<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR272542_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Wegenverordening van Schieland en de Krimpenerwaard 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-12-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">IJssel en Lekstreek 2012, 49</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Wegenverordening van Schieland en de Krimpenerwaard 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-12-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>vv.28nov2012</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>OVERHEID.modelverordeningenDomein</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze verordening, vervalt de Wegenverordening van Schieland en de Krimpenerwaard, zoals vastgesteld bij besluit van het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard van 25 november 2009.</al><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 28-11-2012</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: IJssel- en Lekstreek 2012, 49</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-9176</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-9177</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-9178</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-9179</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-9180</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-9181</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Wegenverordening van Schieland en de Krimpenerwaard 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen </titel></kop><lid><lidnr>a</lidnr><al id="anker-H119400_0_1_1_1_"> beheer: de verantwoordelijkheid voor de
                                instandhouding en bruikbaarheid van de weg en voor het door het
                                waterstaatswerk vervullen van zijn functie of functies van algemeen
                                nut.</al></lid><lid><lidnr>b</lidnr><al id="anker-H119400_0_1_1_2_"> beplanting: hout-, struik-, veld- en
                                tuingewassen;</al></lid><lid><lidnr>c</lidnr><al id="anker-H119400_0_1_1_3_"> bestuur: het dagelijks bestuur van het
                                hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard;</al></lid><lid><lidnr>d</lidnr><al id="anker-H119400_0_1_1_4_"> grens van een weg: grens van al hetgeen
                                ingevolge artikel 1 onder h tot de weg behoort. Waar geen duidelijke
                                grens kan worden aangegeven, is - voor de toepassing van de
                                verordening - de kadastrale eigendomsgrens bepalend;</al></lid><lid><lidnr>e</lidnr><al id="anker-H119400_0_1_1_5_"> k unstwerken: bouwkundige constructies
                                die deel uitmaken van het weglichaam zoals bruggen, tunnels,
                                viaducten, sluizen, duikers en andere vergelijkbare
                                voorzieningen;</al></lid><lid><lidnr>f</lidnr><al id="anker-H119400_0_1_1_6_"> rijbaan: Het aaneengesloten deel van
                                een verharde weg dat ervoor bestemd is om door voertuigen te worden
                                bereden. Fietspaden, kaden en onverharde paden vallen dus niet onder
                                de definitie van rijbaan en worden aangeduid met ‘paden';</al></lid><lid><lidnr>g</lidnr><al id="anker-H119400_0_1_1_7_"> waterstaatswerk:
                                oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering, ondersteunend
                                kunstwerk en bijbehorende onderhoudsstroken, als zodanig in de
                                legger is aangegeven, tenzij dat werk is vrijgesteld van de opneming
                                in de legger als bedoeld in artikel 5.1 van de Waterwet, dan wel
                                dat, als de vaststelling van de legger nog niet heeft
                                plaatsgevonden, op de in artikel 6.2 bedoelde kaart van de keur van
                                Schieland en de Krimpenerwaard is aangegeven;</al></lid><lid><lidnr>h</lidnr><al> weg(en):</al><lijst><li nr="1."><al> de rijbanen, paden, trottoirs en alles wat naar de aard van
                                        de weg daartoe behoort o.a. middenbermen, tussenbermen en
                                        buitenbermen, picknickplaatsen, parkeerhavens en
                                        parkeerplaatsen, halteplaatsen voor het openbaar vervoer,
                                        parkeerstroken, wisselstroken, vluchtstroken en andere zij-
                                        en tussenstroken, glooiingen, grondkeringen en
                                        bermsloten;</al></li><li nr="2."><al> de zich daaronder, daarin, daarop en daarboven bevindende
                                        werken zoals kunstwerken, leidingen, beplanting, bebakening,
                                        markering, wegverlichting en alle andere op enigerlei wijze
                                        met de weg verbonden voorzieningen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>i</lidnr><al id="anker-H119400_0_1_1_9_"> werk(en): een werk of werken waarmee op
                                enigerlei wijze de inrichting van de weg wordt veranderd of de
                                verharding van de weg wordt opengebroken, waarbij in een weg wordt
                                gegraven of gespit, de aard of breedte van de verharding wordt
                                veranderd of anderszins wijzigingen worden aangebracht op, aan, in,
                                onder of boven de weg alsmede het resultaat hiervan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte van de verordening </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Deze verordening is uitsluitend van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al> bij het hoogheemraadschap van Schieland en de
                                        Krimpenerwaard in beheer zijnde wegen;</al></li><li nr="b."><al> situaties buiten de grens van deze wegen, indien het
                                        doelmatig en veilig gebruik van die wegen in het geding
                                        is.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Verboden </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Absolute verboden </titel></kop><al>Het is verboden om:</al><lijst><li nr="a."><al> het voor het verkeer noodzakelijke uitzicht op of bij de weg te
                                    belemmeren;</al></li><li nr="b."><al> de veiligheid of de doorstroming van het verkeer op de weg in
                                    gevaar te brengen;</al></li><li nr="c."><al> boven de rijbanen en paden uitstekende takken te hebben op een
                                    geringere hoogte dan 4,00 m respectievelijk 3,00 m.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Relatieve verboden </titel></kop><al>Het is verboden om:</al><lijst><li nr="a."><al> een weg te gebruiken in strijd met het doel daarvan;</al></li><li nr="b."><al> veranderingen aan de weg aan te brengen;</al></li><li nr="c."><al> enig werk aan te brengen, te houden, te veranderen of te
                                    verwijderen boven, op, in, naast of onder de weg.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Vergunning en algemene regels </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vergunning en algemene regels </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H119400_0_3_5_11_"> Het bestuur kan van de
                                verbodsbepalingen in artikel 4 ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H119400_0_3_5_12_"> Aan de vergunning kan het bestuur
                                voorschriften of beperkingen verbinden ter bescherming van de
                                belangen die deze verordening beschermt. Degene aan wie de
                                vergunning is verleend, is verplicht de voorschriften of beperkingen
                                na te leven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H119400_0_3_5_13_"> Het bestuur kan voor het verrichten
                                van handelingen als bedoeld in artikel 4 algemene regels geven die
                                een vrijstelling van de vergunningplicht inhouden. Hierbij kan de
                                verplichting worden opgelegd deze handelingen te melden en daarvan
                                opgave te doen aan het bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H119400_0_3_5_14_"> Vergunningaanvragen en meldingen
                                worden ingediend via een door het bestuur vastgesteld
                                formulier.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H119400_0_3_5_15_"> Geen vergunning krachtens artikel 4 is
                                vereist voor handelingen die plaats hebben door of in opdracht van
                                het bestuur ten behoeve van het aan het waterschap op grond van
                                artikel 2 van de Waterschapswet opgedragen beheer.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Een vergunning kan door het bestuur worden gewijzigd of ingetrokken
                                als:</al><lijst><li nr="a."><al> dit in het belang van het gebruik van de wegen, dan wel ter
                                        bescherming van de wegen of kunstwerken nodig is;</al></li><li nr="b."><al> de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen
                                        niet of niet behoorlijk worden nageleefd;</al></li><li nr="c."><al> een verandering in omstandigheden of inzichten dit
                                        rechtvaardigt;</al></li><li nr="d."><al> de vergunning is verleend tengevolge van het verstrekken
                                        van onjuiste of onvolledige gegevens;</al></li><li nr="e."><al> de houder van de vergunning hierom verzoekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H119400_0_3_5_17_"> Een vergunning of ontheffing kan
                                worden verleend onder de beperking dat daarvan binnen een daarbij te
                                stellen termijn gebruik moet zijn gemaakt om te voorkomen dat de
                                vergunning van rechtswege vervalt. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Strafbepalingen </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Toezicht en handhaving </titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de daartoe door het bestuur aangewezen
                            ambtenaren of andere personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Strafbepalingen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H119400_0_4_7_18_"> Overtreding van de bepalingen van deze
                                verordening en de daarop gebaseerde regelgeving wordt gestraft met
                                een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete tot ten
                                hoogste het bedrag van de tweede categorie als genoemd in artikel 23
                                van het Wetboek van Strafrecht al dan niet met openbaarmaking van de
                                rechterlijke uitspraak.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H119400_0_4_7_19_"> Indien ten tijde van het plegen van de
                                in het eerste lid genoemde overtreding nog geen jaar is verlopen
                                sedert een vroegere veroordeling van de overtreder wegens gelijke
                                overtreding onherroepelijk is geworden, kan hechtenis tot het
                                dubbele van het gestelde maximum worden opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H119400_0_4_7_20_"> Het bestuur kan gebruikmaken van de
                                bestuurlijke strafbeschikking. Met dit instrument mag het bestuur
                                bij bepaalde overtredingen geldboetes opleggen aan zowel personen
                                als bedrijven. De inning van het boetebedrag wordt afgehandeld via
                                het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB).</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Overgangsbepalingen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H119400_0_5_8_21_"> Een vergunning of ontheffing, verleend
                                vóór de inwerkingtreding van deze verordening, waarbij een ingevolge
                                deze verordening vergunning- of ontheffingplichtig werk of handelen
                                door het bevoegd gezag is toegestaan, wordt geacht ingevolge deze
                                verordening te zijn verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H119400_0_5_8_22_"> Voor al hetgeen ten tijde van
                                inwerkingtreding van deze verordening rechtmatig tot stand is
                                gebracht, wordt geacht vergunning of ontheffing ingevolge deze
                                verordening te zijn verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H119400_0_5_9_23_"> Deze verordening treedt in werking op
                                6 december 2012.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H119400_0_5_9_24_"> Deze verordening wordt aangehaald als:
                                Wegenverordening van Schieland en de Krimpenerwaard 2012.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H119400_0_5_9_25_"> Met ingang van de dag van
                                inwerkingtreding van deze verordening zoals genoemd in het eerste
                                lid van dit artikel, vervalt de Wegenverordening van Schieland en de
                                Krimpenerwaard, zoals vastgesteld bij besluit van het algemeen
                                bestuur van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard
                                van 25 november 2009. </al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><titel>Toelichting op de Wegenverordening van Schieland en de Krimpenerwaard
                        2012</titel></kop><al>Algemene toelichting</al><al>Naast wettelijke regelingen die van toepassing zijn mag het hoogheemraadschap
                    van Schieland en de Krimpenerwaard regels stellen voor zijn wegen. Een
                    verordening strekt daartoe. Het hoogheemraadschap van Schieland en de
                    Krimpenerwaard heeft dit gedaan in de Wegenverordening van Schieland en de
                    Krimpenerwaard van 2009. Hoewel vrij recent vastgesteld blijkt die verordening
                    vrij gedetailleerd en kent veel regels die specifiek betrekking hebben op wegen
                    in beheer bij gemeentes. Met de nieuwe wegenverordening is beoogd te komen tot
                    minder regels in een leesbaar document waarbij aangesloten wordt op de
                    wegenverordeningen van andere wegbeherende waterschappen en de
                    wegenverordeningen van enkele provincies. Zowel voor het bestuur als voor de
                    burger levert dit voordeel op. Centraal uitgangspunt blijft daarbij het
                    garanderen van de instandhouding, bruikbaarheid en veiligheid van de
                    waterschapswegen door middel van een vergunningenstelsel en algemene regels.
                    Minder regels betekent het werken met meer algemene regels in plaats van
                    vergunningen. Uiteraard daar waar dat mogelijk is en voor zover de betrokken
                    belangen zich daartegen niet verzetten. De algemene regels moeten gezien worden
                    als een nadere invulling van de regels in deze verordening en komen in de plaats
                    van de vergunningplicht. Om de administratieve lasten te verminderen is het
                    uitgangspunt om voor zoveel mogelijk situaties algemene regels op te stellen.
