<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR274662_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-03-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">elektronisch gemeenteblad d.d. 22-03-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet, art. 150</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht, afd. 3.4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-03-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-03-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>13-06</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2006.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMEEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>beleidsvoornemen : het voornemen van het bestuursorgaan tot het
                                    vaststellen of wijzigen van beleid;</al></li><li nr="b."><al>inspraak : het bieden van de formele mogelijkheid aan
                                    ingezetenen en belanghebbenden om hun mening over
                                    beleidsvoornemens kenbaar te maken;</al></li><li nr="c."><al>inspraakprocedure : de wijze waarop de inspraak gestalte wordt
                                    gegeven;</al></li><li nr="d."><al>participatie : het in een zo vroeg mogelijk stadium betrekken
                                    van doelgroepen (burgers, instellingen, bedrijven, en
                                    dergelijke) bij beleidsvoorbereiding, -vaststelling, -uitvoering
                                    of -evaluatie;</al></li><li nr="e."><al>randvoorwaarden : aan de participatie ten grondslag liggende
                                    feiten, waarop het bestuursorgaan geen invloed heeft dan wel
                                    door het bestuursorgaan aan participatie gestelde kaders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderwerp van participatie of inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden
                                of participatie of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van
                                beleid van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverlet het bepaalde in het tweede lid beslist het bestuursorgaan
                                over het verlenen van participatie of inspraak in die gevallen
                                waartoe de wet niet verplicht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Geen participatie of inspraak wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder
                                        vastgesteld beleidsvoornemen;</al></li><li nr="b."><al>indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is
                                        uitgesloten;</al></li><li nr="c."><al>indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving
                                        waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks
                                        beleidsvrijheid heeft;</al></li><li nr="d."><al>inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
                                        dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van
                                        de Gemeentewet;</al></li><li nr="e."><al>indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate
                                        spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht;</al></li><li nr="f."><al>indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang
                                        van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare
                                        groepen in de samenleving.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Participatie- of inspraakgerechtigden</titel></kop><al>Participatie en/of inspraak wordt verleend aan ingezetenen van de
                            gemeente Amstelveen en belanghebbenden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>PARTICIPATIEPROCEDURE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Participatieprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan stelt voor elk onderwerp waarop participatie
                                wordt verleend een procedure vast. Het bestuursorgaan maakt een
                                gemotiveerde keuze uit de participatiecategorieën: informatie,
                                consultatie of coproductie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De participatieprocedure bevat ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>een omschrijving van het onderwerp van participatie, zoals
                                        bedoeld in artikel 2;</al></li><li nr="b."><al>een aanduiding van de kring van belanghebbenden, zoals
                                        bedoeld in artikel 3;</al></li><li nr="c."><al>het onderwerp waarop de participatie zich richt;</al></li><li nr="d."><al>de vermelding van de ambtelijke en bestuurlijke
                                        portefeuillehouder van de participatie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In aanvulling op het tweede lid bevat deze procedure voor zover
                                mogelijk:</al><lijst><li nr="a."><al>de randvoorwaarden, zoals bedoeld in artikel 1, aanhef en
                                        onder e.;</al></li><li nr="b."><al>de wijze van vormgeving van het participatieproces;</al></li><li nr="c."><al>een tijdpad met termijnstelling;</al></li><li nr="d."><al>een communicatieparagraaf;</al></li><li nr="e."><al>een financiële paragraaf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het tweede en derde lid genoemde onderdelen worden opgenomen
                                in communicatieparagraaf als onderdeel van het plan van aanpak van
                                het desbetreffende project.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de procedure wijzigen in die gevallen waarin
                                de vaststelling van het beleidsvoornemen zulks vereist. Het
                                bestuursorgaan geeft hiervan overeenkomstig het gestelde in artikel
                                3:42 van de Algemene wet bestuursrecht schriftelijk kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorbereiding participatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan informeert voorafgaand aan de participatie
