<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR273097_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening nadeelcompensatie waterschap Scheldestromen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Scheldestromen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Scheldestromen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">PZC, 27-4-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening nadeelcompensatie waterschap Scheldestromen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 56, 78</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0025458">Waterwet, art. 7.14 e.v.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-04-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-05-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012005421</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur – waterschappen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 12-4-2012</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: PZC, 27-4-2012</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening nadeelcompensatie waterschap Scheldestromen
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr/>
              <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al id="anker-H116074_0_0_1_1_"> het bestuur: het dagelijks bestuur van
                                waterschap Scheldestromen;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al id="anker-H116074_0_0_1_2_"> de schade: schade als bedoeld in
                                artikel 7.14 of artikel 7.15 van de Waterwet;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al id="anker-H116074_0_0_1_3_"> het verzoek: een verzoek om een
                                schadevergoeding als bedoeld in artikel 2 of om een voorschot als
                                bedoeld in artikel 8;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>d.</lidnr>
              <al id="anker-H116074_0_0_1_4_"> de verzoeker: degene die een verzoek
                                als bedoeld in artikel 2 of artikel 8 indient bij het bestuur;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>e.</lidnr>
              <al id="anker-H116074_0_0_1_5_"> de commissie: de adviescommissie als
                                bedoeld in artikel 4.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Het verzoek om schadevergoeding</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al id="anker-H116075_0_0_1_1_"> Het verzoek wordt schriftelijk
                                ingediend bij het bestuur.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al id="anker-H116075_0_0_1_2_"> Het verzoek wordt ondertekend en bevat
                                tenminste: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de naam en het adres van de verzoeker;</al></li>
                <li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li>
                <li nr="c."><al>een ondertekening van de verzoeker;</al></li>
                <li nr="d."><al>een aanduiding van het besluit of het handelen dat de schade
                                        naar het oordeel van de verzoeker heeft veroorzaakt;</al></li>
                <li nr="e."><al>indien redelijkerwijs mogelijk is een opgave van de aard en
                                        de omvang van de schade en een specificatie van het
                                        schadebedrag;</al></li>
                <li nr="f."><al>een motivering van het verzoek en indien redelijkerwijs
                                        mogelijk is een onderbouwing van de hoogte van de gevraagde
                                        schadevergoeding.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al id="anker-H116075_0_0_1_3_"> Voor het behandelen van het verzoek is
                                de verzoeker een bedrag verschuldigd van € 300,-.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al id="anker-H116075_0_0_1_4_"> Het bestuur bevestigt de ontvangst van
                                het verzoek binnen twee weken en stelt de verzoeker in kennis van de
                                op grond van deze verordening te volgen procedure en van de
                                verplichting tot betaling van het bedrag als bedoeld in het derde
                                lid van het onderhavige artikel. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al id="anker-H116075_0_0_1_5_"> Indien naar het oordeel van het bestuur
                                niet of onvoldoende is voldaan aan de vereisten van eerste en tweede
                                lid stelt het bestuur de verzoeker in de gelegenheid het verzuim te
                                herstellen binnen zes weken na de datum van kennisgeving van het
                                verzuim.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Vereenvoudigde behandeling van het verzoek</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al id="anker-H116076_0_0_1_1_"> Het bestuur neemt het verzoek niet in
                                behandeling indien niet voldaan is aan het bepaalde in artikel 2
                                eerste, tweede en derde lid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al id="anker-H116076_0_0_1_2_"> Het bestuur zendt het besluit om het
                                verzoek niet in behandeling te nemen aan de verzoeker toe binnen
                                vier weken na ontvangst van de ingevolge artikel 2, vijfde lid
                                ingezonden ontbrekende gegevens of nadat de daarvoor gestelde
                                termijn ongebruikt is verstreken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al id="anker-H116076_0_0_1_3_"> Het bestuur kan de in het vorige lid
                                genoemde termijn eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen. Het
                                bestuur stelt de verzoeker daarvan schriftelijk in kennis.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al id="anker-H116076_0_0_1_4_"> Het bestuur beslist zonder nader
                                onderzoek op het verzoek indien het verzoek naar het oordeel van het
                                bestuur kennelijk ongegrond is, dan wel indien het verzoek zonder
                                nader onderzoek voor toewijzing vatbaar is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al id="anker-H116076_0_0_1_5_"> Het bestuur zendt het besluit als
                                bedoeld in het vorige lid aan de verzoeker toe binnen acht weken na
                                ontvangst van het verzoek.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al id="anker-H116076_0_0_1_6_"> Het bestuur kan de in het vorige lid
                                genoemde termijn met ten hoogste acht weken verlengen. Het bestuur
                                stelt de verzoeker daarvan schriftelijk in kennis.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Adviescommissie</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al id="anker-H116077_0_0_1_1_"> Het bestuur stelt een commissie in, die
                                het bestuur adviseert over de beslissing op verzoeken om
                                schadevergoeding.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al id="anker-H116077_0_0_1_2_"> De commissie bestaat uit drie
