<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>27507_5</dcterms:identifier><dcterms:title>Uitvoeringsbesluit bij de algemene subsidieverordening Gouda
                2003</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-12-22</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 24-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Uitvoeringsbesluit bij de algemene subsidieverordening Gouda 2003 </dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene subsidieverordening Gouda 2003, art.
                5</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-04-26</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 9, lid 2</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>922750</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp></overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><officiele-inhoudsopgave><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al></al><al><vet>hoofdstuk 1 – inleidende bepalingen</vet></al><al>- begripsbepalingen <vet></vet></al><al></al><al><vet>hoofdstuk 2 – de subsidieaanvraag</vet></al><al>- indieningstermijn subsidieaanvraag </al><al>- bij een subsidieaanvraag te overleggen documenten </al><al></al><al><vet>hoofdstuk 3 – de subsidieverlening</vet></al><al>- regels omtrent een meerjarige subsidie </al><al>- bekendmaking besluit op subsidieaanvraag</al><al></al><al><vet>hoofdstuk 4 – verplichtingen van de subsidieontvanger</vet></al><al></al><al><vet>hoofdstuk 5 – de subsidievaststelling</vet></al><al>- indieningstermijn voor een aanvraag tot subsidievaststelling</al><al>- bij een aanvraag tot subsidievaststelling in te dienen bescheiden </al><al>- indieningsverplichting van een balans </al><al>- ontheffing en vrijstelling accountantsverklaring </al><al>- bekendmaking besluit op aanvraag tot subsidievaststelling </al><al>- reserves </al><al></al><al><vet>hoofdstuk 6 – intrekking en wijziging</vet></al><al></al><al><vet>hoofdstuk 7 – betaling en terugvordering</vet></al><al></al><al><vet>hoofdstuk 8 – overige en slotbepalingen</vet></al><al>- slotbepaling</al></officiele-inhoudsopgave><aanhef><preambule><al>burgemeester en wethouders van gouda</al><al></al><al>Gelezen het advies, nr. 796493,</al><al></al><al>Gelet op artikel 5 van de Algemene Subsidie Verordening Gouda 2003,</al><al></al><al>besluiten:</al><al></al><al>vast te stellen het uitvoeringsbesluit bij de ASV Gouda 2003.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>- inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>1</nr><titel>begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit uitvoeringsbesluit wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Awb</cursief>: Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="b."><al><cursief>instelling</cursief>: organisatie die zich ten doel
                                    stelt het behartigen van een of meer belangen waarvan het
                                    gemeentebestuur de ideële en/of materiële waarde erkent; </al></li><li nr="c."><al><cursief>exploitatiesubsidie</cursief>: subsidie die wordt
                                    verstrekt op grondslag van het exploitatietekort van een
                                    instelling;</al></li><li nr="d."><al><cursief>activiteitensubsidie</cursief>: subsidie die wordt
                                    verstrekt in de kosten van een of meer benoemde activiteiten van
                                    een instelling;</al></li><li nr="e."><al><cursief>productsubsidie</cursief>: subsidie die wordt verstrekt
                                    op basis van genormeerde kostprijzen voor benoemde
                                    producteenheden van een instelling;</al></li><li nr="f."><al><cursief>investeringssubsidie</cursief>: subsidie in de kosten
                                    van aankoop, stichting, of verbouwing van een accommodatie of in
                                    de kosten van aanschaf van materiële benodigdheden;</al></li><li nr="g."><al><cursief>product</cursief>: een concreet en meetbaar
                                    voortbrengsel van het handelen van een instelling;</al></li><li nr="h."><al><cursief>producteenheid</cursief>: eenheid van een product
                                    waarvoor een bepaald bedrag aan subsidie wordt verstrekt;</al></li><li nr="i."><al><cursief>egalisatiereserve</cursief>: de reserve bedoeld in
                                    artikel 4:72 van de Awb;</al></li><li nr="j."><al><cursief>per boekjaar verstrekte subsidie</cursief>: subsidie
                                    waarop afdeling 4.2.8 van de Awb van toepassing is.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>- de subsidieaanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2</nr><titel>indieningstermijn subsidieaanvraag</titel></kop><al>Een subsidieaanvraag wordt ingediend vóór 15 mei van het jaar
                            voorafgaand aan het tijdvak waarin de activiteiten waarvoor de subsidie
                            wordt gevraagd plaatsvinden, tenzij voor een aanvraag een andere datum
                            van indiening is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3</nr><titel>bij een subsidieaanvraag te overleggen documenten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een subsidieaanvraag dient te worden overgelegd:</al><al></al><lijst><li nr="a."><al>bij een aanvraag om een exploitatie-, activiteiten-,
                                        waarderings- of productsubsidie: </al><lijst><li nr="-"><al>een beschrijving van de activiteiten waarvoor de
                                                subsidie wordt gevraagd, zoveel mogelijk
                                                gespecificeerd naar aard, omvang, intensiteit,
                                                doelgroep en verwacht aantal deelnemers;</al></li><li nr="-"><al>een gespecificeerde begroting waaruit blijkt hoeveel
                                                subsidie de aanvrager denkt nodig te hebben voor het