                    Voor het vergunningenstelsel wordt alleen gekozen indien maatwerk noodzakelijk
                    is omdat het niet mogelijk is om voor specifieke situaties (begrijpelijke)
                    standaardregels op te stellen.</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al><vet>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen </vet></al><al>Deze paragraaf schetst het kader waarbinnen het waterschap de Wegenverordening
                    toepast. In het bijzonder is aandacht gegeven aan de werkingssfeer en
                    aansprakelijkheid van derden.</al><al><vet>Artikel 1 - Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Alleen begrippen zijn in dit artikel opgenomen die voor deze Wegenverordening
                    nadere uitleg verdienen of een specifieke betekenis hebben. Niet omschreven
                    begrippen ontlenen hun betekenis in de zin van deze verordening aan de wet- en
                    regelgeving op het betreffende beleidsterrein.</al><al><vet>Artikel 1 </vet><cursief>Sub a: Beheer</cursief></al><al>Beheer(der): Voor invulling van de term ‘beheer' wordt aangesloten bij de
                    Memorie van Toelichting van de Wet Herverdeling Wegenbeheer (paragraaf l). Op de
                    beheerder rust de verantwoordelijkheid voor de instandhouding van een weg en de
                    plicht er zorg voor te dragen, dat de weg zijn functie(s) van algemeen nut
                    vervult. Enerzijds moet de beheerder ervoor zorgen, dat de weg wordt beschermd
                    tegen bedreigingen van de instandhouding en de functievervulling. Vanuit deze
                    verantwoordelijkheid komt de beheerder tot het tot stand brengen van een
                    verordening waarin bepaalde handelingen op of in de nabijheid van de weg worden
                    verboden of aan een vergunning worden onderworpen. Anderzijds dient de beheerder
                    er zorg voor te dragen, dat door onderhoud, gladheidbestrijding en dergelijke de
                    weg zijn functie(s) kan blijven vervullen. Daarmee rust de verantwoordelijkheid
                    voor het onderhoud bij de beheerder.</al><al><vet>Artikel 1 </vet><cursief>Sub h: Begrip weg</cursief></al><al>Weg(en): In deze verordening kan niet worden volstaan met een omschrijving van
                    de ‘weg' als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994 of de Wegenwet. Deze wetten
                    hebben ieder hun eigen belang en hebben daarop de definitie van het begrip ‘weg'
                    afgestemd. Deze verordening heeft beide wetten als basis. Daarom is de definitie
                    van het begrip ‘weg' op beide afgestemd. Wat tot de ‘weg' behoort wordt vaak in
                    de praktijk (jurisprudentie) bepaald. Daarom is in de definitie van het begrip
                    ‘weg' de volgende bepaling opgenomen: ‘alles wat naar de aard van de weg daartoe
                    behoort'. Deze bepaling biedt de ruimte om in de praktijk te bepalen wat onder
                    het begrip ‘weg' valt.</al><al><vet>Artikel 2 - Reikwijdte van de verordening</vet></al><al><vet>Artikel 2 lid 1 </vet><cursief>Sub a: Wegen in beheer van het
                        hoogheemraadschap</cursief></al><al>Deze bepaling stelt, dat de Wegenverordening van toepassing is op wegen die in
                    beheer zijn bij het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het
                    begrip ‘beheer' is beslissend voor de vraag of de Wegenverordening van
                    toepassing is, niet het eigendom. Voor invulling van de term beheer zie artikel
                    1 sub a. Daarnaast heeft de verordening alleen betrekking op situaties ter
                    bescherming en instandhouding van de wegen waarvan het onderhoud ingevolge de
                    Wegenwet en het reglement voor het hoogheemraadschap van Schieland en de
                    Krimpenerwaard bij het hoogheemraadschap berust en ter bescherming van de onder
                    artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 genoemde belangen.</al><al><cursief>Sub b: Gronden buiten de grens van de weg</cursief></al><al>Deze bepaling biedt de mogelijkheid om ook tegen het gebruik van gronden buiten
                    het weggebied op te treden. De beheerder kan buiten het weggebied alleen
                    optreden als dat in het belang is van de bruikbaarheid en instandhouding van de
                    weg en de veiligheid van de weggebruikers. Voorbeelden zijn: uitzicht, het
                    graven onder een bepaalde helling, hinderlijke verlichting, het stoken van
                    snoeihout, reclamezuilen en dergelijke.</al><al><vet>Hoofdstuk 2 Verboden</vet></al><al>De artikelen in deze paragraaf geven uitvoering aan de taak van de wegbeheerder
                    ingevolge de Wegenwet.</al><al><vet>Artikel 3 Absolute verboden</vet></al><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>Dit artikel bestaat uit drie absolute verboden. Dat betekent dat er voor deze
                    verboden nooit een vergunning wordt verleend. Doel van deze verboden is de
                    instandhouding, bruikbaarheid en veiligheid van de weg te waarborgen.</al><al><cursief>Sub a: Verbod om het uitzicht voor het verkeer te
                    belemmeren</cursief></al><al>Deze bepaling ziet onder andere op situaties waar zich voorwerpen, werken of
                    beplantingen langs of boven de weg bevinden die het noodzakelijke uitzicht voor
                    het verkeer belemmeren. Voorbeelden zijn het plaatsen van een reclamezuil langs
                    de weg, of het plaatsen van verkiezingsborden op een zodanige manier dat het
                    noodzakelijke uitzicht voor het verkeer wordt belemmerd.</al><al><cursief>Sub b: Verbod om veiligheid en doorstroming van het verkeer in gevaar
                        te brengen</cursief></al><al>Deze bepaling ziet onder andere op situaties waar voorwerpen of stoffen op de
                    weg worden geplaatst/gebracht of vloeistoffen te doen of te laten aflopen
                    waardoor de veiligheid en/of de doorstroming van het verkeer in gevaar komt.
                    Voorbeelden zijn een hek of raam dat over de weg opendraait of modder van
                    landbouwvoertuigen die op de weg blijft liggen waardoor de doorstroming en de
                    veiligheid in gevaar komen.</al><al><cursief>Sub c: Verbod om boven de rijbanen en paden uitstekende takken te
                        hebben</cursief></al><al>Deze bepaling ziet op situaties waar beplanting langs of boven de weg het
                    noodzakelijke uitzicht voor het verkeer belemmeren of schade kan veroorzaken.
                    Eigenaren van beplanting hebben een onderhoudsplicht. Dit houdt onder andere in
                    dat:</al><al>1. in slechte staat verkerende delen van de beplanting, die op de weg kunnen
                    vallen, onmiddellijk moeten worden verwijderd;</al><al>2. op de weg gevallen beplanting onmiddellijk moet worden verwijderd;</al><al>3. onderhoud van beplanting zodanig moet plaatsvinden dat er in het profiel van
                    vrije ruimte (zie tekening bijlage 1) geen overhangende beplanting aanwezig is.
                    Dit houdt in dat boven de rijbanen en paden geen uitstekende takken mogen hangen
                    op een geringere hoogte dan 4,00 m respectievelijk 3,00 m.</al><al><vet>Artikel 4 Relatieve verboden</vet></al><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>Dit artikel bestaat uit drie relatieve verboden. Voor deze verboden kan een
                    vergunning verleend worden of het bestuur kan algemene regels opstellen.</al><al><cursief>Sub a: Verbod om weg te gebruiken in strijd met doel
                    ervan</cursief></al><al>In deze bepaling is het verbod opgenomen om de weg te gebruiken in strijd met
                    het doel ervan. Primair is de weg bedoeld om de noodzakelijke mobiliteit voor de
                    samenleving mogelijk te maken. Echter naast dit verkeersdoel is er in de
                    samenleving behoefte om de weg voor andere doeleinden te gebruiken. Een
                    voorbeeld hiervan zijn evenementen.</al><al><cursief>Sub b: Verbod om veranderingen aan de weg aan te brengen</cursief></al><al>In deze bepaling is het verbod opgenomen om veranderingen aan de weg aan te
                    brengen. Er mag dus niets veranderd worden aan de rijbanen, paden, trottoirs,
                    bermen, stroken en parkeerplaatsen etc. (zie artikel 1 sub h onder 1). Er mag
                    niets veranderd worden aan alles wat zich op en onder de weg bevindt (zie
                    artikel 1 sub h onder 2). Deze bepaling ziet onder andere op het maken, hebben
                    of wijzigen van een uitweg of het graven, spitten of op andere wijze aantasten
                    van de weg. Voorbeeld is het maken van een uitweg van een huis of bedrijf naar
                    een weg.</al><al><cursief>Sub c: Verbod om enig werk aan te brengen, te houden, te veranderen of
                        te verwijderen boven, op, in, naast of onder de weg</cursief></al><al>In deze bepaling is het verbod opgenomen om enig werk aan te brengen, te houden,
                    te veranderen of te verwijderen boven, op, in, naast of onder de weg. Het begrip
                    ‘werk' is uitgewerkt in artikel 1 onder sub i. Deze bepaling ziet onder andere
                    op het leggen van kabels en leidingen en het plaatsen, aanbrengen van of hebben
                    van kramen, tenten, kiosken en reclamezuilen.</al><al>Nadere uitwerking relatieve verboden (artikel 4) <cursief>Welke situaties vallen
                        onder dit verbod?</cursief></al><al>Alle situaties waarin de weg wordt gebruikt in strijd met het doel ervan, de weg
                    wordt veranderd, of wanneer er enig werk wordt aangebracht, gehouden, veranderd
                    verwijderd op, in, boven, of onder de weg. Voor deze verboden bestaat de
                    mogelijkheid een vergunning aan te vragen. De meeste vergunningen worden
                    aangevraagd voor het maken van een uitweg, plaatsen borden (met constructie) en
                    erfafscheidingen of het leggen van kabels en leidingen. </al><al>De volgende onderwerpen worden hieronder nader uitgewerkt:</al><al>1. Uitweg</al><al>2. Borden </al><al>3. Kabels en leidingen</al><al>4. Planten van bomen, struiken en heggen</al><al>5. Openbare verlichting</al><al>6. Afrasteringen/hekwerken</al><al>7. Evenementen</al><al>8. Obstakels in de berm</al><al>9. (Bouw)materialen in de wegberm</al><al>Er zijn nog meer situaties die onder deze bepaling vallen, zoals het aanbrengen
                    van of hebben van objecten. Voor deze onderwerpen is geen nadere uitwerking
                    verricht omdat deze zeer weinig voorkomen. In deze andere gevallen wordt
                    getoetst aan het kader van de Wegenverordening en de belangen die de
                    Wegenverordening beschermt, alsmede de Beleidsnota ontheffing- en
                    vergunningverlening wegen van 2004.</al><al><cursief>1. Uitweg</cursief></al><al>Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder b om een
                    uitweg aan te leggen of te wijzigen. Bij erftoegangswegen (60 km/u wegen) is het
                    uitgangspunt dat in principe één uitweg per perceel wordt toegestaan. Als de
                    uitweg voldoet aan de algemene regels is een melding voldoende. In andere
                    gevallen kan een vergunning worden verleend.</al><al><cursief>2. Borden </cursief></al><al>Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c borden te
                    plaatsen op de weg. Uitgangspunt is dat geen borden op de weg geplaatst mogen
                    worden. Voor onderstaande borden of uitingen kan vrijstelling worden verleend
                    door een algemene regel: </al><al>1. toeristische en projectborden (een definitie is opgenomen in de algemene
                    regel);</al><al>2. borden bij evenementen (een definitie is opgenomen in de algemene
                    regel);</al><al>Voor de volgende borden kan vergunning worden verleend:</al><al>3. mottoborden en reclameborden of andere uitingen van reclame;</al><al><cursief>Ad. 3</cursief>: Reclameborden of andere uitingen van reclame</al><al>Uitgangspunt is dat reclame veelal geen direct functionele betekenis voor de
                    weggebruiker heeft. De toepassing of de wenselijkheid ervan in de directe
                    omgeving van de weg moet zorgvuldig worden afgewogen, aangezien reclame een
                    afleidende werking kan hebben. Daarnaast wil het hoogheemraadschap als
                    wegbeheerder de weg overzichtelijk houden. Aanvragen worden getoetst aan de
                    Wegenverordening.</al><al>Het plaatsen van verkeersborden valt niet onder de Wegenverordening. Onder
                    verkeersborden vallen de borden als bedoeld in artikel 4 van het Besluit
                    Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (verder te noemen BABW).</al><al><cursief>3. Kabels en leidingen</cursief></al><al>Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c kabels en
                    leidingen aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen boven, op,
                    in of onder de weg. Het betreft onder meer kabels en leidingen voor
                    telecommunicatie, elektriciteitskabels, gasleidingen, waterleidingen en
                    rioleringen. Van dit verbod kan vrijstelling worden verleend door algemene
                    regels (acceptatie van de melding) of door een vergunning. Als het werk niet
                    volgens de algemene regels verricht kan worden moet een vergunning worden
                    aangevraagd. Een uitzondering geldt voor werkzaamheden in verband met storingen
                    en andere voorvallen die direct ingrijpen noodzakelijk maken. Deze werkzaamheden
                    moeten telefonisch of via e-mail worden gemeld en mogen starten zonder dat de
                    melding schriftelijk wordt geaccepteerd.</al><al><cursief>4. Planten van bomen, struiken en heggen</cursief></al><al>Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c bomen,
                    struiken en heggen aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen in
                    de weg. Van dit verbod kan vrijstelling worden verleend door algemene regels
                    (acceptatie van de melding) of door een vergunning. Als het werk niet volgens de
                    algemene regels verricht kan worden moet een vergunning worden aangevraagd.</al><al><cursief>5. Openbare verlichting</cursief></al><al>Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c openbare
                    verlichting aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen in de
                    weg. Van dit verbod kan vrijstelling worden verleend door algemene regels
                    (acceptatie van de melding) of door een vergunning. Als het werk niet volgens de
                    algemene regels verricht kan worden moet een vergunning worden aangevraagd.</al><al>6. Afrasteringen/hekwerken</al><al>Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c
                    afrasteringen/hekwerken aan te brengen, te houden, te veranderen of te
                    verwijderen in de weg. Van dit verbod kan vrijstelling worden verleend door
                    algemene regels (acceptatie van de melding) of door een vergunning. Voor het
                    toestaan van afrasteringen/hekwerken in de berm wordt een belangenafweging
                    gemaakt tus­sen de voor- en nadelen. Dit betreft de gevolgen voor onderhoud,
                    maar ook die voor de verkeersveiligheid en bereikbaarheid.</al><al><cursief>7. Evenementen</cursief></al><al>Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder a een weg te
                    gebruiken in strijd met het doel daarvan. Een voorbeeld hiervan is het houden
                    van een evenement. Van dit verbod kan vrijstelling worden verleend door algemene
                    regels (acceptatie van de melding) of door een vergunning. Er zijn evenementen
                    die volledig of voor een deel op de weg plaatsvinden. Het gaat om bijvoorbeeld
                    wielerwedstrijden, hardloopwedstrijden, skeelertochten, braderieën en markten.