                                onafhankelijke deskundigen, die door het bestuur worden benoemd. Het
                                bestuur wijst uit hun midden een voorzitter aan. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al id="anker-H116077_0_0_1_3_"> Het bestuur kan volstaan met het
                                benoemen van één deskundige. De bepalingen over de commissie in deze
                                verordening zijn zoveel mogelijk van toepassing op de onafhankelijk
                                deskundige.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al id="anker-H116077_0_0_1_4_"> De commissie wordt ondersteund door een
                                secretaris die wordt benoemd door het bestuur. De secretaris heeft
                                geen stemrecht in de commissie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al id="anker-H116077_0_0_1_5_"> De leden van de commissie en de
                                secretaris hebben een geheimhoudingsplicht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al id="anker-H116077_0_0_1_6_"> Het bestuur stelt de verzoeker in
                                kennis van het voornemen om het verzoek ter advisering voor te
                                leggen aan een commissie. De kennisgeving bevat de namen van de
                                leden van de commissie, hun beroep en de plaats waar zij hun
                                werkzaamheden plegen te verrichten. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7.</lidnr>
              <al id="anker-H116077_0_0_1_7_"> De verzoeker kan binnen twee weken na
                                verzending van de kennisgeving schriftelijk bedenkingen uiten tegen
                                de voorgenomen samenstelling van de commissie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>8.</lidnr>
              <al id="anker-H116077_0_0_1_8_"> Het bestuur kan nadere regels stellen
                                betreffende de commissie. </al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Advisering door de adviescommissie</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al id="anker-H116078_0_0_1_1_"> Indien geen toepassing wordt gegeven
                                aan artikel 3 stelt het bestuur het verzoek in handen van de
                                commissie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al id="anker-H116078_0_0_1_2_"> De verzoeker verschaft de commissie de
                                aanvullende gegevens die voor de advisering nodig zijn en waarover
                                hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al id="anker-H116078_0_0_1_3_"> De commissie kan inlichtingen en
                                adviezen inwinnen bij derden en een plaatsopneming houden. Indien
                                hiermee kosten zijn gemoeid wordt van deze bevoegdheid pas gebruik
                                gemaakt na toestemming van het bestuur. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al id="anker-H116078_0_0_2_4_"> De commissie stelt de verzoeker en het
                                bestuur in de gelegenheid tot het geven van een mondelinge
                                toelichting. De verzoeker en het bestuur kunnen zich laten bijstaan
                                of vertegenwoordigen door een gemachtigde of een deskundige. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al id="anker-H116078_0_0_2_5_"> De commissie zendt twee weken voordat
                                de hoorzitting plaatsvindt een schriftelijke uitnodiging aan het
                                bestuur en de verzoeker.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al id="anker-H116078_0_0_2_6_"> Meegebrachte deskundigen worden in de
                                gelegenheid gesteld een toelichting te geven. De kosten van deze
                                deskundigen komen voor rekening van de partij die deze heeft
                                meegebracht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al id="anker-H116078_0_0_2_7_"> Van het horen wordt een verslag
                                opgemaakt dat aan partijen wordt toegezonden.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al id="anker-H116078_0_0_3_8_"> De commissie stelt binnen zesentwintig
                                weken na ontvangst van de adviesaanvraag een conceptadvies op. De
                                commissie zendt dit conceptadvies aan de verzoeker en het bestuur.
                            </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al id="anker-H116078_0_0_3_9_"> De commissie kan deze termijn met ten
                                hoogste twaalf weken verdagen. Van de verdaging wordt onder opgaaf
                                van redenen schriftelijk mededeling gedaan aan de verzoeker en het
                                bestuur.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al id="anker-H116078_0_0_3_10_"> De verzoeker en het bestuur worden in
                                de gelegenheid gesteld hun zienswijzen naar aanleiding van het
                                conceptadvies binnen vier weken na de dag van verzending van het
                                conceptadvies schriftelijk bij de commissie naar voren te
                                brengen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al id="anker-H116078_0_0_3_11_"> De commissie zendt het definitieve
                                advies binnen acht weken na afloop van de in het derde lid genoemde
                                termijn aan het bestuur en de verzoeker. De commissie kan deze
                                termijn onder opgaaf van redenen eenmaal verlengen met ten hoogste
                                acht weken. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan
                                aan de verzoeker en het bestuur.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al id="anker-H116078_0_0_3_12_"> Verder uitstel van de vaststelling van
                                het definitieve advies is mogelijk voor zover de verzoeker en het
                                bestuur daarmee instemmen.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Voorschot</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al id="anker-H116079_0_0_1_1_"> Het bestuur kan de verzoeker een
                                voorschot verlenen op de schadevergoeding.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al id="anker-H116079_0_0_1_2_"> Het bestuur verleent het voorschot aan
                                de verzoeker:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al id="anker-H116079_0_0_1_2_1_"> op diens schriftelijk
                                        verzoek; en </al></li>
                <li nr="b."><al id="anker-H116079_0_0_1_2_2_"> die naar redelijke
                                        verwachting in aanmerking komt voor een schadevergoeding;
                                        en</al></li>
                <li nr="c."><al id="anker-H116079_0_0_1_2_3_"> wiens belang het naar het
                                        oordeel van het bestuur vordert dat aan hem een voorschot
                                        wordt verleend; en</al></li>
                <li nr="d."><al id="anker-H116079_0_0_1_2_4_"> nadat de commissie is gehoord