                                belanghebbenden hierover op correcte wijze. Volstaan kan worden met
                                vermelding van de zakelijke inhoud.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan draagt er zorg voor dat de kring van
                                belanghebbenden voldoende tijd en informatie krijgt voor een goede
                                voorbereiding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verslaglegging participatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan draagt zorg voor verslaglegging van de in het
                                kader van participatie gehouden bijeenkomsten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verslagen worden aan alle deelnemers bij de in het eerste lid
                                bedoelde bijeenkomsten toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een weergave van het resultaat van participatie maakt deel uit van
                                het voorstel dat ter besluitvorming aan het bestuursorgaan wordt
                                aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na besluitvorming door het bestuursorgaan wordt het voorstel en
                                besluit op gebruikelijke wijze openbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester maakt melding van het eindverslag in zijn
                                burgerjaarverslag.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>INSPRAAKPROCEDURE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet
                                bestuursrecht van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de inspraak met betrekking tot ruimtelijke plannen (zoals
                                bestemmingsplannen, beheersverordeningen en gemeentelijke
                                structuurvisies) wordt een termijn van vier weken aangehouden. Deze
                                termijn kan door het bestuursorgaan met twee weken verlengd
                                worden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan voor overige beleidsvoornemens een andere
                                inspraakprocedure vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verslaglegging inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter afronding van de inspraak stelt het bestuursorgaan een
                                eindverslag of een antwoordbrief op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eindverslag of antwoordbrief bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;</al></li><li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak
                                        mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;</al></li><li nr="c."><al>een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed
                                        wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing
                                        van het beleidsvoornemen wordt overgegaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze
                                openbaar of verstuurt de antwoordbrief.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester maakt melding van de projecten waarover inspraak is
                                verleend in zijn burgerjaarverslag.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die waarop zij is
                            bekend gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2006 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Participatie- en
                            inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 13 maart 2013.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING PARTICIPATIE- EN INSPRAAKVERORDENING GEMEENTE
                        AMSTELVEEN 2013</titel></kop><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMEEN</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al><cursief>a. Inspraak en participatie:</cursief></al><al>Er zijn veel omschrijvingen mogelijk voor de wijze waarop belanghebbenden
                        betrokken kunnen worden bij de totstandkoming van beleid: informatie,
                        communicatie, inspraak, interactieve beleidsvorming etc.. Omwille van
                        eenduidigheid is gekozen voor de termen inspraak en participatie. Bij de in
                        dit artikel opgenomen formulering van het begrip inspraak is aangesloten bij
                        de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Inspraak is een onderdeel van
                        de voorbereiding en uitvoering van het beleid van de gemeente en heeft een
                        tweeledig doel. Enerzijds wordt aan belanghebbenden de mogelijkheid geboden
                        om hun mening over beleidsvoornemens kenbaar te maken. Anderzijds biedt
                        inspraak aan bestuursorganen een belangrijk hulpmiddel in het kader van de
                        voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke belangenafweging. Inspraak is
                        overeenkomstig artikel 150 van de Gemeentewet “eenzijdig” gedefinieerd, dat
                        wil zeggen dat geen gedachtewisseling met het bestuursorgaan is
                        inbegrepen.</al><al><cursief>b. Participatie:</cursief></al><al>De formulering van het begrip participatie sluit aan bij de Nota
                        participatie gemeente Amstelveen. Met de nota heeft de raad het
                        participatiebeleid vastgesteld, dat beoogt een aanvulling te geven op de
                        inspraak. De participant krijgt in een eerder stadium dan bij inspraak de
                        gelegenheid invloed uit te oefenen op de beleidsontwikkeling van de
                        gemeente.</al><al><cursief>c. Inspraakprocedure:</cursief></al><al>De verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling over inspraak ligt
                        ingevolge artikel 150 van de Gemeentewet bij de raad. In de Algemene wet
                        bestuursrecht (Awb) is afdeling 3.4 (zoals deze zal luiden na het in werking
                        treden van de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb (Staatsblad
                        2002, 54) van toepassing verklaard op de inspraak bij provincies en
