<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR272887_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsnota Wegen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Hollandse Delta</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Hollandse Delta</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsnota Wegen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537&amp;artikel=1:3">Algemene wet bestuursrecht, art. 1:3, lid 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537&amp;artikel=4:81">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">dagelijks bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-06-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B1002736 en B0903056</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>verkeer – water</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De bekendmaking van de regeling is niet meer te achterhalen.</al><al>De inwerkingtreding van de regeling is bij benadering ingevuld.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsnota Wegen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>1. Inleiding</titel></kop><artikel><kop><titel>1.1. Algemeen</titel></kop><al>De beleidsnota Wegen geeft regels voor het gebruik van alle wegen buiten
                            de bebouwde kom, in beheer en gelegen in het beheersgebied van
                            waterschap Hollandse Delta (WSHD). De nota is een aanvullend instrument
                            op de Keur van waterschap Hollandse Delta (2010) en de door WSHD genomen
                            verkeersbesluiten inzake het instellen van ge- of verboden op wegen in
                            zijn beheer. De bepalingen over wegen zoals opgenomen in hoofdstuk 5 van
                            de Keur en in de verschillende door WSHD vastgestelde verkeersbesluiten,
                            zijn gefundeerd op de Wegenwet en Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). In
                            deze beleidsnota worden regels gegeven die betrekking hebben op de wijze
                            waarop bestaande bevoegdheden door WSHD worden uitgeoefend. De
                            beleidsregels dienen als toetsingskader voor het nemen van besluiten en
                            de daaraan te verbinden voorschriften. Voor de motivering van een
                            besluit kan door WSHD worden volstaan met een verwijzing naar de van
                            toepassing zijnde beleidsregels zoals opgenomen in deze nota. </al></artikel><artikel><kop><titel>1.2. Algemene juridische aspecten</titel></kop><al>Op grond van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) hebben waterschappen
                            als wegbeheerder de bevoegdheid om:</al><al>- bij verordening regels vast te stellen ten aanzien van de veiligheid
                            op de weg, het in stand houden van de weg, het waarborgen van de
                            bruikbaarheid van de weg, de vrijheid van het verkeer en het beschermen
                            van de weggebruikers (de wegenbelangen). </al><al>- verkeersbesluiten te nemen ten behoeve van de plaatsing of
                            verwijdering van bij het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990
                            (RVV 1990) aangewezen verkeerstekens, waardoor een gebod of verbod wordt
                            ingesteld of gewijzigd.</al><al>Om de wegenbelangen van alle wegen in beheer bij WSHD te kunnen
                            waarborgen zijn in hoofdstuk 5 van de Keur van waterschap Hollandse
                            Delta, algemene regels opgenomen die betrekking hebben op het gebruik
                            van wegen. De Keur is een verordening die regels (algemeen verbindende
                            voorschriften) bevat met betrekking tot het bij WSHD in beheer zijnde
                            watersysteem en de bij WSHD in beheer zijnde wegen. In de Keur zijn
                            onder andere ge- en verbodsbepalingen opgenomen ten behoeve van de aan
                            WSHD opgedragen ‘natte' en ‘droge' waterstaatkundige taken. Deze
                            bepalingen hebben als doel de bescherming van de watersysteembelangen en
                            wegenbelangen en richten zich tot derden. Wanneer een bepaalde handeling
                            of gedraging niet is toegestaan, is er sprake van een verbod. Wanneer
                            een bepaalde handeling of gedraging juist verplicht is gesteld of moet
                            worden geduld, dan is er sprake van een gebod.</al><al>Naast de algemene regels voor het gebruik van wegen in de Keur, heeft
                            WSHD tevens diverse verkeersbesluiten genomen, waarbij ten aanzien van
                            bepaalde wegen ge- of verboden zijn ingesteld.</al></artikel><artikel><kop><titel>1.3. Wegenvergunning, ontheffing en voorschriften</titel></kop><al>De meeste van de in de Keur opgenomen geboden en verboden zijn niet
                            absoluut. Het dagelijks bestuur heeft op grond van de Keur de
                            bevoegdheid om vergunning te verlenen van de verbodsbepalingen die zijn
                            opgenomen in de Keur. Ten aanzien van de wegen in beheer bij WSHD heeft
                            het dagelijks bestuur de bevoegdheid om een wegenvergunning te verlenen. </al><al>Ook de ge- en verboden opgenomen in verkeersbesluiten zijn niet
                            absoluut. Op grond van artikel 87 van het RVV 1990 heeft het dagelijks
                            bestuur de bevoegdheid om ontheffing te verlenen van de in
                            verkeersbesluiten opgenomen verboden.</al><al>Het verlenen van een vergunning of ontheffing houdt in dat, ondanks WSHD
                            een bepaalde handeling of gedraging bij verordening of verkeersbesluit
                            verbiedt, in een individueel geval een uitzondering op de vastgestelde
                            regel wordt gemaakt. Het kan immers voorkomen dat een verboden
                            activiteit, die in algemene zin een nadelige invloed kan hebben op de
                            wegen, in een concreet geval die nadelige invloed niet heeft.</al><al>Een vergunning of ontheffing betekent dat WSHD in ieder individueel
                            geval bekijkt of de verboden activiteit in een bepaalde situatie kan
                            worden toegestaan. In het kader van de vergunning- en/of
                            ontheffingverlening voor wegen dient WSHD een belangenafweging te maken
                            tussen de belangen van degene die de vergunning heeft aangevraagd,
                            eventuele derde belanghebbenden en de wegenbelangen zoals deze door de
                            Keur of het betreffende verkeersbesluit worden beschermd. Een
                            wegenvergunning of een ontheffing van een verkeersbesluit wordt alleen
                            verleend indien de wegenbelangen zich hiertegen niet verzetten en
                            voldoende blijven gewaarborgd.</al><al><vet>Voorschriften</vet></al><al>Indien een vergunning of ontheffing wordt verleend, worden aan die
                            vergunning of ontheffing (technische) voorschriften of beperkingen
                            verbonden ter bescherming van de wegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>1.4. Beleidsregels</titel></kop><al>Om zowel WSHD als de ingelanden van het beheersgebied van WSHD zoveel
                            mogelijk inzicht en duidelijkheid te geven over de wijze waarop WSHD
                            zijn bevoegdheden uitoefent is de beleidsnota Wegen opgesteld. Het doel
                            van de beleidsnota Wegen is om aan te geven hoe het dagelijks bestuur
                            van WSHD omgaat met zijn bevoegdheid om vergunning c.q. ontheffing te
                            verlenen van de verbodsbepalingen die in de Keur of in verkeersbesluiten
                            zijn opgenomen. Om te voorkomen dat bij het in behandeling nemen van een
                            aanvraag voor een vergunning of ontheffing steeds weer een volledige
                            belangenafweging dient plaats te vinden, heeft het dagelijks bestuur in
                            deze nota beleidsregels vastgelegd, wanneer wel en wanneer niet gebruik
                            wordt gemaakt van de bevoegdheid tot vergunning- of ontheffingverlening:
                            de beleidsnota Wegen bevat randvoorwaarden en toetsingcriteria voor de
                            behandeling van vergunning- en ontheffingsaanvragen.</al></artikel><artikel><kop><titel>1.5. Binding van beleidsregels</titel></kop><al>Op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bindt
                            een beleidsregel het bestuursorgaan in die zin dat er rekening moet
                            worden gehouden met de betreffende beleidsregel. Dit betekent dat WSHD
                            in overeenstemming met het vastgestelde beleid dient te handelen. Op
                            grond van het vastgestelde beleid mag de burger er op vertrouwen dat de
                            besluitvorming plaatsvindt in overeenstemming met de in het beleid
                            opgenomen beleidsregels. De burger mag er op vertrouwen dat WSHD
                            consistent en voorspelbaar (zoals neergelegd in het beleid) handelt.
