<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR272827_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rekenkamercommissie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Brabantse Delta</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-03-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Brabantse Delta</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2016-2352.html">Waterschapsblad 2016, 2352</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rekenkamercommissie Waterschap Brabantse Delta</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005108&amp;artikel=78">Waterschapswet, art. 78</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005108&amp;artikel=56">Waterschapswet, art. 56</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-03-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-04-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-03-23</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 3</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15IT034392</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rekenkamercommissie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van Waterschap Brabantse Delta;</al><al/><al>overwegende dat met de instelling van een rekenkamercommissie op een
                        gestructureerde wijze invulling wordt gegeven aan het uitvoeren van
                        onderzoeken naar het rechtmatig, doelmatig en doeltreffend functioneren van
                        het Waterschap Brabantse Delta;</al><al/><al>overwegende dat deze onderzoeken naast het constateren van activiteiten en
                        resultaten die goed en minder goed zijn gegaan nadrukkelijk een rol hebben
                        om te leren en te verbeteren;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 20 oktober 2009;</al><al/><al>gelet op artikel 56 en 78 van de Waterschapswet;</al><al/><al>B E S L U I T :</al><al/><al>Vast te stellen de navolgende Verordening rekenkamercommissie waterschap
                        Brabantse Delta.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Verordening rekenkamercommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissie: rekenkamercommissie;</al></li><li nr="b."><al>voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="c."><al>algemeen bestuur: algemeen bestuur van Waterschap Brabantse
                                    Delta;</al></li><li nr="d."><al>dagelijks bestuur: dagelijks bestuur van Waterschap Brabantse
                                    Delta;</al></li><li nr="e."><al>rekenkamercommissie: de rekenkamercommissie van Waterschap
                                    Brabantse Delta;</al></li><li nr="f."><al>extern lid: lid van de rekenkamercommissie niet zijnde lid van
                                    het algemeen bestuur. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Taak van de commissie</titel></kop><al>De commissie doet onderzoeken naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en
                            rechtmatigheid van het door het waterschapsbestuur gevoerde beleid en
                            bestuur. Een door de commissie ingesteld onderzoek naar de
                            rechtmatigheid van het gevoerde bestuur bevat geen controle van de
                            jaarrekening van het waterschap. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling, benoeming leden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie bestaat uit 5 leden.</al></li><li nr="2."><al> Het algemeen bestuur benoemt de leden van de commissie. Twee
                                    leden van de commissie worden benoemd door het algemeen bestuur
                                    uit zijn midden. De overige leden van de commissie, inclusief de
                                    voorzitter, zijn geen lid van het algemeen bestuur. Leden van
                                    het dagelijks bestuur kunnen niet worden benoemd tot lid van de
                                    commissie.</al></li><li nr="3."><al> Het algemeen bestuur wijst uit de externe leden een voorzitter
                                    aan.</al></li><li nr="4."><al> De commissie wijst uit haar midden een plaatsvervangend
                                    voorzitter aan, die het voorzitterschap bij diens afwezigheid
                                    waarneemt.</al></li><li nr="5."><al>Het algemeen bestuur benoemt de leden van de commissie voor een
                                    periode gelijk aan de lopende zittingsduur van het algemeen
                                    bestuur. De voorzitter en de externe leden van de commissie
                                    worden benoemd voor een periode gelijk aan vier jaar. </al></li><li nr="6."><al>Wanneer dit voor de continuïteit van de werkzaamheden van de
                                    commissie is gewenst, kan het algemeen bestuur, in afwijking van
                                    het vijfde lid, de voorzitter en de externe leden voor een
                                    kortere of langere termijn benoemen dan vier jaar, met dien
                                    verstande dat de benoemingstermijn nooit langer kan zijn dan
                                    vijf jaar. </al></li><li nr="7."><al> De leden van de commissie kunnen ten hoogste eenmaal worden
                                    herbenoemd.</al></li><li nr="8."><al> Indien het lidmaatschap van een extern lid eindigt voor het
                                    einde van zijn benoemingstermijn, treedt zijn opvolger af op het
                                    moment dat de benoemingstermijn van het vertrekkende lid zou
                                    zijn afgelopen.</al></li><li nr="9."><al> De leden van de commissie leggen, alvorens zij hun functie gaan
                                    uitoefenen uitoefent, voor zover nog niet gebeurd in een
                                    vergadering van het algemeen bestuur de eed (verklaring en
                                    belofte) af: </al></li><li nr=""><al>"<cursief>Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot voorzitter (lid)
                                        van de rekenkamercommissie benoemd te worden, rechtstreeks
                                        noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook,
                                        enige gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en
                                        beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten,
                                        rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of belofte heb
                                        aangenomen of zal aannemen. </cursief><cursief>Ik
                                        zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat
                                        ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als
                                        voorzitter (lid) van de rekenkamercommissie naar eer en
