<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR273205_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening baggerkosten Rijnland (SBR)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap van Rijnland</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-02-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap van Rijnland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Waterschapsblad, week 40 no 47, 3 oktober 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening Baggerkosten Rijnland 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 78</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht, art. 4.23</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-02-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>12.36084</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>milieu – water</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Verordening waarin staat welk subject (natuurlijke persoon of rechtspersoon) voor de uitvoering van welke baggerwerken belanghebbende is bij c.q. gerechtigd is tot het ontvangen van subsidie.</al><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 26-9-2012</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: Waterschapsblad, week 40 no 47, 3 oktober 2012</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening Baggerkosten Rijnland 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Verenigde Vergadering van het hoogheemraadschap van Rijnland;</al><al>Gelezen het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden d.d. 21-8-2012, nr.
                        12.42646;</al><al>Gelet op artikel 78 Waterschapswet en artikel 4:23 Algemene wet
                        bestuursrecht</al><al>Besluit:</al><al>1. De Subsidieverordening Baggerkosten Rijnland 2007 in te trekken met
                        ingang van 1 oktober 2012, met dien verstande dat zij van toepassing blijft
                        op aanvragen die voor die datum zijn ingediend.</al><al>2. De bij dit besluit behorende Subsidieverordening Baggerkosten Rijnland
                        2012 vast te stellen en in werking te laten treden op 1 oktober 2012.</al><al>Leiden, 26-9-2012</al><al>De VerenigdeVergadering,</al><al>G.J. Doornbos,</al><al>dijkgraaf</al><al>ir. A. Haitjema,</al><al>secretaris</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lijst><li nr="a."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:verontreinigde
                                        onderhoudsbaggerspecie: baggerspecie die wordt verwijderd om
                                        te voldoen aan het gestelde in de legger met betrekking tot
                                        het in stand houden van de oppervlaktewateren voor wat
                                        betreft richting, vorm, afmeting en constructie van de
                                        oppervlaktewateren en die niet voldoet aan de normstelling
                                        voor verspreiding op de kant op grond van hoofdstuk 4 en
                                        bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit;</al></li><li nr="b."><al>subsidiegrondslag: de door de subsidieaanvrager aan derden
                                        betaalde kosten voor het transport en het afzetten van
                                        verontreinigde baggerspecie;</al></li><li nr="c."><al>subsidiebedrag: het per aanvrager vastgestelde bedrag dat
                                        bestaat uit 60% van de subsidie-grondslag met een maximum
                                        van 50% van het subsidieplafond;</al></li><li nr="d."><al>subsidie: de door het college in het kader van deze
                                        verordening toegekende tegemoetkoming aan een
                                        subsidie-aanvrager; </al></li><li nr="e."><al>analyse en kwaliteitsindeling baggerspecie: analyse en
                                        daarbij behorende kwaliteitsindeling als bedoeld in
                                        hoofdstuk 4 en Bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, te
                                        weten: verspreidbaar: Voldoet aan de maximale waarden voor
                                        verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel; niet
                                        verspreidbaar: Voldoet niet aan de maximale waarden voor
                                        verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel; </al></li><li nr="f."><al>legger: de Legger oppervlaktewateren Rijnland;</al></li><li nr="g."><al>overige wateren: wateren en watergangen onder welke benaming
                                        ook, die als zodanig zijn aange-geven, respectievelijk
                                        vastgelegd in de legger; </al></li><li nr="h."><al>particulier: een natuurlijk persoon, een privaatrechtelijke
                                        rechtspersoon en een vennootschap onder firma;</al></li><li nr="i."><al>hoogheemraadschap: het hoogheemraadschap van Rijnland;</al></li><li nr="j."><al>gemeente: een geheel of gedeeltelijk binnen het beheergebied
                                        van Rijnland gelegen gemeente;</al></li><li nr="k."><al>college: het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het
                                        hoogheemraadschap van Rijnland;</al></li><li nr="l."><al>Verenigde Vergadering: de Verenigde Vergadering van het
                                        hoogheemraadschap van Rijnland;</al></li><li nr="m."><al>wet: de Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>De subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college verleent aan de particulier of de gemeente
                                uitsluitend subsidie voor het verwijderen van verontreinigde
                                onderhoudsbaggerspecie in overige wateren, voor zover dit ten