                            Door de rechter wordt aan een beleidsregel getoetst indien beroep wordt
                            ingesteld tegen een besluit dat is genomen op grond van het vastgestelde
                            beleid.</al><al>Ondanks dat WSHD in overeenstemming met de vastgestelde beleidsregels
                            dient te handelen, is de binding aan het vastgestelde beleid niet
                            absoluut. In bijzondere omstandigheden kan er van beleidsregels worden
                            afgeweken. Dit wordt de inherente afwijkingsbevoegdheid genoemd. Indien
                            van de inherente afwijkingsbevoegdheid gebruik wordt gemaakt dient aan
                            twee voorwaarden te zijn voldaan:</al><al>1. het moet gaan om uitzonderingen;</al><al>2. de bijzondere omstandigheden moeten met zich meebrengen dat de
                            nadelige of voordelige gevolgen van het handelen in overeenstemming met
                            de beleidsregel, onevenredig zouden zijn in verhouding tot de met de
                            beleidsregel te dienen doelen. Wanneer het volgen van de vastgestelde
                            beleidsregel dus onevenredige gevolgen heeft voor een of meerdere
                            belanghebbenden, moet van de beleidsregel worden afgeweken (in die zin
                            is er eigenlijk sprake van een afwijkingsplicht).</al></artikel><artikel><kop><titel>1.6. Algemene regels</titel></kop><al>In de Keur is bepaald dat de wegenvergunning kan worden vervangen of
                            worden aangevuld door algemene regels. Aan het dagelijks bestuur is in
                            de Keur de bevoegdheid gegeven algemene regels te stellen met als gevolg
                            dat Keurbepalingen een ruimere strekking krijgen (vrijstelling van de
                            vergunningplicht), dan wel juist geen toepassing vinden
                            (algeheel/absoluut verbod). </al><al><vet>Vrijstelling van de vergunningplicht</vet></al><al>WSHD heeft diverse algemene regels opgesteld waarbij sprake is van een
                            vrijstelling van de vergunningplicht. Het doel van deze algemene regels
                            is het eenvoudiger reguleren van handelingen/activiteiten die een gering
                            risico zijn voor de belangen die door de Keur worden beschermd. WSHD
                            heeft voor een aantal handelingen/ activiteiten algemene regels
                            opgesteld die duidelijk aangeven onder welke voorwaarden deze
                            activiteiten zijn toegestaan zonder dat daarvoor een
                            vergunningsprocedure dient te worden gevolgd, maar kan worden volstaan
                            met een melding. Ten aanzien van alle wegen in beheer bij WSHD zijn
                            algemene regels opgesteld voor de volgende activiteiten:</al><al>- Evenementen op wegen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2. Regels voor wegen</titel></kop><artikel><kop><titel>2.1. Wegen</titel></kop><al> WSHD heeft als wegbeheerder op grond van de Wegenwet een zorgplicht
                            voor het in goede staat houden van de bij hen in beheer zijnde
                                wegen.<cursief>1)</cursief></al><al>Deze zorgplicht richt zich vooral op de instandhouding en bruikbaarheid
                            van het wegennet met als doel een optimale ontsluiting van het gebied.
                            Het wegbeheer van WSHD omvat de zorg voor alle openbare wegen buiten de
                            bebouwde kom, voor zover niet in beheer bij Rijk of provincie. De
                            provincie Zuid- Holland ziet er op toe dat WSHD voldoet aan zijn beheer-
                            en onderhoudsplicht.</al><al><cursief>---------------------</cursief></al><al><cursief>1) Artikel 16 en artikel 17 Wegenwet (zie ook artikel 18
                                Wegenwet).</cursief></al><al>Artikel 5.2, onder d, van de Keur bepaalt dat onder wegen moet worden
                            verstaan:</al><al><cursief>‘Openbare wegen zoals bedoeld in de Wegenwet in beheer bij het
                                waterschap alsmede feitelijk in aanleg zijnde openbare wegen,
                                waarvan het beheer bij het waterschap zal berusten'.</cursief></al><al>WSHD heeft in totaal de zorg over ruim 1.600 km wegen op de
                            Zuid-Hollandse Eilanden: WSHD beheert 72 km gebiedsontsluitingswegen,
                            171 km doorgaande plattelandswegen, 1.005 km erftoegangswegen en 220 km
                            vrijliggende fietspaden. Daarnaast beheert WSHD nog een aantal
                            kilometers niet openbare wegen.</al><al><vet>Wat behoort tot de (openbare) weg?</vet></al><al>Op grond van de Wegenwet behoren tot de wegen: voetpaden, rijwielpaden,
                            jaagpaden, dreven, molenwegen, kerkwegen en andere verkeersbanen voor
                            beperkt gebruik en bruggen. Naast de in de Wegenwet gegeven opsomming
                            behoren eveneens tot de weg: de bermen, taluds, tussenstroken bij twee
                            of meer rijbanen, stoepen, glooiingen, wegsloten, duikers, sluizen,
                            beschoeiingen, geluidswerende voorzieningen en andere zich in die wegen
                            bevindende of daarmee rechtstreeks verbonden werken.</al></artikel><artikel><kop><titel>2.2. Wegenlegger</titel></kop><al>Voor wegen die zijn gelegen buiten de bebouwde kom van gemeenten wordt,
                            op grond van de Wegenwet een ‘wegenlegger' opgemaakt. In de wegenlegger
                            is vastgelegd:</al><al>- welke wegen buiten de bebouwde kom openbaar zijn;</al><al>- bij wie de onderhoudsplicht van de betreffende wegen rust;</al><al>- de omvang van deze onderhoudsplicht;</al><al>- welke beperkingen er in het gebruik van een weg bestaan.</al><al>Het opmaken van de wegenlegger is een gemeentelijke taak. Het
                            vaststellen van de legger is een taak van Gedeputeerde Staten. Momenteel
                            zijn de wegenleggers echter niet meer actueel. Wel kan in de oude
                            wegenleggers nog informatie worden gevonden over het tijdstip van het
                            openbaar worden van wegen (gelegen buiten de bebouwde kom van
                            gemeenten).</al></artikel><artikel><kop><titel>2.3. Functies en typen wegen</titel></kop><al>In het Wegenbeleidsplan wordt onderscheid gemaakt in het type weg en de
                            functie van de verschillende wegen.</al><al><vet>Typen</vet></al><al> Het Wegenbeleidsplan maakt onderscheid in de volgende typen wegen
                                <cursief>2):</cursief></al><lijst><li nr="•"><al>Gebiedsontsluitingswegen</al><al>Deze wegen ontsluiten grote gebieden en woonkernen naar
                                    stroomwegen. Ze zijn in het algemeen zwaar belast. De verharding
                                    is normaliter breder is dan 6,5 meter. </al></li><li nr="•"><al>Erftoegangswegen type I</al><al>Deze wegen ontsluiten relatief grote gebieden, woonkernen of
                                    bedrijventerreinen en zijn middelzwaar belast. De verharding is
                                    normaliter breder dan 4,5 meter. </al></li><li nr="•"><al>Erftoegangswegen type II</al><al>Deze wegen ontsluiten voornamelijk aanliggende percelen en zijn
                                    licht belast en toegankelijk voor alle verkeer/landbouwverkeer/
                                    bestemmingsverkeer. Deze wegen kennen als regel een verharding
                                    tot 4,5 meter. Enkele wegen zijn semi-verhard/onverhard. </al></li><li nr="•"><al>Fietspaden</al><al>Deze wegen zijn overwegend verhard. </al></li></lijst><al><cursief>--------------------</cursief></al><al><cursief>2) Functionele wegindeling op basis van Duurzaam Veilig
                                I.</cursief></al><al><vet>Functies</vet></al><al>Het Wegenbeleidsplan maakt onderscheid in twee functies /
                            gebruiksmogelijkheden van wegen:</al><lijst><li nr="•"><al>Transportfunctie</al><al>De hoofdfunctie van de wegen is transport.</al><al>- Aan de transportmiddelen worden landelijk wettelijke
                                    beperkingen gesteld voor gewicht, afmetingen en snelheden.
                                    Daarnaast heeft WSHD voor een aantal weggedeelten in dit verband
                                    ook verkeersbesluiten genomen.</al><al>- De gebruiksmogelijkheden van wegen voor transport, wordt
                                    tevens bepaald door de karakteristieke dijken en beeldbepalende
                                    lintbebouwing. </al></li><li nr="•"><al>Ecologische verbindingszone</al><al>De brede bermen langs waterschapswegen kunnen fungeren als
                                    ecologische verbindingszone. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>2.4. Inhoud en uitgangspunten beleidsnota</titel></kop><al>In deze beleidsnota worden beleidsregels gegeven voor het gebruik van
                            wegen in beheer van WSHD. De uitgangspunten waarop de in deze
                            beleidsnota opgenomen beleidsregels zijn gebaseerd, vallen binnen de
                            kaders van hoger strategisch beleid op het gebied van wegen. Dit
                            strategisch beleid is vastgelegd in onder andere:</al><lijst><li nr="•"><al><vet>De Rijksnota Mobiliteit</vet></al><al>De Rijksnota Mobiliteit is een nationaal verkeers- en
                                    vervoersplan op grond van de Planwet Verkeer en Vervoer. In de
                                    Nota wordt het ruimtelijk beleid verder uitgewerkt en wordt het
                                    nationaal verkeers- en vervoersbeleid beschreven. De
                                    doelstelling van de Nota Mobiliteit is een doelmatig, veilig en
                                    duurzaam functionerend verkeers- en vervoerssysteem, waarbij de
                                    kwaliteit voor de individuele gebruiker in een goede verhouding
                                    staat tot de kwaliteit voor de samenleving als geheel. Deze
                                    doelstelling wordt vertaald in doelen voor bereikbaarheid,
                                    veiligheid en kwaliteit van de leefomgeving. De doelen van de
                                    Nota Mobiliteit zijn thematisch geconcretiseerd in de zogenoemde
                                    Essentiële Onderdelen van Beleid (EOvB). Voor deze onderdelen
                                    geldt dat ze moeten worden uitgewerkt in beleid en plannen van
                                    de rijksoverheid en de decentrale overheden. </al></li><li nr="•"><al><vet>Het Wegenbeleidsplan, ‘wegen naar de toekomst'</vet></al><al>Het Wegenbeleidsplan is een strategisch sturingsinstrument en
                                    bevat een visie over het beheer van wegen door WSHD. Het
                                    Wegenbeleidsplan:</al><al>- geeft input voor beleidsregels, het beleidsprogramma van het
                                    Meerjarenbeleidsplan, de Voorjaarsnota, de Beleidsbegroting, het
                                    Jaarplan Wegen, Operationele plannen en Uitvoeringsregels.</al><al>- geeft inzicht in de wijze waarop WSHD:</al><al> - invulling geeft aan het functioneel beheer van de wegen;</al><al> - de staat en functie van de wegen nu en in de toekomst wil
                                    waarborgen;</al><al> - het wegenbelang afweegt tegen andere belangen;</al><al> - op basis van dit beleid komt tot een afgewogen programma aan
                                    onderhouds- en verbeteringsmaatregelen. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>3. Beleidsregels voor het gebruik van wegen</titel></kop><artikel><kop><titel>3.1. Algemeen</titel></kop><al>Om het verkeer waarvoor de weg bedoeld is goed en veilig gebruik te
                            laten maken van de weg, moet de weg op grond van de WVW 1994 voldoen aan
                            de eisen voor berijdbaarheid, bereikbaarheid en verkeersveiligheid.
