<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR272693_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening behandeling bezwaren Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-03-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Holland Combinatie 04-03-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening behandeling bezwaren Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 78</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht, </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-03-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-03-14</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>09.30847</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur – waterschappen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 17-2-2010</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: Holland Combinatie 04-03-2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage resourceIdentifier="exb-2018-14390">Verordening behandeling bezwaren HHNK 2010</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening behandeling bezwaren Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk I Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: de Algemene wet bestuursrecht (Stb 1992,315).</al></li><li nr="b."><al>bestuursorgaan: het college van hoofdingelanden, het college van
                                    dijkgraaf en hoogheemraden, de dijkgraaf of een ander persoon of
                                    een ander college met enig openbaar gezag bekleed, ieder voor
                                    zover hun bevoegdheid betreft.</al></li><li nr="c."><al>commissie: een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de
                                    wet.</al></li><li nr="d."><al>voorzitter: de voorzitter zoals bedoeld in artikel 4 van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="e."><al>secretaris: de secretaris zoals bedoeld in artikel 5 van deze
                                    verordening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk II Bezwarencommissie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2 - Inleidende bepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96140_0_0_1_1_"> Er is een commissie voor de
                                voorbereiding van en de advisering over de beslissing op ingediende
                                bezwaren, als bedoeld in artikel 1:5 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96140_0_0_1_2_"> Het bestuursorgaan beslist op de bij hem
                                ingediende bezwaren na advies van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H96140_0_0_1_3_"> De commissie is niet bevoegd ten aanzien
                                van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van
                                verordeningen die voortvloeien uit hoofdstuk XVI van de
                                Waterschapswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 - Samenstelling commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96140_0_0_2_4_"> De commissie bestaat uit een
                                (plaatsvervangend) voorzitter en ten minste twee leden die allen
                                worden benoemd, geschorst en ontslagen door het college van
                                dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96140_0_0_2_5_"> Het college van dijkgraaf en
                                hoogheemraden benoemt overeenkomstig het eerste lid een genoegzaam
                                aantal plaatsvervangende leden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H96140_0_0_2_6_"> De (plaatsvervangend) voorzitter en de
                                leden van de commissie maken geen deel uit van en zijn niet werkzaam
                                onder de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan dat de
                                beslissing op het bezwaar neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 - Secretariaat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96140_0_0_3_7_"> Het secretariaat van de commissie wordt
                                gevoerd door een door het college van dijkgraaf en hoogheemraden
                                aangewezen ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96140_0_0_3_8_"> Het college van dijkgraaf en
                                hoogheemraden wijst tevens een of meer plaatsvervangers van de
                                secretaris aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H96140_0_0_3_9_"> De in het eerste lid bedoelde ambtenaar
                                is bevoegd om namens de voorzitter de in artikel 11 genoemde stukken
                                te ondertekenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 - Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96140_0_0_4_10_"> De (plaatsvervangend) voorzitter en de
                                leden van de commissie worden benoemd voor een periode van vier
                                jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96140_0_0_4_11_"> De voorzitter en de leden van de
                                commissie kunnen te allen tijde ontslag nemen door dit schriftelijk
                                mee te delen aan het hoogheemraadschap.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H96140_0_0_4_12_"> De aftredende voorzitter en de
                                aftredende leden van de commissie blijven hun functie waarnemen tot
                                in de opvolging is voorzien.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H96140_0_0_4_13_"> De (plaatsvervangend) voorzitter en de
                                leden van de commissie kunnen ten hoogste eenmaal worden
                                herbenoemd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 - Vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96140_0_0_5_14_"> De (plaatsvervangend) voorzitter en de
                                leden van de commissie ontvangen een vergoeding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96140_0_0_5_15_"> Het college van dijkgraaf en
                                hoogheemraden stelt de vergoeding vast.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk III De procedure</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7 - Ontvangst bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_1_1_"> Op het ingediende bezwaarschrift wordt
                                de datum van ontvangst aangetekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_1_2_"> Het bestuursorgaan stelt het
                                bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken zo spoedig
                                mogelijk in handen van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 - Overdracht bevoegdheden</titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolge artikel 2:1, tweede lid, 6:6, 6:17, 7:4,
                            tweede lid, en 7:6, vierde lid, van de wet worden voor toepassing van
                            deze verordening uitgeoefend door de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 - Inlichtingen en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_3_3_"> De voorzitter kan ten behoeve van de
                                voorbereiding van het advies rechtstreeks alle inlichtingen inwinnen
                                of doen inwinnen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_3_4_"> De voorzitter kan uit eigen beweging of
                                op verzoek van de commissie bij deskundigen advies inwinnen en dezen
                                zonodig uitnodigen ter zitting te verschijnen. Indien daaraan kosten
                                zijn verbonden, is vooraf machtiging vereist van het college van
                                dijkgraaf en hoogheemraden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10- Plaats en tijdstip hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_4_5_"> De voorzitter bepaalt tijd en plaats van
                                de zitting, waarin de belanghebbenden en het bestuursorgaan in de
                                gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen
                                horen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_4_6_"> De commissie beslist over de toepassing
                                van artikel 7:3 van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11- Uitnodiging hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_5_7_"> De voorzitter deelt de belanghebbenden
                                en het bestuursorgaan ten minste drie weken voor de zitting
                                schriftelijk mee dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich te
                                doen horen tijdens de zitting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_5_8_"> Indien een belanghebbende of het
                                bestuursorgaan wijziging wenst van het tijdstip van de zitting,
                                verzoekt het dit binnen drie dagen na ontvangst van de in het eerste
                                lid bedoelde mededeling onder opgaaf van redenen aan de
                                voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_5_9_"> De beslissing van de voorzitter op een
                                verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt zo spoedig mogelijk,