                                        over het toekennen van het voorschot.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al id="anker-H116079_0_0_1_3_"> Met het verlenen van een voorschot als
                                bedoeld in het eerste lid wordt geen recht op schadevergoeding
                                erkend. Het bestuur kan aan het verlenen van het voorschot
                                voorwaarden verbinden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al id="anker-H116079_0_0_1_4_"> Het voorschot wordt uitsluitend
                                verleend indien de verzoeker schriftelijk de verplichting aanvaardt
                                tot terugbetaling van het voorschot als op grond van het definitieve
                                besluit van het bestuur omtrent het verzoek en de bij het besluit
                                behorende gegevens blijkt dat het voorschot geheel of gedeeltelijk
                                ten onrechte is verstrekt. Het voorschot moet dan worden
                                terugbetaald te vermeerderen met de wettelijke rente over het te
                                veel betaalde te rekenen vanaf de datum van betaling van het
                                voorschot.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al id="anker-H116079_0_0_1_5_"> Het bestuur kan voor het verlenen van
                                een voorschot zekerheidstelling, bijvoorbeeld een bankgarantie,
                                verlangen.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>De beslissing op verzoek</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al id="anker-H116080_0_0_1_1_"> Het bestuur beslist binnen zes weken na
                                ontvangst van het advies van de commissie op het verzoek om
                                schadevergoeding en maakt dit besluit binnen deze termijn bekend aan
                                de verzoeker door toezending daarvan aan hem. Het bestuur zendt een
                                kopie van zijn besluit aan de commissie. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al id="anker-H116080_0_0_1_2_"> Het bestuur kan de beslissing als
                                bedoeld in het eerste lid onder opgaaf van redenen eenmaal voor ten
                                hoogste zes weken verdagen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al id="anker-H116080_0_0_1_3_"> Indien schadevergoeding wordt
                                toegekend, wordt het bedrag als bedoeld in artikel 2, derde lid aan
                                verzoeker terugbetaald.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al id="anker-H116080_0_0_1_4_"> Indien op grond van artikel 8 een
                                voorschot is verleend, wordt het bedrag van dit voorschot in
                                mindering gebracht op het bedrag van de toegekende
                                schadevergoeding.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Onverschuldigde betaling</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al id="anker-H116081_0_0_1_1_"> Het bestuur kan de beslissing op het
                                verzoek om een schadevergoeding of voorschot intrekken of ten nadele
                                van de verzoeker wijzigen, indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al id="anker-H116081_0_0_1_1_1_"> op grond van feiten of
                                        omstandigheden, waarvan het bestuur ten tijde van het nemen
                                        van de beslissing op het verzoek redelijkerwijs niet op de
                                        hoogte kon zijn, de schadevergoeding niet of lager zou zijn
                                        vastgesteld;</al></li>
                <li nr="b."><al id="anker-H116081_0_0_1_1_2_"> de verzoeker onjuiste of
                                        onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van
                                        juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing op
                                        het verzoek zou hebben geleid;</al></li>
                <li nr="c."><al id="anker-H116081_0_0_1_1_3_"> de hoogte van de
                                        schadevergoeding anderszins onjuist was en de verzoeker dit
                                        wist of behoorde te weten;</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al id="anker-H116081_0_0_1_2_"> De intrekking of wijziging werkt terug
                                tot en met het tijdstip waarop de schadevergoeding is verleend,
                                tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al id="anker-H116081_0_0_1_3_"> De beslissing op het verzoek kan niet
                                meer worden ingetrokken of ten nadele van de ontvanger worden
                                gewijzigd, indien vijf jaren zijn verstreken sinds de dag waarop
                                debeslissing op het verzoek is bekendgemaakt</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Overgangsbepaling</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>De Verordening Nadeelcompensatie project "Zwakke Schakels" waterschap
                            Zeeuws-Vlaanderen die gold voor de inwerkingtreding van deze verordening
                            blijft van toepassing op de voorbereiding en vaststelling van een
                            besluit op een vóór 1 mei 2012 gedaan verzoek om schadevergoeding.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al id="anker-H116083_0_0_1_1_"> Deze regeling treedt in werking op 1
                                mei 2012.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al id="anker-H116083_0_0_1_2_"> Deze verordening kan worden aangehaald
                                als "Nadeelcompensatieverordening waterschap Scheldestromen".</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <nota-toelichting>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Algemene toelichting</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>1. Waarom een nieuwe nadeelcompensatieverordening?</vet>
          </al>
          <al>Verzoeken om nadeelcompensatie worden tot nu toe afgehandeld op basis van de
                        Verordening nadeelcompensatie "project Zwakke Schakels" waterschap
                        Zeeuws-Vlaanderen. Door de fusie is het opstellen van een nieuwe verordening
                        wenselijk. Deze verordening vervangt de bestaande verordening. </al>
          <al>Verder is op 22 december 2009 de Waterwet in werking getreden. Artikel 7.14
                        e.v. beoogt een uniforme en uitputtende wettelijke regeling te geven voor de
                        vergoeding van schade als gevolg van de rechtmatige uitoefening van taken en
                        bevoegdheden in het kader van het waterbeheer. Dat betekent dat er naast
                        artikel 7.14 geen plaats meer is voor wettelijke of buitenwettelijke
                        compensatieregelingen. Het waterschap is op grond van het tweede lid van dit
                        artikel wel bevoegd om bij verordening regels te stellen "omtrent de
                        inrichting, indiening en motivering van een verzoek tot schadevergoeding".