                            Bijzonder of oneigenlijk gebruik van wegen kan afbreuk doen aan de
                            instandhouding en bruikbaarheid van wegen en daarmee aan de vrije,
                            veilige en vlotte afwikkeling van het verkeer.</al><al>In Hoofdstuk 5 van de Keur zijn daarom verschillende verbodsbepalingen
                            opgenomen met betrekking tot het gebruik van wegen. Naast de
                            verbodsbepalingen in de Keur, heeft WSHD ook diverse verkeersbesluiten
                            genomen, waarbij ten aanzien van bepaalde wegen ge- of verboden zijn
                            ingesteld. Doel van de regelgeving voor het gebruik van wegen is om de
                            veiligheid op de weg, de instandhouding van de weg, de bruikbaarheid van
                            de weg, de vrijheid van het verkeer en de bescherming/verkeersveiligheid
                            van de weggebruikers (de wegenbelangen) zoveel mogelijk te
                            garanderen.</al><al> Aangezien het gebruik van wegen c.q. het verrichten van handelingen op
                            en nabij wegen om diverse redenen toch noodzakelijk kan zijn, geeft de
                            Keur aan dat door het dagelijks bestuur vergunning kan worden verleend
                            waarbij handelingen in strijd met de verboden, onder voorwaarden, kunnen
                            worden toegestaan. Ook in de door WSHD genomen verkeersbesluiten zijn
                            ontheffingsmogelijkheden opgenomen.<cursief> 3)</cursief></al><al><cursief>-----------------</cursief></al><al><cursief>3) Artikel 87, RVV 1990 biedt hiervoor de
                            grondslag</cursief></al><al><vet>Meerdere vergunningen voor een werk</vet></al><al>Voor het gebruik van wegen, zijn in de sommige gevallen meerdere
                            vergunningen of ontheffingen verplicht. De mogelijkheid bestaat dat voor
                            het gebruik van een weg (realiseren van een werk of het verrichten van
                            werkzaamheden op of nabij een weg, eveneens een omgevingsvergunning
                            noodzakelijk is.</al><al><vet>Inhoud hoofdstuk 3</vet></al><al>In deze beleidsnota zijn beleidsregels geformuleerd voor het gebruik van
                            wegen in beheer van WSHD. Deze beleidsregels zullen worden gehanteerd in
                            het kader van de vergunningverlening op grond van de Keur en/of de
                            ontheffingverlening van door WSHD genomen verkeersbesluiten. In
                            hoofdstuk 3 worden beleidsregels gegeven ten behoeve van de vergunning-
                            en of ontheffingverlening van de volgende soorten van gebruik van wegen
                            in beheer van WSHD:</al><al>- objecten nabij wegen;</al><al>- gebruik wegen;</al><al>- opbreken wegverhardingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>3.2. Objecten nabij wegen</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Objecten nabij wegen kunnen afbreuk doen aan de instandhouding en
                            bruikbaarheid van de weg en kunnen de verkeersveiligheid van de
                            weggebruikers aantasten. Vooral de verkeersveiligheid kan nadelig worden
                            beïnvloed door de plaatsing van objecten in en nabij wegen. Verkeer kan
                            worden afgeleid door bijvoorbeeld reclame-uitingen, voorlichtingsborden
                            of bijzondere objecten. </al><al>Objecten zoals afrasteringen en beplantingen kunnen het zicht beperken.
                            Al deze objecten vormen ook een obstakel als verkeer van de rijbaan
                            afraakt. Vooral op drukke punten vormt dat een extra
                            veiligheidsrisico.</al><al>Naast de verkeersveiligheid speelt ook het zogenaamde profiel van vrije
                            ruimte een belangrijke rol. Objecten in de wegbermen moeten (ruim)
                            buiten dat profiel van vrije ruimte blijven om geen belemmering te
                            vormen voor het verkeer dat van de weg gebruik maakt. Tevens kunnen
                            objecten in of nabij wegen indirect fungeren als een fysieke belemmering
                            bij het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.</al><al>Anderzijds kunnen objecten zoals verwijs- en voorlichtingsborden, leiden
                            tot minder zoekende weggebruikers of kunnen deze objecten weggebruikers
                            bewust maken van onveilig gedrag. Objecten zoals lichtmasten,
                            verkeersborden, bewegwijzering en verkeerstekens, zijn juist
                            noodzakelijk in verband met het goed functioneren van wegen en
                            bevorderen juist de verkeersveiligheid.</al><al><vet>Afweging</vet></al><al>De Keur verbiedt het aanbrengen van objecten nabij wegen omdat objecten
                            een negatieve invloed kunnen hebben op de verkeersveiligheid en de
                            instandhouding en bruikbaarheid van de weg. WSHD wil de wegbermen daarom
                            zo veel mogelijk vrij houden van obstakels/ objecten. Sommige objecten
                            zijn echter noodzakelijk voor het goed functioneren van wegen. Het
                            plaatsen van objecten nabij wegen mag echter geen belemmering zijn voor
                            de instandhouding/bruikbaarheid van de weg en de verkeersveiligheid van
                            de weggebruikers. In het kader van de vergunningverlening is het daarom
                            noodzakelijk dat in het geval van het plaatsen van objecten nabij wegen
                            wordt voldaan aan de in deze beleidsregel opgenomen criteria, zodat het
                            functioneren van de weg en daarmee de wegenbelangen gewaarborgd
                            blijven.</al><al><vet>Betrokken Keurartikelen</vet></al><al>Artikel 5.4, tweede lid, Keur</al><al>Het is verboden zonder vergunning van het bestuur in, op onder of boven,
                            naast of langs wegen:</al><al>- werken aan te brengen of te hebben.</al><al>- stoffen, voorwerpen, dieren of beplantingen te brengen of te
                            hebben.</al><al><vet>Toepassinggebied</vet></al><al>Deze beleidsregel is van toepassing op alle wegen in beheer van WSHD die
                            zijn gelegen buiten de bebouwde kom.</al><al><vet>Overige regelgeving</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Het Wegenbeleidsplan, 'wegen naar de toekomst' </al></li><li nr="•"><al>Het Handboek 'Wegontwerp voor de gebiedsontsluitingswegen en
                                    erftoegangswegen', CROWpublicatie 164. </al></li><li nr="•"><al>Het Handboek 'Veilige inrichting van bermen; Niet-autosnelwegen
                                    buiten de bebouwde kom' CROW- publicatie 202. </al></li></lijst><al><vet>Toetsingscriteria</vet></al><al>Een vergunningaanvraag voor het aanbrengen van objecten nabij wegen
                            wordt aan de volgende criteria/eisen getoetst:</al><al><cursief>Algemene criteria</cursief></al><al>Het algemene uitgangspunt is dat wegbermen zoveel mogelijk vrij zijn van
                            obstakels. De afweging of een object al dan niet kan worden toegestaan
                            is gebaseerd op de verkeersfunctionaliteit van het object:</al><al><vet>A. Verkeersborden en openbare verlichting</vet></al><al>Verkeersborden en lichtmasten zijn noodzakelijk in verband met het goed
                            functioneren van wegen en bevorderen de verkeersveiligheid. Voor
                            dergelijke verkeersfunctionele objecten wordt vergunning verleend.</al><al><vet>B. Verwijsborden</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Bewegwijzeringen/verwijsborden/verkeersgeleidende objecten naar
                                    druk bezochte locaties (bijvoorbeeld recreatiegebieden en musea)
                                    die veel gebiedsvreemd verkeer aantrekken zijn noodzakelijk in
                                    verband met de verkeersveiligheid. Verwijsborden naar deze druk
                                    bezochte locaties kunnen overlast op het omliggende wegennet
                                    voorkomen. </al></li><li nr="•"><al>In bijzondere gevallen, bijvoorbeeld eenmalige
                                    gebeurtenissen/evenementen waarbij veel bezoekers worden
                                    verwacht, wordt vergunning verleend om ten tijde van de
                                    betreffende gebeurtenis in de nabije omgeving verwijsborden te
                                    plaatsen. </al></li><li nr="•"><al>Het plaatsen van verwijsborden voor de verkoop van producten
                                    komt niet in aanmerking voor een vergunning. </al></li></lijst><al><vet>C. Reclameborden/ voorlichtingsborden</vet></al><al>Voor reclame-uitingen wordt alleen een vergunning verleend voor zover ze
                            direct een verkeersfunctie vervullen. Een verkeersfunctie hebben
                            bijvoorbeeld:</al><al>- voorlichtingsborden voor verkeerscampagnes, met als doel de
                            verkeersveiligheid te vergroten.</al><al>- aanduidingsborden voor direct naast de weg gelegen grootschalige
                            bouwprojecten, deze borden verminderen de afleiding van het
                            bouwterrein.</al><al><vet>D. Beplantingen/ groen</vet></al><al>Beplantingen dienen als wegmarkering en benadrukken het landschap.