                                                uitvoeren van de onder a bedoelde activiteiten;</al></li><li nr="-"><al>een beschrijving van de wijze waarop de activiteiten
                                                / producten, waarvoor subsidie wordt aangevraagd,
                                                aansluiten op de beleidsregels van de gemeente
                                                Gouda. </al></li></lijst></li><li nr="b."><al>bij een aanvraag om een investeringssubsidie:</al><lijst><li nr="-"><al>een gespecificeerde kostenraming van de voorgenomen
                                                investering met een dekkingsplan;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>een eigen (WNT) - verklaring, waarin de aanvrager
                                        gemotiveerd aangeeft of de (top)functionarissen wel/niet
                                        voldoen aan de inkomensgrens als bedoeld in de Wet normering
                                        bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke
                                        sector (WNT). </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een aanvraag om een productsubsidie worden de in het eerste lid
                                onder a bedoelde activiteiten beschreven als producten, waarbij per
                                product een begroting wordt ingediend waarin alle inkomsten en
                                uitgaven aan het product zijn toegerekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat ook andere dan in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden, voor zover voor het
                                beoordelen van de aanvraag van belang, worden overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen ontheffing van het indienen van
                                een of meer van de in het eerste lid genoemde bescheiden indien
                                naleving daarvan redelijkerwijs niet kan worden verlangd of indien
                                zij aan deze bescheiden geen behoefte hebben. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien voor de eerste maal een subsidie wordt aangevraagd worden
                                overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een afschrift van de oprichtingsakte van de instelling dan
                                        wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn
                                        gewijzigd;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de bestuurssamenstelling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien subsidie wordt aangevraagd voor een bedrag minder dan </al><al>€ 25.000,-, welke subsidie direct of ambtshalve kan worden
                                vastgesteld, wordt de jaarrekening van het voorafgaande jaar
                                aangeleverd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>- de subsidieverlening</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>4</nr><titel>regels omtrent een meerjarige subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College van B en W kan een subsidie verlenen voor een bepaald
                                aantal boekjaren, mits voor het gekozen subsidietijdvak (meerjarige)
                                beleidskaders zijn vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College van B en W kan een aanvraag voor een meerjarige subsidie
                                toekennen op grond van de volgende overwegingen:· Indien uit
                                landelijke ontwikkelingen blijkt dat de financiering voor meerdere
                                jaren te garanderen is;· Indien de ontwikkelingen op het
                                beleidsterrein voor meerdere jaren te overzien zijn en indien het
                                College van B en W voor de komende jaren geen beleidswijzigingen
                                voorziet op het betreffende beleidsterrein;· Indien wordt voorzien
                                dat het betreffende subsidiebudget op korte of middellange termijn
                                niet moet worden aanbesteed op een private markt;· Indien de
                                bedrijfsvoering van de instelling voor meerdere jaren te overzien is
                                en dat op grond van het recente verleden voldoende vertrouwen in het
                                financieel beheer van de instelling bestaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het College van B en W kan een aanvraag voor een meerjarige subsidie
                                weigeren en zal een dergelijk besluit onderbouwen op grond van één
                                van de vijf hierboven genoemde criteria. Het College van B en W kan
                                de instelling in een dergelijke situatie verzoeken de aanvraag te
                                herformuleren tot een aanvraag voor een éénjarige subsidie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de subsidiebeschikking worden de subsidiebedragen per jaar
                                opgenomen. Indien een meerjarige subsidie wordt verstrekt, is de
                                instelling vrij om binnen de subsidie-jaarschijven budgetten te
                                verschuiven; dit moet specifiek zichtbaar worden gemaakt in de
                                jaarlijkse rapportage. Een subsidie-jaarschijf mag dus een
                                overschrijding dan wel een onderschrijding vertonen, voor zover aan
                                het eind van het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend wordt
                                voldaan aan artikel 24 van de ASG. <vet></vet></al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ingeval van meerjarige subsidies zal de gemeente op basis van de
                                jaarrapportages de subsidie per boekjaar ambtshalve vaststellen
                                (behalve na het laatste jaar van de subsidieperiode; zie onder 6).