                        Ook kan het waterschap beleidsregels opstellen waarin het begrip "schade"
                        wordt geconcretiseerd en waarin wordt aangegeven op welke wijze met deze
                        schade wordt omgegaan. </al>
          <al>De onderhavige verordening is een verordening als bedoeld in artikel 7.14,
                        tweede lid Waterwet. Het is een procedurele regeling die van toepassing is
                        op alle verzoeken om schadevergoeding die bij het waterschap op grond van
                        artikel 7.14 of 7.15 Waterwet worden ingediend. Artikel 7.14 heeft niet
                        alleen betrekking op schade die uit de toepassing van de Waterwet
                        voortvloeit, maar ook op de uitoefening van taken die zowel op de wet als op
                        een verordening zoals de keur berusten. Artikel 7.15 is een specifieke
                        schadevergoedingsregeling voor schade bij waterberging. Het artikel is geen
                        zelfstandige grondslag voor vergoeding van schade in verband met
                        wateroverlast en overstroming, maar is een nadere uitwerking van artikel
                        7.14. In artikel 7.15 is expliciet geregeld dat ook schade door
                        wateroverlast of overstroming in aanmerking komt voor vergoeding krachtens
                        artikel 7.14. Dit betekent niet dat elke vorm van wateroverlast recht geeft
                        op vergoeding van schade. Uit de samenhang tussen de artikelen 7.14 en 7.15
                        volgt dat de wateroverlast of overstroming het gevolg moet zijn van
                        overheidshandelen.</al>
          <al>In het navolgende zal achtereenvolgens uiteengezet worden waarom een
                        verordening nadeelcompensatie wordt vastgesteld, wanneer nadeelcompensatie
                        moet worden verleend en wat de grondslag is van het toekennen van
                        nadeelcompensatie. Vervolgens wordt aandacht besteed aan de reikwijdte van
                        deze verordening.</al>
          <al>
            <vet>2. Wat is het voordeel van een nadeelcompensatieverordening?</vet>
          </al>
          <al>Een belangrijke reden om deze verordening vast te stellen is het voordeel
                        dat bij de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden of het realiseren van
                        grote projecten (bijv. bouw van gemalen of dijkversterkingswerkzaamheden)
                        eenvoudigweg naar de algemene verordening nadeelcompensatie worden verwezen.
                        In de verordening worden regels gegeven omtrent de wijze waarop en naar
                        welke normen het algemeen bestuur verzoeken om vergoeding van schade die
                        beweerdelijk het gevolg is van de rechtmatige uitoefening door of namens het
                        waterschap van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid of taak zal
                        behandelen en beoordelen. Door het vaststellen van deze verordening wordt
                        geenszins beoogd aansprakelijkheden in het leven te roepen die rechtens niet
                        bestaan. Het doel van deze verordening is een met voldoende waarborgen
                        omklede regeling in het leven te roepen op grond waarvan benadeelden op
                        voorhand voldoende zekerheid wordt verschaft op welke wijze
                        nadeelcompensatie zal worden toegekend. Wanneer betrokkene in zijn verzoek
                        voldoende aannemelijk maakt dat zich mogelijk een situatie voordoet waarvoor
                        deze verordening bedoeld is, zal het algemeen bestuur doorgaans omtrent de
                        vraag of schadevergoeding dient te worden uitgekeerd, en zo ja, hoeveel,
                        geadviseerd worden door onafhankelijke deskundigen. Dit advies zal
                        schriftelijk worden uitgebracht. Belanghebbenden zullen als regel in de
                        gelegenheid worden gesteld hun standpunten ten overstaan van deskundigen
                        uiteen te zetten.</al>
          <al>In deze verordening zijn procedurele regels neergelegd met betrekking tot
                        vergoeding van onevenredig nadeel voortvloeiend uit rechtmatig handelen van
                        het waterschap. Daardoor wordt beoogd zoveel als mogelijk is de
                        rechtszekerheid te bevorderen, terwijl ook de doelmatigheid van de
                        afwikkeling van nadeelcompensatieverzoeken op de voet van deze verordening
                        wordt bevorderd. Deze verordening beoogt bovendien besluiten van het bestuur
                        aangaande het al dan niet toekennen van nadeelcompensatie te voorzien van
                        een zelfstandige, specifieke publiekrechtelijke grondslag, welke is vereist
                        om een daarop gebaseerde beslissing als besluit in de zin van artikel 1:3
                        tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te kunnen aanmerken.
                        Zodanige beslissing is een besluit te achten, omdat zij is gegeven ter
                        uitvoering van de onderhavige algemeen verbindende verordening. Een
                        dergelijk besluit is een appellabele beschikking. Hieraan doet niet af dat
                        de schade veroorzaakt kan zijn door een op een publiekrechtelijke
                        bevoegdheid of taak steunende handeling die niet is aan te merken als een
                        besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Daar waar deze besluiten
                        omtrent vergoeding van schade zelfstandig berusten op de onderhavige
                        verordening staat daartegen bezwaar open bij het waterschapsbestuur, gevolgd
                        door beroep bij de rechtbank en hoger beroep bij de Afdeling
                        bestuursrechtspraak van de Raad van State.</al>
          <al>Deze verordening nadeelcompensatie beoogt er voorts toe te leiden dat het
                        schadeaspect in een afzonderlijk besluitvormingsproces en (zo nodig) in een
