<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR272881_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Inspraakverordening waterschap Noorderzijlvest 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Noorderzijlvest</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-11-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Noorderzijlvest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Dagblad vh Noorden en Leeuwarder
                Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening waterschap Noorderzijlvest 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, artikel 79</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-11-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-11-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-03-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze Inspraakverordening waterschap Noorderzijlvest 2009 volgt de tot dan toe geldende Inspraakverordening waterschap Noorderzijlvest 2000 op.</al><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit:</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Inspraakverordening waterschap Noorderzijlvest 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 79 van de Waterschapswet verplicht de waterschappen tot het
                            vaststellen van een inspraakverordening die van toepassing is op de door
                            het Algemeen Bestuur te nemen besluiten. Deze algemene
                            inspraakverordening moet worden beschouwd als een aanvulling op
                            inspraakregelingen die zijn opgenomen in formele wetten, algemene
                            maatregelen van bestuur of provinciale verordeningen. Als voorbeelden
                            daarvan kan worden gewezen op de inspraak-procedures die zijn geregeld
                            in de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Waterwet en de Algemene wet
                            bestuursrecht. Als een wet, een algemene maatregel van bestuur of een
                            provinciale verordening een inspraakregeling voor een specifiek besluit
                            bevat, dient deze regeling en dus niet de inspraakverordening te worden
                            toegepast. Bij het opstellen van de inspraakverordening is zoveel
                            mogelijk rekening gehouden met de bepalingen omtrent de voorbereiding
                            van besluiten die zijn opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>Naast een regeling met betrekking tot besluiten van het Algemeen Bestuur
                            geeft de verordening een (niet wettelijk verplichte) regeling met
                            betrekking tot besluiten van het Dagelijks Bestuur. In de praktijk
                            blijkt dat ten aanzien van een aantal besluiten van het Dagelijks
                            Bestuur behoefte bestaat aan inspraakprocedures.</al><al>Het doel van inspraak is tweeledig: enerzijds wordt aan belanghebbenden
                            de mogelijkheid geboden hun zienswijze omtrent te nemen besluiten
                            kenbaar te maken, anderzijds maakt het een zorgvuldige en evenwichtige
                            belangenafweging door het waterschapsbestuur mogelijk.</al><al>Inspraak is slechts zinvol wanneer er voor het waterschapsbestuur een
                            keuzemogelijkheid is. Indien het waterschap geen keuze heeft, hetgeen
                            met name voor kan komen als het een gebonden besluit betreft dat
                            voortvloeit uit voorschriften van hoger gezag, kan het ook geen rekening
                            houden met de meningen van belanghebbenden. In deze situatie dient het
                            hoger gezag inspraak te verlenen ten aanzien van zijn
                            voorschriften.</al><al>In de memorie van toelichting bij de Waterschapswet wordt opgemerkt dat
                            het feit dat bij inspraakverordening in een algemene voor
                            belanghebbenden bestemde mogelijkheid tot inspraak is voorzien, het
                            waterschapsbestuur niet ontslaat van zijn verantwoordelijkheid om na te
                            gaan of ten aanzien van bepaalde direct belanghebbenden niet sprake is
                            van een meer dan algemene betrokkenheid die het gewenst maakt hun het
                            ontwerpbesluit ook rechtstreeks om commentaar toe te zenden. Als
                            voorbeeld worden genoemd de instanties of organisaties die het beheer
                            hebben van natuur-, bos- of recreatieterreinen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H107580_0_0_2_1_"> Voor de toepassing van deze verordening
                                wordt onder belanghebbenden verstaan: ingezetenen en in het gebied
                                van het waterschap belanghebbende natuurlijke personen en
                                rechtspersonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H107580_0_0_2_2_"> Voor de toepassing van deze verordening
                                wordt onder inspraak verstaan: een door of namens het Dagelijks
                                Bestuur geboden gelegenheid voor belanghebbenden om hun zienswijze
                                omtrent te nemen besluiten van het waterschap kenbaar te maken.</al><al><noot id="d9610e92"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 1
                                        Begripsomschrijving</noot.al><noot.al>De omschrijving van het begrip inspraak is ontleend aan
                                        artikel 79 van de Waterschapswet en afdeling 3.4 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht:</noot.al><noot.al>de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de
                                        inspraakverordening ligt bij het dagelijks bestuur van het
                                        waterschap. Op grond van artikel 28 van het Reglement voor
                                        het waterschap Noorderzijlvest is het Dagelijks Bestuur
                                        immers onder meer belast met de uitvoering van wetten en
                                        verordeningen;</noot.al><noot.al>ingezetenen en in het gebied van het waterschap
                                        belanghebbende natuurlijke en rechtspersonen kunnen hun
                                        zienswijze kenbaar maken:</noot.al><noot.lijst><noot.li><li.nr>1</li.nr><noot.al>ingezetenen worden uit hoofde van het feit dat
                                                ze in het waterschapsgebied wonen geacht
                                                belanghebbend te zijn; </noot.al></noot.li><noot.li><li.nr>2</li.nr><noot.al>als in het waterschapsgebied belanghebbende