                    Dit soort evenementen komt regelmatig voor. Voor het toestaan van evenementen
                    wordt een belangenafweging gemaakt tus­sen de voor- en nadelen. Dit betreft de
                    gevolgen voor onderhoud, maar ook die voor de verkeersveiligheid en
                    bereikbaarheid.</al><al><cursief>8. Obstakels</cursief></al><al>Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c obstakels
                    aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen in de weg. Van dit
                    verbod kan vrijstelling worden verleend door algemene regels (acceptatie van de
                    melding) of door een vergunning. Voor het toestaan van obstakels in de berm
                    wordt een belangenafweging gemaakt tus­sen de voor- en nadelen. Dit betreft de
                    gevolgen voor onderhoud, maar ook die voor de verkeersveiligheid en
                    bereikbaarheid.</al><al><cursief>9. (Bouw)materialen</cursief></al><al>Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c
                    (bouw)materialen aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen in
                    de weg. Van dit verbod kan vrijstelling worden verleend door algemene regels
                    (acceptatie van de melding) of door een vergunning. Het is soms niet mogelijk om
                    bouwmaterialen op eigen terrein op te slaan. Het tijdelijk plaatsen van
                    (bouw)materialen in de berm komt regelmatig voor. Voor het tijdelijk toestaan
                    van (bouw)materialen in de berm wordt een belangenafweging gemaakt tus­sen de
                    voor- en nadelen. Dit betreft de gevolgen voor onderhoud, maar ook die voor de
                    verkeersveiligheid en bereikbaarheid.</al><al><vet>Hoofdstuk 3 Vergunning en algemene regels</vet></al><al><vet>Artikel 5 Vergunning en algemene regels</vet></al><al><vet>Artikel 5lid 1:</vet> Vergunning voor verboden van artikel 4</al><al>Dit artikel regelt de mogelijkheid voor het bestuur om een vergunning te
                    verlenen voor de relatieve verbodsbepalingen opgenomen in artikel 4. Een
                    vergunning wordt verleend op aanvraag. Een vergunning is een besluit in de zin
                    van de Algemene wet bestuursrecht. De Algemene wet bestuursrecht is op de
                    vergunningenprocedure van toepassing.</al><al><vet>Artikel 5lid 2: </vet>Voorschriften of beperkingen vergunning</al><al>In de vergunning kunnen voorschriften of beperkingen worden opgenomen. Degene
                    aan wie de vergunning is verleend, dient deze voorschriften en beperkingen na te
                    leven. De voorschriften of beperkingen worden gesteld ter bescherming van de
                    belangen die deze verordening beschermt.</al><al><vet>Artikel 5lid 3 en 4:</vet> Algemene regels</al><al>Deze bepaling biedt de mogelijkheid voor het bestuur om algemene regels op te
                    stellen eventueel met een meldingensysteem. Vergunningaanvragen moeten met een
                    door het bestuur vastgesteld formulier worden ingediend. Bij de relatieve
                    verboden (artikel 4) zijn de algemene regels een vervanging van de vergunning,
                    zoals opgenomen in artikel 5 lid 1. Als voldaan wordt aan de algemene regels is
                    er geen vergunning nodig. Er moet wel een melding worden gedaan. Indien aan de
                    algemene regels wordt voldaan kan men starten met de betreffende
                    werkzaamheden/handelingen. De melding wordt schriftelijk geaccepteerd door
                    middel van een ontvangstbevestiging.</al><al><vet>Artikel 5lid 5:</vet> Uitzondering voor werkzaamheden door of namens het
                    hoogheemraadschap uitgevoerd.</al><al>Als het hoogheemraadschap net als een inwoner of een bedrijf een werk wil
                    uitvoeren waarop de wegenverordening van toepassing is, moet het
                    hoogheemraadschap voor zichzelf een vergunning aanvragen (bijvoorbeeld voor het
                    maken van een uitweg op de openbare weg bij een zuivering of gemaal). De in de
                    wegenverordening vermelde verboden zijn echter niet van toepassing op
                    handelingen, werken, werkzaamheden en gedragingen die het hoogheemraadschap als
                    wegbeheerder doet ten behoeve van de bescherming en instandhouding van de wegen.
                    Dan treedt het hoogheemraadschap als beheerder op.</al><al><vet>Artikel 5lid 6:</vet> Intrekken en wijzigen vergunning</al><al>In deze bepalingen zijn de gronden genoemd waarin een vergunning ingetrokken of
                    gewijzigd kan worden. Het intrekken of wijzigen van de vergunning is een besluit
                    in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.</al><al><vet>Hoofdstuk 4 Strafbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 6Toezicht en handhaving</vet></al><al>Het bestuur kan zelf ambtenaren (laten) aanwijzen die de verordening kunnen
                    handhaven. Dit kunnen buitengewone opsporingsambtenaren (verder te noemen BOA's)
                    zijn in de zin van artikel 142 Wetboek van Strafvordering of toezichthouders in
                    de zin van de Algemene wet bestuursrecht.</al><al><vet>BOA's in de zin van artikel 142 Wetboek van Strafvordering</vet></al><al>Het bestuur kan op basis van het Wetboek van Strafvordering ambtenaren laten
                    aanwijzen als buitengewoon opsporingsambtenaar. Artikel 142 bepaalt: ‘Met de
                    opsporing van strafbare feiten zijn als buitengewoon opsporingsambtenaar belast
                    de personen die bij bijzonderde wetten met de opsporing van de daarin bedoelde
                    strafbare feiten worden belast, of die bij verordening zijn belast met het
                    toezicht op naleving daarvan, een en ander voor zover het die feiten betreft en
                    de personen zijn beëdigd. In het besluit Buitengewoon opsporingsambtenaar zijn
                    nadere regels gegeven over onder meer de aanwijzing, de instructie en de eisen
                    waaraan BOA's moeten voldoen.</al><al><vet>De door het bestuur zelf aangewezen ambtenaren op grond van de Algemene wet
                        bestuursrecht</vet></al><al>Artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt, dat een toezichthouder
                    bij of krachtens de wet als toezichthouder moet worden aangewezen. De
                    toezichthouder heeft de beschikking over bevoegdheden als genoemd in hoofdstuk 5
                    van de Algemene wet estuursrecht, voorzover een dergelijke bevoegdheid niet bij
                    wet is uitgezonderd. De toezichthouder werkt onder verantwoording van het
                    bestuursorgaan. De toezichthouder maakt overtredingen ongedaan langs de
                    bestuurlijke weg; via een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang.</al><al><vet>Artikel 7 Strafbepalingen</vet></al><al>Sinds 1 mei 2012 kan het hoogheemraadschap gebruikmaken van de bestuurlijke
                    strafbeschikking. Met dit instrument mag het hoogheemraadschap bij bepaalde
                    overtredingen geldboetes opleggen aan zowel personen als bedrijven. Daarbij kan
                    gedacht worden aan overtredingen als een illegale lozing van stoffen, het
                    handelen in strijd met vergunningvoorschriften en het zonder vergunning
                    verrichten van werkzaamheden op een kade. De wetgeving maakt de bestuurlijke
                    strafbeschikking mogelijk voor alle water- en hoogheemraadschappen. Deze
                    mogelijkheid bestaat naast de al geruime tijd inzetbare bestuursrechtelijke
                    handhavingsmiddelen en strafrechtelijke instrumenten. De waterschappen mogen nu
                    al een dwangsom opleggen of bestuursdwang toepassen en kunnen al strafrechtelijk
                    optreden, bijvoorbeeld door het opmaken van een proces-verbaal voor
                    geconstateerde overtredingen. Een ‘BSB' kan vergeleken worden met een
                    parkeerboete die uitgeschreven wordt door parkeerwachten van de gemeente. De
                    uiteindelijke inning van het boetebedrag wordt afgehandeld via het Centraal
                    Justitieel Incassobureau (CJIB), het bureau dat ook de door de politie
                    uitgeschreven verkeersboetes invordert.</al><al><vet>Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 8 Overgangsbepalingen</vet></al><al>Het eerste lid van dit artikel beoogt werken die vóór inwerkingtreding van de
                    Wegenverordening met vergunning zijn aangebracht en ook ingevolge de geldende
                    Wegenverordening vergunningplichtig zijn, de status te geven van werken die met
                    een vergunning ingevolge de Wegenverordening zijn aangebracht.</al><al>Ingevolge het tweede lid worden werken, die vóór inwerkingtreding van de
                    Wegenverordening zonder vergunning legaal konden worden aangelegd en ingevolge
                    de geldende Wegenverordening vergunningplichtig zijn, aangemerkt als met
                    vergunning ingevolge de geldende Wegenverordening aangebracht.</al><al><vet>Artikel 9 Slotbepalingen</vet></al><al>In deze bepalingen wordt de intrekking van de oude Wegenverordening, de
                    inwerkingtreding van de nieuwe Wegenverordening en de aanhaaltitel
                    geregeld.</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Algemene regels bij de Wegenverordening van Schieland en de
                        Krimpenerwaard 2012</titel></kop><artikel><kop><titel>Inleiding algemene regels</titel></kop><al>In de Wegenverordening van Schieland en de Krimpenerwaard 2012 zijn een
                        aantal handelingen, werken, werkzaamheden en gedragingen die op de één of
                        andere manier van invloed (kunnen) zijn op de veiligheid van het verkeer of
                        de vrijheid op de weg verboden. Onder bepaalde voorwaarden, zoals opgenomen
                        in beleidsregels, kunnen voor specifieke activiteiten vergunningen van die
                        verboden worden verleend. Een vergunningaanvraag doorloopt een daartoe
                        ingerichte procedure, welke enkele weken in beslag neemt. Daarnaast zijn
                        legeskosten verbonden aan het in behandeling nemen van een
                        vergunningaanvraag. </al><al>Bepaalde, regelmatig voorkomende activiteiten hebben weinig invloed op de
                        staat van de openbare wegen en de veiligheid op de weg in het beheergebied
                        van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Om de
                        administratieve lasten voor zowel het hoogheemraadschap als voor
                        burgers/bedrijven te verminderen en om de regelgeving omtrent deze
                        activiteiten in, op, onder en boven de wegen te vereenvoudigen, zijn voor
                        deze veel voorkomende, weinig risicovolle activiteiten algemene regels
                        opgesteld, overeenkomstig artikel 5 lid 3 van de Wegenverordening van
                        Schieland en de Krimpenerwaard 2012. </al><al>Door het stellen van algemene regels zijn de betreffende activiteiten niet
                        langer vergunningplichtig, maar kan wel een meldingsplicht worden opgelegd.
