<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR275976_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieregeling streeknetwerken Noord-Brabant 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-10-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.brabant.nl/loket/provinciale-bladen.aspx?qvi=55112">Provinciaal Blad, 2015, 113</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieregeling streeknetwerken Noord-Brabant 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene subsidieverordening Noord-Brabant, art. 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-10-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-10-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-04-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 13</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>3864022</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ruimtelijke ordening, subsidies, financieel kader</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-41946</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieregeling streeknetwerken Noord-Brabant 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant</al><al>Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;</al><al>Overwegende dat Provinciale Staten op 9 december 2011 het koersdocument “De
                        transitie van het Brabantse stad en platteland – Een nieuwe koers” hebben
                        vastgesteld, dat de wijze aangeeft waarop de provincie wil samenwerken in de
                        ontwikkeling van het landelijk gebied in relatie met de Brabantse
                        steden;</al><al>Overwegende dat Provinciale Staten op 22 juni 2012 kennis hebben genomen van
                        de notitie Uitvoering Transitie stad en platteland, onderdeel externe
                        organisatie, en in dat kader Gedeputeerde Staten opdracht hebben gegeven om
                        samenwerkingsovereenkomsten aan te gaan met de streeknetwerken ter
                        realisatie van het regionale uitvoeringsprogramma;</al><al>Overwegende dat Provinciale Staten daarbij tevens besloten hebben
                        Gedeputeerde Staten opdracht te geven tot het aangaan van
                        samenwerkingsovereenkomsten met netwerken van energie;</al><al>Overwegende dat Gedeputeerde Staten daartoe op 11 december 2012 de
                        Subsidieregeling streeknetwerken Noord-Brabant hebben vastgesteld;</al><al>Overwegende dat Provinciale Staten op 12 oktober 2012 de Algemene
                        subsidieverordening Noord-Brabant hebben vastgesteld, waarin de
                        uitgangspunten van het Kader financieel beheer rijkssubsidies zijn
                        geïmplementeerd, alsmede een algehele actualisatie is doorgevoerd;</al><al>Overwegende dat aanpassing van de Subsidieregeling streeknetwerken
                        Noord-Brabant aan de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant leidt tot
                        een aantal noodzakelijke wijzigingen en Gedeputeerde Staten het derhalve
                        wenselijk achten een geheel nieuwe regeling vast te stellen;</al><al>Besluiten vast te stellen de volgende regeling:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> streek: gebied zoals weergegeven in bijlage 1;</al></li><li nr="b."><al> streeknetwerk: regionaal vrijwillig netwerk dat zich richt op de
                                realisatie van een toekomstbestendig en vitaal platteland.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Doelgroep</titel></kop><al>Subsidie kan worden aangevraagd door rechtspersonen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Subsidievorm</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling
                            projectsubsidies.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Subsidies als bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt in de vorm
                            van een geldbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Subsidie kan worden verstrekt voor het genereren van projecten gericht op
                        het vitaler maken van het platteland.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Weigeringsgronden</titel></kop><al>Subsidie wordt geweigerd indien het aangevraagde subsidiebedrag minder
                        bedraagt dan € 125.000.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Subsidievereisten</titel></kop><al>Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4 in aanmerking te komen, wordt
                        voldaan aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al> de subsidieaanvrager maakt deel uit van een streeknetwerk;</al></li><li nr="b."><al> het streeknetwerk heeft als werkingsgebied een streek;</al></li><li nr="c."><al> het streeknetwerk is gericht op plattelandsontwikkeling;</al></li><li nr="d."><al> aan de subsidiabele activiteit ligt een sluitende begroting ten
                                grondslag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie
                        komen alle kosten voor subsidie in aanmerking.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Niet subsidiabele kosten</titel></kop><al>In afwijking van artikel 7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor
                        subsidie in aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al> kosten voor de uitvoering van gegenereerde projecten;</al></li><li nr="b."><al> kosten gemaakt voor 1 juli 2012;</al></li><li nr="c."><al> kosten van inzet van eigen personeel van deelnemers aan het
                                streeknetwerk die publiekrechtelijk rechtspersoon zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Vereisten subsidieaanvraag</titel></kop><al>Subsidieaanvragen worden ingediend van 1 april 2013 tot en met 30 juni
                        2015.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld
                        in artikel 4, voor de periode van 1 april 2013 tot en met 30 juni 2015 vast
                        op € 3.282.416.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Subsidiehoogte</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 4, bedraagt 50% van de
                            subsidiabele kosten, tot een maximum van € 1.000.000 per
                            subsidieaanvrager.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder
                            bedraagt dan € 125.000, wordt de subsidie niet verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Verdeelcriteria</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de
                            subsidieaanvragen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het
                            bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de
                            subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van
                            binnenkomst.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan
                            vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige
                            subsidieaanvragen plaats door middel van loting.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><al>De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:</al><lijst><li nr="a."><al> de te genereren projecten zijn gericht op de streek waar het
