<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR273113_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Inspraakverordening Rijnland 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap van Rijnland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap van Rijnland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Waterschapsblad week 51 no 60 (70 kB) (pdf)</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening Rijnland 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, 79</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht, afdeling 3.4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-12-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>12.70084</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>recht – bezwaar en klachten</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Inspraakverordening Rijnland 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>DE VERENIGDE VERGADERING VAN HET HOOGHEEMRAADSCHAP VAN RIJNLAND;</al><al>Gelezen het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden d.d. 13-11-2012, nr.
                        12.70084;</al><al>Gelet op artikel 3.12 lid 1 in samenhang met artikel 2.14 lid 2 van de
                        Algemene wet bestuursrecht en</al><al>de Inspraakverordening Rijnland 2012;</al><al>B E S L U I T :</al><al>Het huidige artikel 4 van de Inspraakverordening Rijnland 2012 als volgt te
                        wijzigen:</al><al>Artikel 4 Terinzagelegging</al><al>1. Een ontwerp van het voorgenomen beleid of een ontwerp van het te nemen
                        besluit ten aanzien</al><al>waarvan inspraak wordt geboden, wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd
                        in het Rijnlandshuis</al><al>en kan worden ingezien op de website van het hoogheemraadschap.</al><al>2. Voorafgaand aan de terinzagelegging geeft het college uitsluitend door
                        middel van het digitaal</al><al>uitgegeven Waterschapsblad kennis van een in het eerste lid bedoeld
                        ontwerp.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><al>Inspraak aan ingezetenen en belanghebbenden wordt verleend door
                                toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inspraak op beleidsvoornemens</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur besluit of inspraak wordt verleend ten aanzien
                                van een beleidsvoornemen van het algemeen bestuur. Geen inspraak
                                wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>bij ondergeschikte wijzigingen van eerder vastgesteld
                                        beleid;</al></li><li nr="b."><al>over de begroting en de tarieven van belastingen;</al></li><li nr="c."><al>indien het voorgenomen beleid naar zijn aard of belang
                                        daarvoor niet in aanmerking komt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inspraak op voorgenomen besluiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Inspraak wordt verleend ten aanzien van de voorgenomen
                                vaststelling dan wel wijziging van de volgende door het algemeen
                                bestuur te nemen besluiten:</al><lijst><li nr="a."><al>verordeningen, met uitzondering van belastingverordeningen
                                        en subsidieverordeningen;</al></li><li nr="b."><al>projectplannen voor zover vaststelling daarvan plaatsvindt
                                        door het algemeen bestuur;</al></li><li nr="c."><al>de legger als bedoeld in artikel 78 lid 2 van de
                                        Waterschapswet;</al></li><li nr="d."><al>overige besluiten van algemene strekking.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen inspraak wordt verleend indien de in het eerste lid genoemde
                                besluiten naar het oordeel van het dagelijks bestuur daarvoor naar
                                hun aard of belang niet in aanmerking komen of de uitvoering van het
                                besluit zo spoedeisend is dat inspraak niet kan worden
                                afgewacht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Terinzagelegging </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ontwerp van het voorgenomen beleid of een ontwerp van het te
                                nemen besluit ten aanzien</al><al>waarvan inspraak wordt geboden, wordt gedurende zes weken ter inzage
                                gelegd in het Rijnlandshuis</al><al>en kan worden ingezien op de website van het hoogheemraadschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorafgaand aan de terinzagelegging geeft het college uitsluitend
                                door middel van het digitaal</al><al>uitgegeven Waterschapsblad kennis van een in het eerste lid bedoeld
                                ontwerp.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Rapportages</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het voorstel van het dagelijks bestuur aan het algemeen
                                bestuur tot vaststelling van een in artikel 2 genoemd
                                beleidsvoornemen, de vaststelling van een beheerplan uitgezonderd,
                                of het voorstel tot vaststelling van een in artikel 3 genoemd
                                besluit worden de beschouwingen van het dagelijks bestuur over de
                                ingekomen inspraakreacties vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan inspraakgerechtigden die een inspraakreactie naar voren
                                hebben gebracht, wordt in beginsel door toezending van een exemplaar
                                van het vastgestelde beleidsvoornemen dan wel het besluit mededeling
                                gedaan van de beslissing van het algemeen bestuur . </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding, citeertitel, overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag
                                na de datum van bekendmaking en kan worden aangehaald als
                                Inspraakverordening Rijnland 2012.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Inspraakverordening Rijnland 2005 blijft van toepassing op de
                                inspraakprocedure van besluiten waarvan de inspraak voor de dag van
                                inwerkingtreding van de Inspraakverordening Rijnland 2012 is
                                aangevangen. </al></lid></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al><cursief>Verplichting en doel inspraakverordening</cursief></al><al>Artikel 79 van de Waterschapswet bepaalt dat het algemeen bestuur een
                            inspraakverordening dient vast te stellen. Een inspraakverordening
                            regelt de wijze waarop inspraakgerechtigden bij de voorbereiding van
                            beleid en de voorbereiding van bepaalde besluiten van het algemeen
                            bestuur worden betrokken.Het doel van de inspraak is tweeledig.