                                                natuurlijke personen kunnen worden aangemerkt
                                                degenen die zakelijk of persoonlijk gerechtigd zijn
                                                tot ongebouwde en gebouwde onroerende zaken, pachter
                                                zijn of gebruiker van bedrijfsruimte zijn. Het is
                                                duidelijk dat deze personen in het algemeen
                                                belanghebbend (kunnen) zijn bij besluiten van het
                                                waterschap. Deze personen hoeven niet
                                                noodzakelijkerwijs in het waterschapsgebied te
                                                wonen; </noot.al></noot.li><noot.li><li.nr>3</li.nr><noot.al>onder de in het waterschapsgebied
                                                belanghebbende rechtspersonen vallen die
                                                rechtspersonen die met het oog op de belangen
                                                waarvoor zij in het leven zijn geroepen geacht
                                                moeten worden belanghebbend te zijn. Op grond van
                                                artikel 1:2, derde lid van de Algemene wet
                                                bestuursrecht is bepaald dat ten aanzien van
                                                rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd
                                                worden de algemene en collectieve belangen die zij
                                                krachtens hun doelstellingen en blijkens hun
                                                feitelijke werkzaamheden in het bijzonder
                                                behartigen. Ook deze organisaties, bijvoorbeeld
                                                natuur- en milieu-organisaties, kunnen daarom bij de
                                                inspraak worden betrokken. ]</noot.al></noot.li></noot.lijst></noot></al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Besluiten van het Algemeen en Dagelijks Bestuur</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2 Objecten van inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H107581_0_0_1_1_"> Onverminderd het bepaalde bij wet, bij
                                algemene maatregel van bestuur of bij provinciale verordening vallen
                                onder de werking van deze verordening de door het Algemeen Bestuur
                                te nemen besluiten inzake:</al><lijst><li nr="a."><al>verordeningen, met uitzondering van belastingverordeningen;
                                    </al></li><li nr="b."><al>de handhaving of aanpassing van de waterstanden (waaronder
                                        begrepen: peilbesluiten); </al></li><li nr="c."><al>de aanleg of wijziging van waterstaatswerken, tenzij het
                                        werken betreft waarvan naar het oordeel van het
                                        waterschapsbestuur niet in betekende mate een wijziging van
                                        de bestaande waterstaatkundige situatie;</al><al>met de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk wordt
                                        gelijkgesteld de uitvoering van een werk tot beïnvloeding
                                        van een grondwaterlichaam; </al></li><li nr="d."><al>de legger; </al></li><li nr="e."><al>subsidie- en bijdrageregelingen; </al></li><li nr="f."><al>de naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur daarvoor in
                                        aanmerking komende besluiten. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H107581_0_0_1_2_"> Onverminderd het bepaalde bij wet,
                                algemene regel van bestuur of provinciale verordening vallen onder
                                de werking van deze verordening tevens de door het Dagelijks Bestuur
                                te nemen besluiten voor zover die daarvoor naar het oordeel van het
                                Dagelijks Bestuur in aanmerking komen, en die niet reeds vallen
                                onder de inspraakprocedure als vermeld in het eerste lid.<noot id="d9610e161"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 2 Objecten van
                                        inspraak</noot.al><noot.al>Ten aanzien van het onderwerp van de inspraak kan
                                        worden opgemerkt, dat uit de formulering van artikel 79 van
                                        de Waterschapswet blijkt dat in beginsel alle besluiten van
                                        het Algemeen Bestuur onder de werking van de
                                        inspraakverordening vallen. Dit artikel spreekt immers over
                                        "besluiten van het Algemeen Bestuur".</noot.al><noot.al>Uit het tweede lid van artikel 79 van de
                                        Waterschapswet, waarin wordt bepaald welke besluiten in
                                        ieder geval onder de werking van de inspraakverordening
                                        moeten worden gebracht, kan (a contrario redenerend) worden
                                        afgeleid, dat het waterschapsbestuur een grote mate van
                                        beleids-vrijheid heeft inzake de vraag welke overige
                                        ontwerp-besluiten onder de werking van de
                                        inspraakverordening moeten/kunnen worden gebracht. </noot.al><noot.al>In het eerste lid van dit artikel wordt de opsomming in
                                        artikel 79, tweede lid, van de Water-schapswet herhaald en
                                        wordt een viertal soorten besluiten van het Algemeen Bestuur
                                        genoemd die onder de werking van de onderhavige verordening
                                        zijn gebracht:</noot.al><noot.al>- verordeningen, met uitzondering van
                                        belastingverordeningen. De uitzondering van
                                        belas-tingverordeningen kan worden gemotiveerd met het
                                        betoog dat de belastingverordeningen van het waterschap in
                                        hoofdzaak de vaststelling van tarieven dienen. De
                                        tariefstelling vloeit voort uit de begroting, de
                                        kostentoedelingsverordening en omslagklassenveror-dening.