                            Beplantingen verhogen de recreatieve functie van wegen en doen de
                            rijsnelheid van auto's afnemen. Voor dergelijk verkeersfunctioneel groen
                            wordt, onder voorwaarden, vergunning verleend.</al><al><vet>E. Erfafscheidingen</vet></al><al>Erfafscheidingen zijn bedoeld om particuliere gronden te beschermen en
                            dragen niet bij aan de verkeersveiligheid. Erfafscheidingen zijn,
                            afhankelijk van het type weg, toegestaan buiten 4,5 meter uit de kant
                            van de voor het verkeer bestemde banen. Bij onvoldoende ruimte kan
                            daarbinnen alleen bij erftoegangswegen en fietspaden vergunning worden
                            verleend.</al><al><vet>F. Wegmeubilair</vet></al><al>Wegmeubilair zijn objecten met een recreatieve en/of verkeersfunctionele
                            functie, zoals zitbankjes langs fietspaden of markeringen voor
                            fietsroutenetwerken. Voor dergelijke objecten wordt vergunning
                            verleend.</al><al><vet>G. Bouwwerken</vet></al><al>Bouwwerken zijn binnen de weg niet toegestaan. Uitzonderingen in reeds
                            bestaande bebouwde gebieden worden per geval beoordeeld en vallen buiten
                            deze beleidsregel.</al><al><vet>H. Overige objecten</vet></al><al>Voor overige objecten die niet vallen onder A t/m G moet de
                            vergunningaanvrager de verkeersfunctionaliteit van het te plaatsen
                            object aantonen.</al><al><cursief>Normeisen</cursief></al><al>Nadat is aangetoond dat het object voldoende verkeersfunctioneel is,
                            worden aan de objecten eisen gesteld om de verkeersveiligheid en de
                            bereikbaarheid te waarborgen en worden de gevolgen voor onderhoud door
                            WSHD meegenomen.</al><al>Als eisen daarvoor gelden:</al><al>- handhaven zichtbaarheid bij bochten, kruispunten en in- en
                            uitritten;</al><al>- waarborgen mogelijkheden van onderhoud bermen en wegsloten;</al><al> - waar mogelijk toepassen van regels obstakelvrije zone uit het
                                <cursief>Handboek Wegontwerp gebiedsontsluitingswegen en
                                erftoegangswegen.4)</cursief></al><al><cursief>--------------------</cursief></al><al><cursief>4) Publicaties 164 c en d. CROW kenniscentrum voor verkeer,
                                vervoer en infrastructuur, Ede, 2002.</cursief></al><al><vet>Zie ook figuur 1: zonering wegen (bijgevoegd als
                            bijlage)</vet></al><table><title>tabel minimale obstakelvrije zone vanaf de markering</title><tgroup cols="2"><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al>weg</al></entry><entry><al>aantal meter</al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>Gebiedsontsluiting</al></entry><entry><al>4,5 meter, of de grens van de weg volgens de Keur
                                                waar deze binnen deze afstand ligt.</al></entry></row><row><entry><al>Erftoegangsweg I en II </al></entry><entry><al>1,5 m</al></entry></row><row><entry><al>Fietspad</al></entry><entry><al>1,0 m</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Bij deze algemene eisen speelt naast het type weg, (zoals
                            gebiedsontsluitingsweg, erftoegangsweg I of II of fietspad) ook de
                            aanwezige bermbreedte een belangrijke rol. Bij een gebrek aan voldoende
                            bermbreedte moet allereerst het profiel van vrije ruimte worden
                            vrijgehouden, en daarbuiten moet een nadere afweging worden gemaakt
                            tussen wat noodzakelijk is en wat nog voldoende veilig is.</al><al><cursief>Locatie-eisen</cursief></al><al>Een bijzondere situatie geldt voor wegen op waterkeringen. Op zulke
                            wegen is ook het daarvoor geldende beleid voor waterkeringen van
                            toepassing. Bij tegenstrijdige belangen gaat het waterkeringbelang boven
                            het wegenbelang. Bij aanwezigheid van wegsloten moet ook rekening worden
                            gehouden met de regels voor werken nabij watergangen.</al><al><vet>A. Verkeersborden en openbare verlichting</vet></al><al>Verkeersborden zijn noodzakelijk om de gebruiksmogelijkheden van de weg
                            aan te duiden. Lichtmasten voor openbare verlichting worden geplaatst
                            als deze om redenen van verkeersveiligheid noodzakelijk zijn. Deze
                            objecten mogen vanwege hun functie niet ver van de rijbaan worden
                            geplaatst. Plaatsing dient te gebeuren volgens de daarvoor geldende
                            richtlijnen en wettelijke eisen.</al><al><vet>B. Verwijsborden</vet></al><al>Toepassen van de Richtlijn bewegwijzering, publicatie 222, CROW, juli
                            2005, aangevuld met Bijlage 1 van deze beleidsregel, en ANWB-publicatie
                            ‘Lokale bewegwijzering'.</al><al><vet>C. Reclameborden/ voorlichtingsborden</vet></al><al>Volgens nog vast te stellen eisen voor afmetingen en soort.</al><al><vet>D. Beplantingen/ groen</vet></al><al>- Heggen als erfafscheiding worden binnen 1,5 meter uit de rand
                            wegverharding niet toegestaan. Daarbuiten kunnen nadere eisen gesteld
                            worden aan de hoogte bij bochten en kruisingen. Voor de in de figuur 2
                            aangegeven zone geldt een maximale hoogte van 0,75 meter voor
                            ondoorzichtige afscheidingen;</al><al>- Voor overige beplantingen gelden de eisen volgens de CROW
                            richtlijnen;</al><al>- Minimale onderlinge plantafstand tussen bomen en struiken bedraagt 8
                            meter;</al><al>- Ingeval de aanwezigheid van wegsloten dient rekening te worden
                            gehouden met de beleidsregels met betrekking tot werken in en nabij
                            watergangen.</al><al><vet>Zie ook figuur 2: Objectvrije zone bij kruisingen voor hoge en
                                ondoorzichtige objecten (bebouwing, doorgaand beplanting,
                                aaneengesloten hekwerk enzovoort). (bijgevoegd als
                            bijlage)</vet></al><al><cursief>Constructie-eisen</cursief></al><al>-</al><al><cursief>Onderhoudseisen</cursief></al><al>-</al><al><vet>Toelichting toetsingscriteria</vet></al><al>-</al></artikel><artikel><kop><titel>3.3. Bijzonder gebruik van wegen </titel></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Uitgangspunt van de Wegenverkeerswetgeving is dat een weg alleen mag
                            worden gebruikt door het verkeer waarvoor de weg bedoeld is. Bijzonder
                            gebruik of oneigenlijk gebruik van een weg, door ander verkeer dan
                            waarvoor de weg is bedoeld zoals het gebruik van de weg voor
                            evenementen, intensief verkeer (bv. bouwverkeer), of bijzondere
                            transporten, kan afbreuk doen aan de instandhouding en bruikbaarheid van
                            de weg en kan de verkeersveiligheid van de weggebruikers aantasten.</al><al>In het kader van het bijzonder gebruik van wegen wordt onderscheid
                            gemaakt tussen de regelgeving op grond van de Keur en de door WSHD
                            vastgestelde verkeersbesluiten waarmee voor bepaalde wegen ge- of
                            verboden zijn ingesteld of gewijzigd.</al><al><vet>Afweging</vet></al><al>Bijzonder of oneigenlijk gebruik van wegen is verboden omdat dit een
                            negatieve invloed kan hebben op de instandhouding en bruikbaarheid van
                            de weg en daarmee op de verkeersveiligheid van weggebruikers. Op grond
                            van maatschappelijke en economische belangen kan het echter noodzakelijk
                            zijn om bijzonder of oneigenlijk gebruik van wegen toe te staan. Dat kan
                            zijn voor evenementen, intensief verkeer, (weg)werkzaamheden, of
                            bijzondere transporten. Het bijzonder of oneigenlijk gebruik van wegen
                            mag echter geen belemmering zijn voor de instandhouding/bruikbaarheid
                            van de weg en de verkeersveiligheid van de weggebruikers. In het kader
                            van de vergunningverlening op grond van de Keur en de
