<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR272700_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Klachtenverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Holland Combinatie, 29-04-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Klachtenverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 78</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht, hoofdstuk 9</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-04-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-04-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>10.1325</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>recht – bezwaar en klachten</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 14-4-2010</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: Holland Combinatie, 29-04-2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-14392</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Klachtenverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Klachtenverordening HHNK 2010</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 - Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>hoogheemraadschap: Hoogheemraadschap Hollands
                                    Noorderkwartier</al></li><li nr="b."><al>bestuursorgaan: het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap
                                    genaamd college van hoofdingelanden, het dagelijks bestuur van
                                    het hoogheemraadschap genaamd het college van dijkgraaf en
                                    hoogheemraden, of de voorzitter van het hoogheemraadschap
                                    genaamd de dijkgraaf;</al></li><li nr="c."><al>gedraging: het in een bepaalde aangelegenheid tegenover een
                                    natuurlijk persoon of rechtspersoon handelen of nalaten door een
                                    bestuursorgaan, een bestuurder, een ambtenaar of een daarmee op
                                    grond van zijn werkzaamheid gelijk te stellen persoon in de
                                    uitoefening van zijn functie; </al></li><li nr="d."><al>klachtencoördinator: de persoon als bedoeld in artikel 4 van
                                    deze verordening;</al></li><li nr="e."><al>klager: de natuurlijke of rechtspersoon die een klacht heeft
                                    ingediend;</al></li><li nr="f."><al>klacht: schriftelijke of mondelinge uiting van misnoegen of
                                    ongenoegen over een gedraging;</al></li><li nr="g."><al>wet: de Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 - Recht indienen klacht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_2_1_"> Een ieder heeft het recht om over de
                                wijze waarop een bestuursorgaan van het hoogheemraadschap zich in
                                een bepaalde aangelegenheid tegenover hem of een ander heeft
                                gedragen, een klacht in te dienen bij dat bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_2_2_"> Een gedraging van een persoon, werkzaam
                                onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan, wordt
                                aangemerkt als een gedraging van dat bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 - Delegatie</titel></kop><al>Klachten over gedragingen die aan het college van hoofdingelanden als
                            zodanig worden toegerekend, worden afgedaan door het college van
                            dijkgraaf en hoogheemraden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 - Klachtencoördinator</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_4_3_"> Voor de behandeling van klachten wordt
                                door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden een
                                klachtencoördinator aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_4_4_"> De klachtencoördinator draagt zorg voor
                                de administratieve afhandeling van klachten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_4_5_"> De klachtencoördinator registreert de
                                klaagschriften en doet jaarlijks schriftelijk verslag van de
                                verrichte werkzaamheden aan het college van dijkgraaf en
                                hoogheemraden. Het verslag biedt inzicht in het aantal klachten, de
                                aard van de klachten en de wijze waarop de klachten zijn
                                afgedaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_4_6_"> De klachtencoördinator vervult een
                                intermediaire rol tussen het hoogheemraadschap en de Nationale
                                ombudsman.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 - Schriftelijke klacht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_5_7_"> Een schriftelijke klacht wordt aanhangig
                                gemaakt door het indienen van een klaagschrift bij het college van
                                dijkgraaf en hoogheemraden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_5_8_"> Een klaagschrift kan elektronisch worden
                                ingediend, voor zover het college van dijkgraaf en hoogheemraden de
                                mogelijkheid daartoe heeft opengesteld. Voor de toepassing van deze
                                verordening geldt een elektronisch ingediende klacht als een
                                schriftelijke klacht.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 - Mondelinge klacht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_6_9_"> Een mondelinge klacht wordt aanhangig
                                gemaakt bij de klachtencoördinator.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_6_10_"> Indien de klager daarom verzoekt, wordt
                                de mondelinge klacht door de klachtencoördinator op schrift gesteld.
                                De klager en de klachtencoördinator ondertekenen het klaagschrift.