                                        Voor de vaststelling van de begroting geldt de procedure
                                        genoemd in de artikelen 100 en 101 van de Waterschapswet. De
                                        kostentoedelingsverordening valt (al) onder de werking van
                                        de (onderhavige) inspraakverordening. </noot.al><noot.al>Maar er zijn uiteraard meer (soorten)
                                        belastingverordeningen. Te denken valt aan
                                        leges-verordeningen. Voor alle belastingverordeningen geldt
                                        dat een verplichte inspraak-procedure voor wijzigingen van
                                        niet-substantiële aard, zoals wijziging van tarieven of
                                        aanpassing aan gewijzigde wetgeving, een onevenredig beslag
                                        legt op tijd en capaciteit. Vanuit dit oogpunt bezien is het
                                        terecht dat belastingverordeningen niet onder de werking van
                                        de inspraakverordening vallen. Het uitzonderen van iedere
                                        vrijstelling of wijziging van een belastingverordening kan
                                        echter moeilijk worden gemotiveerd. Het eerste lid,
                                        onderdeel f van het onderhavige artikel verklaart het
                                        Dagelijks Bestuur dan ook bevoegd dergelijke besluiten toch
                                        onder de werking van de inspraakverordening te
                                        brengen.</noot.al><noot.al>- de handhaving of aanpassing van de waterstanden.
                                        Hiermee wordt ondermeer gedoeld op peilbesluiten of
                                        verandering van waterstanden in gebieden waarvoor het
                                        vereiste van een peilbesluit niet is
                                        voorgeschreven.</noot.al><noot.al>- de aanleg of wijziging van waterstaatswerken, tenzij
                                        het werken betreft waarvan naar het oordeel van het
                                        waterschapsbestuur niet in betekende mate een wijziging van
                                        de bestaande waterstaatkundige situatie of van de hoogte van
                                        de te heffen omslagen of verontreinigings-heffing is te
                                        verwachten. Over het algemeen zal het besluiten tot aanleg
                                        of wijziging van waterstaatswerken betreffen die volgens de
                                        Waterwet en/of het Reglement voor het water-schap
                                        Noorderzijlvest (ook) aan goedkeuring van gedeputeerde
                                        staten zijn onderworpen.</noot.al><noot.al>- de legger. In de legger zijn onderhoudsplichten voor
                                        wateren en waterstaatswerken vastgelegd. Dit betreft ook
                                        onderhoudsplichten voor derden. De vaststelling van de
                                        legger raakt een grote groep van belanghebbenden en brengt
                                        derhalve met zich mee dat inspraak noodzakelijk
                                        is.</noot.al><noot.al>- subsidie- en bijdrageregelingen. Op grond van de
                                        Waterschapswet bestaat er geen verplichting om deze
                                        besluiten onder de werking van de inspraakverordening te
                                        brengen. De aard en het belang van dergelijke besluiten
                                        brengt echter met zich mee dat inspraak zinvol is. In aanleg
                                        ‘raken' dergelijke besluiten een grotere groep van
                                        belanghebbenden. </noot.al><noot.al>- de naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur
                                        daarvoor in aanmerking komende besluiten. In onderdeel f
                                        wordt bepaald dat het Dagelijks Bestuur de
                                        inspraakverordening van toepassing kan verklaren op andere
                                        besluiten van het Algemeen Bestuur. De eerste vier besluiten
                                        vallen volgens de Waterschapswet in ieder geval onder de
                                        werking van de inspraakverordening.Niet alle besluiten
                                        hoeven onder de werking van de inspraakverordening te
                                        vallen. Dit zou ook niet zinvol zijn. Daarbij kan aan het
                                        volgende worden gedacht.</noot.al><noot.al>In de eerste plaats zijn er besluiten die rechtstreeks
                                        voortvloeien uit voorschriften van hoger gezag, waarbij er
                                        voor het waterschap geen keuzemogelijkheden zijn. </noot.al><noot.al>Andere uitzonderingen betreffen besluiten die
                                        uitsluitend interne werking voor het waterschap hebben
                                        (bijvoorbeeld regelingen met betrekking tot de rechtspositie
                                        van ambtenaren) en besluiten (bijvoorbeeld met betrekking