                                doch ten minste een week voor de zitting, schriftelijk aan de
                                belanghebbenden en het bestuursorgaan meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_5_10_"> De voorzitter is bevoegd in bijzondere
                                omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de
                                termijnen als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid van dit
                                artikel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_5_11_"> Een gemachtigde overlegt ter zitting
                                een schriftelijke en door de indiener ondertekende machtiging,
                                tenzij hij is ingeschreven als advocaat of procureur of de indiener
                                zelf met hem verschijnt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 - Quorum</titel></kop><al>Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van de
                            commissie, waaronder in ieder geval de voorzitter dan wel zijn
                            plaatsvervanger, aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 - Onpartijdigheid commissieleden</titel></kop><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                            voorbereiding van en beraadslaging over het advies inzake de beslissing
                            op het bezwaar indien bij hen sprake is van vooringenomenheid of
                            persoonlijk belang bij de beslissing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 - Openbaarheid van de zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_8_12_"> De zitting is openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_8_13_"> Indien gewichtige redenen aanwezig zijn
                                die zich verzetten tegen de openbaarheid van de zitting, besluit de
                                commissie dat de zitting plaatsvindt met gesloten deuren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_8_14_"> Indien belanghebbenden afzonderlijk
                                zijn gehoord, wordt ieder van hen op de hoogte gesteld van hetgeen
                                is verhandeld tijdens het horen buiten zijn afwezigheid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_8_15_"> De voorzitter kan, als geheimhouding om
                                gewichtige redenen is geboden, de toepassing van het derde lid
                                achterwege laten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 - Schriftelijke vastlegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_9_16_"> Het verslag als bedoeld in artikel 7:7
                                van de wet vermeldt de namen van de aanwezigen, met daarbij een
                                vermelding van hun hoedanigheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_9_17_"> Het verslag houdt een korte vermelding
                                in van al hetgeen over en weer is gezegd en overigens ter zitting is
                                voorgevallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_9_18_"> Indien de zitting geheel of
                                gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond of indien
                                belanghebbenden respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars
                                tegenwoordigheid zijn gehoord, wordt dit in het verslag
                                vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_9_19_"> Het verslag verwijst naar de ter
                                zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag worden
                                gehecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_9_20_"> Het verslag wordt ondertekend door de
                                voorzitter en de secretaris.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 - Nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_10_21_"> Indien na afloop van de zitting, maar
                                voor het uitbrengen van het advies een nader onderzoek wenselijk is,
                                kan de voorzitter uit eigen beweging of op verzoek van de commissie
                                dit onderzoek houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_10_22_"> De uit nader onderzoek verkregen
                                informatie wordt in afschrift toegezonden aan de leden van de
                                commissie, het bestuursorgaan en de belanghebbenden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_10_23_"> De leden van de commissie, het
                                bestuursorgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na
                                verzending van de in het tweede lid bedoelde nadere informatie aan
                                de voorzitter een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe
                                hoorzitting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_10_24_"> De commissie beslist omtrent een
                                dergelijk verzoek.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_10_25_"> Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld
                                in het derde lid, zijn de bepalingen in deze verordening die
                                betrekking hebben op de hoorzitting zoveel mogelijk van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 - Raadkamer en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_11_26_"> De commissie beraadslaagt en beslist
                                met gesloten deuren over het door haar aan het bestuursorgaan uit te
                                brengen advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_11_27_"> De commissie beslist bij meerderheid
                                van stemmen over het uit te brengen advies. Indien bij een stemming
                                de stemmen staken dan beslist de stem van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_11_28_"> Het advies is gemotiveerd en omvat een
                                voorstel aan het bestuursorgaan voor de te nemen beslissing op het
                                bezwaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_11_29_"> Het advies wordt ondertekend door de
                                voorzitter en de secretaris.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 - Uitbrengen advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_12_30_"> Het schriftelijk advies wordt, onder
                                meezending van het verslag als bedoeld in artikel 15 en eventueel
                                door de commissie ontvangen nadere informatie, tijdig uitgebracht
                                aan het bestuursorgaan dat de gevraagde beslissing dient te
                                nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_12_31_"> Indien naar het oordeel van de
                                voorzitter de termijn, zoals bedoeld in het artikel 7:10 eerste lid
                                van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van
                                een advies door de commissie en het nemen van een beslissing door
                                het bestuursorgaan, verzoekt de voorzitter het bestuursorgaan tijdig
                                de beslissing te verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_12_32_"> Van een besluit tot verdaging
                                ontvangen de commissie en de belanghebbenden bericht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H96141_0_0_12_33_"> Het bestuursorgaan zendt de commissie
                                een afschrift van zijn beslissing op het bezwaar.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk IV Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 19 - Intrekking, inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H96142_0_0_1_1_"> De Verordening behandeling bezwaren
                                Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2003, vastgesteld bij
                                besluit van 28 mei 2003, nr. 03.7899, wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H96142_0_0_1_2_"> Deze verordening treedt in werking met
                                ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H96142_0_0_1_3_"> Deze verordening kan worden aangehaald
                                als: Verordening behandeling bezwaren Hoogheemraadschap Hollands
                                Noorderkwartier 2010 of Verordening behandeling bezwaren HHNK
                                2010.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het college van
                        hoofdingelanden van 17 februari 2010.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al><vet>1. Inleiding</vet></al><al>Met de inwerkingtreding van de Algemene wet bestuursrecht (verder Awb) per 1
                    januari 1994 heeft een belangrijke wijziging plaatsgevonden in het recht ten
                    aanzien van de behandeling van bezwaarschriften. Regelingen die voorheen her en
                    der stonden verspreid in een groot aantal wetten werden vervangen door een meer
                    uniforme en meer doorzichtige regeling in de Awb. Ondanks de regeling in de Awb
                    is het hanteren van een verordening behandeling bezwaren toch noodzakelijk.