                                De klager ontvangt een afschrift van het klaagschrift.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 - Ontvangstbevestiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_7_11_"> De klachtencoördinator bevestigt de
                                ontvangst van het klaagschrift schriftelijk. De ontvangstbevestiging
                                vermeldt de klachtenprocedure, degene die de klacht behandelt en de
                                termijn van afdoening van het klaagschrift.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_7_12_"> De klachtencoördinator zendt een
                                afschrift van het klaagschrift en van de daarbij meegezonden stukken
                                aan degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft en aan
                                diens leidinggevende. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 - Geen verplichting tot behandeling van een
                                klacht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_8_13_"> Geen verplichting tot behandeling van
                                een klacht bestaat in de gevallen bedoeld in artikel 9:8, eerste en
                                tweede lid, van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_8_14_"> Van het niet in behandeling nemen van
                                de klacht wordt de klager zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen
                                vier weken na ontvangst van het klaagschrift in kennis gesteld. Voor
                                zover van toepassing wordt de klager op de hoogte gesteld van de nog
                                openstaande proceduremogelijkheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 - Informele afdoening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_9_15_"> De klachtencoördinator tracht tot een
                                minnelijke oplossing van de klacht te komen. Zodra de klager
                                mondeling of schriftelijk aangeeft dat naar tevredenheid aan zijn
                                klacht tegemoet is gekomen, vervalt de verplichting tot het verder
                                behandelen van de klacht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_9_16_"> De klachtencoördinator bevestigt de
                                informele afdoening van de klacht zonodig schriftelijk.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 - Termijn van afdoening en verdaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_10_17_"> De afdoening van een klaagschrift
                                geschiedt binnen zes weken na de datum van ontvangst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_10_18_"> De afdoening kan voor ten hoogste vier
                                weken worden verdaagd. Van de verdaging wordt schriftelijk
                                mededeling gedaan aan de klager en aan degene op wiens gedraging de
                                klacht betrekking heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11- Klachtbehandeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_11_19_"> De behandeling van de klacht geschiedt
                                door de klachtencoördinator. Indien de klacht betrekking heeft op
                                een gedraging van de klachtencoördinator, geschiedt de behandeling
                                door diens leidinggevende.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_11_20_"> Indien de klacht betrekking heeft op
                                een gedraging van een bestuursorgaan of een bestuurslid wordt de
                                klacht behandeld door de dijkgraaf. Indien de klacht betrekking
                                heeft op de dijkgraaf geschiedt de behandeling door de
                                plaatsvervangend-dijkgraaf. De dijkgraaf of de
                                plaatsvervangend-dijkgraaf laat zich voor de administratieve
                                afhandeling van de klacht bijstaan door de klachtencoördinator.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12- Onderzoek en horen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_12_21_"> Degene die op grond van artikel 11 met
                                de behandeling van de klacht belast is stelt een onderzoek in naar
                                de feitelijke toedracht van de gedraging waarop de klacht betrekking
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_12_22_"> De klager en degene op wiens gedraging
                                de klacht betrekking heeft worden in de gelegenheid gesteld te
                                worden gehoord.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_12_23_"> Van het horen van de klager kan worden
                                afgezien als de klacht kennelijk ongegrond is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_12_24_"> Van het horen wordt een verslag
                                gemaakt. Het verslag wordt tegelijkertijd met het schriftelijk
                                oordeel over de klacht, bedoeld in artikel 13, aan de klager
                                toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_12_25_"> Indien het in het kader van de
                                behandeling van de klacht noodzakelijk wordt geacht, kunnen ook
                                anderen in de gelegenheid worden gesteld mondeling of schriftelijk
                                een verklaring af te leggen over de klacht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_12_26_"> De in artikel 11 bedoelde persoon
                                rapporteert zijn bevindingen schriftelijk aan het college van
                                dijkgraaf en hoogheemraden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 - Oordeelvorming, mededeling oordeel en verwijzing
                                naar Nationale ombudsman</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_13_27_"> Het college van dijkgraaf en
                                hoogheemraden neemt kennis van de bevindingen uit het onderzoek en
                                vormt zich een oordeel over de klacht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_13_28_"> Het college van dijkgraaf en
                                hoogheemraden stelt de klager schriftelijk en gemotiveerd in kennis
                                van de bevindingen van het onderzoek en het oordeel dat het daaraan
                                verbindt. Het verslag van het horen wordt bij het oordeel
                                gevoegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_13_29_"> De klager wordt gewezen op de
                                mogelijkheid zich te wenden tot de Nationale ombudsman indien hij
                                niet tevreden is over de afdoening van zijn klacht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_13_30_"> Degene op wiens gedraging de klacht
                                betrekking heeft, diens leidinggevende, de klachtencoördinator en
                                eventuele anderen die bij het onderzoek betrokken zijn ontvangen een
                                afschrift van het oordeel.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 - Intrekking, inwerkingtreding, citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_14_31_"> De Klachtenverordening
                                hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2003, vastgesteld bij
                                besluit van 2 juli 2003, reg.nr. 03.11829, wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_14_32_"> Deze verordening treedt in werking met
                                ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H96465_0_0_14_33_"> Deze verordening wordt aangehaald als
                                Klachtenverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2010
                                of Klachtenverordening HHNK 2010.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het college van
                        hoofdingelanden van 14 april 2010.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>1. Inleiding</al><al>Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) regelt het interne
                    klachtrecht, indien een uiting van onvrede kan worden aangemerkt als een klacht
                    in de zin van artikel 9:1 van de Awb. </al><al>Het belang van het interne klachtrecht is dat bestuursorganen als eerste de
                    gelegenheid krijgen hun gedragingen en/of die van ambtenaren te beoordelen.
                    Uitgangspunt is dat beoordeling van een klacht door een externe instantie zoals
                    de Nationale ombudsman of een andere onafhankelijke klachteninstantie, pas in
                    tweede instantie plaatsvindt. Er is geen rechtstreekse toegang tot een
                    onafhankelijke, externe klachtvoorziening.</al><al>Van een overheid wordt verwacht dat klachten zorgvuldig worden afgehandeld.
                    Daarbij is zowel het belang van de burger als dat van het bestuur gebaat. Voor
                    de burger levert het de mogelijkheid genoegdoening (in welke vorm dan ook) te
                    krijgen bij een onheuse bejegening door de overheid. </al><al>Voor de overheid is zorgvuldige klachtenbehandeling een vereiste dat voortvloeit
                    uit de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Zorgvuldig onderzoek van
                    klachten binnen een overheid heeft een belangrijk leereffect. In het kader van
                    het streven naar het verbeteren van de kwaliteit van de organisatie en van het
                    functioneren van de openbare dienst in het algemeen, leveren klachten van
                    burgers een schat aan concrete en bruikbare informatie op.</al><al>De bescherming van de burger tegen de overheid is gediend met een eenvoudig
                    toegankelijke interne klachtprocedure. Door toepassing van deze
                    Klachtenverordening is het mogelijk op zorgvuldige wijze klachten van burgers af
                    te handelen.</al><al>De Klachtenverordening HHNK 2010 vervangt de Klachtenverordening HHNK 2003. De
                    klachtenprocedure is daarbij niet inhoudelijk gewijzigd. Wel zijn de taken en
                    bevoegdheden van de klachtencoördinator nader omschreven.</al><al>In de praktijk blijkt dat veel klachten via bemiddeling door de
                    klachtencoördinator informeel kunnen worden opgelost. Dit beantwoordt aan de
                    bedoeling van de wetgever om snelle oplossing van klachten voorop te stellen.
