<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR272754_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Inspraakverordening Hoogheemraadschap AGV 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Amstel, Gooi en Vecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Amstel, Gooi en Vecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekmedia, 2009-12-29</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening Hoogheemraadschap AGV 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 79</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-10-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-07-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>AB 09/055</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Inspraak</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum ondertekening: 8-10-2009</al><al>Bron bekendmaking: Weekmedia, 2009-12-29</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Inspraakverordening Hoogheemraadschap AGV 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Inhoud</titel></kop><paragraaf><kop><titel><vet>Begripsomschrijvingen</vet></titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het Waterschap: het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en
                                        Vecht;</al></li><li nr="b."><al>algemeen bestuur: het algemeen bestuur van het
                                        Waterschap;</al></li><li nr="c."><al>dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van het
                                        Waterschap;</al></li><li nr="d."><al>beleidsvoornemen: het voornemen van het algemeen bestuur of
                                        het dagelijks bestuur tot het vaststellen van beleid, het
                                        vaststellen van een besluit van algemene strekking daaronder
                                        begrepen, met betrekking tot een aangelegenheid die behoort
                                        tot de huishouding van het hoogheemraadschap; </al></li><li nr="e."><al>inspraak: een door of namens het dagelijks bestuur geboden
                                        gelegenheid voor ingezetenen en belanghebbenden om hun
                                        zienswijzen omtrent een beleidsvoornemen kenbaar te
                                        maken;</al></li><li nr="f."><al>Algemene wet bestuursrecht: de Wet van 4 juni 1992, Stb.
                                        1992, 315, houdende algemene regels van bestuursrecht, zoals
                                        deze sindsdien is gewijzigd.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel><vet>Object van inspraak</vet></titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H101067_0_2_2_1_"> Onverminderd het bepaalde bij wet,
                                    algemene maatregel van bestuur of provinciale verordening vallen
                                    onder de werking van de onderhavige verordening de door het
                                    algemeen bestuur vast te stellen beleidsvoornemens, tenzij deze
                                    daarvoor naar hun aard of naar hun belang niet in aanmerking
                                    komen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H101067_0_2_2_2_"> Tevens vallen onder de werking van
                                    de onderhavige verordening de naar het oordeel van het dagelijks
                                    bestuur daarvoor in aanmerking komende beleidsvoornemens van het
                                    dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H101067_0_2_2_3_"> Geen inspraak wordt verleend,
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het een besluit van algemene strekking betreft dat is
                                            gebaseerd op een wet, dan wel een daarop gebaseerde
                                            regeling, die het algemeen bestuur geen of nauwelijks
                                            beleidsvrijheid biedt;</al></li><li nr="b."><al>het een wijziging van beleid of van een besluit van
                                            algemene strekking betreft van ondergeschikte betekenis,
                                            dan wel die uitsluitend of hoofdzakelijk om
                                            juridisch-technische dan wel redactionele redenen
                                            plaatsvindt;</al></li><li nr="c."><al>het een belastingverordening betreft;</al></li><li nr="d."><al>het een beleidsvoornemen betreft dat uitsluitend of
                                            hoofdzakelijk betrekking heeft op interne of
                                            organisatorische aangelegenheden van het
                                            Waterschap.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel><vet>Terinzagelegging en publicatie</vet></titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>Het beleidsvoornemen wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd op
                                het hoofdkantoor van het Waterschap en bij de gemeentehuizen
                                (secretarieën) van door het dagelijks bestuur te bepalen
                                gemeenten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H101067_0_3_4_4_"> Het dagelijks bestuur maakt de
                                    terinzagelegging tijdig op de bij het Waterschap gebruikelijke
                                    wijze bekend, in elk geval door middel van een bekendmaking in
                                    een daarvoor in aanmerking komend dag-, nieuws-, of
                                    huis-aan-huisblad en op de website van het Waterschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H101067_0_3_4_5_"> De bekendmaking, bedoeld in het
                                    eerste lid, omvat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de zakelijke inhoud van het beleidsvoornemen;</al></li><li nr="b."><al>de plaatsen met tijdstippen waarop het beleidsvoornemen
                                            ter inzage ligt;</al></li><li nr="c."><al>de melding dat ingezetenen en belanghebbenden hun
                                            zienswijze kenbaar kunnen maken;</al></li><li nr="d."><al>de wijze en tijdstippen waarop ingezetenen en
                                            belanghebbenden hun zienswijze over het beleidsvoornemen
                                            kenbaar kunnen maken;</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel><vet>Vorm van inspraak</vet></titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><al>Inspraakgerechtigden worden gedurende de in artikel 3 bedoelde
                                termijn in de gelegenheid gesteld hun zienswijze omtrent het