                                        geweten zal vervullen. </cursief><cursief>Zo waarlijk helpe
                                        mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof
                                    ik!)</cursief>".</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ontslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur ontslaat de leden van de commissie.</al></li><li nr="2."><al>Het lidmaatschap van een lid dat tevens lid is van het algemeen
                                    bestuur eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>indien het algemeen bestuur van oordeel is dat het lid niet
                                    langer geschikt is de functie van de commissie te
                                    vervullen;</al></li><li nr="c."><al>in die gevallen dat het lid ophoudt te functioneren als lid van
                                    het algemeen bestuur. Het lidmaatschap van de externe leden
                                    eindigt:</al></li><li nr="d."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="e."><al>bij de aanvaarding van een functie die naar het oordeel van het
                                    algemeen bestuur onverenigbaar is met het lidmaatschap van de
                                    commissie. In dit verband overleggen de voorzitter en de externe
                                    leden van de commissie voor hun aantreden, en telkens wanneer
                                    zich daarin een wijziging voordoet, een lijst met daarin
                                    opgenomen de functies die zij op dat moment vervullen;</al></li><li nr="f."><al>wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                    uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een
                                    uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot
                                    gevolg heeft;</al></li><li nr="g."><al>indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                    uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement
                                    is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens
                                    schulden is gegijzeld;</al></li><li nr="h."><al>indien het lid door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is om
                                    zijn functie als lid van de commissie te vervullen;</al></li><li nr="i."><al>bij overlijden.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vergoeding voor werkzaamheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De externe leden ontvangen een vergoeding voor de werkzaamheden
                                    die zij voor de commissie verrichten. </al></li><li nr="2."><al> De hoogte en de wijze van de vergoeding wordt bepaald bij
                                    besluit van het algemeen bestuur. </al></li><li nr="3."><al> De vergoeding als bedoeld in dit artikel komt ten laste van het
                                    budget van de commissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>De commissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en
                            andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na vaststelling ter
                            kennisname naar het algemeen bestuur. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Onderwerpselectie, onderzoeksprotocol en
                                opdrachtverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De commissie kiest de onderwerpen voor haar onderzoeken en
                                    formuleert de probleemstelling aan de hand van een
                                    onderzoeksprotocol. De inhoud van het protocol staat in het
                                    reglement van orde.</al></li><li nr="2."><al> Het algemeen en dagelijks bestuur hebben de mogelijkheid bij de
                                    commissie een onderzoek voor te dragen. Indien de commissie geen
                                    gevolg geeft aan dit verzoek doet zij daarvan gemotiveerd
                                    mededeling aan de verzoeker.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter van de commissie stuurt jaarlijks een plan ter
                                    kennisname aan het algemeen bestuur. Dit plan bevat ten minste
                                    de door haar gekozen onderwerpen voor onderzoek met
                                    probleemstelling en onderzoeksopzet. </al></li><li nr="4."><al> De commissie legt jaarlijks verantwoording af aan het algemeen
                                    bestuur door middel van een beknopte eindrapportage, inclusief
                                    een financiële verantwoording.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Werkwijze en bevoegdheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de
                                    uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens het
                                    door haar vastgestelde onderzoeksprotocol. </al></li><li nr="2."><al> De commissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn
                                    openbaar. De commissie kan toepassing geven aan artikel 10 van
                                    de Wet openbaarheid van bestuur.</al></li><li nr="3."><al> De commissie kan besluiten het algemeen bestuur tussentijds te
                                    informeren over de voortgang van het onderzoek.</al></li><li nr="4."><al> De commissie is bevoegd bij alle leden van het algemeen en het
                                    dagelijks bestuur en bij medewerkers van waterschap Brabantse
                                    Delta die mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen,
                                    die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De
                                    leden van het algemeen en het dagelijks bestuur en de
                                    medewerkers van waterschap Brabantse delta zijn verplicht binnen
                                    een door de commissie gestelde redelijke termijn op de verzoeken
                                    om inlichtingen reageren. Na overleg met de voorzitter van het
                                    waterschap is het mogelijk dat door of namens de commissie
                                    inlichtingen worden ingewonnen bij instanties of personen buiten
                                    het waterschap.</al></li><li nr="5."><al> De commissie legt de bevindingen vast in een
                                    conceptonderzoeksrapport. </al></li><li nr="6."><al> De commissie stelt het dagelijks bestuur in de gelegenheid om
                                    binnen een door haar te stellen redelijke termijn, die tenminste
                                    drie weken bedraagt, hun zienswijze op het
                                    conceptonderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken.