                    Wanneer naar tevredenheid van de klager aan zijn klacht tegemoet is gekomen,
                    vervalt de verplichting tot verdere behandeling van de klacht (artikel 9.5 Awb).
                    De mogelijkheid van informele klachtoplossing door de klachtencoördinator is in
                    de nieuwe verordening duidelijker geregeld.</al><al>Verder is de verordening op een aantal punten gemoderniseerd en geactualiseerd.
                    Terwille van de overzichtelijkheid is de procedure voor klachtbehandeling
                    opgenomen in de verordening. In de oude verordening was deze opgenomen in een
                    bijlage. Ten slotte zijn enkele bepalingen geschrapt die een herhaling van
                    wetsbepalingen vormden. Uit een oogpunt van regelgeving is herhaling van
                    wetsbepalingen in verordeningen ongewenst. Waar nodig is in de toelichting
                    omschreven wat deze wetsbepalingen inhouden.</al><al>2. Soort klachten</al><al>Het begrip klacht in de Wet Nationale ombudsman (hierna: WNo) is niet zonder
                    meer het begrip klacht dat in het dagelijks taalgebruik wordt gebruikt. Er zijn
                    verschillende soorten mededelingen van burgers die bij het hoogheemraadschap
                    binnenkomen. Sommige daarvan zijn te kwalificeren als klachten, andere meer als
                    meldingen. Voor de functie van de klachtencoördinator en de definitie van een
                    klacht is dit onderscheid van wezenlijk belang.</al><al>Er wordt vanuit gegaan dat bij een <cursief>melding </cursief>iemand een
                    situatie of feit meldt, waaraan het hoogheemraadschap naar diens mening iets zou
                    moeten doen. Het gaat bijvoorbeeld om het inlaten van water bij droogte of het
                    dichten van een gat in de weg. Als er sprake is van een
                        <cursief>klacht</cursief>, is iemand niet tevreden over de taakuitoefening,
                    dienstverlening of bejegening door het hoogheemraadschap. Er zijn zaakklachten
                    (klachten die de taakuitvoering betreffen) en gedragsklachten (klachten die de
                    dienstverlening of de bejegening betreffen).</al><al>De Klachtenverordening heeft betrekking op gedragingen van een bestuursorgaan en
                    de bestuurders en ambtenaren daarvan (gedragsklachten). Dit betekent dat de
                    meeste meldingen/klachten niet onder het begrip klacht vallen zoals bedoeld in
                    deze verordening. De verordening behandelt klachten over gedragingen die
                    eventueel een ontvankelijke zaak bij de Nationale ombudsman kunnen opleveren. </al><al>3. Wettelijk kader</al><al>Een burger in Nederland heeft een vrij uitgebreid pakket aan mogelijkheden om
                    naar een rechter te stappen wanneer hij het niet eens is met een beslissing van
                    een bestuursorgaan. Echter niet voor alles kan de burger naar de rechter. Voor
                    de gevallen waarbij een burger getroffen wordt door het handelen (of nalaten)
                    van een bestuursorgaan en daarvoor geen regeling is, kan de burger een klacht
                    indienen bij de Nationale ombudsman.</al><al>De WNo stelt echter als voorwaarde voor het in behandeling nemen van een klacht
                    dat de klacht eerst aan het betreffende bestuursorgaan is voorgelegd (=
                    kenbaarheidsvereiste). Pas ná afhandeling van de klacht door het bestuursorgaan
                    komt de klachtbehandeling in tweede instantie aan de orde. Het bestuursorgaan
                    kan een eigen externe klachteninstantie in het leven roepen óf kiezen voor
                    aansluiting bij de Nationale ombudsman. Bij de instelling van de Nationale
                    ombudsman hebben indertijd alle waterschappen in Nederland zich daarbij
                    aangemeld.</al><al>De eigen externe klachteninstantie of de Nationale ombudsman zal beoordelen of
                    het bestuursorgaan behoorlijk gehandeld heeft of niet. Daarbij zal het
                    zorgvuldig afhandelen van de klacht door het bestuursorgaan een grote rol
                    spelen. Een interne klachtenregeling vormt het uitgangspunt voor een zorgvuldige
                    behandeling van klachten.</al><al>Bij het opstellen van deze verordening is rekening gehouden met de bepalingen
                    over klachtbehandeling in de Awb. De verordening vormt hier een aanvulling
                    op.</al><al>4. Inhoud van de verordening</al><al>Uitgangspunt van de verordening is het zorgvuldig behandelen van klachten van
                    burgers en het voorkomen van zoveel mogelijk administratieve handelingen. Ook
                    het klachtrecht in de Awb hanteert dit uitgangspunt. De Klachtenverordening is
                    daarop ingericht. </al><al>Voor de coördinatie van de procedure wordt een klachtencoördinator aangewezen.
