<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR273042_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Legesverordening waterschap Hollandse Delta 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Hollandse Delta</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-04-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Hollandse Delta</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Waterschapsrubriek, 30-11-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Legesverordening waterschap Hollandse Delta 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 115</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-11-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-12-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B1101084</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën – belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.</al><al>Deze regeling vervangt de Legesverordening 2009.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Legesverordening waterschap Hollandse Delta 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Aard van de heffing en belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam leges worden rechten geheven ter zake van het in behandeling
                        nemen van een aanvraag tot het door het waterschap verlenen van diensten,
                        genoemd in de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, dan wel degene ten behoeve
                        van wie de dienst is aangevraagd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf en tarief</titel></kop><al>1. De leges worden geheven naar de maatstaf en het tarief die zijn opgenomen
                        in de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al><al>2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van de in de
                        tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De leges worden geheven bij wege van aanslag, dan wel bij wege van een
                        mondelinge, dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder
                        mede wordt begrepen een stempelafdruk, nota of andere schriftuur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>1. Geen leges worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>voor de afgifte van beschikkingen voor werken:</al><al>- die geringer in oppervlakte zijn dan 1.000 m2, en (of):</al><al>- die een geringere lengte hebben dan 1.000 m l , of:</al><al>- die een hoeveelheid water lozen minder dan totaal 10.000 m3,
                                of:</al><al>- waarvoor geen rapportage met betrekking tot geohydrologische en/of
                                geologische berekeningen of berekeningen van leidingsterkte
                                noodzakelijk is. </al></li><li nr="b."><al>voor ontheffingen op grond van het Binnenvaartpolitiereglement;
                            </al></li><li nr="c."><al>voor ontheffingen op grond van het Reglement Verkeersregels en
                                Verkeerstekens 1990 (RVV 1990); </al></li><li nr="d."><al>voor diensten die ter voldoening aan wettelijke of administratieve
                                voorschriften kosteloos moeten worden verleend; </al></li><li nr="e."><al>voor de afgifte van beschikkingen, wanneer het verzoek tot het
                                verlenen van een vergunning of ontheffing een direct gevolg is van
                                de uitvoering van een werk door of ten behoeve van het waterschap;
                            </al></li><li nr="f."><al>voor de afgifte van beschikkingen ten behoeve van het personeel van
                                het waterschap, voor zover deze betrekking hebben op de ambtelijke
                                verhouding tot het waterschap; </al></li><li nr="g."><al>voor de afgifte van stukken die aan de publiciteitsmedia worden
                                verstrekt; </al></li><li nr="h."><al>voor de afgifte van stukken die uit voorlichtingsmotieven aan
                                particulieren, bedrijven en instellingen worden verstrekt; </al></li><li nr="i."><al>voor de afgifte van stukken die aan overheidslichamen,
                                overheidsdiensten of de rechterlijke macht (ambtshalve) worden
                                verstrekt; </al></li><li nr="j."><al>voor het doen van de in hoofdstuk 3 van de tarieventabel genoemde
                                nasporingen, voor zover deze worden gedaan voor zuiver
                                wetenschappelijk onderzoek; </al></li><li nr="k."><al>voor waterkwaliteitsbesluiten. </al></li><li nr="l."><al>advisering aan andere overheden in het kader van de watervergunning
                                wanneer het waterschap geen bevoegd gezag is. </al></li></lijst><al>2. Indien dit in het algemeen belang wenselijk is, kunnen Dijkgraaf en
                        Heemraden besluiten dat aan heffing van leges onderhevige stukken tegen een
                        door Dijkgraaf en Heemraden te bepalen lager bedrag, dan wel kosteloos,
                        beschikbaar worden gesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Tijdstip van betaling</titel></kop><al>In afwijking in zoverre van het bepaalde in artikel 9 van de Invorderingswet
                        1990, gelden bij de heffing van de leges de volgende
                        betalingstermijnen:</al><al>a. indien de leges worden geheven bij wijze van aanslag, dienen de leges te
                        worden betaald binnen één maand na dagtekening van het aanslagbiljet;</al><al>b. indien de leges worden geheven bij wege van een mondelinge kennisgeving,