                        gemeenten. In artikel 7, eerste lid van deze verordening is afdeling 3.4 van
                        de Awb van toepassing verklaard op de inspraak. Artikel 7, tweede, derde en
                        vierde lid van deze verordening geeft het bestuursorgaan ruimte om een
                        andere procedure te volgen. Het bestuursorgaan is immers verantwoordelijk
                        voor uitvoering, de nadere regeling en organisatie van de inspraak.</al><al><cursief>d. Beleidsvoornemen:</cursief></al><al>Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het
                        bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het zal duidelijk
                        zijn dat het hierbij niet gaat om de vaststelling van concrete besluiten of
                        maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden
                        gebaseerd. Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1, eerste
                        lid van de Awb. Het omvat in elk geval raad, dagelijks bestuur en
                        stadsdeelvoorzitter.</al><al><cursief>e. Randvoorwaarden:</cursief></al><al>Dit begrip is bedoeld om de ruimte voor inspraak of participatie af te
                        bakenen, om bijvoorbeeld te voorkomen dat deze zich richt op onderdelen
                        waarover het bestuursorgaan geen beslissingsbevoegdheid heeft of waarover
                        het bestuursorgaan reeds heeft besloten. De Nota Participatie geeft door
                        middel van een schematische analyse van de randvoorwaarden binnen het te
                        ontwikkelen beleid en de organisatie richting aan de mate van openheid en
                        interactie in het beleidsproces. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderwerp van participatie of inspraak</titel></kop><al>In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn
                        eigen bevoegdheden besluit of participatie of inspraak wordt verleend bij de
                        voorbereiding van beleid van de gemeente. Het begrip bestuursorgaan omvat de
                        raad, het college en de burgemeester. Elk bestuursorgaan kan zijn eigen
                        beleidsvoornemens aan participatie of inspraak onderwerpen. In de Memorie
                        van Toelichting (Tweede Kamer 1999-2000, 27023, nummer 3, bladzijde 20) is
                        vermeld dat het ter volledige beoordeling van de raad blijft ten aanzien van
                        welke beleidsvoornemens inspraak wordt verleend. Omdat het in bepaalde
                        gevallen doelmatiger zal kunnen zijn als inspraak geschiedt door middel van
                        bijvoorbeeld spreekrecht bij raadsvergaderingen, blijft door de formulering
                        van het eerste lid de mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde
                        beleidsvoornemens een andere wijze van inspraak wordt geregeld. Het besluit
                        om al dan niet inspraak te verlenen, is een besluit in de zin van de Awb.
                        Hiertegen kan dus bezwaar worden gemaakt.</al><al>In het tweede lid is bepaald dat inspraak altijd wordt verleend indien een
                        wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Wettelijke verplichtingen tot het
                        bieden van inspraak bestaan thans bij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorbereiding van het beleid inzake stadsvernieuwing (artikel 8
                                van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing);</al></li><li nr="b."><al>de voorbereiding van een ontwikkelingsprogramma stedelijke
                                vernieuwing (artikel 7 van de Wet stedelijke vernieuwing);</al></li><li nr="c."><al>de voorbereiding van het gemeentelijk milieubeleidsplan (artikel
                                4.17, derde lid van de Wet milieubeheer (WM));</al></li><li nr="d."><al>de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een
                                afvalstoffenverordening die afwijkt van artikel 10.21 van de WM
                                (artikel 10.26, tweede lid van de WM);</al></li><li nr="e."><al>het integraal gemeentelijk gehandicaptenbeleid (artikel 1a van de
                                Wet Voorzieningen Gehandicapten);</al></li><li nr="f."><al>de plannen en beleidsverslagen gericht op de realisatie en de
                                vormgeving van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de Wet
                                Werk en Bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (artikel 42) en de Wet
                                inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                werkloze werknemers (artikel 42);</al></li><li nr="g."><al>de voorbereiding van besluiten tot uitsluiting van welstandstoetsing
                                als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder a. en b. van de
                                Woningwet (artikel 12, vierde lid).</al></li></lijst><al>Het derde lid geeft het bestuursorgaan een aanvullende bevoegdheid. Voor een
                        aantal onderwerpen heeft de rijksoverheid inspraak wettelijk voorgeschreven.
                        In de overige gevallen beslist het bestuursorgaan over het al dan niet
                        toepassen van inspraak of participatie, al dan niet voorafgegaan door een
                        verzoek daartoe door belanghebbenden. In ieder geval kan deze bevoegdheid
                        gelden voor artikel 19, tweede lid van de Wet op de Ruimtelijke Ordening
                        (WRO). In het vierde lid is opgenomen wanneer geen inspraak wordt
                        verleend.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Participatie- of inspraakgerechtigden</titel></kop><al>De omschrijving van inspraakgerechtigden vloeit rechtstreeks voort uit de
                        tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. In de Wet uniforme openbare
                        voorbereidingsprocedure Awb zijn de woorden “in de gemeente een belang
                        hebbende natuurlijke en rechtspersonen” vervangen door “belanghebbenden”.