                                behoeve van de waterhuishouding wordt uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het subsidiebedrag wordt verminderd met het bedrag van door
                                derden verleende of vastgestelde subsidies, dan wel andere
                                toegezegde of uitbetaalde bijdragen, voor zover die subsidies of
                                bijdragen betrekking hebben op de kosten voor transport en afzet van
                                verontreinigde onderhouds-baggerspecie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Subsidie wordt niet verleend in gevallen dat de
                                subsidie-aanvrager na 1 januari 1987 zelf handelingen heeft
                                uitgevoerd die hebben geleid tot de ontstane verontreiniging en
                                waarvan hij wist of had kunnen vermoeden dat deze handelingen zouden
                                leiden tot verontreiniging van de waterbodem.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subsidieplafond</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Per begrotingsjaar stelt de Verenigde Vergadering vast welk
                                bedrag geldt als subsidieplafond voor het verlenen van subsidie,
                                verdeeld over de categorieën particulieren en gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Subsidies die geweigerd worden om de enkele reden dat door
                                toekenning van de subsidie het subsidieplafond in de betreffende
                                categorie wordt overschreden, worden in het aansluitende
                                begrotingsjaar met voorrang boven andere aanvragen in behandeling
                                genomen. Voorwaarde daarvoor is dat in de desbetreffende begroting
                                voldoende gelden voor subsidieverlening ter beschikking worden
                                gesteld. Bij de behandeling van de in dit artikel bedoelde
                                subsidie-aanvragen is het tijdstip van de aanvraag maatgevend voor
                                de volgorde van toekenning van de subsidie. Het college kan hierover
                                nadere regels stellen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>De aanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een schriftelijke aanvraag om verlening van subsidie wordt bij
                                het college ingediend ten minste 8 weken vóór de aanvang van de
                                feitelijke baggerwerkzaamheden. Hiervoor dient het daartoe
                                opgestelde aanvraagformulier te worden gebruikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Naast de in artikel 4:2 van wet genoemde eisen, waaraan een
                                aanvraag moet voldoen, legt de aanvrager een overzichtelijk plan
                                over, ten minste inhoudende:</al><lijst><li nr="•"><al>de te baggeren (delen van een) watergang (en);</al></li><li nr="•"><al>een opgave van de hoeveelheden te ontgraven verontreinigde
                                        onderhoudsbaggerspecie;</al></li><li nr="•"><al>een analyse van de verontreinigde onderhoudsbaggerspecie
                                        waaruit blijkt dat de bagger niet op de kant mag worden
                                        verspreid;</al></li><li nr="•"><al>een begroting van de te maken kosten met een uitsplitsing
                                        naar kosten voor voorbereiding, transport, afzetten en de
                                        overige kosten;</al></li><li nr="•"><al>de hoogte van de gevraagde subsidie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor
                                de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de
                                beschikking, stelt het college de aanvrager op grond van het
                                bepaalde in artikel 4.5, lid 1 van de wet in de gelegenheid de
                                aanvraag binnen een daarbij gestelde termijn aan te vullen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Verlenen van subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college neemt binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag een
                                besluit over de subsidieverlening, in de volgorde van ontvangst van
                                de aanvragen. Het college verleent de subsidie bij schriftelijk
                                besluit op grond van de aanvraag, met inachtneming van het bepaalde
                                in de artikelen 2 en 3.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4, vierde lid, de
                                gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt de dag
                                waarop de gevraagde aanvulling is ontvangen, dan wel de dag waarop
                                de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken, als de datum
                                van ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het college kan aan de subsidieverlening, naast de in artikel
                                4:37 van de wet genoemde verplichtingen, ook andere verplichtingen
                                verbinden, die al dan niet strekken tot verwezenlijking van het doel
                                van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het besluit tot subsidieverlening vermeldt ten minste een
                                omschrijving van de activiteit waarvoor de subsidie wordt verleend,
                                alsmede het maximaal uit te keren subsidiebedrag</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subsidieverplichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Bij de subsidieverlening worden in elk geval de volgende
                                verplichtingen opgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>de subsidie-ontvanger doet ten minste één week vóór de