                            Enerzijds wordt aan inspraakgerechtigden de mogelijkheid geboden om hun
                            mening omtrent een beleidsvoornemen of een voorgenomen besluit van het
                            algemeen bestuur kenbaar te maken. Anderzijds is inspraak voor Rijnland
                            een belangrijk hulpmiddel om op basis van een evenwichtige
                            belangenafweging tot een besluit te komen. Inspraak dient volgens
                            artikel 79 van de Waterschapswet verleend te worden door toepassing van
                            de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, zoals deze omschreven
                            wordt in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit wordt
                            als zodanig vermeld in artikel 1 van de Inspraakverordening Rijnland
                            2012. De overige bepalingen uit deze inspraakverordening fungeren
                            hoofdzakelijk als aanvulling op de in afdeling 3.4 beschreven procedure.
                            Voor bepaalde besluiten is de toepassing van afdeling 3.4 reeds bij of
                            krachtens wettelijk voorschrift verplicht gesteld. In dergelijke
                            gevallen kan het bepaalde in deze inspraakverordening enkel dienen als
                            aanvulling op hetgeen bij of krachtens dat wettelijk voorschrift
                            dwingend is voorgeschreven.</al><al>Deze inspraakverordening ziet enkel op de voorbereiding van bepaalde
                            beslissingen en niet op de bekendmaking en mededeling van deze
                            beslissingen. De bekendmaking en mededeling van besluiten is geregeld in
                            afdeling 3.6 van de Awb en artikel 73 e.v. van de Waterschapswet.</al><al><cursief>Inspraak volgens afdeling 3.4 van de Algemene wet
                                bestuursrecht</cursief></al><al>Door de Inspraakverordening Rijnland 2012 worden afdeling 3.4 van de Awb
                            en de in deze inspraakverordening opgenomen aanvullende bepalingen van
                            toepassing verklaard op al de in artikel 2 en 3 van de
                            Inspraakverordening Rijnland 2012 genoemde beslissingen. Inspraak
                            conform afdeling 3.4 van de Awb ziet er als volgt uit:Het bestuursorgaan
                            legt het ontwerp met daarbij de stukken die redelijkerwijs nodig zijn om
                            het ontwerp te kunnen beoordelen zes weken ter inzage (artikel 3:11 en
                            3:16 Awb). In artikel 3:12 Awb is bepaald hoe kennisgeving van de
                            terinzagelegging plaats dient te vinden. Belanghebbenden kunnen tijdens
                            de zes weken dat het ontwerp ter inzage ligt schriftelijk of mondeling
                            hun zienswijze naar voren brengen (artikel 3:15 Awb). Het bestuur
                            beoordeelt alle ingediende zienswijzen en besluit of deze al dan niet
                            tot aanpassing van het beleidsvoornemen of het besluit moeten leiden.
                            Degenen die bij de voorbereiding hun zienswijze naar voren hebben
                            gebracht, worden over het definitieve besluit geïnformeerd. Dit gebeurt
                            tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van het
                            besluit (artikel 3:43 en 3:44 Awb). Vermeld moet hierbij worden welke
                            rechtsbescherming openstaat tegen het genomen besluit (artikel 3:45
                            Awb). </al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>Dit artikel is een rechtstreeks gevolg van hetgeen is bepaald in
                                artikel 79 van de Waterschapswet; inspraak wordt verleend aan
                                ingezetenen en belanghebbenden op basis van afdeling 3.4 van de Awb,
                                voorzover in de inspraakverordening niet anders wordt bepaald. De
                                definitie van ingezetenen is opgenomen in artikel 11 lid 1 van de
                                Waterschapswet. Laatstgenoemd artikel definieert ingezetenen als
                                ‘zij die hun werkelijke woonplaats in het waterschap hebben'. In
                                artikel 1:2 van de Awb wordt omschreven wat onder een belanghebbende
                                moet worden verstaan, te weten ‘degene wiens belang rechtstreeks bij
                                een besluit is betrokken'. </al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 2 </titel></kop><al>Artikel 79 lid 1 van de Waterschapswet bepaalt dat inspraak geboden
                                moet worden op de voorbereiding van beleid van het algemeen bestuur.
                                Omdat inspraak wordt verleend conform afdeling 3.4 van de Awb
                                betekent dit dat, mits het dagelijks bestuur daartoe besluit, ook
                                ten aanzien van de totstandkoming van het in dit artikel bedoelde
                                beleid de uniforme openbare voorbereidingsprocedure toegepast kan
                                worden. Voor beleidsvoornemens en besluiten van het dagelijks
                                bestuur geldt deze inspraakverordening niet. Voor zover er geen
                                wettelijke verplichting geldt om afdeling 3.4 van de Awb toe te
                                passen, staat het het dagelijks bestuur vrij om met toepassing van
                                artikel 3:10 lid 1 van de Awb in incidentele gevallen de uniforme
                                openbare voorbereidingsprocedure alsnog te hanteren.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 3 </titel></kop><al>De in het eerste lid genoemd besluiten vallen onder de werking van
                                de inspraakverordening. Op al deze besluiten is derhalve afdeling
                                3.4 van de Awb van toepassing. Voor diverse andere besluiten is dit
                                reeds expliciet bij of krachtens wettelijk voorschrift geregeld. Dit
                                geldt bijvoorbeeld voor de Waterwet-legger en peilbesluiten. Voor
                                beide besluiten is in de Waterverordening Rijnland bepaald dat de
                                voorbereiding daarvan met toepassing van afdeling 3.4 geschiedt.