                        Het begrip “belanghebbende” is in artikel 1:2 van de Awb gedefinieerd en
                        deze definitie heeft ook gelding voor wetgeving buiten de Awb.</al><al>Dit artikel legt de verantwoordelijkheid voor de keuze van bij participatie
                        of inspraak te betrekken belanghebbenden neer bij het bestuursorgaan: raad,
                        het college of de burgemeester, afhankelijk van de bevoegdheid over het
                        betreffende onderwerp. Vanwege het open karakter van dit artikel vraagt dit
                        in concrete gevallen om een bewuste afweging, rekening houdend met onder
                        andere aard, schaal en reikwijdte van het onderwerp. De Nota Participatie
                        geeft een aanzet daartoe.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>PARTICIPATIEPROCEDURE</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Participatieprocedure</titel></kop><al>Ondanks het open en flexibele karakter van participatie dient omwille van de
                        duidelijkheid hiervoor ook een procedure te worden opgesteld. Deze dient in
                        ieder geval object, belanghebbenden en bestuurlijke vraag aan te geven en
                        voor zover in de fase van gedachtevorming al mogelijk is de overige
                        elementen, zoals bedoeld in het derde lid. Naarmate er aan meer
                        randvoorwaarden voor participatie is voldaan ontstaat er meer ruimte voor
                        participatie van buitenaf.</al><al>In de Nota Participatie zijn drie niveaus voor participatie omschreven op
                        basis waarvan het mogelijk is een (of meer) standaardprocedure(s) te
                        ontwikkelen die wanneer nodig kan (kunnen) worden ingezet:</al><al><cursief>1</cursief><cursief>. </cursief><cursief>Informatie.</cursief></al><al><cursief>Meeweten</cursief></al><al>In deze vorm bepaalt de gemeente zelf de inhoud van het beleid op basis van
                        onderzoek en eventueel beperkte consultatie van professionele organisaties
                        en het maatschappelijk middenveld. De voorlichting aan de burgers over de
                        achtergronden van en motieven voor de keuzes is gericht op het overtuigen
                        van de doelgroepen en op het verwerven van draagvlak. Het bestuursorgaan kan
                        voor dit model kiezen als er te weinig tijd of beleidsruimte is, of als een
                        discussie met de bevolking over de inhoud nauwelijks een toegevoegde waarde
                        heeft.</al><al><cursief>2. </cursief><cursief>Consultatie.</cursief></al><al><cursief>Meedenken</cursief></al><al>Het college bepaalt zelf grotendeels de inhoud van concept-plannen, waarna
                        deze breed worden getoetst en bediscussieerd. Ingezetenen en belanghebbenden
                        kunnen commentaar geven. Op basis daarvan kunnen de plannen worden
                        aangepast, of</al><al><cursief>Meedoen.</cursief></al><al>De gemeente kan, binnen zeer ruime kaders, ingezetenen en belanghebbenden
                        via een open vraagstelling uitnodigen om een probleem gezamenlijk aan te
                        pakken. De gemeente probeert daarbij zo veel mogelijk ideeën en eventuele
                        oplossingen los te krijgen. Ingezetenen en belanghebbenden kunnen vanaf het
                        begin meedoen in het proces. Uitgangspunt is wel dat de gemeente zich zoveel
                        mogelijk verbindt aan de resultaten van de participatie.</al><al><cursief>3. </cursief><cursief>Coproductie.</cursief></al><al><cursief>Meebeslissen.</cursief></al><al>Op basis van (de analyse en de gegevens over) het beleidsprobleem wordt met
                        ingezetenen en belanghebbenden samengewerkt. Deze samenwerking gebeurt soms
                        op basis van gelijkwaardigheid en soms krijgen de deelnemers binnen vooraf
                        gestelde kaders zelfs beslissingsbevoegdheid. In dit model is de gemeente
                        niet per definitie de initiator. Het is mogelijk dat de probleemanalyse door
                        de burgers zelf wordt gemaakt. Het uiteindelijke beleidsresultaat is in dit
                        model een gezamenlijke productie.</al><al>Aan het eind van het participatieproces kan formele inspraak worden
                        georganiseerd volgens de regeling van deze verordening. Het
                        participatieniveau dat wordt ingezet is maatgevend voor de keuze van een
                        communicatiestrategie en in te zetten communicatiemiddelen en -activiteiten.
                        De keuze wordt voorts beïnvloed door de aard van het onderwerp, de kenmerken
                        van de doelgroep, het aantal deelnemers, de structuur van de samenwerking en
                        de politieke gevoeligheid van het onderwerp.</al><al>Uit het vierde lid volgt dat ook in geval van participatie het
                        bestuursorgaan de procedure, indien noodzakelijk, kan wijzigen.