                            ontheffingverlening van verkeersbesluiten, is het daarom noodzakelijk
                            dat in het geval van bijzonder of oneigenlijk gebruik van wegen wordt
                            voldaan aan de in deze beleidsregel opgenomen criteria, zodat het
                            functioneren van de weg en daarmee de wegenbelangen gewaarborgd
                            blijven.</al><al><vet>Betrokken Regelgeving/ Keurartikelen</vet></al><al>Artikel 87, RVV 1990</al><al>Door het bevoegd gezag kan ontheffing worden verleend van verkeerstekens
                            die een gebod of verbod inhouden.</al><al>Artikel 5.4, eerste lid, Keur</al><al>Het is verboden zonder vergunning van het bestuur de weg of een
                            weggedeelte anders te gebruiken dan in overeenstemming met de publieke
                            functie daarvan.</al><al><vet>Toepassinggebied</vet></al><al>Deze beleidsregel is van toepassing op alle wegen in beheer van WSHD die
                            zijn gelegen buiten de bebouwde kom.</al><al><vet>Overige regelgeving</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Het Wegenbeleidsplan, ‘wegen naar de toekomst'. </al></li><li nr="•"><al>Het handboek wegontwerp voor de gebiedsontsluitingswegen en
                                    erftoegangswegen. </al></li><li nr="•"><al>Het handboek Veilige inrichting van bermen. Niet-autosnelwegen
                                    buiten de bebouwde kom. Publicatie 202. </al></li><li nr="•"><al>CROW-publicatie ‘Werk in Uitvoering 96b'. </al></li><li nr="•"><al>Vrijstellingsregel ‘Evenementen op wegen' (geldig voor
                                    kleinschalige evenementen van maximaal 1 dag). </al></li></lijst><al><vet>Toetsingscriteria</vet></al><al>Voor de toetsingscriteria in het kader van het bijzonder gebruik van
                            wegen wordt onderscheid gemaakt tussen de regelgeving op grond van het
                            RVV 1990 en de op grond daarvan door WSHD genomen verkeersbesluiten en
                            de Keur.</al><al><vet>A. Ontheffing van verkeersbesluiten (aangegeven door RVV-borden/
                                art. 87 RVV 1990)</vet></al><al>Het gebruik van gesloten verklaarde wegen door gemotoriseerd verkeer
                            moet zoveel mogelijk worden beperkt. Een geslotenverklaring wordt
                            aangegeven met de borden C1, C2, C4, C6 tot en met C21, D2, D4 tot en
                            met D7, E1 tot en met E3 en F7 (zie bijlage) en geschiedt ingevolge een
                            door WSHD genomen verkeersbesluit.</al><al>Ontheffing van een verkeersbesluit inhoudende een geslotenverklaring,
                            kan worden verleend op grond van artikel 87 van het RVV 1990. Een
                            aanvraag voor een ontheffing van een door WSHD genomen verkeersbesluit
                            inhoudende een geslotenverklaring van een weg, wordt aan de volgende
                            criteria/eisen getoetst:</al><al><vet>1. Het berijden van wegen die gesloten zijn verklaard voor
                                motorvoertuigen.</vet></al><al>- De noodzaak voor de aanvrager om met gemotoriseerd verkeer gebruik te
                            maken van een gesloten verklaarde weg, wordt afgewogen tegen de nadelen
                            voor de overige weggebruikers.</al><al>- Het gebruik van de weg mag niet in strijd mag zijn met de intenties
                            van het verkeersbesluit op grond waarvan de betreffende weg gesloten is
                            verklaard. Dat is bijvoorbeeld het geval als een gedeeltelijke
                            geslotenverklaring bedoeld is om sluipverkeer tegen te gaan. Verkeer met
                            een bestemming in de nabijheid van de afgesloten weg, valt niet onder
                            die noemer. Dat geldt in het bijzonder voor de toegankelijkheid van
                            percelen bij tijdelijke afsluitingen.</al><al>- Het gebruik van de weg mag niet strijdig zijn met het
                            verwachtingspatroon van de normale weggebruikers. Dat is bijvoorbeeld
                            het geval bij een gedeeltelijke geslotenverklaring. Bij een incidenteel
                            gebruik weegt dat minder zwaar, maar worden wel aanvullende voorwaarden
                            gesteld, zoals stapvoets rijden of verkeersbegeleiding.</al><al>- Het gebruik van de weg mag niet leiden tot een verhoogde kans op
                            schade aan de weg.</al><al>- Ontheffing wordt alleen verleend indien een perceel niet te bereiken
                            is via wegen die voor alle verkeer toegankelijk zijn. Hierbij kunnen
                            nadere voorwaarden worden gesteld wat betreft afmetingen en gewicht.
                            Indien percelen te bereiken zijn via wegen die voor alle verkeer
                            toegankelijk zijn, wordt geen ontheffing verleend van de borden C2, C3
                            en C4.</al><al>- Bij bijzondere transporten of het uitladen van materialen kan een
                            gedeeltelijke of gehele afsluiting van de weg nodig zijn.</al><al> - De bereikbaarheid van achterliggende percelen, bedrijven en woningen
                            moet gewaarborgd blijven.</al><al> - Bij volledige afsluiting van een drukke weg of anderszins belangrijke
                            verkeersroute (gebiedsontsluitingswegen en enkele erftoegangswegen),
                            moet minimaal twee maanden voor aanvang van de werkzaamheden een
                            omleidingsroute ter goedkeuring aan WSHD worden voorgelegd. Voor overige
                            wegen geldt een termijn van minimaal twee weken voor aanvang van de
                            afsluiting.</al><al> - De bereikbaarheid voor hulpdiensten moet gewaarborgd blijven.</al><al>- Frequentie van het gebruik</al><al>Bij veelvuldig gebruik van een weg (bijvoorbeeld woon-werkverkeer of
                            werkverkeer) wordt, als de ontheffing niet in strijd is met de intentie
                            van het verkeersbesluit, ontheffing verleend indien:</al><lijst><li nr="•"><al>De omweg vanaf plaats van vertrek tot plaats van bestemming
                                    onevenredig toeneemt. Als vuistregel geldt daarvoor een minimale
                                    toename van de te rijden afstand van 25%. </al></li><li nr="•"><al>Voor incidentele transporten wordt een afstandsvermeerdering van
                                    100 % gehanteerd. </al></li><li nr="•"><al>Voor landbouwverkeer geldt dat wordt gestreefd naar scheiding
                                    van snelle en langzame verkeersstromen, waardoor omrijden juist
                                    niet altijd gewenst is. </al></li></lijst><al>- Exceptioneel verkeer</al><al>Dit verkeer is per definitie incidenteel van karakter. Hierbij moet
                            naast het al genoemde afwegingskader ook worden gekeken naar fysieke
                            beperkingen die bijvoorbeeld huizen, lichtmasten, bruggen en dergelijke
                            stellen. De geschikte rijroute wordt in overleg met WSHD bepaald.</al><al>- In het geval van een tijdelijk verhoogde frequentie van groot of zwaar
                            verkeer als gevolg van bouwwerkzaamheden geldt dat indien het
                            bouwverkeer voldoet aan de wettelijke afmetingen en het toegestane
                            gewicht, er geen ontheffing nodig is. Toch kunnen zo extra onveilige
                            situaties ontstaan. Ook kan de weg schade oplopen. Met het plaatsen van
                            verwijs- of waarschuwingsborden, zoals bij mogelijke gladheid op
                            landbouwwegen tijdens de oogsttransporten of tijdelijk bouwverkeer
                            gebeurt, is de kans op ongelukken te verkleinen. Ook kan WSHD vooraf een
                            opname van de weg maken.</al><al>- Ontheffing kan ook worden verleend bij aantoonbaar belang in het kader
                            van orde, veiligheid, medische zorg of een andere dringende of
                            bijzondere omstandigheid.</al><al><vet>2. Medegebruik busbanen en busstroken</vet></al><al>Het medegebruik van busbanen en busstroken is voorbehouden aan andere
                            vormen van collectief vervoer, zoals gecombineerd personenvervoer voor
                            bedrijven en instellingen. Als voorwaarde geldt dat geen aanvullende
                            verkeersvoorzieningen nodig zijn om het medegebruik mogelijk te maken.