                                beleidsvoornemen mondeling of schriftelijk naar voren te
                                brengen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel><vet>Rapportage</vet></titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H101067_0_5_6_6_"> In het voorstel aan het algemeen
                                    bestuur maakt het dagelijks bestuur melding van de gehouden
                                    inspraakprocedure en de ontwerpbeantwoording van het dagelijks
                                    bestuur op de ingekomen reacties. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H101067_0_5_6_7_"> Het dagelijks bestuur brengt, nadat
                                    het algemeen bestuur een besluit heeft genomen omtrent het
                                    beleidsvoornemen, diegenen die een schriftelijke reactie hebben
                                    ingediend op de hoogte van de beschouwingen van het algemeen
                                    bestuur omtrent de ingekomen reacties. Daarbij wordt vermeld op
                                    welke punten de zienswijze tot wijziging van het
                                    beleidsvoornemen heeft geleid, dan wel de redenen waarom de
                                    zienswijze niet tot een wijziging aanleiding heeft gegeven.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel><vet>Inwerkingtreding en overgangsrecht</vet></titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H101067_0_6_7_8_"> Deze verordening treedt in werking
                                    met ingang van de dag na bekendmaking ervan;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H101067_0_6_7_9_"> Op dat tijdstip vervalt de
                                    Inspraakverordening Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht,
                                    vastgesteld bij besluit van het algemeen bestuur van het
                                    hoogheemraadschap d.d. 20 maart 1997, met dien verstande dat
                                    deze van toepassing blijft op besluiten die reeds voor inspraak
                                    zijn vrijgegeven op het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                    verordening.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel><vet>Citeertitel</vet></titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Inspraakverordening
                                Hoogheemraadschap AGV 2009”.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al><vet>Toelichting op de inspraakverordening Hoogheemraadschap AGV 2009
                    </vet></al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Artikel 79 van de Waterschapswet verplicht waterschappen tot het vaststellen van
                    een inspraakverordening die van toepassing is op beleidsvoornemens van het
                    algemeen bestuur. De vaststelling van deze nieuwe inspraakverordening is nodig
                    in verband met de wijziging van artikel 79 Waterschapswet. Deze jongste
                    wijziging van artikel 79 Waterschapswet (met de Wet van 29 april 2009 tot
                    wijziging van de Waterschapswet en enkele andere wetten) geeft met betrekking
                    tot de vraag of ten aanzien van een bepaald beleidsvoornemen al dan niet
                    inspraak moet worden verleend dezelfde ruimte die provincies en gemeenten
                    hebben.</al><al>Deze inspraakverordening moet worden beschouwd als aanvulling op de
                    inspraakregelingen die zijn opgenomen in formele wetten, algemene maatregelen
                    van bestuur of provinciale verordeningen. Als een wet, een algemene maatregel
                    van bestuur of een provinciale verordening een eigen inspraakregeling voor een
                    specifiek besluit bevat, dient de betreffende regeling en niet deze
                    inspraakverordening te worden toegepast.</al><al>Voor besluiten waarvoor het dagelijks bestuur bevoegd is, is inspraak niet
                    verplicht gesteld in de Waterschapswet. Via een afzonderlijk besluit van het
                    dagelijks bestuur kan, in daartoe geëigende gevallen, toch tot toepassing van
                    deze inspraakverordening worden besloten. </al><al>Het doel van inspraak is tweeledig. Enerzijds wordt aan ingezetenen en
                    belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening omtrent een
                    beleidsvoornemen van het bestuur kenbaar te maken. Anderzijds is de inspraak een
                    belangrijk hulpmiddel om op basis van een evenwichtige belangenafweging tot een
                    besluit te komen. Inspraak is dan ook alleen zinvol wanneer er voor het bestuur
                    een keuzemogelijkheid is. </al><al>Een ander belangrijk aspect is dat inspraak het beste tot zijn recht komt indien
                    de ambtelijke en bestuurlijke gedachtevorming heeft plaatsgevonden inzake het
                    beleidsvoornemen en dat de eventuele keuzemogelijkheden voor de insprekers
                    duidelijk zijn aangegeven. </al><al>In dit verband wordt met nadruk opgemerkt dat het in veel gevallen zinvol is om
                    in een vroeger stadium, voorafgaand aan de formele inspraak, bijvoorbeeld in het
                    kader van de ambtelijke voorbereiding, voorlichting te geven dan wel overleg te
                    voeren omtrent het te nemen besluit met de meest direct betrokken
                    belanghebbenden. Op die wijze kunnen belanghebbenden al in een zeer vroeg
                    stadium kennis nemen van voornemens van het Waterschap en door het aandragen van
                    informatie er mede zorg voor dragen dat het Waterschap een ontwerpbesluit in de
                    inspraak brengt dat op de juiste wijze inzicht geeft in de diverse aspecten
                    daarvan. Waar mogelijk zal deze handelwijze dan ook worden gevolgd.</al><al>Met de wijzigingen in de Waterschapswet en de Algemene wet bestuursrecht is het
                    opnemen van een beklagrecht in de inspraakverordening niet meer verplicht
                    gesteld. Een omschreven beklagrecht is opgenomen in de Algemene wet
                    bestuursrecht en is daarmee in deze verordening overbodig geworden.</al><al><vet>Artikelgewijs</vet></al><al>Artikel 1</al><al>De omschrijving van het begrip “inspraak” is voor een belangrijk deel ontleend
                    aan artikel 79 van de Waterschapswet. In het algemeen deel van deze toelichting
                    is op het doel van de inspraak al ingegaan. De verantwoordelijkheid voor het
                    houden van inspraak wordt bij het dagelijks bestuur van het Waterschap gelegd.