                        Aan het behandelen van een melding zijn geen legeskosten verbonden. Indien
                        bij een melding blijkt dat wordt afgeweken van de in de algemene regels
                        gestelde voorwaarden, moeten de activiteiten alsnog conform de algemene
                        regels worden uitgevoerd, of moet er een vergunningaanvraag worden
                        ingediend. Wanneer sprake is van een werk waarbij zowel vergunningplichtige
                        als meldingsplichtige activiteiten, zoals bedoeld in deze algemene regels,
                        worden uitgevoerd, dient voor alle activiteiten gezamenlijk een
                        vergunningaanvraag te worden ingediend. De aanvraag wordt dan getoetst aan
                        de beleidsregels zoals genoemd in de Beleidsnota ontheffing- en
                        vergunningverlening wegen van 2004.</al><al>De algemene regels behorend bij de Wegenverordening van Schieland en de
                        Krimpenerwaard 2012 hebben betrekking op de openbare wegen overeenkomstig
                        artikel 1 sub h van de Wegenverordening en zoals aangegeven op Kaart 7. </al><al>Voor de volgende verboden activiteiten zijn algemene regels opgesteld:</al><al>1. Het aanbrengen, verwijderen of behouden van een uitweg naar de openbare
                        weg.</al><al>2. Het aanbrengen, verwijderen of behouden van borden.</al><al>3. Het aanleggen, verwijderen of behouden van kabels en leidingen en het
                        maken van lasgaten ten behoeve van huisaansluitingen bij percelen.</al><al>4. Het aanbrengen, verwijderen of behouden van openbare verlichting.</al><al>5. Het aanplanten, verwijderen of behouden van bomen, struiken en
                        heggen.</al><al>6. Het aanbrengen, verwijderen of behouden van afrasteringen/hekwerken.</al><al>7. Het houden van evenementen.</al><al>8. Het plaatsen, verwijderen of behouden van obstakels in de berm ten
                        behoeve van objectbescherming.</al><al>9. Het tijdelijk plaatsen van (bouw)materialen in de wegberm.</al></artikel><artikel><kop><titel>1. Het aanbrengen, wijzigen, verwijderen of behouden van een uitweg
                            naar de openbare weg</titel></kop><al>(In plaats van "uitweg" wordt ook wel de term "inrit of uitrit" gebruikt;
                        het gaat feitelijk om dezelfde situatie)</al><al><vet>Kader</vet></al><al>Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder b van de
                        Wegenverordening een uitweg aan te leggen, te wijzigen of te verwijderen.
                        Artikel 5 lid 3 van de Wegenverordening geeft het bestuur de mogelijkheid
                        voor het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 5 algemene regels
                        te geven welke kunnen inhouden een vrijstelling van de vergunningplicht. </al><al><vet>Toelichting van de algemene regel</vet></al><al>Het belang van het hoogheemraadschap bij het aanbrengen, wijzigen of
                        verwijderen van een uitweg betreft het bevorderen van het veilige gebruik en
                        het optimaal functioneren van een weg. Hierbij is het minimaal verstoren van
                        de verkeersstroom een voorwaarde. Dit kan onder andere worden bereikt door
                        het aantal aansluitingen en daarmee mogelijke gevaarpunten te verminderen of
                        te concentreren. Het aanbrengen, wijzigen of verwijderen van een uitweg
                        betreft vanuit verkeerstechnisch oogpunt echter een relatief eenvoudig en
                        veel voorkomend werk. De relevante verkeerstechnische belangen kunnen in dit
                        geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene
                        regel.</al><al><vet>Toetsingscriteria en voorwaarden</vet></al><al>Voor het aanbrengen, wijzigen, verwijderen of behouden van een uitweg is
                        geen vergunning volgens artikel 4 onder b van de Wegenverordening vereist,
                        indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</al><al>1. de aan te brengen uitweg dient ter ontsluiting van een perceel met een
                        maximum van één uitrit per (kadastraal) perceel;</al><al>2. de uitweg heeft een maximale aansluitbreedte van 12,00 meter op de
                        doorgaande rijbaan (uitrit­breedte van 6 meter met 2 x 3 meter
                        bochtstraal);</al><al>3. de aansluiting van de uitweg moet worden gemaakt zonder hoogteverschil op
                        de bestaande wegverharding waarbij er ook in de toekomst geen hoogteverschil
                        ontstaat;</al><al>4. binnen een afstand van 1,50 meter uit de kant van de rijbanen mogen geen
                        beplantingen of andere obstakels worden aangebracht, welke het uitzicht op
                        of van de uitweg kunnen belemmeren;</al><al>5. de uitweg moet van een zodanige constructie zijn, dat de afwatering vanaf
                        de openbare weg altijd ongehinderd kan plaatsvinden, dat deze niet kan
                        verzakken en binnen het weggebied geen verzakkingen kunnen optreden;</al><al>6. bij het verwijderen van een uitweg moet deze geheel worden verwijderd en
                        moeten de rijbaan en de wegberm in oorspronkelijke staat worden
                        hersteld;</al><al>7. het aanbrengen, wijzigen of verwijderen van een uitweg dient twee weken
                        voorafgaand aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het
                        meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de
                        melding aan de algemene regel;</al><al>8. bij de melding als bedoeld onder 7 dient een situatietekening te worden
                        gevoegd waarop de locatie van het uit te voeren werk duidelijk staat
                        aangegeven, inclusief de afmetingen van de uitweg;</al><al>9. het verkeer moet zo min mogelijk hinder van de werkzaamheden hebben. De
                        werkzaamheden moeten duidelijk worden aangegeven, bijvoorbeeld door (waar-
                        schuwings)borden;</al><al>10. minimaal één week voordat met de werkzaamheden wordt begonnen moet over
                        deze waarschuwingsborden overleg worden gevoerd met de wegbeheerder tel.
                        010-4537200;</al><al>11. de te gebruiken wegafzetting moet voldoen aan de CROW-publicatie
                        96b;</al><al>12. er mag alleen tussen zonsopkomst en zonsondergang aan de aansluiting op
                        de weg worden gewerkt. Bij het opbreken van een gedeelte van de weg om de
                        uitweg aan te sluiten, moet dat gedeelte in ieder geval tussen zonsondergang
                        en zonsopkomst weer dicht en verhard zijn;</al><al>13. voor aanvang van de werken moet worden nagegaan of er kabels, leidingen
                        en/of kranen en dergelijke in de wegberm liggen Voor nadere informatie zie
                        de website van het kadaster (http://www.kadaster.nl/klic/);</al><al>14. de werken dienen in goede staat te worden onderhouden. Dit betekent in
                        ieder geval dat beschadigingen en/of verzakkingen direct dienen te worden
                        hersteld, al dan niet op aanzeggen van het college van dijkgraaf en
                        heemraden. Hierbij dient vooraf contact opgenomen te worden met de met het
                        toezicht belaste ambtenaar van het hoogheemraadschap. Zijn aanwijzingen
                        dienen direct te worden opgevolgd; </al><al>15. indien met het maken van de uitweg schade is veroorzaakt aan het wegdek,
                        de berm, of de beplanting dan moet dit direct op kosten van de melder worden
                        hersteld.</al><al>16. als Schieland en de Krimpenerwaard het nodig vindt om tijdelijk
                        verkeerstekens/verkeersborden te plaatsen of weg te halen, moet de melder de
                        daarvoor gemaakte kosten betalen;</al><al>17. degene die een uitweg heeft aangebracht, wijzigt of verwijdert de uitweg
                        op eigen kosten en op eerste aanzegging van het bestuur indien dit
                        noodzakelijk is voor het uitvoeren van beheer- of onderhoudshandelingen door
                        het waterschap of anderszins in het belang van het wegbeheer;</al><al>18. de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na
                        dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is,
                        vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;</al><al>19. alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel
                        tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de
                        Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard kan
                        verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag
                        wordt ingediend;</al><al>20. alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven
                        aanwijzingen welke dienen ter bescherming van verkeerstechnische belangen,
                        moeten onmiddellijk worden opgevolgd;</al><al>21. aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de
                        controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang
                        verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij
                        worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder
                        verstrekt.</al><al><vet>Met welke regels van het hoogheemraadschap hebt u nog meer te
                            maken?</vet></al><al>U wilt een uitweg maken naar de openbare weg maar kunt niet voldoen aan één
                        of meer van de voor waarden uit de algemene regel? Dan toetsen wij uw
                        aanvraag aan de overige regels van de Wegenverordening. Misschien kunt u dan
                        toch een vergunning krijgen. </al><al>Komt de uitweg op een waterkering te liggen of over een watergang? Dan hebt
                        u ook te maken met de regels uit de Keur van het hoogheemraadschap. De
                        aanleg dient dan te gebeuren in overleg met de met de afhandeling van de
                        melding belaste medewerker van het team Advies &amp; Vergunningverlening van
                        het hoogheemraadschap. Belt u voor meer informatie (010-4537335).</al><al><vet>Overgangsrecht</vet></al><al>Een vergunning of deel van een vergunning verleend voor inwerkingtreding van
                        deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingplichtige
                        werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene
                        regel.</al></artikel><artikel><kop><titel>2. Het aanbrengen, verwijderen of behouden van borden </titel></kop><al>Deze algemene regel is niet van toepassing op het aanbrengen van
                        mottoborden, reclameborden of andere uitingen van reclame en het aanbrengen
                        van verkeersborden.</al><al><vet>Kader</vet></al><al>Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c van de
                        Wegenverordening borden te plaatsen, te wijzigen of te verwijderen op de
                        weg. Artikel 5 lid 3 van de Wegenverordening geeft het bestuur de
                        mogelijkheid voor het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 5
                        algemene regels te geven welke kunnen inhouden een vrijstelling van de
                        vergunningplicht. </al><al><vet>Toelichting van de algemene regel</vet></al><al>Het belang van het hoogheemraadschap bij het aanbrengen van borden betreft
                        het bevorderen van het veilige gebruik en het optimaal functioneren van een
                        weg. Hierbij is het minimaal verstoren van de verkeersstroom een voorwaarde.
                        Het aanbrengen van een bord betreft vanuit verkeerstechnisch oogpunt een
                        relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante verkeerstechnische
                        belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen
                        van een algemene regel. Voor onderstaande borden of uitingen kan
                        vrijstelling worden verleend door een algemene regel: </al><al>1. toeristische en projectborden (zie definitie);</al><al>2. borden bij evenementen (zie definitie).</al><al><vet>Definitie toeristische borden en overige bewegwijzering</vet></al><al><cursief>Toeristische bewegwijzering</cursief> zijn borden die niet aan te
                        merken zijn als verkeersborden en ook niet aan te merken zijn als
                        reclameborden. Voorbeelden van toeristische bewegwijzering zijn:
                        streeknaambord, informatieborden, informatiekasten en doelverwijzingsborden
                        (bruine borden met witte letters). Voorbeelden van voorzieningen die in
                        aanmerking komen voor een doelverwijzing zijn: horeca,
                        verblijfsaccommodaties, dagrecreatie, waterrecreatie en sport. Bij het
                        aanbrengen van toeristische bewegwijzering worden door het hoogheemraadschap
                        als uitgangspunten gehanteerd: het zoveel mogelijk beperken van het aantal
                        borden en verwijzen van grof naar fijn bewegwijzeren. Het laatste houdt in:
                        eerst bewegwijzering van plaatsnamen/toeristische gebieden via utilitaire
                        bewegwijzering en pas daarna bewegwijzering van doelen middels toeristische
                        bewegwijzering. </al><al>Overige bewegwijzering : de overige bewegwijzering is bewegwijzering naar
                        lokale objecten. Het betreft objecten met een maatschappelijke functie die
                        niet zijn opgenomen in de utilitaire bewegwijzering en die niet in
                        aanmerking komen voor toeristische bewegwijzering. Een aantal voorbeelden
                        zijn ziekenhuizen, verzorgingshuizen, begraafplaatsen en gemeentehuizen. </al><al><vet>Definitie projectborden</vet></al><al>Projectborden zijn borden die geplaatst worden bij projecten aan wegen zoals
                        bijvoorbeeld bij het onderhoud of het aanleggen van een weg. </al><al><vet>Definitie borden bij evenementen</vet></al><al>Op/aan wegen vinden regelmatig diverse evenementen plaats. Vanuit
                        verkeersveiligheids- en doorstromingsmotieven kan het noodzakelijk zijn, dat
                        naar de locatie waar het evenement plaatsvindt tijdelijk wordt verwezen.