                    De klachtencoördinator draagt zorg voor de administratieve afhandeling van
                    klachten, de registratie van klachten en de verslaglegging over klachten. Ook
                    vervult de klachtencoördinator een intermediaire rol tussen het
                    hoogheemraadschap en de Nationale ombudsman.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al><vet>Artikel 1 - Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In dit artikel worden enkele begrippen omschreven.</al><al>Onderdeel c (gedraging)</al><al>Een klacht kan betrekking hebben op een bestuursorgaan als zodanig en op een
                    ambtenaar, maar ook op een bestuurder. Dit betekent dat klachten ook betrekking
                    kunnen hebben op gedragingen van leden van het college van hoofdingelanden, van
                    het college van dijkgraaf en hoogheemraden of van de voorzitter in de
                    uitoefening van hun functie. Hiermee wordt meteen aangegeven dat ongenoegen ten
                    aanzien van regelgeving, verordeningen of beleid niet onder de werkingssfeer van
                    deze verordening valt. De klacht moet namelijk betrekking hebben op een
                        <cursief>gedraging </cursief>in een bepaalde aangelegenheid tegen een
                    persoon.</al><al>Overigens past het een bestuursorgaan niet om te gemakkelijk te concluderen dat
                    de klacht niet in behandeling hoeft te worden genomen, omdat zij geen concrete
                    gedraging als onderwerp heeft. Zoals aangegeven valt onder een gedraging ook een
                    nalaten, bijvoorbeeld het uitblijven van een reactie van een bestuursorgaan. De
                    klacht richt zich dan tegen het uitblijven van een behoorlijke communicatie van
                    een overheidsorgaan.</al><al>Een klacht over een gedraging van een bestuursorgaan op een beleidsterrein
                    waarvoor een eigen klachtregeling geldt valt buiten het bereik van het interne
                    klachtrecht.</al><al>Een klacht kan betreffen een gedraging van een ambtenaar of een daarmee op grond
                    van zijn functie gelijk te stellen persoon. Te denken valt daarbij aan een
                    arbeidscontractant, inhuurkracht, stagiair, uitzendkracht of soortgelijk
                    persoon.</al><al>Onderdeel f (klacht)</al><al>Het begrip klacht wordt in de wetgeving nergens omschreven, ook niet in de Awb
                    of in WNo. Toch is hier ter verduidelijking een definitie opgenomen. In het
                    algemeen zal een klacht een uiting zijn van misnoegen of ongenoegen ten aanzien
                    van een gedraging. </al><al>De belangrijkste reden dat de wetgever geen definitie heeft gegeven is dat een
                    definitie een inperking zou kunnen inhouden. Een wettelijke omschrijving geeft
                    bestuursorganen de mogelijkheid door het interpreteren van het begrip klacht
                    buiten de toepassing van het klachtrecht of beroepsmogelijkheden te blijven. Een
                    andere reden om het klachtrecht niet te definiëren was dat verwarring met de
                    bezwaar- of beroepsprocedure niet echt voor de hand ligt. Dit omdat de Awb
                    namelijk precies bepaalt in welke gevallen een bezwaarschrift of een
                    beroepschrift moet worden ingediend.</al><al>Het begrip klacht dient binnen de wettelijke kaders van hoofdstuk 9 van de Awb
                    zo ruim mogelijk te worden opgevat. Indien het bestuursorgaan twijfelt of een
                    bezwaarschrift of een klacht wordt ingediend, moet het oogmerk bij de indiener
                    worden nagevraagd. </al><al><vet>Artikel 2 - Recht indienen klacht</vet></al><al>Uitgangspunt is dat een ieder een klacht kan indienen. De gedraging waarover de
                    klacht wordt ingediend behoeft niet zonder meer ten opzichte van de klager te
                    hebben plaatsgevonden. Evenmin is een belang vereist om een klacht te kunnen
                    indienen. De rechtsgevolgen van een klacht over een gedraging tegen de klager
                    zelf zijn echter anders dan de gevolgen van een klacht over een gedraging ten
                    opzichte van een derde. </al><al>In het eerste geval geldt afdeling 9.1.2 Awb; de behandeling van klaagschriften
                    inclusief de procedurele waarborgen als de schriftelijke ontvangstbevestiging,
                    hoor en wederhoor enzovoort. </al><al>Betreft de klacht een gedraging ten opzichte van een ander (een derde), dan
                    geldt daarvoor alléén artikel 9:2 Awb. Dit artikel schrijft voor dat het
                    bestuursorgaan zorgdraagt voor de behoorlijke behandeling van schriftelijke of
                    mondelinge klachten. Het bestuursorgaan is dan echter niet gehouden om afdeling
                    9.1.2 Awb in zijn geheel te doorlopen, maar kan ook niet volstaan met alleen een
                    kennisneming van de klacht.</al><al>Klachten zullen veelal betrekking hebben op een gedraging van een persoon die
                    niet zelf ambtsdrager is of lid is van een bestuursorgaan, maar die in dienst is
                    van het bestuursorgaan, al dan niet als ambtenaar. Deze personen zijn werkzaam
                    "onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan". Een gedraging van zo'n
                    persoon wordt aangemerkt als een gedraging van het bestuursorgaan. Klachten over
                    deze personen moeten door het bestuursorgaan worden afgehandeld. </al><al>Het indienen van een klacht kan zowel mondeling als schriftelijk. Het staat de
                    klager vrij zich te laten bijstaan of door een gemachtigde te laten
                    vertegenwoordigen. Er moet voldoende gelegenheid zijn om klachten in te dienen.