                        afzonderlijke rechtsgang aan de orde kan komen. Dit voorkomt dat beoordeling
                        van het schadeaspect de voortgang van een doelmatige taakvervulling van het
                        bestuur belemmert, terwijl anderzijds, zoals hiervoor reeds vermeld,
                        schadevergoeding vooraf voldoende verzekerd is. Het zal niet in alle
                        gevallen mogelijk zijn benadeelden, voordat een handeling door het bestuur
                        wordt verricht, of voordat een besluit wordt genomen, zekerheid te
                        verschaffen omtrent de vraag of en tot welk een bedrag de door hen geleden
                        of nog te lijden schade vergoed zal worden. Met het in beschouwing nemen van
                        schadevergoedingsaspecten behoeft niet per se te worden gewacht tot na het
                        afronden van de besluitvormingsprocedure of tot na het voltooien van een
                        schadeveroorzakende gedraging. Ook in eerdere stadia van die procedure kan
                        dat geschieden.</al>
          <al>In dit verband zij er voorts nog op gewezen, dat deze verordening voorziet
                        in de mogelijkheid om in de daarvoor in aanmerking komende gevallen een
                        voorschot te verlenen op de eventueel na het doorlopen van de in deze
                        verordening beschreven procedure</al>
          <al>toe te kennen schadevergoeding. Ook op die wijze wordt zoveel als
                        redelijkerwijs mogelijk is aan de belangen van benadeelden tegemoet
                        gekomen.</al>
          <al>
            <vet>3. Wanneer moet het waterschap schade vergoeden?</vet>
          </al>
          <al>Het waterschap verricht op grond van zijn wettelijke taken vele activiteiten
                        die de samenleving als geheel tot voordeel strekken. Enerzijds kan daarbij
                        gedacht worden aan handelingen van feitelijke aard, zoals het aanleggen of
                        aanpassen van een waterlopen-stelsel en gemalen ter verbetering van de aan-
                        en afvoer van water in een bepaald gebied, het oprichten en in werking
                        hebben van een rioolwaterzuiveringsinstallatie met bijbehorende technische
                        werken om afvalwater van huishoudelijke en/of bedrijfsmatige aard te
                        zuiveren, of het uitvoeren van herstel- en onderhouds-werkzaamheden aan
                        dijken, kaden en beschoeiingen om overstromingen te voorkomen.</al>
          <al>Anderzijds kan het ook gaan om besluiten waaraan voor zowel het waterschap
                        als ingelanden rechtsgevolgen zijn verbonden, zoals het vaststellen van
                        peilbesluiten met als doel zekerheid en inzicht te verschaffen in de na te
                        streven waterstanden voor een bepaald gebied, het verlenen, wijzigen of
                        intrekken van bepaalde vergunningen of ontheffingen, het nemen van
                        handhavingbeschikkingen of het gebruik maken van wettelijke noodbevoegdheden
                        in het geval van een calamiteit of waterstaatkundige ramp.</al>
          <al>Dergelijke taken verricht het waterschap veelal in zijn hoedanigheid van
                        overheidslichaam en de uitoefening daarvan is legitiem en geboden vanwege de
                        op het waterschap rustende taak of maatschappelijke verantwoordelijkheid,
                        dan wel wordt gevorderd door het algemeen belang. Ondanks de rechtmatigheid
                        van het handelen en de noodzakelijkheid van dat handelen met het oog op de
                        behartiging van de aan het waterschap opgedragen taken, kunnen burgers en
                        bedrijven onevenredig nadeel (schade) lijden die redelijkerwijze niet of
                        althans niet geheel voor hun rekening dient te blijven. Dit fenomeen staat
                        algemeen bekend onder de benaming ‘nadeelcompensatie'. Het principe houdt in
                        dat een overheidslichaam de onevenredige schade moet vergoeden die het
                        gevolg is van een rechtmatig handelen of van rechtmatige besluitvorming.
                        Nadeelcompensatie is in de loop der jaren ook in de bestuurspraktijk van de
                        waterschappen een belangrijke rol gaan spelen. Deze praktijk is wat de
                        waterstaatkundige praktijk betreft vastgelegd in de artikelen 7.14 tot en
                        met 7.20 van de Waterwet en wordt uitgewerkt in deze verordening.</al>
          <al>
            <vet>4. Wat is de grondslag voor nadeelcompensatie?</vet>
          </al>
          <al>Met de term 'grondslag' wordt hier gedoeld op de normatieve reden voor de
                        toekenning van nadeelcompensatie. Het begrip grondslag ziet hier dus op de
                        vraag of de overheid gehouden is bepaalde nadelen, die het gevolg zijn van
                        haar handelen, geheel of gedeeltelijk weg te nemen of te vergoeden. Berust
                        de compensatie uitsluitend op het maken van beleidsmatige keuzen, dan wel
                        bestuurlijk politieke overwegingen bij het uitoefenen van een volledig
                        discretionaire bevoegdheid door het bestuur, of kan er een rechtsnorm worden
                        aangewezen die tot het verlenen van compensatie verplicht?</al>
          <al>Voorop zij gesteld dat er in het Nederlands recht geen algemene geschreven,
                        of ongeschreven rechtsregel aangewezen kan worden op grond waarvan de
                        overheid steeds gehouden is tot gehele of gedeeltelijke vergoeding van alle
                        nadelen ontstaan als gevolg van rechtmatig overheidshandelen in het algemeen
                        belang (AR 9 juli 1990, AB 1991, 229, BR 1991, p. 144; ABRS 26 oktober 1995,
                        AB 1996, 297). Heeft overheidshandelen echter onevenredige schade tot
                        gevolg, zo is de gedachte van de wetgever, dan brengt artikel 3:4 van de
                        Algemene wet bestuursrecht (Awb) mee dat de overheid deze schade vergoedt.
