<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR27359_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag Gouda 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Goudse Post, 15-07-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening langdurigheidstoeslag Gouda 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8 lid 1 en 2 en art 36</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-07-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>11.1.8</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening langdurigheidstoeslag Gouda 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente gouda</vet></al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 mei
                        2009;</al><al/><al>Gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel d, tweede lid, onderdeel b en
                        artikel 36 van de Wet werk en bijstand;</al><al/><al>Overwegende dat het noodzakelijk is het verstrekken van een
                        langdurigheidstoeslag aan personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan
                        65 jaar bij verordening te regelen;</al><al><vet>besluit:</vet></al><al>De “Verordening langdurigheidstoeslag 2010” vast te stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>– algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 1</label><nr>Begripsbepalingen</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>De wet:</cursief> Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al><cursief>Peildatum:</cursief> datum waarop het recht op
                                        langdurigheidstoeslag is ontstaan;</al></li><li nr="c."><al><cursief>Sociaal minimum:</cursief> 101% van de
                                        toepasselijke bijstandsnorm vermeerderd met de maximale
                                        toeslag als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de
                                        wet;</al></li><li nr="d."><al><cursief>WTOS</cursief><cursief>: </cursief> Wet
                                        tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al></li><li nr="e."><al><cursief>WSF 2000:</cursief> Wet Studiefinanciering;</al></li><li nr="f."><al><cursief>Referteperiode:</cursief> de periode voorafgaand
                                        aan de peildatum welke voor personen van 21 en 22 jaar 36
                                        maanden bedraagt en voor personen van 23 jaar of ouder doch
                                        jonger dan 65 jaar 60 maanden bedraagt </al></li><li nr="g."><al><cursief>Inkomen: </cursief> het inkomen als bedoeld in
                                        artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de
                                        zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt
                                        gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’. Een
                                        bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de
                                        wet voor de beoordeling van het recht op
                                        langdurigheidstoeslag als inkomen gezien.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>– Recht op langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 2</label><nr>Doelgroep</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bepalingen van deze verordening gelden alleen voor personen van
                                21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening
                                alleen indien beide echtgenoten 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65
                                jaar zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3</label><nr>Langdurig</nr><titel>een laag inkomen</titel></kop><al>Een belanghebbende heeft langdurig een laag inkomen als bedoeld in
                            artikel 36, eerste lid, van de wet, indien zijn inkomen gedurende de
                            referteperiode niet hoger is geweest dan het geldend sociaal
                            minimum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4</label><nr>Geen</nr><titel>uitzicht op inkomensverbetering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een belanghebbende heeft geen uitzicht op inkomensverbetering als
                                bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de wet indien:</al><lijst><li nr="a."><al>hij in het laatste jaar van de referteperiode niet meer dan
                                        3 kalendermaanden inkomsten uit arbeid heeft gehad;</al></li><li nr="b."><al>hij op de peildatum geen opleiding volgt als bedoeld in de
                                        WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF
                                        2000.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5</label><nr>Hoogte</nr><titel>langdurigheidstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar voor personen van 23 jaar
                                of ouder doch jonger dan 65 jaar:</al><lijst><li nr="a."><al> voor gehuwden € 486,00;</al></li><li nr="b."><al> voor een alleenstaande ouder € 436,00;</al></li><li nr="c."><al>voor een alleenstaande € 341,00.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar voor personen van 21 en