                    Dat stelt bijvoorbeeld eisen aan de (telefonische) bereikbaarheid. Aan een
                    schriftelijke klacht stelt de Awb een aantal eisen. Daarvoor wordt verwezen naar
                    de toelichting bij artikel 5.</al><al><vet>Artikel 3 - Delegatie</vet></al><al>Het bestuursorgaan aan wie de klacht kan worden toegerekend is verplicht om de
                    klacht behoorlijk af te handelen (artikel 9.2 Awb). In het algemeen is dit het
                    college van dijkgraaf en hoogheemraden. </al><al>Er kan worden geklaagd over ambtenaren maar ook over leden van bestuursorganen.
                    Er kan dus worden geklaagd over een lid van het college van dijkgraaf en
                    hoogheemraden, dat immers werkzaam is onder de verantwoordelijkheid van dat
                    college. Voor een individueel lid van het college van hoofdingelanden ligt dit
                    echter anders. Zijn of haar werkzaamheden worden niet toegerekend aan het
                    algemeen bestuur. Het lid van het algemeen bestuur is dan ook niet werkzaam
                    onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. Er kan daarentegen weer wel
                    worden geklaagd over gedragingen van het algemeen bestuur als zodanig. Hoewel
                    dit in de praktijk niet vaak zal voorkomen moet worden gedacht aan een
                    feitelijke handeling die door het algemeen bestuur wordt verricht, zoals het
                    aannemen van een motie of het sturen van een in een brief vervatte mededeling
                    die niet op rechtsgevolg is gericht.</al><al>Gelet op de uitgangspunten voor de taak en rol van het college van
                    hoofingelanden alsmede om praktische redenen (vergaderfrequentie) is ervoor
                    gekozen de afhandeling van klachten over het college van hoofdingelanden als
                    zodanig te delegeren aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden.</al><al><vet>Artikel 4 - Klachtencoördinator</vet></al><al>Dit artikel regelt de aanwijzing en de taak van de klachtencoördinator. De
                    klachtencoördinator wordt aangewezen door het college van dijkgraaf of
                    hoogheemraden. Aangezien het gaat om een ambtelijke (deel)functie kan dit
                    college de aanwijzing ook aan de ambtelijke organisatie overlaten. </al><al>In de praktijk wordt meer dan één klachtencoördinator aangewezen. Daarmee kan de
                    continuïteit van de werkzaamheden beter worden gewaarborgd. Verder kunnen voor
                    verschillende organisatieonderdelen afzonderlijke klachtencoördinatoren worden
                    aangewezen. Zo wordt bijvoorbeeld een afzonderlijke klachtencoördinator
                    aangewezen voor de behandeling van klachten betreffende de heffing en
                    invordering van waterschapsbelastingen.</al><al>De behandeling van klachten door de klachtencoördinator dient te worden
                    onderscheiden van de afdoening van klachten. Afdoening van klachten betreft het
                    vormen van een oordeel over de klacht en het kennisgeven daarvan aan de klager.
                    Dit laatste geschiedt alleen door het college van dijkgraaf en hoogheemraden.
                    Wel kan dit college de afdoening van bepaalde categorieën klachten mandateren
                    aan een ambtenaar. De Awb staat mandatering van de afhandelingsbevoegdheid niet
                    in de weg (Intern klachtrecht, brochure van het Ministerie van Binnenlandse
                    Zaken en Koninkrijksrelaties van 30 september 1999, blz. 37). Op grond van
                    artikel 9 is de klachtencoördinator wel bevoegd tot informele afhandeling van
                    een klacht. </al><al>In bepaalde gevallen is de behandeling van een klacht niet aan de
                    klachtencoördinator, maar aan een andere functionaris opgedragen. Dit geldt
                    wanneer de klacht een bestuursorgaan als zodanig, een bestuurslid of de
                    klachtencoördinator zelf betreft. Artikel 11 voorziet hierin. </al><al>Het uitbrengen van een jaarlijks verslag aan dijkgraaf en hoogheemraden geeft
                    inzicht in het aantal klachten, de aard van de klachten en de wijze waarop de
                    klachten zijn afgedaan. Ook vervult de klachtencoördinator een intermediaire rol
                    tussen het hoogheemraadschap en de Nationale ombudsman. Het registreren van
                    klachten vloeit voort uit artikel 9:12a Awb. Ook de klachten die naar
                    tevredenheid van de klager zijn afgehandeld, moeten geregistreerd worden. De
                    klacht is immers wel ingediend.</al><al><vet>Artikel 5 - Schriftelijke klacht</vet></al><al>Het bestuursorgaan is gehouden klachten, mondeling of schriftelijk ingediend,
                    behoorlijk te behandelen. Op elke klacht dient een reactie van het college van
                    dijkgraaf en hoogheemraden te volgen. Uitgangspunt van de Awb is dat informele
                    afhandeling van klachten altijd mogelijk moet zijn, in beginsel ook als het gaat
                    om schriftelijke klachten. De klager hoeft niet de naam te noemen van degene die
                    de gewraakte gedraging heeft gepleegd. Dat is bij een klacht ook niet altijd
                    mogelijk, bijvoorbeeld als het gaat om het nalaten van handelingen. </al><al>Een schriftelijke klacht dient aan een aantal eisen te voldoen. Het klaagschrift
                    bevat ten minste de naam en het adres van de klager, de dagtekening en de
                    omschrijving van de gedraging waartegen de klacht is gericht (art. 9.4 Awb). Dit
                    artikel houdt ook rekening met de mogelijkheid van niet in de Nederlandse taal
                    gestelde klachten. Indien voor een goede behandeling van de klacht een vertaling
                    nodig is, dient de klager daarvoor zorg te dragen.</al><al>In het algemeen geldt dat klachten niet in behandeling worden genomen als zij
                    anoniem zijn. Dit vloeit onder andere voort uit het systeem van de verordening.