                        dienen de leges te worden betaald op het moment waarop de kennisgeving wordt
                        gedaan;</al><al>c. indien de leges worden geheven bij wege van een schriftelijke
                        kennisgeving, dienen de leges te worden betaald op het moment van uitreiken
                        van de kennisgeving, dan wel indien de kennisgeving wordt toegezonden,
                        binnen twee weken na dagtekening van de kennisgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Teruggaaf</titel></kop><al>1. Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van leges, ter zake van een in de
                        tarieventabel omschreven dienst, wordt verleend op aanvraag als bedoeld in
                        artikel 132 van de Waterschapswet en overeenkomstig een met betrekking tot
                        die dienst in de tabel opgenomen bepaling.</al><al>2 Bij het verlenen van gehele of gedeeltelijke teruggaaf als bedoeld in het
                        eerste lid, is invorderingsrente verschuldigd op basis van artikel 28, leden
                        4 en 5, van de Invorderingswet 1990.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Nadere regels door dijkgraaf en heemraden</titel></kop><al>Het college van dijkgraaf en heemraden kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de leges.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel</titel></kop><al>1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op die
                        waarop zij bekend is gemaakt.</al><al>2 De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.</al><al>3. Met ingang van de in het tweede lid van dit artikel genoemde datum van
                        ingang van de heffing wordt ingetrokken de 'Legesverordening 2009' van
                        waterschap Hollandse Delta, vastgesteld op 26 november 2009. Deze blijft van
                        toepassing op belastbare feiten die zich vóór de in het tweede lid van dit
                        artikel genoemde datum hebben voorgedaan.</al><al>4. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Legesverordening waterschap
                        Hollandse Delta 2012'.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting op de Legesverordening waterschap Hollandse
                        Delta 2012</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Aard van de heffing en belastbaar feit</titel></kop><al>In de bij de verordening behorende tarieventabel zijn uiteenlopende diensten
                        opgenomen waarvoor leges kunnen worden geheven. In de verordening is ervoor
                        gekozen het belastbare feit te 'omschrijven als 'het door het waterschap in
                        behandeling nemen van een aanvraag tot het door het waterschap verlenen van
                        diensten, genoemd in de bij deze verordening behorende tarieventabel'.
                        Hiermee wordt bereikt dat de materiele belastingschuld niet pas ontstaat op
                        het moment dat de aangevraagde vergunning of ontheffing daadwerkelijk wordt
                        verleend, maar reeds ontstaat bij het in behandeling nemen van de
                        betreffende aanvraag.</al><al>Daarnaast sluit de gehanteerde term 'aanvraag' aan bij de bepalingen uit de
                        Algemene wet bestuursrecht (artikel 1 : 3, sub 3, Awb).</al><al>In artikel 1 is ook tot uitdrukking gebracht dat de leges naar hun aard
                        rechten zijn, als bedoeld in artikel 115 van de Waterschapswet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Uitgangspunt is dat de aanvrager van de dienst belastingplichtig is. De
                        aanvrager zal in de meeste gevallen immers ook belanghebbende bij de dienst
                        zijn. Er zijn echter situaties denkbaar waarin de aanvrager niet tevens als
                        belanghebbende kan worden aangemerkt. Dit is bijvoorbeeld het geval indien
                        een derde in opdracht en ten behoeve van een ander een dienst aanvraagt
                        (bijvoorbeeld een commercieel adviesbureau of ingenieursbureau vraagt, ten
                        behoeve van een klant, een ontheffing aan om werken in waterschapsgrond te
                        mogen aanleggen). In deze gevallen is niet de aanvrager, maar degene ten
                        behoeve van wie de dienst wordt aangevraagd, belastingplichtig. Door het
                        opnemen van het woorden 'dan wel' in de bepaling, wordt voorkomen dat met
                        betrekking tot dezelfde dienst zowel de aanvrager als de belanghebbende bij
                        de aanvraag belastingplichtig zijn. Het verschuldigde bedrag wordt slechts
                        bij een van hen gevorderd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf en tarief</titel></kop><al>Ingevolge hetgeen bepaald is in artikel 111 Waterschapswet dient de
                        Belastingverordening onder andere de heffingsmaatstaf te vermelden. Aan dit
                        vereiste is invulling gegeven in de bij de verordening behorende
                        tarieventabel. Doordat door middel van de Legesverordening de kosten van
                        uiteenlopende diensten worden verhaald, komen in de tarieventabel ook
                        verschillende heffingsmaatstaven voor. Om onduidelijkheden uit de weg te
                        gaan, is in de tekst van de verordening (artikel 3, tweede lid) de volgende
                        passage opgenomen: 'Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van
                        een in de tarieventabel genoemde eenheid als een voile eenheid aangemerkt.'