                    Enerzijds is veel van de regelgeving in de Awb van regelend recht, waarbij het
                    bestuursorgaan over een grote mate van beleidsvrijheid beschikt om de regeling
                    al dan niet (gewijzigd) toe te passen. Anderzijds is veel van de regelgeving van
                    (semi) dwingend recht, waarvan niet of slechts bij uitzondering kan worden
                    afgeweken. Om willekeur in de behandeling van bezwaren te voorkomen is de
                    hantering van een verordening, waarin duidelijke richtlijnen zijn opgenomen voor
                    de behandeling van bezwaren, onontbeerlijk. </al><al>De voorgaande verordening is ingevoerd in 2003. Met ingang van 2010 is de
                    verordening aangepast. De verordening zoals deze luidt met ingang van 2010 wijkt
                    af van de verordening 2003 met betrekking tot de indeling van de kamers. De
                    commissie was aanvankelijk verdeeld in een personele en algemene kamer. De
                    algemene kamer adviseert over bezwaren van burgers en ingelanden tegen
                    bestuurlijke besluiten, de personele kamer over bezwaren van personeelsleden
                    tegen rechtspositionele besluiten. Met ingang van 2010 is de personele kamer
                    opgeheven. Verder is in de nieuwe verordening een beperking gesteld aan de
                    mogelijkheid tot herbenoeming van commissieleden.</al><al><vet>2. Adviescommissie</vet></al><al>Een adviescommissie weerspiegelt het meest het tweeledige karakter van een
                    bezwaarschriftenprocedure; enerzijds als zelfstandig rechtsmiddel en anderzijds
                    als een vorm van verlengde besluitvorming. Door het instellen van een
                    adviescommissie wordt recht gedaan aan zowel de keuze voor distantie van de
                    oorspronkelijke besluitvorming als aan de rechtszekerheid. Het beginsel van de
                    bezwaarschriftenprocedure dat het orgaan dat het bestreden besluit heeft genomen
                    na heroverweging een nieuw besluit dient te nemen, wordt daardoor niet
                    aangetast. Tevens blijkt dat door de instelling van een adviescommissie de
                    zeefwerking van de bezwaarschriftprocedure toeneemt. De belanghebbende voelt
                    zich veelal meer serieus genomen als het bestuursorgaan zich eveneens ten
                    opzichte van een commissie dient te verantwoorden en zal minder snel geneigd
                    zijn beroep in te stellen tegen de beslissing op het bezwaar.</al><al>De wettelijke grondslag voor het instellen van een adviescommissie voor de
                    beslissing op bezwaren is vervat in artikel 7:13 Awb. Dit artikel bepaalt dat de
                    commissie dient te bestaan uit een voorzitter en ten minste twee leden. De
                    voorzitter dient hierbij geen deel uit te maken van en niet werkzaam te zijn
                    onder de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.</al><al>De bepalingen over de verdere samenstelling van de commissie kunnen door het
                    bestuursorgaan worden aangevuld. In verband met de gewenste onafhankelijkheid
                    dienen de leden van de beide kamers eveneens geen deel uit te maken van en niet
                    werkzaam te zijn onder de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.</al><al><vet>3. De behandeling van bezwaarschriften</vet></al><al>Om een goed en volledig beeld te kunnen krijgen van de te volgen procedure bij
                    de behandeling van bezwaarschriften is het noodzakelijk om de bepalingen uit de
                    Awb en de verordening naast elkaar te plaatsen. In de artikelsgewijze
                    toelichting wordt dan ook zoveel mogelijk verwezen naar de desbetreffende
                    bepalingen van de Awb die van belang zijn in de bezwaarschriftprocedure.</al><al>Op grond van artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het
                    indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken. Het bestuursorgaan beslist
                    vervolgens op grond van artikel 7:10 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht
                    binnen twaalf weken met maximaal zes weken verdaging na ontvangst van het
                    bezwaarschrift. Termijnen overigens waarover direct belanghebbenden in de
                    correspondentie van het hoogheemraadschap uitdrukkelijk zullen worden
                    geïnformeerd.</al><al>Bij de behandeling van bezwaarschriften is het bestuursorgaan verplicht
                    belanghebbenden in de gelegenheid te stellen te worden gehoord (artikel 7:2
                    Awb). Voor een aantal besluiten wordt echter een uitzondering gemaakt op de