                                </al></li><li nr="7."><al> De commissie schrijft vervolgens een nawoord op de reactie van
                                    het dagelijks bestuur. Beide bijdragen worden integraal in het
                                    onderzoeksrapport opgenomen. </al></li><li nr="8."><al> Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport
                                    en de nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van
                                    het dagelijks bestuur op het rapport zo spoedig mogelijk aan het
                                    algemeen bestuur aangeboden.</al></li><li nr="9."><al> De voorzitter wordt in de gelegenheid gesteld om het
                                    onderzoeksrapport toe te lichten aan het algemeen bestuur. De
                                    commissie kan in voorkomend geval een ander lid uit haar midden
                                    aanwijzen om het voorstel toe te lichten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ambtelijke ondersteuning</titel></kop><al>De commissie wordt bij haar werkzaamheden ondersteund door een, door de
                            secretaris-directeur van het waterschap Brabantse Delta aan te wijzen,
                            ambtelijk secretaris, die op zijn beurt ondersteund wordt door een
                            ambtelijk secretariaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Budget</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting van
                                    het waterschap beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten
                                    behoeve van de uitvoering van haar taken.</al></li><li nr="2."><al>Ten laste van het in voorgaande lid bedoelde budget worden de
                                    kosten gebracht van:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergoedingen aan de leden;</al></li><li nr="b."><al>externe deskundigen die eventueel door de commissie zijn
                                    ingeschakeld;</al></li><li nr="c."><al>overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening
                                    van haar taak.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Deze verordening wordt binnen drie jaar na haar inwerkingtreding
                            geëvalueerd. Deze evaluatie strekt zich tevens uit tot de werking van de
                            commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2010 en
                            wordt op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: "Verordening
                            rekenkamercommissie Waterschap Brabantse Delta".</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><divisie><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting Verordening rekenkamercommissie
                            Waterschap Brabantse Delta</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 1 begripsbepalingen</titel></kop><al>Dit artikel bevat enkele definities. </al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 2 taak van de commissie</titel></kop><al>In de nieuwe Waterschapswet wordt in het kader van de veranderende rol
                            van het algemeen bestuur nadrukkelijk aandacht gevraagd voor doelmatigheid en
                            doeltreffendheid en onderzoeken op deze gebieden. In de wet wordt uitdrukkelijk aangegeven
                            dat het dagelijks bestuur onderzoek moet gaan doen naar doelmatigheid en
                            doeltreffendheid. De wet geeft het algemeen bestuur aanvullende
                            mogelijkheden om zijn rol op het gebied van doelmatigheid en doeltreffendheid te vergroten. Hierbij wordt gedacht aan het instellen
                            van een rekenkamerommissie (hierna: de commissie) voor dit soort
                            onderzoeken. De Waterschapswet schrijft, in tegenstelling tot de
                            Gemeentewet, de vorming van een commissie niet voor maar laat dit over
                            aan de individuele waterschappen.</al><al>De commissie onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de
                            rechtmatigheid van het door het waterschap gevoerde beleid en bestuur. Doelmatigheid is de mate
                            waarin de nagestreefde beleidsdoelen tegen zo gering mogelijke kosten
                            worden bereikt. Bij doeltreffendheid gaat het er om of het resultaat van
                            het beleid beantwoordt aan wat er met het beleid werd beoogd en de
                            gestelde beleidsdoelen worden verwezenlijkt. Bij rechtmatigheid gaat het
                            om het voldoen aan de wettelijke kaders en regelgeving.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 3 samenstelling, benoeming leden</titel></kop><al>Er is voor gekozen de commissie te bemensen met leden en niet-leden van
                            het algemeen bestuur. Enerzijds garandeert deelname van de ab-leden
                            bestuurlijke betrokkenheid bij de onderzoeksonderwerpen. Anderzijds
                            borgt participatie van externe leden in de commissie, waaronder de
                            voorzitter, haar onafhankelijkheid.</al><al>Het algemeen bestuur benoemt de leden van de commissie voor een periode
                            gelijk aan de lopende zittingsduur van het algemeen bestuur. De leden
                            van de commissie kunnen ten hoogste eenmaal worden herbenoemd. De
                            zittingstermijn van de leden wordt daarmee gesteld op maximaal 8
                            jaar.</al><al>Om de continuïteit van de commissie te waarborgen wordt de
                            benoemingstermijn van de voorzitter en de externe leden gesteld op de
                            zittingstermijn van het algemeen bestuur plus 12 maanden. Ten behoeve
                            van de selectie en voordracht van de externe leden en de voorzitter
                            wordt een ad hoc commissie ingesteld die deze taak krijgt
                            toebedeeld.</al><al>De Waterschapswet schrijft voor dat, alvorens hun functie te kunnen