                        Met betrekking tot vergunningen en ontheffingen is ervoor gekozen deze in
                        categorieen in te delen en wel zodanig dat naar mate van complexiteit van de
                        aanvraag en de omvang van het betrokken plangebied een tarief kan worden
                        vastgesteld. In gevallen waarin het waterschap in het kader van een aanvraag
                        externe advisering inwint, bestaat de behoefte (een tegemoetkoming in) deze
                        advieskosten direct bij de aanvrager in rekening te brengen. In gevallen
                        waarbij externe advieskosten worden gemaakt wordt het in de legestabel
                        opgenomen hogere tarief aan de aanvrager in rekening gebracht. In de
                        jurisprudentie wordt deze werkwijze nogmaals onderstreept (Hof Arnhem 31
                        maart 1998, nr. 96/0589-E-3, Belastingblad 1998, bladzijde 638 en Hof Arnhem
                        16 december 1999, nr. 98/3926-E-3, Belastingblad 2000, bladzijde 784).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>Ingevolge artikel 125 van de Waterschapswet kunnen waterschapsbelastingen
                        worden geheven bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of
                        op andere wijze. </al><al>Heffing bij wege van afdracht op aangifte is voor de waterschapsbelastingen
                        niet toegestaan. In de Belastingverordening zal moeten worden aangegeven op
                        welke wijze de heffing plaatsheeft. In artikel 4 van de Legesverordening is
                        gekozen voor de mogelijkheid van zowel de heffing bij wege van aanslag als
                        voor de heffing op andere wijze, en wel omdat er in de praktijk behoefte kan
                        bestaan aan een werkwijze, waarin de leges voor relatief eenvoudige
                        handelingen en voor verzoeken waaraan min of meer direct gevolg kan worden
                        gegeven (bijvoorbeeld het verstrekken van exemplaren van bestuursstukken)
                        ook direct en op relatief eenvoudige wijze in rekening kunnen worden
                        gebracht (vormvrijheid), terwijl in weer andere gevallen (te denken valt aan
                        gevallen waarin ontheffing wordt verleend voor de aanleg van bouw- en
                        kunstwerken in en op waterstaatswerken) in de praktijk behoefte kan bestaan
                        aan het verzenden van een aanslagbiljet.</al><al>Bij de heffing bij wege van aanslag is het volgende van belang. Het
                        belastbare feit voor de leges is het in behandeling nemen van een aanvraag
                        tot het verlenen van bijvoorbeeld een bouwvergunning of ontheffing. Op het
                        moment van het in behandeling nemen van deze aanvraag, zal de voile omvang
                        van de werken in sommige gevallen nog niet definitief vaststaan. Als de
                        ambtenaar belast met de heffing van de leges op dat moment de aanslag reeds
                        vaststelt, is het niet ondenkbaar dat dit tot een te laag bedrag gebeurt. De
                        ambtenaar kan deze aanslag echter niet zondermeer laten volgen door een of
                        meer nadere aanslagen. Dit laatste kan alleen indien sprake zou zijn van een
                        feit, waarmee de ambtenaar belast met de heffing bij het opleggen van de
                        eerste aanslag niet bekend was en redelijkerwijs ook niet bekend had kunnen
                        zijn (de eis van het zogenaamde nieuw feit), behoudens in het geval waarin
                        de belastingplichtige ter zake van dit feit te kwader trouw zou zijn.</al><al>De formulering van dit artikel 4, verwoordt de keuze voor 'heffing op andere
                        wijze'. Op basis van artikel 125a, lid 2, van de Waterschapswet worden de op
                        andere wijze geheven belastingen voor de toepassing van de Algemene wet
                        inzake Rijksbelastingen aangemerkt als bij wege van aanslag geheven
                        belastingen.</al><al>De dagtekening van de kennisgeving is onder meer van belang voor de termijn
                        waarbinnen bezwaar kan worden gemaakt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>In het eerste lid van artikel 5 is aangegeven voor welke diensten geen leges
                        verschuldigd zijn. Daarnaast wordt in het tweede lid van dit artikel aan