                    hoorplicht. De verordening regelt het horen niet uitputtend omdat de Awb zelf
                    reeds een aantal bepalingen voor het horen geeft (zie bijvoorbeeld de artikelen
                    7:2, 7:9 en 7:13 Awb). Die bepalingen zijn deels dwingend van aard, zodat
                    daarvan niet kan worden afgeweken. Deels betreft het ook bepalingen die als
                    hoofdregel gelden maar waarvan in bijzondere gevallen door lagere regelgevers
                    kan worden afgeweken.</al><al><vet>4. Afronding van de procedure</vet></al><al>De verordening spitst zich met name toe op de behandeling van bezwaarschriften
                    en eindigt er in feite mee dat door de commissie schriftelijk advies wordt
                    uitgebracht aan het beslissende bestuursorgaan. Is een bezwaarschrift
                    niet-ontvankelijk dan wordt aan de vraag over de gegrondheid van de bezwaren
                    niet toegekomen. In artikel 7:11 van de Awb is bepaald dat indien het bezwaar
                    ontvankelijk is, op grondslag daarvan een heroverweging van het bestreden
                    besluit plaatsvindt. Voorzover de heroverweging daartoe aanleiding geeft
                    herroept het bestuursorgaan het bestreden besluit en neemt het voorzover nodig
                    in plaats daarvan een nieuw besluit. Dit nieuwe besluit treedt daarmee in de
                    plaats van het oorspronkelijke (bestreden) besluit. Het bestuursorgaan zendt
                    vervolgens een afschrift van zijn beslissing zowel naar de belanghebbende(n) als
                    naar de commissie. </al><al>In artikel 7:12 Awb is voorgeschreven dat de beslissing op het bezwaarschrift
                    berust op een deugdelijke motivering, die bij de bekendmaking wordt vermeld.
                    Daarbij is het van belang dat indien het bestuursorgaan afwijkt van het advies
                    van de commissie, in de beslissing de reden van die afwijking wordt vermeld en
                    het advies met de beslissing aan belanghebbende wordt meegezonden. </al><al>Ten slotte wordt verwezen naar artikel 6:23 Awb, waarin wordt voorgeschreven dat
                    indien beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing op het bezwaar, daarvan
                    bij de bekendmaking van de beslissing melding wordt gemaakt. Daarbij moet worden
                    aangegeven door wie, binnen welke termijn en bij welk orgaan beroep kan worden
                    ingesteld. De algemene regeling is dat tegen de beslissing op het bezwaarschrift
                    beroep kan worden ingesteld bij de sector bestuursrecht van de
                    arrondissementsrechtbank.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al><vet>Hoofdstuk I Begripsomschrijvingen</vet></al><al><vet>Artikel 1 - Begripsomschrijvingen</vet></al><al>De verwijzing naar de Algemene wet bestuursrecht onder a. is zo uitgebreid
                    geformuleerd om een zo eenduidig mogelijk vertrekpunt te hebben, namelijk de
                    tekst zoals deze in het Staatsblad 1992, 315 was opgenomen. In dit verband zij
                    ook verwezen naar aanwijzing 92 van de op 1 januari 1993 in werking getreden
                    aanwijzingen voor de regelgeving waarin wordt bepaald dat ‘indien een regeling
                    verwijst naar normen die zijn vervat in een andere Nederlandse
                    publiekrechtelijke regeling, die verwijzing mede nadien in werking getreden
                    verwijzingen van die regeling omvat, tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld'. De
                    Awb geeft in artikel 1:1 tot en met 1:5 een aantal begripsomschrijvingen die
                    binnen het gehele bestuursrecht van toepassing zijn. De daar omschreven
                    begrippen hoeven in de onderhavige verordening dan ook niet te worden
                    beschreven.</al><al>Het begrip ‘bestuursorgaan , dat in artikel 1:1, eerste lid Awb wordt
                    omschreven, wordt in artikel 1, onderdeel b, van de verordening nader
                    geconcretiseerd, in die zin dat de bestuursorganen van het hoogheemraadschap met
                    name worden genoemd. Door op deze manier het begrip bestuursorgaan in te vullen,
                    kan de verordening altijd van toepassing worden geacht wanneer er sprake is van
                    een besluit dat genomen is door een bestuursorgaan van het hoogheemraadschap in
                    de zin van artikel 1, onderdeel b, en tegen welk besluit bezwaar kan worden
                    gemaakt.</al><al><vet>Hoofdstuk II Bezwarencommissie</vet></al><al><vet>Artikel 2 - Inleidende bepaling</vet></al><al>In de algemene toelichting is de keuze voor het instellen van een
                    adviescommissie nader ver(ant)woord. De commissie wordt via deze inleidende