                        Hierbij gelden de volgende specifieke uitgangspunten:</al><al><vet>A</vet>. evenementen hebben een tijdelijk karakter, verwijzing naar
                        evenementen zijn daarom gedurende een beperkte periode op/aan de weg
                        aanwezig. In de algemene regel wordt dan ook een zo kort mogelijke periode
                        aangehouden voor het aanwezig mogen zijn van borden op/aan de weg; </al><al><vet>B.</vet> het hoogheemraadschap staat geen andere verwijzing naar een
                        evenement op/aan de wegen toe dan wanneer het evenemententerrein of de
                        -locatie bereikt kan worden door het volgen van de utilitaire of reguliere
                        bewegwijzering of doelverwijzingsborden.</al><al><vet>Toetsingscriteria en voorwaarden</vet></al><al>Voor het aanbrengen, wijzigen, verwijderen of behouden van een bord op de
                        weg is geen vergunning volgens artikel 4 onder c van de Wegenverordening
                        vereist indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</al><al>1. het bord moet zodanig worden geplaatst dat deze geen gevaar en hinder
                        voor de overige weggebruikers kan veroorzaken;</al><al>2. het bord moet worden geplaatst op een afstand van minimaal 0,50 meter uit
                        de kant van de rijbaan;</al><al>3. binnen een afstand van 1,50 meter uit de kant van de rijbanen mogen geen
                        borden worden aangebracht, welke het uitzicht op of van de weg kunnen
                        belemmeren;</al><al>4. als het bord bevestigd is aan een paal of constructie moet het bord met
                        de onderzijde op een afstand van minimaal 1,50 meter boven het wegdek worden
                        aangebracht;</al><al>5. de borden mogen niet groter dan 1.00 m bij 1.00 m;</al><al>6. toeristische of overige bewegwijzeringsborden moeten worden geplaatst
                        volgens de Richtlijn bewegwijzering, publicatie 222 van het CROW,
                        vastgesteld in juli 2005. Dit geldt voor de locatie, vormgeving, maat
                        voering en kleurstellingen;</al><al>7. borden bij evenementen mogen niet langer dan vijf aanééngesloten dagen
                        aanwezig zijn en moeten direct na het evenement worden verwijderd waarna de
                        berm in oorspronkelijke toestand moet worden hersteld;</al><al>8. bij het plaatsen van de borden moet rekening worden gehouden met de
                        eventuele ligging van kabels en leidingen. Voor nadere informatie zie de
                        website van het kadaster (http://www.kadaster.nl/klic/);</al><al>9. de borden moeten in een goede staat van onderhoud blijven;</al><al>10. het bord mag niet worden bevestigd aan wegmeubilair;</al><al>11. de bij het verwijderen van borden ontstane gaten in de berm moeten
                        direct worden aangevuld met grond en vervolgens worden ingezaaid met
                        graszaad bermmengsel;</al><al>12. degene die een bord heeft aangebracht, wijzigt of verwijdert de uitweg
                        op eigen kosten en op eerste aanzegging van het bestuur indien dit
                        noodzakelijk is voor het uitvoeren van beheer- of onderhoudshandelingen door
                        het waterschap of anderszins in het belang van het wegbeheer;</al><al>13. het aanbrengen van een bord dient twee weken voorafgaand aan de
                        uitvoering te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het
                        hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene
                        regel;</al><al>14. bij de melding als bedoeld onder 13 dient een situatietekening te worden
                        gevoegd waarop de locatie van het uit te voeren werk duidelijk staat
                        aangegeven,inclusief de afmetingen van de borden;</al><al>15. de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na
                        dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is,
                        vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;</al><al>16. alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel
                        tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de
                        Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard kan
                        verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag
                        wordt ingediend;</al><al>17. alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven
                        aanwijzingen welke dienen ter bescherming van verkeerstechnische belangen,
                        moeten onmiddellijk worden opgevolgd;</al><al>18. aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de
                        controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang
                        verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij
                        worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder
                        verstrekt.</al><al><vet>Met welke regels van het hoogheemraadschap hebt u nog meer te
                            maken?</vet></al><al>U wilt borden plaatsen maar kunt niet voldoen aan één of meer van de voor
                        waarden uit de algemene regel? Dan toetsen wij uw aanvraag aan de overige
                        regels van de Wegenverordening. Misschien kunt u dan toch een vergunning
                        krijgen.Wilt u de borden plaatsen op een waterkering of vlak langs een
                        watergang? Dan hebt u ook te maken met de regels uit de Keur van het
                        hoogheemraadschap. De aanleg dient dan te gebeuren in overleg met de met de
                        afhandeling van de melding belaste medewerker van het team Advies &amp;
                        Vergunningverlening van het hoogheemraadschap. Belt u voor meer informatie
                        (010-4537335).</al><al><vet>Overgangsrecht</vet></al><al>Een vergunning of deel van een vergunning verleend voor inwerkingtreding van
                        deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingplichtige
                        werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene
                        regel.</al></artikel><artikel><kop><titel>3. Aanleggen, verwijderen of behouden van kabels en leidingen ten
                            behoeve van huisaansluitingen en het maken van las- of aansluitgaten
                        </titel></kop><al>Deze algemene regel is niet van toepassing op het aanbrengen van kabels en
                        leidingen in eco-bermen. Een overzicht van de eco-bermen is aangegeven in
                        Bijlage 1.</al><al><vet>Kader</vet></al><al>Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c van de
                        Wegenverordening kabels en leidingen aan te leggen, te wijzigen of te
                        verwijderen en las- of aansluitgaten te maken boven, op, in of onder de weg.
                        Artikel 5 lid 3 van de Wegenverordening geeft het bestuur de mogelijkheid
                        voor het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 5 algemene regels
                        te geven welke kunnen inhouden een vrijstelling van de vergunningplicht. </al><al><vet>Toelichting van de algemene regel</vet></al><al>Het belang van het hoogheemraadschap bij het aanbrengen, wijzigen of
                        verwijderen van kabels en leidingen en het maken van las- of aansluitgaten
                        betreft het bevorderen van het veilige gebruik en het optimaal functioneren
                        van een weg. Hierbij is het minimaal verstoren van de verkeersstroom een
                        voorwaarde. Dit kan onder andere worden bereikt door het aantal
                        aansluitingen en daarmee mogelijke gevaarpunten te verminderen of te
                        concentreren. Het aanbrengen, wijzigen of verwijderen van kabels en
                        leidingen en het maken van las- of aansluitgaten betreft vanuit
                        verkeerstechnisch oogpunt echter een relatief eenvoudig en veel voorkomend
                        werk. De relevante verkeerstechnische belangen kunnen in dit geval voldoende
                        worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Op de aanvulling
                        van sleuven is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Dat betekent dat
                        de aanvulling van sleuven met schone grond dient te worden uitgevoerd. Er is
                        een aantal bermen aangewezen die op ecologische wijze beheerd worden, de
                        zogenaamde eco-bermen. Door verschraling van de bodem en het tegengaan van
                        vervuiling wordt voor deze bermen een meer soortenrijke planten- en
                        dierenpopulatie nagestreefd. In eco-bermen mogen geen kabels en leidingen
                        worden aangelegd.</al><al><vet>Toetsingscriteria en voorwaarden</vet></al><al>Voor het aanbrengen, wijzigen, verwijderen of behouden van kabels en
                        leidingen en het maken van las- of aansluitgaten is geen vergunning volgens
                        artikel 4 onder b van de Wegenverordening vereist, indien wordt voldaan aan
                        de volgende voorwaarden:</al><al>1. de kabels en leidingen moeten zoveel mogelijk buiten de verharding worden
                        gelegd; </al><al>2. de sleuf moet worden gegraven op minimaal 30 cm uit de kant van de weg; </al><al>3. er mag niet worden gewerkt binnen het profiel dat ligt onder de lijn die
                        een hoek van 45 graden maakt met de zijkant van de wegverharding; </al><al>4. kruisingen met de rijbaanverharding moeten rechthoekig gebeuren; </al><al>5. de dekking boven de kabels en leidingen moet voor CAI 0,60 meter, telecom
                        0,60 meter, elektra LS / MS 0,65 meter, gas 0,80 meter en voor water 1,00
                        meter bedragen; </al><al>6. de kabels en leidingen moeten bij bomen, uitwegen, wegenverhardingen en
                        kunstwerken zoveel mogelijk via een persboring respectievelijk via een
                        gestuurde boring worden gelegd, respectievelijk verlegd; bij de aanleg van
                        de kabels of leidingen onder de weg welke ligt op een waterkering moet de
                        kruising met de weg worden gemaakt met een open ontgraving; </al><al>7. de kabel- of leidingsleuf in asfalt moet altijd op klinkermaat worden
                        ingezaagd; </al><al>8. elk opgebroken gedeelte moet telkens voor zonsondergang zijn gedicht en
                        verhard; </al><al>9. wanneer met de uitvoering van een werk is gestart moet het werk
                        onafgebroken en met spoed worden voortgezet; </al><al>10. verzakkingen van bermen, verhardingen, sloottaluds, oevers enz. die het
                        gevolg zijn van de uitgevoerde werken, moeten gedurende een jaar na
                        uitvoering door de kabel- en leidingbeheerder en op zijn kosten worden
                        bijgewerkt. Het profiel van de te graven sleuven voor het leggen, verleggen
                        of herstellen van kabels en leidingen moet zo klein mogelijk worden
                        gehouden. Voordat met graafwerkzaamheden in wegbermen wordt gestart moet de
                        berm worden gemaaid en maaisel worden afgevoerd; </al><al>11. na het einde van de werkdag moeten de sleuven/gaten worden gedicht en de
                        verkeersmaatregelen worden weggedraaid, tenzij de maatregelen voor de
                        veiligheid van het verkeer noodzakelijk blijven; </al><al>12. de verontreinigde weg moet direct worden gereinigd; </al><al>13. de materialen afkomstig uit de ontgravingen moeten direct worden
                        afgevoerd; </al><al>14. bij het graven in de berm moeten de graszoden en de uitkomende grond
                        afzonderlijk worden gehouden. De aanvul­ling van de sleuf moet geschieden in
                        lagen van ten hoogste 10 cm dikte, welke ieder afzonderlijk goed en vast met
                        een pneumatische stamper moeten worden aangestampt. De eventu­eel
                        ontbrekende materialen benodigd om het oorspronkelijke profiel te
                        verkrijgen, moeten door en voor rekening van de vergun­ninghou­der worden
                        bijgeleverd. Deze materialen mogen niet verontreinigd zijn. De aangevulde
                        sleuf moet opnieuw geheel worden afgedekt met graszoden of ingezaaid met
                        graszaad bermmengsel; </al><al>15. de aanvulling van de sleuf in de wegverharding moet geschieden in lagen
                        van ten hoogste 20 cm welke ieder afzonderlijk met een trilplaat c.q
                        pneumatische stamper moeten worden verdicht. Er moet een nieuwe fundering
                        van hoogovenslakken worden aangebracht van minimaal 40 cm na verdichting.