                                De in lid 3 bedoelde jaarrapportage bevat een inhoudelijk verslag
                                van de behaalde resultaten (op basis van de prestatie-afspraken,
                                zoals opgenomen in de subsidiebeschikking) en bevat een financiële
                                paragraaf waarin een overzicht van inkomsten en uitgaven is
                                opgenomen en waarin de gemeentelijke subsidie specifiek zichtbaar
                                is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aan het eind van het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend, dient
                                de instelling een aanvraag tot subsidievaststelling in te dienen en
                                worden meer voorwaarden verbonden aan de jaarrapportage (zie ASG,
                                artikel 21 en verder).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4a</nr><titel>directe en ambtshalve vaststelling subsidies</titel></kop><al>In een jaarlijks overleg met de verantwoordelijke portefeuillehouder
                            wordt bepaald welke instellingen niet in aanmerking komen voor directe
                            of ambtshalve vaststelling van een subsidie minder dan € 25.000.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>5</nr><titel>bekendmaking besluit op subsidieaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor per boekjaar verstrekte subsidies geschiedt de bekendmaking van
                                het besluit vóór het begin van het tijdvak waarop de
                                subsidieaanvraag betrekking heeft. In andere gevallen maken zij het
                                besluit bekend binnen dertien weken nadat de subsidieaanvraag is
                                ontvangen. Deze termijn kan met dertien weken worden verlengd, in
                                welk geval de verdaging aan de aanvrager bekend wordt gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de mededeling van het besluit over
                                een aanvraag om voortzetting van een per boekjaar verstrekte
                                subsidie met zeventien weken verdagen. In dat geval is de aanvrager
                                bevoegd uitgaven te doen tot ten hoogste een derde deel van het
                                subsidiebedrag dat de aanvrager in het jaar voorafgaand aan het
                                tijdvak waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft voor het
                                uitvoeren van overeenkomstige activiteiten is verleend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>- verplichtingen van een subsidieontvanger</titel></kop><structuurtekst><al>Er zijn geen nadere regels vastgesteld omtrent verplichtingen van de
                            subsidie-ontvanger.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>- de subsidievaststelling</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>6</nr><titel>indieningstermijn subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met uitzondering van de in artikel 4:44 Awb onder 1. a. t/m c.