                            Het hiervoor vermelde is niet van toepassing op lijnbusbanen en
                            lijnbusstroken.</al><al><vet>3. Parkeren langs wegen met een parkeerverbod</vet></al><al>In bijzondere situaties, zoals bij bouwactiviteiten en verhuizingen, kan
                            voor het parkeren langs wegen met een parkeerverbod, een tijdelijke of
                            eenmalige ontheffing worden verleend. Daarbij gelden de volgende
                            beoordelingscriteria: </al><lijst><li nr="•"><al>Er is geen alternatief buiten de doorgaande rijbaan; </al></li><li nr="•"><al>Het betreft een erftoegangsweg; </al></li><li nr="•"><al>Er moet voldoende doorrijdbreedte beschikbaar blijven voor de
                                    overige weggebruikers. Voor een weg met een enkele rijbaan is
                                    dat de daar toegestane voertuigbreedte, vermeerderd met 2 x 0,75
                                    m manoeuvreerruimte. </al></li><li nr="•"><al>De verkeersveiligheid, en dan voornamelijk het zicht van de
                                    overige weggebruikers en de veiligheid van het ongemotoriseerd
                                    verkeer, moet voldoende gewaarborgd zijn. </al></li><li nr="•"><al>Eventuele verkeersmaatregelen moeten voldoen aan de
                                    CROW-publicatie ‘Werk in Uitvoering 96b'. </al></li></lijst><al><vet>Tenaamstelling ontheffing</vet></al><al>Ontheffingen van verkeersbesluiten worden op naam gesteld, met
                            uitzondering van exceptioneel transport waarvan de ontheffing op
                            kenteken wordt gesteld. Voor werkverkeer van bedrijven bestaat de
                            mogelijkheid om een ontheffing te krijgen voor het wagenpark dat op naam
                            staat van het bedrijf.</al><al><vet>B. Het gebruik van de weg voor het houden van evenementen (art.
                                5.4, eerste lid, Keur)</vet></al><al>Een aanvraag voor een vergunning op grond van de Keur voor bijzonder
                            gebruik van een weg (tijdelijke wegafsluitingen in verband met het
                            houden van evenementen) wordt aan de volgende criteria/eisen
                            getoetst:</al><al>1. Veiligheid</al><al>De veiligheid van de overige weggebruikers mag niet in het geding
                            zijn.</al><al>2. Bereikbaarheid</al><al>- De bereikbaarheid van achterliggende percelen, bedrijven en woningen
                            moet gewaarborgd blijven.</al><al>- De bereikbaarheid voor hulpdiensten moet gewaarborgd blijven.</al><al>3. Aanvullende voorwaarden</al><al><vet>Aanbrengen van verwijsborden en markeringen</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Eventuele verkeersmaatregelen in de vorm van verwijsborden en
                                    markeringen moeten voldoen aan de CROW-publicatie ‘Werk in
                                    Uitvoering 96b'. </al></li><li nr="•"><al>Verwijsborden en markeringen moeten zo kort mogelijk voor het
                                    evenement geplaatst worden en direct na afloop worden
                                    verwijderd. </al></li><li nr="•"><al>Een plan over de te nemen verkeersmaatregelen ((omleidingsroute,
                                    plaats en soort van de borden, verlichting en dergelijke conform
                                    de CROW 96b richtlijn) dient gelijktijdig met de
                                    vergunningaanvraag te worden ingediend bij WSHD. </al></li></lijst><al><vet>Voorkomen van schade aan de weg</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Er moeten afdoende maatregelen worden genomen om schade aan de
                                    weg te voorkomen. </al></li><li nr="•"><al>Eventuele schade aan de weg moet zo snel mogelijk door of op
                                    kosten van de vergunninghouder worden hersteld. </al></li></lijst><al><vet>Indienen vergunningaanvraag</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Bij een volledige afsluiting van wegen in verband met het houden
                                    van eenevenement, geldt voor het indienen van de
                                    vergunningaanvraag een termijn van minimaal drie weken voor
                                    aanvang van het evenement. </al></li><li nr="•"><al>Bij een langdurige of omvangrijke afsluiting van wegen in
                                    verband met het houden van een evenement, waarvoor afstemming
                                    met hulpdiensten nodig is, geldt voor het indienen van de
                                    vergunningaanvraag een termijn van minimaal twee maanden voor
                                    aanvang van het evenement. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>3.4. Opbreken wegverhardingen </titel></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Om het verkeer waarvoor de weg bedoeld is goed en veilig gebruik te
                            laten maken van de weg moet deze voldoen aan de eisen voor
                            berijdbaarheid, bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Het opbreken van
                            de wegverharding kan afbreuk doen aan deze vereisten doordat het graven
                            in wegen leidt tot een zwakkere verhardingsconstructie die langdurig
                            merkbaar kan zijn en tijdens de werkzaamheden de weg beperkt bruikbaar
                            is.</al><al>Het graven in wegen c.q. het opbreken van wegverhardingen kan dus
                            afbreuk doen aan de bruikbaarheid van de weg en daarmee de
                            verkeersveiligheid van de weggebruikers aantasten</al><al><vet>Afweging</vet></al><al>De Keur verbiedt het graven in een weg c.q. het opbreken van gesloten
                            wegverhardingen, omdat dit een negatieve invloed kan hebben op de
                            instandhouding/ bruikbaarheid van de weg en op de verkeersveiligheid van
                            de weggebruikers. Op grond van maatschappelijke en economische belangen
                            kan het echter noodzakelijk zijn om het opbreken van wegverhardingen toe
                            te staan. Dat kan bijvoorbeeld zijn in verband met het verrichten van
                            werkzaamheden in waterkeringen, de aanleg of vervanging van een duiker,
                            of (nood)reparaties aan onder de weg gelegen bestaande rioleringen of
                            kabels en leidingen. De noodzaak van het opbreken van een wegverharding
                            bestaat eveneens bij de situatie dat er onvoldoende ruimte is voor het
                            uitvoeren van een boring.</al><al>Het opbreken van wegverhardingen mag echter geen belemmering zijn voor
                            de instandhouding/ bruikbaarheid van de weg en de verkeersveiligheid van
                            de weggebruikers. In het kader van de vergunningverlening op grond van
                            de Keur is het daarom noodzakelijk dat wordt voldaan aan de in deze
                            beleidsregel opgenomen criteria, zodat het functioneren van de weg en
                            daarmee de wegenbelangen gewaarborgd blijven.</al><al><vet>Betrokken Regelgeving/ Keurartikelen</vet></al><al>Artikel 5.3 van de Keur</al><al>Het is verboden zonder vergunning van het bestuur een weg aan te leggen,
                            de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten,
                            de aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins
                            verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al><al><vet>Toepassinggebied</vet></al><al>Deze beleidsregel is van toepassing op alle wegen in beheer van WSHD die
                            zijn gelegen buiten de bebouwde kom.</al><al><vet>Overige regelgeving</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Het Wegenbeleidsplan, ‘wegen naar de toekomst' </al></li><li nr="•"><al>Het handboek wegontwerp voor de gebiedsontsluitingswegen en
                                    erftoegangswegen. </al></li><li nr="•"><al>Het handboek Veilige inrichting van bermen. Niet-autosnelwegen
                                    buiten de bebouwde kom. CROW- publicatie 202. </al></li><li nr="•"><al>CROW- publicatie ‘Werk in Uitvoering 96b'. </al></li></lijst><al><vet>Toetsingsgronden</vet></al><al>Het algemene uitgangspunt is dat het opbreken van wegen zoveel mogelijk
                            moet worden voorkomen. Een aanvraag voor een vergunning op grond van de
                            Keur voor het opbreken van een wegverharding wordt aan de volgende
                            criteria/eisen getoetst:</al><al>1. Het soort weg en verhardingsconstructie:</al><al><vet>a. Een drukke weg of wegen met een belangrijke
                                verkeersfunctie</vet></al><al>Gedoeld wordt op gebiedsontsluitingswegen en enkele erftoegangswegen. De
                            nadelen van het opbreken in deze wegen zijn dermate groot dat deze
                            zorgvuldig moeten worden afgewogen tegen de nadelige (maatschappelijke)
                            gevolgen van een alternatief (leiding)tracé.</al><al><vet>b. Wegen met een buitengewone verhardingsconstructie</vet></al><al>Bedoeld worden wegen met een gewapende verharding of een zware fundatie.