                                22 jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>voor gehuwden € 292,00</al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande ouder € 262,00</al></li><li nr="c."><al>voor een alleenstaande € 205,00</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de
                                peildatum bepalend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>– Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 6</label><nr>Ingangsdatum</nr><titel>langdurigheidstoeslag</titel></kop><al>De langdurigheidstoeslag wordt verleend met ingang van de peildatum,
                            mits de aanvraag is ingediend binnen 5 jaar na de peildatum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7</label><nr>Inwerkingtreding</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2010.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8</label><nr>Overgangsrecht</nr></kop><al>De verordening wordt niet met terugwerkende kracht toegepast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9</label><nr>Citeertitel</nr></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening
                            langdurigheidstoeslag 2010”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Gouda in de openbare
                        vergadering van 1 juli 2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>, voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>, secretaris</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting op de verordening langdurigheidstoeslag 2010</label><nr/><titel/></kop><tussenkop><vet>Algemene toelichting</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Positie langdurigheidstoeslag</vet></tussenkop><al/><al>De langdurigheidstoeslag deed haar intrede met de Wet werk en bijstand per 1
                    januari 2004.</al><al/><al>De rechtvaardiging van de langdurigheidstoeslag was dat mensen die langdurig van
                    het sociaal minimum afhankelijk zijn, over het algemeen geen mogelijkheden meer
                    hebben om te reserveren voor (onverwachte) hoge kosten, zoals voor
                    vervangingsuitgaven die na verloop van tijd onvermijdelijk zijn. De
                    langdurigheidstoeslag kan in die zin als opvolger gezien worden van de
                    categoriale bijstand ten tijde van de voorgaande bijstandswet. De toeslag tilde
                    de bijstand van de doelgroep naar het niveau van de bijstandsnorm voor personen
                    van 65 jaar of ouder die geen aanspraak kunnen maken op de
                    langdurigheidstoeslag. Voor de 65-plussers werd al rekening gehouden voor hogere
                    kosten van bestaan op de langere termijn.</al><al/><al>Per 1 januari 2009 is de langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd. Gemeenten
                    dienen in een verordening invulling te geven aan de begrippen ‘langdurig’, ‘laag
                    inkomen’ en ‘gebrek aan arbeidsmarktperspectief’.</al><tussenkop><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Artikel 1 Begripsbepaling</vet></tussenkop><al>Door qua begripsomschrijvingen aan te sluiten bij de WWB, wordt voorkomen dat na
                    eventuele wijzigingen van begripsomschrijvingen de verordening moet worden
                    aangepast. </al><al>Ten aanzien van een aantal begrippen, die als zodanig niet in de WWB zelf staan
                    is een definitie gegeven in deze verordening. Met betrekking tot het begrip
                    ‘inkomen’ is een van de WWB afwijkende definitie opgenomen, doordat in afwijking
                    van de wet, de bijstandsuitkering ook als inkomen wordt aangemerkt. Hiermee
                    wordt aangesloten bij de in de bestaande uitvoeringspraktijk gehanteerde (en ook
                    door de wetgever bedoelde) invulling van het begrip inkomen in artikel 36 lid 1
                    WWB.</al><tussenkop><vet>Artikel 2 Doelgroep</vet></tussenkop><al>Dit artikel bevat in het eerste lid de leeftijdsvoorwaarde van de doelgroep
                    zoals geregeld in artikel 36 WWB. Het tweede lid bepaalt de doelgroep voor
                    gehuwden. Aangezien de langdurigheidstoeslag de bijstandsnorm van 65- verhoogt
                    naar die van 65+ en gehuwden waarvan één van de gehuwden jonger is dan 65 jaar
                    wel de 65+ norm ontvangen, is een andere invulling van de doelgroep niet
                    logisch.</al><tussenkop><vet>Artikel 3 Langdurig een laag
                    inkomen</vet></tussenkop><al>Dit artikel staat centraal bij de vraag of er recht bestaat op
                    langdurigheidstoeslag. Het geeft invulling aan de voorwaarden langdurig en een
                    laag inkomen.</al><al/><al>Het begrip ‘langdurig een laag inkomen’ wordt ingevuld als een inkomen dat
                    gedurende de referteperiode van drie of vijf jaar niet hoger is dan 101% van het
                    sociaal minimum, te weten de toepasselijke bijstandsnorm met maximale toeslag.