                        Tijdelijk moet de sleuf worden gedicht met betonklinkers, waarna de sleuf
                        regelmatig moet worden gecontroleerd op zettingen en zonodig moet worden
                        opgehaald. Na zetting van de sleuf c.q. reparatiegat moet deze worden
                        afgedekt met een nieuwe asfaltlaag. Het asfalt moet worden aangebracht door
                        een in het asfaltwerk gespeci­aliseerd bedrijf; </al><al>16. bij wegen met een mesh-track wapening moet de wapening na zetting van de
                        sleuf aan alle zijden van de sleuf c.q gat over een breedte van 25 cm worden
                        vrijgemaakt. Daarna moet over de volle lengte en breedte van de ontgraving
                        inclusief de gemaakte overlap een nieuwe mesh-track wapening worden
                        aangebracht; </al><al>17. de aan te brengen asfaltlaag moet vloeiend in het bestaan de wegdek
                        verlopen en de waterafvoer mag door het nieuwe asfalt niet worden belemmerd; </al><al>18. de berm moet ter plaatse zoveel mogelijk dezelfde samenstelling, opbouw
                        en las,- of aansluitgaten of handholes mogen niet groter zijn dan strikt
                        noodzakelijk met een maximum van 1,00 m bij 2,00 m; </al><al>19. de van de werken overgebleven grond, puin en andere materialen moeten
                        van de wegworden afgevoerd. Binnen het wegprofiel mogen geen bouwstoffen
                        worden opgeslagen; </al><al>20. indien het voor de uitvoering van de werken noodzakelijk is dat
                        wegmeubilair tijdelijk moet worden verwijderd, moet het wegmeubilair op de
                        oorspronkelijke plaats worden teruggezet. De locatie van het wegmeubilair
                        moet, voordat tot verwijdering wordt overgegaan, in het terrein worden
                        gemarkeerd; </al><al>21. de kabel en leidingbeheerder is verplicht de redelijkerwijs mogelijke
                        maatregelen te nemen teneinde te voorkomen dat Schieland en de
                        Krimpenerwaard, dan wel derden, tengevolge van de uitvoering van de werken
                        schade lijden; </al><al>22. het verkeer moet zo min mogelijk hinder van de werkzaamheden
                        ondervinden. De werkzaamheden moeten duidelijk worden aangegeven,
                        bijvoorbeeld door (waar schuwings)borden; </al><al>23. de te gebruiken wegafzettingen moeten voldoen aan de CROW-publicatie 96b
                        (zie bijlage 4). Bij de melding moet een plan worden overgelegd waaruit
                        blijkt hoe hieraan invulling wordt gegeven; </al><al>24. als een weg volledig afgesloten wordt moet een omleidingroute worden
                        ingesteld. Deze route moet worden goedgekeurd door het hoogheemraadschap. </al><al>25. voor aanvang van de werken moet worden nagegaan of er kabels, leidingen
                        en/of kranen e.d in de wegberm liggen. Voor nadere informatie zie de website
                        van het kadaster (http://www.kadaster.nl/klic/); </al><al>26. bij het leggen van kabels en leidingen langs of onder de openbare weg
                        veroorzaakte schade aan het wegdek, de berm, of de beplanting moet direct op
                        kosten van de melder worden hersteld. Dit geldt ook voor zettingen in
                        wegbermen die binnen één jaar na uitvoering van de werkzaamheden ontstaan; </al><al>27. als Schieland en de Krimpenerwaard het nodig vindt om tijdelijk
                        verkeerstekens/verkeersborden te plaatsen of weg te halen, moet de melder de
                        daarvoor gemaakte kosten betalen; </al><al>28. gedurende 12 maanden na het gereedkomen van het werk moet de aangevulde
                        sleuf, de opengebroken verharding en de geroerde berm van de weg door de
                        melder worden onderhouden; </al><al>29. degene die een kabel of leiding heeft aangebracht verwijdert de kabel of
                        leiding als die buiten gebruik zijn gesteld; </al><al>30. degene die een kabel of leiding heeft aangebracht, wijzigt of verwijdert
                        de kabel of leiding op eigen kosten en op eerste aanzegging van het bestuur
                        indien dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van beheer- of
                        onderhoudshandelingen door het waterschap of anderszins in het belang van
                        het wegbeheer; </al><al>31. het aanbrengen, wijzigen, verwijderen of behouden van kabels en
                        leidingen en het maken van las- of aansluitgaten dient twee weken
                        voorafgaand aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het
                        meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de
                        melding aan de algemene regel; </al><al>32. bij de melding als bedoeld onder 31 dient een situatietekening te worden
                        gevoegd waarop de locatie van het uit te voeren werk duidelijk staat
                        aangegeven alsmede het soort kabel of leiding en de diepte en de plek in de
                        berm; </al><al>33. de uitvoering van de toegestane werken dient binnen 12 maanden na
                        dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is,
                        vervalt het recht om van de melding gebruik te maken; </al><al>34. alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel
                        tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de
                        Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard kan
                        verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag
                        wordt ingediend; </al><al>35. alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven
                        aanwijzingen welke dienen ter bescherming van verkeerstechnische belangen,
                        moeten onmiddellijk worden opgevolgd; </al><al>36. aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de
                        controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang
                        verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij
                        worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder
                        verstrekt; </al><al>37. de kabel- en leidingbeheerder moet werkzaamheden in verband met
                        storingen en andere voorvallen die direct ingrijpen noodzakelijk maken,
                        direct via e-mail aan de wegbeheerder melden op het volgende telefoonnummer:
                        010-4537481. Deze werkzaamheden mogen zonder toestemming worden uitgevoerd. </al><al><vet>Met welke regels van het hoogheemraadschap hebt u nog meer te
                            maken?</vet></al><al>U wilt kabels en/of leidingen aanleggen maar kunt niet voldoen aan één of
                        meer van de voor- waarden uit de algemene regel? Dan toetsen wij uw aanvraag
                        aan de overige regels van de Wegenverordening. Misschien kunt u dan toch een
                        vergunning krijgen. Wilt u de kabels en/of leidingen aanleggen op of naast
                        een waterkering of vlak langs of door een watergang? Dan hebt u ook te maken
                        met de regels uit de Keur van het hoogheemraadschap. De aanleg dient dan te
                        gebeuren in overleg met de met de afhandeling van de melding belaste
                        medewerker van het team Advies &amp; Vergunningverlening van het
                        hoogheemraadschap. Belt u voor meer informatie (010-4537335). Slaat u
                        materaal op in de wegberm? Ook hiervoor hebt u vergunning van het
                        hoogheemraadschap nodig. Maar als u zich houdt aan algemene regel 9, is ook
                        hiervoor een melding voldoende. </al><al><vet>Overgangsrecht</vet></al><al>Een vergunning of deel van een vergunning verleend voor inwerkingtreding van
                        deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingplichtige
                        werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene
                        regel.</al></artikel><artikel><kop><titel>4.Het aanbrengen, verwijderen of behouden van openbare verlichting
                        </titel></kop><al><vet>Kader</vet></al><al>Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c van de
                        Wegenverordening openbare verlichting te plaatsen, te wijzigen of te
                        verwijderen op de weg. Artikel 5 lid 3 van de Wegenverordening geeft het
                        bestuur de mogelijkheid voor het verrichten van handelingen als bedoeld in
                        artikel 5 algemene regels te geven welke kunnen inhouden een vrijstelling
                        van de vergunningplicht. </al><al><vet>Toelichting van de algemene regel</vet></al><al>Het belang van het hoogheemraadschap bij het aanbrengen van openbare
                        verlichting betreft het bevorderen van het veilige gebruik en het optimaal
                        functioneren van een weg. Hierbij is het minimaal verstoren van de
                        verkeersstroom een voorwaarde. Het aanbrengen van openbare verlichting
                        betreft vanuit verkeerstechnisch oogpunt een relatief eenvoudig en veel
                        voorkomend werk. De relevante verkeerstechnische belangen kunnen in dit
                        geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene
                        regel.</al><al><vet>Toetsingscriteria en voorwaarden</vet></al><al>Voor het aanbrengen, wijzigen of verwijderen van openbare verlichting op de
                        weg is geen vergunning volgens artikel 4 onder c van de Wegenverordening
                        vereist indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</al><al>1. lichtmasten moeten worden geplaatst op een afstand van minimaal 0,50
                        meter uit de kant van de rijbaan.</al><al>2. bij overhangende verlichting moet het profiel van vrije ruimte zoals
                        aangegeven in Bijlage 2 vrij blijven. </al><al>3. voor aanvang van de werken moet worden nagegaan of er kabels, leidingen
                        en/of kranen e.d in de wegberm liggen. Voor nadere informatie zie de website
                        van het kadaster (http://www.kadaster.nl/klic/); </al><al>4. de werken dienen in goede staat te worden onderhouden. Dit betekent in
                        ieder geval dat beschadigingen en/of verzakkingen direct dienen te worden
                        hersteld, al dan niet op aanzeggen van het college van dijkgraaf en
                        heemraden. Hierbij dient vooraf contact opgenomen te worden met de met het
                        toezicht belaste ambtenaar van het hoogheemraadschap. Zijn aanwijzingen
                        dienen direct te worden opgevolgd; </al><al>5. de bij het verwijderen van lichtmasten ontstane gaten in de berm moeten
                        direct worden aangevuld met grond en vervolgens worden ingezaaid met
                        graszaad bermmengsel; </al><al>6. het verkeer moet zo min mogelijk hinder van de werkzaamheden ondervinden.
                        De werkzaamheden moeten duidelijk worden aangegeven, bijvoorbeeld door
                        (waar- schuwings)borden; </al><al>7. de te gebruiken wegafzettingen moeten voldoen aan de CROW-publicatie 96b
                        (zie bijlage 4). Bij de melding moet een plan worden overgelegd waaruit
                        blijkt hoe hieraan invulling wordt gegeven; </al><al>8. als een weg volledig afgesloten wordt moet een omleidingroute worden
                        ingesteld. Deze route moet worden goedgekeurd door het hoogheemraadschap; </al><al>9. degene die lichtmasten heeft aangebracht, wijzigt of verwijdert de
                        lichtmasten op eigen kosten en op eerste aanzegging van het bestuur indien
                        dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van beheer- of onderhoudshandelingen
                        door het waterschap of anderszins in het belang van het wegbeheer; </al><al>10. het aanbrengen of verwijderen van openbare verlichting dient twee weken
                        voorafgaand aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het
                        meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de
                        melding aan de algemene regel; </al><al>11. bij de melding als bedoeld onder 10 dient een situatietekening te worden
                        gevoegd waarop de locatie van het uit te voeren werk duidelijk staat
                        aangegeven; </al><al>12. de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na
                        dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is,
                        vervalt het recht om van de melding gebruik te maken; </al><al>13. alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel
                        tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de
                        Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard kan
                        verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag
                        wordt ingediend; </al><al>14. alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven
                        aanwijzingen welke dienen ter bescherming van verkeerstechnische belangen,
                        moeten onmiddellijk worden opgevolgd; </al><al>15. aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de
                        controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang
                        verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij
                        worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder
                        verstrekt. </al><al><vet>Met welke regels van het hoogheemraadschap hebt u nog meer te
                            maken?</vet></al><al>U wilt openbare verlichting aanbrengen maar kunt niet voldoen aan één of
                        meer van de voor- waarden uit de algemene regel? Dan toetsen wij uw aanvraag
                        aan de overige regels van de Wegenverordening. Misschien kunt u dan toch een
                        vergunning krijgen. Wilt u openbare verlichting aanbrengen op een
                        waterkering of vlak langs een watergang? Dan hebt u ook te maken met de
                        regels uit de Keur van het hoogheemraadschap. De aanleg dient dan te
                        gebeuren in overleg met de met de afhandeling van de melding belaste
                        medewerker van het team Advies &amp; Vergunningverlening van het
                        hoogheemraadschap. Belt u voor meer informatie (010-4537335).</al><al><vet>Overgangsrecht</vet></al><al>Een vergunning of deel van een vergunning verleend voor inwerkingtreding van
                        deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingplichtige
                        werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene
                        regel.</al></artikel><artikel><kop><titel>5. Het aanplanten, verwijderen of behouden van bomen, struiken en
                            heggen</titel></kop><al>Deze algemene regel is niet van toepassing op het aanbrengen van
                        beplantingen in eco-bermen en in waterkeringen. Een overzicht van de
                        eco-bermen is aangegeven in Bijlage 1 terwijl de waterkeringen zijn
                        aangegeven in Bijlage 3.</al><al><vet>Kader</vet></al><al>Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c van de
                        Wegenverordening bomen en andere beplanting aan te brengen of te verwijderen
                        in de weg. Artikel 5 lid 3 van de Wegenverordening geeft het bestuur de
                        mogelijkheid voor het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 5
                        algemene regels te geven welke kunnen inhouden een vrijstelling van de
                        vergunningplicht. </al><al><vet>Toelichting van de algemene regel</vet></al><al>Het belang van het hoogheemraadschap bij het aanbrengen van bomen, struiken
                        en heggen betreft het bevorderen van het veilige gebruik en het optimaal
                        functioneren van een weg. Hierbij is het minimaal verstoren van de
                        verkeersstroom een voorwaarde. Het aanbrengen van bomen, struiken en heggen
                        betreft vanuit verkeerstechnisch oogpunt een relatief eenvoudig en veel
                        voorkomend werk. De relevante verkeerstechnische belangen kunnen in dit
                        geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel.