                                Voor de legger op basis van de Waterschapswet (artikel 78) geldt dat
                                niet. Voor projectplannen waarop de projectprocedure van toepassing
                                is (artikel 5.5 e.v. van de Waterwet) is de toepassing van afdeling
                                3.4 ook reeds verplicht voorgeschreven. Op overige door het algemeen
                                bestuur vast te stellen projectplannen (artikel 5.4 van de Waterwet)
                                wordt door middel van dit artikel eveneens afdeling 3.4 van
                                toepassing verklaard. In artikel 2 lid 6 van het Delegatiebesluit
                                Rijnland 2005 wordt beschreven wanneer het algemeen bestuur en
                                wanneer het dagelijks bestuur projectplannen vaststelt. </al><al>In het tweede lid is opgenomen wanneer voor de in lid 1 genoemde
                                besluiten geen inspraak hoeft te worden verleend. Bij besluiten die
                                naar hun aard of belang niet in aanmerking komen voor inspraak kan
                                worden gedacht aan besluiten waarbij het bestuur geen
                                keuzemogelijkheid heeft, zoals besluiten die rechtstreeks
                                voortvloeien uit voorschriften van een hoger gezag. Eveneens kan
                                gedacht worden aan besluiten die alleen interne werking hebben voor
                                het hoogheemraadschap. </al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 4 </titel></kop><al>Afdeling 3.4 van de Awb bepaalt niet op welke plaats een ontwerp van
                                het te nemen besluit of het voorgenomen beleid ter inzage moet
                                worden gelegd. In aanvulling op afdeling 3.4 wordt in dit artikel
                                bepaald dat terinzagelegging plaats vindt op het kantoor van het
                                hoogheemraadschap. Eveneens kan een ontwerp van het te nemen besluit
                                of het voorgenomen beleid worden ingezien op de website
                                http://www.rijnland.net/. Volgens artikel 3:16 lid 1 van de Awb
                                bedraagt de termijn voor het indienen van zienswijzen zes
                                weken.</al><al>Voor de terinzagelegging van het ontwerp van een besluit tot
                                vaststelling of wijziging van de <vet>Keur</vet> is in artikel 80
                                van de Waterschapswet een specifieke bepaling opgenomen, waarin
                                wordt voorgeschreven dat tegelijkertijd met de terinzagelegging van
                                het ontwerp van de Keur deze ook wordt toegezonden aan de colleges
                                van burgemeester en wethouders van de gemeenten in het gebied waar
                                de Keur van toepassing zal zijn. </al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 5 </titel></kop><al>Afdeling 3.4 van de Awb vermeldt niet uitdrukkelijk wat er dient te
                                geschieden met ingekomen inspraakreacties. Vanwege de algemene
                                beginselen van behoorlijk bestuur mag aangenomen worden dat in of
                                bij het definitieve besluit of beleid vermeld wordt of, en zo ja op
                                welke wijze, de inspraakreacties aanleiding zijn geweest tot
                                wijziging van het ter inzage gelegde ontwerp. In artikel 5 lid 1
                                wordt dit in aanvulling op afdeling 3.4 expliciet geregeld. De
                                uitzondering voor beheerplannen is opgenomen vanwege artikel 3.3 van
                                de Waterverordening Rijnland, waarin is opgenomen dat beschouwingen
                                van het algemeen bestuur over ingediende zienswijzen in verband met
                                de goedkeuring van het beheerplan naar Gedeputeerde Staten worden
                                verzonden.</al><al>Het in artikel 5 lid 2 bepaalde stemt overeen met artikel 3:44 lid 1
                                sub b van de Awb. Naast een openbare mededeling worden diegenen die
                                een inspraakreactie hebben gegeven door toezending van een afschrift
                                van de beslissing afzonderlijk op de hoogte gesteld van de
                                uiteindelijke beslissing, tenzij - vandaar ‘in beginsel' -
                                toepassing wordt gegeven aan artikel 3:44 lid 2 van de Awb.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 6 </titel></kop><al>Deze inspraakverordening treedt in de plaats van de
                                Inspraakverordening Rijnland 2005. Indien op de voorbereiding van
                                ontwerp-besluiten voor de dag van inwerkingtreding van de
                                Inspraakverordening Rijnland 2012 de inspraakprocedure uit de
                                Inspraakverordening Rijnland 2005 is toegepast, wordt deze procedure
                                conform het ‘oude' recht uit de Inspraakverordening Rijnland 2005
                                afgehandeld. De Inspraakverordening Rijnland 2012 zal conform het
                                gestelde in artikel 73 e.v. van de Waterschapswet bekend worden
                                gemaakt. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>