                        Meer in het bijzonder verplicht het, mede aan artikel 3:4 tweede lid Awb ten
                        grondslag liggende, algemene rechtsbeginsel van 'égalité devant les charges
                        publiques' (gelijkheid voor openbare lasten), bestuursorganen tot
                        compensatie van onevenredige schade als gevolg van hun op de behartiging van
                        het openbaar belang gerichte rechtmatig bestuursoptreden. Met onevenredige
                        schade wordt daarbij gedoeld op buiten het maatschappelijke risico vallende
                        en op een beperkte groep burgers of instellingen drukkende schade (ABRS 18
                        februari 1997, AB 1997, 143; ABRS 29 september 2005, AB 2005, 46 en ABRS 24
                        maart 2004, 165; HR 17 september 2004, AB 2006, 41). Kort gezegd dient het
                        te gaan om een abnormale last, die speciaal op een beperkte groep burgers of
                        instellingen drukt. Deze onder omstandigheden bestaande plicht tot
                        schadevergoeding bij rechtmatige overheidsdaad (de nadeelcompensatieplicht)
                        kan in verband worden gebracht met de door het recht voorgeschreven
                        belangenafweging die aan de schadeveroorzakende bevoegdheidsuitoefening
                        (vaak, maar niet altijd een besluit) vooraf gaat, althans vooraf dient te
                        gaan wanneer uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te
                        oefenen bevoegdheid niet anders voortvloeit. Deze plicht tot
                        belangenafweging wordt voor het nemen van besluiten door bestuursorganen
                        voorgeschreven door de artikelen 3:2 en 3:4 van de Awb. Via de
                        schakelbepaling van artikel 3:1 lid 2 Awb (eventueel in samenhang met
                        artikel 3:14 BW; zie HR 27 maart 1987, NJ 1987, 727) zijn deze bepalingen
                        van overeenkomstige toepassing op privaatrechtelijk en feitelijk handelen
                        van de overheid. Artikel 3:2 Awb verplicht de bestuursorganen bij het
                        voorbereiden van een besluit of een andere maatregel onderzoek te verrichten
                        naar de relevante feiten en de af te wegen belangen. Artikel 3:4, eerste
                        lid, Awb geeft aan dat dit moet gebeuren met het oog op afweging van de bij
                        het nemen van het besluit rechtstreeks betrokken belangen. Artikel 3:4,
                        tweede lid, Awb ten slotte geeft aan dat het niet bij afweging alleen mag
                        blijven; de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een
                        besluit of maatregel mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met
                        het besluit (of de maatregel) te dienen doelen. Blijkens de wetsgeschiedenis
                        van artikel 3:4 Awb wordt in het aldus omschreven evenredigheidsbeginsel
                        (mede) de grondslag voor de verplichting tot nadeelcompensatie gevonden. Dit
                        evenredigheidsbeginsel sluit aan bij het hiervoor reeds genoemde beginsel
                        van de 'égalité devant les charges publiques'. De schending van de
                        'égalité', althans de onevenredigheid in gevolgen van overheidsbesluiten of
                        handelingen, dient te worden weggenomen door af te zien van het nemen van
                        het besluit, door wijziging van de inhoud ervan, dan wel als schade
                        onvermijdelijk is door het vergoeden van een deel van de daardoor
                        veroorzaakte schade.</al>
          <al>
            <vet>5. Reikwijdte van de verordening</vet>
          </al>
          <al>De onderhavige verordening ziet uitsluitend op schade veroorzaakt door
                        overheidshandelen of een besluit van het waterschap dat als rechtmatig is
                        aan te merken. Deze verordening beoogt dus niet de gevolgen van
                        onrechtmatige overheidsdaden of van wanprestatie van het bestuur te regelen.
                        Deze onderwerpen worden ten dele beheerst door het burgerlijk recht, te
                        weten artikel 6:162 e.v. BW en artikel 6:74 e.v. BW. Het is evenwel denkbaar
                        dat een benadeelde een claim indient op grond van de onderhavige
                        verordening, terwijl niet duidelijk is of benadeelde zich daarbij baseert op
                        rechtmatig dan wel onrechtmatig toegebrachte schade, of dat voor het bestuur
                        onduidelijk is of al dan niet een rechtmatig handelen als schadeoorzaak
                        wordt aangewezen.</al>
          <al>Een handeling die als onrechtmatig is aan te merken, bijvoorbeeld wegens een
                        onbevoegd handelen, een handelen in strijd met wettelijke voorschriften, een
                        ongeoorloofde inbreuk op een subjectief recht, of een handelen in strijd met
                        een contractuele verplichting valt buiten het bereik van deze verordening.