                    Het is bij een anonieme klacht bijvoorbeeld niet mogelijk om de klager te horen.
                    Ook kan het oordeel over de klacht niet aan de klager worden meegedeeld. Daarmee
                    wordt de gang naar de Nationale ombudsman geblokkeerd, omdat niet kan worden
                    getoetst of aan het kenbaarheidsvereiste is voldaan. </al><al>Voor de reactie op een schriftelijke klacht die voldoet aan de eisen van artikel
                    9:4 Awb geeft de Awb een aantal regels. De procedure bevat dwingend recht en is
                    neergelegd in afdeling 9.1.2 Awb. Wordt die procedure doorlopen dan is daarmee
                    in beginsel voldaan aan het vereiste van behoorlijke behandeling van de
                    klacht.</al><al>Indien de schriftelijke klacht informeel tot een voor de klager bevredigende
                    oplossing heeft geleid, behoeft de procedure van afdeling 9.1.2 Awb niet verder
                    te worden gevolgd. Het kan dus zinvol zijn na ontvangst van een schriftelijke
                    klacht die aan de vereisten van artikel 9:4 Awb voldoet, te onderzoeken of het
                    geuite ongenoegen op eenvoudige wijze, dus zonder de procedure van afdeling
                    9.1.2 Awb te volgen, kan worden weggenomen. Een telefoontje met de klager kan
                    daarover helderheid verschaffen. </al><al>In dat geval is de klachtencoördinator op grond van artikel 9 van de verordening
                    bevoegd tot informele afdoening van de klacht. Een schriftelijke bevestiging -
                    hetzij van de klager hetzij van de klachtencoördinator - dat de klacht naar
                    tevredenheid van de klager is opgelost, volstaat. </al><al>De procedureregels van afdeling 9.1.2 Awb zijn ontleend aan de eisen die de
                    Nationale ombudsman al sinds jaar en dag stelt aan de invulling die
                    bestuursorganen aan het kenbaarheidsvereiste dienen te geven. Belangrijke
                    elementen daarvan zijn dat degene over wie wordt geklaagd niet de behandelaar
                    van de klacht is, de verplichting de klager en degene op wie de klacht
                    betrekking heeft te horen, en de verplichting de klacht in beginsel binnen zes
                    weken af te doen.</al><al>Het tweede lid van artikel 5 voorziet in de mogelijkheid een klacht elektronisch
                    in te dienen. Op grond van de Awb is elektronisch berichtenverkeer mogelijk
                    wanneer het bestuursorgaan dit heeft bepaald. </al><al>In de verordening wordt de mogelijkheid hiertoe afhankelijk gesteld van nadere
                    regeling door het college van dijkgraaf en hoogheemraden. Dat college bepaalt
                    dus of klachten elektronisch kunnen worden ingediend en welke regels daarbij in
                    acht moeten worden genomen.</al><al><vet>Artikel 6 - Mondelinge klacht</vet></al><al>Bij mondelinge klachten is het minder eenvoudig te bepalen waartoe het college
                    van dijkgraaf en hoogheemraden gehouden is. Daarom is in artikel 6 een regeling
                    voor mondelinge klachten opgenomen. Om misverstanden te voorkomen wordt de
                    mondelinge klacht op schrift gesteld. Dit gebeurt door de klachtencoördinator.
                    Zowel de klager als de klachtencoördinator dienen dit stuk voor akkoord te
                    ondertekenen.</al><al><vet>Artikel 7 - Ontvangstbevestiging</vet></al><al>Dit artikel geeft nadere invulling aan artikel 9:6 Awb. De Awb bepaalt slechts
                    dat het bestuursorgaan de ontvangst van een klaagschrift schriftelijk bevestigt.