                        dijkgraaf en heemraden de mogelijkheid geboden om aan leges onderhevige
                        stukken tegen een lager tarief, dan wel kosteloos beschikbaar te
                        stellen.</al><al>Met de wijziging per 1 januari 2012 is beoogd om kleinere werken vrij te
                        stellen van leges.</al><al>De motieven hierbij zijn de volgende: heffing en invordering van kleine
                        bedragen kost meer dan het oplevert. Een ander argument is, dat de kans op
                        illegaliteit groot is, wanneer er financiële drempels zijn. In de
                        verordening zijn in dit artikel onder a de criteria geformuleerd. Deze
                        criteria zijn in de Vergadering van het algemeen bestuur van 23 juni 2011
                        vastgesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Tijdstip van betaling</titel></kop><al>De hoofdregel voor de betalingstermijnen is opgenomen in artikel 9 van de
                        Invorderingswet 1990. Artikel 139, eerste lid, van de Waterschapswet bepaalt
                        dat de Belastingverordening ter zake afwijkende voorschriften kan inhouden.
                        In de aanhef van artikel 7 is dit tot uitdrukking gebracht. In de
                        Legesverordening is ervoor gekozen om, afhankelijk van de wijze waarop de
                        legesheffing plaatsvindt, de regeling voor de betalingstermijnen vorm te
                        geven. Bij sub a van artikel 6 is de mogelijkheid gecreeerd om in het geval
                        waarin de leges bij wege van aanslag worden geheven, een andere termijn te
                        hanteren dan de algemene termijn van twee maanden die uit de Invorderingswet
                        voortvloeit. Deze termijn kan zowel een langere als een kortere termijn
                        zijn. Bij sub a is gekozen voor een termijn van een maand. Bij sub b is
                        bepaald dat in het geval van heffing bij wege van een mondelinge
                        kennisgeving, de belasting meteen moet worden betaald.</al><al>Op grond van net gestelde sub c van artikel 6, dient in het geval waarin de
                        leges bij wege van een schriftelijke kennisgeving worden geheven, de
                        belasting meteen bij het uitreiken van de kennisgeving te worden betaald. In
                        de gevallen waarin de kennisgeving wordt toegezonden, is dit niet mogelijk.
                        De betaling van de leges moet dan binnen de sub c van artikel 6 genoemde
                        termijn van twee weken plaatshebben.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Teruggaaf</titel></kop><al>Deze bepaling ziet op het terugbetalen van een deel van de leges, indien een
                        aanvraag wordt ingetrokken. Terugbetaling van een deel van de leges, kan
                        plaatsvinden wanneer een vergunning niet wordt verleend. Artikel 132 van de
                        Waterschapswet voorziet in de mogelijkheid om in de Belastingverordening
                        regels te stellen voor de teruggaaf van belasting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>De tekst van de verordening spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Nadere regels door het dagelijks bestuur</titel></kop><al>Als gevolg van de inwerkingtreding van de derde tranche van de Algemene wet
                        bestuursrecht en de daarop gebaseerde aanpassingswetgeving (Stb. 1996, 333
                        en Stb. 1997, 510 en 580) komen de bevoegdheden, die in de Algemene wet
                        inzake Rijksbelastingen en in de Invorderingswet zijn toebedeeld aan de
                        Minister van Financien, sinds 1 januari 1998 toe aan het Dagelijks Bestuur
                        van het waterschap (zie artikel 123, derde lid, onderdeel a, van de
                        Waterschapswet). Voor deze datum kwamen deze formele bevoegdheden toe aan
                        het Algemeen Bestuur van het waterschap. Het betreft het stellen van nadere
                        regels ten aanzien van de volgende bevoegdheden:</al><al>- de verplichting te verzoeken om uitreiking van een aangiftebiljet;</al><al>- de mogelijkheid een voorlopige aanslag op te leggen; en het berekenen van
                        invorderingsrente. Het betreft hier artikel 31 van de Invorderingswet, op