                                streeknetwerk zijn werkingsgebied heeft;</al></li><li nr="b."><al> de te genereren projecten zijn gericht op het aantrekkelijker maken
                                van de streek als leefomgeving en hebben betrekking op ten minste
                                een van de volgende thema’s: </al><lijst><li nr="1°."><al> vestigings- en leefklimaat, inclusief natuur en water;</al></li><li nr="2°."><al> innovatie in de sector van agrofood en het Midden- en
                                        Kleinbedrijf;</al></li><li nr="3°."><al> recreatie en ontspanning;</al></li><li nr="4°."><al> leefbaarheid;</al></li><li nr="5°."><al> identiteit;</al></li><li nr="6°."><al> energietransitie en klimaat;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al> de te genereren projecten dragen bij aan structurele verduurzaming
                                van de desbetreffende streek;</al></li><li nr="d."><al> de subsidieontvanger zoekt aansluiting bij initiatieven in zijn
                                eigen netwerk voor het genereren van projecten;</al></li><li nr="e."><al> de subsidieontvanger draagt zorg voor naamsbekendheid van het
                                streeknetwerk onder initiatiefnemers van te genereren
                                projecten;</al></li><li nr="f."><al> de subsidieontvanger organiseert participatie van overheden,
                                ondernemers, onderwijs en overige partijen in het
                                streeknetwerk;</al></li><li nr="g."><al> de subsidieontvanger overlegt jaarlijks voor 1 juli een tussentijds
                                voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de
                                activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf
                                maanden bedraagt;</al></li><li nr="h."><al> in het voortgangsverslag, bedoeld onder g, is ten minste opgenomen: </al><lijst><li nr="1°."><al> de mate waarin aan de verplichtingen, genoemd onder a tot
                                        en met f, is voldaan;</al></li><li nr="2°."><al> het aantal projecten, bedoeld in artikel 4, dat door het
                                        streeknetwerk is gegenereerd;</al></li><li nr="3°."><al> de omvang van de financiële en personele bijdrage van de
                                        deelnemers aan het streeknetwerk;</al></li><li nr="4°."><al> de taakverdeling van de deelnemers aan het
                                        streeknetwerk;</al></li></lijst></li><li nr="i."><al> de subsidieontvanger houdt een administratie bij van aan de
                                activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel
                                4:37, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht en
                                overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten;</al></li><li nr="j."><al> de subsidiabele activiteit is uiterlijk 1 januari 2017
                                gerealiseerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Prestatieverantwoording</titel></kop><al>De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat
                        de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan
                        de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van een
                        activiteitenverslag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Bevoorschotting en betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot op het verleende
                            subsidiebedrag.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van het voorschot, bedoeld in het
                            eerste lid, op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte
                            van de subsidieontvanger.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in termijnen, waarvan de
                            hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden
                            bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Evaluatie</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten zenden in 2015 en vervolgens telkens na twee jaar aan
                        Provinciale Staten een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van
                        deze regeling in de praktijk.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Intrekking</titel></kop><al>De Subsidieregeling streeknetwerken Noord-Brabant wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Overgangsrecht</titel></kop><al>Voor subsidieaanvragen ingediend voor inwerkingtreding van deze regeling
                        blijft de Subsidieregeling streeknetwerken Noord-Brabant zijn werking
                        behouden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2013.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling streeknetwerken
                        Noord-Brabant 2013.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>’s-Hertogenbosch, 19 maart 2013</ondertekening><ondertekening>Gedeputeerde Staten voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk</ondertekening><ondertekening>de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage</titel></kop><divisie><kop><titel>Bijlage 1 bij de Subsidieregeling streeknetwerken Noord-Brabant
                            2013.</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Noord-Brabant/i192565.pdf">Bijlage bij artikel 1, onder a.</extref></al></divisie></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Algemeen</titel></kop><al>Aanleiding De provincie wil de ambities voor een vitaal landelijk gebied in
                    aansluiting op het stedelijk gebied realiseren door samenwerking te bevorderen
                    tussen partijen zoals gemeenten, terreinbeheerders, bedrijfsleven,
                    maatschappelijke organisaties en burgers. De nieuwe koers leidt tot een andere
                    wijze van organiseren. De gebieds- en reconstructiecommissie zijn opgeheven en
                    voor het realiseren van de provinciale ambities wordt aangesloten bij de
                    zogenaamde streeknetwerken. De reconstructie- en gebiedscommissies hebben in
                    iedere regio de basis gelegd voor een manier van werken waarbij partijen samen
                    bepalen wat nodig is en hoe de uitvoering moet gebeuren.</al><al>Streeknetwerken pakken door waar de reconstructie- en gebiedscommissies zijn
                    gebleven. De provincie participeert in de streeknetwerken. De streeknetwerken
                    leggen daarbij nóg meer de focus op participatie van onderwijs, de omgeving,
                    ondernemers en overheid. Dat moet leiden tot gedragen, innovatieve en betaalbare
                    ideeën, met voldoende evenwicht en samenhang tussen natuur, maatschappij en
                    economie. Dat zijn ideeën die bijdragen aan een duurzaam platteland.</al><al>Gedeputeerde Staten hebben op 22 juni 2012 van Provinciale Staten opdracht
                    gekregen om samenwerkingsovereenkomsten aan te gaan met de streeknetwerken.