                    bepaling als zodanig geïntroduceerd.</al><al>Artikel 1, onderdeel c, verwijst naar de commissie zoals de Awb die kent. Het
                    eerste lid van artikel 2 verwijst naar artikel 1:5 van de Awb, waarin is
                    omschreven wat onder het maken van bezwaar dient te worden verstaan. Het tweede
                    lid bepaalt dat het bestuursorgaan op de bij hem ingediende bezwaren na advies
                    van de commissie beslist. Voor een toelichting op dit lid wordt verwezen naar de
                    algemene toelichting op deze verordening.</al><al>Het derde lid bepaalt dat de commissie niet bevoegd is te adviseren ten aanzien
                    van de behandeling van bezwaarschriften tegen belastingbesluiten op grond van de
                    desbetreffende verordeningen. Deze verordeningen vloeien voort uit de
                    Waterschapswet (artikel 110). Artikel 115, tweede lid Waterschapswet stelt leges
                    gelijk met waterschapsbelastingen voor de toepassing van hoofdstuk XVIII inzake
                    de formele bepalingen betreffende heffing en de invordering. Hoewel het maken
                    van bezwaar tegen belastingbesluiten mogelijk is, adviseert de commissie niet op
                    dit ingediende bezwaar. Het uitsluiten van de commissie ten aanzien van
                    ingediende bezwaren tegen de hierboven genoemde belastingbesluiten sluit aan bij
                    de huidige praktijk. Hiervoor kunnen verschillende redenen worden
                    aangevoerd.</al><al>Ten eerste heeft een belastingbesluit (bijvoorbeeld een belastingaanslag) vaak
                    een gebonden karakter. Het besluit wordt ambtshalve gegeven op grond van een
                    belastingverordening waarbij weinig ruimte is voor een belangenafweging. Dit
                    heeft ook gevolgen voor de inhoud van het advies die de commissie zou kunnen
                    geven. Advisering door de commissie heeft in dit geval geen meerwaarde. Ten
                    tweede kent zowel de Invorderingswet als de Algemene wet inzake rijksbelasting
                    een eigen systematiek ten aanzien van besluitvorming en de rechtsbescherming.
                    Met name wat betreft de hoorplicht en de beslistermijn op het bezwaarschrift
                    kennen de Invorderingswet en de Algemene wet inzake de rijksbelasting afwijkende
                    bepalingen ten opzichte van de Awb. Ten derde moet worden verwacht dat in
                    verband met de massaliteit van de belastingbesluiten het aantal bezwaarschriften
                    waarover de commissie zou moeten adviseren onevenredig veel werkzaamheden met
                    zich meebrengt.</al><al><vet>Artikel 3 - Samenstelling commissie</vet></al><al>Het college van dijkgraaf en hoogheemraden benoemt de commissieleden. De
                    voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de leden van de commissie zijn
                    onafhankelijke personen. Zij zijn dus noch lid van het college van dijkgraaf en
                    hoogheemraden noch van het college van hoofdingelanden. Evenmin kunnen zij
                    minister, staatssecretaris, lid van de Raad van State, lid van de Algemene
                    Rekenkamer, commissaris van de Koningin, lid van Gedeputeerde Staten, griffier
                    der Staten of ambtenaar zijn door of vanwege het college van dijkgraaf en
                    hoogheemraden aangesteld of daaraan ondergeschikt.</al><al><vet>Artikel 4 - Secretariaat</vet></al><al>De secretaris is een ambtenaar die is aangewezen om de adviescommissie ambtelijk
                    te ondersteunen gedurende de behandeling van het bezwaarschrift.</al><al><vet>Artikel 5 - Zittingsduur</vet></al><al>Er is gekozen om de (plaatsvervangend) voorzitter en de leden voor vier jaar te
                    benoemen. Daarna is herbenoeming mogelijk voor ten hoogste één termijn. De
                    bepaling in het derde lid is een ordebepaling.</al><al><vet>Artikel 6 - Vergoedingen</vet></al><al>Gekozen is voor een vergoeding per uitgebracht advies. Dit betekent dat aan de
                    leden van de commissie ook een vergoeding wordt toegekend indien door de
                    commissie zou worden afgezien van het horen van belanghebbenden, bijvoorbeeld
                    omdat het bezwaarschrift niet-ontvankelijk is of belanghebbenden hebben
                    verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord. </al><al>Hoofdstuk III De procedure</al><al><vet>Artikel 7 - Ontvangst bezwaarschrift</vet></al><al>In artikel 6:14 Awb is vermeld dat de ontvangst van een bezwaarschrift wordt
                    bevestigd (per post of door overhandiging van een ontvangstbevestiging).
