.</al></li></lijst><al/><al>Mede omdat het, gelet op de verscheidenheid in basis- en speciaal onderwijs en
                    soort lokalen bewegingsonderwijs praktisch ondoenlijk is om een bedrag per
                    klokuur vast te stellen is gekozen voor de in deze bijlage beschreven procedure.
                    Deze is conform het VNG-model. </al><al/><al>Artikel 5 van de Verordeningmateriële financiële gelijkstelling onderwijs
                    gemeente Gouda 2008 schrijft voor dat een wijziging van de verordening die leidt
                    tot het toevoegen van een voorziening, uiterlijk zes weken voor de
                    indieningsdatum van de bekostigingsaanvraag bekend wordt gemaakt. </al><al>Om die reden is in artikel II van de wijzigingsverordening bepaald dat de
                    aanvraag in 2015 eenmalig later dan 1 februari kan worden ingediend, namelijk
                    binnen zes weken na de dag van bekendmaking van het besluit tot wijziging van de
                    verordening. </al><al/><al>Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de bijlage ‘Voorziening
                    schoolbegeleiding’, die al enkele jaren is uitgewerkt, te laten vervallen.</al></nota-toelichting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Gouda/i259662.pdf">Bijlage voorzieningen lokalen bewegingsonderwijs</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>