                        grond waarvan regels voor het niet in rekening brengen van invorderingsrente
                        en regels voor afrondingen gesteld kunnen worden.</al><al>Deze bevoegdheden waren tot 1 januari 1998 expliciet in de
                        Belastingverordening geregeld.</al><al>Artikel 9 is thans in de verordening opgenomen om expliciet aan de
                        belastingplichtige kenbaar te maken dat naast de in de verordening opgenomen
                        regels, met betrekking tot de heffing en invordering van de belasting nog
                        nadere regels kunnen gelden, die zijn vastgesteld door het Dagelijks
                        Bestuur.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel</titel></kop><al>Het eerste lid van artikel 10 regelt de inwerkingtreding en de bekendmaking
                        van de verordening. Ingevolge artikel 73 van de Waterschapswet verbinden
                        besluiten van het waterschapsbestuur die algemeen verbindende voorschriften
                        inhouden niet dan wanneer zij zijn bekendgemaakt. Aangezien een
                        Belastingverordening een besluit van het bestuur van het waterschap is dat
                        algemeen verbindende voorschriften inhoudt, is bekendmaking van de
                        verordening een wettelijk vereiste.</al><al>De Hoge Raad heeft in een reeks van arresten beslist over de bekendmaking
                        van belastingverordeningen (zie onder andere Hoge Raad 24 december 1997,
                        nrs. 31 643 en 32 325, Belastingblad 1998, bladzijden 146 en 148; Hoge Raad
                        10 augustus 1998, nr. 33 632, BNB 2000/15 en Hoge Raad 27 juli 1999, nr,
                        34499, Belastingblad 1999, bladzijde 637). In die arresten geeft de Hoge
                        Raad aan onder welke voorwaarden nog wel van een correcte publicatie kan
                        worden gesproken en wanneer daarvan geen sprake (meer) is. </al><al>Het arrest van 27 juli 1999 betrof een kwestie waarin een
                        Wijzigingsverordening weliswaar op de voorgeschreven wijze bekend was
                        gemaakt, maar waarin de heffing voortijdig had plaatsgevonden.</al><al>Het derde lid van artikel 10 regelt dat de oude verordeningen worden
                        ingetrokken met ingang van de datum van ingang van de heffing. Deze bepaling
                        voorkomt dat op enig moment twee of meer verschillende verordeningen van
                        kracht zijn. De oude verordeningen blijven evenwel van toepassing op
                        belastbare feiten die zich voor de datum van ingang van de heffing hebben
                        voorgedaan. Voor 'oude' belastbare feiten blijft heffing op basis van de
                        oude verordeningen in de praktijk dus van toepassing.</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Tabel behorende bij Legesverordening waterschap Hollandse Delta
                        2012</titel></kop><table><title>Tabel behorende bij Legesverordening waterschap Hollandse Delta 2012</title><tgroup cols="2"><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al>Omschrijving</al></entry><entry><al>tarief</al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al><vet>Hoofdstuk 1</vet></al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>Watervergunning</vet></al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>1.1</vet></al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>toeslag voor de omvang van het werk</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Categorie A:</al><al>A &lt; 1000 m2 en;</al><al>L &lt; 1000 m1 of;</al><al>Q &lt; 10.000 m3</al></entry><entry><al>nihil</al></entry></row><row><entry><al>Categorie B:</al><al>1000 m2 &lt;A &lt; 1 ha of;</al><al>1000 m1 &lt;L &lt; 3000 m1 of;</al><al>10.000 m3 &lt;Q &lt; 30.000 m3</al></entry><entry><al>€ 1.012,50</al></entry></row><row><entry><al>Categorie C: </al><al>1 ha &lt;A &lt; 2,5 ha of;</al><al>3000 m1 &lt;L &lt; 6000 m1 of;</al><al>30.000 m3 &lt;Q &lt; 60.000 m3</al></entry><entry><al>€ 2.612,50</al></entry></row><row><entry><al>Categorie D: </al><al>2,5 ha &lt;A &lt; 10 ha of;</al><al>6000 m1 &lt;L &lt; 10.000 m1 of;</al><al>60.000 m3 &lt;Q &lt; 100.000 m3</al></entry><entry><al>€ 4.262,50</al></entry></row><row><entry><al>Categorie E:</al><al>A &gt; 10 ha of;</al><al>L &gt; 10.000 m1 of;</al><al>Q &gt; 100.000 m3</al></entry><entry><al>€ 13.243,75</al></entry></row><row><entry><al><vet>1.2</vet></al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>toeslag voor de complexiteit van het werk:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>1 werk waarvoor eenvoudige rapportage bijgevoegd is</al></entry><entry><al>€ 750,00</al></entry></row><row><entry><al>2 werk waarvoor een specialistische rapportage bijgevoegd