                        Er is een aantal bermen aangewezen die op ecologische wijze beheerd worden,
                        de zogenaamde eco-bermen. Door verschraling van de bodem en het tegengaan
                        van vervuiling wordt voor deze bermen een meer soortenrijke planten- en
                        dierenpopulatie nagestreefd. In eco-bermen mogen geen nieuwe bomen of
                        struiken worden aangeplant.</al><al><vet>Toetsingscriteria en voorwaarden</vet></al><al>Voor het aanbrengen, verwijderen of behouden van bomen, struiken en heggen
                        in de weg is geen vergunning volgens artikel 4 onder c van de
                        Wegenverordening vereist indien wordt voldaan aan de volgende
                        voorwaarden:</al><al>1. bomen, struiken en heggen moeten worden geplant op een afstand van
                        minimaal 0,50 meter uit de kant van de rijbaan. </al><al>2. bij bermen van 2,00 meter of breder moet een strook van 1,50 meter uit de
                        kant van de rijbanen vrij blijven van bomen en struiken; </al><al>3. bij uitwegen, bochten en aansluitende wegen moet voldoende vrij zicht
                        blijven gewaarborgd. Binnen een afstand van 1,50 meter uit de kant van de
                        rijbanen mogen geen bomen, struiken en heggen worden aangeplant, welke het
                        uitzicht op uitwegen en bochten kunnen belemmeren; </al><al>4. bomen en struiken moeten worden geplant op een onderlin­ge afstand van
                        minimaal 4,00 meter; </al><al>5. heggen moeten worden onderhouden op een hoogte van maximaal 0,75 meter
                        boven het wegdek; </al><al>6. takken van de heggen of struiken mogen niet op kortere afstand dan 0,50 m
                        van kant asfalt komen; </al><al>7. het profiel van vrije ruimte zoals aangegeven in Bijlage 2 moet vrij
                        blijven van scheef staande stammen en overhangende takken. De doorrijhoogte
                        bij wegen is 4,00 meter en bij paden 3,00 meter; </al><al>8. voor aanvang van de werken moet worden nagegaan of er kabels, leidingen
                        en/of kranen e.d. in de wegberm liggen. Voor nadere informatie zie de
                        website van het kadaster (http://www.kadaster.nl/klic/); </al><al>9. degene die bomen en struiken heeft aangebracht, wijzigt of verwijdert
                        bomen en struiken op eigen kosten en op eerste aanzegging van het bestuur
                        indien dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van beheer- of
                        onderhoudshandelingen door het waterschap of anderszins in het belang van
                        het wegbeheer; </al><al>10. de bij het verwijderen van bomen en struiken ontstane gaten in de berm
                        moeten direct worden aangevuld met grond en vervolgens worden ingezaaid met
                        graszaad bermmengsel; </al><al>11. het aanbrengen of verwijderen van bomen en struiken dient twee weken
                        voorafgaand aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het
                        meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de
                        melding aan de algemene regel; </al><al>12. bij de melding als bedoeld onder 11 dient een situatietekening te worden
                        gevoegd waarop de locatie van het uit te voeren werk duidelijk staat
                        aangegeven; </al><al>13. de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na
                        dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is,
                        vervalt het recht om van de melding gebruik te maken; </al><al>14. alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel
                        tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de
                        Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard kan
                        verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag
                        wordt ingediend; </al><al>15. alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven
                        aanwijzingen welke dienen ter bescherming van verkeerstechnische belangen,
                        moeten onmiddellijk worden opgevolgd; </al><al>16. aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de
                        controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang
                        verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij
                        worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder
                        verstrekt. </al><al><vet>Met welke regels van het hoogheemraadschap hebt u nog meer te
                            maken?</vet></al><al>U wilt bomen, struiken of een heg aanplanten maar kunt niet voldoen aan één
                        of meer van de voorwaarden uit de algemene regel? Dan toetsen wij uw
                        aanvraag aan de overige regels van de Wegenverordening. Misschien kunt u dan
                        toch een vergunning krijgen. Wilt u een boom, struik of heg planten op een
                        waterkering of vlak langs een watergang? Dan hebt u ook te maken met de
                        regels uit de Keur van het hoogheemraadschap. De aanleg dient dan te
                        gebeuren in overleg met de met de afhandeling van de melding belaste
                        medewerker van het team Advies &amp; Vergunningverlening van het
                        hoogheemraadschap. Belt u voor meer informatie (010-4537335).</al><al><vet>Overgangsrecht</vet></al><al>Een vergunning of deel van een vergunning verleend voor inwerkingtreding van
                        deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingplichtige
                        werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene
                        regel.</al></artikel><artikel><kop><titel>6. Het aanbrengen, verwijderen of behouden van
                            afrasteringen/hekwerken </titel></kop><al>Deze algemene regel is niet van toepassing op het aanbrengen van
                        afrasteringen/hekwerken in eco-bermen en in waterkeringen. Een overzicht van
                        de eco-bermen is aangegeven in Bijlage 1 terwijl de waterkeringen zijn
                        aangegeven in Bijlage 3.</al><al><vet>Kader</vet></al><al>Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c van de
                        Wegenverordening afrasteringen/hekwerken te plaatsen in de weg. Artikel 5
                        lid 3 van de Wegenverordening geeft het bestuur de mogelijkheid voor het
                        verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 5 algemene regels te geven
                        welke kunnen inhouden een vrijstelling van de vergunningplicht. </al><al><vet>Toelichting van de algemene regel</vet></al><al>Het belang van het hoogheemraadschap bij het aanbrengen van
                        afrasteringen/hekwerken betreft het bevorderen van het veilige gebruik en
                        het optimaal functioneren van een weg. Hierbij is het minimaal verstoren van
                        de verkeersstroom een voorwaarde. Het aanbrengen van een afrastering/hekwerk
                        betreft vanuit verkeerstechnisch oogpunt een relatief eenvoudig en veel
                        voorkomend werk. De relevante verkeerstechnische belangen kunnen in dit
                        geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel.
                        Er is een aantal bermen aangewezen die op ecologische wijze beheerd worden,
                        de zogenaamde eco-bermen. Door verschraling van de bodem en het tegengaan
                        van vervuiling wordt voor deze bermen een meer soortenrijke planten- en
                        dierenpopulatie nagestreefd. In eco-bermen mogen geen objecten worden
                        geplaatst.</al><al><vet>Toetsingscriteria en voorwaarden</vet></al><al>Voor het aanbrengen, verwijderen of behouden van een afrastering/hekwerk in
                        de weg is geen vergunning volgens artikel 4 onder c van de Wegenverordening
                        vereist indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</al><al>1. afrasteringen/hekwerken moeten worden aangebracht op een afstand van
                        minimaal 0,50 meter uit de kant van de rijbaan; </al><al>2. in afrasteringen/hekwerken binnen 1,50 meter uit de kant van de rijbanen
                        mogen geen over de openbare weg draaiende constructies en geen scherpe,
                        uitstekende delen of prikkeldraad worden aangebracht; </al><al>3. bij bermen van 2,00 meter of breder moet een strook van 1,50 meter uit de
                        kant van de rijbanen vrij blijven van afrasteringen/hekwerken; </al><al>4. bij uitwegen, bochten en aansluitende wegen moet voldoende vrij zicht
                        blijven gewaarborgd. Binnen een afstand van 1,50 meter uit de kant van de
                        rijbanen mogen geen afrasteringen/hekwerken worden aangebracht, welke het
                        uitzicht op uitwegen en bochten kunnen belemmeren; </al><al>5. afrasteringen/hekwerken mogen niet hoger zijn dan 1,00 meter boven het
                        wegdek; </al><al>6. de wegberm tussen afrasteringen/hekwerken en de rijbanen moet door en
                        voor rekening van de melder worden onderhouden; </al><al>7. voor aanvang van de werken moet worden nagegaan of er kabels, leidingen
                        en/of kranen e.d. in de wegberm liggen. Voor nadere informatie zie de
                        website van het kadaster (http://www.kadaster.nl/klic/); </al><al>8. degene die een afrastering/hekwerk heeft aangebracht, wijzigt of
                        verwijdert de afrastering/hekwerk op eigen kosten en op eerste aanzegging
                        van het bestuur indien dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van beheer- of
                        onderhoudshandelingen door het waterschap of anderszins in het belang van
                        het wegbeheer; </al><al>9. de bij het verwijderen van afrasteringen/hekwerken ontstane gaten in de
                        berm moeten direct worden aangevuld met grond en vervolgens worden ingezaaid
                        met graszaad bermmengsel; </al><al>10. de werken dienen in goede staat te worden onderhouden. Dit betekent in
                        ieder geval dat beschadigingen en/of verzakkingen direct dienen te worden
                        hersteld, al dan niet op aanzeggen van het college van dijkgraaf en
                        heemraden. Hierbij dient vooraf contact opgenomen te worden met de met het
                        toezicht belaste ambtenaar van het hoogheemraadschap. Zijn aanwijzingen
                        dienen direct te worden opgevolgd; </al><al>11. het aanbrengen of verwijderen van afrasteringen/hekwerken dient twee
                        weken voorafgaand aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het
                        meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de
                        melding aan de algemene regel; </al><al>12. bij de melding als bedoeld onder 11 dient een situatietekening te worden
                        gevoegd waarop de locatie van het uit te voeren werk duidelijk staat
                        aangegeven, inclusief de hoogte van de afrasteringen/hekwerken; </al><al>13. de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na
                        dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is,
                        vervalt het recht om van de melding gebruik te maken; </al><al>14. alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel
                        tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de
                        Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard kan
                        verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag
                        wordt ingediend; </al><al>15. alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven
                        aanwijzingen welke dienen ter bescherming van verkeerstechnische belangen,
                        moeten onmiddellijk worden opgevolgd; </al><al>16. aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de
                        controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang
                        verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij
                        worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder
                        verstrekt. </al><al><vet>Met welke regels van het hoogheemraadschap hebt u nog meer te
                            maken?</vet></al><al>U wilt een afrastering of hekwerk plaatsen maar kunt niet voldoen aan één of
                        meer van de voorwaarden uit de algemene regel? Dan toetsen wij uw aanvraag
                        aan de overige regels van de Wegenverordening. Misschien kunt u dan toch een
                        vergunning krijgen. Wilt u een afrastering of hekwerk plaatsen op een
                        waterkering of vlak langs een watergang? Dan hebt u ook te maken met de
                        regels uit de Keur van het hoogheemraadschap. De aanleg dient dan te
                        gebeuren in overleg met de met de afhandeling van de melding belaste
                        medewerker van het team Advies &amp; Vergunningverlening van het
                        hoogheemraadschap. Belt u voor meer informatie (010-4537335).</al><al><vet>Overgangsrecht</vet></al><al>Een vergunning of deel van een vergunning verleend voor inwerkingtreding van
                        deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingplichtige
                        werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene
                        regel.</al></artikel><artikel><kop><titel>7. Het houden van evenementen.</titel></kop><al><vet>Kader</vet></al><al>Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder a van de
                        Wegenverordening een weg te gebruiken in strijd met het doel daarvan. Een
                        voorbeeld hiervan is het houden van een evenement. Artikel 5 lid 3 van de
                        Wegenverordening geeft het bestuur de mogelijkheid voor het verrichten van
                        handelingen als bedoeld in artikel 5 algemene regels te geven welke kunnen
                        inhouden een vrijstelling van de vergunningplicht. </al><al><vet>Toelichting van de algemene regel</vet></al><al>Het belang van het hoogheemraadschap bij het houden van evenementen betreft
                        het bevorderen van het veilige gebruik en het optimaal functioneren van een
                        weg. Hierbij is het minimaal verstoren van de verkeersstroom een voorwaarde.
                        Er zijn evenementen die volledig of voor een deel op de weg plaatsvinden.