                                genoemde gevallen dient de subsidieontvanger binnen 4,5 maand na
                                afloop van het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend c.q. na
                                afloop van de gesubsidieerde activiteiten of het gereed komen van de
                                getroffen investering, een aanvraag tot vaststelling van de subsidie
                                in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het eerste lid genoemde
                                termijn van 4,5 maand verkorten, indien dit noodzakelijk is in
                                verband met gemeentelijke financiële verantwoording aan andere
                                bestuursorganen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>7</nr><titel>bij een aanvraag tot subsidievaststelling in te dienen
                                bescheiden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een aanvraag tot subsidievaststelling dient te worden
                                overlegd:</al><lijst><li nr="a."><al>bij een aanvraag tot vaststelling van een exploitatie-,
                                        activiteiten-, of productsubsidie:</al><al>- een verslag waaruit duidelijk blijkt in hoeverre de
                                        gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd; </al><al>- indien de instelling hier niet of niet geheel in is
                                        geslaagd worden de redenen daarvan in het verslag
                                        vermeld;</al></li><li nr="b."><al>bij een aanvraag tot vaststelling van een
                                        investeringssubsidie:</al><al>- een gereedmelding van de getroffen investering;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>een financieel verslag waarin rekening en verantwoording
                                        wordt afgelegd over de besteding van de verleende
                                        subsidie;</al></li><li nr="d."><al>een balans, voor zover de instelling daartoe verplicht is op
                                        grond van artikel 8 van dit uitvoeringsbesluit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat ook andere dan in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden, voor zover voor het
                                beoordelen van de aanvraag tot subsidievaststelling van belang,
                                worden overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>8</nr><titel>indieningsverplichting van een balans</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een balans moet op grond van artikel 4:76 Awb worden ingediend
                                indien de subsidieontvanger zijn inkomsten geheel ontleent aan een
                                per boekjaar verstrekte subsidie. Op grond van artikel 4:77 Awb is
                                in de AsG 2003 (artikel 22) bepaald dat artikel 4:76 Awb ook geldt
                                voor instellingen die een per boekjaar verstrekte subsidie ontvangen
                                en waarbij de subsidie meer dan 50% omvat van de totale inkomsten
                                van de instelling of van het gesubsidieerde onderdeel van de
                                instelling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In aanvulling hierop wordt een balans gevraagd in gevallen waar de
                                instelling afschrijvingen opneemt in haar exploitatierekening en/of
                                haar exploitatierekening sluit met een overschot dat vervolgens – op
                                grond van de regels uit de AsG 2003 - door de instelling wordt
                                gereserveerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ook zal een balans worden gevraagd in gevallen dat het vermoeden
                                bestaat dat een instelling over voldoende eigen middelen beschikt om
                                de activiteiten zonder subsidie uit te voeren. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>9</nr><titel>ontheffing en vrijstelling accountsverklaring</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij de subsidieverlening
                                ontheffing verlenen van de in artikel 4:78 Awb voorgeschreven
                                accountantscontrole :</al><lijst><li nr="-"><al>Als de informatievoorziening van de instelling zelf van
                                        goede kwaliteit is en het bestuursorgaan op grond hiervan
                                        zelf in staat is de rechtmatigheid en doelmatigheid van de
                                        besteding van de subsidie te beoordelen.</al></li><li nr="-"><al>Als het bestuursorgaan zelf over voldoende deskundigheid
                                        beschikt om de ingediende gegevens te beoordelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor subsidies die groter of gelijk zijn aan een bedrag van
                                €50.000,00 dient bij de aanvraag tot vaststelling een
                                accountantsverklaring door een accountant, als bedoeld in artikel 36
                                van de Wet op het accountantsberoep, te worden afgegeven.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidies van minder dan €50.000,00 wordt automatisch
                                vrijstelling gegeven van het indienen van een accountantsverklaring.