                                        is</al></entry><entry><al>€ 2.250,00</al></entry></row><row><entry><al>3 werk waarvoor een contra-expertise vereist is</al></entry><entry><al>volgens raming</al></entry></row><row><entry><al><vet>1.3</vet></al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>In geval van publicatie worden de hierboven genoemde
                                        tarieven verhoogd met een bedrag (per advertentie)</al></entry><entry><al>€ 100,00</al></entry></row><row><entry><al><vet>Hoofdstuk</vet><vet>2</vet></al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>Overige</vet><vet>bepalingen</vet></al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>2.1</vet></al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>indien na het opleggen van de leges de aanvraag tot het
                                        verlenen of wijzigen van een vergunning of ontheffing als
                                        bedoeld in 1.1 en 1.2 niet ontvankelijk wordt verklaard of
                                        buiten behandeling wordt gesteld, omdat voor de in de
                                        aanvraag vermelde werken geen vergunning of ontheffing
                                        benodigd is, worden geen leges in rekening gebracht. Het
                                        alsdan door de aanvrager reeds betaalde legesbedrag wordt
                                        aan de aanvrager gerestitueerd.</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>2.2</vet></al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>indien het besluit tot het verlenen van een vergunning of
                                        ontheffing wordt vernietigd en deze vernietiging
                                        onherroepelijk is geworden wordt teruggaaf verleend van 50%
                                        van de betaalde legeskosten. Indien op een aanvraag door het
                                        waterschap negatief wordt besloten wordt slechts 50% in
                                        rekening gebracht van het legesbedrag dat op grond van deze
                                        verordening aan een vergunning voor de aangevraagde werken
                                        is verbonden.</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>2.3</vet></al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>de reeds in het kader van paragraaf 1.2 gemaakte kosten,
                                        worden indien de beschikking wordt vernietigd, dan wel op de
                                        aanvraag negatief wordt besloten, volledig in rekening
                                        gebracht als zijnde reeds gemaakte kosten.</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>2.4</vet></al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>indien binnen één maand na het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning of
                                        ontheffing, doch voor het verlenen van deze vergunning of
                                        ontheffing deze aanvraag wordt ingetrokken, wordt op verzoek
                                        van de aanvrager 50% van de betaalde legeskosten
                                        gerestitueerd. Restitutie van de publicatiekosten heeft
                                        alleen plaats indien de publicatie van de aanvraag nog niet
                                        heeft plaatsgehad.</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>2.5</vet></al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>voor toepassing van het bepaalde onder 2.4 wordt een
                                        aanvraag geacht in behandeling te zijn genomen op de dag
                                        volgende op die van indiening daarvan en wordt een
                                        vergunning of ontheffing geacht te zijn verleend op de dag
                                        van de dagtekening van de vergunning.</al></entry><entry><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Tarieventabel per paragraaf</titel></kop><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>Bij beoordeling van een vergunningaanvraag worden de van toepassing zijnde