                            Ook voor deze wegen geldt dat de nadelen van het opbreken van de
                            wegverharding dermate groot zijn, dat deze nadelen zorgvuldig moeten
                            worden afgewogen tegen de nadelige (maatschappelijke) gevolgen van een
                            alternatief (leiding)tracé.</al><al><vet>c. Een weg op een waterkering</vet></al><al>Op zulke wegen is ook de betreffende beleidsregel voor waterkeringen van
                            toepassing. Bij tegenstrijdige belangen gaat het waterkeringbelang boven
                            het wegenbelang.</al><al><vet>d. Een weg met een gesloten verhardingsconstructie</vet></al><al>In de directe nabijheid is geen redelijk alternatief voor het tracé, en
                            er is onvoldoende ruimte voor een boring.</al><al><vet>e. Overige wegen</vet></al><al>In de directe nabijheid is geen redelijk alternatief voor het tracé of
                            de kosten van een boring staan niet in verhouding tot de kosten voor een
                            opbreking.</al><al>2. Afmetingen ontgraving</al><al>Om de schade aan het wegdek zoveel mogelijk te beperken mag de
                            ontgraving niet groter zijn dan voor de uitvoering van het werk
                            noodzakelijk is. De minimale afmetingen van de ontgraving worden bepaald
                            door uitvoeringseisen voor veiligheid en ARBO.</al><al>3. Duur werkzaamheden</al><al>De werkzaamheden duren niet langer dan strikt noodzakelijk. Voorkomen
                            moet worden dat de weg onnodig lang openligt. Indien de werkzaamheden in
                            meerdere niet aansluitende fasen moet worden uitgevoerd moet de weg na
                            elke fase worden dichtgeblokt. Dat geldt ook voor perioden dat de
                            aannemer niet werkt zoals in weekenden of vakantieperiodes.</al><al>4. Verkeersveiligheid</al><al>De veiligheid van de weggebruikers mag niet in het geding zijn.</al><al>5. Bereikbaarheid</al><al>- De bereikbaarheid van achterliggende percelen, bedrijven en woningen
                            moet gewaarborgd blijven.</al><al>- De bereikbaarheid voor hulpdiensten moet gewaarborgd blijven.</al><al>6. De noodzaak van de wegopbreking</al><al>De noodzaak van de wegopbreking wordt afgewogen tegen de nadelige
                            gevolgen en ingrijpendheid van de wegopbreking. Bij drukke wegen zoals
                            de gebiedsontsluitingswegen of als het gaat om technisch moeilijk te
                            herstellen verhardingen zullen opbrekingen minder snel worden
                            toegestaan.</al><al>Voor het opbreken van een elementenverharding of semi-verharding
                            (klinkers, tegels, steenslag) wordt eerder vergunning verleend omdat
                            deze in de regel minder ingrijpend zijn voor het verkeer, en het herstel
                            eenvoudiger en sneller is uit te voeren.</al><al>7. Definitief herstel van de wegverharding</al><al>Gelet op de schade die een wegverharding oploopt bij een wegopbreking,
                            moet het herstel van de verhardingsconstructie met de nodige
                            zorgvuldigheid plaatsvinden. De gebruikstoestand van de verharding moet
                            na het definitief herstel minimaal gelijk zijn aan de toestand
                            voorafgaande aan het graven. Het definitieve herstel van de verharding
                            wordt daarom door WSHD binnen één jaar na afloop van de werkzaamheden,
                            uitgevoerd. De voorwaarden die hiervoor gelden en de vergoeding die WSHD
                            hiervoor in rekening brengt staan in de bijgevoegde regeling ‘Herstel
                            wegopbrekingen'( zie Bijlage 3).</al><al>8. Aanvullende voorwaarden</al><al><vet>Aanbrengen van verwijsborden en markeringen</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Eventuele verkeersmaatregelen in de vorm van verwijsborden en
                                    markeringen moeten voldoen aan de CROW-publicatie ‘Werk in
                                    Uitvoering 96b'. </al></li><li nr="•"><al>Verwijsborden en markeringen moeten zo kort mogelijk voor het
                                    uitvoeren van de werkzaamheden worden geplaatst en direct na
                                    afloop worden verwijderd. </al></li><li nr="•"><al>Een plan over de te nemen verkeersmaatregelen (omleidingsroute,
                                    plaats en soort van de borden, verlichting en dergelijke conform
                                    de CROW 96b richtlijn) dient gelijktijdig met de
                                    vergunningaanvraag te worden ingediend bij WSHD. </al></li></lijst><al><vet>Voorkomen van schade aan de weg</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Er moeten afdoende maatregelen worden genomen om schade aan de
                                    weg te voorkomen. </al></li><li nr="•"><al>Eventuele schade aan de weg moet zo snel mogelijk door of op
                                    kosten van de vergunninghouder worden hersteld. </al></li></lijst><al><vet>Indienen vergunningaanvraag</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Bij een volledige afsluiting van wegen in verband met het
                                    opbreken van de wegverharding, geldt voor het indienen van de
                                    vergunningaanvraag een termijn van minimaal drie weken voor
                                    aanvang van de wegwerkzaamheden. </al></li><li nr="•"><al>Bij een langdurige of omvangrijke afsluiting van wegen in
                                    verband met de het opbreken van de wegverharding, waarvoor
                                    afstemming met hulpdiensten nodig is, geldt voor het indienen
                                    van de vergunningaanvraag een termijn van minimaal twee maanden
                                    voor aanvang van de werkzaamheden. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Begrippenlijst</titel></kop><structuurtekst><table><title>tabel Begrippenlijst</title><tgroup cols="2"><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al>begrip</al></entry><entry><al>uitleg</al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>AmvB</al></entry><entry><al>Algemene Maatregel van Bestuur.</al></entry></row><row><entry><al>Beplanting</al></entry><entry><al>Bomen, heesters, houtstruik, veld, en tuingewassen,
                                                de wortels inbegrepen.</al></entry></row><row><entry><al>Bestuur</al></entry><entry><al>Het dagelijks bestuur: het college van dijkgraaf en
                                                heemraden van WSHD (D&amp;H).</al></entry></row><row><entry><al>Elementenverharding </al></entry><entry><al>Verharding bestaande uit losse elementen, zoals
                                                klinkers en tegels.</al></entry></row><row><entry><al>Erftoegangsweg </al></entry><entry><al>Weg bedoeld voor het toegankelijk maken van erven.
                                                De door een erftoegangsweg geboden verkeersfunctie
                                                is uitwisselen.</al></entry></row><row><entry><al>Gebiedsontsluitingsweg </al></entry><entry><al>Weg bedoeld om landelijk of stedelijk gebied te
                                                ontsluiten, waarop het verkeer op de wegvakken kan
                                                doorstromen en op de kruispunten kan
                                                uitwisselen.</al></entry></row><row><entry><al>Gesloten verharding </al></entry><entry><al>Aaneengesloten (asfalt- of beton-)verharding.</al></entry></row><row><entry><al>Bouwwerk </al></entry><entry><al>Elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                                                metaal of ander materiaal, die op de plaats van
                                                bestemming hetzij direct hetzij indirect met de
                                                grond is verbonden is, hetzij direct of indirect
                                                steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter
                                                plaatse te functioneren.</al></entry></row><row><entry><al>Keur </al></entry><entry><al>Verordening van waterschap Hollandse Delta waarin
                                                geboden en verboden zijn opgenomen voor
                                                waterkeringen, oppervlaktewaterlichamen en
                                                wegen.</al></entry></row><row><entry><al>Object </al></entry><entry><al>Voorwerpen, afscheidingen, lichtmasten, beplanting,
                                                verkeerselementen, palen en dergelijke die buiten
                                                het vlakke profiel van de weg uitsteken.</al></entry></row><row><entry><al>Obstakelvrije zone </al></entry><entry><al>Gebied langs de rijbaan die vrij moet blijven van
                                                obstakels.</al></entry></row><row><entry><al>Profiel van vrije ruimte </al></entry><entry><al>Geeft de begrenzingen aan van het oppervlak
                                                waarbinnen geen andere objecten dan het verkeer
                                                mogen voorkomen.</al></entry></row><row><entry><al>RVV 1990 </al></entry><entry><al>Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens
                                                1990.</al></entry></row><row><entry><al>Semi-verharding (of halfverharding) </al></entry><entry><al>Verharding bestaande uit onsamenhangende materialen
                                                zoals grind en gebroken puin (steenslag), soms
                                                voorzien van een bindmateriaal.</al></entry></row><row><entry><al>Verkeer </al></entry><entry><al>Alle weggebruikers als bedoeld in artikel lap van
                                                het RVV 1990.</al></entry></row><row><entry><al>Verkeersbesluit </al></entry><entry><al>Besluit van WSHD waarin beperkingen van het gebruik
                                                van een weg worden vastgelegd. Deze beperkingen
                                                worden aangeduid met verkeersborden en markeringen
                                                volgens het RVV 1990.</al></entry></row><row><entry><al>Verkeersfunctioneel </al></entry><entry><al>Een object dat een bijdrage levert aan de
                                                gebruiksmogelijkheden of de veiligheid van de weg
                                                voor het verkeer waarvoor de weg bedoeld is.</al></entry></row><row><entry><al>Voertuigreglement </al></entry><entry><al>Reglement volgens de Wegenverkeerswet waarin de
                                                voertuigen zijn omschreven die gebruik mogen maken
                                                van wegen, voor zover dat niet door een
                                                verkeersbesluit wordt beperkt.</al></entry></row><row><entry><al>Waterstaatswerken </al></entry><entry><al>Werken die een waterstaatkundige functie hebben,