                            uitoefenen, de leden van het algemeen bestuur in de vergadering, in
                            handen van de voorzitter, de eed (verklaring en belofte) afleggen. De
                            Gemeentewet bevat diezelfde verplichting tevens voor de leden van de
                            rekenkamer. Hoewel de Waterschapswet dit voorschrift niet kent, is de
                            verplichting toch opgenomen in de Verordening. Het afleggen van de eed
                            (verklaring en belofte) versterkt de integriteit van de commissie. </al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 4 ontslag</titel></kop><al>Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de
                            mogelijkheid (of soms verplichting) hen op non-activiteit te stellen in
                            bepaalde situaties.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 5 vergoeding voor werkzaamheden</titel></kop><al>De externe leden van de rekenkamercommissie ontvangen een vergoeding
                            voor hun werkzaamheden en een onkostenvergoeding. Dit wordt bij separaat
                            besluit geregeld. De leden, benoemd door het algemeen bestuur uit zijn
                            midden, ontvangen geen vergoeding. De reguliere regeling inzake
                            onkostenvergoeding zoals bepaald in 3.6 van het Waterschapsbesluit is op
                            hen van toepassing.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 6 Reglement van orde en onderzoeksprotocol</titel></kop><al>De commissie stelt een Reglement van orde voor haar werkzaamheden en
                            haar vergaderingen op. Daarin worden zaken geregeld als de taak van
                            voorzitter en secretaris, de planning van de agenda, quorum etc. Dit
                            reglement dient tevens een onderzoeksprotocol te bevatten waarin wordt
                            vastgelegd wat de werkwijze is van de commissie bij de uitvoering van
                            onderzoeken. In het onderzoeksprotocol dient aandacht te worden besteed
                            aan de criteria voor de selectie van onderzoeksonderwerpen, het
                            opstellen van de onderzoeksopzet, de samenwerking met externe
                            onderzoekers en adviseurs, de gang van zaken inzake hoor en wederhoor,
                            de dossiervorming, de wijze van rapportage, de openbaarmaking van
                            rapporten, de organisatie van publiciteit en het nazorgtraject.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 7 onderwerpselectie en opdrachtverlening</titel></kop><al>De commissie dient onafhankelijk te zijn en om deze onafhankelijkheid te
                            bevorderen is het van belang dat zij vrij en zelfstandig de
                            onderzoeksonderwerpen kan kiezen. Het in handen van de commissie leggen
                            van de uitwerking van de vraagstelling en de vaststelling van de
                            onderzoeksopzet bevordert de onafhankelijkheid.</al><al>De commissie kan op verzoek van het algemeen bestuur en dagelijks
                            bestuur een onderzoek instellen maar is daartoe niet verplicht. Indien
                            zij het verzoek niet inwilligt motiveert de commissie dat besluit.
                            Afgewezen verzoeken van anderen dan het algemeen of dagelijks bestuur
                            behoeven niet te worden gemotiveerd.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 8 werkwijze en bevoegdheden</titel></kop><al>Om te waarborgen dat de commissie bij de uitvoering van haar onderzoek
                            over voldoende en relevante gegevens kan beschikken, is voorzien in de
                            bevoegdheid om inlichtingen in te winnen van alle leden van het
                            waterschapsbestuur en van alle ambtenaren. De rapporten van de commissie
                            zijn in beginsel openbaar maar op grond van de belangen genoemd in
                            artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kunnen rapporten of
                            gedeelten daarvan als geheim worden aangemerkt. </al><al>Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat het dagelijks
                            bestuur in de gelegenheid gesteld wordt om te reageren op het (nog niet
                            gepubliceerde) concept - onderzoeksrapport. Tot slot brengt de
                            rekenkamercommissie een definitief rapport naar buiten met bevindingen,
                            conclusies en aanbevelingen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 9 ambtelijke ondersteuning</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 10 budget</titel></kop><al>De commissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het
                            budget dat beschikbaar is voor de uitvoering van haar taak. Ten laste
                            van het budget worden de in het tweede lid genoemde kosten gebracht.
                        </al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 11 Evaluatie</titel></kop><al>Met de instelling van een rekenkamercommissie wordt op een
                            gestructureerde wijze invulling gegeven aan het uitvoeren van
                            onderzoeken naar het rechtmatig, doelmatig en doeltreffend functioneren
                            van het Waterschap Brabantse Delta. Deze onderzoeken hebben naast het
                            constateren van activiteiten en resultaten die goed en minder goed zijn
                            gegaan nadrukkelijk een rol om vanuit deze onderzoeken te leren en te
                            verbeteren. Om te beoordelen of het instellen van de rekenkamercommissie
                            aan dit doel beantwoordt, is in de verordening een evaluatiemoment
                            voorgeschreven.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 12 Inwerkingtreding </titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 13 citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>