                                        tot de uitvoering van waterstaatswerken) die niet ingrijpend
                                        zijn.</noot.al><noot.al>Verder ligt het in de rede, dat inspraakmogelijkheden
                                        uitsluitend van belang zijn bij besluiten van algemene
                                        strekking voor zover de aard en het belang van deze
                                        besluiten dit met zich meebrengen. Voor besluiten die geen
                                        of slechts een beperkte groep belanghebbenden treffen is een
                                        algemene inspraakprocedure niet noodzakelijk.</noot.al><noot.al>Een en ander heeft geleid tot de bepaling in de
                                        inspraakverordening dat voorgenomen besluiten van het
                                        algemeen en Dagelijks Bestuur onder de werking van de
                                        inspraakverordening vallen, indien deze naar het oordeel van
                                        het Dagelijks Bestuur daarvoor in aanmerking komen. Deze
                                        formulering biedt de mogelijkheid om op dit punt een eigen
                                        beleid te voeren, zij het met inachtneming van de in het
                                        voorgaande reeds aangegeven beginselen. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Wijze van inspraak</titel></kop><al>Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de
                            voorbereiding van de besluiten die onder de werking van deze verordening vallen.<noot id="d9610e204"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 3 Wijze van
                                    inspraak</noot.al><noot.al>De Algemene wet bestuursrecht bevat in afdeling 3.4 een
                                    uniforme openbare voorbereidings-procedure. Deze procedure wordt
                                    gevolgd indien dat bij wettelijk voorschrift of bij besluit van
                                    het bestuursorgaan is bepaald. In de Waterschapswet wordt
                                    bepaald dat bij verordening gevallen kunnen worden aangewezen
                                    die aan inspraak onderhevig zijn. Inspraak wordt in beginsel
                                    verleend door toepassing van afdeling 3.4 Awb, tenzij in de
                                    verordening anders wordt bepaald. </noot.al><noot.al>In diverse wetgeving en besluiten wordt veelal aangesloten
                                    bij afdeling 3.4 Awb. Ten behoeve van de uniformiteit bepaalt
                                    artikel 3 dat dezelfde afdeling 3.4 Awb van toepassing is op de
                                    voorbereiding van besluiten die onder de werking van de
                                    spraakverordening vallen. </noot.al><noot.al>Afdeling 3.4 Awb geeft regels voor de terinzagelegging en
                                    de wijze van publicatie. De termijn van terinzagelegging
                                    bedraagt zes weken. De lengte van de termijn is in zijn
                                    algemeenheid lang genoeg om een gemotiveerde reactie kenbaar te
                                    maken. De terinzagelegging wordt gepubliceerd in de daarvoor in
                                    aanmerking komende dag-, en/of huis-aan-huisbladen. Op deze
                                    wijze wordt voldaan aan het criterium, dat belanghebbenden
                                    redelijkerwijs kennis moeten hebben kunnen nemen van de
                                    terinzagelegging en de inspraakmogelijkheden. Het voert echter
                                    te ver om van het waterschap te vragen dat het expliciet
                                    rekening houdt met belanghebbenden die niet in het
                                    waterschapsgebied wonen.</noot.al><noot.al>De strekking van het ontwerp-besluit dient in de publicatie
                                    vermeld te worden, omdat immers duidelijk moet zijn waarover het
                                    waterschap een besluit wil nemen. Belanghebbenden kunnen zo op
                                    een eenvoudige wijze te weten komen wat het ontwerp-besluit
                                    beoogt te regelen.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H107581_0_0_3_3_"> In het voorstel van het Dagelijks
                                Bestuur aan het Algemeen Bestuur wordt melding gemaakt van de
                                gehouden inspraakprocedure en de beschouwingen van het Dagelijks
                                Bestuur over de in het kader daarvan ingekomen zienswijzen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H107581_0_0_3_4_"> Het in het eerste lid bedoelde voorstel
                                wordt uiterlijk een week voor de betreffende vergadering van het
                                Algemeen Bestuur toegezonden aan degenen die op de voet van artikel
                                3 hun zienswijze omtrent het te nemen besluit kenbaar hebben
                                gemaakt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H107581_0_0_3_5_"> Het Dagelijks Bestuur brengt degenen
                                die hun zienswijze omtrent het te nemen besluit als bedoeld in
                                artikel 2, tweede lid, kenbaar hebben gemaakt, op de hoogte van het
                                genomen besluit en de wijze waarop de resultaten van de inspraak