                                                zoals oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden,
                                                waterkeringen, ondersteunende kunstwerken, die als
                                                zodanig in de legger zijn aangegeven, tenzij die
                                                werken zijn vrijgesteld van de opneming in de legger
                                                (als bedoeld in artikel 5.1 van de Wet).</al></entry></row><row><entry><al>Wegberm </al></entry><entry><al>Onverharde of (semi-)verharde strook naast de
                                                wegverharding.</al></entry></row><row><entry><al>Wegen </al></entry><entry><al>Openbare wegen in de zin van de Wegenwet en in
                                                beheer bij het waterschap, evenals feitelijk in
                                                aanleg zijnde openbare wegen, waarvan het beheer bij
                                                het waterschap zal berusten.</al></entry></row><row><entry><al>Wegenvergunning</al></entry><entry><al>Vergunning op grond van de Keur van het waterschap
                                                Hollandse Delta voor het gebruik van wegen.</al></entry></row><row><entry><al>Wegverharding</al></entry><entry><al>Voor het verkeer bedoelde weggedeelte voorzien van
                                                een verhardingsconstructie bestaande uit fundering
                                                en afdeklaag.</al></entry></row><row><entry><al>Werken</al></entry><entry><al>Alle door menselijk toedoen ontstane of gemaakte
                                                constructies of inrichtingen met toebehoren.</al></entry></row><row><entry><al>WSHD </al></entry><entry><al>Waterschap Hollandse Delta.</al></entry></row><row><entry><al>WVW 1994 </al></entry><entry><al>Wegenverkeerswet 1994.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Bijlage 1 Stroomschema beoordeling vergunningaanvragen voor objecten
                            nabij wegen</titel></kop><structuurtekst><al>Zie bijgevoegde bijlage 1: Stroomschema beoordeling vergunningaanvragen
                            voor objecten nabij wegen</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Bijlage 2 Keuze van objectverwijzingen buiten de bebouwde kom</titel></kop><structuurtekst><al>Zie bijgevoegde bijlage 2: Keuze van objectverwijzingen buiten de
                            bebouwde kom</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Bijlage 3 Regels 'Herstel wegopbrekingen'</titel></kop><structuurtekst><al>Deze regeling bevat de regels voor het herstel van wegverhardingen na
                            uitvoering van vergunde wegopbrekingen en niet-vergunningplichtige
                            wegopbrekingen (bijvoorbeeld bij noodherstel) door derden. De
                            voorwaarden voor de uitvoering zijn afgeleid van de standaard RAW
                            bepalingen 2005 van de CROW.</al><al><vet>Kennisgeving</vet></al><al>1. In spoedeisende gevallen geeft de betreffende kabel of
                            leidingbeheerder onverwijld kennis van de aard en noodzaak van de
                            werkzaamheden aan het waterschapsloket. De wachtdienst van WSHD neemt
                            contact op met de melder.</al><al>2. Voor het aanbrengen van de laatste verhardingslaag of de tijdelijke
                            klinkerverharding wordt door WSHD de totale omvang van de wegopbreking
                            opgemeten voor afrekening volgens de bijgevoegde tarieventabel herstel
                            van wegopbrekingen. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van een door beide
                            partijen te ondertekenen formulier.</al><al><vet>Voorwaarden voor uitvoering</vet></al><al><cursief>Het graven van sleuven of gaten</cursief></al><al>3. Langs wegen mag de uit te graven grond niet op de wegverharding of de
                            bermen binnen 1 meter uit de kant van de wegverharding worden
                            opgeslagen. Van deze bepaling kan onder nader te stellen voorwaarden
                            ontheffing worden verleend.</al><al>4. Voordat met het graven van de sleuf wordt begonnen, bepaald de
                            aannemer de indringingsweerstand van de te ontgraven grond door middel
                            van sonderen. Hiertoe moet per 100 m sleuflengte één sondering worden
                            verricht met dien verstande dat het aantal sonderingen per sleuf
                            tenminste drie bedraagt.</al><al>5. De indringingsweerstand moet worden gemeten met behulp van een
                            continu registrerend sondeerapparaat. Het meetbereik moet tenminste 5
                            MPa bedragen en het dieptebereik ten minste 1,0 m.</al><al>6. De sonderingen moeten zodanig worden uitgevoerd dat een redelijk
                            beeld van de indringingsweerstand over de diepte van de te ontgraven
                            sleuf wordt verkregen.</al><al>7. De meetgegevens moeten worden gedateerd en voorzien van een
                            eenduidige plaatsaanduiding. Deze gegevens moeten desgevraagd aan WSHD
                            worden verstrekt.</al><al><cursief>Het aanvullen van de sleuven of gaten</cursief></al><al>8. De sleuven of gaten moeten zoveel mogelijk worden aangevuld met de
                            uitgekomen grond. Deze aanvulling moet zodanig worden uitgevoerd dat de
                            verschillende grondsoorten zoveel mogelijk op hun oorspronkelijke plaats
                            terugkomen.</al><al>9. Bevroren grond mag niet worden verwerkt in de aanvulling.</al><al>10. De verdichting van de aanvulling moet gelijkwaardig zijn aan de
                            verdichting die is gemeten voorafgaande aan het graven. De verdichting
                            moet worden bepaald met eenzelfde sondeerapparaat als gebruikt voor de
                            bepaling van de verdichting voorafgaande aan het graven, voorzien van
                            een conus met dezelfde afmetingen.</al><al>11. Bij ongeschiktheid van de vrijgekomen materialen voor sleufherstel,
                            omdat de vereiste verdichtingsgraad niet meer kan worden bereikt, moeten
                            de sleuven of gaten worden aangevuld met een materiaal dat een
                            gelijkwaardige funderingsopbouw geeft als de aanliggende ondergrond van
                            de weg.</al><al>12. Tot het (tijdelijk) herstellen van een bestrating behoort ook het
                            toepassen van het benodigde straat- en afstrooizand.</al><al><cursief>Semi verhardingen</cursief></al><al>13. De deklaag met semi verhardingsmateriaal moet gelijkwaardig zijn aan
                            de aansluitende deklaag van het bestaande profiel.</al><al>14. Tot een jaar na uitvoering moet de vergunninghouder indien
                            noodzakelijk, de semi verharding opnieuw vlak maken.</al><al><cursief>Kei- en klinkerwegen en/of -paden</cursief></al><al>15. Bij kei- en klinkerwegen en/of paden, tegelpaden en trottoirs moeten
                            de bestratingsmaterialen voorzichtig worden uitgenomen en netjes worden
                            opgetast.</al><al>16. Na het uitvullen van de sleuf of van het gat moet dit materiaal weer
                            in de oorspronkelijke samenstelling en verbanden worden aangebracht,
                            zonodig na reiniging van de materialen.</al><al>17. Afhankelijk van de situatie moet de elementenverharding licht
                            bollend of vlak worden aangebracht. Voorwaarde daarvoor is dat de
                            tijdelijke verharding geen trilling- of geluidsoverlast
                            veroorzaakt.</al><al>18. Tot aan het definitieve herstel door WSHD moet de vergunninghouder
                            zonodig de elementenverharding opnieuw vlak maken.</al><al>19. Keien, klinkers of tegels, die ten gevolge van het uitgevoerde werk
                            zijn gebroken of beschadigd, moeten door gelijksoortige nieuwe worden
                            vervangen.</al><al>20. Het definitieve herstel geschiedt door WSHD, met toepassing van de
                            in de bij deze verordening behorende tarieventabel opgenomen vergoeding
                            voor elementenverhardingen.</al><al><cursief>Gesloten verhardingen</cursief></al><al>21. De aannemer moet het eerste herstel van gesloten verhardingen met
                            behulp van een tijdelijke klinkerverharding uitvoeren.</al><al>22. De klinkerverharding moet de sleuf goed gesloten afdichten.</al><al>23. Afhankelijk van de situatie moet de elementenverharding licht
                            bollend of vlak worden aangebracht. Voorwaarde daarvoor is dat de
                            tijdelijke verharding geen trilling- of geluidsoverlast
                            veroorzaakt.</al><al>24. Tot aan het definitieve herstel door WSHD moet de vergunninghouder
                            zonodig de klinkerverharding opnieuw vlak maken.</al><al>25. In bijzondere omstandigheden bijvoorbeeld bij een primaire
                            waterkering kan door WSHD een tijdelijke afdeklaag van asfalt worden
                            geëist.</al><al>26. Het definitieve herstel geschiedt binnen één jaar door WSHD, met
                            toepassing van de in de bij deze verordening behorende tarieventabel
                            opgenomen vergoeding voor gesloten verhardingen.</al><al><cursief>Vrijkomende materialen</cursief></al><al>27. Vrijkomende en niet meer gebruikte materialen moeten door en op
                            kosten van de aanvrager worden afgevoerd.</al><al><vet>Tarieventabel</vet></al><al>Tarieventabel 2010 voor herstel van wegopbrekingen als gevolg van
                            graafwerkzaamheden in de wegverharding:</al><table><title>Tarieventabel</title><tgroup cols="2"><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al>oppervlak</al></entry><entry><al>Euro's / m2 </al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>Betonstraatstenen 0 - 15 m2 </al></entry><entry><al>7,70</al></entry></row><row><entry><al>Betonstraatstenen &gt; 15 m2 </al></entry><entry><al>5,85</al></entry></row><row><entry><al>Tegelbestrating 0 - 15 m2 </al></entry><entry><al>5,05</al></entry></row><row><entry><al>Tegelbestrating &gt; 15 m2 </al></entry><entry><al>4,30</al></entry></row><row><entry><al>Gesloten verhardingen (asfalt)</al></entry><entry><al>187,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> - Deze tarieven zijn exclusief btw.</al><al>- De tarieven zijn een vergoeding voor de kosten die WSHD maakt voor het
                            uitvoeren van het definitief herstel.</al><al>- De tarieven worden jaarlijks opnieuw vastgesteld.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Bijlage 4 Beschrijving borden</titel></kop><structuurtekst><al>Zie bijgevoegde bijlage 4: Beschrijving borden</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>