                                In overige gevallen zal ontheffing worden verleend in de beschikking
                                als op grond van de bovengenoemde redenen geen behoefte bestaat aan
                                een accountantsverklaring.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>10</nr><titel>bekendmaking besluit op aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders maken hun besluit over de vaststelling van
                            voor één of voor een bepaald aantal boekjaren verleende subsidies
                            schriftelijk aan de instelling bekend vóór het begin van het boekjaar
                            volgend op het jaar waarin de vaststellingsaanvraag is ingediend, tenzij
                            een andere termijn is bepaald.</al><al>In andere gevallen maken zij hun besluit bekend binnen vijftien weken na
                            ontvangst van de vaststellingsaanvraag. Zij kunnen deze termijn met
                            vijftien weken verlengen.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>11</nr><titel>reserves</titel></kop><al>De volgende nadere regels gelden met betrekking tot de beoordeling door
                            het College van B en W bij een aanvraag tot dotaties aan reserves
                            conform artikel 24 lid 3 en 4:</al><lijst><li nr="a."><al>Indien sprake is van een éénjarige subsidie, kan een hogere
                                    reserve dan twintig procent van de jaarinkomsten van de
                                    instelling worden aangelegd, indien de noodzaak daartoe door de
                                    instelling wordt aangetoond en hiervoor specifiek toestemming is
                                    verleend door het College van B en W.</al></li><li nr="b."><al>Indien sprake is van een financieel overschot aan het eind van
                                    een meerjarige subsidieperiode en dit overschot is ontstaan als
                                    gevolg van een efficiëncyverbeteringen in de bedrijfsvoering van
                                    de instelling, zal het College van B en W toestemming verlenen
                                    om het overschot te behouden. Geen toestemming hiertoe wordt
                                    verleend indien het overschot is ontstaan door neveninkomsten
                                    naast de verstrekte gemeentelijke subsidie. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>- intrekking en wijziging</titel></kop><structuurtekst><al>Er zijn geen nadere regels vastgesteld omtrent intrekking en
                            wijziging.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>- betaling en terugvordering</titel></kop><structuurtekst><al>Er zijn geen nadere regels vastgesteld omtrent betaling en
                            terugvordering.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>- overige en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>12</nr><titel>hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen, in bijzondere gevallen, een
                                    artikel of artikelen van dit besluit buiten toepassing laten of
                                    daarvan afwijken, met uitzondering van artikel 1 voor zover
                                    toepassing gelet op het belang van de aanvrager of
                                    subsidieontvanger leidt tot een onbillijkheid van overwegende
                                    aard.</al></li><li nr="2."><al>In alle gevallen waarin dit uitvoeringsbesluit niet voorziet of
                                    onduidelijk is, treffen burgemeester en wethouders de nodige
                                    voorzieningen en/of nemen zij de nodige beslissingen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders in de vergadering van 12
                        maart 2013</al><al></al><al>Burgemeester en wethouders voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>, burgemeester</ondertekening><ondertekening>, secretaris</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>In december 2007 besloot de raad het college opdracht te geven de Algemene
                    subsidieverordening Gouda 2003 zodanig te wijzigen, dat hele specifieke
                    regelgeving werd overgeheveld naar regelgeving op collegeniveau. </al><al>Dit uitvoeringsbesluit bevat deze overgehevelde regels, zoals die over
                    indieningtermijn en vereisten voor een subsidieaanvraag. </al><al>Daarnaast bevat dit uitvoeringsbesluit een aantal regels, die aanvankelijk als
                    beleidsregel waren vastgesteld. Deze hadden echter een zodanige zwaarte dat het
                    fenomeen beleidsregel hiervoor eigenlijk te licht was, omdat het in deze
                    gevallen verder ging dan het invullen van beleidsruimte. Een voorbeeld van een
                    dergelijke voormalige beleidsregel is artikel 4 waarin de regels staan omtrent
                    het toekennen van een meerjarige subsidie. </al><al></al><al>Ter uitvoering van de op 10 november 2012 door de gemeenteraadraad aangenomen
                    motie om de ministernorm in de subsidieverordening op te nemen is de verordening
                    gewijzigd in die zin dat instellingen/organisaties worden gekort op hun
                    subsidie, gelijk het bedrag aan de overschrijding van bovengenoemde beloning van
                    de ministernorm. Het uitvoeringsbesluit is daaraan aangepast door aan artikel 3,
                    eerste lid, onderdeel c. toe te voegen.</al><al></al><al>Op 16 december 2014 is artikel 9, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit
                    aangepast aan nieuwe landelijke wetgeving waarbij per 1 januari 2013 de
                    afzonderlijke wettelijke kaders voor de registeraccountant en de
                    accountant-administratieconsulent zijn komen te vervallen. Het achterwege laten
                    van deze aanpassing zou het ongewenste effect geven dat de gemeente bij de
                    subsidieverlening en - vaststelling van strengere verantwoordingsvoorschriften
                    zou uitgaan dan de landelijk geldende. </al><al>De wijziging is van toepassing op aanvragen tot subsidievaststelling die
                    betrekking hebben op 2014 en volgende jaren.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>