                        Het bestuur zal zich daarover dienen te beraden, zo nodig nadat daaromtrent
                        verzoeker gehoord is.</al>
          <al>Indien het bestuur tot het oordeel komt dat het schadevergoedingsverzoek
                        buiten het bereik van deze verordening valt, dan zal het betreffende verzoek
                        zonder nader onderzoek worden afgewezen. Wellicht ten overvloede zij
                        opgemerkt dat het bestuur dienaangaande niet het laatste woord heeft. Niet
                        geheel ondenkbaar is dat een benadeelde, na een afwijzing als vorenbedoeld,
                        de rechter benadert terzake van een beweerdelijk door het bestuur jegens hem
                        gepleegde onrechtmatige daad, terwijl de rechter tot het oordeel komt dat er
                        geen sprake is van onrechtmatig handelen. In een dergelijk geval zal het
                        bestuur zijn eerder ingenomen standpunt desgevraagd kunnen heroverwegen en
                        bezien of alsnog het eerder ingediende schadevergoedingsverzoek op basis van
                        de onderhavige verordening afgewikkeld kan worden. Ingeval het bestuur de
                        verordening op het ingediende schadevergoedingsverzoek van toepassing acht,
                        wordt er vervolgens wat betreft toepassing van deze verordening vanuit
                        gegaan dat het schadeveroorzakende besluit of de schadeveroorzakende
                        handeling, zowel wat betreft de inhoud daarvan als de wijze van
                        totstandkoming, rechtmatig is. Deze verordening heeft zowel betrekking op
                        schade als gevolg van feitelijke handelingen als op schade ten gevolge van
                        besluiten van het bestuur. Schade die is veroorzaakt door of namens andere
                        bestuursorganen valt niet onder het bereik van deze verordening.</al>
          <al>Op de onderhavige verordening kan ook geen beroep worden gedaan indien en
                        voor zover schadevergoeding anderszins kan worden verkregen. Men spreekt in
                        dit verband wel van het subsidiariteitsvereiste. Ook indien er een
                        specifieke wettelijke schadevergoedingsregeling voorhanden is, die in de
                        betreffende schade voorziet, treedt deze verordening terug. Wat de
                        wettelijke schadevergoedingsregelingen betreft die samenhangen met de
                        taakuitoefening van het bestuur zij onder meer gewezen op de Onteigeningswet
                        en artikel 83, eerste lid, onderdeel b van de Flora- en faunawet.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikelsgewijze toelichting</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>Artikel 1</vet>
          </al>
          <al>In dit artikel worden enkele begripsbepalingen zoals opgenomen in
                        onderhavige verordening nader omschreven.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2</vet>
          </al>
          <al>In dit artikel worden regels gegeven voor het indienen van een verzoek om
                        schadevergoeding. De regeling sluit aan bij de bepalingen in de Algemene wet
                        bestuursrecht (Awb), handelend over het aanvragen van een beschikking. </al>
          <al/>
          <al id="anker-H116085_0_0_2_1_">Lid 1</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Het artikellid schrijft voor dat een aanvraag om een beschikking
                            schriftelijk moet worden gedaan. Aan de eis van schriftelijkheid is ook
                            voldaan indien een aanvraag langs elektronische weg wordt
                            gedaan.</cursief>
          </al>
          <al/>
          <al id="anker-H116085_0_0_2_2_">Lid 2</al>
          <al/>
          <al>Dit artikellid bepaalt aan welke eisen een aanvraag moet voldoen. Het noemt
                        een aantal formele en materiële eisen. Bij de materiële eisen gaat het om
                        gegevens die naar het oordeel van de aanvrager de aanvraag met argumenten
                        onderbouwen en om gegevens die het waterschap nodig heeft om zich een beeld
                        van de betrokken belangen te vormen.</al>
          <al>Uit artikel 3: 2 Awb vloeit voort dat op het bestuursorgaan de verplichting
                        rust de nodige gegevens te verzamelen, maar het bestuursorgaan kan binnen
                        redelijke grenzen daarvoor een beroep doen op de aanvrager. Welke gegevens
                        nodig zijn voor een verantwoorde beslissing hangt af van het concrete
                        geval.</al>
          <al/>
          <al id="anker-H116085_0_0_2_3_">Lid 3</al>
          <al/>
          <al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een schadevergoeding is
                        een recht van € 300 verschuldigd, dat wordt teruggestort indien op de
                        aanvraag geheel of ten dele positief wordt beslist. Deze relatieve
                        financiële drempel kan voorkomen dat het waterschap onnodig op kosten wordt
                        gejaagd door de behandeling van ongegronde aanvragen. Ten aanzien van de
                        hoogte van het bedrag is aansluiting gezocht bij het bedrag dat aan de
                        gemeente moet worden betaald als een verzoek om planschade wordt ingediend
                        (artikel 6.4 Wet op de Ruimtelijke Ordening). </al>
          <al/>
          <al id="anker-H116085_0_0_2_4_">Lid 5</al>
          <al/>
          <al>In dit lid wordt bepaald welke de gevolgen zijn van het in strijd met de
                        voorschriften van deze regeling indienen van een verzoek tot
                        schadevergoeding. Het bevoegd gezag is verplicht de verzoeker in de
                        gelegenheid te stellen zijn gebrekkige verzoek te herstellen binnen een
                        termijn van zes weken na kennisgeving van het verzuim</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 3</vet>
          </al>
          <al id="anker-H116085_0_0_3_5_">Leden 1, 2 en 3</al>
          <al/>
          <al>In de leden 1 en 2 wordt bepaald dat een verzoek niet zal worden behandeld
                        indien het niet is ingediend overeenkomstig het bepaalde in artikel 2,
                        eerste, tweede en derde lid. Het artikel sluit aan bij artikel 4:5 Awb. Het
                        ontbreken van gegevens of bescheiden kan alleen leiden tot het niet in
                        behandeling nemen van de aanvraag, indien het niet mogelijk is zonder die
                        gegevens of bescheiden op de aanvraag te beslissen. Indien direct of bij een
                        inhoudelijke beoordeling blijkt dat de aanvraag niet voor inwilliging
                        vatbaar is, komt de bepaling niet voor toepassing in aanmerking; er behoort
                        dan een inhoudelijke beslissing tot afwijzing te volgen.</al>
          <al>De Awb voorziet niet in de mogelijkheid een verzoek niet-ontvankelijk te
                        verklaren. Wanneer de verzoeker bijvoorbeeld geen belanghebbende is, dient
                        een afwijzing te volgen. Deze afwijzende beslissing levert geen besluit op
                        en is dus niet vatbaar voor bezwaar en beroep. De afwijzende beslissing op
                        een verzoek van een niet-belanghebbende is geen afwijzing van een aanvraag.