                        Belanghebbenden worden hierover geïnformeerd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorbereiding participatie</titel></kop><al>In dit artikel zijn enkele richtlijnen ten aanzien van de voorbereiding
                        opgenomen. In tegenstelling tot inspraak is voor participatie geen minimale
                        voorbereidingstijd van vier weken opgenomen, teneinde de flexibiliteit van
                        participatie niet te beperken. Afhankelijk van het onderwerp dient in
                        concrete gevallen en bij voorkeur in overleg met belanghebbenden bepaald te
                        worden wat voldoende voorbereidingstijd is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verslaglegging van participatie</titel></kop><al>De verslaglegging van de resultaten van het participatieproces is uitermate
                        belangrijk. Van de te houden bijeenkomsten zal altijd een verslag gemaakt
                        moeten worden. Daarnaast kan het eindverslag algemeen worden gepubliceerd in
                        de krant en op de gemeentelijke website. Het is aan te bevelen om tijdens
                        het proces al duidelijkheid omtrent de communicatie te verschaffen. In het
                        uiteindelijke voorstel aan de raad zal de inbreng van het participatieproces
                        een duidelijke plek moeten krijgen.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>INSPRAAKPROCEDURE</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><al>Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid afdeling 3.4 van de
                        Awb van toepassing verklaard op de inspraak. In artikel 3:11 tot en met 3:17
                        van de Awb is de inspraakprocedure te vinden. Na terinzagelegging en
                        bekendmaking van het beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden gedurende zes
                        weken (tot de inwerkingtreding van de Wet uniforme openbare
                        voorbereidingsprocedure Awb: vier weken) schriftelijk of mondeling hun
                        zienswijze naar voren brengen. In de meeste gevallen zal deze procedure
                        passend zijn voor de inspraak. Zo niet, dan kan op grond van het derde lid
                        de inspraakprocedure worden aangepast. </al><al>In het tweede lid van dit artikel wordt afgeweken van de termijn in de in
                        afdeling 3.4 van de Awb vastgelegde termijn van zes weken. De
                        inspraaktermijn voor ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, is
                        vier weken. Deze termijn kan met twee weken verlengd worden. </al><al>Op grond van het derde lid kan het bestuursorgaan bij overige
                        beleidsvoornemens, zoals bijvoorbeeld beleidsnotities, middels een
                        inspraakformulier, een afwijkende inspraakprocedure vaststellen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verslaglegging inspraak</titel></kop><al>In dit geval is niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 van de Awb,
                        waarin slechts wordt bepaald dat een verslag wordt gemaakt van hetgeen
                        tijdens de inspraakprocedure mondeling naar voren is gebracht. Onder het in
                        het tweede lid, onderdeel a., genoemde verslag van de gevolgde
                        inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is
                        afdeling 3.4 van de Awb onverkort toegepast? Wanneer is het beleidsvoornemen
                        ter inzage gelegd enz.?</al><al>Onderdeel b. betekent dat de eindrapportage een volledig overzicht dient te
                        bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke inspraakreacties. De
                        schriftelijke inspraakreacties kunnen aan het verslag worden gehecht. In het
                        verslag kan worden volstaan met een korte zakelijke weergave van de naar
                        voren gebrachte opvattingen en vermelding van de personen die hun opvatting
                        naar voren hebben gebracht. Voor de bestemmingsplannen wordt in de regel een
                        inloopavond gehouden. De inspraakreacties die tijdens de inloopavond en de
                        inspraaktermijn zowel mondeling als schriftelijk zijn ingediend, worden
                        schriftelijk beantwoord en opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan.</al><al>Onder c. wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven dat het
                        bestuursorgaan aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan.</al><al>In het derde lid is bepaald dat het bestuursorgaan het eindverslag op de
                        gebruikelijke wijze openbaar maakt of een brief stuurt aan de personen die
                        zienswijzen hebben ingediend. De bekendmaking van de resultaten van de
                        inspraak is uitermate belangrijk. Het ligt voor de hand om degenen die
                        hebben ingesproken een exemplaar van het eindverslag te sturen. Als het
                        aantal insprekers omvangrijk is, kan worden gekozen voor het volstaan met
                        een algemene bekendmaking. Het is aan te bevelen om tijdens de inspraakavond
                        al duidelijkheid omtrent de communicatie te verschaffen.</al><al>In het vierde lid wordt de burgemeester verplicht om het eindverslag te
                        vermelden in zijn burgerjaarverslag overeenkomstig artikel 170, tweede lid,
                        aanhef en onder b. van de Gemeentewet. Het is niet de bedoeling om elk
                        verslag op te nemen. Opgenomen worden de aard, omvang en aantal procedures
                        en zijn bevindingen.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>Met deze bepaling wordt de bestaande participatie- en inspraakverordening
                        ingetrokken. De datum waarop de oude verordening vervalt, is de datum waarop
                        de nieuwe verordening in werking treedt (zie artikel 9).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Participatie- en inspraakverordening
                        gemeente Amstelveen 2013.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>