                    Het is echter gewenst dat tevens informatie wordt verstrekt over de behandelaar
                    van de klacht en de termijn van afdoening.</al><al><vet>Artikel 8 - Geen verplichting tot behandeling van een klacht</vet></al><al>Verwezen wordt naar artikel 9:8 Awb. Dit artikel noemt een aantal gevallen
                    waarin een klacht niet hoeft te worden behandeld.</al><al>Aansluitend op het beginsel <cursief>ne bis in idem </cursief>kan een klager
                    niet tweemaal met betrekking tot dezelfde zaak een klacht indienen. Verder moet
                    klagen moet binnen een redelijke termijn gebeuren. Als redelijke termijn houdt
                    de Awb één jaar aan. Het voorval waarover wordt geklaagd mag zich niet langer
                    dan één jaar geleden hebben voorgedaan.</al><al>Een klacht hoeft ook niet in behandeling te worden genomen als een rechterlijke
                    voorziening openstaat of heeft opengestaan. Ook klachten in het kader van een
                    strafrechtelijk onderzoek of een strafrechtelijke vervolging behoeven niet te
                    worden behandeld.</al><al>Ten slotte hoeft een klacht niet te worden behandeld wanneer het belang van de
                    klager dan wel het gewicht van de gedraging kennelijk onvoldoende is.</al><al><vet>Artikel 9 - Informele afdoening</vet></al><al>Het is mogelijk om <cursief>schriftelijk </cursief>ingediende klachten informeel
                    af te handelen als vast komt te staan dat de klager daarmee tevreden is. Dat
                    bepaalt ook artikel 9:5 van de Awb. Gezocht is naar een evenwicht tussen
                    enerzijds het belang van de klager bij een zorgvuldige, met procedurele
                    waarborgen omklede procedure en anderzijds het belang van het bestuursorgaan bij
                    een doelmatige, van overbodige bestuurslasten ontdane manier van
                    klachtafhandeling. Ingevolge artikel 9:3 Awb staat geen beroep of bezwaar open
                    tegen de informele wijze van klachtafdoening. </al><al>Zodra de klager mondeling of schriftelijk aangeeft dat het bestuursorgaan naar
                    tevredenheid aan zijn klacht tegemoet is gekomen, vervalt de verplichting tot
                    het verder behandelen van het klaagschrift. </al><al>Dat kan op elk moment in de procedure van klachtbehandeling, ook als afdeling
                    9.1.2 Awb van toepassing is. Daarmee worden zowel voor de burger als het
                    hoogheemraadschap onnodige kosten voorkomen. Bepalend is het moment dat de
                    klager tevreden is. </al><al>De wetgever laat in het midden hoe het bestuursorgaan vaststelt dat de klacht
                    naar het oordeel van de klager naar tevredenheid is afgehandeld. Het is
                    onvoldoende als het bestuursorgaan uitsluitend afgaat op de eigen overtuiging
                    van de juistheid en de adequaatheid van de behandeling. De klager hoeft dat
                    oordeel immers niet te delen.</al><al>Aanbevolen wordt de klager schriftelijk mee te delen dat het bestuursorgaan
                    ervan uitgaat dat de klager tevreden is over de wijze waarop de klacht is
                    afgehandeld. Ingeval de klager meent dat de klachtprocedure ten onrechte is
                    gestaakt, kan hij dat kenbaar maken. De klachtbehandeling dient dan
                    overeenkomstig afdeling 9.1.2 Awb te worden voortgezet.</al><al>Voor mondelinge klachten is het minder eenvoudig te bepalen waartoe het
                    bestuursorgaan gehouden is. De casusmogelijkheden zijn zo groot dat de wetgever
                    niet in staat is een regeling te treffen die voor alle mogelijkheden een
                    passende afdoeningsprocedure biedt. Een dergelijke regeling zou in veel gevallen
                    tot onnodige formalisering leiden.</al><al>Vaak kan een telefonische of in direct contact ingediende klacht eenvoudig
                    worden afgehandeld. Denkbaar is dat de klager tevreden kan worden gesteld met
                    een mondeling excuus van degene over wie geklaagd is of met het geven van
                    opheldering.</al><al>Bij de informele afdoening van klachten is een belangrijke rol weggelegd voor de
                    klachtencoördinator. Dat is immers degene die namens het bestuursorgaan het
                    mondelinge of schriftelijke contact met de klager en de beklaagde heeft. De
                    klachtencoördinator vergewist zich er zo goed mogelijk van of de klager tevreden
                    is over de afdoening van zijn klacht en handelt de klacht verder af.</al><al><vet>Artikel 10 - Termijn van afdoening en verdaging</vet></al><al>Als onmiddellijke afhandeling van de klacht in de gevallen bedoeld in artikel 8
                    of 9 niet mogelijk is, moet op enig moment wel een reactie op de klacht komen.
                    De termijn en de mogelijkheid van verdaging genoemd in artikel 10 zijn termijnen
                    van orde. Dat neemt niet weg dat een belangrijk element van de zorgplicht voor
                    een behoorlijke afdoening van klachten de ontwikkeling van een vaste gedragslijn
                    voor de klachtbehandeling is.</al><al>Is het niet mogelijk de klacht binnen de termijn te behandelen, dan moet binnen
                    deze termijn een brief naar de klager worden gezonden waarin wordt aangegeven
                    waarom de brief niet binnen de termijn kan worden afgehandeld. De brief dient
                    daarnaast een indicatie te bevatten van de termijn waarop afhandeling naar
                    verwachting kan plaatsvinden of waarbinnen bepaalde stappen in de procedure
                    kunnen worden gezet. De brief verstrekt tevens gegevens om in contact te komen
                    met de persoon die zich met de klachtbehandeling bezighoudt.</al><al><vet>Artikel 11 - Klachtbehandeling</vet></al><al>Dit artikel geeft aan wie de klacht behandelt. Er is een uitsplitsing gemaakt in
                    klachten die betrekking hebben op een gedraging van een ambtenaar en klachten
                    die betrekking hebben op een gedraging van een bestuursorgaan of een
                    bestuurslid.</al><al>De klager heeft recht op behandeling door een persoon die niet bij de gewraakte
                    gedraging betrokken is geweest. Dit is gebaseerd op het onpartijdigheidsbeginsel
                    dat in artikel 9:7, eerste lid, Awb is neergelegd. De eis van onpartijdigheid is
                    één van de beginselen van het klachtprocesrecht. In genoemde bepaling ligt
                    tevens het verbod van vooringenomenheid als bedoeld in artikel 2:4 Awb
                    besloten.</al><al>De formulering "door een persoon die niet bij de gedraging waarop de klacht
                    betrekking heeft, betrokken is geweest" maakt duidelijk dat niet alleen de
                    persoon die de concrete gedraging heeft gepleegd is uitgesloten als behandelaar
                    van de klacht. Bij klachten over een concreet handelen kunnen meer personen
                    betrokken zijn. Dan geldt dat geen van die personen de klacht over de gedraging
                    mag behandelen. Wanneer een persoon "betrokken" is, valt niet in algemene zin te
                    zeggen. Een medewerker die aanwezig was bij de gedraging waarover wordt
                    geklaagd, is niet zonder meer betrokken. Niettemin is het verstandig de kring
                    van betrokkenen ruim te nemen om daarmee de schijn van partijdigheid te
                    vermijden. Dit is met name van belang bij klachten wegens nalatigheid waarbij
                    niet concreet kan worden aangeduid wie er nalatig is geweest. Indien een
                    afdeling heeft nagelaten een brief te behandelen, kan niet één van de
                    medewerkers van die afdeling de klacht behandelen.</al><al>Een oordeel over een klacht wordt gevormd door het college van dijkgraaf en
                    hoogheemraden. Indien de klacht betrekking heeft op een gedraging van een
                    bestuursorgaan, van zijn voorzitter of van een van zijn leden, is artikel 9:7,
                    eerste lid, Awb niet van toepassing. Dat is logisch omdat het college van
                    dijkgraaf en hoogheemraden ook verantwoordelijk is voor de klachtbehandeling.