                        (ABRvS 5 september 2001, JB 2001/271; ABRvS 6 februari 2002, AB 2002,142;
                        ABRvS 13 april 2005, AB 2005,162).</al>
          <al>Het besluit van het bevoegd gezag om een verzoek niet in behandeling te
                        nemen is een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Tegen het besluit
                        staat bezwaar en beroep open. Tegen het besluit van het bestuursorgaan om
                        aanvulling van gegevens te vragen staat geen bezwaar en beroep open. De
                        aanvrager kan weigeren de aanvullende gegevens te verschaffen. Tegen de
                        daarop volgende beslissing om de aanvraag niet te behandelen of tegen de
                        inhoudelijke beslissing kan hij bezwaar maken.</al>
          <al/>
          <al>Het bestuur kan ook zonder nader onderzoek op een verzoek beslissen als het
                        verzoek kennelijk ongegrond of direct voor toewijzing vatbaar. Dit laatste
                        komt in beeld als de hoogte van het bedrag van het verzoek om
                        schadevergoeding in geen verhouding staat tot de kosten die moeten worden
                        gemaakt om deskundigen voor advisering in te schakelen. Het bestuur moet dan
                        op basis van de door de verzoeker aangedragen feiten en omstandigheden van
                        oordeel zijn dat het verzoek redelijk is en de schade niet geheel ten laste
                        van de verzoeker behoort te blijven. Ook indien voor de betreffende
                        specifieke categorieën van schadeveroorzakende gebeurtenissen beleidsregels
                        zijn vastgesteld ten aanzien van de berekening van de hoogte van de te
                        vergoeden schade (zoals bijvoorbeeld een compensatieregeling voor het leggen
                        van kabels en leidingen) kan het bestuur zonder nader onderzoek een verzoek
                        toewijzen. Het artikel beoogt de slagvaardigheid en de vlotte voortgang van
                        de afhandeling van verzoeken te waarborgen in situaties waarin sprake is van
                        schade van een relatief geringe omvang.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4</vet>
          </al>
          <al id="anker-H116085_0_0_4_6_">Leden 1, 2 en 4</al>
          <al/>
          <al>Het bestuur benoemt een adviescommissie die het bestuur adviseert over
                        verzoeken om schadevergoeding. De adviescommissie bestaat uit tenminste drie
                        leden die onafhankelijk zijn dat wil zeggen niet onder het gezag van het
                        bestuursorgaan staan. Ook mag er geen sprake zijn van
                        belangenverstrengeling. Wanneer de onafhankelijkheid niet gewaarborgd is,
                        kan het bestuur het betreffende lid ontheffen van zijn taak. Indien een lid
                        in een concrete zaak niet onafhankelijk is, zal hij zich onthouden van
                        stemming.</al>
          <al/>
          <al id="anker-H116085_0_0_4_7_">Lid 3</al>
          <al/>
          <al>In relatief eenvoudige gevallen kan het bestuur volstaan met het benoemen
                        van één deskundige. Ook dit is in het belang van een vlotte afhandeling van
                        de verzoeken.</al>
          <al/>
          <al id="anker-H116085_0_0_4_8_">Lid 8</al>
          <al/>
          <al>De regels die het bestuur kan stellen hebben betrekking op bijvoorbeeld de
                        werkwijze van de commissie of de honorering.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5</vet>
          </al>
          <al>De adviescommissie adviseert het bevoegd gezag over het verzoek om
                        schadevergoeding en stelt daartoe een onderzoek in. Het onderzoek zal in het
                        algemeen betrekking hebben op: het causaal verband, de omvang van de schade
                        en de hoogte van de schadevergoeding. Niet alle schade komt voor vergoeding
                        in aanmerking en als de schade wordt vergoed zal dat in het algemeen niet de
                        volledige schade zijn. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 6</vet>
          </al>
          <al>Indien de verzoeker een deskundige heeft ingeschakeld en daarvoor kosten
                        maakt, adviseert de adviescommissie hierover. Uitgangspunt is dat de
                        gemaakte deskundigenkosten niet worden vergoed, tenzij het redelijk is dat
                        een deskundige wordt ingeschakeld en voor zover de gemaakte kosten redelijk
                        zijn; het dubbele redelijkheidscriterium. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 8</vet>
          </al>
          <al>De verzoeker kan om een voorschot verzoeken. Het bestuursorgaan kan een
                        dergelijk verzoek alleen inwilligen als er een redelijke mate van zekerheid
                        bestaat dat het verzoek om schadevergoeding ook zal worden ingewilligd. De
                        voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is
                        blijkens zijn uitspraak van 18 november 1997, AB 1998,60 van oordeel dat een
                        voorschotregeling essentieel is voor een adequate nadeelcompensatieregeling.
                        Het verlenen van een voorschot kan onder meer strekken ter beperking van de
                        schade.</al>
          <al>Om te voorkomen dat de uitkering van een voorschot zal worden aangemerkt als
                        het erkennen van aansprakelijkheid door het waterschap, is in het derde lid
                        expliciet opgenomen dat verlening van een voorschot geen erkenning inhoudt
                        van de aanspraken.</al>
          <al>Een beslissing tot voorschotverlening wordt pas genomen nadat de commissie
                        is gehoord. Als het bestuursorgaan een beslissing tot voorschotverlening
                        neemt, wordt daarmee geen aanspraak erkend. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 10</vet>
          </al>
          <al>In dit artikel worden de gevallen genoemd waarin het waterschap een
                        schadevergoeding of een voorschot zal terugvorderen. Gedacht moet dan worden
                        aan de situatie dat ten tijde van het besluit tot toekenning niet alle
                        feiten bekend waren, dat verzoeker onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel
                        dat de hoogte onjuist was en de verzoeker dit wist of behoorde te weten.
                        Teveel betaalde bedragen moeten worden terugbetaald binnen zes weken nadat
                        de terugvorderingsbeschikking is bekendgemaakt.</al>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>