                                        aanvang van het werk daarvan mededeling aan het
                                        hoogheemraadschap.</al></li><li nr="b."><al>de subsidie-ontvanger wijst eventueel een vertegenwoordiger
                                        aan voor overleg met het hoogheemraadschap over het
                                        werk.</al></li><li nr="c."><al>de subsidie-ontvanger verstrekt aan het college alle
                                        inlichtingen die in verband met de subsidieverplichtingen en
                                        de uitvoering van de baggerwerken naat het oordeel van het
                                        college van belang kunnen zijn. Hieronder valt in elk geval
                                        de verplichting om de verlening en toekenning van subsidies
                                        of verstrekking van bijdragen van derden voor het
                                        baggerwerk, zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen
                                        acht weken na ontvangst van het besluit omtrent de subsidie
                                        of de bijdrage, schriftelijk onder opgave van het bedrag aan
                                        het college te berichten. Deze verplichting geldt zowel voor
                                        als na de verlening van de subsidie.</al></li><li nr="d."><al>het werk moet worden uitgevoerd overeenkomstig het
                                        ingediende plan met bijbehorende tekeningen en binnen het
                                        raam van de begroting waarop de subsidieverlening heeft
                                        plaatsgevonden.</al></li><li nr="e."><al>voor wijziging van het plan of de begroting dient de
                                        subsidie-ontvanger voorafgaande aan het werk, schriftelijk
                                        en gemotiveerd toestemming aan het college te vragen.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Voorschot</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Indien het project voor de helft gereed is, kan het college aan
                                de subsidie-ontvanger een voorschot verlenen van ten hoogste 75% van
                                het toegekende subsidiebedrag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Een verzoek tot verlening van een voorschot wordt schriftelijk
                                ingediend bij het college en is voorzien van schriftelijke
                                bewijsstukken waaruit de stand van het project blijkt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het besluit tot voorschotverlening vermeldt het bedrag van het
                                voorschot.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het voorschot wordt binnen 4 weken na de voorschotverlening
                                betaald.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Vaststelling van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De subsidieontvanger dient binnen 12 weken na de oplevering van
                                het werk een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Een aanvraag tot vaststelling kan worden ingediend tot uiterlijk
                                24 maanden na verlening van de subsidie. Het college kan op
                                schriftelijk verzoek van de subsidie-ontvanger besluiten deze
                                termijn te verlengen. Het verzoek daartoe moet vóór afloop van
                                genoemde termijn worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Bij de aanvraag tot vaststelling toont de subsidie-ontvanger aan
                                dat de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de
                                subsidie verbonden verplichtingen en legt de aanvrager rekening en
                                verantwoording af van de aan de activiteiten verbonden uitgaven en
                                inkomsten. De aanvraag gaat vergezeld van alle voor de berekening
                                van de hoogte van de vaststelling benodigde bewijsstukken: </al><lijst><li nr="•"><al>facturen waarin de kosten voor afvoer en afzetten van de
                                        baggerspecie als afzonderlijke posten zijn opgenomen;</al></li><li nr="•"><al>transport- en weegbonnen van de voor subsidie in aanmerking
                                        komende partijen bagger;</al></li><li nr="•"><al>een berekening van de hoogte van de subsidie op basis van de
                                        werkelijk afgevoerde hoeveelheden. Indien omrekening
                                        noodzakelijk is, wordt 1 m3 baggerspecie gelijkgesteld aan
                                        1,1 ton;</al></li><li nr="•"><al>indien er sprake is van een werk waarbij er zowel materiaal
                                        vallende onder de subsidie als materiaal niet vallende onder
                                        de subsidie wordt afgevoerd dient hierin in de facturen en
                                        de transport- en weegbonnen duidelijk onderscheid gemaakt te
                                        worden.</al></li></lijst><al>Het college kan nadere gegevens verlangen, voor zover deze voor de
                                vaststelling van de subsidie van belang zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het college stelt het uit te keren subsidiebedrag bij
                                schriftelijk besluit vast binnen 8 weken na ontvangst van de
                                aanvraag tot vaststelling. De artikelen 4, vierde lid en 5, tweede
                                lid zijn van overeenkomstige toepassing. De vastgestelde subsidie
                                bedraagt ten hoogste het bedrag van de subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Het besluit tot vaststelling vermeldt het bedrag van de subsidie,