                    Dit past in de bevoegdheidsverdeling tussen algemeen bestuur en dagelijks
                    bestuur op grond van artikelen 56, 77 en 84 van de Waterschapswet.</al><al>De begroting en jaarrekening zijn overigens geen beleidsvoornemens als bedoeld
                    in deze inspraakverordening.</al><al>Artikel 2</al><al>De omstandigheid dat deze inspraakverordening een aanvullend karakter heeft ten
                    opzichte van andere, hogere procedureregelingen wordt tot uitdrukking gebracht
                    door de zinsnede “Onverminderd het bepaalde bij wet, algemene maatregel van
                    bestuur of provinciale verordening” die in het eerste lid van dit artikel is
                    opgenomen.</al><al>In het tweede lid van dit artikel wordt aan het dagelijks bestuur de bevoegdheid
                    verleend om beleidsvoornemens van dat dagelijks bestuur, waarvoor inspraak niet
                    verplicht is, toch onder de werking van deze verordening te laten vallen.</al><al>Ten aanzien van het object van inspraak kan worden opgemerkt dat de jongste
                    wijziging van artikel 79 Waterschapswet met zich meebrengt dat omschreven moet
                    worden wat onder de werking van deze inspraakverordening valt, maar ook wat
                    hiervan uitgesloten moet zijn. </al><al>De eerste expliciete uitzondering die in het derde lid genoemd wordt betreft de
                    besluiten die rechtstreeks voortvloeien uit formele wetgeving van hoger gezag,
                    waarbij er voor het Waterschap geen of nauwelijks keuze is. Inspraak heeft dan
                    niet veel zin. Andere uitzonderingen betreffen bijvoorbeeld uitsluitend intern
                    werkende besluiten en belastingverordeningen. </al><al>Het dagelijks bestuur zal in voorkomende gevallen moeten motiveren waarom een
                    bepaald beleidsvoornemen niet onder de werkingssfeer van de inspraakverordening
                    valt.</al><al>Artikel 3 en 4</al><al>Deze artikelen regelen de wijze van publicatie en terinzagelegging. Dit kan
                    worden afgestemd op de aard van het beleidsvoornemen (bijvoorbeeld
                    terinzagelegging in een deel van het gebied). Natuurlijk dient de bekendmaking
                    aan bepaalde minimumeisen te voldoen. Als algemeen criterium geldt dat
                    belanghebbenden redelijkerwijs kennis moeten kunnen nemen van de
                    terinzagelegging en de inspraakmogelijkheden. Daarom wordt gekozen voor het
                    bekendmaken op de website naast de bekendmaking in dag-, nieuws-, of
                    huis-aan-huisbladen. Hierdoor kunnen ook belanghebbenden die niet in het gebied
                    van het Waterschap wonen kennis nemen van het beleidsvoornemen.</al><al>De termijn van terinzagelegging (zes weken) is overeenkomstig de bepalingen van
                    de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>Voor het gestelde in artikel 4, tweede lid, onder a geldt dat is gekozen voor
                    “de zakelijke inhoud”, zodat men zich op basis van de bekendmaking van het
                    beleidsvoornemen al een redelijk beeld kan vormen.</al><al>De bepalingen onder b en c spreken voor zichzelf.</al><al>Voor de bepaling onder d is gekozen omdat het van belang wordt geacht dat
                    eventuele insprekers op voorhand op de hoogte zijn hoe zij hun reacties kunnen
                    indienen. </al><al> Artikel 5 </al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>Artikel 6</al><al>In het eerste lid van dit artikel wordt bepaald dat van de inspraakprocedure én
                    van het oordeel van het dagelijks bestuur op de ingekomen reacties melding wordt
                    gemaakt in het voorstel dat aan het algemeen bestuur wordt voorgelegd. Het is
                    uiteraard van belang voor de doorzichtigheid in de besluitvorming dat degenen
                    die een reactie hebben ingezonden kennis kunnen nemen van het oordeel van het
                    algemeen bestuur over die reacties. Hiervoor is ook het tweede lid opgenomen,
                    dat de plicht voor het dagelijks bestuur bevat om diegenen, die schriftelijk
                    hebben gereageerd op het beleidsvoornemen daarvan op de hoogte te stellen. Er is
                    voor gekozen om insprekers gericht en actief te informeren omtrent de gevolgen
                    van de door hen ingezonden reacties. Door het toezenden van de overwegingen van
                    het algemeen bestuur wordt aan de belanghebbenden getoond wat er met hun
                    reacties is gedaan. </al><al>Artikel 7 en 8</al><al>Deze artikelen spreken voor zich, zodat een toelichting overbodig is.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>