                        bedragen onder de paragrafen 1.1, 1.2 en 1.3 bij elkaar opgeteld om te komen
                        tot het totale</al><al>legesbedrag. Bij een parapluvergunning wordt een als parapludocument
                        fungerend besluit genomen, het tarief onder paragraaf 1.1 en 1.3 wordt in
                        rekening gebracht. De houder van</al><al>deze vergunning kan delen van het plan ter instemming aanbieden en houdt
                        zich daarbij aan de bepalingen in de parapluvergunning. Bij de besluiten tot
                        instemming wordt de</al><al>paragrafen 1.2 en indien nodig 1.3 in rekening gebracht.</al></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.1</nr><titel/></kop><al>Wijze van berekening van de omvang van het werk:</al><al>Deze paragraaf betreft een toeslag op de omvang van het werk. In de
                        berekening van de leges moet per aanvraag worden beoordeeld van welke
                        categorie binnen deze paragraaf</al><al>sprake is voor de oppervlakte, de lengte (strekking) of de hoeveelheid te
                        lozen water.</al><al>Toelichting op de categorieën voor de oppervlakte en de lengte (strekking)
                        van het werk:</al><al>De omvang wordt als oppervlakte en de lengte bepaald, ofwel:</al><al>1. aan de hand van de plangrens zoals in de aanvraag is opgenomen;</al><al>2. aan de hand van de werkgrens zoals in de aanvraag is opgenomen;</al><al>3. indien 1 of 2 ontbreken, aan de hand van het netto oppervlak, dan wel
                        lengte zoals bepaald door de vergunningverlener;</al><al>4. bij grondwater geldt dat het invloedsgebied wordt berekend met behulp van
                        de volgende formule:</al><al>R - 3000 ∆h ▪ √k</al><al>Waarin:</al><al>R = de invloedsstraal (in meter)</al><al>h = de verlaging (in meter)</al><al>k = de doorlatendheidscoëfficiënt (in m/sec)</al><al>Toelichting op de categorieën voor de hoeveelheid te lozen water van het
                        werk:</al><al>De omvang wordt als hoeveelheid bepaald, ofwel:</al><al>1. aan de hand van de opgave zoals in de aanvraag is opgenomen;</al><al>2. indien 1. ontbreekt, aan de hand van de hoeveelheid zoals bepaald door
                        het waterschap.</al></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.2</nr><titel/></kop><al>Wijze van berekening:</al><al>Deze paragraaf betreft een toeslag op de paragraaf 1.1. In de berekening van
                        de leges moet per aanvraag worden beoordeeld van welke categorie binnen deze
                        paragraaf sprake is.</al><al>In geval van meerdere categorieën wordt slechts de zwaarste categorie
                        (hoogste bedrag) in rekening gebracht.</al><al>Toelichting per categorie:</al><al>Onder eenvoudige rapportages wordt verstaan:</al><al>- eenvoudige geautomatiseerde berekeningen voor leidingen;</al><al>- hydraulische berekeningen met bijvoorbeeld een spreadsheet, als gevolg van
                        meervoudige wijzigingen in een oppervlaktewaterlichaam;</al><al>- overige eenvoudige berekeningen e.d.</al><al>Onder een specialistische rapportage wordt verstaan:</al><al>Rapportages bevattende tweedimensionale, dan wel driedimensionale
                        modelberekeningen.</al><al>Onder contra-expertise wordt verstaan:</al><al>Er komen situaties voor waar bij aanvraag wordt geconstateerd dat een
                        contra-expertise nodig is om te kunnen besluiten. In een dergelijk geval
                        worden op basis van offertes de</al><al>kosten voor de contra-expertise geraamd. Deze raming wordt voorafgaand aan
                        de behandeling van de aanvraag, bekend gemaakt aan de aanvrager en diens
                        opdrachtgever.</al></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.3</nr><titel/></kop><al>Als in enkele speciale situaties een aparte publicatie is vereist
                        (verkeersbesluit), wordt het bedrag uit deze paragraaf in rekening gebracht.
                        Over het algemeen genomen worden</al><al>publicaties op de site verzorgd, hiervoor zijn géén kosten
                        verschuldigd.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel/></kop><al>In hoofdstuk 2 wordt beschreven hoe met de betaling van, in het kader van
                        hoofdstuk 1, geheven leges wordt omgegaan, als een aanvraag niet leidt tot
                        een definitief besluit.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>