                    Bezwaarschriften kunnen in sommige gevallen elektronisch worden ingediend. Het
                    college van dijkgraaf en hoogheemraden heeft in de ‘Regeling elektronisch
                    bestuurlijk verkee'' nadere regels vastgesteld voor de wijze waarop deze
                    bezwaarschriften worden behandeld. Het is verstandig om in de
                    ontvangstbevestiging te vermelden dat de indiener in de gelegenheid zal worden
                    gesteld te worden gehoord. Op grond van artikel 7:13, tweede lid Awb dient
                    tevens in de ontvangstbevestiging te worden vermeld dat de commissie over het
                    bezwaar zal adviseren. De indiener wordt op deze wijze in een vroeg stadium op
                    de hoogte gebracht van de te volgen procedure.</al><al>Het verdient aanbeveling om, naast aantekening van de datum van ontvangst op het
                    bezwaarschrift, de envelop waarin het is verzonden te bewaren; dit gezien het
                    belang van de datum van het poststempel en ter voorkoming van onnodige
                    geschillen omtrent ontvankelijkheid. Op het moment dat het bezwaarschrift in
                    handen is gesteld van de commissie kan met de behandeling worden begonnen. In
                    verband met de beslistermijnen die de Awb stelt verdient het de voorkeur om ook
                    daadwerkelijk uitvoering te geven aan het gestelde in het tweede lid (‘zo
                    spoedig mogelijk').</al><al><vet>Artikel 8 - Overdracht bevoegdheden</vet></al><al>Ingevolge artikel 7:13 Awb beslist de commissie over de toepassing van artikel
                    7:4, zesde lid, artikel 7:5, tweede lid, en voor zover bij wettelijk voorschrift
                    is bepaald, artikel 7:3 Awb. Gezien het imperatieve karakter van deze bepaling
                    is het niet mogelijk om deze bevoegdheden aan de voorzitter of een ander lid van
                    de commissie op te dragen. Dit geldt echter niet voor de overdracht van de
                    onderhavige bevoegdheden; deze kunnen wel bij verordening aan de voorzitter of
                    de secretaris worden overgedragen. De secretaris is werkzaam onder
                    verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.</al><al>De voorzitter maakt krachtens artikel 7:13 Awb daarentegen geen deel uit van en
                    is niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. In de
                    persoon van de voorzitter ligt daarom een zekere waarborg.</al><al>Artikel 8 regelt de overdracht van de volgende bevoegdheden.</al><lijst><li nr="•"><al>2:1, tweede lid Awb: De voorzitter kan een machtiging verlangen van een
                            gemachtigde. Tevens kan de voorzitter een schriftelijke machtiging
                            verlangen van degene die het bestuursorgaan vertegenwoordigt.</al></li><li nr="•"><al>6:6 Awb: De voorzitter kan een termijn stellen waarbinnen het verzuim,
                            in de zin van het niet voldoen aan de vereisten voor indiening van het
                            bezwaarschrift (artikel 6:5 Awb), kan worden hersteld. Dit dient een
                            redelijke termijn te zijn. In de meeste gevallen zal een termijn van
                            twee weken na het einde van de bezwarentermijn voldoende zijn.</al></li><li nr="•"><al>6:17 Awb: Het verdient aanbeveling de op de zaak betrekking hebbende
                            stukken niet alleen aan de gemachtigde maar ook aan de indiener van het
                            bezwaar toe te zenden.</al></li><li nr="•"><al>7:4, tweede lid Awb: Het ter inzage leggen van het bezwaarschrift en de
                            op de zaak betrekking hebbende stukken kan geschieden ten kantore van
                            het hoogheemraadschap.</al></li><li nr="•"><al>7:6, vierde lid Awb: Het is aan de voorzitter om af te wegen of er
                            inderdaad sprake is van gewichtige redenen die rechtvaardigen dat
                            belanghebbenden, wanneer zij afzonderlijk zijn gehoord, niet op de
                            hoogte worden gesteld van het verhandelde tijdens het horen buiten hun
                            aanwezigheid.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9 - Inlichtingen en advies</vet></al><al>De voorzitter draagt zorg voor een voldoende voorbereiding van de advisering
                    over de beslissing op het bezwaar. Hij krijgt de bevoegdheid om alle gewenste
                    inlichtingen zowel in- als extern in te winnen, die nodig zijn voor de
                    beoordeling van het bezwaar. Zo moet het mogelijk zijn om met de indiener in
                    contact te treden om nadere informatie in te winnen of bijvoorbeeld hem bij
                    kennelijke niet-ontvankelijkheid in overweging te geven het bezwaarschrift in te
                    trekken.</al><al>Indien advies wordt ingewonnen bij externe deskundigen dan kan dit kosten met
                    zich meebrengen. Normaal gesproken is in de begroting een post opgenomen die de