                    Hierin zijn afspraken vastgelegd over wederzijdse inzet in het gebied en wat de
                    samenwerking tussen de verschillende partners richting uitvoerbare projecten
                    moet opleveren. De samenwerkingsovereenkomst dient ter realisatie van het
                    regionale uitvoeringsprogramma. Het regionale uitvoeringsprogramma zelf maakt
                    geen deel uit van de samenwerkingsovereenkomst.</al><al>Doelstelling Een streeknetwerk opereert in een streek in Brabant en wordt daarom
                    ook streeknetwerk genoemd. Het is een regionaal vrijwillig, maar niet
                    vrijblijvend samenwerkingsverband tussen partners, dat zich richt op de
                    realisatie van een toekomstbestendig, vitaal platteland. De netwerken dienen te
                    leiden tot een hoge mate van zelforganiserend vermogen en veerkracht, om nu en
                    in de toekomst te zorgen voor regionale identiteit en een vitaal platteland. Ten
                    tijde van het opstellen van het koersdocument “Uitvoering Transitie stad en
                    platteland; een nieuwe koers” waren zeven netwerken relevant omdat zij de
                    ambitie hadden ook provinciale doelen te realiseren. Uiteindelijk betreft het
                    acht netwerken en gebiedsopgave Brabantse Wal. Dit zijn netwerken in Kempenland,
                    Boven-Dommel, De Peel, Noordoost-Brabant, Biesbosch, Landstad de Baronie, Groene
                    Woud en Hart van Brabant.</al><al>Gedeputeerde Staten willen de processen binnen het netwerk faciliteren,
                    processen om tot uitvoering van projecten te komen, het proces om uitvoerbare
                    projecten te genereren door middel van bijvoorbeeld het organiseren van
                    netwerkbijeenkomsten, communicatie of aanvullende procesondersteuning.</al><al>Met de regeling geeft de provincie de komende drie jaren een bijdrage aan de
                    streeknetwerken die past binnen de ambitie van de provincie voor het genereren
                    van projecten die leiden tot een vitaler platteland. Jaarlijks wordt gemonitord
                    of er daadwerkelijk uitvoerbare projecten zijn gegeneerd, op de juiste wijze en
                    passend binnen de afgesproken doelen. Waar nodig wordt als gevolg van deze
                    monitoring de subsidie bijgesteld.</al><al>Juridisch kader Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene
                    subsidieverordening Noord-Brabant (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten
                    van de verstrekking van subsidies niet in deze subsidieregeling zijn vastgelegd,
                    maar in de Asv. In de Asv staat onder meer waar de aanvraag moet worden
                    ingediend, wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten en algemene
                    verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht. Ook de
                    Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat algemene bepalingen die onverkort van
                    toepassing zijn op subsidies die verstrekt worden op grond van deze
                    subsidieregeling.</al><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><al>Artikel 1 Begripsbepalingen Onder a Streek In bijlage 1 zijn de streken
                    weergegeven waar de relevante netwerken zich op richten. De afbakening van de
                    gebieden is ontstaan na de opheffing van de reconstructie- en gebiedscommissie
                    door de vorming van netwerken van energie.</al><al>Artikel 4 Subsidiabele activiteiten De middelen kunnen worden benut voor het
                    organiseren van netwerkbijeenkomsten, communicatie of aanvullende
                    procesondersteuning, zoals het instellen van een onafhankelijk voorzitter.</al><al>Artikel 7 Subsidiabele kosten Dit artikel bepaalt welke kosten voor subsidie in
                    aanmerking komen. In principe betreft het alle daadwerkelijk gemaakte
                    kosten.</al><al>Artikel 8 Niet subsidiabele kosten De subsidie dient te worden benut voor kosten
                    ten behoeve van het organiseren van netwerkbijeenkomsten, communicatie of