                                alsmede een omschrijving van het gesubsidieerde project.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> De uitbetaling van de subsidie geschiedt binnen 8 weken na
                                vaststelling, onder verrekening van een eventueel verleend
                                voorschot. Bedraagt de vastgestelde subsidie minder dan het
                                uitgekeerde voorschot, dan kan het college het teveel betaalde
                                terugvorderen. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Intrekking en wijziging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Subsidies of bijdragen van derden, ten gunste van de
                                subsidie-ontvanger verleend na de subsidie-vaststelling op grond van
                                deze verordening, kunnen tot intrekking of wijziging van de
                                subsidievaststelling leiden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het vorige lid vindt slechts toepassing voor zover de subsidies
                                of bijdragen van derden betrekking hebben op de transport- of
                                afzetkosten van de verontreinigde onderhoudsbaggerspecie.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>In geval van bijzondere omstandigheden dan wel in geval een strikte
                                toepassing van deze regeling naar het oordeel van het college in
                                strijd zou zijn met de redelijkheid of de billijkheid, kan door het
                                college van deze regeling worden afgeweken. In de gevallen waarin
                                deze regeling niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Het college doet jaarlijks aan de Verenigde Vergadering verslag van
                                de op grond van deze verordening verleende subsidies. Het verslag
                                geeft inzicht in de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie
                                in de praktijk, alsmede een weergave van de omstandigheden waarin
                                het college gebruik heeft gemaakt van de in artikel 10 genoemde
                                bevoegdheid. Een publicatie van dit verslag, zoals bedoeld in
                                artikel 4:24 van wet, kan achterwege blijven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2012.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Deze verordening kan worden aangehaald als Subsidieverordening
                                Baggerkosten Rijnland 2012.</al></lid></artikel></paragraaf></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Subsidieverordening Baggerkosten Rijnland
                            2012</titel></kop><divisie><kop><titel>Toelichting op de Subsidieverordening Baggerkosten Rijnland 2012
                                (SBR 2012) </titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>1. Algemeen </titel></kop><al>Het verwijderen van vervuilde baggerspecie brengt in vergelijking
                                met het verwijderen van relatief schone baggerspecie extra kosten
                                met zich. Deze kosten vormen voor onderhoudsplichtigen vaak een
                                drempel om verontreinigde baggerspecie te verwijderen. Om deze
                                drempel te verlagen, beschikt Rijnland sinds 1999 over een
                                Subsidieverordening Baggerkosten Rijnland (SBR). Het doel van deze
                                verordening is het baggeren van verontreinigde waterbodems door de
                                onderhoudsplichtige particulieren en gemeenten financieel te
                                stimuleren.</al><al>In haar huidige vorm dateert de SBR uit 2007. In de Rijnlandse
                                Baggernota 2010 is aangegeven dat de SBR aangepast dient te worden
                                aan de landelijk gewijzigde regelgeving (Regeling bodemkwaliteit op
                                grond van de Wet bodembescherming) op het punt van de normstelling
                                voor het verspreiden van baggerspecie. Daarnaast geven de
                                gebruikerservaringen van de afgelopen jaren aanleiding tot het
                                wijzigen van de SBR. </al><al>De Algemene wet bestuursrecht bepaalt in artikel 4:23 dat het
                                verstrekken van subsidie op grond van een wettelijk voorschrift moet
                                zijn geregeld. Gelet op artikel 78 van de Waterschapswet betekent
                                dat voor Rijnland dat de Verenigde Vergadering bevoegd is de SBR
                                vast te stellen. In september 2010 heeft de Verenigde Vergadering de
                                Algemene Subsidieverordening Rijnland (ASR) vastgesteld. De ASR
                                geeft procedurevoorschriften en is van toepassing op alle door
                                Rijnland te verstrekken subsidies, tenzij op grond van een
                                bijzondere subsidieverordening, zoals de SBR, andere regels zijn
                                gesteld. In die situatie gelden de bepalingen van de bijzondere
                                regeling. Voorschriften over wie en onder welke voorwaarden voor een
                                bepaald subsidie in aanmerking komt, alsmede de daarbij geldende
                                toetsings-criteria, worden in de bijzondere regeling opgenomen. De
                                procedurebepalingen van de SBR wijken inhoudelijk niet af van die in
                                de ASR. Formeel zou daarom in de SBR met een verwijzing naar de ASR
                                kunnen worden volstaan. Omwille van de zelfstandige leesbaarheid van