                                zijn verwerkt.<noot id="d9610e239"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 4 Rapportage</noot.al><noot.al>De rapportage kan gezien worden als een terugkoppeling
                                        van het Dagelijks Bestuur, dat immers de inspraak uitvoert,
                                        naar het Algemeen Bestuur. Overigens is het goed mogelijk,
                                        dat het Algemeen Bestuur bij zijn besluitvorming zienswijzen
                                        in aanmerking neemt die voor het Dagelijks Bestuur geen
                                        aanleiding zijn geweest om het ontwerp-besluit te
                                        wijzigen.]</noot.al></noot></al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Beklagrecht</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5 Beklagrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H107582_0_0_1_1_"> Belanghebbenden kunnen omtrent de
                                uitvoering van deze verordening schriftelijk een klacht indienen bij
                                het Dagelijks Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H107582_0_0_1_2_"> Een klacht die gericht is tegen het
                                niet verlenen van inspraak op een ontwerp-besluit dient te worden
                                ingediend binnen twee weken na het moment waarop klager
                                redelijkerwijs kon weten dat hem geen inspraak is verleend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H107582_0_0_1_3_"> Een klacht die is gericht tegen de
                                uitvoering van de inspraakprocedure moet worden ingediend binnen
                                twee weken na afloop van die procedure.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H107582_0_0_1_4_"> Het Dagelijks Bestuur beslist, nadat
                                een door het Dagelijks Bestuur ingestelde commissie hierover advies
                                heeft uitgebracht, omtrent de ingediende klacht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H107582_0_0_1_5_"> Afdeling 9.1 van de Algemene wet
                                bestuursrecht is van toepassing op de behandeling van klachten als
                                bedoeld in het tweede en derde lid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Het Dagelijks Bestuur brengt de beslissing omtrent de ingediende
                                klacht zo spoedig mogelijk schriftelijk ter kennis van de klager, de
                                in het vierde lid genoemde commissie </al><al>en het Algemeen Bestuur.<noot id="d9610e289"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 5
                                        Beklagrecht</noot.al><noot.al>Het beklagrecht heeft zowel betrekking op het niet
                                        verlenen van inspraak, als op de uitvoering van de
                                        inspraakprocedure. </noot.al><noot.al>Om redenen van doelmatigheid is de beslissing op een
                                        klacht opgedragen aan het Dagelijks Bestuur. Aangezien
                                        hetzelfde bestuur is belast met de uitvoering van de
                                        inspraakverordening is om redenen van zorgvuldigheid
                                        voorgeschreven, dat het Dagelijks Bestuur advies inwint van
                                        een adviescommissie. De adviescommissie wordt ingesteld door
                                        het Dagelijks Bestuur. Afdeling 9.1 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht is van toepassing op de behandeling van
                                        klachten in de zin van de inspraakverordening en geeft in
                                        algemene zin nadere regels voor de behandeling
                                        daarvan.]</noot.al></noot></al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6 Intrekking en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H107583_0_0_1_1_"> Op dezelfde dag van inwerkingtreding
                                van deze inspraakverordening wordt de Inspraakverordening waterschap
                                Noorderzijlvest, vastgesteld door het Voorlopig Algemeen Bestuur van
                                het waterschap Noorderzijlvest op 24 mei 2000, ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H107583_0_0_1_2_"> Deze verordening treedt in werking op
                                de eerste dag volgend op die van bekendmaking.<noot id="d9610e319"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 6 Intrekking en
                                        inwerkingtreding</noot.al><noot.al>Op de bekendmaking en inwerkingtreding zijn de
                                        artikelen 73 en 74 van de Waterschapswet van
                                        toepassing.</noot.al><noot.al>De inspraakverordening verbindt niet dan nadat deze is
                                        bekendgemaakt. De bekendgemaakte inspraakverordening treedt
                                        in werking met ingang van de eerste dag na die van
                                        bekendmaking.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Inspraakverordening
                            waterschap Noorder-zijlvest 2009'.<noot id="d9610e337"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 7 Citeertitel</noot.al><noot.al>Deze bepaling verleent aan de verordening zijn naam. Het
                                    artikel spreekt verder voor zich.]</noot.al></noot></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>