                    aanvullende procesondersteuning die gemaakt zijn ná het opheffen van de
                    reconstructiecommissie per 1 juli 2012. Vandaar dat kosten voor het uitvoeren
                    van projecten en kosten gemaakt voor 1 juli 2012 niet subsidiabel zijn.</al><al>Omdat Gedeputeerde Staten de streeknetwerken voor 50% ondersteunen met subsidie,
                    betekent dat het gebied een evenredige inzet levert moet leveren. De kosten van
                    de inzet van eigen capaciteit door de aanvrager of andere deelnemers van het
                    streeknetwerk die rechtspersoonlijkheid krachtens het publiekrecht bezitten zijn
                    daarom niet subsidiabel.</al><al>Artikel 10 Subsidieplafond Het subsidieplafond geeft het bedrag aan dat voor de
                    genoemde periode beschikbaar is voor subsidie.</al><al>Artikel 12 Verdeelcriteria Omdat de omvang van het voor verstrekking van
                    subsidies beschikbare bedrag wordt beperkt door het subsidieplafond, wordt in
                    dit artikel bepaald hoe de beschikbare gelden over de in beginsel voor verlening
                    in aanmerking komende aanvragen wordt verdeeld.</al><al>Artikel 13 Verplichtingen van de subsidieontvanger In de artikelen 4:37 tot en
                    met 4:41 van de Awb is geregeld welke verplichtingen aan de subsidieontvanger
                    kunnen worden opgelegd. De verplichtingen starten zodra de subsidie wordt
                    verleend en eindigen over het algemeen als de subsidie wordt vastgesteld. Dit
                    betekent dat niet bij de aanvraag reeds getoond hoeft te worden dat voldaan
                    wordt aan de verplichtingen. Gedurende het project dient jaarlijks voor 1 juli
                    te worden getoond dat voldaan wordt aan de verplichtingen. Het niet voldoen aan
                    de verplichtingen kan overigens leiden tot bijstelling van de subsidieverlening
                    binnen de in de regeling gestelde ruimte. Artikel 4:48 van de Awb geeft de
                    grondslag voor het tussentijds wijzigen ten nadele van de
                    subsidieontvanger.</al><al>De thema’s genoemd onder b zijn afgeleid uit de Agenda van Brabant. Bij de
                    beoordeling of aan een van de thema’s is voldaan wordt de uitleg van de Agenda
                    van Brabant gevolgd alsmede de hierop gebaseerde koersdocumenten.</al><al>Ten aanzien van het begrip structurele verduurzaming onder c is bij het
                    vaststellen van het koersdocument door Provinciale Staten op 9 december 2011 een
                    motie aangenomen waarin structurele verduurzaming per regio uitgangspunt is bij
                    het formuleren van gezamenlijke doestellingen voor economische ontwikkeling,
                    natuur, recreatie en toerisme, duurzame energie en kringlopen.</al><al>Ter zake van de participatie van overheden, ondernemers, onderwijs en overige
                    partijen, de 4 O’s, is in het koersdocument “Uitvoering Transitie stad en
                    platteland; een nieuwe koers” opgenomen dat de territoriale aanpak op regionale
                    schaal moet leiden tot een uitvoeringsprogramma met participatie van de 4 O’s,
                    bijvoorbeeld door netwerken waarin deze O’s deelnemen.</al><al>Artikel 15 Bevoorschotting en betaling Dit artikel beoogt te realiseren dat
                    gedurende de looptijd van het project de verleende subsidie gelijkmatig wordt
                    bevoorschot. Omdat de aanvraag ziet op projecten die reeds 1 juli 2012 zijn
                    aangevangen en doorlopen tot 1 juli 2016, betreft het niet een gelijkmatige
                    jaarlijkse bevoorschotting en dient in iedere beschikking tot subsidieverlening
                    concreet gemaakt te worden met welk bedrag op welk moment wordt
                    bevoorschot.</al><al>Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>de voorzitter</al></entry><entry><al>de secretaris</al></entry></row><row><entry><al>prof. dr. W.B.H.J. van de Donk</al></entry><entry><al>drs. W.G.H.M. Rutten</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>