                    vergoeding van onkosten regelt die verbonden zijn aan de werkzaamheden van de
                    bezwarencommissie. Het bepaalde in het tweede lid heeft betrekking op bijzondere
                    kosten waarvoor vaak geen voorziening is getroffen. Aangezien het college van
                    dijkgraaf en hoogheemraden is belast met de uitvoering van de begroting, ligt
                    het voor de hand dat deze kosten niet worden gemaakt dan nadat het college van
                    dijkgraaf en hoogheemraden in de gelegenheid is gesteld te beoordelen of deze
                    uitgaven binnen een begrotingspost vallen.</al><al><vet>Artikel 10 - Plaats en tijdstip hoorzitting</vet></al><al>Hiervoor wordt verwezen naar de toelichting op artikel 11 van deze
                    verordening.</al><al><vet>Artikel 11 - Uitnodiging hoorzitting</vet></al><al>Eerste lid: Voor het geval belanghebbende zich laat vertegenwoordigen bepaalt
                    artikel 6:17 Awb dat het bestuursorgaan de uitnodiging voor de hoorzitting ook
                    aan gemachtigde zendt. Het is van belang, mede in verband met een zorgvuldige
                    afweging van de bij het besluit betrokken belangen, dat ook het bestuursorgaan
                    ter zitting is vertegenwoordigd. De termijn van drie weken die ligt tussen de
                    oproeping en de zitting zelf is zodanig dat belanghebbenden en het
                    bestuursorgaan zich behoorlijk op de zitting kunnen voorbereiden.</al><al>Tweede lid: In deze bepaling is voorzien in de mogelijkheid om uitstel van de
                    zitting te verzoeken.</al><al>Een verzoek behoeft niet altijd te worden gehonoreerd. In verband met de
                    beslistermijnen verdient het aanbeveling om een zodanig verzoek slechts eenmaal
                    en voor een beperkte tijd in te willigen. </al><al>Derde lid: Op grond van deze bepaling worden betrokkenen tijdig op de hoogte
                    gesteld van de beslissing op het verzoek om uitstel.</al><al>Vierde lid: Er kunnen zich omstandigheden voordoen die tot gevolg hebben dat de
                    termijnen als bedoeld in het eerste lid en het derde lid van dit artikel niet
                    gehandhaafd kunnen worden. Het bepaalde in dit lid betreft een zogenaamde
                    hardheidsclausule zodat overschrijding van deze termijn niet fataal hoeft te
                    zijn en belanghebbenden niet in hun belangen worden geschaad.</al><al><vet>Artikel 12 - Quorum</vet></al><al>Uitgaande van een adviescommissie bestaande uit twee leden en een voorzitter,
                    zullen in ieder geval twee leden van de adviescommissie aanwezig moeten zijn bij
                    het horen. Eén van de aanwezige leden dient de voorzitter of zijn
                    plaatsvervanger te zijn. Artikel 7:13, derde lid, Awb geeft de bevoegdheid aan
                    de commissie het horen op te dragen aan de voorzitter dan wel aan een
                    onafhankelijk lid van de commissie. Hoewel het horen aan één persoon kan worden
                    opgedragen verdient het aanbeveling om toch een quorum te hanteren. De
                    aanwezigheid van een meerderheid van het aantal leden van de commissie zal naar
                    de burger vertrouwen wekken in tegenstelling tot het gehoord worden door één
                    persoon. Bij de ontvangstbevestiging dient immers te worden vermeld dat op grond
                    van artikel 7:13, tweede lid, Awb een adviescommissie over het bezwaar zal
                    adviseren.</al><al><vet>Artikel 13 - Onpartijdigheid commissieleden</vet></al><al>Een dergelijke bepaling is ook neergelegd voor het bestuursorgaan en de daarvoor
                    werkzame personen in artikel 2:4 Awb. In dit artikel van de verordening wordt
                    echter onpartijdigheid van de leden van de adviescommissie voorgeschreven. Het
                    is aan de leden van de adviescommissie zelf om dit te beoordelen per concreet
                    bestreden besluit.</al><al><vet>Artikel 14 - Openbaarheid van zitting</vet></al><al>Ingevolge artikel 7:5, tweede lid, Awb besluit het bestuursorgaan, voor zover
                    niet bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of het horen in het openbaar
                    plaatsvindt. De Awb schrijft niet voor dat de hoorzitting bij een
                    bezwaarschriftprocedure openbaar moet zijn. In artikel 7:13, vierde lid, Awb
                    wordt de bevoegdheid om te beslissen over het al dan niet horen in het openbaar
                    aan de adviescommissie toegekend. In de onderhavige verordeningsbepaling is
                    vastgelegd dat de zitting, het horen, in principe in het openbaar plaatsvindt.
                    Uitzondering op deze regel blijft mogelijk, bijvoorbeeld in het geval dat
                    bijzondere persoonlijke zaken van familiaire, medische of financiële aard dan
                    wel andere zaken met een vertrouwelijk karakter aan de orde komen.