                        Het gaat om bijvoorbeeld wielerwedstrijden, hardloopwedstrijden,
                        skeelertochten, braderieën en markten. Dit soort evenementen komt regelmatig
                        voor. De relevante verkeerstechnische belangen kunnen in dit geval voldoende
                        worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. </al><al><vet>Toetsingscriteria en voorwaarden</vet></al><al>Voor het houden van een evenement zoals wielerwedstrijd, hardloopwedstrijd,
                        skeelertocht, braderie of markt op een weg of deel van een weg die in beheer
                        is bij Schieland en de Krimpenerwaard is geen vergunning volgens artikel 4
                        onder a van de Wegenverordening vereist indien wordt voldaan aan de volgende
                        voorwaarden:</al><al>1. het evenement vindt plaats op een fietspad of op een erftoegangsweg; </al><al>2. op de weg (wegen) waar het evenement wordt gehouden vinden op de dag(en)
                        van het evenement geen werkzaamheden of andere evenementen plaats; </al><al>3. met het evenement mag geen schade aan de weg worden toegebracht; </al><al>4. voor het houden van het evenement wordt door de melder zelf verkend of de
                        weg(en) geschikt is/zijn; </al><al>5. de nodige borden worden door de melder verzorgd en geplaatst; </al><al>6. van de gemeente of provincie zijn de (eventueel) benodigde vergunningen
                        gekregen; </al><al>7. verkeersmaatregelen moeten worden genomen in overleg met de politie; </al><al>8. er wordt gezorgd voor voldoende parkeerfaciliteiten om wildparkeren te
                        voorkomen; </al><al>9. nabij de beoogde plaats van het evenement worden borden geplaatst waarop
                        de verkeersmaatregelen worden aangekondigd met de reden ervan; </al><al>10. de te treffen verkeersmaatregelen worden door de melder minimaal één
                        week voor aanvang van het evenement bekend gemaakt in de plaatselijke krant; </al><al>11. per brief moeten direct omwonenden en andere belanghebbenden worden
                        geïnformeerd; </al><al>12. direct na afloop van het evenement moet de weg weer in de
                        oorspronkelijke toestand, worden gebracht terwijl zo nodig de berm in de
                        oorspronkelijke toestand moet worden hersteld; </al><al>13. het houden van een evenement dient vier weken voor aanvang te worden
                        gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het
                        hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel; </al><al>14. bij de melding als bedoeld onder 13 dienen de volgende gegevens worden
                        meegezonden:</al><al>a. Beschrijving van het soort en karakter van het evenement. </al><al>b. Datum en tijden. </al><al>c. Naam van de wegen die gebruikt worden + kaart. </al><al>d. Naam en telefoonnummer van de contactpersoon. </al><al>e. Bij volledige afsluiting van een weg een omleidingsroute. Deze route moet
                        worden goedgekeurd door het hoogheemraadschap. </al><al>15. alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven
                        aanwijzingen welke dienen ter bescherming van verkeerstechnische belangen,
                        moeten onmiddellijk worden opgevolgd; </al><al>16. aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de
                        controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang
                        verleend tot alle plaatsen, waar het evenement wordt gehouden. Daarbij
                        worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder
                        verstrekt. </al><al><vet>Met welke regels van het hoogheemraadschap hebt u nog meer te
                            maken?</vet></al><al>U wilt een evenement houden op een weg maar kunt niet voldoen aan één of
                        meer van de voorwaarden uit de algemene regel? Dan toetsen wij uw aanvraag
                        aan de overige regels van de Wegenverordening. Misschien kunt u dan toch een
                        vergunning krijgen. Wilt u voor uw evenement verwijsborden plaatsen? Ook
                        hiervoor hebt u vergunning van het hoogheemraadschap nodig. Maar als u zich
                        houdt aan algemene regel 2, is ook hiervoor een melding voldoende. Belt u
                        voor meer informatie (010-4537335).</al><al><vet>Overgangsrecht</vet></al><al>Een vergunning of deel van een vergunning verleend voor inwerkingtreding van
                        deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingplichtige
                        werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene
                        regel.</al></artikel><artikel><kop><titel>8. Het plaatsen, verwijderen of behouden van obstakels in de berm
                            t.b.v. objectbescherming </titel></kop><al><vet>Kader</vet></al><al>Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c van de
                        Wegenverordening enig werk aan te brengen, te houden, te veranderen of te
                        verwijderen boven, op, in, of onder de weg. Het plaatsen van obstakels in de
                        berm valt hieronder. Artikel 5 lid 3 van de Wegenverordening geeft het
                        bestuur de mogelijkheid voor het verrichten van handelingen als bedoeld in
                        artikel 5 algemene regels te geven welke kunnen inhouden een vrijstelling
                        van de vergunningplicht. </al><al><vet>Toelichting van de algemene regel</vet></al><al>Het belang van het hoogheemraadschap bij het plaatsen van obstakels in de
                        berm betreft het bevorderen van het veilige gebruik en het optimaal
                        functioneren van een weg. Hierbij is het minimaal verstoren van de
                        verkeersstroom een voorwaarde. De grens van de weg wordt geacht te liggen op
                        ten minste 1,50 meter uit de kant van de voor het verkeer bestemde banen.
                        Deze strook van 1,50 meter moet in beginsel vrij gehouden worden van
                        obstakels. Er staat echter ook veel bebouwing binnen deze strook.
                        Aanwonenden kunnen hun bezittingen die zich dichtbij de weg bevinden, zoals
                        woningen, schuren, hagen en tuinen beschermen tegen het verkeer. Dat doen
                        zij veelal door het plaatsen van obstakels direct langs de weg. Het gaat dan
                        om stenen, keien, bloembakken, betonblokken, palen etc. Het plaatsen van dit
                        soort objecten komt regelmatig voor. De relevante verkeerstechnische
                        belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen
                        van een algemene regel. </al><al><vet>Toetsingscriteria en voorwaarden</vet></al><al>Voor het plaatsen, verwijderen of behouden van een obstakel in de wegberm
                        als objectbescherming is geen vergunning volgens artikel 4 onder c van de
                        Wegenverordening vereist indien wordt voldaan aan de volgende
                        voorwaarden:</al><al>1. op het weggedeelte waar het obstakel wordt geplaatst is de geldende
                        maximum snelheid niet hoger dan 60 km/uur; </al><al>2. op het weggedeelte waar het obstakel wordt geplaatst is sprake van
                        lintbebouwing, dat wil zeggen een vrijwel aaneengesloten huizenrij langs de
                        weg; </al><al>3. de grond waar het obstakel wordt geplaatst is eigendom van de melder; </al><al>4. de obstakels worden zover mogelijk van de voor het verkeer bestemde
                        rijbaan geplaatst doch op een afstand van minimaal 0,50 meter uit de kant
                        van de rijbaan; </al><al>5. de obstakels hebben geen scherpe of uitstekende delen; </al><al>6. op deze obstakels worden reflectoren geplaatst of de objecten worden wit
                        geschilderd en zo gehouden; </al><al>7. degene die obstakels heeft aangebracht, wijzigt of verwijdert de
                        obstakels op eigen kosten en op eerste aanzegging van het bestuur indien dit
                        noodzakelijk is voor het uitvoeren van beheer- of onderhoudshandelingen door
                        het waterschap of anderszins in het belang van het wegbeheer; </al><al>8. het aanbrengen of verwijderen van obstakels dient twee weken voorafgaand
                        aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van
                        het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de
                        algemene regel; </al><al>9. bij de melding als bedoeld onder 8 dient een situatietekening te worden
                        gevoegd waarop de locatie van het uit te voeren werk en het materiaal en de
                        afmetingen van de obstakels duidelijk staat aangegeven; </al><al>10. de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na
                        dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is,
                        vervalt het recht om van de melding gebruik te maken; </al><al>11. alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel
                        tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de
                        Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard kan
                        verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag
                        wordt ingediend; </al><al>12. alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven
                        aanwijzingen welke dienen ter bescherming van verkeerstechnische belangen,
                        moeten onmiddellijk worden opgevolgd; </al><al>13. aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de
                        controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang
                        verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij
                        worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder
                        verstrekt. </al><al><vet>Met welke regels van het hoogheemraadschap hebt u nog meer te
                            maken?</vet></al><al>U wilt een obstakel plaatsen maar kunt niet voldoen aan één of meer van de
                        voorwaarden uit de algemene regel? Dan toetsen wij uw aanvraag aan de
                        overige regels van de Wegenverordening. Misschien kunt u dan toch een
                        vergunning krijgen. Wilt u een obstakel plaatsen op een waterkering of vlak
                        langs een watergang? Dan hebt u ook te maken met de regels uit de Keur van
                        het hoogheemraadschap. De aanleg dient dan te gebeuren in overleg met de met
                        de afhandeling van de melding belaste medewerker van het team Advies &amp;
                        Vergunningverlening van het hoogheemraadschap. Belt u voor meer informatie
                        (010-4537335). </al><al><vet>Overgangsrecht</vet></al><al>Een vergunning of deel van een vergunning verleend voor inwerkingtreding van
                        deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingplichtige
                        werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene
                        regel.</al></artikel><artikel><kop><titel>9. Het tijdelijk plaatsen van (bouw)materialen in de wegberm </titel></kop><al><vet>Kader</vet></al><al>Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c van de
                        Wegenverordening enig werk aan te brengen, te houden, te veranderen of te
                        verwijderen boven, op, in, of onder de weg. Het tijdelijk plaatsen van
                        (bouw)materialen in de berm valt hieronder. Artikel 5 lid 3 van de
                        Wegenverordening geeft het bestuur de mogelijkheid voor het verrichten van
                        handelingen als bedoeld in artikel 5 algemene regels te geven welke kunnen
                        inhouden een vrijstelling van de vergunningplicht. </al><al><vet>Toelichting van de algemene regel</vet></al><al>Het belang van het hoogheemraadschap bij tijdelijk plaatsen van
                        (bouw)materialen in de berm betreft het bevorderen van het veilige gebruik
                        en het optimaal functioneren van een weg. Hierbij is het minimaal verstoren
                        van de verkeersstroom een voorwaarde. Het is soms niet mogelijk om
                        bouwmaterialen op eigen terrein op te slaan. Het tijdelijk plaatsen van
                        (bouw)materialen in de berm komt regelmatig voor. De relevante
                        verkeerstechnische belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd
                        door het stellen van een algemene regel. </al><al><vet>Toetsingscriteria en voorwaarden</vet></al><al>Voor tijdelijk plaatsen van (bouw)materialen in de berm is geen vergunning
                        volgens artikel 4 onder c van de Wegenverordening vereist indien wordt
                        voldaan aan de volgende voorwaarden:</al><al>1. op het weggedeelte waar de (bouw)materialen worden geplaatst is de
                        geldende maximum snelheid niet hoger dan 60 km/uur; </al><al>2. op het eigen perceel van de melder is geen ruimte om de (bouw)materialen
                        op te slaan; </al><al>3. de (bouw)materialen moeten zichtbaar en herkenbaar in de berm worden
                        geplaatst zodanig dat er geen gevaar of hinder voor de overige weggebruikers
                        ontstaat; </al><al>4. de (bouw)materialen worden zover mogelijk van de voor het verkeer
                        bestemde rijbaan geplaatst doch op een afstand van minimaal 0,50 meter uit
                        de kant van de rijbaan; </al><al>5. aan beide kanten van het bouwmateriaal moet een zogenoemd geleidebaken
                        worden geplaatst (zie bijlage 5); </al><al>6. na het gereedkomen van de werkzaamheden moet de wegberm weer in
                        oorspronkelijke staat worden hersteld en zo nodig ingezaaid met een
                        graszaadmengsel; </al><al>7. het aanbrengen van (bouw)materialen dient twee weken voorafgaand aan de
                        uitvoering te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het
                        hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene
                        regel; </al><al>8. bij de melding als bedoeld onder 7 dient een situatietekening te worden
                        gevoegd waarop aangegeven de plaats waar het bouwmateriaal en de
                        geleidebakens worden geplaatst, de aard en de afmetingen van het
                        bouwmateriaal. Ook moet worden aangegeven hoe lang de (bouw)materialen in de
                        berm worden geplaatst; </al><al>9. de uitvoering van de toegestane werken dient binnen 4 weken na
                        dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is,
                        vervalt het recht om van de melding gebruik te maken; </al><al>10. alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel
                        tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de
                        Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard kan
                        verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag
                        wordt ingediend; </al><al>11. alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven
                        aanwijzingen welke dienen ter bescherming van verkeerstechnische belangen,
                        moeten onmiddellijk worden opgevolgd; </al><al>12. aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de
                        controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang
                        verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij
                        worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder
                        verstrekt. </al><al><vet>Met welke regels van het hoogheemraadschap hebt u nog meer te
                            maken?</vet></al><al>U wilt (bouw)materialen plaatsen maar kunt niet voldoen aan één of meer van
                        de voorwaarden uit de algemene regel? Dan toetsen wij uw aanvraag aan de
                        overige regels van de Wegenverordening. Misschien kunt u dan toch een
                        vergunning krijgen. Wilt u (bouw)materialen plaatsen op een waterkering of
                        vlak langs een watergang? Dan hebt u ook te maken met de regels uit de Keur
                        van het hoogheemraadschap. De aanleg dient dan te gebeuren in overleg met de
                        met de afhandeling van de melding belaste medewerker van het team Advies
                        &amp; Vergunningverlening van het hoogheemraadschap. Belt u voor meer
                        informatie (010-4537335). </al><al><vet>Overgangsrecht</vet></al><al>Een vergunning of deel van een vergunning verleend voor inwerkingtreding van
                        deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingplichtige
                        werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene
                        regel.</al></artikel></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard/i189201.pdf">Bijlage 1 Wegenverordening 2012.pdf (349 Kb)</extref></al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard/i189202.pdf">Bijlage 2 Wegenverordening 2012.pdf (21 Kb)</extref></al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard/i189203.pdf">Bijlage 3 Wegenverordening 2012.pdf (24 Kb)</extref></al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard/i189204.pdf">Bijlage 4 Wegenverordening 2012.pdf (147 Kb)</extref></al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard/i189205.pdf">Bijlage 5 Wegenverordening 2012.pdf (29 Kb)</extref></al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard/i189206.pdf">Bijlage 7 kaart 7 Overzicht wegen bij Wegenverordening 2012.pdf (976 Kb)</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>