                                de SBR is er evenwel voor gekozen om de procedurebepalingen ook in
                                de SBR op te nemen.</al><al>In de SBR geldt als uitgangspunt dat het verwijderen van de
                                verontreinigde baggerspecie wordt uitgevoerd door of in opdracht van
                                de onderhoudsplichtigen van overige wateren, zoals die in de legger
                                zijn aangegeven.</al></divisie><divisie><kop><titel>2. Artikelsgewijs </titel></kop><al>Artikel 1, onder a</al><al>De SBR geldt alleen voor het verwijderen van verontreinigde
                                onderhoudsbaggerspecie, gelegen binnen het in de legger bepaalde
                                profiel. De in de legger aangegeven waterdiepte is de ingreepmaat
                                (minimaal vereiste waterdiepte ten opzichte van het schouwpeil). De
                                onderhoudsmaat (waterdiepte tot waar maximaal gebaggerd mag worden)
                                ligt maximaal 0,20 meter onder de ingreepmaat. De SBR is niet van
                                toepassing op het verwijderen van vast bodemmmateriaal (bijvoorbeeld
                                zand, veen of klei). </al><al>Artikel 1, onder b</al><al>De extra kosten voor de niet verspreidbare baggerspecie betreffen
                                met name kosten voor de afvoer en de afzet van de baggerspecie. De
                                subsidie richt zich daarom op een bijdrage in deze kosten.</al><al>Artikel 1, onder c</al><al>Of baggerspecie al of niet verspreidbaar is, hangt af van de analyse
                                en kwaliteitsindeling op grond van hoofdstuk 4 en bijlage B van de
                                Regeling bodemkwaliteit ex Wet bodembescherming.</al><al>Artikel 1, onder d</al><al>De SBR is van toepassing op de overige wateren, zoals bedoeld in
                                artikel 1, letter b, onder 2, van het reglement van bestuur voor het
                                hoogheemraadschap. Dit zijn wateren en watergangen, niet zijnde
                                primaire wateren, die als zodanig in de legger zijn vastgelegd. </al><al>Artikel 1, onder e t/m j</al><al>Deze begripsomschrijvingen behoeven geen nadere toelichting.</al><al>Artikel 2</al><al>Voor het verwijderen en verwerken van de verontreinigde
                                onderhoudsbaggerspecie die niet verspreidbaar is op het aangrenzend
                                perceel op grond van de Regeling bodemkwaliteit kan een bijdrage op
                                grond van de SBR worden verleend. Uitgangspunt daarbij is dat het
                                baggeren van de verontreinigde specie is uitgevoerd ten behoeve van
                                het waterbeheer. Daarmee wordt een relatie gelegd met de
                                reglementaire taak van het hoogheemraadschap. Baggerwerkzaamheden in
                                het kader van bijvoorbeeld het vaarwegbeheer komen dus niet voor
                                subsidie in aanmerking.</al><al>Alleen een particulier en een gemeente kunnen subsidie aanvragen. De
                                reden voor het uitsluiten van provincie en rijk is dat deze over
                                eigen middelen of financieringsmogelijkheden beschikken om de
                                meerkosten te dragen. Dat zou ook gezegd kunnen worden van
                                gemeenten. Gemeenten kunnen niettemin subsidie aanvragen, omdat
                                doorgaans verhoudingsgewijs veel overige wateren onder de
                                onderhoudsplicht van gemeenten vallen.</al><al>Uitgangspunt is dat de onderhoudsplicht voor de te baggeren
                                watergangen bij de aanvrager berust, dan wel dat een derde namens de
                                onderhoudsplichtige de subsidie aanvraagt.</al><al>Op 1 januari 1987 is de Wet bodembescherming in werking getreden. In
                                artikel 13 is de zorgplicht opgenomen. Wanneer een aanvrager in
                                strijd met die zorgplicht na 1 januari 1987 handelingen heeft
                                verricht, die hebben geleid tot verontreiniging van de waterbodem,
                                wordt geen subsidie verleend. Artikel 13 schept de verplichting dat
                                verontreiniging als gevolg van deze handelingen door de veroorzaker
                                ongedaan wordt gemaakt.</al><al>Artikel 3</al><al>Dit artikel komt overeen met de artikelen 2.1 en 2.2 van de
                                ASR.</al><al>Artikel 4</al><al>Dit artikel komt overeen met de artikelen 3.1 en 3.2 van de
                                ASR.</al><al>Artikel 5</al><al>Dit artikel komt overeen met de artikelen 4.1 tot en met 4.3 van de
                                ASR.</al><al>Artikel 6</al><al>Dit artikel komt overeen met artikel 5.1 van de ASR. In aanvulling
                                daarop biedt artikel 6, eerste lid, onder b, de subsidie-ontvanger
                                de mogelijkheid om een vertegenwoordiger voor het overleg met
                                Rijnland over het werk aan te wijzen. De aangewezen
                                vertegenwoordiger wordt geacht volmacht te hebben om namens de
                                subsidie-ontvanger te overleggen en te handelen.</al><al>Artikel 7</al><al>Dit artikel komt overeen met artikel 6.1 van de ASR.</al><al>Artikel 8</al><al>Dit artikel komt overeen met de artikelen 7.1 en 8.1 van de
                                ASR.</al><al>Artikel 9</al><al>Dit artikel komt overeen met artikel 9.1 van de ASR.</al><al>Artikel 10</al><al>Dit artikel komt overeen met artikel 10.1 van de ASR.</al><al>Artikel 11</al><al>Dit artikel komt overeen met artikel 1.6 van de ASR. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>