                    Gekozen is voor 101% van het sociaal minimum omdat gebleken is dat personen met
                    een inkomen gebaseerd op het bruto minimumloon, toch regelmatig een netto
                    maandinkomen hebben dat enkele euro’s meer bedraagt dan de bijstandsnorm. Dit is
                    het gevolg van verschillen in het bruto/netto traject en een afwijkende
                    berekening van het vakantiegeld. De Centrale Raad van Beroep heeft al bepaald
                    dat marginale overschrijdingen van deze 100%-grens genegeerd dienen te worden
                    (zie CRvB 19-08-2008, nrs. 06/1163 WWB e.a.). </al><tussenkop><vet>Artikel 4 Geen uitzicht op
                    inkomensverbetering</vet></tussenkop><al>Dit artikel geeft in aanvulling aan de derde voorwaarde voor het recht op
                    langdurigheidstoeslag, namelijk naast langdurig een laag inkomen behandeld in
                    artikel 3, geen uitzicht op inkomensverbetering.</al><al/><al>De Centrale Raad van Beroep heeft het criterium ‘inkomsten uit arbeid’ in zijn
                    algemeenheid acceptabel geacht voor de bepaling dat er perspectief op
                    inkomensverbetering aanwezig is. Daarom is dit criterium ook in deze verordening
                    als uitgangspunt genomen. Alleen als er sprake is van zeer geringe inkomsten
                    gedurende een zeer geringe duur voldoet dit criterium niet (zie CRvB 04-07-2006,
                    nr. 05/4005 WWB). Dit bezwaar wordt evenwel ruimschoots ondervangen door het
                    bepaalde in het eerste lid, onder a.</al><al/><al>Onderdeel b van het eerste lid sluit expliciet leerlingen op het voortgezet
                    onderwijs alsmede studenten uit van aanspraak op langdurigheidstoeslag. De reden
                    daarvoor is dat scholing / studie het uitzicht op inkomensverbetering vergroot
                    en derhalve geen sprake is van een gebrek aan uitzicht op
                    inkomensverbetering.</al><tussenkop><vet>Artikel 5 Hoogte
                    langdurigheidstoeslag</vet></tussenkop><al/><al>Per 1 januari 2009 de leeftijdsgrens voor aanvragers van een
                    langdurigheidstoeslag is verlaagd van 23 naar 21 jaar. Voor personen van 23 jaar
                    of ouder geldt een referteperiode van vijf jaar. Voor personen van 21 en 22 jaar
                    geldt een referteperiode van drie jaar. Men is immers vanaf 18 jaar meerderjarig
                    en vanaf dat moment kan men aanspraak maken op een bijstandsuitkering. Uitgaande
                    van de leeftijd van 18 jaar, kan men op 21-jarige leeftijd hooguit drie jaar
                    hebben voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een
                    langdurigheids-toeslag. </al><al>De toeslagen voor 21 en 22 jarigen zijn, gelet op de kortere referteperiode en
                    de lagere bijstandsnormen die voor hen gelden, vastgesteld op 3/5 van de toeslag
                    voor een 23 jarige.</al><al>Voor de personen van 23 jaar of ouder zijn de toeslagen van toepassing zoals zij
                    waren onder het voorgaande artikel 36 van de WWB gedurende de tweede helft van
                    2008. </al><al/><al>Met de langdurigheidstoeslagen worden personen van jonger dan 65 jaar die
                    langdurig van het sociaal minimum moeten rondkomen vanwege het ontbreken van
                    uitzicht op inkomensverbetering gecompenseerd voor kosten die zich op de langere
                    termijn onvermijdelijk voordoen en waarvoor moeilijk valt te sparen. Voor de
                    65-plussers werd, gezien de hogere bijstandsnorm die op hen van toepassing is,
                    al rekening gehouden met de hogere kosten van bestaan op de langere
                    termijn.</al><tussenkop><vet>Artikel 6 Aanvraagtermijn
                        langdurigheidstoeslag</vet></tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat een aanvraag voor een langdurigheidstoeslag moet zijn
                    ingediend binnen vijf jaar na het ontstaan van het recht, oftewel de peildatum.
                    Deze termijn is ontleend aan de jurisprudentie en de verjaringstermijnen in het
                    Burgerlijk Wetboek.</al><al>Wordt een aanvraag voor langdurigheidstoeslag ingediend op grond van een
                    peildatum die ouder is dan vijf jaar, dan wordt de langdurigheidstoeslag met
                    terugwerkende kracht verleend tot maximaal vijf jaar voor de datum van aanvraag. </al><tussenkop><vet>Artikel 7 Inwerkingtreding</vet></tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop><vet>Artikel 8 Overgangsrecht </vet></tussenkop><al>Met deze verordening zijn de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een
                    langdurigheidstoeslag substantieel versoepeld ten opzichte van de
                    Langdurigheidstoeslag 2009 en de wettelijke regeling die voorheen golden. Dit
                    artikel bepaalt dat degenen wiens aanvraag voor een langdurigheidstoeslag over
                    de jaren 2004 tot en met 2009 is afgewezen, niet alsnog een
                    langdurigheidstoeslag over deze periode kan worden toegekend, met toepassing van
                    de deze Verordening. </al><al>Aanvragen met terugwerkende kracht worden beoordeeld naar de regelgeving die
                    gold in de periode waarop de aanvraag betrekking heeft.</al><tussenkop><vet>Artikel 9 Citeertitel </vet></tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>