                    Belanghebbenden of vertegenwoordigers van het bestuursorgaan kunnen een verzoek
                    indienen de zitting met gesloten deuren voort te zetten. Aan dit verzoek wordt
                    eerst gevolg gegeven nadat met gesloten deuren is beslist of aan het verzoek kan
                    worden voldaan.</al><al>De zitting dient te worden onderscheiden van de beraadslaging van de commissie,
                    die ingevolge artikel 17 met gesloten deuren plaatsvindt.</al><al><vet>Artikel 15 - Schriftelijke vastlegging</vet></al><al>Artikel 7:7 Awb eist zeer kort en bondig dat van het horen een verslag wordt
                    gemaakt. De wijze waarop en de inhoudelijke vereisten die aan het verslag worden
                    gesteld, worden niet door de Awb geregeld. Het bepaalde in het eerste lid hoeft
                    niet zover te strekken dat van al het aanwezige publiek naam en hoedanigheid
                    wordt opgenomen. Wel zal uit het verslag duidelijk moeten blijken wie namens
                    welke partij aanwezig was en wat door hen naar voren is gebracht.</al><al><vet>Artikel 16 - Nader onderzoek</vet></al><al>Een nader onderzoek kan feiten of omstandigheden aan het licht brengen die op
                    het moment van de zitting nog niet bekend waren. Dit kan aanleiding zijn om
                    belanghebbenden en het bestuursorgaan opnieuw te horen. De onderhavige bepaling
                    voorziet in de mogelijkheid dat belanghebbenden, bestuursorgaan of
                    commissieleden aan de voorzitter een verzoek doen om een nieuwe zitting te
                    houden. Vervolgens is het aan de commissie om dit verzoek al of niet in te
                    willigen. Artikel 7:9 Awb bepaalt dat indien het feiten of omstandigheden
                    betreft die voor de op het bezwaar te nemen beslissing van aanmerkelijk belang
                    kunnen zijn, dit aan belanghebbenden wordt meegedeeld en zij opnieuw in de
                    gelegenheid worden gesteld te worden gehoord. </al><al><vet>Artikel 17 - Raadkamer en advies</vet></al><al>In tegenstelling tot de hoorzitting, die in beginsel openbaar is, vindt de hier
                    bedoelde beraadslaging altijd plaats met gesloten deuren. In het tweede lid is
                    bepaald dat de stem van de voorzitter beslissend is bij het staken van de
                    stemmen. Dit kan zich namelijk voordoen in die gevallen waarin het
                    vergaderquorum (de voorzitter en een lid) wel aanwezig is, maar de stemmen
                    staken. Ook is het mogelijk dat bij een voltallige commissie één van de leden
                    zich van stemming onthoudt.</al><al><vet>Artikel 18 - Uitbrengen advies</vet></al><al>Volgens artikel 7:13, zesde lid, Awb maakt in de bezwaarschriftenprocedure het
                    verslag van de hoorzitting deel uit van het advies van de commissie en wordt het
                    schriftelijk uitgebracht. De beslistermijn bedraagt ingevolge artikel 7:10 Awb
                    tien weken, behoudens in het geval van opschorting of met gebruikmaking van de
                    mogelijkheid van verdaging. Het derde lid houdt in dat er van de voorzitter
                    wordt verwacht dat, ingeval hij voorziet dat de termijn als hiervoor bedoeld
                    niet wordt gehaald, hij tijdig het bestuursorgaan verzoekt de beslissing op het
                    bezwaar te verdagen. Het besluit tot verdaging is een beschikking. Ingevolge
                    artikel 7:14 Awb zijn de artikelen 3:41 tot en met 3:45 van die wet, regelende
                    de wijze van bekendmaking en mededeling van besluiten, in casu niet van
                    toepassing.</al><al>Artikel 3:40 Awb is wel van toepassing. Dit artikel bepaalt dat een besluit niet
                    in werking treedt voordat het is bekendgemaakt. Het ligt voor de hand in verband
                    hiermee ook belanghebbenden een afschrift van het verdagingbesluit toe te
                    zenden. Als het bestuursorgaan een beslissing heeft genomen dan wordt een
                    afschrift hiervan aan de commissie toegezonden. Dit is onder meer van belang om
                    een goede wisselwerking tussen het bestuursorgaan en de commissie te creëren. De
                    commissie ziet wat er met haar advies wordt gedaan en kan daarvan leren en
                    vervolgens hierop inspelen bij toekomstige soortgelijke zaken.</al><al>Hoofdstuk IV Slotbepalingen</al><al><vet>Artikel 19 - Intrekking, inwerkingtreding en citeertitel</vet></al><al>In de artikelen 73 tot en met 76 Waterschapswet is de bekendmaking en
                    inwerkingtreding geregeld van besluiten die algemeen verbindende voorschriften
                    inhouden. De bepalingen over bekendmaking en mededeling van besluiten zoals
                    opgenomen in afdeling 3:6 Awb zijn op algemeen verbindende voorschriften niet
                    van toepassing (zie artikel 3:1 Awb dat aangeeft dat op besluiten, inhoudende
                    algemeen verbindende voorschriften, slechts de afdelingen 2 tot en met 5 van dat
                    hoofdstuk van toepassing zijn, en wel voor zover de aard van de besluiten zich
                    daartegen niet verzet). Ingevolge artikel 74 Waterschapswet treden
                    bekendgemaakte besluiten in werking met ingang van de achtste dag na die van de
                    bekendmaking, tenzij in deze besluiten daarvoor een ander tijdstip is
                    aangewezen. In het eerst lid van het onderhavige artikel wordt een ander
                    tijdstip van inwerkingtreding gebruikt.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><al><extref doc="/cvdr/images/Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier/i188495.pdf">Verordening behandeling bezwaren HHNK 2010</extref></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>