                    Het algemene verbod van vooringenomenheid geldt echter ook in dat geval
                    onverkort.</al><al><vet>Artikel 12 - Onderzoek en horen</vet></al><al>Een wezenlijk onderdeel van de behandeling van de klacht is het onderzoek van en
                    de rapportage over de klacht. Hierbij zullen de aanleiding en de feiten over de
                    toedracht van de klacht naar voren dienen te komen. De functionaris belast met
                    de behandeling van de klacht rapporteert de bevindingen aan het college van
                    dijkgraaf en hoogheemraden.</al><al>Het horen van diverse personen is onderdeel van de procedure en is belangrijk
                    voor een zorgvuldige voorbereiding. De klager kan afzien van de
                    hoormogelijkheid. Wordt er gehoord, dan wordt hiervan verslag gemaakt.</al><al><vet>Artikel 13 - Oordeelvorming, mededeling oordeel en verwijzing naar
                        Nationale ombudsman</vet></al><al>Het college van dijkgraaf en hoogheemraden vormt zich een oordeel na bestudering
                    van de bevindingen van het onderzoek naar de klacht en verbindt daaraan
                    eventuele conclusies. Tevens beoordeelt het college of de klacht terecht is
                    geweest of niet. </al><al>Dijkgraaf en hoogheemraden stellen de klager gemotiveerd in kennis van de
                    bevindingen van het onderzoek naar de klacht en de eventuele conclusies die het
                    college daaraan verbindt. Tevens wordt aangegeven of de klacht terecht is
                    geweest of niet. Voor zover een klacht (gedeeltelijk) terecht is geweest wordt
                    in de brief aangegeven welke maatregelen eventueel zullen worden genomen om
                    dergelijke klachten in de toekomst te voorkomen. Dit is gebaseerd op het
                    motiveringsbeginsel neergelegd in artikel 9:12 Awb.</al><al>Als de klager na de behandeling conform de Klachtenverordening ontevreden is
                    c.q. blijft, kan de klager zich daarover bij de Nationale ombudsman beklagen.
                    Deze mogelijkheid wordt in de brief vermeld. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor
                    het bericht dat de klacht niet verder wordt behandeld. Het adres van de
                    Nationale ombudsman voor klachten is: Antwoordnummer 10870, 2501 WB Den Haag
                    (Postbus 29729, 2502 LS Den Haag, telefoon: 070-3563563, fax: 070-3607572). </al><al>Artikel 9:3 van de Awb geeft aan dat tegen een besluit inzake de behandeling van
                    een klacht geen beroep kan worden ingesteld. Volgens de Awb-opzet kan er daarom
                    geen bezwaar worden ingediend. Het gaat om besluiten die in het kader van de
                    klachtbehandeling worden genomen. Daarmee wordt een opeenstapeling van
                    procedures (klacht, bezwaar en beroep) in hetzelfde geschil voorkomen. </al><al>Het schriftelijk en gemotiveerd in kennis stellen van de bevindingen van het
                    onderzoek naar de klacht en de daaraan verbonden conclusies wordt voorgeschreven
                    in artikel 9:12 Awb. In de Memorie van Toelichting van de wet staat dat de
                    inkennisstelling geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, Awb,
                    is.</al><al>Mocht de behandeling van een klacht leiden tot wijziging of intrekking van een
                    besluit waarmee de klacht verband houdt, dan geldt die wijziging of intrekking
                    niet als afhandeling van de klacht. Deze handeling wordt aangemerkt als een
                    ambtshalve wijziging of intrekking. Tegen de ambtshalve intrekking of wijziging
                    staat bezwaar en/of beroep open.</al><divisie><kop><titel>Artikel 14 - Intrekking, inwerkingtreding, citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel bevat de gebruikelijke slotbepalingen. Met toepassing van
                        artikel 74 Waterschapswet is bepaald dat deze verordening in werking treedt
                        met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><al><extref doc="/cvdr/images/Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier/i188497.pdf">Klachtenverordening HHNK 2010</extref></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>